3. Vaststelling Beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023
Tekst van het document
BEHEERSVERORDENING BUITENGEBIED DE WOLDEN 2023
GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN
BEHEERSVERORDENING BUITENGEBIED DE WOLDEN 2023 GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN
Identificatienummer NL.IMRO.1690.2023BV1002050-ON01 Datum 20-11-2023 Buitengebied de Wolden 2023 vastgesteld 21 december 2023
Buitengebied de Wolden 2023
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
Hoofdstuk 2
Beleidskader
9
Hoofdstuk 3
Plangebied en wijzigingen
11
Hoofdstuk 4
Beschrijving
13
Hoofdstuk 5
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
15
Bijlage bij Toelichting Bijlage 1 Lijst aanpassingen
17 18
Regels
21
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
23 23 35
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33
Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch - Aanverwante bedrijven Agrarisch - Dienstverlenende bedrijven Agrarisch met waarden Bedrijf Bedrijf - Tuincentrum Bedrijf - Voormalig Agrarisch Bedrijf Bos Bos - Landgoed Horeca Maatschappelijk Maatschappelijk - Begraafplaats Maatschappelijk - Molen Natuur Overig - Doeleinden van delfstof-/energiewinning Recreatie - 1 Recreatie - 2 Recreatie - 3 Recreatie - 4 Sport - Manege Sport - Recreatie Verkeer Verkeer - Railverkeer Water Wonen Leiding - Gas Leiding - Hoogspanningsverbinding Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4
37 37 44 48 51 57 61 64 67 69 73 76 79 80 82 84 86 90 94 98 100 102 105 106 107 108 114 116 117 119 121 122
2
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Artikel 34 Artikel 35 Artikel 36 Artikel 37 Artikel 38 Artikel 39 Artikel 40 Artikel 41 Artikel 42
Waarde - Welstandsgebied 1 Waarde - Welstandsgebied 2 Waarde - Welstandsgebied 3 Waarde - Welstandsgebied 4 Waarde - Welstandsgebied 5 Waarde - Welstandsgebied 6 Waarde - Welstandsgebied 7 Waarde - Welstandsgebied 8 Waarde - Waardevol grasland
124 125 126 127 128 129 130 131 132
Hoofdstuk 3 Artikel 43 Artikel 44 Artikel 45 Artikel 46
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene aanduidingsregels
133 133 134 135 139
Hoofdstuk 4 Artikel 47 Artikel 48
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
143 143 144
Bijlagen Bijlage 1 Staat van bedrijven Bijlage 2 Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen Bijlage 3 Archeologische beleidskaart Bijlage 4 Aanwijzingsbesluiten beschermd dorpsgezicht Bijlage 5 Beleidsnotitie Alternatieve Energiebronnen Bijlage 6 Landschappelijk Ontwikkelingskader De Wolden (LOK) Bijlage 7 Landschappelijk Ontwikkelingskader de Wolden (LOK) Deel 4 Alternatieve energiebronnen Bijlage 8 Westandsnota Bijlage 9 Supplement Westandsnota - Karakteristieke panden in welstandsvrije gebieden Bijlage 10 Bijlage bij supplement Welstandsnota Bijlage 11 Welstandsnota Kaart
3
145 146 154 156 158 169 183 313 369 401 411 477
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
4
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Toelichting
5
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
6
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Hoofdstuk 1
Inleiding
Bij de behandeling van de Wro door het parlement is de beheersverordening toegevoegd aan het ruimtelijk instrumentarium van gemeenten. Hiermee is de mogelijkheid gecreëerd om voor 'laag dynamische' gebieden op een snelle en eenvoudige wijze, een nieuw juridisch-planologisch regiem vast te stellen. Het buitengebied van de gemeente De Wolden is grotendeels te beschouwen als zo'n laag dynamisch gebied. Dat heeft de gemeente er toe doen besluiten om in 2013 een beheersverordening op te stellen. Een andere belangrijke overweging daarbij was dat de bestaande bestemmingsplanregelingen nog actueel en goed bruikbaar waren. Deze beheersverordening heeft destijds (2013) de planologisch-juridische regeling van bovengenoemde plannen opnieuw vast gelegd. Daarop waren drie uitzonderingen. In de eerste plaats zijn gebieden waar nieuwe ruimtelijke ingrepen plaatsvinden buiten het beheersgebied gelaten. Alleen de (beperkte) ontwikkelingsmogelijkheden zijn overgenomen. In de tweede plaats is toen voor sommige percelen niet van de vigerende regeling maar van het bestaande gebruik uitgegaan. Daarvoor is gekozen als dat beter past bij de actualiteit. In de derde plaats is aangesloten bij enkele regelingen van Rijk en provincie. Al met al heeft de beheersverordening van 2013 dus geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt en de bestaande (planologisch-juridische) situatie vast gelegd.
De bovenstaande werkwijze en onderbouwing is ook in z'n geheel van toepassing op de beheersverordening van 2019 en deze update van 2023. Deze betreffen namelijk alleen een update en correctie van de eerdere versies.
