16062025 Memo inzichten inkomsten en uitgaven SD DWD
Tekst van het document
1
Aanleiding Sinds 2015 zijn er verschillende rijkstaken gedecentraliseerd naar gemeenten (Jeugdwet, Wmo, Participatiewet en wet Schuldhulpverlening). Tot 2019 waren de financien voor deze taken geoormerkt binnen het gemeentefonds. Sinds 2019 is dit oormerk verdwenen en is het aan gemeenteraden om een eigen integrale afweging te maken over de benodigde financien voor uitvoering van de taken sociaal domein in de gemeentelijke begroting. In juni 2021 is de herijking sociaal domein vastgesteld door de gemeenteraad. 1 van de doelen was om te komen tot een kadernota sociaal domein. Deze is in oktober 2021 vastgesteld. In de kadernota sociaal domein 2022-2025 hebben we opgenomen bij de financiële uitgangspunten dat de uitgaven in evenwicht moeten zij met de inkomsten (rijksbijdrage). Om dit uitgangspunt te toetsen hebben wij deze notitie opgesteld. De doelen van deze notitie zijn: • • •
Duidelijkheid hebben over wat wordt verstaan onder het sociaal domein Inzicht geven hoe de inkomsten rondom het sociaal domein in gebracht kunnen worden Inzicht geven in de uitgaven in het sociaal domein
In de memo is opgenomen op pagina 6 dat de clusterindeling indruist tegen de bedoeling van het gemeentefonds. Dit moet hier wederom opnieuw benadrukt worden. Gemeenten hebben een hoge mate van autonomie en bepalen zelf hun beleidskeuzes (zo lang dat niet tegen bestaande wet- en regelgeving ingaat). De raad gaat hierover en stelt jaarlijks bij de begroting de uitgaven vast. Deze eigen afwegingsruimte is een belangrijke pijler in het publieke bestel. Dat maakt ook dat gemeenten in kunnen spelen op de lokale situatie en keuzes kunnen maken over wat er in de eigen gemeente gewenst/nodig is.
2
Inleiding Gemeenten zijn voor hun inkomsten grotendeels afhankelijk van het Rijk. De gemeentelijke belastingen vormen slechts een beperkt deel van de inkomsten. Gemeenten hebben grofweg vier verschillende inkomstenbronnen: • • • •
Gemeentefonds (vanuit Rijk) Specifieke uitkeringen (vanuit Rijk) Gemeentelijke belastingen Overige Eigen Middelen (OEM)
Inkomsten Geldstromen vanuit het rijk Het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen zijn geldstromen vanuit het Rijk naar gemeenten. Over de omvang hebben de gemeenten geen zeggenschap. Gemeentefonds Het gemeentefonds bestaat uit twee onderdelen, de algemene uitkering en de decentralisatie-uitkeringen. Iedere gemeente ontvangt een algemene uitkering. De algemene uitkering wordt verdeeld aan de hand van heel veel maatstaven. Het geld is niet geoormerkt en het hoort tot de algemene middelen van een gemeente. Decentralisatie-uitkeringen worden binnen het gemeentefonds gebruikt als het tijdelijke middelen betreft, bijzondere indexatie-afspraken kent of als een goede verdeling niet lukt via de maatstaven van de algemene uitkering. Decentralisatie-uitkeringen worden met een bepaalde bestemming verstrekt, zonder strikt geoormerkt te zijn. Niet iedere gemeente ontvangt elke decentralisatie-uitkering. Gemeenten ontvingen t/m 2018 de middelen voor het sociaal domein (jeugdhulp, participatie en Wmo) via een decentralisatie-uitkering. Met ingang van 2019 is dit toegevoegd aan de algemene uitkering. Specifieke uitkeringen Bij specifieke uitkeringen gaat het om geld dat gemeenten van het Rijk ontvangen en moeten besteden aan bepaalde taken (medebewindstaken). Het Rijk heeft het geld dus geoormerkt. Gemeenten moeten bij het Rijk verantwoorden hoe ze het geld hebben besteed.
