20251124 Plan van Aanpak windstrategie
Tekst van het document
In stap 2, de verkenningsfase, gaat het erom dat de volledige verkenning wordt uitgevoerd en dat vervolgens het besluit wordt genomen om door te gaan met windenergie, inclusief de definitieve aanwijzing van een gebied/locatie. Stand van zaken per gemeente De situatie verschilt per gemeente/provincie en ziet globaal zo uit: 1. Voor Meppel kan worden gesteld dat de verkenningsfase is afgerond, met een keuze voor Noord-IV. Deze keuze is gebaseerd op eerdere trajecten van de gemeente Meppel, zoals de omgevingsvisie (april 2025) en het omgevingsprogramma voor Noord-IV (september 2023). 2. Voor Steenwijkerland kan worden gesteld dat er geprobeerd is om bij Oldemarkt zelf initiatief te nemen. Dit is niet gelukt. In de gemeente Steenwijkerland heeft de provincie Overijssel besloten om medewerking te verlenen aan één initiatief van 1 windturbine op bedrijventerrein Groot Verlaat bij Steenwijk. Andere initiatieven zijn afgewezen. 3. De Wolden heeft ervoor gekozen om de verkenning via participatie verder te verkennen. Dit betekent dat, hoewel er in principe al een keuze is gemaakt voor Ruinerwold Noord, de verkenning nog 23
afgerond moet worden op basis van de uitkomsten van de participatie en de daaropvolgende besluitvorming (tweede helft 2026). In vergelijking met een ‘regulier’ windproject gebruikt De Wolden de verkenning om de ambitie voor wind vast te kunnen stellen. Samengevat kan worden gezegd dat vooral voor Meppel de verkenningsfase is afgerond en dat de gemeente verder kan met de planvormingsfase. Voor Steenwijkerland geldt dat de initiatiefnemer van het initiatief dat door de provincie Overijssel is uitgekozen, in ieder geval verder kan naar de planvormingsfase. In De Wolden is nog een besluit van de gemeenteraad nodig. Invloed op de samenwerking Concreet betekent het dat op dit moment een gezamenlijke windproject niet kan doorstromen naar de planvormingsfase. Op het gebied van verdere ontwikkeling van beleidsvorming kan er echter wel gezamenlijk worden opgetrokken. Daarom is het uitgangspunt om in de volgende fase van de samenwerking, waar het gaat om thema’s als beleid lokaal eigendom, landschappelijke waarden en participatie, gezamenlijk verder op te pakken. Op deze manier kan de samenwerking effectief worden voortgezet, ook als de besluitvorming over een windproject per gemeente verschilt.
Afbeelding: stappenplan regulier windproject en voortgang diverse gemeenten en provincie
24
3. Planvormingsfase (uitwerken randvoorwaarden) •
• •
Stap: Uitwerken van locaties en vastleggen van de randvoorwaarden voor windenergie. o Participatie gericht op lusten- en lastenverdeling, randvoorwaarden. o Onderzoeken op planMER-niveau (geluid, slagschaduw, ecologie, landschap, gezondheid, etc.). o Kaders vastleggen voor de windontwikkeling: lokaal eigendom, landschappelijke randvoorwaarden, bevoegd gezag. o Planvoorbereiding zou zoveel mogelijk voorbereid moeten zijn. Het gaat dan om onderwerpen als bevoegd gezag, netcongestie, lokale normen vs landelijke normen. o Projectdefinitie. Er moet helder worden of de focus ligt op een windpark of dat ook andere doelen of opgaven onderdeel zijn van het project (natuurontwikkeling, wateropgave, bedrijven, recreatie, etc.) o Het is in deze fase ook effectief als duidelijk wordt wie de initiatiefnemer is en - als daar sprake van is - hoe samenwerking eruit ziet (vastgelegd in overeenkomsten). Resultaat: Inzicht in haalbaarheid, initiatiefnemer duidelijk, effecten en de noodzakelijke voorwaarden voor ontwikkeling. Go/no-go moment: Vaststellen van de kaders en randvoorwaarden (zoals hierboven benoemd) voor windenergie door gemeenteraad en/of provinciale staten.
Stand van zaken per gemeente De situatie verschilt per gemeente/provincie en ziet globaal zo uit: 1. In Steenwijkerland is het aan de initiatiefnemer van het door de provincie Overijssel uitgekozen project om verder te gaan in de planvormingsfase. 2. Voor De Wolden is een klein deel van de randvoorwaarden al ingevuld door het vaststellen van de 800m-normafstand. Echter moet er nog veel voorbereidend werk gebeuren om de complete kaders en 25
randvoorwaarden voor een windproject duidelijk te hebben. Zoals eerder aangegeven moet de ambitie (stap 1) feitelijk nog worden vastgelegd. 3. In Meppel is er voor Noord IV en voor de omgevingsvisie al een PlanMER opgesteld. Er is een juridische toets nodig of dit voldoende is. Er zijn nog wel stappen te zetten om de planologische fase te kunnen starten. Vooral belangrijk zijn de vormgeving van het lokaal eigendom beleid, de projectdefinitie, keuze over lokale normen en het bepalen wie de initiatiefnemer is. Invloed op de samenwerking Voor alle samenwerkingspartners geldt dat nog niet aan de planologische fase kan worden begonnen. Een gezamenlijk project lijkt gezien de grote verschillen in voortgang nu niet waarschijnlijk. Een gezamenlijk project zal langer duren omdat het afronden van fase 3 essentieel is voor het starten van de planologische fase. Op elkaar wachten of zelfs een stap terug doen is niet aan te bevelen. Het is verstandig op voorhand te benoemen aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan om dit nog te kunnen doen.
