2023 11 14 BP Ommerweg 47 tm 47g Zuidwolde
Tekst van het document
Indien hieronder geen specificatie staat, hoeft u geen watervergunning aan te vragen. Als de activiteit die u wilt verrichten onder de Algemene regels valt en plaatsvindt in het te beschermen gebied van watergangen en dijken (zie Leggers) dan moet u deze minimaal twee weken voorafgaand aan uw activiteit melden op de website www.omgevingsloket.nl of via www.wdodelta.nl Wetgeving lozen in oppervlaktewater Voor lozingen op het oppervlaktewater geldt een vergunning- of meldingsplicht in het kader van de Waterwet. Voor de afvoer hemelwater geldt: • Schoon hemelwater mag (na de voorkeursreeks) worden afgevoerd naar oppervlaktewater (dakoppervlakken). • Voor overige afvoer en verwerking van hemelwater (vanaf verharding) is het gewenst om dit via een bodempassage te lozen op het oppervlaktewater. • In alle situaties geldt een voorkeur voor bovengronds afvoeren ipv via de riolering. De ideale situatie bij hemelwater volgt deze reeks: 1) benutten van hemelwater; 2) infiltreren van hemelwater; 3) vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater. Wij adviseren om in het ontwerp geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken en duurzaam gebruik te maken van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen.
Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld.
Ontwerp 14 november 2023
pagina 20
Bestemmingsplan Buitengebied, Deelplan Ommerweg 47 a t/m 47g, Zuidwolde
NL.IMRO.1690.2023BP1002022-ON01
Uitwerking standaard waterparagraaf Het voormalig boerenerf aan de Linderweg wordt aan de zuidkant en oostkant begrensd door een sloot waar overtollig regenwater en afstromend hemelwater op af kan stromen. De greppel langs de zuidkant wordt in het kader van de landschappelijke inpassing verder uitgegraven. Dit is ook nodig in het kader van waterberging. De beoogde gebouwen zullen conform het gemeentelijk beleid voor de afvoer van vuilwater worden aangesloten op het riool. Het gemeentelijke riool is gelegen langs de Ommerweg. Het deel van het riool ter hoogte van Ommerweg 49 tot en met Ommerweg 47 is reeds overbelast. Daarmee kunnen de beoogde woonhuizen niet zomaar op het riool worden aangesloten. De aansluiting zal worden aangelegd meer noordelijk op het riool en er wordt ten laste van dit plan een extra pompput aangelegd. Op deze wijze zal de bestaande overbelasting niet (extra) toenemen door dit plan. Conclusie Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.4 Natuur en ecologie Bij ruimtelijke planvorming dient aandacht te worden besteed aan natuurwetgeving. Hierbij kan een tweedeling gemaakt worden in soortbescherming en gebiedsbescherming. Dit wordt geregeld in de Wet natuurbescherming. Woonerf Op het woonerf wordt al gebouwd, de werkzaamheden aan de dubbele schuurwoning vinden gestaag voorgang. De inrichting van het erf en omliggend landschap moeten nog plaatsvinden, maar zijn al in voorbereiding. De gronden waar het driedubbele woonhuis is voorzien, is vrij van opstallen en opschot. De gronden zijn in het kader van de bouw voor de vergunde bebouwing reeds bouwrijp gemaakt. Bij deze werkzaamheden heeft initiatiefnemer geen verblijfsmogelijkheden voor beschermde soorten aangetroffen. De algemene zorgplicht zal door initiatiefnemer in acht worden genomen. De werkzaamheden zijn buiten het broedseizoen aangevangen en zullen gestaag worden voortgezet. Uit verkennend onderzoek naar de bijdrage van woningbouwontwikkeling aan de stikstofdepositie uitgevoerd door SWECO (2019) blijkt dat een woningbouwproject van 100 woningen bij een gemiddelde inzet van materieel in de aanlegfase binnen een afstand van 10 km kan leiden tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr. In een gemiddelde situatie zal de toename tijdens de aanlegfase op een afstand van meer dan circa 3,5 km lager zijn dan 0,05 mol/ha/jr.
