CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

20251124 Plan van Aanpak windstrategie

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 29 januari 2026, gemeente De WoldenBij agendapunt: Lijst met ingekomen stukken13.843 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

OnPlan van aanpak

REGIO ZUIDWEST DRENTHE 24 november 2025 1

Inhoudsopgave: Plan van Aanpak en Routekaart Windenergie 1. Inleiding

4

1.1 Aanleiding en context 1.2 Doel van het Plan van Aanpak 1.3 Stakeholderssessies 1.4 Leeswijzer

4 4 5 5

2. Strategisch Kader

6

2.1 Nationale en regionale energie-ambities (RES-doelstellingen) 2.1.1 RES-Afspraken 2.1.2 Situatie met twee provincies 2.1.3 Ambitie voor Samenwerking 2.2 Projectaanpak/ werkwijze/ procesbenadering per gemeente en provincie 2.3 Wet- en regelgeving (normen, geluid, lokaal eigenaarschap) 2.3.1 Afstandsnormen 2.3.2 Geluidsnormen en Milieu-impact 2.3.3 Lokaal Eigendom

6 6 6 7 7 7 7 8 8

3. Analyse van stakeholders, gebieden en thema’s

9

3.1 Stakeholderanalyse (intern en extern) 3.2 Inventarisatie van kansrijke gebieden 3.3 Belangrijke thema’s en knelpunten 3.4 Lijn voor samenwerking: eerst samen beleid, later wellicht op projectniveau

9 9 9 10

4. Visie op windenergie en mogelijke rollen

12

4.1 Visie op windenergie in de regio 4.2 Scenario’s voor Windenergieontwikkeling

12 14

2

4.1.1 Scenario 1: Loslaten 14 4.1.2 Scenario 2: Faciliteren 14 4.1.3 Scenario 3: Stimuleren 15 4.1.4 Scenario 4: Regisseren 15 4.1.5 Keuze rolopvattingen voor opstarten mogelijk gezamenlijk project 15

5. Participatie- en Communicatieaanpak

17

5.1 Uitgangspunten en belang van participatie 5.2 Gezamenlijkheid én lokale ruimte 5.3 Participatiestrategieën 5.4 Risico’s en aandachtspunten participatie 5.5 Opbrengst bijeenkomsten ketenpartners en stakeholders 13 mei 5.6 Communicatiestrategie en -middelen 5.7 Strategie samenwerking

17 17 17 18 18 18 18

6. Organisatiestructuur

20

6.1 Organisatiestructuur samenwerking 6.2 Rollen en verantwoordelijkheden 6.3 Borging en monitoring van voortgang

20 20 21

7. Routekaart naar Realisatie

22

7.1 Stappenplan ontwikkeling windenergie 7.2 Tijdspad en mijlpalen samenwerking 7.3 Besluitvormingsmomenten

22 27 29

8. Financiën en Middelen

30

8.1 Kostenraming voor het proces 8.2 Beschikbare budgetten en subsidies

30 30

9. Risicoanalyse

31

9.1 Risico’s voor proces en inhoud 9.2 Strategieën voor risicomanagement

31 31

10. Samenvatting en vervolgstappen

33

10.1 Vervolgstappen 10.2 Stakeholdersessies 13 mei 10.3 Aanbevelingen voor het vervolgtraject 10.4 Vooruitblik naar de implementatie

33 33 34 35

Bijlage 1: Tabel beleid en aanpak per gemeente

36 42 44

Bijlage 2: Modellen lokaal eigendom bij windprojecten Bijlage 3: Begrippenlijst

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en context De energietransitie en de nationale doelstellingen op het gebied van CO₂reductie en hernieuwbare energie vragen om een versnelde inzet van windenergie. In de Regio Zuidwest-Drenthe worden de krachten gebundeld om gezamenlijk te verkennen welke mogelijkheden er zijn voor windenergie binnen de regio. Deze samenwerking is vastgelegd in het convenant ‘Gezamenlijke Verkenning Windenergie’. Het convenant dient als basis voor een gestructureerd proces waarbij de betrokken partijen hun beleidsmatige, ruimtelijke en participatieve kaders afstemmen. Daarbij wordt rekening gehouden met zowel nationale als regionale doelstellingen, zoals vastgelegd in de Regionale Energiestrategieën (RES Drenthe en RES West-Overijssel). De uitdaging is om binnen de beschikbare ruimte en wet- en regelgeving een evenwichtige ontwikkeling van windenergie te realiseren met oog voor lokaal eigendom, maatschappelijke acceptatie en ruimtelijke inpassing.

1.2 Doel van het Plan van Aanpak Het plan van aanpak biedt richting aan de samenwerking en de te nemen stappen binnen het verkenningstraject voor windenergie. Het vormt de basis voor het maken van keuzes en leidt tot: 1) Scenario’s voor de ontwikkeling van windenergie in de regio. 2) Een routekaart met belangrijke mijlpalen en momenten van besluitvorming. Om tot de scenario’s te komen, wordt gewerkt met vier inhoudelijke bouwstenen: a) Lokaal eigendom Er wordt een kader opgesteld voor lokaal eigendom, waarbij gestreefd wordt naar harmonisatie van de uitgangspunten rond lokaal eigendom van iedere gemeente en de provincie bij projecten binnen de scope van de samenwerking. 4

b) Communicatie en participatie De communicatie vanuit de samenwerking wordt stapsgewijs nader vormgegeven. Er wordt een communicatieplan opgesteld om de inwoners en stakeholders goed te informeren. Uitgangspunt hierbij is duidelijke berichtgeving over wat er in de samenwerking gebeurt en wat per gemeente. De participatie die per gemeente plaatsvindt, wordt nauw afgestemd waarbij goed wordt gekeken tot hoever de invloed van een mogelijk windpark reikt. Participatie over beleid in de samenwerking wordt gezamenlijk vormgegeven. c) Ruimtelijke inpassing en landschappelijke kwaliteit Er wordt onderzocht of een gezamenlijke visie of richtlijnen voor landschappelijke en ruimtelijke randvoorwaarden mogelijk zijn. Daarnaast werken de gemeenten individueel aan hun eigen locatiekeuzes. De provincie Drenthe voert een eigen ruimtelijke verkenning uit over het hele gebied. De provincie Overijssel heeft haar eigen windbeleid. d) Samenwerking en vervolgstappen Er wordt advies gegeven over hoe de samenwerking op korte en op langere termijn vorm kan krijgen bij het bepalen van beleid in één of meerdere en in gezamenlijke of losse projecten. Resultaat De gemaakte keuzes binnen deze bouwstenen leiden tot een afgestemd beleid en een mogelijk gezamenlijk proces voor vergunningverlening passend bij één of meerdere windenergieprojecten.

Ook wanneer er geen sprake is van een gezamenlijk windproject, kan er worden gewerkt aan het ontwikkelen van eenduidige definities, richtlijnen en processen. Deze hebben betrekking op belangrijke thema's uit de hierboven benoemde bouwstenen lokaal eigendom, communicatie, procesparticipatie, financiële participatie en (ruimtelijke) randvoorwaarden. Door deze aanpak worden de individuele beleidsprocessen van de gemeenten en de provincie op elkaar afgestemd en wordt er gezocht naar synergie in de ontwikkeling van windenergie waar mogelijk.

1.3 Stakeholderssessies Op 13 mei 2025 zijn zowel een sessie met ketenpartners als een bijeenkomst met stakeholders georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomsten is met vertegenwoordigers van overheden, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, bedrijven, (energie)coöperaties en andere belangenorganisaties gesproken over de opgaven, zorgen en randvoorwaarden rondom de ontwikkeling van windenergie in de regio. De gesprekken zijn benut om inzichten op te halen over alle vier de bouwstenen: lokaal eigendom, participatie, landschappelijke inpassing en samenwerking. De opbrengsten uit beide sessies zijn gebundeld en vormen een belangrijke inhoudelijke basis voor dit Plan van Aanpak en zijn op een aantal plekken verwerkt en geduid.