Randvoorwaarden die gereed moeten zijn voor de planologische fase. MER-strategie inclusief alle onderzoeken Beleid voor randvoorwaarden (lokaal eigendom, landschappelijke randvoorwaarden, participatie) Bevoegd gezag geregeld & duidelijkheid over rolverdeling: Als onduidelijk blijft of gemeenten individueel of gezamenlijk verder willen, is het risico op dubbel werk en inefficiëntie aanwezig of komt het project in zijn geheel niet van de grond. Indien er nog geen marktpartij of energiecoöperatie optreedt als trekker van het project, zullen overheden zelf in de lead moeten zijn. Dit vraagt om investeringen in:
Grondcontracten en aanbetalingen (optieovereenkomsten of vergoedingen voor planvoorbereiding) o Aanvraagkosten voor vergunningen en planwijzigingen Compensatie en omgevingsbijdragen: Bij een sturende rol is ook de verantwoordelijkheid voor financiële afspraken met de omgeving voor de planologische fase belangrijk (bv. omgevingsfonds, nadeelcompensatie, gebiedsontwikkeling). Netwerkaansluiting en infrastructuur: Kan worden geanticipeerd op netcongestie. Bij sommige locaties zijn hoge aansluitkosten te verwachten of is er een lange wachttijd. o
Disclaimer: de onderstaande stappen zijn onderdeel van het standaardproces en dienen ter illustratie. Deze stappen zijn nog niet definitief voor de windprojecten in deze samenwerking en kunnen variëren, afhankelijk van de keuzes die in fase 3 per gemeente of provincie worden gemaakt.
4. Planologische fase (Project-MER en Omgevingsplan/Projectbesluit) •
•
26
Stap: o Opstellen van Project-MER. o Uitwerken van concrete locatie(s) in omgevingsplan of projectbesluit. o Formele procedures, inspraak en zienswijzen. Go/no-go moment: Raadsbesluit of besluit gedeputeerde staten om de planologische procedure te starten en vaststelling van het plan. o Dit is het cruciale go/no-go moment in de besluitvorming.
5. Juridische fase • •
Stap: Mogelijke beroepsprocedures bij de Raad van State. Go/no-go moment: Uitspraak van de Raad van State (definitief planologische besluit).
6. Realisatiefase (initiatiefnemer centraal) Afhankelijk van wie de initiatiefnemer is (markt, coöperatie of overheid zelf). • Stap: o Financiering en business case (financial close). o Vergunningverlening detailniveau (bouwvergunning, SDE++subsidie). o Contracten (grond, aannemer, netaansluiting). o Start bouw en uitvoering. • Go/no-go momenten: o Financial close (is project economisch haalbaar?). o Realisatiecontracten rond (grond, aansluiting, leveranciers). o Start bouw. 7. Exploitatie en beheer • Stap: Ingebruikname van het windpark. o Monitoring van geluid, slagschaduw, ecologische effecten. o Uitvoering van afspraken over lokaal eigendom, omgevingsfonds of participatie. • Go/no-go moment: Feitelijk einde van ontwikkelproces, begin exploitatie (20–25 jaar).
7.2 Tijdspad en mijlpalen samenwerking In het licht van bovenstaande is voor de samenwerking is in eerste instantie de volgende route met mijlpalen voorzien. Fase A – Strategievorming in plan van aanpak (februari – november 2025) Deze fase loopt parallel met individuele trajecten per gemeente. De te nemen stappen zijn: • Gemeenten en provincie bepalen strategische keuzes, rolneming en inzet (zie checklist eerder in dit hoofdstuk). • Eerste verkenning met ketenpartners en stakeholders. • Vastleggen aanpak in een plan van aanpak. • Go/No-Go 1: Instemming plan van aanpak. BO 3 november 2025
27
Afbeelding: stappenplan regulier windproject en samenhang met de samenwerkingsstappen Fase B – Uitwerken beleidssporen (augustus – april 2026) In de volgende fase wordt gewerkt aan de randvoorwaarden voor de planvormingsfase voor de windontwikkeling. Dit is daarmee input voor de planvormingsfase van een windpark zoals beschreven in paragraaf 7.1 voor iedere gemeente of provincie. • Gezamenlijke uitwerking van beleid voor: lokaal eigendom, landschappelijke en ruimtelijke randvoorwaarden, communicatie en participatie. • Advies over bevoegd gezag en organisatievorm. • Afweging van projectmatige samenwerking (per gebied). Definiëren van mogelijkheden voor gezamenlijke ontwikkeling. • Go/No-Go 2: Instemming in de Regio Zuidwest-Drenthe met beleid voor lokaal eigendom, communicatie en participatie, en landschappelijke randvoorwaarden. Afspraken over volgende fase van samenwerking. 28
De fases hierna zijn afhankelijk van de uitkomsten van fase B en het besluit of er een gezamenlijk windproject komt. Als er geen gezamenlijk windproject komt dan is het verstandig om te bepalen hoe de samenwerking er hierna uitziet. Fase C – Bepalen vervolg samenwerking (2026) • Rolneming van diverse gemeenten als beleid is afgerond • Monitoring lokaal eigendom • Go/No-Go 3: Besluitvorming over samenwerking de komende jaren
7.3 Besluitvormingsmomenten Samengevat zijn voor de samenwerking op dit moment de volgende mijlpalen voorzien: • Go/No-Go 1: Instemming met het plan van aanpak door de colleges, waarmee opdracht wordt gegeven voor de uitwerking van de beleidssporen: lokaal eigendom, communicatie en participatie en ruimtelijke en landschappelijk randvoorwaarden, 3 november 2025. • Go/No-Go 2: Instemming in de Regio Zuidwest-Drenthe over het beleid lokaal eigendom, communicatie en participatie, en ruimtelijke en landschappelijke randvoorwaarden. Verwachte besluitvorming medio 2026. • Go/No-Go 3: Besluit over gezamenlijke of individuele projectontwikkeling. Aangezien dit nu nog niet heel waarschijnlijk lijkt, is een alternatieve mijlpaal: het vastleggen van de verdere samenwerking gekoppeld aan de individuele windprojecten. Verwachte besluitvorming medio 2026.
