2025 Bijlage - bestuurlijke reactie BW De Wolden- RK onderzoekinwonersparticipatie (260709)
Tekst van het document
Aan: De Rekenkamer De Wolden
Datum: Onderwerp: Ons kenmerk:
9 juli 2025 Bestuurlijke reactie op rekenkameronderzoek inwonersparticipatie Geachte rekenkamer, Op 13 juni 2025 ontvingen wij van u het concept onderzoeksrapport naar inwonersparticipatie in De Wolden. In uw begeleidend schrijven doet u ons het verzoek om een bestuurlijke reactie te geven. Wij maken graag van deze gelegenheid gebruik en in deze brief ontvangt u onze reactie. Allereerst spreken wij onze waardering uit voor de gedegen wijze waarop u het onderzoek heeft uitgevoerd en de inzichten die het onderzoek ons biedt. Inwonersparticipatie is een essentieel onderdeel van een levendige en democratische gemeente. Participatie van inwoners is van wezenlijk belang als het gaat om de leefbaarheid en daarom hechten wij er grote waarde aan dat onze inwoners betrokken zijn bij keuzes en besluitvorming die hen aangaat. In het raadsbreedprogramma hebben we ook benadrukt dat we “de voor De Wolden zo kenmerkende samenwerking met en tussen inwoners met kracht blijven ondersteunen”. In deze brief zetten wij uiteen hoe wij omgaan met de bevindingen en aanbevelingen uit het onderzoek. Een belangrijke stap hierbij is het verwerken van de aanbevelingen van dit onderzoek in de nieuw op te stellen participatieverordening op basis de nieuwe Wet versterking participatie op decentraal niveau. We waren op basis van deze nieuwe wetgeving al gestart met de voorbereidingen.
De uitkomsten van dit rekenkameronderzoek biedt ons de gelegenheid om deze te combineren met de uitwerking op de nieuwe wetgeving. Als college vinden we het belangrijk om een kanttekening mee te geven. In het onderzoek wordt verwezen naar recente participatietrajecten in De Wolden bij grote maatschappelijke opgaven. In onze ogen hoeft en kan participatie niet altijd leiden tot een besluit waarmee iedereen het eens is. Zeker niet bij grote maatschappelijke opgaven. Conclusies uit het rapport In het onderzoeksrapport worden er een aantal conclusies gedaan over hoe het ervoor staat met inwonersparticipatie in De Wolden. Wij zijn blij om te lezen dat u concludeert dat inwonersparticipatie hoog op de agenda staat en dat hier veel energie in wordt gestoken. Het doet ons ook goed dat u constateert dat er in de organisatie een cultuur heerst
PAGINA 1 VAN 5
PAGINA 2 VAN 5
waarbij inwonersparticipatie een belangrijke rol speelt in beleidsprocessen. De door u onderzochte casussen bieden ons meer helderheid over de vraag hoe de participatie wordt beleefd vanuit inwoners en betrokken organisaties. Het geeft ons ook inzicht in diverse leerpunten. Bijvoorbeeld dat we goed moeten afhechten wat er met de inbreng van de participatie is gedaan. We begrijpen ook dat u aangeeft dat op basis van de onderzochte casussen er geen brede conclusies getrokken kunnen worden over de mate waarin participatie in de volle breedte van de organisatie wordt ingezet. Dit brengt ons ook op het punt dat u constateert dat er geen actuele visie en beleid is op participatie. In de praktijk zijn we continu bezig met de doorontwikkeling van participatie en merken we ook dat participatie een situationele aanpak vraagt. Maar u merkt terecht op dat we onze uitgangspunten en kaders voor participatie beter kunnen actualiseren en verankeren. Hierdoor kunnen wij als lokaal bestuur vooraf betere afspraken maken over participatie, kan hierover helder gecommuniceerd worden en kunnen we beter sturen op verwachtingen van inwoners en organisaties. Ons streven is dat de bovengenoemde doorontwikkeling moet samenkomen in een nieuw beleid en visie op participatie. Wij zijn het met u eens dat het een kans is om diverse landelijke ontwikkelingen hierin een plek te geven.