1.4 Leeswijzer Dit Plan van Aanpak beschrijft hoe de Regio Zuidwest-Drenthe het proces van windenergieontwikkeling vormgeeft en organiseert. Het document geeft inzicht in de stappen die worden gezet, hoe belanghebbenden worden betrokken en hoe besluiten worden voorbereid en genomen. Hoofdstuk 1 (Inleiding) beschrijft de aanleiding, context en doelen van het document. Dit hoofdstuk maakt duidelijk wat het resultaat van deze aanpak moet zijn. Hoofdstuk 2 (Strategisch Kader) gaat in op de relevante beleidsmatige kaders op zowel nationaal als regionaal niveau, inclusief afspraken uit de Regionale Energiestrategieën (RES). Ook worden hier specifieke lokale beleidskaders per betrokken gemeente en provincie uitgewerkt en relevante wet- en regelgeving beschreven. Ook wordt hier de rol van de provincie Overijssel toegelicht. Hoofdstuk 3 (Analyse van het Speelveld) geeft een overzicht van stakeholders, kansrijke gebieden, thema’s, knelpunten en belangrijke lessen uit (grensoverschrijdende) projecten elders. Hiermee biedt dit hoofdstuk inzicht in het krachtenveld waarin de windstrategie wordt ontwikkeld. Hoofdstuk 4 Visie op windenergie en rolneming beschrijft de visie op windenergie vanuit de samenwerking en verschillende scenario’s die 5

gemeenten kunnen hanteren om invulling te geven aan windenergieontwikkeling. Hoofdstuk 5 (Communicatie en Participatie aanpak) geeft een aanzet hoe bewoners, belanghebbenden en andere stakeholders actief betrokken worden. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de participatie en communicatie vorm krijgen en hoe gezamenlijke én lokale keuzes hierin worden gemaakt. Hoofdstuk 6 (Kernpunten van de aanpak) bevat de kernstappen en thema’s die centraal staan in het gezamenlijke proces, inclusief overlegvormen en onderlinge samenwerking tussen gemeenten en provincie. Hoofdstuk 7 (Routekaart naar Realisatie) beschrijft de concrete stappen naar uitvoering, inclusief belangrijke mijlpalen en besluitvormingsmomenten. Ook rollen, verantwoordelijkheden en borging van het proces worden hier duidelijk aangegeven. Hoofdstuk 8 (Financiën en Middelen) biedt inzicht in de benodigde middelen, financiële kaders en eventuele risico’s. Dit hoofdstuk geeft duidelijkheid over de budgettaire aspecten van het project. Hoofdstuk 9 (Risicoanalyse) beschrijft welke risico’s er tijdens het proces kunnen optreden, hoe deze worden beheerst en welke maatregelen er zijn getroffen om hierop tijdig te anticiperen en adequaat te reageren.

Hoofdstuk 10 (Conclusies en Aanbevelingen) sluit het document af met een samenvatting van de belangrijkste inzichten, concrete aanbevelingen en een vooruitblik op het vervolgproces naar implementatie van windenergie in de regio. In de bijlage is een schematische weergave opgenomen van het windproces in de vorm van een routekaart. Die biedt een overzicht van de belangrijkste processtappen en besluitvormingsmomenten.

2. Strategisch Kader 2.1 Nationale en regionale energie-ambities (RES-doelstellingen) Het Nederlandse beleid voor windenergie is vastgelegd in de Klimaatwet en het Klimaatakkoord. Hierin is afgesproken dat Nederland in 2030 ten minste 49% CO₂-reductie wil realiseren ten opzichte van 1990. Het kabinet Rutte IV heeft de ambitie verhoogd naar 55% op basis van Europese ‘Fit for 55’ afspraken. Windenergie, zowel op land als op zee, speelt een cruciale rol in deze energietransitie. Het Rijk heeft met het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën (NP RES) de verantwoordelijkheid voor de energietransitie gedeeltelijk belegd bij de regio’s. Dit betekent dat regionale en lokale overheden gezamenlijk zoekgebieden en locaties voor windenergie vaststellen binnen de RES-regio’s.

2.1.1 RES-Afspraken De gemeenten Meppel, De Wolden, Westerveld en Steenwijkerland vallen onder twee verschillende RES-regio’s: • RES Drenthe: Hierin werken onder andere de provincie Drenthe en haar gemeenten (waaronder Meppel, De Wolden en Westerveld) samen om de vastgestelde doelstelling van 3,45 TWh hernieuwbare energieopwekking in 2030 te realiseren. • RES West-Overijssel: De provincie Overijssel en de betrokken gemeenten (o.a. Steenwijkerland) hebben binnen deze RES-regio afspraken gemaakt over de verdeling van de hernieuwbare energieopgave, waarbij zon en wind beide een rol spelen. Door deze verdeling is afstemming tussen de betrokken regio’s essentieel om tot een gezamenlijke en gedragen aanpak te komen.

6

2.1.2 Situatie met twee provincies De samenwerking vindt plaats in een gebied waar zowel de provincie Drenthe als de provincie Overijssel bevoegdheden hebben. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke inpassing, vergunningverlening en beleidsontwikkeling: • Provincie Drenthe: heeft beleid gericht op ruimtelijke clustering van windparken en lokaal eigendom en participatie. • Provincie Overijssel: hanteert uitgangspunten op het gebied van ruimte (waar mag het wel/niet), lokaal eigendom (50% procent) en het proces (afspraken met gemeentes over het maximale aantal windturbines). Een effectieve samenwerking tussen de provincies is noodzakelijk om belemmeringen te voorkomen en windenergieprojecten op grenslocaties efficiënt te ontwikkelen. De provincie Overijssel heeft al windbeleid vastgesteld met daarin afspraken met haar gemeenten, waaronder Steenwijkerland, over hoe tot een keuze voor windturbinelocaties wordt gekomen. De provincie Overijssel neemt daarom geen actieve rol in de verkenning van de samenwerkende gemeenten en de provincie Drenthe, maar ondersteunen deze verkenning middels een subsidie. De provincie Overijssel heeft inmiddels bekend gemaakt hoe zij initiatieven in Steenwijkerland waardeert en aan welke ze wil meewerken. Onder andere initiatieven op de grens tussen Steenwijkerland en Meppel zijn afgewezen.

Een initiatief voor 1 turbine bij een industrieterrein krijgt medewerking. Tijdens het totstandkomingsproces van dit plan van aanpak was nog niet bekend of er een project in Steenwijkerland is geselecteerd door de provincie.

2.1.3 Ambitie voor Samenwerking

•

De gemeenten en provincies streven naar een samenhangende aanpak waarbij: • De RES-opgaven en nationale klimaatdoelen worden gehaald. • Tegenstrijdige doelstellingen tussen verschillende bestuurlijke niveaus en beleidskaders worden voorkomen of opgelost. • Er een gezamenlijk gedragen visie op windenergie komt, inclusief afspraken over lokaal eigendom en participatie. • Gemeenschappelijke gebiedsprocessen en besluitvorming worden afgestemd, zodat initiatieven efficiënt en met voldoende draagvlak kunnen worden ontwikkeld.

Natuur Bij het plaatsen van windturbines in de nabijheid van natuurgebieden zijn er in Nederland geen specifieke landelijke afstandsnormen vastgesteld. Echter, het is essentieel om rekening te houden met mogelijke effecten op flora en fauna. Maatregelen zoals het handhaven van voldoende afstand tot natuurgebieden en het vermijden van plaatsing in foerageergebieden of trekroutes van vogels dragen bij aan het behoud van de natuur.

2.2 Projectaanpak/ werkwijze/ procesbenadering per gemeente en provincie In bijlage 1 is een overzicht per gemeente opgenomen wie er betrokken zijn bij het gezamenlijke windproject, wat er speelt, welke lokale beleidskaders of knelpunten er zijn en welke stappen er per gemeente en / provincie nog gepland staan. Deze opsomming is niet limitatief, maar is een globale weergave van betrokkenen.

2.3 Wet- en regelgeving (normen, geluid, lokaal eigenaarschap) 2.3.1 Afstandsnormen Afstandsnormen bepalen de minimale afstand tussen windturbines en gevoelige bestemmingen om hinder en gezondheidsrisico’s te beperken. In Nederland gelden op dit moment geen uniforme landelijke afstandsnormen, maar gemeenten en provincies moeten hun eigen normen vaststellen. In veel gevallen worden normen gebaseerd op: • Internationale referenties zoals de Vlaamse en Duitse afstandsregels. • Jurisprudentie en milieueffectstudies, afhankelijk van de omgeving en milieueffecten. • Gemeente en/of provincie kan zelf lokale normen ontwikkelen totdat het Rijk landelijke normen heeft vastgesteld. 7

Mogelijke normering op basis van komende landelijke wet- en regelgeving.

