20260211 Evaluatie programma woningbouwimpuls DW v2
Tekst van het document
Evaluatie Programma Woningbouwimpuls 2023-2025 De Wolden Versie 2 – AO/BO Startdatum 11 februari 2026
Indeling -
-
Aanleiding Resultaten in cijfers Algemene indruk van het programma Evaluatie per programmalijn o Programmalijn 1: Planning woningbouwprojecten o Programmalijn 2: Woonkansen o Programmalijn 3: Verhelpen en voorkomen knelpunten o Programmalijn 4: Optimalisatie en versnelling van het woningbouwproces Terugblik communicatie Financieel Samenvattende conclusie
Aanleiding In 2023 is gestart met het programma woningbouwimpuls De Wolden. Het onderliggende programmaplan is vastgesteld op 30 mei 2023. In de woon(zorg)visie Veelzijdig wonen in De Wolden 2023-2027 is de ambitie verwoord om 810 1.060 (was 750-1.000) woningen toe te voegen tot 2030. Dit sluit aan bij de regionale woondeal, die in december 2022 getekend is met het Rijk en de provincie. In de woon(zorg)visie is verder opgenomen dat we inzetten op een woningbouwversneller/versnellingsteam. Dit is uiteindelijk het programma woningbouwimpuls geworden. In de programmabegroting 2023-2026 is hiervoor geld beschikbaar gesteld. Het programma woningbouwimpuls is nu tweeënhalf jaar onderweg. In aanloop van de verkiezingen en een nieuwe raads- en collegeperiode is het wenselijk het programma te evalueren. Daarbij is enerzijds de indruk dat veel onderdelen van het oude programma in werking zijn gezet en anderzijds de constatering dat de wereld van woningbouw voortdurend onderhevig is aan veranderingen. De intentie is om het programma woningbouwimpuls ook de komende jaren voort te zetten. Dat vraagt een actualisatie. Een voorafgaande evaluatie is dan op zijn plaats. De evaluatie kent zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve kant.
Dankzij de nieuwgebouwde woningbouwmonitor (zie programmalijn 1) hebben we een beter inzicht gekregen in de woningbouwprojecten in onze gemeente en kunnen we eenvoudiger kwantitatieve data presenteren. Deze cijfers zijn aangevuld met de kwalitatieve ervaringen van vooral intern betrokkenen. De evaluatie volgt de lijnen van de vier vooraf bepaalde programmalijnen.
1 van 10
Resultaten in cijfers De woningbouwmonitor levert ons inzicht in de kwantitatieve resultaten. Deze evaluatie richt zich op het bereiken van het primaire doel van het programma, namelijk het behalen van de kwantitatieve doelstellingen uit de woon(zorg)visie. Voor De Wolden is streefdoel het realiseren van 810 tot 1.060 woningen tot en met 2030. Daarvan zijn er nu 120 daadwerkelijk gerealiseerd. Er is voldoende plancapaciteit om dit doel alsnog te halen. Het streven is een plancapaciteit van 130%. Daar zaten we eind 2025 met 125% net onder vanwege het doorschuiven van enkele projecten tot na 2030. Veel plannen bevinden zich in de fase zachte plannen. Zie figuur 1. 1600
1400 79
76 1200
1199
1193
64
42
1261 1182
43
35
1186
1096 1000
36
43
1187
1088
1068
1043
570
800
1059
1064
118
143
78
82
4e kw. 23
1e kw. 24
971
921
192
182
195
98
120
133
2e kw. 25
3e kw. 25
4e kw. 25
995
929
182
183
88
87
92
3e kw. 24
4e kw. 24
1e kw. 25
961
939
139
153
91
205 600
400
508 420
200 140 0
30 3e kw. 23
Gerealiseerd
2e kw. 24
Harde plannen
Zachte plannen
Verkennende plannen
Benodigde plancapaciteit
Figuur 1: Ontwikkeling van de bekende plancapaciteit per kwartaal in de gemeente De Wolden onderverdeeld naar de fase van ontwikkeling van projecten.
