5. Regels en toelichting
Tekst van het document
19
6.3 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Vogels Als gevolg van het slopen de stal tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd en vernield. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridische beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Slopen stal buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren); Vleermuizen • Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; • Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt er geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; • Essentiële Vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes2 van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.
Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
2
Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute. 20
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Grondgebonden zoogdieren Door het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden en dat vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren, waarvan mogelijk de vaste rust- en/of voortplantingsplaats negatief beïnvloed worden geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaats’. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden3 of dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Dat kan door het werkterrein te ontdoen van spullen/materialen in de buitenruimte buiten de voortplantingsperiode. Voor het ongeschikt maken van het werkterrein is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming vereist. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.
Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen (mits er zorgvuldig gehandeld wordt); Amfibieën Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter)rustplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren, waarvan mogelijk de (winter)rust- en/of voortplantingsplaats negatief beïnvloed worden geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaats’. Voor het doden van beschermde amfibieën geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Dat kan door het werkterrein te ontdoen van spullen en materialen in de buitenruimte buiten de winterrustperiode. Voor het ongeschikt maken van het werkterrein is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde amfibieën gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.
Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen (mits er zorgvuldig gehandeld wordt); Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.
3 In de Provinciale Ruimtelijke Verordening zijn hiervoor regels opgenomen
21
In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep
Functie
Beschermde soorten planlocatie
Verbodsbepalingen (Wet natuurbescherming)
Aandachtspunt
Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels
Foerageergebied
Diverse soorten
Geen
Vaste rust- en voortplantingsplaats Doden van dieren
Diverse soorten
Niet van toepassing; functie is niet beschermd Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Art. 3.10 lid 1a
Foerageergebied
Diverse soorten
Geen
Vogels
Diverse soorten Niet aanwezig
Niet van toepassing
Geen bezette nesten negatief beïnvloeden Geen
Diverse soorten Niet aanwezig
Art. 3.1 lid 1 Niet van toepassing
Geen vogels doden Geen
Vleermuizen
Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren Rust- of voortplantingsplaats Foerageergebied
Niet van toepassing; functie is niet beschermd Art. 3.1 lid 2
Diverse soorten
Geen
Vleermuizen Vleermuizen
Vliegroute Doden van dieren
Amfibieën
Foerageergebied
Niet aanwezig Niet van toepassing Diverse soorten
Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen
Amfibieën
Vaste rustplaats
Diverse soorten
Amfibieën Amfibieën Overige soorten
Voortplantingsplaats Doden van dieren Dieren en overige functies
Niet aanwezig Diverse soorten Niet aanwezig
Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing Art. 3.10 lid 1a Niet van toepassing
Vogels Vogels Vleermuizen
Diverse soorten
Geen Geen dieren doden
Geen Geen
Geen Geen Geen dieren doden Geen
Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep
Vaste rust- Voortplanplaats tingsplaats
Vliegroute Essentieel (vleermuizen) foerageergebied
Wettelijke consequenties
Nader onderzoek vereist
Grondgebonden zoogdieren Vogels
Ja
Ja
n.v.t.
Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
n.v.t.
Nee
Ja
Nee
Vleermuizen Amfibieën
Nee Ja
Nee Nee
Nee n.v.t.
Nee Nee
Nee Ja
Nee Nee
Ontheffing vereist Nee, tenzij dieren gedood worden Nee, tenzij vogels gedood, bezette nesten verstoord, beschadigd of vernield worden Nee Nee, tenzij dieren gedood worden
Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep.
6.4 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6.5 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.
22
HOOFDSTUK 7
CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Drenthe een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’, en het opzettelijk ‘verstoren, beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren of te doden en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode4. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.
Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Drenthe. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan niet op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de ontwikkel- en gebruiksfase. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen worden uitgesloten. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied maar benutten het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.
Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de stal gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder voorbereiding, kan niet uitgesloten worden dat een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibieën gedood wordt. Ook worden mogelijk vaste (winter)rusten/of voortplantingsplaatsen van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat deze dieren op eigen beweging vertrekken of dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten).
Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde dieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten af. Deze afname leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming.
4
Voor voorliggende ontwikkeling is geen gedragscode toepasbaar. 23
Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:
24
Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: -
-
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 25
Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.
Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
26
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan om van de onderstaande soorten de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is niet toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -
de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.
Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd.
27
28
Bijlage 3. Fotobijlage
29
30
Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/
31
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 22, Zuidwolde (vastgesteld)
72
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Drogterweg 22, Zuidwolde (vastgesteld)
Bijlage 3 Aeriusberekening
73
Stikstofberekening Gebruiks- en ontwikkelfase Drogterweg 22 Zuidwolde
Colofon Stikstofberekening: Gebruiks-en ontwikkelfase Drogterweg 22 Zuidwolde Programma AERIUS Calculator 2022 Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: Versie 2022_20230315_cd85399aac Database 2022_cd85399aac Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 06-14435700
Opdrachtgever: Eigenaar perceel
Projectnummer en versie: 5393A versie 1.0 Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Auteur: H. van Gijn
Status: Definitief Datum: 23-08-2023 Ligging projectgebied: Drogterweg 22 Zuidwolde
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 1.2 Onderzoeksvragen.................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Het plangebied .............................................................................................................................. 4 2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 4 2.2 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied ..................................................... 4 2.3 Voorgenomen activiteiten........................................................................................................................ 5 2.4 Verkeersgeneratie (gebruiks- en ontwikkelfase) ..................................................................................... 6 2.5 Referentiesituatie .....................................................................................................................................
7 Hoofdstuk 3 Methode ........................................................................................................................................ 8 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 3.2 Ontwikkelfase ........................................................................................................................................... 8 3.2.1 Voorbereidende fase ......................................................................................................................... 8 3.2.2 Bouwfase ........................................................................................................................................... 9 3.2.3 Afwerkfase....................................................................................................................................... 11 3.3 Gebruiksfase ........................................................................................................................................... 13 Hoofdstuk 4 Resultaten en conclusie ...............................................................................................................
14 4.1 Resultaten ontwikkelfase ....................................................................................................................... 14 4.2 Resultaten gebruiksfase ......................................................................................................................... 14 4.3 Conclusie ................................................................................................................................................ 14
2
HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Er zijn concrete plannen om een bestaande stal te slopen en een nieuw bedrijfsgebouw (loods voor landbouwwerktuigen) te realiseren op een erf gelegen aan de Drogterweg 22 te Zuidwolde (de eigenaar behoudt de zoogkoeien, ouder dan 2 jaar). De stal is het enige gebouw dat gesloopt wordt, er vinden geen werkzaamheden plaats aan de overige bebouwing op het erf. De bestemming van het plangebied wordt gewijzigd van ‘’Agrarisch’’ naar ‘’Dienstverlenende-bedrijven’’. Tevens wordt er een nieuwe inrit op het erf aangelegd (half verharding), welke in verbinding wordt gebracht met Kleefegge. Deze nieuwe inrit wordt gebruikt voor het bedrijf, de bedrijfswoning blijft ontsloten met de bestaande inrit. Er wordt ook nieuwe verharding op het erf aangelegd (klinkers). De verspreide spullen/materialen in de buitenruimte worden verwijderd, maar de aanwezige beplanting blijft behouden. De twee kavelgrenssloten worden opgeschoond en de meest zuidelijk gelegen sloot wordt ook dieper gemaakt. Het plangebied wordt nadien landschappelijk ingepast, middels aanplant van erfbeplanting, een bosschage, groenstroken en houtwallen (met o.a. berk, els, meidoorn en vogelkers). Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen wordt stikstof (NOx) uitgestoten, zoals bij de verbranding van fossiele brandstof, welke kan neerslaan in kwetsbare natuur.
Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitatten die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, dan wel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Veel Natura 2000-gebied is kwetsbaar voor stikstofdepositie. Een verhoogde stikstofdepositie vormt een bedreiging voor verschillende Habitattypen en de leefomgeving van verschillende Habitatsoorten. Om het effect van deze emissie te onderzoeken heeft Natuurbank Overijssel een zogeheten AERIUS-berekening uitgevoerd voor de ontwikkel- en gebruiksfase. In de ontwikkelfase wordt het tijdelijk karakter van bouwfase onderzocht. In de gebruiksfase wordt onderzocht of er structurele stikstofemissies zijn op Natura 2000-gebied(en).
In voorliggend rapport worden de gehanteerde uitgangspunten voor het berekenen van de emissie/depositie tijdens de ontwikkelfase- en gebruiksfase besproken, evenals de berekende depositie in Natura 2000-gebied. Wettelijk kader: Natura 2000 en Wet natuurbescherming Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Dit Natura 2000-gebied moet samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, welke in Nederland zijn door vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor deze instandhoudingsdoelstellingen. Voor projecten geldt een vergunningplicht als het project een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben op een Natura 2000-gebied. Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebied.
1.2 Onderzoeksvragen De AERIUS-berekening is uitgevoerd om antwoord te krijgen op onderstaande onderzoeksvraag: 1. Hoe groot is de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van alle werkzaamheden, die noodzakelijk zijn om tot de realisatie van de gewenste werkzaamheden in het plangebied te komen? 2. Hoe groot is de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied als gevolg van de exploitatie van het nieuwe bedrijfsgebouw in het plangebied, in de gebruiksfase?
3
HOOFDSTUK 2 HET PLANGEBIED 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gesitueerd op het adres Drogterweg 22 te Zuidwolde, gemeente De Wolden. Het ligt circa 2 kilometer ten zuidwesten van de woonkern Zuidwolde en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
Ligging van het plangebied op de luchtfoto. De begrenzing van het plangebied wordt met de gele lijn gemarkeerd (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl)
2.2 Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied Het plangebied zelf behoort niet tot Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ligt circa 13,39 kilometer afstand. Dit is het Natura 2000-gebied Dwingelderveld. Het plangebied ligt op minimaal 4
13,77 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Vecht- en Beneden-Reggegebied, op minimaal 15,81 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Holtingerveld en op minimaal 15,89 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Mantingerzand. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
13,39 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren
Ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe marker aangeduid. Natura 2000-gebied wordt met de groene en okergele kleur aangeduid (bron: calculator.aerius.nl).
2.3 Voorgenomen activiteiten Het voornemen bestaat om de aanwezige stal te slopen en een nieuw bedrijfsgebouw (loods voor landbouw werktuigen) in het plangebied te realiseren (de eigenaar behoudt de zoogkoeien, ouder dan 2 jaar). De stal is het enige gebouw dat gesloopt wordt, er vinden geen werkzaamheden plaats aan de overige bebouwing op het erf. De bestemming van het plangebied wordt gewijzigd van ‘’Agrarisch’’ naar ‘’Dienstverlenendebedrijven’’. Tevens wordt er een nieuwe inrit op het erf aangelegd (half verharding), welke in verbinding wordt gebracht met Kleefegge. Deze nieuwe inrit wordt gebruikt voor het bedrijf, de bedrijfswoning blijft ontsloten met de bestaande inrit. Er wordt ook nieuwe verharding op het erf aangelegd (klinkers). De verspreide spullen/materialen in de buitenruimte worden verwijderd, maar de aanwezige beplanting blijft behouden. De twee kavelgrenssloten worden opgeschoond en de meest zuidelijk gelegen sloot wordt ook dieper gemaakt. Het plangebied wordt nadien landschappelijk ingepast, middels aanplant van erfbeplanting, een bosschage, groenstroken en houtwallen (met o.a. berk, els, meidoorn en vogelkers). Van de opdrachtgever heeft Natuurbank Overijssel een wenselijk eindbeeld ontvangen, waarop de plannen te zien zijn voor het plangebied. Met behulp van deze plannen, kunnen uitgangspunten en aannames worden gemaakt.