Onderhavig project bestaat uit het bouwen van een schuurwoning bestaande uit drie wooneenheden, waarmee niet te verwachten is dat er een significante invloed zal zijn op Natura2000 gebieden. Daarbij ligt het projectgebied niet binnen 10 km van een Natura2000 gebied. Het Vecht- en Beneden- Reggegebied ligt op ca 12 km afstand en het Mantingerzand, het Dwingelderveld en Holtingerveld liggen op meer dan 15 km afstand tot het plangebied. Er zal een aeriusberekening worden uitgevoerd nadat de nieuwe release op 8 oktober 2023 is uitgekomen. Conclusie Het aspect ‘ecologie’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.5 Geluid Op grond van de Wet geluidhinder dient er een akoestische afweging in het kader van dit op te stellen bestemmingsplan te worden gemaakt. Het driedubbele woonhuis is een gevoelige functie. Het plangebied ligt buiten zone van een spoor en buiten een gezoneerd industrieterrein Voor wegverkeer dient wel sprake te zijn van een nadere afweging. In de nabijheid van het plangebied is de tweebaans provinciale weg N48 en de Ommerweg alsmede de (nieuwe) Linderweg gelegen. Voor deze wegen geldt een zone van 250 meter. Ontwerp 14 november 2023
pagina 21
Bestemmingsplan Buitengebied, Deelplan Ommerweg 47 a t/m 47g, Zuidwolde
NL.IMRO.1690.2023BP1002022-ON01
Woonerf Het woonerf is gelegen op meer dan 250 m afstand van de N48, het verkeerslawaai hiervan hoeft daarom niet te worden onderzocht. Het woonerf is wel gelegen in de geluidszone van de Ommerweg en de (nieuwe) Linderweg. Voor beide wegen is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Alle berekende geluidbelastingen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (zie bijlage 5 van de toelichting voor de geluidstabellen). De parkeerruimte grenzend aan het woonerf is specifiek voor parkeren bestemd. Ter plaatse mogen geen bedrijfsactiviteiten worden ontwikkeld. Het parkeren is zodanig ingepast dat er geen sprake zal zijn van hinder. Er is met dit plan sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect ‘geluid’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.6 Milieuzonering bedrijven Een goed woon- en leefklimaat wordt bereikt als er balans is tussen de milieubelastende en milieugevoelige activiteiten, er is als het ware een goede mix van wonen en werken. In dat kader dient te worden beoordeeld of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die kunnen worden gehinderd door dit plan of waarvan het plan juist hinder ondervindt. Met dit plan wordt het herontwikkelen van een voormalig boerenerf tot een woonerf en het reguleren van een parkeerplaats ten behoeve van het naastgelegen bedrijfsperceel geregeld. Een goede ruimtelijke ordening vergt dat er voldoende afstand is tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). In de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG staan voor een groot aantal bedrijfscategorieën richtafstanden aangegeven. Deze richtafstanden hebben betrekking op de onderdelen geluid, geur, stof en gevaar. De genoemde richtafstanden zijn gebaseerd op een rustige woonwijk danwel rustig landelijk gebied. Woonerf In de nabijheid (straal 200 meter) van het woonerf waar het beoogde driedubbele woonhuis is voorzien zijn de volgende (agrarische) bedrijfsbestemmingen gelegen. Deze percelen zijn in onderstaande tabel aangegeven met de geldende bestemming, zwaarste planologische mogelijkheden en daarbij horende hinderrichtafstand. Adres (bestemming)
Ommerweg 62 - 62 a (agrarisch bedrijf) Ommerweg 68 (horeca)
Hinderrichtafstand (Categorie)
Afstand tot de bedrijfsbestemming
100meter (cat. 3.2 rundveehouderij)
ca. 68 meter*
10 meter (cat. 1 hotel, restaurant)
ca. meter
30 meter (cat. 2)
ca. 43 meter
Ommerweg 47 (bedrijf)
Uit deze tabel is af te leiden dat het met dit plan beoogde bestemmingsvlak ‘wonen’ niet op voldoende afstand tot omliggende (agrarische) bedrijfsbestemmingen Ommerweg 62-62a is gelegen.
