2024 03 28 Gemeente De Wolden Gemeenteraad De Wolden Transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE DE WOLDEN d.d. 28 maart 2024
Opening De voorzitter: Goedenavond. Goedenavond gemeenteraad, goedenavond college, goedenavond publiek op de tribune, goedenavond mensen thuis, die meekijken, en goedenavond aan onze musici. Het is een bijzondere avond. We beginnen altijd eigenlijk met een vragenhalfuurtje voor inwoners, voor de raad en voor het college, om mededelingen te doen. Maar vanavond beginnen we ietsje anders, omdat het namelijk maart is. Ik weet niet of Albert even kort wil inleiden, als culturele maand? Albert, ga je gang. De heer Haar: Met alle plezier, uiteraard. De voorzitter: Wethouder Haar, sorry, ik zeg Albert. De heer Haar: Meertmoand, dialectmoand. Dat is het, dat is de aanleiding waarom deze twee muzikanten hier vanavond staan. Meertmoand, dialectmoand, betekent dat er altijd wat extra aandacht besteed wordt aan de streektaal, aan het Drents in dit geval. Dit keer is het ons niet gelukt om voor te lezen bij de scholen. Dat was omdat het Huus van de Taol op dit moment geen afdeling in De Wolden heeft, anders hadden ze dat wel gedaan. Maar wij vinden toch dat er wat aandacht aan besteed moest worden, en vandaar dat wij twee muzikanten uitgenodigd hebben. Leon Moorman, van oorsprong uit Barger-Compas, en Tom Punt, uit Dedemsvaart, de gitarist, die werkt bij Fellowship of Acoustics. En degene die een beetje bekend is, dat is de beste gitaarzaak van Europa.
Leon Moorman, die heeft deelgenomen aan het project Factor. En Factor is een onderdeel van de Cultuurregio Zwolle. Daarin participeert de gemeente De Wolden ook, daar dragen we ook financieel aan bij. En dat betekent dat artiesten, kunstenaars, dat die daaraan mee kunnen doen, een traject kunt volgen om zich te verbeteren wat hun werk betreft, maar soms ook wat hun bereik betreft. En dat is ook de reden waarom Leon daar aan meegedaan heeft. Hij werkt vaak samen met Roy Moes, gitarist uit Oosteinde, maar die kunnen vanavond niet, en dat is de reden van dat Tom Punt erbij is. Ik wil graag de microfoon geven aan onze beide artiesten. De voorzitter: Dank jullie wel. Normaliter mag natuurlijk, adhesiebetuigingen mogen we zo mooi niet doen hier in de raadszaal, maar ik zag het toch gebeuren, dus hoe bijzonder. Dank jullie wel in ieder geval voor dit eerste nummer. We gaan jullie zo meteen nog een keer horen over de nije buurman was dit, Albert, denk ik? Ja, ik heb het goed verstaan. A. Vragenhalfuur voor de inwoners De voorzitter: Dan gaan we naar het vragenhalfuurtje voor de inwoners, daar starten we altijd mee. Dus allereerst wil ik dan de heer Vos vragen om naar voren te komen. Die wil inspreken over de verkeersdrempel Slenkenweg. En ook daarin zijn we, net als bij de musici, heel streng, vijf minuutjes krijgt u de tijd. De inspreker: Vijf minuten? De voorzitter: Ja.
En ik zie een paar A-viertjes, dus vandaar. Ik denk dat het goed komt. De inspreker: Vijf minuten.
De voorzitter: We drukken de knop in, als u begint. Ga uw gang. De inspreker: Voorzitter, dan begin ik gelijk maar. De voorzitter: Ga uw gang, mijnheer Vos. De inspreker: Vijf minuten is voor mij eigenlijk ondoenlijk, om zeven maanden communicatie met de gemeente in vijf minuten onder uw aandacht te brengen. Dus wat ik heb gedaan, ik heb een kort verslag gemaakt, gebaseerd op feiten, en die wil ik graag met u delen. Mijn naam is Dick Vos, en woon aan de Albert van Kuyckweg, in De Wijk. Achter ons huis ligt de Slenkenweg, dat is de verbindingsweg tussen De Wijk en Koekange. Voorzitter, aanleiding voor dit verzoek om in te spreken, is om gehoord te worden over de verkeerssituatie op de Slenkenweg. In augustus 2023 is zonder overleg een verkeersdrempel aangelegd op de kruising Hendrik Tillemaweg en de Slenkenweg. De kruising is een oversteekplaats voor voetgangers en fietsers naar het zwembad en de sporthal. De gemeente heeft besloten tot het aanleggen van deze verkeersdrempel, omdat geconstateerd is dat er met veel te hoge snelheid gereden wordt. Op 7 september, vorig jaar, na de realisatie van de verkeersdrempel, heb ik een eerste klacht ingediend over hinder- en geluidsoverlast. Vanaf kwart over vijf 's ochtends tot één uur 's nachts is er hinder en overlast aanwezig.
Tot en met 20 december zijn door mij diverse e-mails naar de gemeente gestuurd; en deze e-mails kan ik eventueel, voorzitter, aan u overleggen. 21 december, vijftien weken na het indienen van mijn eerste klacht, heb ik een gesprek kunnen voeren met de verkeersdeskundige van de gemeente. De verkeersdeskundige heeft in dat gesprek toegegeven dat de verkeersdrempel niet het gewenste effect heeft gehad op de snelheid van het verkeer, en dat het niet de bedoeling is dat omwonenden hiervan geluidsoverlast en hinder ondervinden. In dat gesprek is toegezegd, en later schriftelijk bevestigd, dat de verkeersdrempel verlaagd zou worden tot het niveau van de rijbaan. Deze werkzaamheden zouden uitgevoerd worden tussen 19 februari en 1 maart jongstleden. Op vrijdag 16 februari, dus een paar dagen daarvoor, worden de werkzaamheden on hold gezet door de wethouder. Gelijk die week daarna, op 20 februari, vindt er een gesprek plaats met de wethouder, waarin uitleg wordt gegeven over de ontstane situatie. Een week later, op 29 februari, ontvang ik van de wethouder een e-mail waarin de volgende actiepunten worden beschreven. Eén, de gemeente onderzoekt welke tijdelijke maatregelen ingezet worden om de verkeerssituatie te optimaliseren. Twee, hoe de gemeente met tijdelijke maatregelen de overlast kan minimaliseren.
En drie, dat de gemeente een structurele oplossing gaat onderzoeken en dat de omgeving daarin meegenomen wordt. Daarbij sprak de wethouder de verwachting uit dat ruim voor 12 maart nadere informatie zou volgen. Helaas heb ik voor die datum geen bericht ontvangen, zodat ik op 18 maart zelf heb gemaild naar de wethouder, met het verzoek om een update. Dezelfde dag heb ik een update ontvangen van de wethouder, met de volgende informatie. Er is een tijdelijke oplossing gekozen door fysieke beperkingen op de rijbaan aan te brengen. De planning voor de realisatie hiervan is nog niet bekend. En voor definitieve maatregelen en overleg met omwonenden is meer tijd nodig. Voorzitter, het voorgaande in de update leidt tot de volgende concrete vragen. Om welke fysieke beperkingen gaat het? Waar worden deze maatregelen geplaatst? En wat is de uitvoeringsdatum? En wanneer start het proces voor overleg met de omwonenden? Het vragen naar concrete plannen en data is omdat het verkeer nog steeds met hoge snelheid doorrijdt. De drempel heeft geen effect op de snelheid van het verkeer. Geluidsoverlast en trillingen blijven voor hinder zorgen. En er is sprake van een schijnveiligheid. Het meest zorgelijk naast de overlast, is de suggestie van de snelheidsbeperking door het plaatsen van een drempel in relatie met de overige weggebruikers, kinderen, fietsers, voetgangers.