Dit betreft de eerder genoemde participatieverordening maar ook het Uitdaagrecht (‘right tot challenge’). De planning hiervoor is dat gemeenten tot 1 januari 2027 de tijd hebben om een participatieverordening op te stellen, waarin wordt vastgelegd hoe het Uitdaagrecht wordt georganiseerd. Daarnaast zal er een overzicht en een uniforme aanpak moeten komen van de verschillende vormen van participatie en waarin de vaste fasen van werkwijze wordt doorlopen. Het lijkt ons ook een goed idee om de verschillende vormen van participatie te integreren in één document. Waarbij wij wel als aandachtspunt zien dat participatie altijd maatwerk blijft. Ieder traject of opgave vraagt om een eigen aanpak. Daarmee blijft het vereist om de vormen van participatie doorlopend te ontwikkelen en aan te passen aan de betreffende situatie. Waarbij als basisregel geldt dat de gekozen vorm op voorhand voor alle betrokken partijen helder is. Aanbevelingen uit het rapport In uw rapport geeft u meerdere aanbevelingen. Hieronder gaan wij daar nader op in. Aanbevelingen 1, 2 en 4 zijn gericht aan de gemeenteraad. Als college geven wij u wel onze reactie mee op deze aanbevelingen omdat wij het belangrijk vinden om gezamenlijk op te trekken in de doorontwikkeling van de inwonersparticipatie voor De Wolden.
PAGINA 3 VAN 5
Aanbeveling 1. Gemeenteraad: Stel op initiatief van de gemeenteraad nieuwe participatiebeleid op. Breng hierin alle vormen van inwonerparticipatie samen. Schenk ook aandacht aan structurele evaluatie van het beleid. Het college is het eens met de aanbeveling om een nieuwe visie en beleidskader voor participatie op te stellen en het college zal hiervoor dan ook het initiatief nemen. Deze nieuwe visie zal een meer overkoepelende algemene visie worden, waarbij de reeds bestaande kaders en ervaren leermomenten worden ondergebracht. (parapluvisie). Daarnaast kunnen we verplichte vaste evaluatiemomenten opnemen in de nog op te stellen participatieverordening. In De Wolden hebben we al veel instrumenten ontwikkeld in het kader van participatie. Dit zoals ‘4De Wolden’, ‘Initiatiefrijk’, en bijvoorbeeld het beleidskader participatie voor de omgevingswet. Op deze manier kunnen we al ontwikkelde kaders en leermomenten op een goede manier borgen in de nieuwe visie. Aanbeveling 2. Gemeenteraad: Betrek bij het opstellen van dit beleid landelijke onderzoeken en actuele landelijke ontwikkelingen om tot een toekomstbestendig beleid te komen. Op dit moment wordt er gewerkt aan de voorbereidingen van een actualisatie op het participatiebeleid in het kader van de nieuwe Wet versterking participatie op decentraal niveau.
Als college zien we een natuurlijk moment ontstaan om de ontwikkeling van dit nieuwe beleid en de uitkomsten van dit rekenkameronderzoek met elkaar te integreren. Hierbij zullen we ook gebruik maken van de informatie die hierover landelijk beschikbaar wordt gesteld. Zo maken wij onder andere gebruik van de voorbeelden die de VNG op dit gebied al heeft ontwikkeld. Aanbeveling 3. College: Werk het beleid binnen de organisatie uit naar concrete richtlijnen en instructies. Haal hiervoor breed input op in alle onderdelen van de organisatie, zodat de uitwerking ook zo goed mogelijk aansluit op de staande praktijk Als college vinden we het belangrijk dat er voor alle partijen bij de start van een traject een heldere aanpak bekend is en hoe de participatie wordt vormgegeven en teruggekoppeld. Dit gaat onder andere over het doel, resultaten en uitgangspunten. Maar ook moet helder zijn wie welke rol heeft en welke methode wordt toegepast. Hierdoor zijn we beter in staat om achteraf ook te bepalen of de participatie doelmatig en effectief is geweest. Hierbij benadrukken we dat participatie in onze ogen ook altijd maatwerk blijft. Ieder traject of opgave vraagt om een eigen aanpak. Daarmee blijft het vereist om de vormen van participatie doorlopend te ontwikkelen en aan te passen aan de betreffende situatie.