29
8. Financiën en Middelen 8.1 Kostenraming voor het proces De samenwerking rondom de verkenning van windenergie vraagt om een structurele en gezamenlijke investering van alle betrokken overheden. In deze fase ligt de nadruk op beleidsontwikkeling, communicatie en participatie.
Begroting en uitgaven Korte termijn Voor de volgende fase uitwerking beleidssporen - (2025–2026) worden de volgende kosten begroot en/of zijn al uitgegeven: • Beleidsontwikkeling : € 70.000 (begroot) o Opdracht kadernotitie lokaal eigendom verstrekt: € 12.500,• Beleidsontwikkeling landschappelijke verkenning: € 21.000,- (opdracht verstrekt) • Communicatie en participatie: o Strategisch communicatieplan: € 6.700 (opdracht verstrekt) o Omgevingsanalyse € 24.000,- (opdracht verstrekt) • Projectleider samenwerking: € 90.000,- (begroot) Lange termijn Na deze fase (B uitwerking beleidssporen) volgt – afhankelijk van de uitkomsten – per gemeente een periode van planvoorbereiding en uitvoering. Deze fase van projectontwikkeling vraagt om diepgaandere onderzoeken (bijv. MER, planvorming) en brengt hogere kosten met zich mee. De omvang van deze kosten hangt samen met de gekozen rol van de overheden (regisserend, mede-ontwikkelend of investerend) en de schaal van samenwerking. In fase C (vervolg samenwerking) zal moeten worden bepaald hoe de samenwerking er vanaf dan uitziet en welk budget daarvoor nodig is.
8.2 Beschikbare budgetten en subsidies Voor de eerste fase zijn reeds middelen beschikbaar gesteld via de deelnemende overheden en provincies. 30
De provincies Overijssel en Drenthe leveren een financiële bijdrage aan deze strategische fase. Dit betreft een cofinanciering voor beleidsontwikkeling. De provincies financieren beleidsontwikkeling middels een subsidie van in totaal € 70.000,-. Dit is afgesproken in het samenwerkingsconvenant dat in oktober 2024 is vastgesteld door de samenwerkende partijen. Dit bedrag is nog niet volledig besteed, dus hiervan wordt in de volgende fase ook gebruik gemaakt. Iedere gemeente heeft een eigen budget gereserveerd voor duurzame energieopgaven, veelal gekoppeld aan de RES-uitvoering. Deze kunnen (deels) worden ingezet beleidsontwikkeling, participatie, communicatie en voor de inhuur van de projectleider. De gemeenten dragen op dit moment gezamenlijk bij aan de inhuur van de projectleider. Deze opdracht is in 2025 verstrekt. Voor de uitwerking van de volgende fase wordt opnieuw een bedrag van € 90.000,- begroot (na afloop van de opdracht van de huidige projectleider), waarbij iedere gemeente weer een gelijk aandeel van € 22.500,- bijdraagt (ieder ¼ deel). Deze werkwijze is in lijn met het samenwerkingsconvenant. De in dit samenwerkingsconvenant vastgelegde afspraken blijven ongewijzigd van toepassing, enkel wordt nieuw budget beschikbaar gesteld voor de inhuur van een projectleider. De provincie Drenthe draagt bij door gezamenlijke, voor alle partners relevante onderzoeken te financieren.
Bijdragen worden telkens bepaald op het moment dat een nieuw noodzakelijk onderzoek naar voren komt.
9. Risicoanalyse 9.1 Risico’s voor proces en inhoud Binnen het traject van de gezamenlijke verkenning van windenergie zijn diverse risico’s geïdentificeerd die van invloed kunnen zijn op zowel het proces als de inhoudelijke uitkomsten: • Bestuurlijke versnippering: Ondanks de samenwerking opereren alle individuele overheden binnen hun eigen bestuurlijke laag (raden en provinciale staten). Dit kan leiden tot tegenstrijdigheden door uiteenlopende belangen, beleidskaders en uitgangspunten, wat vertraging van besluitvorming en moeilijke onduidelijkheden tot gevolg heeft. • Maatschappelijk draagvlak en weerstand: Onvoldoende participatie vanuit de omgeving, met als (negatief) gevolg/effect: onvoldoende maatschappelijk draagvlak en/of toegenomen weerstand tegen het project, wat het proces kan vertragen of blokkeren. • Netcongestie: de huidige beperkingen in het elektriciteitsnetwerk vormen een bedreiging voor de realisatie van geplande energieprojecten en vereisen vroegtijdige en nauwe samenwerking met netbeheerders. • Financiële risico’s: Onduidelijkheden rondom financiering, subsidies en investeringsmogelijkheden, vooral bij projecten met hoog aandeel lokaal eigendom, kunnen leiden tot financiële onzekerheid. • Aankomende gemeenteraadsverkiezingen: dit kan leiden tot wijziging van politieke samenstelling of koers.
Negatief effect is dat doelen worden heroverwogen wat kan leiden tot vertraging in proces • Onduidelijke rolverdeling tussen samenwerkende partijen: wat leidt tot niet consistente communicatie, vertraging van individuele sporen en onduidelijkheid in het proces. • Wijzigingen in beleidskaders en wet- en regelgeving: van landelijke, provinciale of gemeentelijke overheid, bijvoorbeeld de concept windnormen.