7
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
8
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Hoofdstuk 2
Beleidskader
Rijk De op 1 juli 2008 in werking getreden Wro kent ten opzichte van zijn voorganger een aantal nieuwe instrumenten. Eén daarvan is de beheersverordening. De beheersverordening is in de wet opgenomen om met het oog op het beheer van een gebied het bestaande gebruik snel en effectief te kunnen vastleggen in een gebied waar weinig ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien. Het gaat dus om een beheerregeling. Daarnaast heeft de beheersverordening een digitale component en sluit het aan bij de digitale opzet van het overige Wro-instrumentarium. Provincie Het provinciaal beleidskader voor het buitengebied is verwoord in de meeste recente omgevingsvisie Drenthe en de bijbehorende Provinciale omgevingsverordening. De voor het buitengebied van belang zijnde aandachtspunten, zoals water, cultuurhistorie, archeologie, landschap, natuur, landbouw, recreatie en milieu zijn meegenomen. Gemeente De beheersverordening Buitengebied De Wolden was vastgesteld in 2013 en geupdate in 2019. In deze versie zijn er een aantal actualiteiten doorgevoerd en omissies gerepareerd.
9
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
10
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Hoofdstuk 3
Plangebied en wijzigingen
De ligging en globale begrenzing van het beheersgebied zijn nagenoeg niet veranderd ten aanzien van 2019. Het betreft het gehele buitengebied van de gemeente De Wolden met uitzondering van een aantal “gaten” waarvoor afzonderlijke regelgeving geldt. Er zijn naast gevoerde planologische procedures slechts ondergeschikte algemeen geaccepteerde veranderingen opgenomen. Om zo min mogelijk in de rechten van belanghebbenden in het gebied te treden zijn bestaande rechten meegenomen. Bovenstaande betekent dat de verbeelding grotendeels een weergave is van de plankaarten van 2019, maar dat die afwijkt waar in de tussentijd legale veranderingen hebben plaats gevonden. Vermeldenswaardig is wel de toevoeging van het begrip en bijbehorende regels voor "kampeeraccommodaties", de intentie was dat accommodaties als deze passend waren onder "stacaravans en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen", echter is door een uitspraak van de rechtbank gebleken dat dit niet het geval was, terwijl dit wel wenselijk is en ook zo beoordeeld werd. Nu is dit juridisch ook geborgd. De splitsingsmogelijkheden voor woningen in het buitengbied zijn verruimd, de minimale inhoudsnorm van 450m3 is komen te vervallen, waardoor woningen in meedere kleine woningen kunnen worden gesplitst.
Verder is de definitie "cultuurgrond" toegevoegd om het gebruik van agrarische gronden zowel bedrijfsmatig als hobbymatig te kunnen gebruiken, dit miste in de 2019 versie. Ook is het supplement van de welstandsnota, die op 8 juli 2021 is vastgesteld, verwerkt. Dit betekent dat een heel aantal karakteristieke aanduidingen van panden verdwenen zijn. Daarintegen is de welstandsnota van toepassing geworden op de panden buiten welstandsgebieden die nog wel een karakteristieke aanduiding behouden hebben. In Bijlage 1 is een overzicht van de verdere wijzigingen (buiten de gevoerde planologische procedures) te vinden.
11
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
12
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Hoofdstuk 4
Beschrijving
De Wro geeft niet aan uit welke elementen een beheersverordening is opgebouwd, c.q. waaruit deze bestaat. De Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 geeft aan dat de beheersverordening wordt vormgegeven, ingericht en beschikbaar gesteld overeenkomstig IMRO 2012 en STRI 2012. De voorliggende beheersverordening voldoet aan deze vereisten. Daarnaast is zoveel mogelijk aangesloten bij SVBP 2012. Deze beheersverordening bestaat uit een verbeelding, regels, en een toelichting. In de verbeelding zijn de bestemmingen, aanduidingen en bouwvlakken als (sub)besluitvlakken opgenomen. De regels bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. Bij het bepalen van de regels is aangesloten bij de beheersverordening 2013, tussentijdse updates, vastgesteld beleid en de huidige situatie. Verder is deze beheersverordening conserverend van aard die aansluit bij hetgeen in de voorgaande beheersverordening in 2019 is geregeld. Gelet op het conserverend karakter van deze beheersverordening is er geen aanleiding om te veronderstellen dat de uitvoering ervan leidt tot nadelige milieugevolgen. Onderzoek op dit punt kan dan ook achterwege blijven. Hieronder worden wel alle onderzoeksaspecten volledigheidshalve nog even kort nagelopen.
Geluid In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones, met uitzondering van wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt en wegen die zijn aangeduid als 'woonerf'. In geval van geluidgevoelige bebouwing binnen een zone dient akoestisch onderzoek plaats te vinden. Behoudens situaties waarbij door burgemeester en wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor woningen binnen een zone als hoogst toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, 48 dB (conform artikel 82, lid 1 van de Wet geluidhinder). In het beheersgebied ligt de spoorlijn Meppel-Hoogeveen. Voor het spoor geldt een zone van 100 m. Behoudens situaties waarbij door burgemeester en wethouders een hogere waarde is vastgesteld, is vanwege het spoor een maximale geluidsbelasting van 55 dB toegestaan. Deze beheersverordening maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarvoor akoestisch onderzoek vereist is. Bedrijven Er zijn diverse bedrijven in het beheersgebied gelegen. Drie categorieën kunnen worden onderscheiden: agrarische bedrijvigheid, zoneringsplichtige bedrijvigheid (grasdrogerij bij Ruinerwold en het motorcrossterrein) en overige bedrijvigheid. Elk type bedrijvigheid wordt gereguleerd via het milieuspoor. Indien nodig zijn de 'milieuzones' die op basis van bestaande omgevingsvergunningen gelden, in de verbeelding opgenomen.