Waarbij als basisregel geldt dat de gekozen vorm op voorhand voor alle betrokken partijen helder is. Dit betekent dat bij de start van een traject het college met de gemeenteraad heldere afspraken maakt over de participatie. Naast heldere afspraken over het doel, proces, methode en
PAGINA 4 VAN 5
uitgangspunten gaat het hierbij ook om de tijdsinvestering en de financiën. Dit betekent ook dat we daarin een goede balans moeten zoeken. In het algemeen zien we dat participatie steeds meer vraagt van de ambtelijke organisatie. In het op te stellen nieuwe beleid zullen we ook met de gemeenteraad het gesprek voeren over wat er nodig is om participatie goed te kunnen organiseren en implementeren. Als college zijn we voorstander dat we de richtlijnen en instructies vastleggen. Hierdoor hoeven we niet in elke situatie het wiel opnieuw uit te vinden en creëren we meer uniformiteit. Eén van de onderdelen kan zijn om een aantal vaste vragen bij de start van een traject te hanteren om de vorm van participatie te bepalen. Aanbeveling 4. Gemeenteraad: Pak als gemeenteraad een positie in het sturing geven aan participatie bij elk beleidstraject, bijvoorbeeld door het instrument startnotitie structureel te gebruiken en daarin een uitgebreid format voor inwonerparticipatie op te nemen. Het lijkt ons een goed streven dat het college vooraf bij de gemeenteraad toetst hoe we een traject of opgaven willen gaan oppakken en hoe daarbij participatie wordt toegepast. Waarbij het zo is dat we nu al bij grote opgaven werken met een startnotitie of een plan van aanpak waarin participatie een vast onderdeel is.
We willen de gemeenteraad daarbij wel ter overweging meegeven om dit niet bij ieder beleidstraject te doen. Bij sommige vraagstukken kan de aanpak vooraf duidelijk zijn bepaald of kan er bijvoorbeeld sprake zijn van dwingende wet- en regelgeving of borduren we voort op eerder genomen besluiten. Het college hecht daarbij waarde aan een goede balans tussen de uitvoeringsverantwoordelijkheid van het college en een kaderstellende en controlerende taak van de gemeenteraad. Aanbeveling 5. College: Breng de gemeenteraad ook in positie om het verloop en de opbrengsten van inwonerparticipatie zelf te beoordelen, en daarmee te beoordelen hoe de opbrengsten in de eigen positiebepaling meegenomen kan worden. In de ontwikkeling van ons beleid en opgaven passen we veelal participatie toe. Voordat we stukken en keuzes ter besluitvorming voorleggen laten we betrokkene in het participatieproces doorgaans meelezen of hun inbreng voldoende is opgenomen. In college- en raadsvoorstellen verantwoorden we ook expliciet hoe de participatie is vormgegeven en verlopen. We vinden de aanbeveling een goede doorontwikkeling op hetgeen we al toepassen zoals hierboven beschreven. Door het verloop en de opbrengsten van de participatie expliciet aan de gemeenteraad terug te koppelen kan de gemeenteraad een nog zorgvuldigere afweging maken in de besluitvorming.
Hoe we dit het beste kunnen vormgeven willen graag verder met de raad verkennen bij het ontwikkelen van het nieuwe participatiebeleid.
PAGINA 5 VAN 5
Aanbeveling 6. College: Investeer in verbeterde relaties met de dorpsbelangenverenigingen. Schenk hierbij specifiek aandacht aan opvolging van toezeggingen en proactieve communicatie vanuit de tweede lijn binnen de organisatie (na de contactfunctionarissen). Kijk ook hoe deze verenigingen in het participatiebeleid passen en communiceer daar helder over We zijn positief dat u in het onderzoek concludeert dat er werk wordt gemaakt van het contact met de dorpsbelangenverenigingen, door structurele overleggen en de rol en positie die dorpscontactfunctionarissen hierbij innemen. In onze besprekingen met dorpsbelangenverenigingen zullen we bespreken hoe we de opvolging van toezeggingen en proactieve communicatie kunnen verbeteren. We hechten er hierbij wel waarde aan om aan te geven dat we met EigenWijsheid De Wolden een traject zijn gestart om juist te werken aan de samenwerking tussen gemeente, dorpsbelangenverenigingen en inwoners. Dit is gedaan onder begeleiding van deskundigen van BOKD en CMO STAMM. Hieruit komen ook leerpunten voor het nieuwe participatiebeleid en de werkprocessen met de ambtelijke organisatie. Tenslotte Het college bedankt de rekenkamer voor de inzichten. Deze helpen om inwonersparticipatie in De Wolden verder te ontwikkelen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat we de samenwerking met en tussen inwoners met kracht blijven ondersteunen.
Wij kijken er naar uit om het nieuwe participatiebeleid verder met de gemeenteraad te ontwikkelen. Dit in samenhang met de implementatie van ‘De Wet versterking participatie op decentraal niveau’. We stellen voor om na de behandeling van dit rekenkameronderzoek, een bespreking te organiseren over participatie. In deze bespreking kunnen wij gezamenlijk de opbrengsten van het rekenkameronderzoek, de vervolgaanpak voor het participatiebeleid en overige aandachtspunten en verwachtingen met elkaar delen. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,
Roelof Pieter Koning gemeentesecretaris
Inge C.J. Nieuwenhuizen burgemeester