Die steken hier over naar het zwembad en/of de sporthal. Voorzitter, dit is voor mij aanleiding om uw aandacht te vragen voor deze situatie, waarbij ik hoop dat u er aandacht aan wilt besteden en blijk geeft aan uw inwoners te luisteren. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Ik kijk de gemeenteraad rond. Wie heeft er een vraag? Mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer-Dekker: Voorzitter, even een vraag aan de heer Vos. Spreekt u namens uzelf, of spreekt u namens een groep inwoners, en hoe groot is die groep dan? De inspreker: Nee, ik spreek hier namens mezelf, omdat ik de gevoelens van mijn omwonenden, mijn buren niet kan verwoorden. Dit zijn feiten zoals we die in de mails hebben gediscussieerd met de gemeente. Ik weet dat mijn medebewoners ook klachten op hun manier hebben ingediend bij de gemeente. En ik weet dat er ook gesprekken zijn plaatsgevonden, onder andere telefonisch met de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. De inspreker: Maar ik ben niet op de hoogte van de gesprekken en ik weet inhoudelijk ook niet wat dat is besproken. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Vrielink. Mevrouw Vrielink-Linthorst: Dank u wel. Zoals ik begrijp, was het nogal een verrassing dat de drempel daar kwam. De inspreker: Ja. Mevrouw Vrielink-Linthorst: Heeft ook contact gehad met Dorpsbelangen, waren zij ook op de hoogte? Zijn zij meegenomen? De inspreker: Weet ik niet, weet ik niet. Wij kwamen terug van vakantie en toen lagen er rijplaten, wat op zich al een hoop herrie veroorzaakte. Nee, wij zijn daar verder niet van op de hoogte gebracht.
Mevrouw Vrielink-Linthorst: Maar bent u zelf nog, heeft zelf nog actie richting Dorpsbelangen ondernomen? De inspreker: Niet door mij, nee. Mevrouw Vrielink-Linthorst: Oké. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, andere vragen? Ja, de heer Jansen. De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Vos, ik heb hier een overzichtje even voor mij van de Slenkenweg, en ik heb hier een overzicht van de Albert van Kuyckweg. De inspreker: Klopt. De heer Jansen: En u zegt, ik woon aan de Albert van Kuyckweg. Woont u dan, grenst u dan met de achterkant, zeg maar, aan de Slenkenweg? Waar moet ik u situeren in het plattegrondje?
De inspreker: Wij zijn gesitueerd op de hoek van de Tillemaweg en de Slenkenweg. Daar staat een woning, en wij zijn de eerste woning aan de Slenkenweg die erachter staat. Dus de Slenkenweg die ligt 20 meter achter de achterkant van onze woning. De heer Jansen: En dan ook, zeg maar, daar links van dan, daar heeft u de overgang naar het … De inspreker: En de drempel ligt ongeveer hemelsbreed 70, 75 meter van ons huis vandaan. De heer Jansen: Heb ik nog een tweede vraag, mijnheer Vos. U zegt, ik heb een klacht. Dan kan ik mij voorstellen dat in eerste instantie alleen de klacht, alleen het lawaai is. Klopt dat? De inspreker: Nee, dat is niet correct. Wij wonen op een grondgebied, dat is de Slenken. En ik, wij denken, maar goed, dat moet onderzoek uitwijzen, dat de ondergrond onder de zand, dat is veen. Wij hebben, de grondslag zit ongeveer 6, 7 meter, zit veen onder. Dus wat gebeurt er op moment als je een trilling hebt van een vrachtwagen die over een drempel rijdt? Inmiddels is het een 60-kilometer weg geworden, maar het verkeer rijdt er nog steeds met 80 tot 100 kilometer overheen. Die trillingen van de assen op de eerste drempel, en dan gaat-ie 20 meter verder met de tweede drempel weer naar beneden, dat trilt door de grondslag. Dat betekent dat wij in het bed gewoon de trillingen vernemen. Er zijn buurtbewoners die hebben gewoon rinkelende glazen in de kast staan.
Dus dat is punt één. Punt twee is natuurlijk het lawaai. Om kwart over vijf gaan de eerste aannemers, die rijden met trekker en aanhanger en karren over die drempel, met stellingmateriaal, ja, dat klappert. Kwart over vijf, half zes zijn we wakker. En om één uur ’s nachts, half één gaat de laatste bus, lijnbus over de drempel met vol gas. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. De heer Jansen: Dank je wel. De voorzitter: Dat waren de vragen, mijnheer Jansen? Ja. De heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Dank, voorzitter. Wat ik nog niet helemaal duidelijk heb uit het verhaal, hoe is de oorspronkelijke drempel tot stand gekomen? Is daar ook overleg geweest met de buurt, et cetera? De inspreker: Nee, er lag nooit een drempel, het was een 80-kilometer weg. Maar omdat, en dat heeft de gemeente natuurlijk wel goed gezien, er werd veel te hard gereden. Dus ze hebben een snelheidsbeperkende maatregel getroffen die niet met ons is overlegd, die voorkennis hadden we niet. En uiteindelijk is voor die drempel gekozen om die snelheid daar naar beneden te krijgen. Alleen de drempel is waarschijnlijk te laag, en die is net niet hoog genoeg om de snelheid eruit te krijgen. Dus wat doen de mensen nu? Die zijn dat gewoon gewend. Het is gewoon het verbindingsverkeer tussen Koekange en De Wijk. Die mensen rijden iedere dag op en neer.
Die rijden gewoon met vol gas over die drempel, maar die voelen geen beperking namelijk. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan zag ik mijnheer Groot nog met een vraag? De heer Groot: Ja, dank u wel, voorzitter. U noemde met name dus de snelheid, wat als belangrijkste aandachtspunt wordt ervaren, om die eruit te halen. De inspreker: Snelheid is voor de veiligheid inderdaad.
De heer Groot: En de andere, u noemde al even de overstekende fietsers en dergelijke. Is dat, vindt u dat van minder belang dan ten aanzien van de verkeersveiligheid op dat punt? De inspreker: Kijk, ik ben zelf een sportinstructeur bij de sporthal, en ik spreek natuurlijk daar ouders met kinderen. Het gevaar wat we nu hebben, en daarom noem ik het ook schijnveiligheid, iedereen ging ervan uit dat die drempel een snelheidsbeperkende maatregel zou zijn. En dat is gewoon niet gelukt. Dus kinderen die daar zonder ouders ook oversteken, die kregen in beginsel mee dus dat er gewoon een drempel lag, waarmee de snelheid naar beneden zou zijn gekomen. En dat is gewoon niet gebeurd. Dus ze rijden nog steeds met dezelfde snelheid, maar er ligt wel een drempel die doet vermoeden dat mensen daar minder hard gaan rijden. En dat is een schijnveilige, schijnheilige veiligheidsregel, volgens mij. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vos. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Overbeek: Mijnheer Vos … Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Vos, volgens mij is het best wel een lastig verhaal, nu ik het zo begrijp. Er wordt te hard gereden, daar hebt u volgens mij ook lawaaioverlast van. De inspreker: Klopt. Mevrouw De Boer-Overbeek: Maar een drempel ook.
Wat zou volgens u de ideale oplossing zijn? Hebt u daar een beeld bij? De inspreker: Nou, we blijven graag in gesprek met de wethouder, en hij heeft het initiatief ook wel genomen. Alleen, we zitten nu te wachten op de uitvoering van maatregelen waarop ik geen antwoord krijg, wat zijn dan die maatregelen en waar worden die dan geplaatst? En wij willen zo graag met de wethouder in gesprek, ook als omwonenden, wij krijgen daar geen reactie op. Wanneer het proces start in overleg met omwonenden, is bij mij niet bekend, dan kunnen we met elkaar tot een oplossing komen. Maar in ieder geval, de snelheid zou eruit moeten, er zijn echt snelheidsovertredingen van 30 kilometer en harder. Daar moeten we iets mee doen. Het gaat me niet alleen om die drempel, het gaat om de veiligheid, het gaat om het lawaai, het gaat om de trillingen. Het is de totale aanpak waar we iets mee moeten gaan doen. De voorzitter: Goed, dank u wel. Ik kijk rond, ik denk dat de laatste vraag gesteld is. En ik vermoed dat de wethouder straks nog een mededeling gaat doen vanuit het college, maar dat staat pas later op de agenda. Dank u wel, mijnheer Vos. De inspreker: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan vraag ik de volgende inspreker naar voren, dat is mevrouw Beemster, en die wil inspreken over de opvang van Oekraïners. Is hij aan? De inspreekster: Ja, graag. De voorzitter: Ga uw gang, mevrouw Beemster.