Aangezien deze beheersverordening geen ingrepen binnen de zones mogelijk maakt, is er geen sprake van (nieuwe) conflictsituaties en kan onderzoek achterwege blijven. Bodem Er doen zich volgens de provinciale Bodeminformatiekaart (internetversie) diverse knelpunten binnen het beheersgebied voor. Dit houdt verband met bodemverontreiniging, ondergrondse brandstoftanks en 'verdachte' activiteiten uit het verleden. Voorafgaand aan het verlenen van omgevingsvergunningen (in geval van nieuwe ontwikkelingen) zal de gemeente beoordelen of de bodemgesteldheid afdoende is onderzocht en het beoogde grondgebruik toelaat. Water Aangezien deze beheersverordening geen (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, is deze niet van invloed op de waterhuishoudkundige situatie. Luchtkwaliteit Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een
13
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. Deze beheersverordening maakt ten opzichte van de vigerende regelingen, geen ontwikkelingen mogelijk die van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Er is derhalve sprake van een 'nibm'-situatie waardoor onderzoek achterwege kan blijven. Ecologie Ter bescherming van ecologische waarden dient bij ruimtelijke ingrepen een afweging te worden gemaakt in het kader van het natuur Netwerk Nederland (NNN) en de Wet Natuurbescherming (2017) . Het Natuur Netwerk Nederland is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Aan deze gebieden is een natuurgerelateerde bestemming toegekend. Deze beheersverordening staat geen ontwikkelingen toe waarvoor dergelijk onderzoek vereist is. Externe veiligheid Dit is een beleidsveld dat gericht is op het beheersen van risico's vanwege de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Hiervoor gelden strikte voorwaarden. Een en ander brengt met zich mee dat bij nieuwe ruimtelijke plannen een toets aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid moet plaatsvinden. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Binnen het beheersgebied zijn diverse aardgasttransportleidingen gelegen. In de verbeelding is hiervoor een dubbelbestemming opgenomen. Daaraan is een standaardregeling gekoppeld ter beperking van het grondgebruik rond de leidingen. Er liggen enkele (zones van) routes voor het transport van gevaarlijke stoffen binnen het beheersgebied, waaronder de A28 en de spoorlijn Meppel-Hoogeveen. Deze beheersverordening leidt niet tot een verhoging het plaatsgebonden risico of groepsrisico, aangezien het ter plaatse geen (nieuwe) ontwikkelingen toestaat.
Archeologie Archeologische waarden dienen op grond van de Monumentenwet/Erfgoedwet te worden mee gewogen in de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen. Voor het beheersgebied is vooral de gemeentelijke Archeologische beleidskaart van belang. Er is een dubbelbestemming in de verbeelding opgenomen die deze beleidskaart van toepassing verklaart.
14
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Hoofdstuk 5
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Omdat de geactualiseerde beheersverordening afgeronde procedures en vastgesteld beleid vastlegt is er geen inspraak gehouden.
15
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
16
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Bijlage bij T oelichting
17
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Bijlage 1 Lijst aanpassingen
18
Aanpassingen Beheersverordening Buitengebied KAART Welstandsgebieden toegevoegd Archeologische verwachtingsgebieden toegevoegd Monumenten toegevoegd Alteveer, Alteveer 34a Opgesplitst in 2 bouwvlakken en verplaatst Drogteropslagen, Drogteropslagen 81 Agrarisch → Wonen Kerkenveld, Gedempte Wijde wijk 4a Agrarisch → Wonen en bouwblok verkleind Kerkenveld, Verbindingsweg 2a Agrarisch → Wonen, opgesplitst in 2 woonbestemmingen en verkleind Koekange, Emsweg 6 Agrarisch → Wonen Koekange, Koekangerdwarsdijk 85/87 Opgesplitst in 2 woonbestemmingen Koekange, Koekangerdwarsdijk 105 Agrarisch → Wonen Koekange, Oshaarseweg 31 Opgesplitst in 2 woonbestemmingen Koekange, Ruinerweg 64 Bedrijf → Wonen Koekange, Weerwilleweg 10 Aanduiding 2 wooneenheden opgenomen Linde, Burgemeester Jansstraat 35 VAB bestemming vergroot Linde, De Luttergreppel 13b Agrarisch → Wonen en opgesplitst in 3 woonbestemmingen Linde, Paardelanden 4 Bedrijf → Wonen Ruinen, Armstraat 26 Aanduiding 3 wooneenheden opgenomen Ruinen, Echtenseweg 5 Agrarisch → Wonen Ruinen, Hees 27 Aanduiding 2 wooneenheden opgenomen Ruinen, Oldenhave 10 Bouwvlakken gelijk gelegd aan kadastrale grens Ruinerwold, Dijkhuizen 121 Bedrijf → Wonen Ruinerwold, Dokter Larijweg 55 Aanduiding 2 wooneenheden opgenomen Ruinerwold, Dokter larijweg 137 Agrarisch → Wonen Ruinerwold, Boerpad 9 Horeca → Wonen Ruinerwold, Boerpad 12 Agrarisch → Wonen en
aanduiding 2 wooneenheden opgenomen Ruinerwold, Kraloo 1 Agrarisch → VAB Ruinerwold, Weidenweg 36 Agrarisch → Wonen Ruinerwold, Wolddijk 56 Bedrijf → Wonen Zuidwolde, Hoogeveenseweg 27 Opgesplitst in 2 woonbestemmingen Zuidwolde, Kerkweg 8 Bouwblok vergroot Zuidwolde, Kleefegge 6a Dierenartsenpraktijk → maatschappelijk Zuidwolde, Noorderweg 4 Opgesplitst in 2 bouwvlakken Zuidwolde, Ommerweg 29a Opsplitst in 2 bouwvlakken Zuidwolde, Ommerweg 63 Agrarische percelen gewijzigd van Natuur naar Agrarisch Zuidwolde, Ommerweg 78 Aanduiding 2 wooneenheden opgenomen Zuidwolde, Slagenweg L 459 Agrarisch → Natuur Zuidwolde, Steenbergen 5-7 Aanduiding 4 wooneenheden opgenomen Zuidwolde, Ten Arlo 6a en 6b Beide voorzien van de aanduiding “recreatieverblijf”
REGELS •
Toegevoegde begrippen: o Akkerbouwgronden o Beek o Chalet o Cultuurgrond o Intensief veehouderijbedrijf o Kampeeraccommodatie o Kwekerijgronden o Lodge o Monument o Pensionstal o Recreatieverblijf o Safaritent o Semi-permanente kampeeraccommodatie o Stacaravan o Standplaats o Tenthuisje o Trekkersverblijf o Tuinbouwbedrijf o Tuinbouwgronden o 24-uurs zorg, als zijnde een aan-huis-verbonden beroep • Gewijzigde/aangevulde begrippen: o Hoofdgebouw o Permanente bewoning • • • • • •
• • • •
• •