Water De KRW-richtlijnen (Kaderrichtlijn Water) zijn Europese regels voor de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Provincies, gemeenten en waterschappen zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de maatregelen om de KRW-doelen te bereiken, uiterlijk in 2027. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) onderzoekt of in Meppel, in het gebied Noord IV (tevens de focuslocatie voor windenergie van de gemeente) maatregelen getroffen kunnen worden ter ondersteuning van deze opgave. Integrale afstemming tussen beide opgaven is noodzakelijk. Elektromagnetische verstoringen In samenwerking met gemeenten en provincies worden de beschermingszones en normen tegen elektromagnetische verstoringen verwerkt in omgevingsplannen. Zo wordt voorkomen dat nieuwe projecten (zoals zonneparken of windmolens) storing veroorzaken bij de telescopen van ASTRON. De gebieden Noord IV en Ruinerwold Noord vallen beiden onder de beschermingszones die vanuit ASTRON worden aangehouden. Dit betekent dat er (waarschijnlijk) aanvullende maatregelen moeten worden genomen om de radiologie van Astron niet te verstoren.

NB: Zolang er geen landelijke normstelling is rondom windturbines is er een tijdelijke regeling om te werken met lokale normen. De tijdelijke regeling is verlengd tot 31-12-2026. Het is onduidelijk of en wanneer het Rijk nieuwe normen gaat vaststellen. De keuze om te werken met lokale normen (wel of niet) zou gemaakt moeten worden voor het opstarten van de formele ruimtelijke procedure: de planologische fase (zie hoofdstuk 7 en routekaart). Omgevingswet Over bovenstaande aspecten moet een gewogen keuze (een evenwichtige toedeling van functies aan locaties), worden gemaakt met een gerichte inzet van het instrumentarium van de Omgevingswet.

2.3.2 Geluidsnormen en Milieu-impact Windturbines produceren geluid dat kan variëren afhankelijk van hoogte, windkracht en omgevingsfactoren. Alhoewel er geen landelijke norm 1 is, worden voor de verkenning van windparken de volgende geluidsmaxima als richtlijn gehanteerd: • Lden 47 dB(A) als maximale geluidsbelasting op woningen. • Lnight 41 dB(A) als nachtnorm. • Aanvullende eisen bij nabijheid van natuurgebieden. Naast geluid is er bij een windproject nog een groot aantal andere milieuaspecten waarmee rekening moet worden gehouden waaronder slagschaduw en externe veiligheid. De Omgevingswet verplicht gemeenten om in hun omgevingsplannen heldere kaders vast te leggen.

1

8

Het ontwerpbesluit windturbines leefomgeving is in voorbereiding

2.3.3 Lokaal Eigendom Bij de uitwerking van het klimaatakkoord is vastgelegd dat wordt gestreefd naar minimaal 50% lokaal eigendom bij windenergieprojecten. Over het algemeen wordt daaronder verstaan: • Inwoners en coöperaties krijgen de optie om mede-eigenaar te worden en een financiële participatiemogelijkheid. • Gemeenten en provincies stimuleren betrokkenheid, primair via energiecoöperaties. • Gemeentes stellen eigen streefnormen voor lokaal eigendom die soms ook boven de landelijke ambities/afspraken uitkomen. • Er worden afspraken gemaakt over compensatie en omgevingsfondsen. • Hierbij heeft het meerwaarde om dit te verwerken in anterieure overeenkomsten. De nieuwe Energiewet die per 1 januari 2026 van kracht wordt, biedt meer mogelijkheden om lokaal eigendom sterker te positioneren onder meer door energiegemeenschappen (waarbij levering van lokale energie een optie wordt). De samenwerkende gemeenten en provincie hebben de ambitie om windenergie zoveel als mogelijk via lokaal eigendom te bewerkstelligen. Gemeenten en provincie hebben eigen uitgangspunten als het gaat om lokaal eigendom (zie de overzichtstabel in bijlage 1). Lokaal eigendom zou (minimaal per project) gemeentegrens overstijgend moeten zijn, bijvoorbeeld gebonden aan een invloed cirkel.

De betrokken gemeenten, zijn de gemeenten met grondgebied binnen deze cirkel van invloed, beogen samen te werken met energiecoöperaties om de beste juridische en financiële constructies voor lokaal eigendom te realiseren. Dit alles moet vorm krijgen in collectief beleid voor lokaal eigendom in combinatie met het sluitend definiëren van het begrip “lokaal eigenaarschap”.

3. Analyse van stakeholders, gebieden en thema’s 3.1 Stakeholderanalyse (intern en extern) De ontwikkeling van windenergie raakt verschillende belanghebbenden met uiteenlopende perspectieven en belangen. In een eerste verkenning zijn de volgende stakeholder- en belangengroepen geïdentificeerd: • Overheden: Gemeenten, provincies en waterschap spelen een rol in vergunningverlening en beleidsontwikkeling. • Inwoners, ondernemers en belangengroepen: Lokale bewoners, actiegroepen en dorpsraden hebben belangen op het gebied van gezondheid, landschap en leefbaarheid. • Energiecoöperaties: Lokale initiatieven streven naar lokaal eigendom en duurzame energieopwekking. • Marktpartijen en ontwikkelaars: Commerciële ontwikkelaars van windparken die de technische en financiële haalbaarheid onderzoeken en projecten ontwikkelen om te verkopen of te exploiteren. • Grondeigenaren: Zijn noodzakelijk voor realisatie en maken ontwikkelingen mogelijk en hebben zo ook de mogelijkheid om ook hun (agrarische) verdienmodel te verbreden. • Milieuorganisaties: Bewaken de impact van windenergie op natuur en biodiversiteit. • Diverse ketenpartners zoals netbeheerders, defensie, Astron, drinkwaterbedrijven Vitens en WMD. Elke groep heeft een eigen rol en belang in het proces. Een effectieve aanpak vereist gerichte communicatie en participatie om de acceptatie van windenergieontwikkeling te vergroten.

3.2 Inventarisatie van kansrijke gebieden Op dit moment zien de gemeenten de volgende gebieden als kansrijk voor windenergie: • Ruinerwold Noord (De Wolden): Door de gemeenteraad aangewezen als locatie voor verder verkennend onderzoek. 9

•

•

Noord IV (Meppel): Gekoppeld aan bedrijventerrein en de wateropgave, vastgelegd in de structuurvisie omgevingsprogramma Noord IV en de Omgevingsvisie van de gemeente Meppel. In de gemeente Steenwijkerland heeft de provincie Overijssel besloten om medewerking te verlenen aan één initiatief van 1 windturbine op bedrijventerrein Groot Verlaat bij Steenwijk. Andere initiatieven zijn afgewezen, waaronder initiatieven op en rond de grens met Meppel. De beleidskaders in Overijssel en de afspraken tussen de provincie Overijssel en Steenwijkerland brengen vervolgens mee, dat er momenteel nog ruimte is voor enkele turbines op bedrijventerreinen.

Locatiekeuzes worden door gemeenten gemaakt. De samenwerking omvat vooralsnog géén nieuwe locatiekeuzeprocessen, maar richt zich primair op afstemming van beleidsmatige randvoorwaarden en houdt de mogelijkheid open voor projectmatige samenwerking. In bijlage 1 is een tabel opgenomen met vastgestelde beleidspunten die relevant zijn voor de samenwerking windenergie.

3.3 Belangrijke thema’s en knelpunten Op basis van de inventarisatie van kansrijke gebieden en eerdere ervaringen met vergelijkbare (grensoverschrijdende) windprojecten zijn diverse belangrijke thema’s en knelpunten geïdentificeerd die bijzondere aandacht vereisen binnen het proces. Het gaat om de vier belangrijke onderwerpen waar dit plan van aanpak zich vooral op richt: 1. Lokaal eigendom en financiële participatie: Alle gemeenten streven naar lokaal eigendom om economische voordelen lokaal te houden. Er is echter nog geen eenduidig beleid en de juridische en financiële constructies voor lokaal eigendom behoeven verdere uitwerking. 2. Participatie en draagvlak: De maatschappelijke acceptatie van windprojecten is cruciaal. Transparante communicatie en actieve betrokkenheid van inwoners, energiecoöperaties en lokale belangengroepen zijn noodzakelijke voorwaarden om weerstand te verminderen en draagvlak te vergroten.