De inspreekster: Geachte voorzitter, leden van de raad, college en toehoorders. Dank voor de mogelijkheid u te informeren over de problemen op de vluchtelinglocatie in Drogteropslagen. Mijn naam is Thea Pap, Thea Pap-Beemster, ik woon in Kerkenveld en ben als vrijwilligster betrokken bij de Oekraïense vluchtelingen. Ik spreek mede namens mevrouw Ria van de Wal, die als vrijwilligster veel werk verzet, de vluchtelingen begeleidt en helpt waar ze kan. Wij komen vaak meerdere keren per week op de locatie, helpen de Oekraïners met de Nederlandse taal en hebben de vluchtelingen goed leren kennen. Zorgen hebben we allereerst op de niet terechte wijze, niet terechte uithuisplaatsing van een echtpaar. Daarbij krijgen we steeds meer het gevoel niet serieus genoemd, genomen te worden als vrijwilligers, door de handelswijze van de gemeente. Wel mogen we heel veel werk verzetten, en we doen dat met liefde. Maar als het erop aankomt, worden we genegeerd. En wat erger is, dit gaat ten koste van de vluchtelingen. Het volgende is gebeurd in het achterhuis van de opvanglocatie in Drogteropslagen. Een grote, sterke man van in de 30, ik noem hem even A, is onder invloed van drugs. Hij gaat achter de auto van een wegrijdende Oekraïense vrouw staan, hij spreidt beide armen en schreeuwt, rijd me maar dood.
Vervolgens sleept hij de vrouw van het echtpaar, waar het hier om gaat, die noem ik even B, aan haar haren over het gras. Een andere Oekraïense man, C, bevrijdt haar. Hierna valt de man A, de man van het echtpaar B aan, en deze man wordt een stuk uit de hand gebeten. En deze man is op leeftijd, in de 60 en klein van stuk. A vraagt een eveneens drugsgebruikende Oekraïner hem te helpen om de man van het echtpaar B te vermoorden. Het echtpaar is bang en vlucht een bosje in. En ondertussen wordt hun kamer opengebroken en de spullen vernield door A. Gelukkig mag het echtpaar slapen in het andere huis, het voorhuis, op de bank. De locatiemedewerker van de gemeente was niet bereikbaar. Ria van de Wal wordt gebeld, zij belt security. Ria van de Wal probeert iedere dag contact te leggen met de locatiemanager. Pas na twee dagen verschijnt iemand van de gemeente. En aangezien hij tijdens werkuren komt, spreekt hij alleen de aanvaller A, en de man die gevraagd werd te helpen met de moordpartij. De andere mensen, waaronder ons echtpaar, werken. De gemeente zet A en het echtpaar op staande voet uit huis. Let wel, het gaat om getraumatiseerde mensen uit de Krim, ze zijn de Engelse-, noch de Nederlandse taal machtig. Ria van de Wal neemt ze in huis. Onderdak wordt gezocht en gevonden na een week.
Dit echtpaar mag echter niet meer op de locatie komen om de Nederlandse lessen van ons te volgen, en bij hun Oekraïense vrienden te komen. Zij hebben onderling veel contact en rijden met elkaar mee naar hun werk en gebruiken elkaars auto. Ria van de Wal en ik vragen, naar aanleiding van dit gebeuren, een gesprek aan met de burgemeester. We krijgen van de burgemeester te horen dat de veiligheid van de bewoners en de veiligheid van ons als vrijwilligers bovenaan staat. Dat klinkt mooi, maar wij als vrijwilligers hebben ons nooit ónveilig gevoeld, en vinden dat er recht gedaan dient te worden aan ons echtpaar. Verder meldde de burgemeester dat er niet over betrokken mensen gesproken mag worden in verband met de privacy. Privacy is een groot goed, maar het moet geen instrument worden om levende mensen als nummer weg te zetten. Verder zit ons dwars dat ons verweten wordt dat we onmiddellijk contact hebben gezocht met de security en níet met de politie. Echter, in een eerder stadium is ons te verstaan gegeven, altijd de security te bellen en niet de politie. De burgemeester heeft beloofd verder onderzoek te doen. Nu, vier weken na ons gesprek met de burgemeester, hebben we nog niets gehoord. Ook zijn er geen vragen gesteld aan de andere bewoners van de opvanglocatie. Zijn we met een kluitje in het riet gestuurd? U, als leden van de gemeenteraad, bent verantwoordelijk.
Het echtpaar heeft nu onderdak, niet door de zorg van de gemeente, maar ondanks de gemeente; dankzij de belangeloze inzet van vrijwilligers en betrokken buurtbewoners. Wij vragen u uitdrukkelijk de beslissing met het verbod om het terrein van de vluchtelingenlocatie te betreden terug te draaien, zodat dit echtpaar weer hun vrienden kunnen ontmoeten, weer mee kunnen doen met onze taallessen, en vanwege de aantekening, geen moeilijkheden ondervinden bij een eventuele verhuizing of asielaanvraag. Ik dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Beemster. Ik kijk de gemeenteraad rond. Wie heeft er vragen? Mevrouw Brouwer.
Mevrouw Brouwer-Dekker: Mevrouw Pap, dank voor uw inbreng, geeft toch wel de nodige duidelijkheid. U zegt dat u een gesprek gehad heeft met de burgemeester. Kunt u daar wat nadere duiding over geven? Want u geeft ook wel aan, het is ongeveer nu vier weken geleden. Was het een goed gesprek? Zat u op dezelfde golflengte? Zijn er duidelijke afspraken gemaakt? Zijn er bijvoorbeeld afspraken vastgelegd? Zijn u dingen daar beloofd? De inspreekster: Het was een vriendelijk gesprek. Maar mijn ervaring is dat we wel gehoord zijn, maar niet om er verder mee te komen. Ons is wel beloofd dat het uitgezocht zou worden, maar daar hebben we dus geen enkele … Het is moeilijk onder woorden te brengen. Je kunt motieven als privacy en veiligheid, kun je ook gebruiken om af te dwalen van de zaak waar het om ging. En het gaat ons eigenlijk alleen om, dat dit echtpaar verder kan in dit leven. En niet, ze kunnen niet meer terug. Ze kunnen, ze moeten verder kunnen. Mevrouw Brouwer-Dekker: En … De voorzitter: Mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer-Dekker: Dank u wel. Maar u geeft aan, welke afspraken zouden er dan gemaakt moeten worden? Wat zou u dan willen? Er is in feite niets vastgelegd. De inspreekster: Er is ons beloofd dat het uitgezocht zou worden. Mevrouw Brouwer-Dekker: En wat zou er dan uitgezocht worden? De inspreekster: Wat er precies gebeurd is.
Wij zeggen, deze mensen treft geen blaam, en het zou uitgezocht worden. Wij hebben het overigens zelf wel helemaal uitgezocht met tolken, en ook wat er bij een eerdere gebeurtenis was gebeurd, of deze mensen nou blaam treft, want ze hebben twee waarschuwingen gehad. En bij de eerste waarschuwing bleek ook nadat we dus … Deze mensen spreken Russisch, maar de brief hebben ze in het Nederlands en het Oekraïens gekregen, hun brieven, dus het was voor henzelf ook niet zo duidelijk. Maar wij hebben dat met allemaal tolken en gesprekken, en alle bewoners gevraagd en uitgezocht. En we zijn tot de conclusie gekomen dat het niet terecht is. Maar de gemeente zou dit ook uitzoeken, maar daar merken we dus niets van. Mevrouw Brouwer-Dekker: En heeft … Mag ik nog een vraag stellen? De voorzitter: Ja, ja, mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer-Dekker: Oké. Heeft de gemeente ook contact gehad met degenen die het slachtoffer zijn, in feite? Hebben ze daar ook het verhaal gehoord van de mensen zelf? De inspreekster: Nou, dat kan niet, want, ze hebben wel even gevraagd wat er gebeurd is. En deze man die nooit moeilijkheden wil veroorzaken, zegt, het zal niet meer gebeuren, het spijt me, het zal niet meer gebeuren. Hij wilde de man die hem aanviel ook niet in problemen brengen. Maar meer spreekt hij ook niet en er is geen tolk bij geweest. Dus ik zou zeggen, dan ben je niet gehoord.
Want zo goed, zo goed spreekt hij geen Nederlands, onze lessen zijn nou niet zo lang, en Engels spreekt hij niet.