Artikelen toegevoegd voor de diverse welstandsgebieden; “cultuurgrond” toegevoegd als doel voor agrarische gronden; Aangevuld dat enkel bebouwing ten behoeve van het agrarisch bedrijf uitsluitend binnen de aanduiding is toegestaan; Pensionstal opgenomen bij bestemmingsomschrijving voor een agrarisch aanverwant bedrijf; Een aan-huis-verbonden beroep toegevoegd aan alle bedrijfsbestemmingen waar dit nog niet was toegestaan; Aan de bestemming bos toegevoegd dat recreatieverblijven toegestaan zijn ter plaatse van de aanduiding ‘recreatieverblijf’, hier ook bouwregels voor toegevoegd; “kampeeraccommodaties” toegevoegd aan de bestemmingsomschrijving en bouwregels van Recreatie-1 en Recreatie-3; De regels voor woningsplitsing verruimd; Fiets- voet en/of ruiterpaden toegevoegd aan de bestemmingsomschrijving van “verkeer”; Aan de binnenplanse ontheffing voor 24-uurs zorg als zijnde een aan-huisverbonden beroep toegevoegd dat er toestemming nodig is vanuit de beleidsmedewerker zorg binnen de gemeente; Weggevallen tijdsblok voor kleinschalige kampeerterreinen weer toegevoegd (15 maart tot en met 31 oktober); Semi-permanente kampeeraccommodaties toegevoegd aan de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden.
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Regels
21
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
22
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
verordening:
de beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 met identificatienummer NL.IMRO.1690.2023BV1002050-ON01 van de gemeente De Wolden; 1.2
beheersverordening:
het gebied waarop deze verordening van toepassing is, met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3
aan- of uitbouw:
een aan een (hoofd)gebouw aanwezig bouwwerk, dat ruimtelijk en architectonisch ondergeschikt is aan dat (hoofd)gebouw, maar in functioneel opzicht onderdeel uitmaakt van dat (hoofd)gebouw; 1.4
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aangebouwd bijgebouw:
een rechtstreeks (niet verbonden zoals bijvoorbeeld via een gang of sluis) aan het (hoofd)gebouw aanwezig gebouw, dat zowel ruimtelijk, architectonisch als functioneel ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw; 1.7
aan-huis-verbonden beroep:
een in Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen genoemd, dan wel een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen beroep, dat in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en dat is gericht op het verlenen van diensten; 1.8
agrarisch aanverwant bedrijf:
een bedrijf, dat in nauwe relatie staat tot het agrarisch bedrijf, waarvan de werkzaamheden in hoofdzaak bestaan uit het verlenen van diensten aan derden in bijvoorbeeld de vorm van het houden van dieren en/of het telen en bewerken van gewassen; 1.9
agrarisch bedrijf:
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.10
agrarisch dienstverlenend bedrijf:
een bedrijf waarbinnen uitsluitend of overwegend arbeid wordt verricht ter productie of levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische bedrijven; 1.11
akkerbouwgronden:
gronden die voor de teelt van gewassen worden gebruikt;
23
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
1.12
archeologisch waardevol terrein:
een terrein waarin zich voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen bevinden; 1.13
architectonisch ondergeschikt:
een aan-, uit- of bijgebouw die qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan een op dezelfde plaats voorkomend hoofdgebouw; dit kan zich uiten door materiaalgebruik, gevelindeling en/of nokhoogte (minimaal 1 m lager dan de nokhoogte van het hoofdgebouw); 1.14
bar-dancing:
een bar, waar tevens gelegenheid wordt geboden tot dansen, en naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijven, zoals discotheken en nachtclubs; 1.15
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.16
bedrijfsgebouw:
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.17
beek:
een min of meer natuurlijke stroom ondiep water die vanuit een oorsprong, vaak een bron, stroomafwaarts vloeit; 1.18
bedrijfsmatige exploitatie:
het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/zodanige exploitatie, dat in de recreatieverblijven daadwerkelijk recreatief verblijf plaatsvindt; 1.19
bedrijfsvloeroppervlakte:
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een bedrijf, een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.20
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.21
beperkt kwetsbaar object:
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.22
bestaand:
a. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; b. het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening of een andere planologische toestemming;
24
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
1.23
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.24
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.25
bijgebouw:
een op zichzelf staand niet voor bewoning bestemd gebouw, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.26
bijzondere dierenhouderijen:
een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het houden van (exotische) huisdieren, vissen, bijen, maden en wormen; 1.27
bijzondere paardenhouderij:
een agrarisch aanverwant bedrijf dat is gericht op het africhten, het opleiden en het trainen van paarden en pony's in eigen beheer; 1.28
bosbouw:
het geheel van bedrijfsmatig handelen en van activiteiten gericht op de instandhouding en ontwikkeling van bestaande, respectievelijk nieuwe bossen ten behoeve van (de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu en recreatie; 1.29
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.30
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.31
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.32
(bouw)perceelgrens:
een grens van een bouwperceel; 1.33
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.34
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die met de grond verbonden is, dan wel steun vindt in of op de grond (direct of indirect)
25
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
1.35
café of bar:
een horecabedrijf waar de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van dranken, met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, waarbij de bedrijvigheid zich voornamelijk binnen in het pand plaatsvind; 1.36