Op onderstaande afbeelding wordt een plattegrond van het wenselijke eindbeeld weergegeven.
5
Plattegrond van het wenselijke eindbeeld (bron: Bas Brouwer).
2.4 Verkeersgeneratie (gebruiks- en ontwikkelfase) Een algemeen criterium voor wegverkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen voor het milieu van dit verkeer niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld1. Verkeer tijdens de ontwikkelfase Al het verkeer (licht, middel en zwaar) benaderd het plangebied via Drogterweg. Wanneer de Drogterweg kruist met kruising Drogterweg/Drogtzee gaat het verkeer over in het heersende verkeersbeeld. Op onderstaande afbeelding wordt de route op de kaart weergegeven. Verkeer tijdens de gebruiksfase Al het verkeer tijdens de gebruiksfase (licht, middel en zwaar) benaderd het plangebied over de nieuwe inrit. Wanneer de Drogterweg kruist met kruising Kleefegge gaat het verkeer over in het heersende verkeersbeeld. Op onderstaande afbeelding wordt de route op de kaart weergegeven.
1
Verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersend verkeersbeeld op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden.
6
Route dat het verkeer aflegt van en naar het plangebied tijdens de ontwikkelfase (rode lijn).
Route dat het verkeer aflegt van en naar het plangebied tijdens de gebruiksfase (rode lijn).
2.5 Referentiesituatie Van een (planologisch) plan, zoals een bestemmingsplan of omgevingsplan, is de huidige feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie de referentiesituatie2. Er is sprake van wijziging van de bestemming. Van een (planologisch) plan, zoals een bestemmingsplan of omgevingsplan, is de huidige feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie de referentiesituatie. Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch’ en wordt gewijzigd in ‘Dienstverlenende-bedrijven’.
2
Zie hiervoor ook de website van Rechtspraak (Rechtspraak.nl), onder r.o. 9.1
7
HOOFDSTUK 3 METHODE 3.1 Algemeen Voor het project is een AERIUS-berekening uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het project. Deze bestaat uit een berekening voor de ontwikkel- en gebruiksfase. Hieronder worden de uitgangspunten toegelicht. -
De duur van de ontwikkelfase wordt geschat op 1 jaar; gemiddeld 45 werkweken (45 x 5 = 225 werkdagen); De sloopoppervlakte bedraagt 240 m2; De oppervlakte van het bedrijfsgebouw bedraagt 546 m2; Het nieuwe bedrijfsgebouw krijgt een poerfundering, een betonnen vloer en beschikt over een staalconstructie; Het nieuwe bedrijfsgebouw beschikt over buitenwanden van damwandplaten en wordt gedekt met sandwichpanelen; Voor het uitdiepen (alleen zuidelijke sloot) en opschonen van de sloten wordt een mobiele kraan (100 kW) 5 dagen (40 uur ingezet); De totale hoeveelheid nieuwe beplanting wordt met 6 vrachten van zwaar vrachtverkeer geleverd; Er wordt 949 m2 aan klinkers aangelegd; Er wordt 400 m2 aan halfverharding aangelegd; Er wordt geen beplanting of verharding verwijderd; Er wordt materieel ingezet van 2019 of jonger. Brandstofverbruik per stage-klasse wordt bepaald aan de hand van kengetallen, opgesteld door TNO (uitgaande van 35% maximaal vermogen) (zie bijlage 3). Laden en lossen vindt plaats m.b.v. voertuig met vermogen van 100kw en een verbruik (stationair draaiende motor) van 3 liter diesel per uur.