De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk … Ja, mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Ik reageer even op uw bijdrage, dank u wel voor uw inbreng. U heeft de raadsleden ook een brief gestuurd, waarin u uw zorgen heeft kenbaar gemaakt. We hebben ook aangegeven dat we uw zorgen snappen, begrijpen. Maar we zijn toch van mening dat we, dat het college echt aan zet is in dit geval, dus dat de raad … Kijk, dit is een uitvoeringskwestie, en de raad gaat daar sec gezien niet over. Maar ik heb wel goede hoop dat het college dan ook binnenkort hier contact, of in verdergaat. Maar u zegt, u heeft daar nog niks over gehoord. De inspreekster: Nee. Kijk, het is twee maanden geleden gebeurd. Sta ik te dicht op de microfoon? Mevrouw Haanstra: Wat mij betreft niet. De inspreekster: Oké. Het is twee maanden geleden gebeurd, en een maand geleden hebben we het gesprek gehad; morgen, vier weken. En ja, dan verwacht je enige actie, enig antwoord. En dat is er niet. En dat is natuurlijk mijn vraag ook, u hoeft het niet op mijn woord te geloven, maar zoek het uit. En mijn vraag is dus, het heeft zoveel invloed op het leven van deze mensen, wij willen heel graag dat dit niet, dat deze aantekening verdwijnt van hun naam. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kippers. Mevrouw Kippers-van Lint: Dank u wel, voorzitter. Nou, u geeft aan dat er met het echtpaar dat dus uit huis gevlucht is, nog wel gesproken is.
Maar lastig was door gebrek aan goede communicatie, bij afwezigheid van een tolk. De inspreekster: Ja, door de gemeente, hè, door de gemeente. Mevrouw Kippers-van Lint: Is er nog wel verder duidelijkheid gekomen over de reden van het verbod om terug te keren naar de opvang? De inspreekster: Nee. Mevrouw Kippers-van Lint: Oké, want dat … De inspreekster: Wij hebben helemaal niets gehoord. Mevrouw Kippers-van Lint: Oké. En hoe is het verder gegaan met, u noemde dat persoon A, die er ook de hulp bij had, wat is het proces omtrent die persoon? En hoe zit het verder met de veiligheid op dit moment in het achterhuis? De inspreekster: Naar mijn idee is het daar heel veilig. Die persoon A die is er niet meer. En die persoon die dus gevraagd werd om mee te doen, die is meteen weer naar Frankrijk vertrokken. Dus er is nou niets meer aan de hand. Alleen de auto van die ene man A staat nog op het terrein, en dat is natuurlijk een beetje beangstigend. Maar deze man A heb ik verschillende gesprekken mee gehad. Een vriendelijke man. Maar als je drugs gebruikt, dan, ik heb er niet zoveel verstand van, maar dan gebeuren er dus dingen die voor alle mensen daar niet prettig zijn en angstaanjagend, ook voor de kinderen die in de opvang zijn. Dus dat kan niet.
De voorzitter: Dank u wel. De inspreekster: Maar dat geldt dus niet voor ons echtpaar. De voorzitter: Mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: (Buiten de microfoon) Dank u wel, voorzitter, en ook dank aan de inspreker. Ik het idee dat mijn microfoon het niet goed doet. Iets dichterbij. Test. De heer…: (Buiten de microfoon) Hij doet het niet. Mevrouw Bouwers: (Buiten de microfoon) Nee? Ik ga even opschuiven, maar. (Door de microfoon) Voorzitter, ja top. Dank aan de inspreker. Ik hoorde een voor mij toch wel enigszins opvallende bijzin over het advies om altijd contact op te nemen met security in plaats van met de politie. En dan vul ik hem even zelf in, bij incidenten. Ik was benieuwd, is dat naar u als vrijwilliger toe gecommuniceerd door een vertegenwoordiger van de gemeente, of van een andere instantie? En zou dat ook gelden voor bijvoorbeeld het drugsgebruik, waar u ook op wijst? Zou dat onder een incident vallen, wat niet bij de politie wordt gemeld, maar mogelijk wel een onveilige omgeving veroorzaakt? De inspreekster: Ja, het is aan mevrouw Van de Wal gemeld, en het is aan alle inwoners, alle bewoners van de opvanglocatie gemeld. Jullie moeten als er hier wat voorkomt, wat dan ook, eerst de security bellen, altijd. Nou hoorden we in dat gesprek met de burgemeester dat ze zei, nou, had maar de politie gebeld.
Maar kijk, dan zeg ik, als dat dan zo geweest had, dan had de security op dat moment ook meteen kunnen zeggen, wij bellen de politie op, nadat ze gevraagd waren. Maar ons was heel duidelijk die instructie gegeven, in alle gevallen. Mevrouw Bouwers: En dat was namens, namens wie was die instructie gegeven? De inspreekster: Namens de gemeente. Mevrouw Bouwers: Oké. De inspreekster: Ik denk dat het door een locatiemedewerker is gebeurd, maar dat is niet … Omdat het niet aan mij is gedaan, weet ik dat niet zeker. Mevrouw Bouwers: Helder, dank u wel. De voorzitter: Nog vragen? Mijnheer Jansen. De heer Jansen: Dank je wel, voorzitter. Mevrouw Beemster, ik heb het met u te doen, verschrikkelijk. Ik ben met een fractiegenoot een keer op locatie geweest bij jullie in Drogteropslagen. En toen was het voorhuis, zeg maar, was gewoon bezet met Oekraïners. Het achterhuis stond toen nog helemaal leeg, dus die hebben we toen helemaal bezichtigd. Zou u mij kunnen uitleggen wat het verschil is tussen het voorhuis en, zoals we dat noemen, dat achterhuis? Is daar een, is dat verschil in, of maakt dat niet uit?
De inspreekster: Nou, het hangt heel erg van natuurlijk wie er zitten. Ik kom er nu al zolang als het bestaat, dus ik denk dat dat ongeveer twee jaar is. En in het begin was er gewoon een gezin. Maar ze kunnen, en daar doen wij ook ons best voor als begeleiders van vrijwilligers, goed met elkaar overweg. Maar deze mijnheer A is erin gekomen doordat er een andere man er is uitgezet. En deze man A maakte in de vorige locatie ook al amok. Maar die mijnheer die er bij ons uit is gezet, dat is óók niet helemaal goed gegaan. Dat is ook niet helemaal, maar goed, daar gaat het vanavond niet over. Maar dat houdt wel in dat wij zeiden, we moeten nu wel wat doen, want … De heer Jansen: Wat ik eigenlijk bedoel, mevrouw Beemster, toen ik in A was, want ik was per ongeluk aan de voorkant, en die hadden geen doorgang naar de achterkant. Dus in mijn beleving was de voorkant anders dan de achterkant; voorhuis, achterhuis. En in mijn beleving zou het ook kunnen zijn dat de beveiliging bij het voorhuis anders zou kunnen zijn dan bij het achterhuis. Is dat zo, of niet? Of maakt het helemaal niet uit? De inspreekster: De beveiliging. Kijk, nu zit er beveiliging, maar die zat er nooit, er was ook nooit beveiliging nodig. Ik heb mij op geen enkel moment onprettig gevoeld.
En wij worden gevraagd af en toe mee te doen als er een verjaardag is of … En als wij lesgeven, komen de mensen van het voorhuis naar het achterhuis. En als er in het voorhuis les gegeven wordt, komen de mensen van het achterhuis naar het voorhuis. Ze rijden met elkaar mee, ze zitten samen aan hun auto te sleutelen. Het zijn incidenten. Het zijn gewoon mensen die goed met elkaar op kunnen schieten. En ondanks de verschillen tussen Oekraïense Oekraïners en Russische Oekraïners, gaat dat best heel goed. De voorzitter: Goed. De heer Jansen: Ik weet voldoende, mevrouw Beemster, sterkte. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond. Volgens mij zijn de vragen beantwoord. Dank u wel, mevrouw Beemster voor de inspraak. De inspreekster: Hartelijk dank. B. Vragenhalfuur voor de raad De voorzitter: Even kijken, dan gaan we naar het vragenhalfuurtje voor de raad. Er hebben zich geen raadsleden gemeld. C. Mededelingen van het college De voorzitter: Dan gaan we naar de mededelingen van het college. Wethouder Hempen wil een mededeling doen over het Koopstromenonderzoek. Ga de gang. Mevrouw Hempen-Prent: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde in elk geval meedelen dat wij in 2023 opnieuw hebben deelgenomen aan het Koopstromenonderzoek van Oost-Nederland. Inmiddels zijn de resultaten bekend en die zijn ook openbaar in te zien op koopstromen.nl/oost/resultaten.