Op basis van het beoogde opleverjaar is de prognose dat van de bekende plannen tot en met het jaar 2030 1.264 woningen zullen worden opgeleverd. Dat ligt ruim boven het maximale streefaantal van 1.060 woningen (zie figuur 2). Aangezien veel woningen nog onderdeel zijn van zachte plannen zitten, is het niet waarschijnlijk dat dit aantal haalbaar is.
2 van 10
400
350
300
250
200
370
150 267
0 100
50
208
194 133 92
0 2021-2025
2026
2027
2028
Gerealiseerd
2029
2030
Te verwachten realisatie
Figuur 2: Prognose van de te realiseren woningen per jaar in De Wolden op basis van het opleverjaar als vermeld in de woningbouwmonitor.
Tenslotte is relevant of de juiste woningtypen worden gebouwd. In De Wolden zijn vier woningtypen prominent, te weten sociale huur (25%; conform streven minimaal 20-25%), middenhuur (20%; conform streven samen met middeldure koop minimaal 20-25%), betaalbare koop (22%, conform streven minimaal 20-25%) en dure koop (23%; te hoog want streven maximaal 10-14%. Conclusie is dat er in de plancapaciteit nog veel dure koopwoningen staan. Sociale huur
Middenhuur
Dure huur
Goedkope koop
Betaalbare koop
Dure koop
5%
25% 23%
2%
20% 22% 3%
Figuur 3: Verdeling prognose te realiseren woningen in De Wolden tot 2030 naar prijssegment.
Uit de grafieken is het volgende te concluderen: 3 van 10
Onbekend
• • • • •
Er is voldoende plancapaciteit. Het streven is 130% en dat wordt nog steeds nagenoeg gehaald. Nog veel plannen zijn zacht. Dit betekent dat ze zich nog in een verkennende fase bevinden en niet met zekerheid tot realisatie van woningen zullen leiden. Het blijft de wens om er sneller harde plannen van te maken. De daadwerkelijke realisatie oogt beperkt. In De Wolden is 11% van de beoogde woningen ook echt gereed. Er staan nog wel voldoende woningen in de planning om de bovengrens uit de woon(zorg)visie van 1.060 woningen te halen. Realisatie van de gewenste aantallen is haalbaar mits geen vertragingen meer optreden in de projecten. Wat betreft woningtypen zijn er in De Wolden nog te veel plannen voor dure koopwoningen. Dit vraagt aandacht bij toekomstige plannen.
Algemene indruk van het programma Dankzij het programma woningbouwimpuls staat het thema wonen meer op de kaart. De wens tot het bouwen van meer woningen is een breed gedragen politieke wens. De afspraak om twee keer per jaar over de voortgang te rapporteren aan de raad is een nuttige stok achter de deur om de voortgang voortdurend visueel inzichtelijk te maken en te houden. De kennis van de voortgang binnen de woonrealisatie is hiermee voor de raad ook actueler dan wanneer dat alleen via algemene beleidsstukken als een begroting of jaarverslag wordt gedaan. Woningbouw is een proces van lange adem en vraagt per project meerdere jaren. De effecten van het programma op specifiek versnelling zijn daardoor ook niet goed inzichtelijk te maken. Door de maatregelen die zijn ingevoerd voelen we instinctief dat die leiden tot versnelling (zeker ten opzichte van de voorafgaande situatie), maar aantonen in kwantitatieve resultaten kunnen we dat nog niet. Binnen het project versnelling vergunningverleningsproces proberen we versnelling wel aan te tonen (zie programmalijn 4), daarvan komen de eerste resultaten in het voorjaar van 2026 beschikbaar. Het programma is in de afgelopen jaren behoorlijk intern gericht geweest.
Het heeft zich vooral gericht op het beter organiseren van de eigen processen en het verbeteren van inzicht via monitoring, vanzelfsprekend wel met het doel te komen tot versnelling. Daardoor lijkt de buitenwereld nog weinig te merken van versnelling. Dat zal de komende periode verandering behoeven. Versnelling is niet alleen maar het oplossen van kortetermijnincidenten of het aanpassen van bestaande werkwijzen, maar ook het creëren van strategische samenwerking en strategische positionering die zich op middellange termijn uitbetalen. De gemeente neemt nu een kwetsbare positie in. We zijn (te) afhankelijk van de inzet van anderen en dan met name van de markt. De gemeente faciliteert, anderen bouwen woningen. Kortom, het huidige programma staat en heeft geleid tot meer inzichten en het op orde brengen van processen. Nu komt het aan op de praktische uitvoering, realisatie en bestendiging daarvan.