3.2 Ontwikkelfase 1. Algemeen Er worden twee units geplaatst en gebruikt als schaftkeet en directiekeet. Deze worden geplaatst door een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 2. Verkeer werklieden De ontwikkelfase duur 1 jaar. Er wordt 45 weken gewerkt (225 werkdagen). Gedurende de ontwikkelfase arriveren gemiddeld 4 werklieden per dag. Tot deze werklieden behoren bouwvakkers, tegelzetters en stucadoors. Werklieden arriveren dagelijks in 3 lichte voertuigen (auto’s en bedrijfsbusjes). Dit resulteert in 1350 verkeersbewegingen met lichte voertuigen. 3.2.1 Voorbereidende fase Tot de voorbereidende fase behoort o.a. het slopen van de stal, het opschonen en uitdiepen sloten en het graven v.d. fundering. 3. Aanvoer rupskraan Een rupskraan arriveert en vertrekt éénmalig. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 4. Inzet kraan t.b.v. sloop bebouwing Inzet kraan t.b.v. sloop bestaande stal. De bestaande stal wordt gesloopt m.b.v. een mobiele rupskraan met een vermogen van 200kW. Deze kraan is 8 uur bezig. 5. Afvoer sloopmateriaal Om de totale hoeveelheid sloopmateriaal af te voeren worden er 7 vrachten met zwaar vracht verkeer verwacht. Dit resulteert in 14 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 8
6. Aanvoer container Er wordt verwacht dat maximaal 1 grote container vereist is voor het plangebied. Deze wordt geleverd en op een later moment opgehaald. Dat resulteert in 4 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 7. Aanvoer (zelfrijdende mobiele kraan) Een mobiele kraan arriveert en vertrekt éénmalig. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 8. Opschonen en uitdiepen sloten Ten behoeve van de het uitdiepen (alleen zuidelijke sloot) en opschonen (beide sloten) van de sloten wordt een mobiele kraan met een vermogen van 100kW ingezet. Deze kraan is 40 uur bezig 9. Afvoer sloot materiaal Om de totale hoeveelheid materiaal afkomstig van het opschonen en uitdiepen van de sloten af te voeren (o.a. zand) worden er 3 vrachten met middelzwaar vrachtverkeer verwacht. Dit resulteert in 6 verkeersbewegingen met middelzwaar vrachtverkeer. 10. Graven fundering Ten behoeve van de bouw van het bedrijfsgebouw wordt de fundering gegraven. Er wordt 182 m3 zand afgegraven en afgevoerd. Er wordt een mobiele kraan met een vermogen van 100kW ingezet. Deze kraan is 8 uur bezig 11. Afvoer zand fundering Er wordt 182 m3 zand afgevoerd door zware vrachtwagen met een laadvermogen van 25m3. Dit resulteert in 8 transporten en 16 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 12.
Aanleveren rioleringsbuizen De rioleringsbuizen worden geleverd in 2 vrachten door een middelzware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen 13. Aanleg riolering Ten behoeve van de riolering wordt een mobiele kraan met een vermogen van 100kW ingezet. Deze kraan is in totaal 8 uur bezig. 14. Transport lichte bouwmaterialen Lichte bouwmaterialen, als t.b.v. de fundering (bekisting) e.d. wordt meegenomen in een aanhanger van de werklieden. Geen extra verkeersbewegingen. 15. Aanvoer beplanting Aangenomen wordt om de totale hoeveelheid beplanting aan te leveren er maximaal 6 vrachten met zwaar vrachtverkeer benodigd zijn. Dit resulteert in 12 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 3.2.2
Bouwfase
16. Kleinafval Klein afval wordt door de werklieden meegenomen. Geen extra verkeersbewegingen. 17. Steigers Alle steigermateriaal wordt in 2 vrachten geleverd door een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 18. Betonpomp Het beton wordt m.b.v. een betonpomp verwerkt. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 9
19. Beton Voor de poerfundering en de vloer van het nieuwe bedrijfsgebouw is 100 m3 beton vereist; Een betonmixer kan per vracht gemiddeld 15 m3 vervoeren. Dat resulteert in 7 vrachten en in 14 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 20. Betonpomp Het beton wordt met behulp van een betonpomp verpompt. Dit is een vrachtwagen met een vermogen van 100kW. De betonpomp wordt 1 uur ingezet. 21. Damwandplaten Op voorhand is onduidelijk hoeveel damwandplaten vereist zijn voor de buitenwanden van het bedrijfsgebouw. Aangenomen wordt dat de totale hoeveelheid damwandplaten in maximaal 4 ladingen met zwaar vrachtverkeer geleverd kunnen worden. Dat resulteert in 8 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 22. Stalen constructie In totaal zijn er 12 stalen staanders en spanten benodigd voor de bouw van het bedrijfsgebouw. Deze hoeveelheid kan in 3 vrachten met zwaar vrachtverkeer geleverd worden. Dat resulteert in 6 verkeersbewegingen met zwaar vrachtverkeer. 23. Kozijnen Kozijnen worden meegenomen door de werklieden en leiden niet tot extra verkeersbewegingen. 24. Glas Het glas wordt meegenomen door de werklieden en leiden niet tot extra verkeersbewegingen. 25. Sandwichpanelen Alle benodigde sandwichpanelen worden in 2 vrachten geleverd door een middelzware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. 26.