Dat kunt u vast nog onthouden, vermoed ik wel. Maar we hebben dit onderzoek, dit rapport juist even gedeeld met het ondernemersplatform en hun ook gevraagd om dit samen met ons even op te pakken. Goh, wat zien we nu
hier en moeten we hier nog verdere acties aan wijden? En mocht dat het geval zijn, dan komen we bij u als raad daarmee terug. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Hempen. Dan ga ik naar wethouder Hooch Antink, die een mededeling heeft over de BOSA subsidie. De heer Hooch Antink: Dank u wel, voorzitter. Vorige week heeft … Ik moet eerst zeggen, de stichting heeft de BOSA subsidie aangevraagd en daar is vorige week een beschikking op gekomen, en die bedraagt maximaal 930.000 euro. En dat is op basis van nacalculatie, dus dat is nog niet het exacte bedrag. Die 9 ton die is dus fors minder dan het aangevraagde bedrag. Maar gezien het hele proces, hoe het allemaal verlopen is en hoeveel gedoe het gegeven heeft, valt het ook eigenlijk nog niet zo eens tegen. Maar we gaan wel eerst een hoorzitting aanvragen, en die is ook toegezegd, en dat heeft geen invloed op de beschikking. En dan ook om uitleg te vragen en ook om uitleg te krijgen hoe ze op dit bedrag gekomen zijn. En als die hoorzitting geweest is, dan maken wij de keuze of wij eventueel bezwaar gaan maken, ja of te nee. Maar daar houden wij u van op de hoogte. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik zie dat u een vraag krijgt. Mijnheer Hulst. De heer Hulst: De wethouder geeft aan dat er 930.000 euro nu de kant van de stichting opkomt. Maar wat was nou het oorspronkelijk gevraagde bedrag? De voorzitter: Wethouder Hooch Antink.
De heer Hooch Antink: Het aangevraagde bedrag was 1,9 miljoen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar wethouder Turksma, die een mededeling heeft over de Slenkenweg. De heer Turksma: Voorzitter, het is gebruikelijk dat wij, wat het college bezighoudt, om daar op gepaste tijden ook de raad over bij te praten. Nu lijkt het net alsof ik samen met de heer Vos dit heb afgesproken. Maar we hebben veel contact gehad, maar niet over dit momentum. En ik zal u even kort meenemen in de situatie, voor zover dat aanvullend is op de informatie die u net al gehad heeft. Het klopt dat, in december zijn de eerste meldingen van overlast bij mij bekendgemaakt. En toen heb ik ook overlegd met de organisatie, om daarnaar te kijken wat we daaraan konden doen. Toen bleek op 1 februari dat men van plan was, zoals de heer Vos ook terecht heeft genoemd, om het plateau weer weg te halen, of in ieder geval fors te verlagen. En ik heb dat toen stopgezet, omdat ik niet vond dat dat voldoende aandacht gaf aan andere aspecten, namelijk de verkeersveiligheid. Dus, en daarbij is het nog maar de vraag, om als je hem verlaagt, of daarmee niet ook de overlast van de omwonenden voldoende wordt beperkt. En naar aanleiding daarvan is er op 20 februari een gesprek geweest bij één van de omwonenden, waar de heer Vos bij aanwezig was.
En werd mij ook duidelijk dat het, de overlast door veel meer mensen in de buurt wordt ervaren. Dus het is niet een, er was net een vraag over, maar dit is echt een brede, een breed probleem. En dat betekent dus dat ik vond dat we zowel zo snel mogelijk de overlast zou moeten wegnemen, alsook de geplande verkeersveiligheid, waar we ooit dat plateau voor hadden aangelegd, om dat ook op één of andere manier weer te herstellen. De snelheid moet er daar gewoon uit. En dat heb ik vervolgens intern besproken en ik heb ook inderdaad per mail, zoals we dat ook hebben afgesproken tussen de heer Vos en ik, op 18 maart aangegeven, nee, al eerder, de gang van zaken wordt, we gaan op korte termijn maatregelen nemen die tijdelijk zijn, maar die in ieder geval de overlast moeten wegnemen en de veiligheid moeten verhogen, om dan daarná in goed overleg met de buurt te kijken naar een permanente oplossing. Maar die tijdelijke oplossing moeten we eerst neerleggen. Daar heb ik op 18/3 nog een update over gegeven, en ik heb op 25 maart kunnen bepalen met de verkeersdeskundige welke maatregelen we willen nemen op twee plaatsen in de Slenkenweg. Dus echt proberen om fors die snelheid,
zowel van twee kanten uit het plateau naderend, eruit te halen. En we zijn nu bezig om te kijken of deze forse, tijdelijke maatregelen ook te bestellen zijn. Het is geen pakje boter, dus het ligt niet met stapels bij de diverse leveranciers. En om dan ook te kunnen inplannen wanneer we dat gaan plaatsen. Er is geen verkeersbesluit voor nodig, heb ik me laten vertellen, dus we kunnen dat vrij snel doen. En het was ook zeker mijn bedoeling ook, nadat ik daar meer helderheid over kan geven, niet alleen u daarover te informeren, maar uiteraard ook de heer Vos en daarmee ook de omwonenden. Dus ik ga ervan uit dat wij zeer binnenkort een wethouder zien, die als eerste de slagen gaat nemen op de Slagenweg, om uiteindelijk met weinig snelheid over de, sorry, de Slenkenweg, sorry, om daar het veilig, op een veilige snelheid de kruising te kunnen passeren. De voorzitter: Dank u wel. U heeft een vraag van de heer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Dank u, voorzitter. Heel mooi eindig je met een veilige snelheid. Zou je daar ook een getal bij kunnen noemen? Waar wil je naartoe? 30 kilometer? De voorzitter: Wethouder Turksma.
De heer Turksma: Het is een 60-kilometer weg, en je zou … Ik ga ervan uit dat als je deze kruising met 60 kilometer neemt, dat dat de veiligheid waarborgt en het ongemak niet waarneembaar is, omdat, met het toenemen van de snelheid ook juist de trillingen exponentieel zullen toenemen. Maar het is vooral ook deze tijdelijke maatregel bedoeld, om te kijken of dit het gewenste effect heeft. En anders gaan we net zolang door totdat we weten wat wél het gewenste effect heeft. Dus de snelheid zal 60 kilometer per uur zijn, of zo lager als nodig is. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Overbeek: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog even een vraag, want ik ben heel benieuwd naar de tijdelijke maatregel. In hoeverre is er rekening gehouden met met name de trillingen? Want ik weet dat bepaalde vormen van drempels echt kunnen doordreunen tot heel ver, en dan lig je te schudden in huis. Dat is niet overdreven. De voorzitter: Ik verzoek u kort te antwoorden, wethouder Turksma. De heer Turksma: Het worden geen drempels die we tijdelijk gaan toevoegen. De voorzitter: Dat was heel beknopt. Geen andere vragen? Dank u wel. Dan ga ik naar wethouder Haar, die een mededeling heeft over de SPUK uitkering, en het bruggetje zal slaan naar het laatste nummer, of het tweede nummer van … De heer Haar: Gaan we doen. De voorzitter: Met een Drents liedje. De heer Haar: Drents lied.
De voorzitter: Ga je gang, wethouder.
De heer Haar: Dank u wel, voorzitter. Ik had het bij een eerdere gelegenheid beloofd te informeren over de SPUK aanvragen die gedaan zijn ten behoeve van het bibliotheekwerk. In de eerste ronde, eind 2023, zaten wij er niet bij als gemeente De Wolden, drie andere gemeenten in Drenthe wel, drie andere bibliotheken in Drenthe wel. Maar bij de beschikking in maart van dit jaar zat De Wolden er wél bij, en dat betekent dat twee aanvragen die we hadden ingediend, beide gehonoreerd zijn. De één voor een bedrag van 118.405 en de tweede voor een bedrag van 135.800 euro. Dus een zeer plezierig bericht voor iedereen die de bibliotheek lief is. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Hebben we daar, heeft u daar vragen over? Nee? De heer Haar: En dan schakel ik … De voorzitter: Dan vraag ik u het volgende nummer aan te kondigen. De heer Haar: Nou ja, dan schakel ik weer over in het Drents, dat kan nou nog een keer. De volgende vergadering zal ik het niet weer doen, maar dit keer nog wel. Ik wil nog graag bijzondere aandacht voor Leon Moorman en Tom Punt. Er wordt een liedje gezongen, van 41:22 tot 45:05 De voorzitter: Dank u wel, heren Moorman en Punt. Het was een genoegen u hier in de raadszaal te hebben. ALGEMEEN 1.