Ontwerp 14 november 2023
pagina 22
Bestemmingsplan Buitengebied, Deelplan Ommerweg 47 a t/m 47g, Zuidwolde
NL.IMRO.1690.2023BP1002022-ON01
Ommerweg 62 - 62 a Ter plaatse is geen veehouderij meer gevestigd. Er is ter plaatse een akkerbouwbedrijf gevestigd. Een akkerbouwbedrijf is aangeduid als categorie 2 met een richthinderafstand van 30 meter. Deze afstand wordt wel behaald waarmee dit akkerbouwbedrijf niet in de bedrijfsvoering wordt belemmerd. Daarbij moeten we opmerken dat de woning Ommerweg 64 en de vergunde twee woonhuizen op het woonerf op kortere afstand van dit bedrijfsperceel zijn gelegen dan het met dit plan beoogde driedubbele woonhuis. Planologisch gezien mag er zich wel een veehouderij vestigen. Er kan onderbouwd worden afgeweken van de hinderrichtafstanden. Wet geurhinder- en veehouderij Buiten de bebouwde kom is de geldende afstand in de Wgv 50 meter tussen de bouwblokken. Deze kortste afstand tussen het bouwblok van Ommerweg 62-62a en het dichtstbijzijnde bouwblok van het nieuwe woonerf bedraagt ca. 70 meter, waarmee wordt voldaan aan de hinderrichtafstand. Daarmee kan met dit plan het voornoemde bedrijf niet in de bedrijfsvoering worden belemmerd en wordt voorzien in een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.7 Milieueffectrapportage (MER) Het bevoegd gezag moet zich ervan vergewissen of deze activiteit geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Beoordeeld moet dus worden of ervoor op een later te nemen besluit een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Deze toets, die een nieuw element is in de m.e.r.beoordeling, vindt plaats volgens het nee, tenzij principe. Dit betekent dat er geen m.e.r. hoeft te worden opgesteld, tenzij bij het verlenen van de omgevingsvergunning in de toekomst de vraag aan de orde is of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu op voorhand niet zijn uit te sluiten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud ('wat moet er in de vormvrije worden onderzocht?') moet aandacht besteed worden aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Naar aanleiding van het gestelde in de voorgaande paragraaf, moet er een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Het uitgangspunt is dat het gaat om een bestaande kern, dat planologisch wordt aangepast aan de eisen van deze tijd.
De toets kan gebeuren aan de hand van die aspecten, die hiervoor al aan de orde zijn geweest voor zover ze van invloed zijn op het (natuurlijke) milieu. Om te bepalen of sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtig project, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C of D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Dit project voorziet in een directe eindbestemming en voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit project m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r., er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-plicht.
Ontwerp 14 november 2023
pagina 23
Bestemmingsplan Buitengebied, Deelplan Ommerweg 47 a t/m 47g, Zuidwolde
NL.IMRO.1690.2023BP1002022-ON01
Op basis van onderdeel D (De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) is indien de volgende drempelwaarden worden overschreden sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtig project: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Met de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, worden de hiervoor genoemde drempelwaarden niet overschreden. Er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.beoordelingsplicht. Gevoelig gebied Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Er is in dezen geen sprake van een gevoelig gebied. Milieugevolgen In dit plan zijn de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid, bodem en luchtkwaliteit. Hieruit blijkt dat dit bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Conclusie Het aspect ‘milieueffectrapportage’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.8 Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit dient te worden mee genomen in ruimtelijke besluitvorming. Uitgangspunt is dat een project niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. Als er wel sprake is van een overschrijding, dan mag een project de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechteren. Luchtkwaliteitsnormen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als aannemelijk is dat aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. b. Een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. c. Een project draagt slechts in ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. d. Een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
Van een verslechtering van de luchtkwaliteit in betekenende mate als bedoeld onder c is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet: - woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of minimaal 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen; - infrastructuur: 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie); - kantoorlocaties: minimaal 100.000 m² brutovloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, minimaal 200.000 m² brutovloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen. Woonerf Er is sprake van een project dat ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Conclusie: Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
Ontwerp 14 november 2023
pagina 24
Bestemmingsplan Buitengebied, Deelplan Ommerweg 47 a t/m 47g, Zuidwolde
NL.IMRO.1690.2023BP1002022-ON01
5.9 Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op bedrijven, buisleidingen of transportroutes. Op deze categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor buisleidingen geldt het Besluit buisleidingen externe veiligheid (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid voor transport van gevaarlijke stoffen staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) en de eventuele toename hiervan, te worden bepaald. Woonerf De risicokaart van het interprovinciaal Overleg is nagezien op de aanwezigheid van risicobronnen. In de nabije omgeving (straal 1 km) is een transportroute gevaarlijke stoffen over de weg, spoorweg of water gelegen. Behoudens de voornoemde transportroute, zijn in de nabij omgeving geen risicobronnen aanwezig. Transportroutes Oostelijk van het plangebied is de provinciale weg N48 gelegen.