3. Landschappelijke en milieutechnische impact: Landschappelijke inpassing en (cumulatieve) milieueffecten (o.a. geluid, slagschaduw, impact op biodiversiteit) blijven gevoelige punten. Zorgvuldige afweging van alternatieven via milieueffectrapportages (MER) is nodig om negatieve effecten te minimaliseren. 4. Bestuurlijke en beleidsmatige afstemming: De samenwerking tussen gemeenten onderling en met provincies Drenthe en Overijssel is essentieel vanwege de overlappende RES-regio’s. Verschillen in beleidskaders en verantwoordelijkheden vereisen heldere afspraken om efficiënte en eenduidige besluitvorming te garanderen. Dit zijn ook de onderdelen die in hoofdstuk 4 – de gezamenlijke visie worden uitgewerkt. Daarnaast zijn er nog diverse onderwerpen die in aanloop naar een concreet project belangrijk zijn: • Ruimtelijke beperkingen en afstandsnormen: Verschillende normen, potentiële afstandsnormen en provinciale beleidsregels maken locatiekeuze complex. Vooral nabijheid van woningen, infrastructuur, telescopen van ASTRON (elektromagnetische verstoringen), Natura 2000en NNN-gebieden zorgen voor significante beperkingen. • Netcongestie: De beperkte capaciteit van het elektriciteitsnetwerk vormt een kritieke uitdaging. Coördinatie met netbeheerders zoals Tennet / Enexis en vroegtijdige afstemming van locaties en netwerkcapaciteit is essentieel om vertraging in realisatie te voorkomen.

Het is verstandig de betekenis hiervan in de samenwerking verder te verkennen. • Procesmatige afstemming. Processen hebben verschillende snelheden en dat kan soms tot problemen leiden. • Medewerking grondeigenaren. Voor de gronden waarop windturbines worden ontwikkeld is uiteraard overeenstemming met de grondeigenaren nodig. Dit kan via grondvergoedingen, bij voorkeur gesocialiseerd (zodat omliggende perceeleigenaren ook meeprofiteren), of een grondeigenaar die ook initiatiefnemer kan zijn. Ook is er ander instrumentarium beschikbaar zoals het inzetten van een voorkeursrecht voor gemeenten. 10

3.4 Lijn voor samenwerking: eerst beleid, later wellicht op projectniveau Geen grensoverschrijdend project In de regio zijn afzonderlijke trajecten in voorbereiding. Deze processen hebben elk hun eigen snelheid en dynamiek. Op dit moment lijkt er daarom onvoldoende basis voor een gemeente- of provinciegrensoverschrijdend project voor één windpark. Echter, de maatschappelijke impact van de mogelijke projecten is wel gemeentegrensoverschrijdend. Meppel is het meest ver in het proces van locatiekeuze (vastgesteld beleid in omgevingsvisie en omgevingsprogramma Noord IV). De raad van de gemeente De Wolden heeft besloten om een verkenning in het gebied Ruinerwold Noord uit te voeren. De gemeente Westerveld heeft op dit moment geen windambitie. Het zoekgebied Ruinerwold Noord en de zoekgebieden van Meppel in Noord IV sluiten niet op elkaar aan. Deze twee zoekgebieden hangen (minimaal ruimtelijk) wel met elkaar samen, maar een gezamenlijk project is door het verschil in voortgang nu niet mogelijk. Het gebied ten oosten van Noord IV, gelegen in De Wolden, is niet opgenomen in het raadsbesluit van de gemeente De Wolden als ‘te verkennen’, omdat hier niet de maximaal mogelijke afstand tot woningen kan worden aangehouden (>800m). Hierdoor kan er geen sprake zijn van een gemeentegrensoverschrijdend project.

In de gemeente Steenwijkerland heeft de provincie Overijssel besloten om medewerking te verlenen aan één initiatief van 1 windturbine op bedrijventerrein Groot Verlaat bij Steenwijk. Andere initiatieven zijn afgewezen, waaronder initiatieven op en rond de grens met Meppel. De provincie Drenthe heeft aangegeven faciliterend te zijn en geen leidende rol te willen nemen. Zij zullen dus geen initiatief nemen om een gezamenlijk windpark op te pakken in de regio en de locatiekeuze voor windenergie blijft bij de gemeente. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat er geen sprake zal zijn van een gemeentegrensoverschrijdend project.

Wel grensoverschrijdende invloed Er kan wel gekeken worden of gebieden en clusters voor windenergie samenhangen (ook al is er een onderlinge afstand) en op basis daarvan zal moeten worden bepaald of dat landschappelijke inpassing, turbinekeuzes of andere randvoorwaarden zoveel als mogelijk op elkaar kunnen worden afgestemd. Ook zal moeten worden gekeken of er mogelijk sprake is van (grensoverschrijdende) cumulatieve milieueffecten. Meppel is op dit moment in bestuurlijke besluiten het meest ver. Het zou logisch zijn hier een aanpak op te ontwikkelen en te bepalen wanneer het nog mogelijk is om bijvoorbeeld met Ruinerwold Noord nog een samenhangende ontwikkeling te realiseren (één project of een samenhangende opstelling in twee projecten). Dit zou moeten gebeuren voordat Meppel het gebied Noord IV de planologische fase in gaat. Voor De Wolden moet de verkenning van Ruinerwold Noord nog worden afgerond. Hierover wordt tweede helft 2026 een besluit verwacht. Conclusie voor deze fase Op dit moment is er nog geen basis om gezamenlijk één project te ontwikkelen. Meppel kan verder. In Steenwijkerland kan alleen het initiatief op industrieterrein Groot-Verlaat verder. De Wolden kan eventueel later (na besluitvorming over de verkenning) nog aansluiten.

Dat betekent dat de samenwerking zich niet moet beperken tot het tempo van één gemeente: er zijn meerdere scenario’s denkbaar waarin gemeenten op verschillende momenten instappen of aansluiten. Een gezamenlijke ontwikkelrichting kan dus bestaan uit parallelle trajecten die later samenkomen of waarbinnen gemeenten op onderdelen samenwerken. Vanuit de samenwerking wordt alvast opgepakt wat nu kan: het bepalen van gemeenschappelijke voorwaarden rond de vier bouwstenen: 1. lokaal eigendom; 2. communicatie en participatie; 3. landschappelijke en ruimtelijke voorwaarden; 4. samenwerking. 11

In dit plan van aanpak is uitgewerkt waar we in de komende tijd per bouwsteen aan werken. Over deze voorwaarden moet in ieder geval goede overeenstemming ontstaan om in welk scenario dan ook — gezamenlijk of gefaseerd — projectmatig verder te kunnen. Dit is daarmee de belangrijkste opbrengst van deze fase en van dit plan van aanpak.

4. Visie op windenergie en mogelijke rollen 4.1 Visie op windenergie in de regio Alle gemeenten zijn bezig met de invulling/realisatie van hun RES-opgave, waarbij windenergie door een aantal gemeenten als randvoorwaardelijk wordt gezien om in 2030 voldoende hernieuwbare elektriciteit op te wekken. De gemeenten Meppel, De Wolden, Westerveld, Steenwijkerland en de provincie Drenthe streven gezamenlijk naar een evenwichtige ontwikkeling van windenergie die recht doet aan zowel de energieopgave als de impact op de leefomgeving. De visie op windenergie in de regio is gebaseerd op de volgende pijlers: 1. Lokaal eigendom en economische meerwaarde De samenwerkende partijen zetten individueel in op een bepaald percentage lokaal eigendom, waarbij inwoners en energiecoöperaties kunnen meeprofiteren van windenergieprojecten. Dit zorgt voor lokale economische meerwaarde, vermindert weerstand en stimuleert betrokkenheid. Verschillende modellen worden afgewogen waaronder: • Volledig lokaal eigendom via coöperaties of energiegemeenschappen. • Hybride modellen waarbij commerciële ontwikkelaars samenwerken met lokale partijen. • Kaderstelling op maatschappelijk rendement: Omgevingsfondsen waarbij opbrengsten uit windenergie terugvloeien naar de directe omgeving. De exacte invulling verschilt per gemeente, maar de gezamenlijke ambitie is om de economische voordelen zo lokaal mogelijk te houden.