4 van 10
Doorkijk per programmalijn Het programma kent vier actielijnen. Deze worden per programmalijn besproken. Programmalijn 1: Planning woningbouwprojecten Het doel van deze programmalijn was het introduceren van een monitoringsysteem op basis van projecten en het bewaken en rapporteren daarover. Ook dient een betere monitor het prioriteren van projecten, het verbeteren van de samenhang tussen projecten en het inzichtelijk krijgen van knelpunten. De Wolden mag trots zijn op de woningbouwmonitor die is opgebouwd. We lopen hiermee voorop in Drenthe. We hebben het gevraagde inzicht vergroot en het onttrekken van data voor rapportages is sterk vereenvoudigd. We hebben een publieksvariant. Deze wordt zichtbaar benut door inwoners en externe partners (t/m afgelopen september gemiddeld 16 bezoeken per dag). De woningbouwmonitor blijft in ontwikkeling. De leverancier werkt aan een 2.0 versie waarbij wij onze inbreng hebben. Daarnaast vraagt het vullen en voeden van de monitor blijvend aandacht en worden nog steeds ervaringen opgedaan die leiden tot verbeterslagen. Groot voordeel is dat rapportages aan de provincie en het Rijk rechtsreeks via de monitor verlopen en er minder ellenlange vragenlijsten meer hoeven te worden ingevuld. Dat is tijdswinst. Een probleem blijft nog dat het Rijk aan de bestaande vraag steeds nieuwe kengetallen blijft toevoegen.
Het gaat vaak om kengetallen die (zeker in de beginfase) niet bij de gemeente bekend zijn en dat vraagt extra zoekwerk. De monitoring heeft het inzicht in de planningen van de woningbouwprojecten vergroot. Wat niet lukt is om via de monitor te sturen op deze planningen. Daar zijn andere wegen voor nodig. De gemeente is voor de planningen enerzijds afhankelijk van externe partijen als ontwikkelaars of woningcorporaties. Anderzijds kunnen we intern meer winst behalen door beter te plannen (zie programmalijn 4). Planningen worden te vaak niet gehaald en hieraan worden te vaak geen consequenties verbonden. De wens is om hier meer moeite voor te gaan doen. Dit vraagt een andere houding van organisatie en medewerkers. Tenslotte biedt de monitor nog te weinig zicht op de redenen waarom planningen achterblijven. Welke knelpunten vormen hiervoor de oorzaak? Daar ligt nog een laatste punt voor doorontwikkeling. Programmalijn 2: Woonkansen Het doel van deze programmalijn was het uitbreiden van de plancapaciteit naar het gewenste aantal woningen uit de woon(zorg)visie en de regionale woondeal. Daarbij is rekening gehouden met de doelgroepen, woningtypen en prijssegmenten. Uit de kwantitatieve analyse blijkt dat sprake is van nagenoeg voldoende plancapaciteit. Het is dus mogelijk om de gewenste doelen te halen. In alle dorpen wordt gebouwd of liggen plannen.
Hier heeft het programma succes geboekt. Maar met plancapaciteit alleen ben je er niet. Veel plannen zijn nog onzeker en bevinden zich in de fase van onderzoek of inspraak. Deze plannen zijn nog zacht. Plannen worden pas echt serieus wanneer de planologische procedures zijn doorlopen en vergunningen zijn verleend. Daarmee worden plannen hard. De laatste stap tot realisatie is vervolgens het bouwen van de woningen zelf.