Volgens de risicokaart is de N48 onderdeel van het basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is voor het wegdeel vanaf het knooppunt Hoogeveen tot aan de afrit N377 (Balkbrug) een PR-plafond van 0 meter en een GR-plafond van 47 meter, aangeduid. Daarbij is aangegeven dat geen sprake is van plasbrandaandachtsgebied. Het plangebied is op ca. 240 meter van de N48 gelegen en daarmee ruim buiten de voornoemde risicocontouren gelegen. Daarmee is een nadere afweging van het groepsrisico met dit plan niet vereist. Hulpverlening Gezien de ligging van het plangebied in het buitengebied mag verwacht worden dat er sprake is van redelijke opkomsttijden voor de brandweer en ander hulpverleningsdiensten. Het plan voorziet in gezinswoningen waarbij kan worden aangenomen dat de bewoners zelfredzaam zijn. Conclusie Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
5.10 Verkeer en parkeren Met dit plan wordt het herontwikkelen van een voormalig boerenerf tot een woonerf en het reguleren van een parkeerplaats ten behoeve van het naastgelegen bedrijfsperceel geregeld. Deze ontwikkeling is van invloed op de parkeerbehoefte en verkeersaantrekkende werking van het woonerf. De CROW-publicatie 381 geeft parkeerkenkerncijfers en kenkerncijfers verkeersgeneratie voor verschillende bestemmingen in de groepen wonen, werken, winkelen en boodschappen, sport, cultuur en ontspanning, horeca en (verblijfs)recreatie, gezondheidszorg en (sociale)voorzieningen en onderwijs. De omgeving van het plangebied is op basis van de publicatie te kenmerken als weinig stedelijk buitengebied. Waar voornoemde norm ontbreekt is (zover mogelijk) aangesloten bij de norm voor rest bebouwde kom weinig stedelijk. In onderstaande berekening(en) is de gemiddelde norm aangehouden.
Ontwerp 14 november 2023
pagina 25
Bestemmingsplan Buitengebied, Deelplan Ommerweg 47 a t/m 47g, Zuidwolde
NL.IMRO.1690.2023BP1002022-ON01
Parkeren CROW-categorie -norm
Wooneenheden
Koop, tussen/hoek 2 per woning
Toekomstige situatie Aantal Totaal stuks/ m² behoefte 7 stuks
Totaal
14 14
Er wordt voorzien in parkeerplaatsen op het eigen perceel bij zowel de dubbele schuurwoning, de herbouwde boerderij en de drie dubbele schuurwoning. Verkeer Door de extra woningen zal er een hogere verkeersintensiteit zijn. De Linderweg sluit direct aan op de doorgaande gebiedsontsluitingsweg Ommerweg, welke in noordelijke en zuidelijke richting een goede ontsluiting geeft. Tevens is op korte afstand de (nieuwe) Linderweg gelegen welke in oostelijke richting het verkeer ontsluit. De doorgaande Ommerweg is voldoende breed en heeft een voldoende doorstroming om de toename in verkeer op te kunnen vangen. Conclusie Het aspect ‘parkeren en verkeer’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
Ontwerp 14 november 2023
pagina 26
Bestemmingsplan Buitengebied, Deelplan Ommerweg 47 a t/m 47g, Zuidwolde
NL.IMRO.1690.2023BP1002022-ON01
6. Planbeschrijving 6.1 Juridisch systeem De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding gegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is het aantal regels zo beperkt mogelijk gehouden. Alleen datgene is geregeld, wat werkelijk noodzakelijk is. Toch kan het in een concrete situatie voorkomen dat een afwijking van de planregels gewenst is. Daarom zijn er in het bestemmingsplan afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het plan is opgesteld conform het Handboek bestemmingsplannen van de gemeente De Wolden en de landelijke Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012).