Diverse modellen voor een duidelijke rolkeuze voor lokaal eigendom zijn opgenomen in bijlage 2.

12

Mogelijke aanpak (nog nader te onderzoeken) Gelet op de ervaringen in Drenthe, de inhoud van het Klimaatakkoord, en de recent opgestelde conceptverordening lokaal eigendom, is het verstandig om te kiezen voor een gefaseerde aanpak: a) Ontwikkel een gezamenlijke notitie lokaal eigendom, waarin de verdieping wordt uitgewerkt uit dit plan van aanpak als het gaat over de voorkeursstructuur en eventuele keuzemogelijkheden per gemeente. b) Start bij de uitrol met het stimulerend model: werk met een inspanningsverplichting (dit is ook vastgelegd in de nieuwe energiewet die per 1-1-2026 van kracht wordt), minimumpercentage en heldere definities. c) Verken parallel de mogelijkheid tot coontwikkeling met coöperaties of energiegemeenschappen, inclusief pilots. Leg afspraken hierover vast in een regionaal beleidskader of verordening, passend bij de rol die elke overheid wil innemen. NB. Een opdracht hiervoor is inmiddels bij een extern adviseur neergelegd en wordt in de komende maanden uitgewerkt. 2. Eenduidige communicatie en participatie als randvoorwaarde Windenergieprojecten kunnen alleen succesvol worden gerealiseerd als er voldoende maatschappelijk draagvlak is. Dit vraagt om een open en transparant proces waarbij inwoners, lokale belanghebbenden en energiecoöperaties vroegtijdig worden betrokken.

Gemeenten en provincie hechten allen waarde aan goede eenduidige participatieprocessen die goed afgestemd zijn en waarin lokale initiatieven en coöperaties een serieuze rol krijgen, zowel in eigendom (financiële participatie) als in besluitvorming (procesparticipatie). De relevante onderdelen voor een participatie- en communicatieaanpak staan in hoofdstuk 5 beschreven.

In de procesparticipatie richten we ons op hinder beperken door lokaal eigendom goed te ontwikkelen en belanghebbenden inspraak te geven op de ruimtelijke randvoorwaarden, hoogte, opstelling etc. NB. Een opdracht om de strategie voor gezamenlijke communicatie uit te werken is inmiddels bij een extern adviseur neergelegd en wordt in de komende maanden uitgewerkt. Procesparticipatie vindt op dit moment per gemeente plaats, waarbij de initiërende gemeente alle belanghebbenden uit de cirkel van invloed betrekt, ook als deze zich buiten de eigen gemeente bevinden. 3. Evenwichtige ruimtelijke inpassing en landschap Windturbines veranderen het landschap en de beleving van de regio. Ze hebben zichtbare impact over grote afstand. Opstellingen in verschillende gemeenten beïnvloeden elkaar visueel. Een gezamenlijke benadering van landschappelijke kaders is daarom nodig. Uit eerdere landschappelijke sessies met ROM 3D zijn de volgende inzichten opgedaan: • Lijnopstellingen met gelijke tussenafstanden een rustiger beeld geven en minder landschappelijke impact hebben dan clusters. • Een lijnopstelling tegenover een clusteropstelling heeft minder impact heeft op een bedrijventerrein dan in een open landschap. • Clusters van drie turbines kunnen ruimtelijk beter worden ervaren dan grotere clusters van vier of meer.

• Afstemming tussen windparken cruciaal is om versnippering en ongewenste visuele effecten te voorkomen. De gemeenten en provincie willen afspraken maken over de ruimtelijke samenhang, waarbij windparken niet als op zichzelf staande projecten worden beoordeeld, maar in relatie tot andere ontwikkelingen in de regio.

Voordelen van gezamenlijke kaders: • Zichtbare samenhang tussen projecten. • Sterkere communicatie en positionering richting inwoners. • Duidelijke houvast voor initiatiefnemers. 13

• Minder noodzaak voor sturing op dit thema door de provincie. Nadelen: • Minder beleidsvrijheid per gemeente. • Noodzaak tot intensieve afstemming terwijl er weinig capaciteit is bij met name de gemeenten.

Voor de aanpak van dit thema doorlopen we een gezamenlijk proces in globaal de volgende stappen: 1. De projectgroep definieert de landschappelijke opgave (dit loopt inmiddels via een uitvraag aan een extern bureau). In de stakeholdersbijeenkomst op 13 mei is ook reeds getoetst welke behoefte er is aan meedenken bij de uitwerking hiervan. 2. Bestaande principes uit het plan van aanpak worden samen met een extern bureau aan de hand van testopstellingen besproken in een gezamenlijke sessie. Deze sessie wordt intern op ambtelijk niveau georganiseerd. 3. Er wordt een concept opzet gemaakt voor randvoorwaarden. 4. In een bestuurlijke sessie worden de concept randvoorwaarden besproken en ter ondersteuning worden de visualisaties getoond (deze sessie heeft op 8 september plaatsgevonden). 5. De uitkomsten worden vastgelegd in een gezamenlijke landschapsnotitie. 6. Daarna is er in ieder geval een besluit van de diverse overheden nodig. 4. Samenwerking tussen gemeenten en provincie Omdat windenergie een bovenlokale opgave is, is afstemming tussen gemeenten en provincie noodzakelijk. Dit geldt vooral voor: • De relatie met RES-doelstellingen en de verdeling van opwekcapaciteit. • De impact van windprojecten op buurgemeenten (bijvoorbeeld milieueffecten, zichtbaarheid en netcongestie). • De ontwikkeling van gezamenlijke beleidskaders en afwegingsprincipes.

De landschappelijke overwegingen en andere relevante Drentse kernkwaliteiten. • Een keuze over de wijze hoe met bevoegd gezag wordt omgegaan. Een gezamenlijke aanpak, vooral waar projecten ‘elkaar raken’, vergroot de slagkracht, voorkomt versnippering en zorgt voor een consistente lijn richting de samenleving en initiatiefnemers. •

Conclusie. De samenwerking concentreert zich in eerste instantie op een aantal beleidssporen en zou - wanneer besluitvorming over een concreet beleidsvoornemen voor windenergie is vastgelegd (nu alleen in Meppel het geval) kunnen worden omgezet in een gezamenlijk vervolgtraject (waarbij projectmatige samenwerking een optie blijft). Duidelijk is dat de ingewikkeldheid van een windopgave (een windpark heeft per definitie grensoverschrijdende impact) expliciet om samenwerking vraagt en dat de toekomstige samenwerking daar dan ook verder op moet worden vormgegeven.

4.2 Scenario’s voor Windenergieontwikkeling Deze paragraaf beschrijft diverse rolopvattingen voor de windenergieontwikkeling. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van de wens of overheden een actievere soms zelf initiërende rol willen hebben. Dit kan ook verschillen tussen overheden (provincie en provincie). Voor die keuzes is het goed te weten wat de bandbreedte van keuzes is. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende typen rolopvattingen op hoofdlijnen (waarbij moet worden opgemerkt dat er ook hybride vormen zijn). De gemeenten en provincie hebben verschillende mogelijkheden om de ontwikkeling van windenergie te sturen: • Loslaten – Gemeenten nemen een minimale rol in en laten marktpartijen de ontwikkeling bepalen binnen de bestaande wet- en regelgeving. • Faciliteren – Gemeenten stellen zich ondersteunend op en zorgen voor een goed proces, maar nemen geen actieve sturende rol in.

14

Stimuleren – Gemeenten spelen een actieve rol in de vormgeving van de ontwikkeling, bijvoorbeeld door participatie te bevorderen of financiële instrumenten in te zetten. • Regisseren – Gemeenten nemen de leiding in de ontwikkeling en sturen actief op locatiekeuze, inrichting en maatschappelijke meerwaarde. Elke keuze brengt voor- en nadelen met zich mee, zowel op ruimtelijk, bestuurlijk als financieel vlak. Hieronder volgt een uitgebreide beschrijving per scenario.