31
9.2 Strategieën voor risicomanagement Om bovengenoemde risico’s te mitigeren worden de volgende strategieën voorgesteld: • Heldere bestuurlijke afspraken: Zorg voor vroegtijdige, formele bestuurlijke afstemming tussen gemeenten onderling en met provincies. Maak duidelijke afspraken over rolverdeling en gezamenlijke beleidskaders. • Uitgebreide participatieaanpak: tijdig en zorgvuldig participatieproces opzetten met betrokkenheid op maat: zet actief in op een participatief traject. Stel een duidelijke strategie op, gericht op het creëren en behouden van draagvlak. • Proactief stakeholdermanagement: Betrek stakeholders continu en transparant om vroegtijdig weerstand te signaleren en hier adequaat op te anticiperen. • Duidelijke communicatie planning: Ontwikkel een solide communicatieplan om maatschappelijke acceptatie en begrip te vergroten en het proces te ondersteunen. • Integrale MER-aanpak: Neem in een vroeg stadium uitgebreide milieueffectrapportages en landschappelijke inpassing mee en maak hiermee een integrale afweging mogelijk. Communiceer helder over alternatieven, gevolgen en mitigatiemaatregelen. • Proactieve afstemming met netbeheerder: Onderhoud intensief contact met netbeheerder(s) om vroegtijdig inzicht te krijgen in capaciteitsproblemen en werk gezamenlijk aan oplossingen voor netcongestie.
• Financiële helderheid en zekerheid: Werk duidelijke financiële constructies uit voor lokaal eigendom, met aandacht voor financiële risico's en eventuele subsidiemogelijkheden. Betrek energiecoöperaties hierbij actief.
•
•
32
Gefaseerde aanpak: Deel het proces op in duidelijke, overzichtelijke fases met concrete go/no-go momenten. Maak tussentijdse evaluaties om voortgang en risico’s scherp te monitoren en tijdig bij te sturen: vast agendapunt BO en 1x per maand in ambtelijke projectgroep. Flexibele procesinrichting: Zorg voor ruimte binnen het proces om snel te reageren op veranderende omstandigheden, zoals gewijzigde beleidsregels of nieuwe technische inzichten.
10. Samenvatting en vervolgstappen 10.1 Vervolgstappen De verkenning tot nu toe laat zien dat de opgave rond windenergie stevig is, en dat samenwerking noodzakelijk is om deze opgave ruimtelijk, maatschappelijk en bestuurlijk verantwoord vorm te geven. De belangrijkste taken zijn: 1. Lokaal eigendom Het gezamenlijk ontwikkelen van een lokaal eigendom beleid (is reeds ingezet), waarbij de eerste stap bestaat uit het opleveren van een kadernotitie. Daarin zal concreet moeten staan wat we gezamenlijk willen bereiken (bijvoorbeeld in de ondersteuning van lokale initiatieven als er onvoldoende kennis of middelen aanwezig zijn). Na afronding zal deze notitie in de loop van 2026 in de Regio Zuidwest-Drenthe moeten worden verankerd in beleid voor lokaal eigendom. 2. Participatie en communicatie Momenteel wordt gewerkt aan een strategisch communicatieplan. Hierin worden concrete acties opgenomen voor de gezamenlijke communicatie (werkwijze, middelen, timing). Hiermee willen we een grote stap zetten in de eenduidigheid van onze communicatie. De strategie inclusief beschrijving van de actie ronden we af in de winter 2025-2026. Daarna is een gezamenlijke participatiestrategie nodig waarin duidelijk staat wat er per gemeente gebeurt en vooral hoe op een eenduidige manier de grensoverschrijdende aspecten van windenergie worden meegenomen.
In deze strategie staat ook een rolverdeling en of en hoe gemeenten participeren in elkaars participatieprocessen en hoe die worden afgestemd. Afronding van deze strategie zal in de winter van 2025-2026 plaatsvinden. Gemeenten volgen met name in participatie ieder hun eigen koers, wat begrijpelijk is gezien de verschillende fasen, maar dit leidt tot ruis en onduidelijkheid voor de omgeving (zoals ook benoemd tijdens de stakeholderbijeenkomst). Eenduidige communicatie is essentieel en wordt strategisch uitgewerkt door een adviesbureau. 33
3. Ruimtelijke en landschappelijke voorwaarden Een notitie met ruimtelijke en landschappelijke uitgangspunten is in afronding. Hierover zal een besluit in het bestuurlijk overleg nodig zijn. We streven naar het vastleggen hiervan in de winter van 2025-2026. In de fase hierna zal een vertaling moeten worden gemaakt naar de betekenis voor de toekomstige windprojecten en de kaderstelling daarvan. 4. Samenwerking Op dit moment lijkt een gezamenlijk windproject niet waarschijnlijk. Het is naast de hiervoor beschreven inhoudelijke bouwstenen wenselijk met elkaar vast te stellen hoe de samenwerking er in de verdere toekomst uit gaat zien. Hierbij komen de hiervoor benoemde bouwstenen samen in afspraken over: - Waarin trekken we gezamenlijk op (bijvoorbeeld in de samenwerking met energiecoöperaties, begeleiding omgevingsfonds, communicatie, etc.). - Hoe krijgt de toekomstige samenwerking feitelijk vorm: vast overleg of op afroep, eventuele deeluitwerking en taakverdeling. We streven naar het vastleggen hiervan medio 2026.
10.2 Stakeholdersessies 13 mei De belangrijkste inzichten uit de bijeenkomst met stakeholders en ketenpartners zijn: Lokaal eigendom Lokaal eigendom wordt breed gezien als essentieel voor draagvlak, invloed op de inhoudelijke keuzes en een eerlijke verdeling van lusten en lasten. Het gaat om zeggenschap, gedeelde verantwoordelijkheid en zichtbare baten voor de omgeving. Er is een duidelijke behoefte aan heldere definities en uniforme spelregels over wat ‘lokaal’ is, wie investeert, wie profiteert, en hoe risico’s worden verdeeld. Gemeenten moeten – samen met coöperaties – beleid opstellen dat helderheid biedt over opbrengstenverdeling, risico’s en toegang voor mensen met een kleine beurs. Een sociaal of omgevingsfonds moet verplicht worden gesteld, zodat ook niet-investeerders kunnen meedelen. De nieuwe Energiewet biedt hiervoor mogelijk aanknopingspunten, maar die
moeten nog vertaald worden naar de lokale praktijk. Ondersteuning van coöperaties (financieel en qua kennis) is daarbij onmisbaar. Landschappelijke randvoorwaarden De landschappelijke inpassing van windmolens roept zorgen op over de aantasting van kwaliteit van het open landschap en er worden aanvullend zorgen geuit over gezondheid, natuur en hinderaspecten. Bewoners vragen om openheid over de afwegingen die gemaakt worden, inclusief de reden waarom de mogelijke ruimte die wordt gegeven aan windenergie belangrijker is dan het beperken van hinder. Randvoorwaarden zoals minimale afstand tot woningen, hinderaspecten, impact op natuur en zichtlijnen moeten in de planvorming expliciet worden meegenomen. Visualisaties kunnen helpen om verwachtingen te managen. Er is ook behoefte aan consistente beleidskaders tussen gemeenten, zodat locaties gelijk worden beoordeeld. De vraag of wind op specifieke plekken überhaupt wenselijk is, blijft daarbij open, evenals de wens om ook alternatieven als zon en energiebesparing volwaardig te blijven afwegen.