6.2 Regels De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. In hoofdstuk 1 worden de in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze moet worden gemeten. In hoofdstuk 2 zijn specifieke regels opgenomen voor de bestemmingen die voorkomen in het plangebied. De hoofdstukken 3 en 4 bevatten algemene regels. Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de voorgaande hoofdstukken, hebben in de regels van dit plan hun juridische vertaling gekregen. Daarmee zijn de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied vastgelegd. De regels zijn gebaseerd op de regels zoals opgenomen in de beheersverordening Buitengebied De Wolden. Daarbij zijn niet van toepassing zijnde regels weggelaten en enkele maatwerktoepassingen getroffen. De maatwerkaanpassingen zijn hierna specifiek benoemd.
6.3 Verklaring van de bestemmingen Artikel 3 Tuin De gronden met de bestemming ‘Tuin’ worden onder andere gebruikt als erf, oprit en parkeren. Binnen deze bestemming mogen bij recht enkel andere bouwwerken worden gebouwd. Een uitzondering daarop is de bouw van erkers bij woningen. Met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ dienen de gronden niet als erf te worden beschouwd in de zin van artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit om te voorkomen dat er vergunningsvrije bouwwerken worden opgericht, voor zover deze zijn uit te sluiten binnen het bestemmingsplan. Artikel 4 Verkeer – parkeren De voor 'Verkeer – parkeren' aangewezen gronden zijn bestemd voor parkeervoorzieningen, dammen en/of duikers, sloten, bermen en beplanting, groenvoorzieningen en bebossing. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Er zijn enkel andere bouwwerken toegestaan.
Ontwerp 14 november 2023
pagina 27
Bestemmingsplan Buitengebied, Deelplan Ommerweg 47 a t/m 47g, Zuidwolde
NL.IMRO.1690.2023BP1002022-ON01
Artikel 5 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. Het bouwen van drie woonhuizen met aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De woonhuizen (hoofdgebouwen) dienen te worden gebouwd binnen de op de verbeelding aangeduide drie bouwvlakken. Daarbij is aangeduid dat het woonhuis twee danwel drie woningen aaneen gebouwd zal hebben. Artikel 6 Waarde - archeologie De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van de archeologische waarden.
Ontwerp 14 november 2023
pagina 28
Bestemmingsplan Buitengebied, Deelplan Ommerweg 47 a t/m 47g, Zuidwolde
NL.IMRO.1690.2023BP1002022-ON01
7. Handhaving 7.1 Algemeen Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.
7.2 Beleidskeuzen Er is een Kadernota Veiligheid, Toezicht en Handhaving. Daarnaast is er een Integraal Veiligheidsplan en een Handhavingsuitvoeringsprogramma. De Kadernota geldt voor iedereen die betrokken is bij de handhaving van regels voor de fysieke leefomgeving en veiligheid door de gemeente De Wolden. De nota bevat de handhaving van een breed scala aan landelijke en gemeentelijke regelgeving, zoals de Woningwet, Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Wet Bodembescherming, Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de bijzondere wetten (Drank- en horecawet, Wet op de Kansspelen). Omdat bijzondere wetten ook onder de reikwijdte vallen, horen ook veiligheids- en openbare orde vraag stukken onder de werking van deze nota. Het doel van de nota is het schetsen van duidelijke kaders voor integrale handhaving. De nadruk wordt gelegd op veiligheid en de verbinding van veiligheid met zorg. De verantwoordelijkheid voor een veilige en leefbare gemeente ligt in eerste instantie bij inwoners en bedrijven. De gemeente draagt vooral een grote toezichthoudende verantwoordelijkheid waarvoor zij samenwerking met partners zoekt. Visie op handhaving De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners zich veilig voelen in hun eigen huis, buurtschap en dorp. Veiligheid is een breed begrip dat om samenwerking vraagt.
Vooral de politie speelt een belangrijke rol in handhaving, preventie en hulpverlening en heeft een belangrijke signaalfunctie. De gemeente gaat uit van vertrouwen, maar als het nodig is wordt opgetreden. De wens is minder regels vanuit de overheid en alleen regelgeving die is na te leven en te handhaven.