•

4.2.1 Scenario 1: Loslaten • Ruimtelijk: Marktpartijen krijgen volledige vrijheid binnen de geldende wetgeving en gemeentelijke omgevingsplannen. Overheden voeren uitsluitend een toetsende rol uit. • Financieel: Gemeenten lopen geen financiële risico’s en doen geen investeringen. Kosten worden door ontwikkelaars gedragen. • Zeggenschap en lokaal eigendom: Gemeenten sturen niet actief op lokaal eigendom, maar kunnen via convenanten of anterieure overeenkomsten afspraken maken met ontwikkelaars. • Maatschappelijke impact: Gemeenten hebben weinig invloed op draagvlak en participatie. Dit kan leiden tot weerstand vanuit de samenleving. Voor- en nadelen: • Voordeel: Geen financiële risico’s voor gemeenten. • Nadeel: Weinig controle over locatiekeuze en maatschappelijke meerwaarde en lokaal eigenaarschap. 4.2.2 Scenario 2: Faciliteren • Ruimtelijk: Overheden ondersteunen initiatieven door ruimtelijke onderzoeken en beleidskaders te bieden, maar blijven zelf afzijdig in de projectontwikkeling. • Financieel: Geen directe investeringen, maar wel inzet van ambtelijke capaciteit om processen te begeleiden.

•

•

Zeggenschap en lokaal eigendom: Gemeenten streven naar lokaal eigendom en leggen dit beleidsmatig vast, maar laten de invulling hiervan aan marktpartijen over. Maatschappelijke impact: Gemeenten ondersteunen de communicatie en participatieprocessen, maar geven marktpartijen de verantwoordelijkheid.

Voor- en nadelen: • Voordeel: Gemeenten houden regie op het proces zonder financiële verplichtingen. • Nadeel: Minder invloed op uitkomsten en lokaal eigendom. 4.2.3 Scenario 3: Stimuleren • Ruimtelijk: Gemeenten kiezen strategisch voor bepaalde zoekgebieden en sturen op optimale landschappelijke inpassing. • Financieel: Gemeenten investeren beperkt in proceskosten, onderzoek en faciliteren financiering voor energiecoöperaties. • Zeggenschap en lokaal eigendom: Actieve betrokkenheid bij het vormgeven van lokaal eigendom en het oprichten van energiecoöperaties. • Maatschappelijke impact: Actief sturen op draagvlak via participatiebijeenkomsten en gebiedsfondsen. Voor- en nadelen: • Voordeel: Meer regie op lokaal eigendom en maatschappelijke meerwaarde. • Nadeel: Hogere ambtelijke en financiële inzet. 4.2.4 Scenario 4: Regisseren • Ruimtelijk: Gemeenten nemen zelf de leiding over de ruimtelijke ontwikkeling en voeren intensieve regie op locatiekeuze en inpassing. • Financieel: Gemeenten investeren actief in grondposities en mogelijk ook in de projectontwikkeling. 15

• •

Zeggenschap en lokaal eigendom: Maximale controle over eigendomsverhoudingen en exploitatie. Maatschappelijke impact: Hoogste mate van inspraak en participatie via gemeentelijke regie.

Voor- en nadelen: • Voordeel: Maximale regie en maatschappelijke meerwaarde. • Voordeel: grotere kans dat het project tot realisatie komt. • Nadeel: Grote financiële en bestuurlijke verantwoordelijkheid. • Nadeel: scheidslijn tussen bevoegd gezag en ontwikkelaar is dun. 4.1.5 Keuze rolopvattingen voor opstarten mogelijk gezamenlijk project De gemeenten en provincie kunnen verschillende rollen aannemen bij de ontwikkeling van windenergie, afhankelijk van de mate waarin zij sturing willen geven aan het proces. Tot op heden was de gemeente Steenwijkerland daar het meest ver in gegaan door de rol van regisseren te kiezen bij Oldemarkt (dit kan op basis van het besluit van de provincie Overijssel geen doorgang vinden). Meppel en De Wolden hebben op dit moment vooral de rol van een faciliterende overheid. Om tot realisatie te komen is naar verwachting een rol van stimuleren of regisseren nodig. Om tot concrete realisatie te komen en een keuze voor een type rol, is een stapsgewijze aanpak nodig. Dit omvat uiteindelijk het bepalen welke van de kansrijke gebieden samenhangen (grensoverschrijdende effecten). Hiervoor is het nodig dat: 1. Samen beleid te hebben voor lokaal eigendom, communicatie en participatie en landschappelijke randvoorwaarden. Als hier geen overeenstemming over wordt bereikt (en de rolkeuze niet eenduidig is, dan) is een gezamenlijk project niet mogelijk. 2.

Een zorgvuldig gezamenlijk participatietraject over de beleidskeuzes wordt doorlopen. Zo lang er afzonderlijke routes zijn voor de windprojecten per gemeente ligt een gezamenlijk participatietraject niet voor de hand.

Daarnaast is de afstand tussen de kansrijke gebieden die nu in beeld zijn in Meppel en De Wolden wel een logische aanleiding om te kijken of participatie meer gezamenlijk kan met oog voor draagvlak, milieueffecten en ruimtelijke inpassing. 4. Op basis van de huidige standpunten van de gemeenten is er nu geen gemeentegrensoverschrijdend project mogelijk. Bestuurlijke besluitvorming op basis van afwegingen in een later stadium zouden dit nog kunnen veranderen. Voor een gezamenlijk project zal ook dezelfde rolopvatting moeten worden gekozen van de deelnemende overheden. Een raadsbesluit (via BO en colleges) hiervoor moet plaatsvinden voor een gemeente start met de planologische fase (zie hoofdstuk 7). 3.

16

5. Participatie- en Communicatieaanpak

•

5.1 Uitgangspunten en belang van participatie Participatie en communicatie vormen essentiële pijlers binnen de verkenning windenergie. Participatie zorgt voor draagvlak, vertrouwen en betere inhoudelijke keuzes, terwijl communicatie zorgt voor transparantie en helderheid over het proces en besluiten. Aangezien elke gemeente in een andere fase is, zijn de participatielijnen per windproject vooral leidend, maar waar belangen samenhangen en impact over gemeentegrenzen heen reikt, is het nadrukkelijk wenselijk om zoveel mogelijk gezamenlijk op te trekken. Gezamenlijke aanpak biedt duidelijke voordelen: eenduidige communicatie, consistentie in boodschap en optimale inzet van middelen.

5.2 Gezamenlijkheid én lokale ruimte Lokale ruimte (zoals het nu loopt) Gemeenten maken tot nu toe grotendeels eigen keuzes bij het betrekken van stakeholders en het inrichten van het gemeentelijke participatieproces rondom wind. • De gemeente Meppel heeft participatie gevoerd bij het keuzeproces rondom wind in Noord IV, houdt de direct belanghebbenden op dit moment op de hoogte en zal een participatieproces moeten opzetten om het project verder te brengen. Voor Ruinerwold Noord heeft de gemeente De Wolden een gebiedstafel ingericht om de verkenning van windenergie via participatie nader vorm te geven. • De gemeente Steenwijkerland had de voorkeur om de ontwikkeling bij Oldemarkt via financiële en proces participatie verder brengen. Dit krijgt geen vervolg, omdat er geen overeenstemming is bereikt met grondeigenaren. Gezamenlijkheid (wat de samenwerking op kan leveren) De samenwerking in participatie levert aanzienlijke voordelen op: 17

•

•

•

Gezamenlijke woordvoeringslijnen en kernboodschappen: Door gezamenlijke communicatieboodschappen ontstaat duidelijkheid en consistentie, waardoor de kans op verwarring bij belanghebbenden en media wordt gereduceerd. Zoveel mogelijk uniforme participatieprincipes: Gezamenlijke uitgangspunten (transparantie, heldere communicatie, participatie over gemeentegrenzen heen) zorgen voor een consistent proces dat vertrouwen bij stakeholders versterkt. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de trajecten die al zijn ingezet. Kennis- en ervaringdeling: Gezamenlijke aanpak maakt onderlinge uitwisseling van ervaringen, kennis en goede voorbeelden mogelijk, wat leidt tot kwalitatief betere participatieprocessen. Efficiënte inzet van middelen: Door gezamenlijkheid kunnen middelen en capaciteit efficiënter worden ingezet.