10.3 Aanbevelingen voor het vervolgtraject Op basis van de opgedane inzichten formuleren we vier aanbevelingen voor het vervolgtraject: 1. Lokaal eigendom Er is een werksessie geweest waarin verschillende modellen voor lokaal eigendom zijn besproken, zoals uitgewerkt in bijlage 2. Aan de hand daarvan is een gezamenlijk traject gestart. Een extern bureau gaat een notitie lokaal eigendom opleveren waarin de ambities van de samenwerkende partijen en de omgeving kunnen worden geborgd en wat bruikbaar is bij één of meerdere windprojecten in de regio. In de notitie worden: • De verschillende mogelijkheden om lokaal eigendom te realiseren helder gemaakt. • Begrippen als lokaal eigendom, zeggenschap en meerwaarde helder gedefinieerd. 34
Inzicht krijgen in het financiële plaatje van een windpark, in relatie tot de ambities van lokaal eigendom. • Advies over welke financiële en beleidsmatige instrumenten overheden kunnen inzetten om ambities te realiseren. • Inzicht krijgen over de verschillende opties van (financiële) compensatie. • Formuleren (met onderbouwing) van gezamenlijk streefpercentage lokaal eigendom. Kadernotitie gereed maken, accorderen in BO en als basis gebruiken voor lokaal door gemeenteraden vast te stellen beleid. •
2. Communicatie en procesparticipatie stroomlijnen via drietrapsmodel Er is een start gemaakt met het formeren van een gezamenlijke werkgroep communicatie. De samenwerking wordt vervolgens opgebouwd in drie stappen: • Stap 1: Coördinatie en afstemming om te voorkomen dat overheden elkaar tegenwerken. • Stap 2: Gezamenlijke kernboodschappen, formats en aanpak participatie voor inwoners. Hiervoor wordt door een extern bureau een communicatie strategie gemaakt met duidelijke uitvoeringsafspraken. De feitelijke uitvoering hoort ook bij deze stap. • Stap 3: Daar waar ruimtelijk logisch, gezamenlijke participatieprocessen organiseren om de grensoverschrijdende impact van windturbinelocaties breed bespreekbaar te maken. Deze stap moet in fase C van de samenwerking geconcretiseerd worden. 3. Sessie over landschappelijke uitgangspunten De inzichten uit de sessie met ROM3D laten zien dat windturbines niet los van elkaar moeten worden bezien. Een vervolgsessie is georganiseerd waarin: • Op basis van nieuwe visualisaties landschappelijke principes zijn besproken. • Bestuurlijk richting is bepaald over de wenselijkheid van harde randvoorwaarden. Op basis hiervan wordt een gezamenlijke landschapsnotitie voorbereid.
Deze acties vormen de ruggengraat van het vervolgtraject en komen terug in stap B van de routekaart en het plan van aanpak. 4. Voer vanuit de projectgroep een expliciete discussie uit over de solosamen vraag voor de fase na het gezamenlijk vormen van beleid in fase B. De afgelopen maanden is door middel van scenarioverkenning, speelveldanalyse, bestuurlijke afstemming en thematische sessies een stevig fundament gelegd voor de samenwerking met dit plan van aanpak als resultaat. De samenwerking krijgt vorm en wordt in de volgende fase concreter door het uitwerken van de in deze aanpak beschreven bouwstenen (fase B voorbereiden beleid). In fase C moet de verdere samenwerking vervolgens worden bepaald: • Hoe ziet de samenwerking er uit bij de verdere planologische uitwerking van een windpark, welke rol hebben medeoverheden en welke invloed hebben zij met name op het aan een windpark gekoppelde participatieproces. • Als windparken dichtbij elkaar worden gerealiseerd zal de mate van samenwerking (communicatie, participatie) moeten worden bepaald, wellicht het bevoegd gezag heroverwogen en de fysieke opstelling worden afgestemd (situering, as- en tiphoogte, mogelijk zelfs hetzelfde type windturbine). Wat zijn de consequenties en is dit ook uitvoerbaar?
10.4 Vooruitblik naar de implementatie De implementatie van de resultaten uit fase B van de samenwerking vraagt om concrete keuzes als onderdeel van de planvoorbereidingsfase (3) bij de individuele windparken. Dan is er duidelijkheid nodig over: • Beleid voor communicatie, participatie, landschap en lokaal eigendom. • Ruimtelijke relatie tussen meerdere windparken en de wijze waarop hiermee wordt omgegaan. • Rolopvatting per gemeente en provincie, mogelijk op basis van de kadernotitie lokaal eigendom. Het plan van aanpak en de routekaart vormen de basis voor verdere uitwerking. De beleidsuitwerking wordt als eerste gezamenlijk opgepakt (fase B). Het windproject binnen Meppel is op basis van de huidige besluiten- als 35
alle planvoorbereiding gereed is - als eerste klaar voor ontwikkeling, dan moet de beleidsvoorbereiding wel geheel zijn afgerond.