Ontwerp 14 november 2023
pagina 29
Bestemmingsplan Buitengebied, Deelplan Ommerweg 47 a t/m 47g, Zuidwolde
NL.IMRO.1690.2023BP1002022-ON01
8. Uitvoerbaarheid 8.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Het college heeft de bevoegdheid te besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Aangezien onderhavig plangebied gering van omvang is en de ruimtelijke consequenties beperkt zijn, is overeenkomstig het besluit van het college geen gelegenheid tot inspraak geboden. Initiatiefnemer heeft de eigenaren van omliggende gronden geïnformeerd. Zaterdag 1 mei is er een inloopochtend op het perceel gehouden, waarvoor naaste buren persoonlijk per brief zijn uitgenodigd. Er zijn geen op- of aanmerkingen ontvangen die tot aanpassing van de plannen leiden. In de voorgelegde plannen was nog sprake van een hotel in plaats van hotelhuisjes. Inmiddels is de reikwijdte van dit bestemmingsplan verder afgeschaald tot enkel het woonerf. Initiatiefnemer gaat ervan uit dat omwonenden hier geen bezwaar tegen hebben. Overleg In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro zal door het college het conceptbestemmingsplan toegezonden worden aan de vooroverlegpartners. Zienswijzen Het voorliggend bestemmingsplan zal als ontwerp ter visie worden gelegd gedurende 6 weken. Binnen deze termijn wordt een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan in te dienen.
8.2 Economische uitvoerbaarheid Het gaat om een particulier initiatief waarbij de initiatiefnemers garant staat voor de economische uitvoerbaarheid van het plan. Eventuele planschade en aan dit plan verwante kosten komen daarmee voor rekening van de initiatiefnemers. Er wordt een planschade afwentelingsovereenkomst gesloten, waarmee eventuele planschade afgedekt wordt.
Ontwerp 14 november 2023
pagina 30
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1 Bodemonderzoek
Verkennend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van: Linderweg 2 te Zuidwolde
projectnummer
210845
Pagina 2 van 21
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave
Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond Monsterneming grondwater Monsterneming asbest in bodem
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde 210845 1.0 H.E. Starre J.R.W. Staal
21 juli 2021 Omgevingsrecht Zuidema Mevr. R. Zuidema Stapelerveldweg 4, 7957 NE DE WIJK SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2018
Dhr. W. Westbroek Dhr. W. Westbroek Dhr. W.B. Aasman
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodem- en asbestonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Linderweg 2 te Zuidwolde. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2021 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding.
Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Zuidwolde_210845_Linderweg 2_VO+ASB We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 3 van 21
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 5
1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 5 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 5 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 5 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 6 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 6 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 6 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 7
2.
VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) ............................................................................. 8
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek ............................................................................... 8 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ................................................................................................. 8 Stap 2; onderzoeksvragen ............................................................................................................. 8 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 9 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ...................................................................... 10 Afwijkingen vooronderzoek ........................................................................................................ 10 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategieën (NEN5740 en NEN5707) ................................ 10 Veiligheidsklasse ......................................................................................................................... 10
3.
VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK ....................................................... 11
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) ..................................... 11 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ............................................................ 11 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 12 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 12 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 12 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 12
4.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) ................................ 13
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Analysemonsters ......................................................................................................................... 13 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 13 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 13 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 14 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 15
5.
VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK ............................................................. 16
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Uitvoering werkzaamheden (visuele inspectie maaiveld en bodem) ........................................... 16 Visuele inspectie maaiveld .......................................................................................................... 16 Resultaten veldwerkzaamheden ................................................................................................. 16 Visuele inspectie en monsterneming diepere bodemlaag ........................................................... 16 Afwijkingen onderzoeksopzet ..................................................................................................... 17
6.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (ASBESTONDERZOEK) ..................................... 18
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3 6.4 6.5
Analysemonsters ......................................................................................................................... 18 Analysemethoden en monsterbehandeling ................................................................................. 18 Analyse asbest in bodem (volgens NEN 5898) ............................................................................... 18 Analyse asbest in materiaal (volgens NEN 5896) ........................................................................... 18 Toetsingskader asbest ................................................................................................................. 18 Analysemonsters en concentraties .............................................................................................. 19 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 19
7.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 20
7.1
Samenvatting .............................................................................................................................. 20
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 4 van 21
7.2
Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 21
BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 5 van 21
1. INLEIDING Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Linderweg 2 te Zuidwolde. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.
1.1
Aanleiding en doelstelling
Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bouw van een drietal blokken met geschakelde woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.