chalet:
een bouwwerk, bestaande uit hout of kunststof, niet zijnde een recreatieverblijf, kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.37
co-vergisting:
het gelijktijdig vergisten van verschillende biomassastromen in een vergistingsinstallatie, waarbij biogas wordt geproduceerd; 1.38
cultuurlandschappelijk waardevol terrein:
een terrein met een toegekende waarde ontstaan door het gebruik van dat terrein in de loop van de geschiedenis door de mens; 1.39
cultuurgrond:
grasland, akkerbouw-, kwekerij-, tuinbouwgronden en beweiding voor dieren, die bedrijfsmatig, dan wel hobbymatig in gebruik zijn; 1.40
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.41
erotisch getinte vermaaksfunctie:
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.42
experimenteerruimte recreatie:
ruimte bedoeld voor het op kleinschalige wijze uitproberen van nieuwe recreatievormen met als doel om de innovatiekracht van het bedrijf te versterken; 1.43
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.44
geluidbelasting vanwege een industrieterrein:
de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen, aanwezig op het industrieterrein, het geluid van niet tot de inrichtingen behorende motorvoertuigen op het terrein daaronder niet begrepen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.45
geluidgevoelige gebouwen:
gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een functie als bedoeld in het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit Geluidhinder Spoorwegen en/of het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen;
26
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
1.46
gestapelde stal:
een stal waarin vee wordt gehuisvest in twee of meer bouwlagen boven elkaar; 1.47
glastuinbouw:
een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het telen van gewassen, waarbij de productie in kassen plaatsvindt; 1.48
groepsaccommodatie:
een verblijf met meer dan tien slaapplaatsen, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantiedoeleinden en andere recreatieve doeleinden; 1.49
groepsrecreatieverblijf:
een recreatieverblijf, bestaande uit twee gekoppelde recreatieverblijven of één groot recreatieverblijf met dezelfde oppervlakte als twee losse recreatieverblijven, bestemd voor een grotere groep van personen; 1.50
grondgebonden agrarische bedrijfsvoering:
een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf; 1.51
hogere grenswaarde:
in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.52
hoofdgebouw:
een gebouw of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.53
horecabedrijf en/of -instelling:
een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.54
houtteelt:
de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe ontheffing is verleend van de melding- en herplantplicht ex artikel 4.2 en 4.3 van de Wet natuurbescherming; 1.55
intensief veehouderijbedrijf:
een bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren, zoals rundveemesterij (exclusief vetweiderij), varkens-, geiten-, vleeskalver-, pluimvee-, of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen;
27
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
1.56
kampeeraccommodatie:
een onderkomen, voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan uitgevoerd in natuurlijke kleuren passend in het landschap voor recreatieve bewoning met een lichte constructie welke middels paaltjes of geplaatst op een vlonder verbonden is met de grond, maar niet geplaatst is op een vaste fundering, in zijn geheel of enkele delen snel en eenvoudig kan worden verplaatst en niet als stacaravan, woonkeet of recreatiewoning aangemerkt kan worden; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor verblijfsrecreatie. Hieronder worden in ieder geval verstaan safaritenten, tenthuisjes, trekkershutten, lodges en chalets. 1.57
kampeermiddel:
a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht, dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.58
kampeerterrein:
een terrein ter beschikking gesteld voor het plaatsen, dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen; 1.59
kantine:
een ruimte waarin de bedrijfsuitoefening is gericht op het verstrekken van maaltijden, eenvoudige etenswaren en dranken; 1.60
karakteristiek gebouw:
een gebouw met zodanige kenmerken of een zodanige verschijningsvorm dat het een positieve invloed heeft op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in de omgeving en waarop de westandsnota (bijlage 8, 9, 10 & 11) van toepassing is; 1.61
kas:
een bouwwerk, niet zijnde een tunnelkas, dan wel een naar de aard daarmee vergelijkbaar bouwwerk, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van groenten, vruchten, bloemen of planten; 1.62
kleinschalige bedrijfsmatige activiteit:
de in Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.63
kwekerij:
een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die specifiek is gericht op het telen van bomen, struiken, tuinplanten en aanverwante gewassen, niet zijnde bosbouw; 1.64
kwekerijgronden:
gronden die voor de teelt van bomen, struiken, tuinplanten en aanverwante gewassen worden gebruikt, niet zijn de bosbouw;
28
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
1.65
kwetsbaar object:
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, die in acht moet worden genomen; 1.66
landschappelijke waarden:
de cultuurhistorische en de visuele waarden van het landschap; 1.67
lodge:
een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.68
logiesverstrekkend bedrijf:
een bedrijf waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, waarbij de logieseenheden enkel zijn ingericht voor nachtverblijf. Naast het verstrekken van logies kunnen accommodaties worden aangeboden voor dagverblijf en maaltijdbereiding; 1.69
maatschappelijke voorzieningen:
educatieve, (sociaal-)medische, (sociaal-)culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie - met uitzondering van voorzieningen ten behoeve van gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren - en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.70
manege-activiteiten:
bedrijfsactiviteiten met een publieksgericht karakter, die zijn gericht op het bieden van gelegenheid tot het berijden en verzorgen van paarden en pony's (waaronder het lesgeven, de verhuur of het organiseren van wedstrijden en/of andere hippische evenementen, alsmede het opvangen en het stallen van paarden en/of pony's); 1.71
mantelzorg:
langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.72
mantelzorgunit:
een eenvoudig te plaatsen gebouw, zoals een stacaravan of een prefab cabine, ten behoeve van mantelzorg dat na afloop van de mantelzorg op eenvoudig wijze te verwijderen is; 1.73
monument
een overblijfsel dat van algemeen belang wordt geacht als een toonbeeld voor een bepaalde stijl van bouwen, of bouwwerk met anderszins een belangrijke betekenis als tekenend bouwwerk voor een bepaalde periode; 1.74
natuurlijke waarden:
de abiotische en biotische waarden van een gebied; 1.75
niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering:
een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk in gebouwen plaatsvindt, en die als zodanig niet afhankelijk is van agrarische gronden als productiemiddel;
29
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
1.76
normaal onderhoud:
het onderhoud dat, gelet op de bestemming, regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming horen; 1.77
openbaar toegankelijk gebied:
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.78
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat hooguit aan twee zijden tegen gevels is aangebouwd en aan minimaal twee zijden open is; 1.79
overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.80
pand:
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.81
peil:
a. indien op het land wordt gebouwd: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang ; b. indien in het water wordt gebouwd: de dichtstbijzijnde Normaal Amsterdams Peil hoogte; 1.82
pensionstal:
een bedrijf waarvan de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit het houden van paarden van derden of het berijden ervan hieronder wordt verstaan de verhuur van stalling met accommodatie en of weiland en het verzorgen van paarden onder pensionstal wordt geen manege verstaan; 1.83
permanente bewoning:
bewoning als hoofdverblijf, zijnde de vaste woon- en verblijfsplaats; 1.84
plattelandswoning:
een bedrijfswoning behorend, of voorheen behorend tot een agrarisch bedrijf die door een derde mag worden bewoond; 1.85
productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.86
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding;
30
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
1.87
prostitutiebedrijf:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie wordt verricht. Onder een prostitutiebedrijf worden in elk geval verstaan: een erotische massagesalon, een sekstheater, een bordeel of een parenclub, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.88
recreatief medegebruik:
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.89
recreatieverblijf:
een gebouw dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor verblijfsrecreatie en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.90
restaurant of café-restaurant:
een horecabedrijf dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van maaltijden; 1.91
risicogevoelig bouwwerk c.q. object:
een inrichting, waarvoor ofwel op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, ofwel op grond van het Vuurwerkbesluit vanwege de verwerking of opslag van verpakt of onverpakt professioneel vuurwerk, al dan niet in samenhang met consumentenvuurwerk, een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.92
safaritent:
een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, waaronder in ieder geval tentdoek, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.93
semi-permanente kampeeraccommodatie:
kampeeraccommodatie (safaritenten, tenthuisjes, trekkershutten, lodges en chalets. en/of hiermee vergelijkbaar onderkomen) bestemd voor gebruik gedurende de periode 15 maart tot en met 31 oktober ten behoeve van kamperen op erven van woningen en (agrarische) bedrijven (minicampings); 1.94
semi-permanent kampeermiddel:
kampeermiddel (stacaravan, pipowagen en/of hiermee vergelijkbaar onderkomen) bestemd voor gebruik gedurende de periode 15 maart tot en met 31 oktober ten behoeve van kamperen op erven van woningen en (agrarische) bedrijven (minicampings); 1.95
stacaravan:
een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen; 1.96
standplaats:
toegewezen plaats;
31
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
1.97
tenthuisje:
een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, waaronder in ieder geval tentdoek, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.98
toename van stikstofemissie en stikstofdepositie:
a. er is sprake van een toename van stikstofemissie van gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting wanneer de emissie N/ha/jaar meer bedraagt dan de emissie N/ha/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting; b. indien een gelijkblijvende of een afname van emissie N/ha/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologische legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie; c. als uitzondering op lid a en b van deze bepaling geldt het volgende; 1.
er is geen sprake van een toename van stikstofemissie wanneer er sprak is van één van de volgende situaties:het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting als bedoeld onder a en b veroorzaakt een stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied die afzonderlijk en ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer, in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting in de periode waarvoor het programma aanpak stikstof geldt, niet de van toepassing zijnde waarde(n) als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 en 2 Besluit natuurbescherming overschrijdt en voorzover er sprake is van een toename van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied gelegen tussen de 0,05 en 1 mol N/ha/jaar, beschikt wordt over een geregistreerde melding als bedoeld in artikel 2.7 Regeling natuurbescherming dan wel, voorzover de melding is geregistreerd vóór 1 januari 2017 artikel 8 Regeling programmatische aanpak stikstof; 2.