Bijlage 1: Tabel beleid en aanpak per gemeente Samenwerking windenergie — Zuidwest Drenthe Tabel: per gemeente en provincie zijn dezelfde kopjes gehanteerd voor makkelijke vergelijking. Kopje
Steenwijkerland
Meppel
Westerveld
De Wolden
Provincie Drenthe
Direct betrokkenen
Projectleider samenwerking windenergie (ambtelijk vooruitgeschoven post); intern projectteam “Voor de wind”; wethouder M. Scheringa (Portefeuille Duurzaamheid); lokale energiecoöperaties; provincie Overijssel (kaders via windladder, subsidierelatie, bevoegd gezag); gemeenteraad; dorpsbelangenverenigingen; interne organisatie (landschappelijke inpassing, RO); buurgemeenten en provincie Drenthe.
Beleidsadviseur gemeente Meppel; wethouder Alfred Peterson (duurzaamheid, energie, RES); interne projectgroep Noord IV gemeente Meppel; gemeenteraad Meppel; lokale energiecoöperaties; buurgemeenten; provincie Drenthe en provincie Overijssel (bij grensprojecten). Stichting Leefbaar Zuidwest, gebiedscoöperatie Zuidwest Drenthe. Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) voor de wateropgave in Noord IV.
Beleidsadviseur duurzaamheid & energie; wethouder Schoenmaker; gemeenteraad; lokale energiecoöperaties (ondersteunend bij lokaal eigendom); buurgemeenten; provincie Drenthe. Stichting Leefbaar Zuidwest, gebiedscoöperatie Zuidwest Drenthe.
Strategisch adviseur duurzaamheid; projectleider De Wolden; wethouder Gerrie Hempen‑Prent (duurzame energie, RES); lokale coöperaties (intentieovereenkomst, o.a. Duurzaam Ruinen, EnergieKansen); gebiedscoöperatie Zuidwest Drenthe; dorpsbelangen Ruinerwold/Berghuizen/Oosteinde; Stichting Leefbaar Zuidwest Drenthe; buurgemeenten; provincie Drenthe.
Projectregisseur hernieuwbare energie; projectsecretaris; plaatsvervangend projectregisseur; gedeputeerde H. Jumelet; gemeenten als samenwerkingspartners; provincie Overijssel bij provinciegrensprojecten.
RESdoelstellingen / ambities
RES‑bod 171 GWh (mix 50% zon / 50% wind). Raadsbesluit 26‑03‑2024.
RES Drenthe 1.0: 0,102 TWh wind in 2030 (~4–6 turbines 5–6 MW). Ambitie CO₂‑neutraal 2040. Raad
RES-opgave 75.000 MWh. Dit bod wordt ingevuld met grootschalige zon (op water/land/gebouw). Geen ambitie en
RES‑opgave 0,1 TWh in 2030; streven naar 100% duurzame elektriciteit in 2040. Huidig gerealiseerd ~0,02 TWh.
Bewaking en realisatie RES 1.0 (2030). Provinciaal uitgangspunt minimaal 50% lokaal
36
Zoekgebieden / locaties
In de gemeente
Steenwijkerland heeft de
provincie Overijssel besloten
om medewerking te verlenen aan één initiatief van 1 windturbine op
bedrijventerrein Groot
Verlaat bij Steenwijk. Andere
streeft naar 100% lokaal eigendom.
geen zoekgebieden voor wind.
eigendom conform Klimaatakkoord/RES.
Noord IV (vastgelegd in structuurvisie sept‑2023 en omgevingsvisie 2040). Andere gebieden pas onderzoeken als Noord IV niet haalbaar of na behalen RES1.0.
Geen zoekgebieden vastgesteld.
Ruinerwold Noord aangewezen als kansrijk gebied (mogelijkheid om >800 m afstand tot woningen aan te houden; weinig harde ruimtelijke belemmeringen).
Verdiepend onderzoek mogelijke locaties in Zuidwest Drenthe (provinciale verkenning).
Convenant 'Gezamenlijke verkenning windenergie' met De Wolden, Westerveld, Steenwijkerland en provincie Drenthe; afstemming met Overijssel bij grensprojecten.
Convenant 'Gezamenlijke verkenning windenergie' met De Wolden, Meppel, Steenwijkerland en provincie Drenthe; Geen eigen windopgave, ondervindt wel maatschappelijke
Gebiedsproces ('gebiedstafel' en ‘bewonersplatform’) met inwoners en coöperaties; samenwerking met Meppel (Noord IV) en Westerveld verkennen.
Verantwoordelijkheden rond bevoegd gezag, verkenning grensoverschrijdende projecten (Tender Overijssel opvolgen) en bewaking Drentse kernkwaliteiten.
initiatieven zijn afgewezen,
waaronder initiatieven op en rond de grens met Meppel. Vanwege de clustereis in
Overijssel van minimaal 4 turbines uitgezonderd bedrijventerreinen, in combinatie met het
afgesproken maximum van 4 turbines zijn er buiten bedrijventerreinen
momenteel geen locaties beschikbaar.
Samenwerking
37
Regionale samenwerking met buurgemeenten (Meppel, De Wolden, Westerveld) en provincie Drenthe; afstemming met Meppel en provincie Overijssel bij grensgevallen.
impact van mogelijke projecten in buurgemeentes. Behartigt derhalve de belangen van de inwoners en belanghebbenden van de gemeente Westerveld binnen de samenwerking. Lokaal eigendom / participatie
Streeft naar 100% lokaal eigendom (raadsbesluit 26‑03‑2024). Participatie‑ en compensatieplan nog te ontwikkelen; participatieverordening is randvoorwaarde. In het Provinciaal Programma Energiestrategie van Overijssel worden verder kaders gegeven voor lokaal eigendom (inspanning tot 50%) en participatie.
Knelpunten / aandachtspunten
38
Ruimtelijke beperkingen (windladder, Natura2000, NNN, nabijheid woningen); netcongestie; ontbrekend participatieplan.