1.2
Kwaliteitsborging algemeen
Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.
Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.
1.3
Kwaliteitsborging onderzoek
De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 6 van 21
1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen
Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek Strategie voor uitvoeren van asbest onderzoek in bodem
Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1: 2016 NEN 5707:2015/C2:2017
Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.
1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond- en grondwatermonsters”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven op het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/
1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De asbest analyses zijn uitgevoerd door ACMAA Laboratoria BV te Deurningen, die geaccrediteerd en erkend is door het ministerie van I en W. ACMAA Laboratoria BV is een NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L376. Het certificaat is eveneens bijgevoegd in bijlage 6.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 7 van 21
De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de onderzoeksvragen beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek en wordt de onderzoekshypothese opgesteld. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 8 van 21
2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.
2.1
Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek
Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.
2.2
Stap 1; aanleiding vooronderzoek
De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1
2.3
Stap 2; onderzoeksvragen
Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 9 van 21
In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie
Onderzoeksaspecten
Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antopogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
✓
✓ ✓ ✓ ✓ ✓
F
G
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
✓
✓ ✓
0 ✓ ✓
✓
✓ ✓
✓ ✓ 0 ✓
✓
✓
✓ ✓ ✓
✓
Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.
2.4
Samenvatting vooronderzoek
Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie is gelegen aan de Linderweg 2 te Zuidwolde en is kadastraal bekend als gemeente Zuidwolde, sectie Q, nrs. 1618 (deels) en 1891 (deels). De onderzoekslocatie heeft een totaal oppervlak van maximaal 1.500 m2 en betreft thans een braakliggend perceel. De voormalige boerderij met opstallen zijn reeds, conform de huidige regelgeving omtrent asbest, gesloopt. Men is voornemens een drietal blokken met woningen (twee- en driedubbele woningen) te realiseren. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1.2. Op historisch kaartmateriaal vanaf 1900 is op de locatie altijd bebouwing zichtbaar. De omgeving van de locatie laat zich omschrijven als landelijk van karakter, met name is er sprake van agrarische percelen.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 10 van 21
Bij de gemeente De Wolden is geen bodeminformatie bekend van de locatie. Ter plaatse is tijdens de terreininspectie op het maaiveld van het onderzoeksterrein asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen (asbest middels analyse bevestigd, zie bijlage 4 voor analysecertificaat). Daarnaast is er sprake geweest van asbesthoudende daken zonder goot. De druppelzones van deze daken waren onverhard (bron: Asbestinventarisatierapport Linderweg 2, uitgevoerd door Klussenbedrijf Otto Knegt, kenmerk: WAI-20043). Na sloop van de bebouwing en verwijdering van de erfverharding heeft in enige mate grondverzet plaats gevonden binnen het onderzoeksterrein (egaliseren terrein). De druppelzones zijn hierdoor niet meer als zodanig aanwezig.
2.5
Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek
Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar.
2.6
Afwijkingen vooronderzoek
Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.
2.7
Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategieën (NEN5740 en NEN5707)
Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. Daarnaast is de bodem van de locatie , op basis van het op het maaiveld aangetroffen asbesthoudende plaatmateriaal, aan te merken als asbestverdacht. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.6. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. De onderzoekslocatie is aangemerkt als ‘verdacht’ voor het voorkomen van asbest als gevolg van het aantreffen van asbestverdacht materiaal op het maaiveld. Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in paragraaf 6.4.5 “verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld”.
2.8
Veiligheidsklasse
Op basis van het vooronderzoek is er analyse gemaakt met betrekking tot de veiligheidsklasse waarbinnen het asbestonderzoek dient te worden uitgevoerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW P400 “Werken in en met verontreinigde bodem”.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 11 van 21
3. VELDWERKZAAMHEDEN CHEMISCH ONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het chemisch onderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
3.1
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis)
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 8 juni en het grondwater is bemonsterd op 17 juni 2021. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 7 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 3 t/m 9) en 2 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 1 en 2). Boring 1 is vervolgens doorgezet tot 5,8 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 4,8 – 5,8 m-mv, grondwaterstand 4,3 m-mv). Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.