Isolatiemateriaal Alle benodigde isolatiemateriaal wordt in 1 vracht geleverd door een middelzware vrachtwagen. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. 27. Vervoer zelfrijdende hijskraan Een zelfrijdende hijskraan wordt 2 dagen ingezet (plaatsen staalconstructie en damwandplaten) en arriveert en vertrekt éénmalig. Dit resulteert in 2 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 28. Inzet zelfrijdende hijskraan (zwaar) De zelfrijdende hijskraan wordt 24 uur ingezet en heeft een vermogen van 100 kW. 29. Inzet hijskraan (licht) Voor het plaatsen het aanreiken van sandwichpanelen, kozijnen en glas wordt een lichte hijskraan ingezet. Deze kraan heeft een vermogen van 20 kW (bouwjaar 2000). In totaal wordt de kraan 2 dagen (6 uur per dag = 12 uur). De kraan werkt effectief maar 50% van de tijd (6 uur). De kraan wordt meegenomen door werklieden tijdens normaal werkverkeer.
10
Voorbeeld van een lichte, mobiele kraan. Geschikt voor aanreiken van sandwichpanelen, kozijnen en glas.
3.2.3
Afwerkfase
30. Trilplaat Voor het egaliseren van het zand onder de verharding wordt een trilplaat (10 kW) ingezet. Deze trilplaat wordt 8 uur ingezet en wordt meegenomen door werklieden op een aanhanger gedurende normaal werkverkeer. 31. Leveren klinkers en halfverharding De totale hoeveelheid klinkers en halfverharding wordt geleverd in 5 vrachten door een zware vrachtwagen. Dit resulteert in 10 verkeersbewegingen met een zware vrachtwagen. 32. Aanleg verharding buitenruimte Ten behoeve van het aanbrengen van klinkers wordt een minishovel in gezet met een vermogen van 60kW (bouwjaar 2019). Deze shovel wordt gedurende 8 uur ingezet en wordt meegenomen door werklieden op een aanhanger gedurende normaal werkverkeer. 33. Kabels en leidingen Ten behoeve van de aanleg van alle benodigde kabels en leidingen wordt een minikraan met een vermogen van 40kW ingezet, gedurende 8 uur. De minikraan wordt meegenomen door werklieden op een aanhanger gedurende normaal werkverkeer. 34. Inrichting Ten behoeve van de totale inrichting van het bedrijfsgebouw worden 2 vrachten geleverd met een middelzware vrachtwagen. Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen met een middelzware vrachtwagen. De lading wordt handmatig gelost.