Er wordt gestreefd naar 100% lokaal eigendom. Er is een participatiebeleid opgesteld en participatie heeft plaatsgevonden bij het opstellen van zowel de structuurvisie als de omgevingsvisie. Tweemaal per jaar worden informatiebijeenkomsten georganiseerd voor inwoners van Noord IV. Daarnaast vindt er een samenwerkingsbijeenkomst plaats met coöperaties en ketenpartners. Draagvlak bij inwoners en omgeving; Grote windopgave in relatief klein gebied (Noord IV) dat gecombineerd moet worden met een
Streeft naar minimaal 50% lokaal eigendom. Coöperaties bieden ondersteuning bij lokaal eigendom wanneer externe initiatieven ontstaan; zelf geen initiërende rol.
Geen windopgave, maar wel maatschappelijke impact van mogelijke projecten aan de grens met Westerveld in zowel
Streeft naar 70–100% lokaal eigenaarschap; intentieverklaringen coöperaties om in het hele gebied samen te werken aanwezig. Actieve procesparticipatie via gebiedstafel.
Provinciaal uitgangspunt minimaal 50% lokaal eigendom; belangenafwegingen en randvoorwaarden vanuit provinciaal beleid.
Gevoeligheid in omgeving; beschermd dorpsgezicht Ruinerwold; overlap en afstemming nodig met Noord IV (Meppel); spanningsveld RES‑ambitie vs draagvlak.
Wind is gevoelig thema; netversterking en landschappelijke inpassing cruciaal; bewaking Drentse kernkwaliteiten (o.a.
bedrijventerrein, wateropgave en energieinfrastructuur;
Meppel als in De Wolden.
natuur, landschap, cultuurhistorie, stilte).
Noord IV is een beekdalgebied, uitgangspunt provincie is geen kapitaalintensieve functies in een beekdal. Volgende stappen
Afwachten provinciale beoordeling en dan vervolg voor (aanpak) windenergie in de gemeente bepalen.
Verdiepend locatieonderzoek Noord IV (integratie bedrijventerrein, water, energie); mogelijk project‑MER; beleidskader wind & lokaal eigendom vaststellen in 2025; verbreding participatie; afstemming bevoegd gezag provincie Drenthe.
Alleen mogelijke vervolgstappen bij herijking RES of als andere doelen niet worden gehaald.
Verdieping Ruinerwold Noord (onderzoeksopzet, verkenning, raadsbesluit en dan bij een GO een PlanMER); verbreding samenwerking met Meppel/Westerveld; toetsing lokaal eigenaarschap; transparant communicatieproces.
Verdiepend onderzoek locaties Zuidwest Drenthe; verkenning bevoegd gezag; Tender Overijssel volgen.
NB: de tabel is gebaseerd op aangeleverde teksten en geordend om vergelijkbaarheid te maximaliseren. Verschillen tussen gemeenten en provincie zijn zoveel mogelijk letterlijk weergegeven.
39
Vastgestelde beleidspunten samenwerking windenergie Overzicht per gemeente/provincie, uitgesplitst naar Raad, College en Ambtelijk (nog in bewerking of niet vastgesteld(. Gemeente / Provincie
Raad
College
Ambtelijk
Steenwijkerland
RES-bod 171 GWh (mix 50% zon / 50% wind), ambitie 100% lokaal eigendom, raadsbesluit 26-03-2024
Geen afzonderlijke beleidsuitspraken bovenop raadsbesluiten
Participatie- en compensatieplan nog op te stellen
Meppel
RES Drenthe 1.0: 0,102 TWh wind in 2030 (~4–6 turbines van 5–6 MW) Ambitie CO₂-neutraal in 2040 Ambitie 100% lokaal eigendom Locatie Noord IV vastgelegd in structuurvisie (2023) en omgevingsvisie 2040
Geen aanvullende beleidsuitspraken, uitvoering conform raadsbesluiten
Beleidsvoorbereiding en uitwerking Noord IV in uitvoering
Westerveld
RES-bod à 75.000 MWh ingevuld met grootschalige zon. Geen windopgave vastgesteld. Geen resterende grootschalige opgave.
Geen aanvullend beleid vastgesteld
Het rapport Energietransitie in het Westerveldse landschap door Oversticht benoemt een aantal gebieden in de gemeente waar grootschalige opwek mogelijk is, bezien door een landschappelijke bril. Dit rapport is niet bestuurlijk vastgesteld.
De Wolden
RES-opgave 0,1 TWh in 2030 vastgesteld Ambitie 100% hernieuwbare elektriciteit in 2040 Techniekneutrale benadering gekozen Ruinerwold Noord aangewezen als kansrijk gebied (op basis van 800m afstandsnorm tot woningen)
Geen aanvullende beleidsuitspraken bovenop raadsbesluiten
Gebiedsproces en participatieaanpak lopen. De inhoudelijke punten van de verkenning worden samen met de gebiedstafel en het bewonersplatform bepaald. .