3.2
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)
Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: • Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; • Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; • De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In tabel 3.1 zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Tabel 3.1 Resultaten grondwaterbemonstering NEN 5744
Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting Geleidingsvermogen 260 (µS/cm) -
Laatste meting Zuurgraad 5,74 (pH) Geleidingsvermogen 260 (µS/cm) Troebelheid 273 (ntu)
Beoordeling NVT Voldoet Troebel
Op basis van tabel 3.1 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat. Bij de grondwatermonstername is als gevolg van de slechtlopendheid van de peilbuis (geringe wateropbrengst) een belucht monster verkregen. Als gevolg hiervan kunnen afwijkende c.q. hogere gehalten aan vluchtige parameters in het grondwater aanwezig zijn, dan in de resultaten tot uiting komt.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 12 van 21
3.3
Bodemopbouw
De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie
Diepte (m-mv)
Omschrijving
0,0 0,5
Zwak siltig, matig grof zand, zwak humeus Zwak grindige, zwak zandige leem Diepst verkende bodemlaag
- 0,5 - 5,8 5,8
Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte van 4,33 m-mv.
3.4
Zintuiglijke waarnemingen
Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden. Er zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Zintuiglijk zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie stukjes asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen en bemonsterd voor analyse. Uit de analyse blijkt dat er sprake is van asbesthoudend materiaal. De locatie is derhalve aangemerkt als asbestverdacht. Voor het asbestonderzoek wordt verwezen naar hoofdstuk 5 en 6.
3.5
Afwijkingen protocollen
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.
3.6
Afwijkingen strategie(ën)
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 13 van 21
4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING (CHEMISCH ONDERZOEK) Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).
4.1
Analysemonsters
In tabel 4.1 zijn de geanalyseerd grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater
Grondmonster Mp. 1, 8 en 9
Diepte (m-mv) 0,0 – 0,5
Motivatie Bovengrond
Analyse Standaardpakket bodem
Mp. 5 t/m 7
0,0 – 0,5
Bovengrond
Standaardpakket bodem
Mp. 2 t/m 4
0,0 – 0,5
Bovengrond
Standaardpakket bodem
Grondwatermonster Pb. 1
Filterstelling (m-mv) 4,8 – 5,8
Motivatie Grondwater
Analyse Standaardpakket grondwater
Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.
4.2
Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden
Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.
4.3
Toetsing analyseresultaten
De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10 % en een lutumgehalte van 25 %.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 14 van 21
De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden
Weergave tabellen
Concentratieniveau
Betekenis
≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde
Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten
> I-waarde
Sterke verhoging gemeten
Weergave bijlage 5 * ***
Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)
(v)
Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4.
4.4
Milieuhygiënische kwaliteit grond
In tabel 4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing
Grondmonster Mp. 1, 8 en 9 Mp. 5 t/m 7 Mp. 2 t/m 4
Diepte (m-mv) 0,0 – 0,5 0,0 – 0,5 0,0 – 0,5
Motivatie Bovengrond Bovengrond Bovengrond
Analyseresultaten Minerale olie en PAK
Uit tabel 4.3 blijkt dat in de bovengrond van Mp. 2 t/m 4 gehalten aan minerale olie en PAK zijn gemeten die de achtergrondwaarden overschrijden. Licht verhoogde waarden aan minerale olie en PAK worden vaker gemeten in van oudsher bewoond gebied. Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhogingen in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek niet van meerwaarde.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 15 van 21
4.5
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing
Grondwatermonster Pb. 1
Filterstelling (m-mv)
Motivatie
Analyseresultaten
4,8 – 5,8
Grondwater
Barium en zink
Uit tabel 4.4 blijkt dat in het grondwater van de onderzoekslocatie concentraties aan barium en zink zijn gemeten die de streefwaarden overschrijden. Deze gehalten zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Als gevolg van de beluchting van de grondwatermonsters is mogelijk sprake van een onderschatting ten aanzien van de gemeten gehalten aan vluchtige organische parameters. Mede gelet op het gebruik van de locatie tot dusver en de zintuiglijke waarnemingen (paragraaf 3.3) achten wij het echter niet aannemelijk dat de betreffende resultaten hierdoor negatief zijn beïnvloed. Verder zijn er in het grondwatermonster geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.
2001-2002-2018
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Linderweg 2 te Zuidwolde (kenmerk: 210845)
Pagina 16 van 21
5. VELDWERKZAAMHEDEN ASBESTONDERZOEK In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven van het asbestonderzoek, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.