11
Inzet materieel Hieronder wordt het inzet materieel in een tabel weergegeven.
nr. 4 8 10 13 20 28 29 30 32 33
Werktuig Ruspkraan Mobiele kraan Mobiele kraan Mobiele kraan Betonpomp Hijskraan zwaar Hijskraan licht Trilplaat Minishovel Minikraan
Tijdsduur (uren) 8 40 8 8 1 24 6 8 8 8 Totaal
Vermogen (kW) 200 100 100 100 100 100 20 10 60 40
Brandstof Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel
verbruik/uur 18,9 9,7 9,7 9,7 9,7 9,7 2,4 1,2 6,03 4,2
119
verbruik totaal 151,2 388 77,6 77,6 9,7 232,8 14,4 9,6 48,24 33,6
ad blue 3,024 7,76 1,552 1,552 0,194 4,656 0,288 0,192 0,9648 0,672
1042,74
20,8548
diesel
ad blue
uren
Verbruik 100 kW
151,2 785,7
3,024 15,714
8 81
Verbruik 60 kW
48,24
0,9648
8
Verbruik 40 kW
33,6
0,672
8
Verbruik 20 kW
14,4
0,288
6
Verbruik 10 kW Inzet materieel
9,6
0,192
8
Verbruik 200 kW
Laden en lossen Hieronder wordt dieselverbruik tijdens laden en lossen in een tabel weergegeven.
Nr. 1 5 6 9 11 12 15 17 19 21 22 25 26 31
Activiteit Plaatsen units Afvoer sloopmateriaal Aanvoer container Afvoer sloot materiaal (o.a. zand) Afvoeren zand fundering Aanleveren rioleringsbuizen Aanvoer beplanting Steigers Beton Damwandplaten Staalconstructie Sandwichpanelen Isolatiemateriaal Leveren klinkers en halfverharding
laad/Lostijd per vrachtwagen (minuten) 20 10 10 10 10 10 10 10 60 10 10 10 10 10
N_ vrachtwagens 2 7 2 3 8 2 6 2 7 4 3 2 1 5
Totale tijdsduur (minuten ) 40 70 20 30 80 20 60 20 420 40 30 20 10 50
verbruik
3L/uur
Tijdsduur (uren) 0,7 1,2 0,3 0,5 1,3 0,3 1,0 0,3 7,0 0,7 0,5 0,3 0,2 0,8 15,1 45,3
Ad blue
0,906
Totaal brandstofverbruik t.b.v. laden en lossen.
12
Verkeersbewegingen (totale bouwfase) In onderstaande tabel wordt het totaal aantal verkeersbewegingen gedurende de gehele bouwperiode weergegeven. Verkeersbewegingen zwaar verkeer
Nr.
Verkeersbewegingen middelzwaar verkeer
1
1350
2 3
2
5
14
6
4
7
2 6
9 11
Verkeersbewegingen licht verkeer
4
16 4
12 15
12
17
4
18
2
19
14
21
8
22
6
25
4
26
2
27
2
31
10 4
34 Tot. 100 Totaal aantal verkeersbewegingen.
20
1350
3.3 Gebruiksfase Verkeersgeneratie Als gevolg van de exploitatie van het nieuwe bedrijfsgebouw neemt het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied toe, ten opzichte van de referentiesituatie. Conform de opdrachtgever zijn de onderstaande verkeersbewegingen met licht-, middel- en zware voertuigen per dag en per jaar doorgegeven voor het nieuwe bedrijfsgebouw. Aantal verkeersbewegingen per dag
Aantal verkeersbewegingen per jaar
Lichte voertuigen
6
2.190
Middelzware voertuigen
4
1.460
Zware voertuigen
2
730
Totaal aantal verkeersbewegingen.
Gasaansluiting Het nieuwe bedrijfsgebouw wordt gasloos opgeleverd. Dit hoeft niet meegenomen te worden in de berekening (Emissiefactor = 0 kg/jaar). 13
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN EN CONCLUSIE 4.1 Resultaten ontwikkelfase De activiteiten in de ontwikkelfase leiden gezamenlijk tot een NOx-emissie van 26,3 kg/jaar en een NH3emissie van 0,3 kg/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de ontwikkelfase, leidt echter niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft dan ook geen Wet natuurbeschermingvergunning aangevraagd te worden. Het resultaat van de AERIUS-berekening is als bijlage 1 toegevoegd.