40
Provincie Drenthe
41
RES Drenthe 1.0 vastgesteld, inclusief doelstelling 2030 Uitgangspunt minimaal 50% lokaal eigendom (conform Klimaatakkoord/RES)
Beleidsopdracht verdiepend onderzoek locaties Zuidwest-Drenthe
Bijlage 2: Modellen lokaal eigendom bij windprojecten 1. Faciliterend model: marktgestuurd, overheid ondersteunt randvoorwaarden Rol overheid: faciliterend / toetsend Eigendom: primair bij marktpartijen, met opties voor lokale participatie via coöperaties Mogelijke instrumenten: • Voorwaarden in anterieure overeenkomst (bijv. minimaal 50% participatie mogelijk maken) • Ondersteuning van energiecoöperaties bij organisatiekracht en communicatie • Heldere definities voor ‘lokaal’ (bijv. binnen straal van 10x tiphoogte) Voordelen: • Weinig directe verantwoordelijkheden overheid • Stimuleert marktwerking met lokale component Nadelen: • Risico op beperkte zeggenschap lokaal • Lokale participatie afhankelijk van initiatiefnemers 2. Stimulerend model: hybride eigendom met beleidskaders Rol overheid: stimulerend / kaderstellend Eigendom: deels bij coöperaties, deels bij marktpartijen Mogelijke instrumenten: • Verordening lokaal eigendom op basis van Energiewet (zoals conceptverordening) • Afspraak over minimumpercentage lokaal eigendom (bijv. 50%) • Projectontwikkelaars verplichten inspanningsverplichting te motiveren (zie artikel 3 conceptverordening) • Gemeente ondersteunt coöperaties financieel/juridisch in projectstructurering 42
Voordelen: • Helder kader met ruimte voor maatwerk • Coöperaties versterken hun positie Nadelen: • Meer inzet vanuit gemeenten nodig (capaciteit & regie) • Gemeente moet toezicht houden op naleving 3. Regisserend model: publieke en coöperatieve co-ontwikkeling Rol overheid: regisserend / medeontwikkelaar Eigendom: gezamenlijk of een van beiden – gemeente/overheid + lokale coöperaties Mogelijke instrumenten: • Gemeente (of provincie) participeert in project-BV • Lokale coöperatie is vanaf begin mede-initiatiefnemer • Gemeente bepaalt voorkeursstructuur voor eigendom en zeggenschap • Mogelijkheid tot 100% lokaal eigendom als streefdoel Voordelen: • Volledige grip op maatschappelijk rendement • Lokaal draagvlak door gedeeld eigenaarschap en zeggenschap Nadelen: • Hoge inzet overheid (capaciteit, risico, investering) • Complex projectmanagement 4. Collectief eigendom via energiegemeenschappen Rol overheid: faciliterend en coördinator energiegemeenschappen Eigendom: bij collectief van inwoners, maatschappelijke partijen en ondernemers Mogelijke instrumenten: • Stimuleren van oprichting energiegemeenschappen (via pilots of regiodeals) • Juridische borging via samenwerkingsmodel of coöperatieve BV • Verbindende afspraken over toegang en zeggenschap binnen de gemeenschap
•
Ondersteuning bij financiering via gemeentelijke fondsen of risicodragend investeren
Voordelen: • Eigendom blijft volledig lokaal • Brede maatschappelijke betrokkenheid (ook energiearmoede en netcapaciteit meenemen) Nadelen: • Afhankelijk van organisatiekracht in de regio • Langere aanlooptijd en ontwikkelkosten
43
Bijlage 3: Begrippenlijst Afstandsnormen Minimale afstand die aangehouden moet worden tussen windturbines en gevoelige functies zoals woningen, natuurgebieden of infrastructuur, om hinder te beperken. In Nederland momenteel lokaal bepaald in afwachting van landelijke normen. ANNA-gesprekken Afkorting voor “Altijd Navragen, Nooit Aannemen”; een gesprekstechniek waarbij proactief en vroegtijdig met stakeholders gesproken wordt om verwachtingen en zorgen helder te krijgen. Bevoegd gezag De overheid die bevoegd is om besluiten te nemen over ruimtelijke plannen en vergunningen voor windprojecten. Dit kan de gemeente of provincie zijn, afhankelijk van de omvang van het project. Energiecoöperatie Een lokale organisatie van bewoners en/of ondernemers die gezamenlijk investeert in duurzame energieprojecten, met het doel opbrengsten lokaal te houden. Lokaal eigendom Het streven om minimaal 50% van de economische eigendom van windprojecten bij de lokale gemeenschap onder te brengen, bijvoorbeeld via coöperaties of andere participatiemodellen. MER (Milieueffectrapportage) Een onderzoek naar de milieueffecten van voorgenomen plannen of projecten, dat gebruikt wordt bij besluitvorming over bijvoorbeeld windparken.
44
Netcongestie Een situatie waarbij het elektriciteitsnet onvoldoende capaciteit heeft om duurzaam opgewekte energie af te voeren, wat kan leiden tot vertraging of beperking van projecten. Omgevingsanalyse Analyse van het lokale speelveld waarin maatschappelijke, ruimtelijke en bestuurlijke kansen en knelpunten voor windenergie in kaart worden gebracht. Omgevingsfonds Een fonds waarin een deel van de opbrengsten van windprojecten wordt gestort, bedoeld voor maatschappelijke doelen of compensatie voor de omgeving. Participatie Het proces waarbij inwoners, belanghebbenden en organisaties actief worden betrokken bij beleidsvorming en planontwikkeling rond windenergie. Participatieverordening Lokale regelgeving die bepaalt hoe participatie moet worden ingericht bij ruimtelijke en beleidsprocessen. RES (Regionale Energiestrategie) Regionale uitwerking van nationale klimaatdoelen, waarin wordt vastgesteld hoeveel duurzame energie (zon en wind) in de regio wordt opgewekt. Rolopvattingen De wijze waarop gemeenten en provincie hun rol zien in de ontwikkeling van windenergie, variërend van ‘loslaten’ tot ‘regisseren’. Routekaart Tijdslijn en plan van aanpak waarin de te nemen stappen, mijlpalen en go/nogo momenten voor de realisatie van windenergieprojecten zijn uitgewerkt.
Scenario’s Verschillende beleidsopties voor de mate van gemeentelijke betrokkenheid en regie, uiteenlopend van ‘loslaten’ tot ‘regisseren’. SOM-analyse Stakeholders, Opgaven en Mogelijkheden-analyse; een methodiek om de belangen, posities en prioriteiten van betrokkenen inzichtelijk te maken. Stakeholders Personen of organisaties die belang hebben bij of invloed ondervinden van windenergieontwikkeling, zoals bewoners, coöperaties, overheden en marktpartijen. Windladder Beleidsprincipe van de provincie Overijssel waarbij windprojecten bij voorkeur plaatsvinden in vooraf aangewezen gebieden of onder specifieke voorwaarden.
45