de emissie N/ha/jaar afkomstig van het agrarisch bedrijf bedraagt niet meer dan de emissie N/ha/jaar van het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot de inrichting als bedoeld in lid a of b conform een ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 en/of artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming, en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, dan wel een verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die met toepassing van hoofdstuk IX Natuurbeschermingswet 1998 dan wel onder toepassing van artikel 2.2aa Bor juncto artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo is verleend en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt . 3. het weiden van vee en het op of in de bodem brengen van meststoffen. d. Onder 'programma aanpak stikstof' als bedoeld in lid c onder 1 van deze bepaling wordt verstaan het programma als bedoeld in artikel 19 kg, eerste lid van de Natuurbeschermingswet 1998 dan wel titel 2.1 van het Besluit natuurbescherming. 1.99
trekkersverblijf:
een gebouw met een eenvoudige constructie (zonder sanitaire voorziening) en een beperkte omvang ten behoeve van een kortstondig recreatief nacht- verblijf voor passanten. 1.100
tuinbouwbedrijf:
een bedrijf dat is gericht op het telen van groenten, paddenstoelen, fruit, bloemen, planten, bomen, bollen of zaden;
32
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
1.101
tuinbouwgronden:
gronden die voor de teelt van groenten, paddenstoelen, fruit, bloemen, planten, bomen, bollen of zaden. worden gebruikt; 1.102
tunnelkas:
elke constructie van hout, metaal of ander materiaal, welke met plastic of in gebruik daarmee overeenstemmend materiaal is afgedekt en dient als teeltondersteuning voor bedekte teelten; 1.103
verblijfsrecreatie:
een verblijf dat plaatsvindt in het kader van de weekendrecreatie en/of het vakantieverblijf; 1.104
verkoopvloeroppervlakte:
de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 1.105
voorgevel(rooilijn):
a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zo veel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zo veel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 m, de lijn gelegen op 15 m uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 m, de lijn gelegen op 10 m uit de as van de weg; c. in situaties waarbij a en b geen uitsluitsel geven kunnen de volgende uitgangspunten worden gehanteerd: plaats huisnummering, zijde van het gebouw waar zich de voordeur of de hoofdingang bevindt, plaats brievenbus, plaats van de hoofdontsluiting van het perceel; 1.106
voorkeursgrenswaarde:
de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit Geluidhinder Spoorwegen en/of het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen; 1.107
vrijstaand bijgebouw:
een niet met het (hoofd)gebouw verbonden gebouw, dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw; 1.108
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.109
woonhuis:
een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.110
zorgboerderij:
een agrarisch bedrijf met een directe relatie tot de sociaal-medische opvang van al dan niet lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapte personen, in die zin dat de personen, al dan niet woonachtig op de zorgboerderij, behulpzaam zijn bij de agrarische bedrijfsactiviteiten. De zorgfunctie dient zich in ruimtelijk-planologische zin als ondergeschikte (tweede) tak van het agrarisch bedrijf te manifesteren.
33
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
1.111
24-uurs zorg, als zijnde een aan-huis-verbonden beroep:
zorg als ondergeschikte activiteit bij de woonbestemming in de vorm van dagbesteding en/of 24-uurs zorg ten behoeve van ouderen en/of personen met een lichamelijke en/of verstandelijke handicap.
34
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten 2.1
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Hieronder wordt tevens verstaan de hoogste zijde van een lessenaarsdak. 2.3
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Overstekken van daken, dieper dan 40 cm, worden meegerekend bij de oppervlakte van bouwwerken; 2.6
de afstand tot de (bouw)perceelgrens:
vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (bouw)perceelgrens; 2.7
de hoogte van een molen of windturbine:
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de molen of windturbine.
Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 1 m wordt overschreden.
35
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
36
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Hoofdstuk 2
Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. cultuurgrond; b. de uitoefening van het agrarisch bedrijf; c. de bebouwing ten behoeve van het agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf'; d. de bebouwing ten behoeve van een intensief veehouderijbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; e. de bebouwing ten behoeve van het agrarisch bedrijf in de vorm van een kwekerijbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kwekerij'; f. de bebouwing ten behoeve van het agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in combinatie met een sociaal-medisch woonverblijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij'; g. de bebouwing ten behoeve van een agrarisch bedrijf (zowel grondgebonden als intensief) in combinatie met een loonwerkbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch dienstverlenend bedrijf'; h. een gebruik van en bebouwing ten behoeve van een concoursterrein ten behoeve van de paardensport, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'concoursterrein'; i. de bebouwing ten behoeve van een agrarisch bedrijf (zowel grondgebonden als intensief) in combinatie met een agrarisch aanverwant bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch aanverwant bedrijf'; j.
het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, die zijn genoemd in de Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen,met uitzondering van de woonhuizen gelegen binnen de aanduidingen 'veiligheidszone - munitie-opslagplaats A' en 'veiligheidszone - munitie-opslagplaats B'; k. de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; met daaraan ondergeschikt: l.