Opening De voorzitter: We gaan dan heel snel over tot het begin van de raadsvergadering. We zijn iets vertraagd, maar hiermee is de raadsvergadering van 28 maart geopend. Afwezig met kennisgeving is de heer Brouwer, van Gemeentebelangen.
2.
Vaststelling agenda De voorzitter: Dan gaan we direct door naar agendapunt 2, het vaststellen agenda. Kunnen we de agenda vaststellen zoals voorgesteld, of wilt u nog opmerkingen maken bij de ingekomen stukken? Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Voorzitter, ik wil heel graag een opmerking maken bij agendapunt 7, het hamerstuk over de Drogterweg. De voorzitter: Oké, ja. Mevrouw Bouwers. Mevrouw Bouwers: Voorzitter, ik zou graag een opmerking willen maken bij agendapunt 4, de toezeggingenlijst totaal. De voorzitter: Ja. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Overbeek: Voorzitter, ik wil ook graag een opmerking maken bij agendapunt 4.
De voorzitter: Oké. Andere zaken rondom de agenda? Dan gaan we hem volgen zoals voorgesteld. 3.
Vaststellen besluitenlijst raad 29 februari 2024 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 3, de besluitenlijst van 29 februari 2024. Kunnen we die vaststellen? Aldus besloten.
4.
Toezeggingenlijst totaal per maart 2024 De voorzitter: Dan gaan we naar de toezeggingenlijst totaal per maart 2024. Daar wilde mevrouw Bouwers een opmerking bij maken. Mevrouw Bouwers: Dank u wel, voorzitter. De vorige raadsvergadering heb ik in deze raad navraag gedaan naar de stand van zaken van toezegging 219, de Uitvoeringsagenda Vitale Vakantieparken. Inmiddels hebben wij de brief van de wethouder, van wethouder Hempen gezien, ontvangen, en ik zou graag namens het CDA daar een compliment over willen maken. We vinden het een uitvoerig document, een duidelijk document, waar duidelijk veel aandacht van de organisatie naar is uitgegaan. Dus, complimenten. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Overbeek: Dank u wel, voorzitter. Ten aanzien van agendapunt 215, meerjarige agenda 2024-’28 … Zei ik nou agendapunt? Sorry, toezegging, Regio Zwolle Stapt Door. Daar zou, de portefeuillehouder heeft een toezegging gedaan om te komen met een doelstellingenkader in dit kwartaal. En ik was even benieuwd wanneer we die kunnen verwachten. De voorzitter: Die komt eraan, daar is een raadsinformatiebrief, ik zeg het even uit m’n hoofd, afgelopen dinsdag in het college vastgesteld, en die komt dus uw kant op. Even kijken, kunnen we dan de toezeggingenlijst vaststellen zoals die voorligt? Aldus besloten. BESLUITVORMEND/BESPREEKSTUK
5.
Aanvullende subsidie Stichting OCO De voorzitter: Dan gaan we naar het bespreekstuk, de aanvullende subsidie Stichting OCO. Door een toename van korte vragen en de toenemende mate van complexiteit van de casussen, stijgen de kosten van onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit leidt tot meer ureninzet van de cliëntondersteuning, steuners, en de reden dat Stichting OCO een aanvullende subsidieaanvraag van 25.000 euro heeft gedaan. Het wijzigen van de begroting is een bevoegdheid van de raad; de reden dat het college de raad voorstelt om een aanvullende subsidie aan Stichting OCO toe te kennen. Wie kan ik daarover het woord geven? De heer Van IJzendoorn, mevrouw Salomé, de heer Jansen, mevrouw Jansen, mevrouw Brouwer, mevrouw Assink. De heer Van IJzendoorn, ga uw gang. De heer Van IJzendoorn: Dank, voorzitter. Het is goed om te zien dat de onafhankelijke cliëntondersteuning goed gevonden gaat worden en steeds meer vragen krijgt. En het lijkt ons dan ook vanzelfsprekend dat wij dat blijven ondersteunen. Dus het gevraagde bedrag lijkt ons uitstekend om dat toe te zeggen. En wat nog wel opvallend is, het alternatief zou zijn, wat minder in de communicatie. En dat is nou net jammer, want ik heb een poging gedaan om de website goed te bekijken en ik denk dat daar nog wel wat werk te verzetten valt, om
er voor alle cliënten leesbaar te zijn. Dus dat zou ik als ongevraagd advies mee willen geven. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van IJzendoorn. Mevrouw Salomé. Mevrouw Salomé: Bedankt, mevrouw de voorzitter. Nou, in de inleiding was het al duidelijk dat de toenemende vraag aan korte en complexe casussen moet blijven, moet worden blijven afgehandeld door het OCO. En wij begrijpen dat hiervoor meer uren nodig zijn. Maar ook vinden wij dat het van groot belang is dat het OCO inzet op de naamsbekendheid, dus het mag niet ten koste gaan van dat budget. Daarom stemmen wij in met de incidentele subsidie aan de Stichting Onafhankelijke Cliënten Ondersteuning. Dus wij zijn akkoord. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Salomé. De heer Jansen. De heer Jansen: Voorzitter, vandaag staat een belangrijk aspect van de gemeentelijke dienstverlening op de agenda, Stichting Onafhankelijke Cliënten Ondersteuning, binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning, afgekort OCO. De fractie van de Gemeentebelangen heeft in 2018 bijgedragen aan de verandering van de rol van cliëntondersteuning in onze gemeente De Wolden. Voorheen werd deze ondersteuning geboden door een ombudsvrouw. Dit systeem, hoewel goed bedoeld, was wat ons betreft niet onafhankelijk genoeg voor de inwoners, en er werden relatief weinig inwoners bereikt.
In 2018 is deze situatie dus veranderd, met de introductie van de onafhankelijke cliëntenondersteuners. Deze professionals bieden nu ondersteuning die vrij is van belangenconflicten. Dit betekent dat inwoners meer autonomie hebben bij het maken van keuzes over hun zorg, welzijn en andere voorzieningen. De medewerkers van de OCO staan naast de inwoner. Zij helpt met de aanvraag bij de Wmo of bij een aanvraag van de Wet langdurige zorg. De cliëntondersteuner kent ook het voorliggend veld, dus zij kan een inwoner ook daarnaartoe verwijzen, maar kan ook helpen bij het regelen van een geïndiceerde zorg. Het is belangrijk op te merken dat elke gemeente in Nederland verplicht is om onafhankelijke cliëntondersteuning te bieden, zoals vastgelegd in de Wmo. De financiering voor deze diensten komt van de gemeente in de vorm van een subsidie. Echter, ondanks de wettelijke verplichting en financiële ondersteuning, worden cliëntondersteuners momenteel geconfronteerd met uitdagingen. De toename, de toenemende vraag naar ondersteuning, zowel voor korte vragen, als complexe casussen, zal leiden tot een overschrijding van de beschikbare middelen. Dit verder gecompliceerd door de ontwikkeling van hogere cao vergoedingen voor medewerkers.
Op zich is dat een goed teken, want hoewel we dit niet met harde cijfers kunnen staven, maken we hieruit op dat Stichting OCO zichtbaarder wordt voor de inwoners. Misschien kan wethouder Turksma hier nog iets over zeggen. Voorzitter, als Gemeentebelangen is het duidelijk dat onafhankelijke cliëntondersteuning een essentiële dienst is binnen onze gemeente. Het is belangrijk dat we blijven investeren in deze ondersteuning, om ervoor te zorgen dat inwoners goed toegang hebben tot de zorg en diensten die ze nodig hebben. We stemmen in met het voorstel voor een incidentele subsidie, om deze te onttrekken aan de reserve sociaal domein. Zo kunnen we voldoen aan de groeiende vraag en kan de kwaliteit van de dienstverlening gewaarborgd blijven. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jansen. Mevrouw Jansen. Mevrouw Jansen-Hut: Dank u wel, voorzitter. Inwoners van gemeente De Wolden zijn zeer zelfredzaam en vragen niet gemakkelijk om hulp. Hulp komt in eerste instantie van familie, vrienden of van de buren. Als die niet meer, die het niet meer aankunnen, of je beschikt niet over een sociaal netwerk, waar moet de inwoner dan naartoe? De stichting OCO helpt je door het woud van regels. En als het woud niet zo groot was geweest, was de stichting waarschijnlijk helemaal niet nodig, maar sinds 2019 is hij er wel.