Als een gemeente de specifieke uitkering niet volledig uitgeeft, moet het restant terug naar het Rijk. Voorbeelden hiervan zijn specifieke uitkeringen voor de melding van schoolverlaters en het bestrijden van verkeerslawaai. Hierop zijn slechts enkele uitzonderingen. De grootste specifieke uitkeringen zijn de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG = bijstandsbudget) en de WSW-uitkering. Deze uitkeringen hoeven niet terugbetaald te worden en zijn ook niet beïnvloedbaar, omdat ze geoormerkt zijn. EIGEN INKOMSTEN VAN GEMEENTEN Gemeenten hebben ook eigen inkomsten. De gemeenteraad heeft binnen juridische kaders zeggenschap over de hoogte van de tarieven en prijzen. Gemeentelijke belastingen De gemeenteraad bepaalt welke belastingen worden geheven en hoe hoog de tarieven zijn. De gemeenteraad mag alleen belastingen vaststellen die in de wet worden genoemd. Algemene belastingen zijn vrij besteedbaar. Een voorbeeld van een algemene belasting is de onroerendezaakbelasting (OZB). Er zijn ook bestemmingsheffingen en retributies. De opbrengsten hiervan zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen. Ook dit is wettelijk bepaald. De rioolheffing is een voorbeeld van een bestemmingsheffing. De prijs
3
die een burger moet betalen voor de aanschaf van bijvoorbeeld een paspoort wordt retributie genoemd. Overige Eigen Middelen (OEM) OEM zijn de gemeentelijke inkomsten uit bezittingen (bijvoorbeeld aandelen en onroerende zaken) en opbrengsten uit verkopen (bijvoorbeeld bouwgrond). De Raad heeft invloed op deze inkomsten; ze kan bijvoorbeeld beslissen over de hoogte van de toegangsprijzen voor het gebruik van voorzieningen. Ook beslist de Raad over de prijs waartegen voorraden gronden worden uitgegeven. Daarnaast scharen we hier ook de eigen bijdragen van inwoners met een Wmo voorziening onder. Clusterverdeling gemeentefonds De algemene uitkering aan gemeenten via het gemeentefonds is vrij besteedbaar. Gemeenten krijgen hem dan ook als één integraal budget. ‘Onder de motorkap' bestaat de verdeling echter uit verschillende verdeelmodellen (clusters). Ieder van deze verdeelmodellen hangt samen met een aantal taken, en de kosten die gemeenten voor deze taken maken. De clusterindeling in het gemeentefonds is primair bedoeld als technisch hulpmiddel voor het ontwikkelen en onderhouden van een optimale verdeling van de totale beschikbare middelen over de gemeenten. De clusterindeling is niet bedoeld om gebruikt te worden voor lokale toedeling van middelen. De verdeelmodellen in het gemeentefonds gaan uit van gemiddelden.
Er wordt getracht de kostenpatronen van groepen gemeenten zo goed mogelijk te reproduceren. Belangrijk hierbij is te realiseren dat deze verdeelmodellen geen recht doen aan unieke omstandigheden van individuele gemeenten. Een meer principiëler punt is dat het gebruik van de clusterindeling indruist tegen de bedoeling van het gemeentefonds. Gemeenten hebben een hoge mate van autonomie en bepalen zelf hun beleidskeuzes (zo lang dat niet tegen bestaande wet- en regelgeving ingaat). De raad gaat hierover en stelt jaarlijks bij de begroting de uitgaven vast. Deze eigen afwegingsruimte is een belangrijke pijler in het publieke bestel. Dat maakt ook dat gemeenten in kunnen spelen op de lokale situatie en keuzes kunnen maken over wat er in de eigen gemeente gewenst/nodig is. Geldstromen met name vanuit Rijk naar De Wolden De geldstromen vanuit het Rijk naar gemeente De Wolden is hieronder opgenomen voor de jaren 2021 t/m 2024.
Specifieke uitkeringen (BUIG) De specifieke uitkeringen maken geen onderdeel uit van het Gemeentefonds, in de zin dat het hier niet om algemene dekkingsmiddelen gaat. Specifieke uitkeringen zijn 4
geoormerkte gelden met een specifiek bestedingsdoel. In bovenstaand overzicht is voor het inzicht alleen de BUIG meegenomen, omdat deze specifieke uitkering het omvangrijkst is. Opvang Oekraïne, CNO In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is opgenomen dat de baten en lasten voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne en de crisisnoodopvang opgenomen moet worden onder taakveld 6 Sociaal domein. Aangezien dit incidentele voordelen betreft laten we dit in deze verdere notitie buiten beschouwing. Overige baten als eigen bijdragen en verhaal soc uitk Naast de inkomsten vanuit het gemeentefonds zijn er een aantal overig inkomsten die betrekking hebben op het sociaal domein. Het bedrag van € 2.373.000 in 2024 bestaat onder andere uit € 974.000 beschermd wonen, € 298.000 verhuur MFA (buurthuizen vallen ook onder het sociaal domein), € 187.000 eigen bijdrage Wmo, € 250.000 specifieke uitkering domein overstijgend werken en € 208.000 de nieuwe wet inburgering. Hieronder wordt de algemene uitkering (dus zonder de specifieke uitkeringen) in clusters weergegeven, allereerst in procenten en vervolgens in euro’s. Findo.nl is als bron hiervoor gebruikt. De totale component van sociaal domein in de algemene uitkering is 53,9% (2021), 55,1% (2022), 49,0% (2023) en 51,3% (2024).