5.3 Participatiestrategieën Op basis van de uitgevoerde stakeholdersanalyse en belangenmatrix worden stakeholders actief betrokken. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan: • Vroegtijdige ANNA-gesprekken: Belangrijke stakeholders worden al in de verkennende fase betrokken via ANNA-gesprekken (Altijd Navragen, Nooit Aannemen). Dit stelt gemeenten in staat belangen, zorgen en verwachtingen vroegtijdig te inventariseren en daarop te anticiperen. • Gefaseerde participatie: De participatie vindt plaats in duidelijke fases, waarbij stakeholders telkens betrokken worden in overeenstemming met de specifieke fase van besluitvorming: informeren, consulteren of cocreëren. • Transparantie en helderheid: Stakeholders krijgen transparante informatie over het besluitvormingsproces, participatiemogelijkheden en beïnvloedingsruimte. Dit voorkomt misverstanden en creëert vertrouwen. De toepassing hiervan zal worden opgenomen in een SOM-analyse en strategie die door een adviesbureau zal worden afgerond. Hierin worden opgenomen: inzet van momenten, werkvormen en stappen.

5.4 Risico’s en aandachtspunten participatie Belangrijke aandachtspunten bij participatie: • Verwachtingsmanagement: Het duidelijk communiceren van beïnvloedingsruimte is cruciaal om teleurstelling en wantrouwen te voorkomen. • Kennisniveau van de participanten: het ontwikkelen van windturbines is een ingewikkeld proces waar veel technische en milieukennis bij komt kijken. Informatieachterstand en gebrek aan informatie-acceptatie kan het gesprek bemoeilijken. Daarnaast is er op internet ook veel informatie en onderzoek te vinden van wisselende kwaliteit waar mensen zich in participatie op baseren. • Omgaan met weerstand en emoties: Aandacht voor emoties en het bieden van ruimte voor gesprek daarover, draagt bij aan de constructieve dialoog. • Mediagevoeligheid: Door de grote maatschappelijke aandacht vereist het proces een zorgvuldige en proactieve communicatie, inclusief heldere crisiscommunicatieplanning. • Gedurende het proces wordt periodiek geëvalueerd op effectiviteit van participatie en communicatie, waarbij tijdig wordt bijgestuurd indien nodig. Dit verzekert dat de gekozen aanpak aansluit bij de verwachtingen en wensen van stakeholders en het projectdoel.

5.5 Opbrengst bijeenkomsten ketenpartners en stakeholders 13 mei Er bestaat brede consensus over het belang van een zorgvuldig, transparant en gelijkwaardig participatieproces. Stakeholders willen niet in een besluitvormende positie worden gedrukt, maar wel actief meedenken en hun achterban informeren. Energiecoöperaties willen juist wel een meer sturende rol nemen. Belangrijke randvoorwaarden voor participatie zijn: duidelijke spelregels, vroegtijdige betrokkenheid, ruimte voor breed gemeentegrensoverschrijdend meedenken en een gezamenlijke afbakening van onderwerpen waarover geparticipeerd kan worden. Gemeenten moeten hun participatiebeleid op elkaar afstemmen om versnippering te voorkomen, 18

en inwoners en belanghebbenden willen vooraf helderheid over de mate van invloed en het moment waarop keuzes worden gemaakt.

5.6 Communicatiestrategie en -middelen Om effectief en transparant te communiceren, kunnen verschillende communicatiemiddelen worden ingezet. Dit wordt nog nader uitgewerkt, maar voorbeelden daarvan kunnen zijn: gezamenlijke projectwebsite, sociale media en nieuwsbrieven, bewonersavonden en informatiebijeenkomsten en woordvoeringslijnen. Het is nodig onderscheid te maken tussen communicatie die gezamenlijk wordt georganiseerd (regionaal) en communicatie die individueel per gemeente of project wordt ingericht (projectmatig). • Regionaal: gezamenlijke communicatie, afstemming kaders voor participatie bij grensoverschrijdende projecten. • Projectmatig: communicatie per gemeente of per windproject, afgestemd op lokale situatie. NB. Er loopt op dit moment een traject met een externe partij die de lijnen voor de gezamenlijke communicatie zal uitwerken.

5.7 Strategie samenwerking Het convenant gaat uit van een gezamenlijke participatieaanpak. Nu is er echter sprake van verschillen in tempo en aanpak bij de gesprekken die de individuele gemeenten hebben met de samenleving. Daarom is het wenselijk de samenwerking op te knippen in een deel communicatie en een deel voor procesparticipatie: 1. Stap 1: Coördinatie en afstemming (april-juli 2025) • Instellen van een werkgroep communicatie/participatie (ambtelijk). • Eerste taak: zorgen dat gemeenten elkaar niet tegenspreken. 2. Stap 2: Opstellen strategisch communicatieplan en omgevingsanalyse ( 2025) • Stroomlijnen van de inhoud, afstemmen van kernboodschappen, gezamenlijke formats en/of infopakketten.

3.

19

• Participatieplan: bepalen participatieonderwerpen en de participatievormen. Stap 3: Uitvoeren communicatie- en participatieplan. • Gezamenlijk vanuit de samenwerking. • Aanvullend iedere gemeente individueel vanuit eigen traject of project.

6. Organisatiestructuur 6.1 Organisatiestructuur samenwerking De samenwerking kent de volgende structuur: • BO / Stuurgroep: Bestuurlijke vertegenwoordiging van gemeenten en provincie, verantwoordelijk voor strategische sturing, besluitvorming op hoofdlijnen en het bewaken van voortgang. • Managersoverleg / ambtelijke stuurgroep: Managers vertegenwoordiging van gemeenten en provincie voor strategische sturing en procesvoortgang. • (Gezamenlijke) werkgroep: Ambtelijke vertegenwoordiging van de deelnemende partijen, verantwoordelijk voor inhoudelijke voorbereiding en coördinatie. Deze werkgroep bespreekt de beleidslijnen (lokaal eigendom, landschappelijke en ruimtelijke randvoorwaarden, communicatie & participatie) en aanvullende thema’s (zoals bevoegd gezag en netcongestie). • Externe projectleider (tot eind 2025): Verantwoordelijk voor dagelijkse coördinatie, procesaansturing en advisering. Werkgroepen per bouwsteen Bij de uitwerking van de bouwstenen worden per onderwerp ok de specialisten vanuit de diverse overheden betrokken: Werkgroep communicatie en participatie: bestaat uit communicatieadviseurs en werkgroep leden van de gemeenten en de provincie. De werkgroep communicatie & participatie formuleert en bewaakt de gezamenlijke communicatiestrategie en woordvoeringslijnen.

De eerste stap is het gezamenlijk afronden van een omgevingsanalyse en het strategisch communicatieplan. Hiervoor zijn externe adviseurs ingeschakeld en de trajecten zijn reeds gestart. De communicatie- en participatieadviseurs worden ook betrokken bij het op te stellen participatieplan. Werkgroep lokaal eigendom: bestaat uit de werkgroepleden van de gemeenten en provincie met eventuele ondersteuning van juridische 20

adviseurs van iedere organisatie. De eerste stap is het opstellen van een kadernotitie lokaal eigendom en financiële participatie. Hiervoor is een extern bureau ingehuurd en is het traject reeds gestart. Werkgroep ruimtelijke randvoorwaarden: Dit is een traject van de werkgroep samen met landschapsadviseurs en RO’ers van de deelnemende overheden. Deze werkgroep focust zich op het uitwerken van beleid t.a.v. ruimtelijke en landschappelijke randvoorwaarden.

6.2 Rollen en verantwoordelijkheden Bevoegdheid gemeente/provincie Vanaf 1 januari 2026 treedt een wijziging in werking waarbij de bevoegdheid voor kleine windprojecten (2 grote of 3 middelgrote turbines) op land in beginsel weer bij gemeenten komt te liggen, tenzij sprake is van rijksregie of uitzonderlijke omstandigheden. Tot die tijd is de provincie het bevoegd gezag voor projecten groter dan 5 MW. Daarna verschuift het bevoegd gezag van de provincie van 5 MW naar 15 MW. Deze overgang vraagt om duidelijke afspraken tussen gemeenten en provincies over de organisatie en verantwoordelijkheidsverdeling in lopende en toekomstige trajecten. In het kader van deze samenwerking spreken partijen de wens uit om – los van de formele bevoegdheidsgrenzen – gezamenlijk te bepalen wie welke rol pakt bij vergunningverlening, planvorming, en regie op gebiedsprocessen. Dit ligt nu (gezien het feit dat er nu geen sprake is van een grensoverschrijdend windproject) per windproject in de afstemming tussen gemeenten en provincie (voor Meppel is dit al in gang gezet). In de volgende fase wordt een gezamenlijke notitie gemaakt over hoe het bevoegd gezag werkt en inzicht gegeven hoe hiermee kan worden omgegaan.