5 van 10
Het aantal zachte plannen is verhoudingsgewijs nog te groot en de uitdaging voor de komende tijd ligt in het versneld omzetten van zachte naar harde plannen. Het bereiken van de juiste verhouding in woningtypologieën vraagt ook nog meer aandacht. Hier wreekt zich de afhankelijke positie van de gemeente. We hebben af te wachten met welke plannen externe partijen komen. Vervolgens kunnen we deze plannen wel proberen bij te sturen, maar op het startmoment van de besprekingen hierover staan we al met 1-0 achter. Het helpt ons wanneer de gemeente meer regie aan de voorkant kan hebben. Grondeigendom is een factor die dit spel positief kan beïnvloeden. Voldoende plancapaciteit betekent ook dat nieuwe plannen worden afgehouden. Het is niet logisch om meer plannen na te streven dan dat er aangetoonde woonbehoefte (zie de woon(zorg)visie) voor bestaat. Hieraan kleven echter twee nadelen. Ten eerste sla je hiermee mogelijk een enthousiast en kansrijk initiatief dood. Ten tweede worden ontwikkelaars die geen haast hebben beloond. Wanneer zij op de lijst van de huidige plancapaciteit staan, hoeven zij zich niet meer te haasten. Het is daarom zorg om initiatiefnemers scherp te houden en ze tot actie aan te zetten.
Hiervoor zijn eerste stappen gezet (bijvoorbeeld door in het voortraject te gaan werken met intentieovereenkomsten of samenwerkingsovereenkomsten), maar in de komende periode kunnen deze verbeterd worden en deadlines strakker worden toegepast. Tenslotte is de oriëntatie op plancapaciteit nu vooral ingegeven door projecten. Er wordt minder met een strategische bril naar langetermijnontwikkelingen gekeken. Ook zou de gemeente meer gebruik kunnen maken met strategische instrumenten als actief grondbeleid of het vestigen van voorkeursrecht (via de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg)) op bepaalde locaties. We willen meer grip op de locaties waar de gewenste aantallen woningen gaan “landen”. Wat zeker mist is contact over strategische ontwikkelingen met externe partijen, bijvoorbeeld met ontwikkelaars, woningcorporaties, makelaars en dergelijke. Het landschap van woningontwikkelaarsen bouwers is versnipperd. Er is geen echt lokale trekker. Programmalijn 3: Verhelpen en voorkomen knelpunten Binnen woningprojecten treden regelmatig knelpunten op die vertraging veroorzaken. Het doel van programmalijn 3 was om deze te herkennen en op te lossen. Het beschikbare programmageld is voor een groot deel aan het wegnemen knelpunten besteed. De knelpunten, die in de afgelopen jaren zijn aangepakt, zijn divers van aard.
Het impulsteam wonen heeft zich de afgelopen jaren binnen de organisatie gericht op het inventariseren en agenderen van deze knelpunten. Hierbij is nauw samengewerkt met de projectleiders van woningbouwprojecten. De volgende onderwerpen zijn aan aangepakt: -
Financiering: er is subsidie aangevraagd ter ondersteuning van de businesscases van woningbouwprojecten. Denk aan de provinciale knelpuntenpot woningbouwprojecten. Inzet externe expertise: er is gebruikgemaakt van externe kennis vanuit het landelijke expertteam wonen, het provinciale impulsteam wonen en externe advisering van bureaus. Veelal ging dat om inhoudelijk advies en meedenkkracht. Inzet programmageld: het beschikbare programmageld is ingezet om snelheid binnen projecten te organiseren door het verrichten van onderzoek en de inzet van noodzakelijk advies (zie het kopje financieel).