De onafhankelijke cliëntondersteuning voorziet in onafhankelijke informatie en vrijblijvend advies over het zorgaanbod in onze
regio. Het is bovendien, zoals Gemeentebelangen ook al noemde, een gemeentelijke plicht dat er voor ingezetenen cliëntondersteuning aanwezig is. Er wordt nu een aanvullende subsidie gevraagd, omdat de kosten van de cliëntondersteuners fors zijn gestegen en er een toename is in het aantal aanvragen. De kosten voor de aanvullende subsidie kunnen worden gedekt uit de reserve sociaal domein. En mocht aan het einde van 2024 blijken, zo staat in de stukken, dat er een reserve is, dan is de stichting bereid om dit bedrag terug te storten op de rekening van de gemeente. Dit is in het verleden ook gebeurd. Fractie VVD De Wolden kan met het voorstel akkoord gaan. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Jansen. Mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer-Dekker: Voorzitter, dank u wel. Het belang van onafhankelijke cliëntondersteuning in de zorg kan niet genoeg benadrukt worden. In een tijd waarin de complexiteit van de gezondheidszorg toeneemt , is onafhankelijke ondersteuning essentieel. Dit biedt patiënten niet alleen de broodnodige informatie en begeleiding om weloverwogen beslissingen te nemen over een zorgtraject, maar is ook objectief. Het bevordert de transparantie en vertrouwen binnen de zorgrelatie.
En door patiënten te helpen navigeren door het complexe zorglandschap, worden ze in staat gesteld om de zorg te ontvangen die het beste aansluit bij hun behoeften en voorkeuren. Kortom, onafhankelijke cliëntondersteuning is niet alleen een noodzaak, maar ook een hoeksteen van de mensgerichte gezondheidszorg. En daarom vinden we het belangrijk dat de OCO haar werk goed kan blijven doen. En daarom stemt het CDA in met het voorstel voor 25.000 euro extra subsidie aan de stichting. We zijn van mening dat het geboden alternatief, dat de Stichting OCO haar begrote budget voor de communicatie inzet voor het begrotingstekort, geen goede oplossing is. Het CDA ziet graag dat het OCO nog meer naamsbekendheid krijgt, het is al eerder genoemd. Het communicatiebudget kan dus zeker nog goed worden ingezet. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Brouwer. Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Voorzitter, wij kunnen instemmen met het verstrekken van een incidentele subsidie van 25.000 euro aan de Stichting OCO. Door toename van het aantal aanvragen en de complexiteit hiervan, in combinatie met het gestegen uurtarief van de cliëntondersteuners, komt de stichting niet uit met het budget van 185.000 euro.
In eerdere jaren was er sprake van een budgetonderschrijding, en de niet bestede gelden heeft de stichting terugbetaald aan de gemeente, waardoor er geen eigen vermogen is, waaruit de gevraagde 25.000 euro kan worden betaald. We stemmen ermee in, maar toch nog één opmerking. Wij snappen dat onafhankelijke cliëntondersteuning een wettelijke verplichting is, en het is ook heel goed dat men de stichting steeds beter weet te vinden. Maar ik heb er toch eigenlijk een ambivalent gevoel bij, want eigenlijk zou in een ideale wereld de Stichting OCO niet nodig moeten zijn, ook al genoemd door de VVD. Want door de complexiteit van regelgeving in het sociaal domein en door het soms werken in silo's van de hulpverleners, is OCO nodig om aanvragers de weg te wijzen in het woud van het sociaal domein. Onze fractie wil daarom graag de aanbeveling doen om zowel vanuit de gemeente, als vanuit de Stichting OCO, aandacht te besteden aan hoe vindbaarheid en toegankelijkheid en samenwerking tussen de ketenpartners kan worden verbeterd, zodat hulpvragers sneller direct hun eigen weg kunnen vinden, en ja, Stichting OCO zichzelf op termijn misschien overbodig kan maken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Assink. De heer Den Hollander. De heer Den Hollander: Dank u, voorzitter. Wat de ChristenUnie betreft is hier in het mooi Drents sprake van een no-brainer.
Het lijkt mij heel goed om hierin mee te gaan, mede ook omdat de eerder genoemde naamsbekendheid en vindbaarheid een aandachtspunt zijn, überhaupt in het sociaal domein en specifiek voor
het OCO. En wat mij betreft zit er ook nog een mooi compliment verstopt in het raadsvoorstel, al eerder zijdelings genoemd, maar ik lees dat de Stichting OCO een betrouwbare subsidiepartner is. Dat lijkt mij prachtig om te horen. Wij kunnen mee in het voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Hollander. Ik heb niet echt vragen gehoord, zij het wel twee adviezen. Wethouder Turksma. De heer Turksma: Voorzitter, dank u wel. Heel fijn dat u allemaal kunt instemmen met inderdaad deze betrouwbare subsidiepartner, die als ze over heeft, ook flink terugstort. Dat is inderdaad correct. Ik zit inderdaad even te kijken naar, ik geloof dat de heer Jansen van Gemeentebelangen, even kijken, zei over uitdagingen, cao vergoedingen medewerkers. Ik weet niet helemaal of dat cao’s zijn, want ze werken met … De heer Haar: Zzp. De heer Turksma: Zzp’ers. Maar dat wil niet zeggen dat ook daar natuurlijk een tariefsverhoging een rol speelt. Maar het is volgens mij niet op basis van de cao, want dat zien we overigens heel sterk bij andere partners waar we mee samenwerken, en die gaan eigenlijk automatisch mee. U zegt, een rol voor onze inwoners nader toelichten. Ik moet even vragen nog wat u daar precies mee bedoelde, want u sprak mij daarop aan. De voorzitter: Mijnheer Jansen. De heer Jansen: Dank je wel, voorzitter. Wat ik zei, ik zou wel eventjes de zichtbaarheid voor de inwoners.
Dat wordt al een beetje aangegeven dat het toch links en rechts wat ophoudt. Is daarover gesproken om die zichtbaarheid toch wat beter onder handen te krijgen, zodat ook iedereen weet, OCO bestaat, daar kun je ook gebruik van maken? De heer Turksma: Nou begrijp ik hem beter, dank u wel. Die zichtbaarheid, daar is natuurlijk de afgelopen jaren juist aan gewerkt, daar is ook een extra promotiebudget binnen hun begroting voor gebruikt. En je zou kunnen zeggen dat dat ook heeft geresulteerd in meer vragen, zowel korte vragen als ingewikkeldere casussen. En ik wil er ook even aan toevoegen, het is niet alleen zo dat de Stichting OCO de mensen de weg wijst in het woud van regels en regelingen, maar zij is er ook als mensen zich onbegrepen voelen, of van mening zijn dat er in dat hele traject wel een andere keuze gemaakt had kunnen worden. Dus daar zitten wat meer aspecten aan. En ik denk dat het eigenlijk goed is om misschien de Stichting OCO eens uit te nodigen, om op een informatieavond nog eens hun hele werkwijze toe te lichten met misschien ook een aantal casussen.
Ik heb dat vorig jaar als wethouder mogen meemaken, en ik kan u zeggen dat dat uitermate boeiend is om te zien wat er allemaal zo bij deze OCO mensen langskomt, en hoe ze uiteindelijk toch in staat zijn om, voor ons ook, uiteindelijk de kluwen ingewikkelde regelingen binnen het sociaal domein, om die op te lossen voor onze klanten. Dus ik zou dat, ik ga dat denk ik … Nee, dat weet ik wel zeker, ik ga dat opnemen met de directeur van de Stichting OCO en dan zal ik hem ook wijzen op de inclusiviteit van de website, waar blijkbaar ook nog wel een verbetering mogelijk is. Wat er Drents is aan dat brengen, weet ik eerlijk gezegd niet, maar dat laat ik maar even in het kader van de Week van het Drents voor de heer Den Hollander. En dan kijk ik nog even, vindbaarheid en toegankelijkheid verbeteren, zei mevrouw Assink. Nou, ik denk dat het goed is om dat ook mee te nemen in die, op die informatieavond, om daar dan ook de discussie en het gesprek over aan te gaan. Maar in ieder geval, dank voor deze steun. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik kijk de gemeenteraad rond of er een tweede termijn nodig is, maar ik heb het gevoel van niet. Nee? Dan luidt het voorgesteld besluit, 25.000 euro aan de reserve sociaal domein te
onttrekken voor een incidentele subsidie aan Stichting Onafhankelijke Cliënten Ondersteuning, en bijgevoegde begrotingswijziging vast te stellen. Wil nog iemand een stemverklaring afleggen? Ik denk het ook niet. Aldus besloten, dank u wel. Dan schors ik een minuutje de vergadering, want mevrouw De Boer en ik gaan van plek wisselen, want het volgende punt zit binnen mijn portefeuille. 6.