Weg naar realisatie en rolkeuze Eigen regie of uitbesteden, rol marktpartijen en coöperaties Bij het realiseren van windenergieprojecten is het cruciaal om vroegtijdig duidelijkheid te creëren over de rollen van betrokken partijen: nemen overheden zelf het initiatief (eigen wiel), wordt (deels) uitbesteed aan marktpartijen, of ontstaat er een publiek-private samenwerking met

energiecoöperaties? Gezien het streven naar zoveel mogelijk lokaal eigendom, ligt het voor de hand dat energiecoöperaties een substantiële rol vervullen. Tegelijkertijd moet onder ogen worden gezien dat windprojecten om forse investeringen, ontwikkelcapaciteit en risicodraagvlak vragen – een rol die veel lokale coöperaties op dit moment nog niet zelfstandig kunnen dragen. Daarom is het waarschijnlijk dat bij toekomstige projecten een samenwerking ontstaat tussen overheden, marktpartijen en coöperaties, waarin ieder zijn rol speelt op basis van expertise, draagkracht en belangen. Het is van belang om bij de start van de projectmatige samenwerking – zodra er meer duidelijkheid is over de concrete projecten en ontwikkelrichtingen – expliciete keuzes te maken over deze rolverdeling. Tot fase 4 – de planologische fase – kan de discussie over de precieze rollen nog worden gevoerd. Wel spreken partijen de ambitie uit om lokale partijen, waaronder energiecoöperaties, zoveel mogelijk in positie te brengen en actief te betrekken bij de uitwerking van deze keuzes.

6.3 Borging en monitoring van voortgang Om te zorgen voor een zorgvuldige en tijdige uitvoering van de gezamenlijke windstrategie is een stevige borging van de voortgang essentieel. De samenwerking richt zich in deze fase primair op beleidsmatige afstemming en voorbereiding van mogelijke projectmatige samenwerking. Tegelijkertijd moeten kaders en randvoorwaarden worden gewaarborgd ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, vergunningverlening, lokaal eigendom, participatie en uitvoerbaarheid. Verantwoordelijkheden en naleving van vergunningen en normen Per project wordt in een volgende fase bepaald welke overheid het bevoegd gezag is voor de vergunningverlening (gemeente of provincie, afhankelijk van omvang en context). In het geval van provinciegrensoverschrijdende projecten worden vooraf duidelijke afspraken gemaakt over coördinatie, besluitvorming en juridische verankering. Binnen elk individueel project is één partij eindverantwoordelijk voor de naleving van wet- en regelgeving (waaronder de Omgevingswet), milieunormen (zoals geluid, slagschaduw) en 21

eventuele aanvullende eisen die voortvloeien uit MER-procedures of ruimtelijke kaders. Deze rol wordt doorgaans belegd bij de initiatief nemende overheid of ontwikkelaar, met toezicht vanuit het bevoegd gezag (logischerwijs niet de initiatiefnemer). Gedurende het proces wordt periodiek geëvalueerd op effectiviteit van participatie en communicatie, waarbij tijdig wordt bijgestuurd indien nodig. Dit verzekert dat de gekozen aanpak aansluit bij de verwachtingen en wensen van stakeholders en het projectdoel. De drie fases voor de samenwerking die zijn uitgewerkt in hoofdstuk 7 worden ieder afgesloten met een bijsturingsmoment.

7. Routekaart naar Realisatie De samenwerking in Zuidwest-Drenthe vraagt om een duidelijke routekaart van ambitie naar daadwerkelijke realisatie van windenergie. Omdat iedere gemeente en de provincie zich in een andere fase bevinden, worden in dit hoofdstuk zowel de gezamenlijke mijlpalen als de specifieke stappen per gemeente inzichtelijk gemaakt. Daarmee ontstaat overzicht, wordt transparantie richting bestuur en samenleving geborgd en zijn de momenten waarop besluiten worden genomen voor iedereen helder. Dit hoofdstuk begint met een overzicht van de generieke stappen die in vrijwel elk windenergieproject worden doorlopen. Dat overzicht fungeert als referentie. In paragraaf 7.2 ligt de nadruk op het gezamenlijke tijdpad en de belangrijkste mijlpalen, met de nadruk op de specifieke situatie in ZuidwestDrenthe.

7.1 Stappenplan ontwikkeling windenergie Om helder te krijgen hoe in het plan van aanpak van de samenwerking een stappenplan met bijbehorende mijlpalen inzichtelijk wordt, is het goed om dit te spiegelen aan hoe een windproject in de praktijk meestal verloopt. Uiteraard zijn er altijd nuances en kan het traject hier en daar anders verlopen, maar over het algemeen zien de hoofdlijnen van een windproces er negen van de tien keer hetzelfde eruit. In dit document worden eerst in grote lijnen de standaardstappen van een windproces geschetst. Bij elke stap wordt kort toegelicht wat dit betekent voor zowel het proces van de individuele gemeenten als voor de samenwerking tussen hen.

1. Ambitie en beleidsvorming • •

22

Stap: Vaststellen van de ambitie om duurzame hernieuwbare energie op te wekken (klimaatdoelstellingen, energietransitie). Mogelijke invulling: Keuze voor inzet van windenergie als (onderdeel van de) oplossing.

•

Go/no-go moment: Politiek-bestuurlijk besluit dat beleidsmatig ruimte moet worden geboden aan windenergie (bijv. via omgevingsvisie, RES, programma of beleidsnota).

Stand van zaken per gemeente / provincie De situatie verschilt per gemeente/provincie en is globaal te verdelen in: 1. Ambitie politiek bestuurlijk vastgesteld (voldaan aan Go/no go moment): Meppel en Steenwijkerland: hebben een windambitie vastgesteld via de RES en/of andere beleidsdocumenten. 2. De Wolden: onderzoekt momenteel of zij een windambitie wil vastleggen. Dit doet de gemeente door eerst te verkennen of in Ruinerwold Noord een windontwikkeling mogelijk is. Go/No go-besluit volgt tweede helft 2026. 3. De Provincie Drenthe heeft de RES 1.0 vastgesteld samen met gemeenten en waterschappen. De Provincie stelt zich faciliterend op en ondersteunt bij het behalen van de gezamenlijke ambitie. 4. Westerveld heeft op dit moment geen windambitie en onderneemt hierin geen verdere stappen. De ontwikkelingen in Meppel Noord IV als Ruinerwold Noord bevinden zich aan de grens met gemeente Westerveld waardoor de mogelijke impact van deze projecten ook voor inwoners en andere belanghebbenden in de gemeente Westerveld relevant is. Invloed op de samenwerking De energie ambities zijn in de basis in de RES 1.0 Drenthe vastgelegd. Mocht de situatie rondom windenergie in bijvoorbeeld Steenwijkerland (provincie Overijssel red.) of Westerveld op een later moment veranderen, dan kan dit invloed hebben op het gezamenlijke traject.

Een dergelijke beslissing vergt een zorgvuldig vaak tijdsintensief traject. Het is in dat geval belangrijk om aan te geven op welk moment een dergelijk besluit nog meegenomen kan worden binnen een gezamenlijk windproject. Daarnaast is het goed om te beseffen dat er dan (getuige dit

stappenplan) nog veel stappen moeten worden gezet om ook echt in een gezamenlijk windproject te kunnen stappen.

2. Verkenningsfase •

•

Stap: Onderzoeken van de mogelijkheden en condities voor windenergie. o Afweging met andere vormen van hernieuwbare energie. o Eerste kaartbeelden of zoekgebieden. o Participatie: ophalen zorgen, wensen en voorwaarden uit de samenleving. Go/no-go moment: Besluit van raad/college om door te gaan met windenergie, inclusief aanwijzing van zoekrichtingen of locaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16376323/1