6 van 10
-
Randvoorwaardelijke beleidskaders: Voor enkele onderwerpen zijn gemeentelijke beleidskaders uitgewerkt, die woningbouw moeten stimuleren. Voorbeelden zijn de beleidskaders voor woningsplitsing en flexwonen op eigen erf. Agenderen gemeenteoverstijgende knelpunten: er zijn problemen geconstateerd die het mogelijkheden van de gemeente te boven gaan. Deze zijn geagendeerd bij de provincie en de rijksoverheid. De provinciale rapportage randvoorwaarden is een uitkomst hiervan. Ook is waar mogelijk een lokaal handelingskader ingericht om hier binnen de gemeente mee om te gaan. Voorbeelden zijn: o Zonering gewasbeschermingsmiddelen: dit knelpunt zorgt voor veel onduidelijkheid en vertraging bij projecten naast landbouwgrond. Er is door de gemeente De Wolden veel onderzoek gedaan vanuit het programmabudget naar de mogelijkheden en grenzen van dit knelpunt. Hierdoor lopen we wat betreft kennis over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voorop in Drenthe. o Stikstof: dit speelt nadrukkelijk in de buurt van Natura 2000-gebieden. De provincie is het bevoegd gezag voor het verstrekken van natuurvergunningen. Met de provincie wordt gezocht naar mogelijkheden, die echter ook een oplossing op nationaal niveau vragen. Voor woningbouw maken we gebruik van het gemeentebreed stikstofonderzoek waarbij we vroegtijdig kunnen inschatten of stikstof een belemmering vormt.
o Netcongestie: dit knelpunt dreigt en heeft zich ook al één keer gemanifesteerd in De Wolden. Het is nog lastig om hier op een goede manier de vinger achter te krijgen. Er is nog meer en mogelijk ander contact nodig met de netbeheerders.
Het herkennen en agenderen van knelpunten zal altijd nodig blijven. Terugkijkend is het de vraag of meer prioritering nodig is. Achteraf is te constateren dat soms lang is stilgestaan bij knelpunten die uiteindelijk slechts betrekking hebben op één of enkele woningen. Ook zijn regelingen ingesteld, die wenselijk leken, maar waarvan maar in beperkte mate gebruik wordt gemaakt. Het advies voor een nieuwe periode zou daarom kunnen zijn bij het oplossen van knelpunten meer aandacht te hebben voor prioritering. Durf te kiezen voor het met voorrang oplossen van knelpunten die echt een grote impact hebben op de realisatie van meer woningen. Programmalijn 4: Optimalisatie en versnelling van het woningbouwproces In deze programmalijn is ingezet op de optimalisering van het proces ruimtelijke initiatieven en op het wegnemen van belemmerende wetgeving. Het gaat hier om betere afspraken over de werkwijze binnen de gemeente en om betere afspraken met externe partners. Het programma woningbouwimpuls werkt als een matrix. Regulier is sprake van lijnsturing. Van directie naar de netwerken naar de teams. Uitvoering vindt plaats binnen de verantwoordelijke teams. Het programma werkt teamoverstijgend en streeft naar het binden van meerdere uitvoerende teams aan de woningbouwopgave. Op projectniveau doen de projectleiders dat ook.
Zij hebben de medewerking van diverse uitvoerende teams nodig om hun project te realiseren. Uit de evaluatie blijkt dat het aanpassen van de werkwijze binnen de gemeente uitdagend is en tijd vraagt. Het project versnelling vergunningsverleningsproces heeft een lange aanloop gehad, maar is nu gestart. Het projectplan is in september 2025 door het college van B&W vastgesteld. Dit project en ook enkele andere afspraken gaan uit van het strikter naleven van afspraken. Dat kan gaan om deadlines, het nadrukkelijker beoordelen op de kwaliteit van ingediende stukken, het hanteren van beleidskaders en dergelijke. De gedachte hierachter is dat duidelijkheid leidt tot 7 van 10
scherpte en dat scherpte leidt tot betere voorstellen van aanvragers. De organisatie is daardoor minder tijd kwijt en kan productiever zijn. De keerzijde is dat er minder ruimte is voor coulance en grensgevallen. Hierin zit een uitdaging, want dit leidt ook tot het afwijzen van initiatieven en dat kan gevoeligheden met zich meebrengen. Dit vraagt ook goede afspraken met het bestuur en het nakomen van deze afspraken in het bestuurlijk-ambtelijk samenspel. De huidige stand van zaken is dat we vanaf nu ervaring gaan opdoen en met een goede monitoringssystematiek de effecten gaan meten. Uit de evaluatie blijkt ook dat het programma woningbouwimpuls nog te veel wordt gezien als een bestuurlijke impuls. Diverse onderdelen van de ambtelijke organisatie voelen zich minder of geen eigenaar van de opdracht. Het is zaak om het mede-eigenaarschap te vergroten. Daarbij hoort de vraag: What’s in it for me? Een voorbeeld van prioritering is de wens om werkzaamheden die leiden tot meer woningen boven werkzaamheden aan andere onderwerpen te stellen. Op papier is deze wens geuit, maar in de praktijk komt hier nogal wat bij kijken. Binnen het net gestarte project versnelling vergunningverleningsproces is deze prioritering een onderdeel. Vergunningaanvragen waarbij woningrealisatie speelt worden met voorrang opgepakt. Ook organisatorisch zijn er wensen geuit.