Berekende emissie NOx en NH3 gedurende de ontwikkelfase.
4.2 Resultaten gebruiksfase De activiteit in de gebruiksfase leidt tot een NOx-emissie van 1,7 kg/jaar en een NH3-emissie van 63,5 g/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de gebruiksfase, leidt echter niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteit leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft dan ook geen Wet natuurbescherming-vergunning aangevraagd te worden. Het resultaat van de AERIUS-berekening is als bijlage 2 toegevoegd.
Berekende emissie NOx en NH3 gedurende de gebruiksfase.
4.3 Conclusie Als gevolg van de ontwikkel- en gebruiksfase vindt er geen toename van depositie plaats in Natura 2000gebied. Er zijn geen rekenresultaten die leiden tot een significant negatief effect op deze natuurgebieden. De voorgenomen activiteiten in de ontwikkel- en gebruiksfase leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen Wet natuurbescherming-vergunning aangevraagd te worden.
Bijlage 1 Uitdraai: AERIUS-berekening ontwikkelfase
Bijlage 2 Uitdraai: AERIUS-berekening gebruiksfase
14
Bijlage 3 Brandstofverbruik per klasse
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Natuurbank Overijssel Drogterweg 22, 7921RK Zuidwolde 5393A_N_Drogterweg 22 Zuidwolde Stikstofberekening Ontwikkelfase; Sloop en realisatie bedrijfsgebouw.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RsFfY866EdJB 12 juli 2023, 14:51 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Ontwikkelfase Drogterweg 22 Zuidwolde - Beoogd Ontwikkelfase Drogterweg 22 Zuidwolde - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RsFfY866EdJB (12 juli 2023)
2023 -
0,3 kg/j
26,3 kg/j
2/7
Projectberekening
Ontwikkelfase Drogterweg 22 Zuidwolde (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Aan/afvoer materiaal & Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
RsFfY866EdJB (12 juli 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,2 kg/j 10,9 g/j
26,2 kg/j 0,2 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RsFfY866EdJB (12 juli 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Ontwikkelfase Drogterweg 22 Zuidwolde" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RsFfY866EdJB (12 juli 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Ontwikkelfase Drogterweg 22 Zuidwolde, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeersnetwerk X:223329,99 Y:519112,75 269,44 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Naam
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Locatie Oppervlakte
Aan/afvoer materiaal
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
200 kW
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
151 l/j
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja
786 l/j
Stage-V, >= 2019 , 56-75 kW, diesel, SCR: ja
48 l/j
Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: nee
34 l/j
Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: nee
14 l/j
Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: nee
10 l/j
Naam
60 kW 40 kW 20 kW 10 kW
RsFfY866EdJB (12 juli 2023)
-
-
Aantal voertuigbewegingen
Stageklasse
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
45 l/j
26,2 kg/j 0,2 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
15 u/j
1 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
8 u/j
3 l/j
NOₓ NH₃
81 u/j
16 l/j
NOₓ NH₃
8 u/j
1 l/j
NOₓ NH₃
8 u/j
NOₓ NH₃
6 u/j
NOₓ NH₃
8 u/j
0,2 kg/j 44,2 g/j 10,9 g/j
In file
1.350,0 p/jaar 20,0 p/jaar 100,0 p/jaar 0,0 p/jaar
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Aan/afvoer materiaal & Mobiele werktuigen X:223248,7 Y:519173,51 0,97 ha
100 kW
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
NOₓ NH₃
1,1 kg/j 10,8 g/j 3,6 kg/j 36,2 g/j 19,0 kg/j 0,2 kg/j 1,2 kg/j 11,5 g/j 0,7 kg/j 0,0 kg/j 0,3 kg/j 0,0 kg/j 0,2 kg/j 0,0 kg/j 6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.2_20230704_bb872f8ea4 Database versie 2022.2_bb872f8ea4 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RsFfY866EdJB (12 juli 2023)
7/7