Vervanging campagneborden verkiezingen De plaatsvervangend voorzitter: Goedenavond, bij deze heropen ik de vergadering. Ik zal agendapunt 6 als voorzitter overnemen, aangezien mevrouw Nieuwenhuizen portefeuillehouder is. Aan de orde is, vervanging campagneborden verkiezingen. De huidige campagneborden zijn niet meer van deze tijd. Bij verkiezingen waar veel partijen aan meedoen, kunnen niet alle posters een plek krijgen. En daarnaast raken posters na verloop van tijd nogal eens los en is het voorbereiden, beplakken, het plaatsen, verwijderen en schoonmaken ervan voor de buitendienst arbeidsintensief. Het college stelt voor om de campagneborden te vervangen door aluminium frames met spandoeken. Het voorgesteld besluit is als volgt. In te stemmen met het beschikbaar stellen van middelen voor de vervanging van campagneborden voor de verkiezingen; de eenmalige kosten van 28.730 euro en de jaarlijkse kosten 2024 van 13.209 euro op te nemen in de begroting 2024; de jaarlijkse kosten op te nemen in de begroting 2025 en volgend; in te stemmen met de uit bovenstaande besluiten voortvloeiende begrotingswijziging. Wie mag ik daarvoor het woord geven? De heer Hulst, mevrouw Salomé, mevrouw Brouwer, de heer De Boer, excuses, mevrouw Assink en mevrouw Kippers. Dan wil ik graag starten met mevrouw Kippers. Mevrouw Kippers-van Lint: Dank u wel, voorzitter.
Nou, eigenlijk is al helder aangegeven waarom de huidige manier van campagneposters delen niet meer handig toe te passen is, of niet wenselijk is. Er is nu een alternatief geboden, en ik denk dat het vrij logisch is dat er nog niet met dit voorstel rekening is gehouden voor de Europese verkiezingen die er aankomen, dus dat is goed te volgen. En daarna wordt er gesproken over het jaarlijks wél in de begroting op te nemen. Nou, het lijkt ons een heel goed idee, omdat je dan inderdaad veel van de problemen waar nu tegenaan gelopen wordt, hopelijk kunt ondervangen. Dat er bijvoorbeeld geen posters over elkaar heen worden geplakt of na het loslaten, en alle arbeidsuren die daarbij komen kijken, om het te repareren. Wij vragen ons alleen dan wel af, het gaat om een jaarlijkse kostenpost die erbij komt, maar er zijn niet elk jaar verkiezingen, nou, je weet het tegenwoordig nooit. Maar wij vroegen ons dan af, stel dat er een jaar is dat er geen verkiezingen zijn, wat gebeurt er dan met de jaarlijkse kosten die daarvoor begroot worden? Dus dat was nog een vraag die daarbij komt kijken. Voor de rest kunnen wij hiermee instemmen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kippers. Mijnheer Hulst. De heer Hulst: Dank u, voorzitter. De VVD twijfelt toch wel een beetje aan de nut en de noodzaak van verkiezingsborden.
In deze tijden van tv, internet, digitale media, voegen fysieke borden dan nog iets toe, is eigenlijk onze vraag. Posters plakken is wel passé in het onderliggende voorstel. Maar zouden we eigenlijk niet helemaal zonder verkiezingsborden kunnen en het geld dat ervoor bestemd is, besteden aan andere zaken? We hebben daartoe ook wat onderzoek gedaan naar wat er is gezegd en geschreven door deskundigen , over de nut en de noodzaak van campagneborden. En het volgende kwamen we tegen, en ik citeer. ‘Het is een relikwie uit het verleden, ze hebben nul komma nul effect, maar ik denk dat iedereen vergeten is om ermee op te houden’, zegt politicoloog Peter van der Heiden, van de Radboud Universiteit in Nijmegen. En aanplakborden, voorgedrukte borden, of zelfs digitale borden. Hoogleraar Media en Samenleving Rens Vliegenthart, van de Universiteit van Amsterdam, deed ooit een studie naar de evolutie van verkiezingsposters. Hij noemt affiches als campagnemiddel volstrekt irrelevant. Hooguit kunnen die borden mensen eraan herinneren dat de verkiezingen eraan komen. Als het nou zoveel gedoe is om niets, waarom
stoppen we er dan niet mee? Waarschijnlijk omdat de borden horen in een lange traditie rond verkiezingen in ons land. Het is één van de weinige campagnemiddelen die al heel lang gebruikt worden, zegt Vliegenthart. Samen vormen ze een mooi tijdsbeeld. Het is misschien een mooie traditie, maar als het eigenlijk weinig toevoegt, waarom zouden we dan nu nog overstappen naar een geheel nieuwe invulling van het campagnebord? Nu we de conclusie trekken dat de huidige aanplakborden niet meer volstaan, is dit misschien het goede moment om maar helemaal te stoppen met campagneborden. De gemoeide uitgaven, eenmalig 28.730 euro en structureel jaarlijks 13.209 euro, kunnen we voor andere zaken gebruiken. Misschien wat meer eigentijdse middelen om de verkiezingsopkomst te bevorderen, en anders levert het een behoorlijke besparing op. Samenvattend stelt de VVD voor om niet in te stemmen met het huidige voorstel en tevens stellen we ook voor om te besluiten om überhaupt te stoppen met campagneborden, dus ook met de huidige zoals we die nu kennen. Dat betekent, voorzitter, dat als we dat zouden willen, dan zouden we daartoe ook een amendement moeten indienen op het huidige voorstel, en die hebben we ook wel klaarstaan. Alleen, ik ben natuurlijk wel benieuwd, voor we dat met elkaar indienen, hoe de rest van de raad denkt over dit alternatieve voorstel.
Want als de raad zegt, hé, dat zien we wel zitten, dan kunnen we met elkaar ook dat amendement gaan indienen. Dus dat wil ik graag ook aan de raadsleden voorleggen, hoe zij hier naar kijken en of we inderdaad met deze traditie willen stoppen en meer eigentijds hierin gaan opereren. En als dat zo is, dan zullen we het voorstel moeten amenderen. Dus ik hoor het graag van de andere fracties. Dank u wel , voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, voorzitter. U krijgt direct een vraag, mijnheer Hulst, van mijnheer Den Hollander.
De heer Den Hollander: Dank, voorzitter. Ik hoor de heer Hulst zeggen dat slechts één van de weinig overgebleven redenen nog zou kunnen zijn, een soort herinnering aan inwoners dat er verkiezingen aankomen. Nu is mijn vraag, is dat dan kennelijk te weinig reden? Zou dat niet een hele goede reden zijn om wel te investeren in die vorm? De heer Hulst: Nou, ik zou daar dan een meer eigentijds middel voor kiezen. We hebben tegenwoordig digitale media, social media, tv, kranten, wat al niet? Dus ik, wij vragen ons echt af of dit nog van toegevoegde waarde is. Wij denken dat je wel behoorlijk onder een steen moet hebben gelegen, wil dat bord wat in het dorp staat, zeggen, hé, hé, er zijn verkiezingen. Dat lijkt ons een hele vreemde. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Hulst, u krijgt direct een volgende vraag. Ga uw gang. Mevrouw Kippers-van Lint: Dank u wel, voorzitter. Nou, er zijn heel wat onderzoeken aangehaald door de heer van Hulst. En daarbij wordt dan gesproken over het effect van verkiezingen en campagne voeren en wat dan de rol is van de posters, en dat daar ook andere middelen voor zijn, zoals media.