Projectleiders vinden het lastig om de juiste mensen te binden voor het oplossen van vraagstukken in hun projecten. De capaciteitsproblematiek is een duidelijke oorzaak hiervoor, maar ook het stellen van prioriteiten. Er zijn op het ogenblik voldoende projectleiders. Het knelt met name bij specialisten die deelprocessen moeten verzorgen. Hier is blijvende aandacht voor nodig. Hetzelfde geldt voor een scherpere taakverdeling. Nu is daar regelmatig onduidelijkheid over. De ambities verwoord in de Notitie projectsturing SWO De Wolden Hoogeveen beogen hierin verandering te brengen. Tenslotte blijken duidelijke kaders en duidelijk procesafspraken niet altijd aan te sluiten bij de politiek-bestuurlijke realiteit. Voor dit samenspel zal ook de komende periode aandacht nodig blijven Terugblik communicatie Het programma woningbouwimpuls is ondersteund door actieve communicatie. De publieksversie van de woningbouwmonitor is hier een zichtbaar product van. Via een straatgraffiti-campagne is hiervoor extra aandacht verkregen. Verder is dankzij de halfjaarlijkse agendering in de gemeenteraad de politieke aandacht voor de voortgang op het terrein van woningrealisatie verbeterd. De evaluatie laat ook nog wensen zien. De volgende punten zijn aangedragen: -
-
De woningbouwmonitor zegt veel over projecten. Het maatschappelijke middenveld in de dorpen en wijken heeft vaak vragen die verder gaan dan een algemene stand van zaken. Hier mag meer aandacht voor zijn. De mogelijkheden voor woningbouw zijn vergroot door bijvoorbeeld de kaders voor woningsplitsing en flexwonen op eigen erf. De samenleving is te weinig op de hoogte van alle mogelijkheden die er zijn. Mensen gaan zich pas verdiepen in de mogelijkheden wanneer ze een concrete vraag hebben. Communicatie en participatie rond woningbouwprojecten is lastig. De gemeente werkt bij voorkeur via het Beleidskader participatie Omgevingswet. Externe partijen kunnen hier nog
8 van 10
-
beter op gewezen worden. Voorkomen moet worden dat omwonenden zich overdonderd voelen door nieuwe woningbouwplannen in hun omgeving. We willen strakker sturen op termijnen, het aanleveren van informatie en dergelijke. Ook hierover is duidelijke communicatie nodig. In het project versnelling vergunningsverleningsproces is hier aandacht voor. Het creëren van eigenaarschap in de organisatie vraagt onder meer om een duidelijk intern communicatieprogramma richting de eigen medewerkers. Hier kan meer aandacht aan worden besteed.
