20260528 bijlage 6 Zienswijzennota voorkeursrecht De Egge in Zuidwolde
Tekst van het document
Zienswijzennota voorkeursrecht “De Egge” in Zuidwolde Inleiding Op 17 maart 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders het besluit genomen om een voorkeursrecht te vestigen op percelen in het gebied “De Egge” in Zuidwolde. Belanghebbenden zijn op grond van Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen tot en met 29 april 2026. Binnen de daarvoor gestelde termijn zijn er vier zienswijzen ingediend. Voor inhoudelijk op de zienswijzen wordt ingegaan wordt het aspect ontvankelijkheid toegelicht. Ontvankelijkheid Belanghebbenden zijn op basis van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen over het ontwerp raadsvoorstel en ontwerp raadsbesluit naar voren te brengen. Een belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Dat wil zeggen dat een (rechts)persoon een voldoende objectief, en actueel, eigen, persoonlijk belang dient te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. In het kader van hoofdstuk 9 Omgevingswet (voorkeursrecht) en artikel 1.1. Omgevingswet zijn bij een voorkeursrechtbeschikking vervreemders als belanghebbenden aan te merken.
Een vervreemder is, voor zover voor de ingediende zienswijze van belang, de eigenaar van een onroerende zaak waarop een voorkeursrecht is gevestigd, die tot vervreemding daarvan wil overgaan, een rechthebbende op een recht van opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik waaraan een onroerende zaak waarop een voorkeursrecht is gevestigd is onderworpen en die tot vervreemding daarvan wil overgaan, of degene die bij ontbinding van een gemeenschap met de vereffening is belast en die tot vervreemding van een onroerende zaak waarop een voorkeursrecht is gevestigd wil overgaan. Hierna wordt per zienswijze ingegaan op de ontvankelijkheid. Indien de zienswijze ontvankelijk is, wordt de strekking van de zienswijze opgenomen, waarna een reactie en een conclusie daarop volgt. Is een zienwijze niet ontvankelijk dan wordt die zienswijze niet inhoudelijk beantwoord. Zienswijze 1 Ontvankelijkheid De indiener van de zienswijze is geen eigenaar of beperkt gerechtigde van een van de aangewezen percelen waarop het voorkeursrecht is gevestigd. In die zin zijn zij geen belanghebbende bij het besluit tot het vestigen van het voorkeursrecht. De ingediende zienswijze is niet ontvankelijk en wordt niet inhoudelijk behandeld. Zienswijze 2 Ontvankelijkheid De indiener van de zienswijze is geen eigenaar of beperkt gerechtigde van een van de aangewezen percelen waarop het voorkeursrecht is gevestigd.
In die zin zijn zij geen belanghebbende bij het besluit tot het vestigen van het voorkeursrecht. De ingediende zienswijze is niet ontvankelijk en wordt niet inhoudelijk behandeld.
Zienswijze 3 Ontvankelijkheid De indiener van de zienswijze is geen eigenaar of beperkt gerechtigde van een van de aangewezen percelen waarop het voorkeursrecht is gevestigd. In die zin zijn zij geen belanghebbende bij het besluit tot het vestigen van het voorkeursrecht. De ingediende zienswijze is niet ontvankelijk en wordt niet inhoudelijk behandeld. Zienswijze 4 Ontvankelijkheid De indiener van de zienswijze is geen eigenaar of beperkt gerechtigde van een van de aangewezen percelen waarop het voorkeursrecht is gevestigd. In die zin zijn zij geen belanghebbende bij het besluit tot het vestigen van het voorkeursrecht. De ingediende zienswijze is niet ontvankelijk en wordt niet inhoudelijk behandeld.