Met ingang van 2023 is de clusterindeling gewijzigd en daardoor zie je hieronder andere clusters staan voor 2023.
5
In tabel 3 hebben we het aandeel van het sociaal domein in Euro’s opgenomen. Dit is € 18.132.000 (2020), € 19.735.000 (2021), € 21.101.000 (2022) en € 22.321.000 (2023).
*De eigen middelen zijn negatief. Dit betreft voornamelijk de onroerende zaak belasting die gemeenten zelf innen
In de tabellen 2 en 3 is niet de BUIG opgenomen. De BUIG is geoormerkt geld. In de hierboven weergegeven tabellen is enkel de algemene uitkering opgenomen. Zoals eerder aangegeven is de algemene uitkering vrij inzetbaar. Gemeenten zijn autonoom in de besteding van deze middelen; het betreft hun eigen beleidsvrijheid. Let wel: een groot deel van de besteding van middelen ligt vast door keuzes met meerjarig effect die de Raad (en voorgaande raden) hebben gemaakt. Hieronder is weergegeven welke keuzes de Raad heeft gemaakt. Het betreft realisatiecijfers.
6
Uitgaven
Hoofdtaakveld 6 Sociaal domein bestaat uit 10 taakvelden. Een taakveld is een samenhangend geheel van activiteiten en taken en hangt onder een programma. Een taakveld kan verbonden zijn aan een strategische opgave. Dat betekent dat het budget voor de activiteiten die nodig zijn om de opgave uit te voeren daar te vinden zijn Hieronder is een specificatie opgenomen van de bedragen uit de groen gemarkeerde regel in de tabel hierboven. Voor deze vergelijking hebben we de uitgaven (dit doen we ook bij de inkomsten) voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne en de crisisnoodopvang gehaald. In 2022 gaat dit om een bedrag van € 1.035.000, in 2023 is dit € 3.815.000 en in 2024 om een bedrag van € 2.790.000.
7
In onderstaande tabel hebben we de kosten per onderdeel geclusterd en in een grafiek opgenomen. 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 -
2021
Participatie (voornamelijk Wsw)
2022 Wmo
2023 Taakveld 6.1 en 6.2
2024 Inkomensregelingen
Jeugd
In de hierboven opgenomen taakvelden is het deel van de overhead opgenomen dat direct samenhangt met dat specifieke taakveld. De indirecte overhead is opgenomen in hoofdtaakveld 0 Bestuur en ondersteuning. Ook in de indirecte overhead zitten lasten die toegerekend kunnen worden aan sociaal domein. Echter, vanwege de gehanteerde verdeelsystematiek wordt dat niet verwerkt. Omwille van het doel van dit document – inzicht verschaffen in de inkomsten en uitgaven sociaal domein – maken we dit deel nu expliciet.
Analyse inkomsten en uitgaven De vraag om inzicht in inkomsten en uitgaven sociaal domein inzichtelijk te maken, is met dit document beantwoord. Op hoofdlijnen ziet dat er als volgt uit:
Door de uitgaven sociaal domein tegenover de inkomsten sociaal domein te zetten, is te zien dat in de afgelopen 4 jaren het uitgavenniveau lager is dan de inkomsten die aan het sociaal domein kunnen worden toegeschreven. Het Rijk heeft geen methode aangeleverd voor een toerekening van de middelen, vandaar dat we - met alle mitsen en maren – de clusterbenadering toepassen. Het is van 8
belang te benadrukken dat het inkomstendeel bij benadering is en dat het aan de gemeenteraad is hoe de totale algemene middelen worden ingezet.
9