Financieel Vanaf 2023 is jaarlijks is een extra budget beschikbaar gesteld om de woningbouwimpuls vorm te geven. Voor de gemeente De Wolden gaat het om € 180.000 per jaar. Dit geld is deels besteed aan een extra personele inzet en deels aan het oplossen van knelpunten door het vragen van advies aan specialisten of het laten uitvoeren van onderzoek. Ook zijn middelen besteed aan communicatie. De middelen zijn voor een groot deel uitgegeven of anders doorgeschoven naar een volgend jaar. De volgende tabel toont de inzet van de middelen in de afgelopen drie jaren, waarbij de cijfers voor 2025 niet volledig zijn (zie de komende Jaarrekening 2025 voor de volledige cijfers): 2023
2024
2025
INKOMSTEN Begroot Subsidies
€
180.000
€ €
180.000 34.233
€
180.000
Totaal inkomsten
€
180.000
€
214.233
€
180.000
UITGAVEN Personele inzet
€
83.767
€
83.767
€
83.767
€
127.912
€
58.902
€
68.041
€ € €
78.413 48.271 1.228
€ € €
51.260 5.370 2.272
€ € € €
18.718 46.805 2.350 168
€
37.450
0,29 fte Programmaleider 0,15 fte Ondersteuner 0,15 fte Communicatieadv. Inzet voor projecten Inzet ruimtelijk advies Juridisch advies Communicatie Diversen Verplichtingen Totaal uitgaven
€
211.679
€
142.669
€
189.258
Uitputting
€
-31.679
€
71.564
€
-9.258
9 van 10
Inzet voor onderzoek en advies helpt om de snelheid binnen projecten vast te houden en om knelpunten weg te nemen. Het programmageld werkt als een katalysator. Samenvattende conclusies Het programma woningbouwimpuls is tweeënhalf jaar onderweg en is geëvalueerd. De kwantitatieve en kwalitatieve evaluatie geeft inzicht in het resultaat van de inspanningen in de afgelopen jaren en biedt zicht op de ambities voor de jaren die voor ons liggen. Samenvattend valt terug- en vooruitkijkend het volgende te concluderen: -
-
-
-
-
Woningbouw is een proces van lange adem. Er zijn nieuwe wegen ingeslagen. De uitkomst hiervan dient zich nog te tonen. Doorgaan op de ingeslagen weg ligt voor de hand. Uiteindelijk wint duidelijkheid en voorspelbaarheid het van voortdurende aanpassing. Dit vraagt om het vasthouden aan heldere lijnen en de verdere uitwerking daarvan. De woningbouwmonitor heeft toegevoegde waarde. Deze levert meer inzicht en mogelijkheden om onze inspanningen op af te stemmen. Er zit nog ontwikkelpotentie in de monitor. Versnelling is moeilijk meetbaar. Er is geen controlegroep. Een voorbeeld van een ontwikkelpunt in relatie tot de monitoring is het werken met planningen. Deze worden regelmatig niet gehaald en hieraan worden geen consequenties verbonden. De wens is om hier meer moeite voor te gaan doen bestaat al, maar moet nu een praktisch vervolg krijgen. Dit vraagt een andere houding van bestuur, organisatie en medewerkers. Er is nagenoeg voldoende plancapaciteit1. De uitdaging is om plannen ook daadwerkelijk te realiseren. Zachte plannen moeten zo snel mogelijk harde plannen worden. Hier is nog winst te behalen. De instrumenten die hiervoor al zijn ontwikkeld moeten nu hun werk doen. Tegelijkertijd is het verstandig sneller afscheid te nemen plannen die weinig kansrijk zijn. Het herkennen en agenderen van knelpunten zal altijd nodig blijven.
Het advies voor een nieuwe periode is bij het oplossen van knelpunten meer aandacht te hebben voor prioritering. Het is van belang te kiezen voor het met voorrang oplossen van knelpunten die echt een grote impact hebben op de realisatie van meer woningen. De ambities voor woningbouw vormen een opgave voor de hele organisatie en niet alleen voor de mensen van het beleidsterrein wonen. Dit vraagt nog meer intern commitment. Intern commitment vraagt meer aandacht voor interne communicatie naast de communicatieve inzet die nu vooral extern gericht is. Extern mag er aandacht zijn voor alle mogelijkheden die er nu al zijn om woningen te bouwen. Tenslotte biedt het volgende citaat uit één van de gesprekken een goede les voor de komende programmaperiode: ”Als we alles bouwen voor iedereen, bouwen we niets voor iemand.”
1 Plancapaciteit is de voorraad aan woningbouwplannen die als basis dienen voor het uiteindelijk realiseren van
het gewenste aantal woningen per 2030. Woningbouwplannen kunnen gerealiseerd zijn, ‘hard’ zijn (gaan zo goed als zeker door), ‘zacht’ zijn (onzeker, nog in onderzoek) of nog in de ideeënfase verkeren.
10 van 10