het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden van de gronden; m. openbare nutsvoorzieningen; n. recreatieverblijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatieverblijf'; met de daarbij behorende: o. p. q. r. s. t. u. v. w. x. 3.2
infrastructurele voorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; sloten, beken, en daarmee gelijk te stellen waterlopen; tuinen en erven; bedrijfsgebouwen; bedrijfswoningen; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen; kassen; bestaande tunnelkassen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels
a. Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: 1. er zullen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van agrarische bedrijven worden
37
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
gebouwd; 2. de gebouwen en overkappingen zullen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 3. de bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen, en de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning zullen ten minste 4 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; 4. per bouwvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één agrarisch bedrijf worden gebouwd; 5. de afstand van gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen; 6. ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij', zal de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen ten behoeve van een sociaal-medisch woonverblijf ten hoogste 500 m² bedragen; 7. het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bouwperceel bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; 8. er zullen geen torensilo's en tunnelkassen worden gebouwd; 9. ter plaatse van de aanduiding 'geen emissiepunt' zijn geen emissiepunten toegestaan; 10. de maatvoering van een gebouw en een overkapping zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:
*kassen zijn niet toegestaan bij agrarische bedrijv en die zijn gev estigd langs de Dr. Larijweg en langs Boerpad-Haakswold en Oosteinde-Wolddijk. # tenzij de bestaande maatv oering meer bedraagt, in welk gev al de maatv oering v an een bedrijf swoning ten hoogste de bestaande maatv oering zal bedragen
b. Voor het bouwen van recreatieverblijven gelden de volgende regels: 1. het aantal recreatieverblijven zal ten hoogste het bestaande aantal bedragen; 2. de oppervlakte van een recreatieverblijf zal ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen, welke oppervlakte deel uitmaakt van de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij dezelfde bijbehorende bedrijfswoning; 3. de goothoogte van een recreatieverblijf zal ten hoogste 3 m bedragen; 4. de dakhelling van een recreatieverblijf zal ten minste 15° bedragen, dan wel minimaal de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt. c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: 1. silo's en bassins zijn niet toegestaan buiten het bouwvlak; 2. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal binnen het bouwvlak ten hoogste 12 m bedragen; 3. de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten
38
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
hoogste 1 m bedraagt; 4. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal buiten het bouwvlak ten hoogste 5 m bedragen. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 3.4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.2 sub a onder 2 en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: 1. de gebouwen aansluitend aan het bouwvlak worden gebouwd; 2. de gebouwen landschappelijk worden ingepast conform het Bijlage 6 Landschappelijk Ontwikkelingskader De Wolden (LOK); 3. de oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak ten hoogste 1.500 m² bedraagt, met dien verstande dat de oppervlakte van het aaneengesloten bouwperceel maximaal 1,5 ha zal bedragen; 4. er zicht is op een langdurige vergroting van de productieomvang als gevolg van schaalvergroting of extensivering/verbreding van de bedrijfsactiviteiten en de noodzakelijkheid van de bedrijfsuitbreiding is aangetoond; b. lid 3.2 sub a onder 5 en toestaan dat de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens wordt verkleind; c. lid 3.2 sub a onder 10 en toestaan dat de goothoogte van bedrijfswoningen voor maximaal 25% van de gootlengte wordt vergroot tot 5,5 m; d. lid 3.2 sub a onder 10 en toestaan dat wordt afgeweken van de dakhellingsvereisten ten behoeve van een serrestal, mits: 1.
de serrestal landschappelijk wordt ingepast conform Bijlage 6 Landschappelijk Ontwikkelingskader De Wolden (LOK); 2. geen serrestal wordt gebouwd in gebieden waarvoor welstandscriteria gelden vanuit de welstandnota 2013 (vastgesteld 13 december 2012); e. lid 3.2 sub a onder 8 en toestaan dat tunnelkassen worden gebouwd, mits: 1. de hoogte van een tunnelkas ten hoogste 1,2 m zal bedragen; 2. geen tunnelkas op een es, beekdal of in een open gebied wordt gebouwd (Provinciale omgevingsverordening); 3. de tunnelkas gebruikt wordt bij open grondteelt ten behoeve van een volwaardige agrarische bedrijfsvoering; f. lid 3.2 sub a onder 10 en toestaan dat de dakhelling van een aan-, uitbouw, bedrijfsgebouw of overkapping voor maximaal 25% van het bedrijfsgebouw (niet zijnde de bedrijfswoning) tot een
39
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
maximum van 100 m² wordt verlaagd tot 0°; g. lid 3.2 sub c onder 1 en toestaan dat silo's en bassins buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: 1. deze opslag noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering (bedrijfseconomische redenen), dan wel om redenen van ontsluiting of milieu opslag binnen het bouwvlak niet mogelijk is; 2. de opslag direct aansluitend aan het bouwvlak wordt gesitueerd. In uitzonderingsgevallen kan meegewerkt worden aan mestopslag op grotere afstand van bouwpercelen, mits daartoe een uitdrukkelijk bedrijfstechnische noodzaak aanwezig is. Dit is niet toegestaan in de landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle gebieden, alsmede in de milieubeschermingsgebieden en in de zones nabij natuurgebieden; 3. de silo of bassin goed landschappelijk wordt ingepast conform het Bijlage 6 Landschappelijk Ontwikkelingskader De Wolden (LOK); 4. de oppervlakte van een silo of een bassin ten hoogste 750 m² (in totaliteit) zal bedragen; 5. de hoogte van een silo of een bassin ten hoogste 3,5 m, exclusief afdekking zal bedragen; 6. ten behoeve van mestsilo's of -bassins tevens de in lid 3.6 sub c genoemde afwijking is toegepast; h. lid 3.2 sub c onder 4 en toestaan dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, wordt vergroot tot 12 m. 3.5
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het opslaan van mest en/of overige landbouwproducten buiten het bouwperceel, met uitzondering van tijdelijke opslag van akkerbouwproducten; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een intensieve veehouderij, behalve ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; c. het gebruik van bouwwerken voor verblijfsrecreatieve doeleinden, anders dan bedoeld in lid 3.1; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, behalve ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel', in welk geval de gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitoefening van verkoop van zelfgekweekte of ter plaatse opgekweekte producten en specifieke tuinartikelen voor inrichting en onderhoud van tuinen, met bijbehorende accessoires, aan particulieren, waarbij de verkoopvloeroppervlakte niet meer bedraagt dat 10% van de gezamenlijke bedrijfsgebouwen met een maximum van 500 m²; e. het gebruik van de gronden als erf, buiten het bouwperceel; f. het dempen van beken; g. het gebruik van gebouwen als (plattelands)woning, niet zijnde bedrijfswoning; h. het gebruik van gebouwen ten behoeve van gestapelde stallen; i.