1. Reactienota en staat van wijzigingen TAM-IMRO-plan “Ruinerwold, deelplan Buddingewold”
Tekst van het document
Reactienota en staat van wijzigingen Tam omgevingsplan “Ruinerwold, deelplan Buddingewold”
1. Inleiding Op de percelen aan de Dijkhuizen 72 te Ruinerwold is een voormalige agrarische boerderij gevestigd. De achtergelegen gronden worden agrarisch verpacht door de eigenaar, die zelf geen agrarisch bedrijf meer exploiteert. Een collectief van inwoners uit Ruinerwold heeft als Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) het initiatief genomen om deze achtergelegen gronden te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. De realisatie van woningbouw is strijdig met de geldende agrarische bestemming, waardoor een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk is. Het plan voorziet in de realisatie van 11 woningen in een mix van typen en segmenten: 3 vrijstaande levensloopbestendige woningen in het hogere segment, 1 vrijstaande woning en 4 twee-onder-een-kapwoningen in het middensegment, en 3 rijwoningen in het betaalbare/starterssegment. Het initiatief sluit aan bij de ambities uit de gemeentelijke Woon(zorg)visie en voorziet in woningen voor meerdere doelgroepen, waaronder starters, gezinnen en doorstromers. Het ontwerp TAM-omgevingsplan “Ruinerwold, deelplan Buddingewold” is op 18 december 2025 ter inzage gelegd. De termijn voor het indienen van zienswijzen liep tot en met 29 januari 2026. Binnen deze termijn is één zienswijze ontvangen. De zienswijze is tijdig ingediend en is daarmee ontvankelijk.
In deze reactienota wordt de ingediende zienswijze samengevat en voorzien van een inhoudelijke reactie van de gemeente. De reactienota maakt onderdeel uit van de procedure tot vaststelling van het omgevingsplan en wordt na vaststelling opgenomen in de toelichting van het vastgestelde plan.
2. Behandeling zienswijzen Zienswijze 1 Datum brief: 26 januari 2026 Datum ontvangst: 27 januari 2026 Samenvatting zienswijze Indieners zijn eigenaar van een perceel met een agrarisch deel dat deels binnen de vastgestelde spuitvrije zone valt. Zij stellen dat: (1) in de plantoelichting ten onrechte is vermeld dat met alle eigenaren van aangrenzende agrarische gronden concrete afspraken zijn gemaakt; (2) bij de vaststelling van de spuitzone onvoldoende onderzoek is gedaan naar het bestaande en planologisch toegestane gebruik van hun gronden; en (3) het plan geen alternatieven of compensatiemogelijkheden biedt voor de beperking die de zone met zich meebrengt. Reactie gemeente Feitelijke onjuistheid in de toelichting De gemeente erkent dat de plantoelichting op dit punt onvolledig en onjuist is geformuleerd. Met indieners zijn geen bindende afspraken gemaakt over het beperken van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De toelichting wordt op dit punt aangepast. Deze feitelijke onjuistheid doet echter niet af aan de ruimtelijke onderbouwing van de spuitvrije zone zelf, noch aan de publiekrechtelijke bevoegdheid van de gemeente om deze zone in het omgevingsplan vast te leggen.
Noodzaak en grondslag van de spuitzone De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hanteert in vaste jurisprudentie een afstand van 50 meter tussen agrarische gronden waarop gewasbeschermingsmiddelen mogen worden toegepast en nieuwe gevoelige functies zoals woningen. Uitgangspunt daarbij is het maximaal planologisch toegestane gebruik van de agrarische gronden — niet het feitelijke gebruik op het moment van planvaststelling. De gronden van indieners hebben een agrarische bestemming, op grond waarvan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen planologisch is toegestaan. Dat indieners de gronden nu als grasland gebruiken, doet hier niet aan af: bij de ruimtelijke beoordeling moet worden uitgegaan van de planologische mogelijkheden. Binnen het plangebied “Ruinerwold, deelplan Buddingewold” is het, gelet op de beschikbare ruimte, de verkavelingsstructuur en de stedenbouwkundige opzet, niet mogelijk om overal een afstand van 50 meter tot de perceelsgrenzen van aangrenzende agrarische gronden te realiseren zonder het plangebied aanzienlijk te verkleinen of de stedenbouwkundige samenhang onaanvaardbaar aan te tasten. De spuitvrije zone is daarmee een noodzakelijke ruimtelijke maatregel om het vereiste beschermingsniveau voor de toekomstige bewoners te kunnen waarborgen.
Bestaand en toekomstig gebruik De gemeente heeft bij de planvoorbereiding kennisgenomen van het gebruik van de gronden. De huidige beteeling met gras brengt weliswaar beperkt risico met zich mee, maar vormt geen juridisch houdbare grond om de spuitzone achterwege te laten. Zolang de agrarische bestemming op de gronden van indieners van kracht blijft, bestaat de planologische mogelijkheid tot gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De spuitvrije zone borgt dat dit gebruik — ook bij een eventuele toekomstige wijziging van het feitelijk gebruik — niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners.
Geen binnenplanse afwijking en compensatie De gemeente erkent dat het plan niet voorziet in een binnenplanse wijzigings- of afwijkingsbevoegdheid om de agrarische bestemming op de betrokken gronden aan te passen. Dit is een bewuste keuze: de spuitvrije zone is een publiekrechtelijke maatregel die voortvloeit uit de ruimtelijke beoordeling en niet afhankelijk is van de medewerking of het initiatief van de grondeigenaar. De gemeente legt daarmee niet meer beperkingen op dan ruimtelijk noodzakelijk is. Indien indieners als gevolg van de spuitvrije zone aantoonbare schade lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel voor hun rekening behoort te blijven, kunnen zij een verzoek om nadeelcompensatie indienen bij de gemeente op grond van afdeling 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht. De gemeente zal een dergelijk verzoek beoordelen conform de daarvoor geldende wettelijke criteria. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de plantoelichting, in die zin dat de passage over gemaakte afspraken met alle eigenaren wordt gecorrigeerd. De zienswijze geeft geen aanleiding tot het laten vervallen of aanpassen van de spuitvrije zone in het omgevingsplan. De zone is ruimtelijk noodzakelijk, juridisch afdoende gemotiveerd en evenredig. De zienswijze wordt op dit onderdeel ongegrond verklaard.
3. Staat van wijzigingen Naar aanleiding van de ingediende zienswijze en ambtshalve constateringen wordt het TAM-omgevingsplan “Ruinerwold, deelplan Buddingewold” op de volgende punten gewijzigd vastgesteld: Nr.
Onderdeel
Wijziging
Aanleiding
1
Toelichting
De passage waarin wordt gesteld dat met alle eigenaren van aangrenzende agrarische gronden overeenstemming is bereikt over het beperken van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, wordt gecorrigeerd. De tekst wordt aangepast zodat duidelijk wordt dat met één eigenaar geen bindende afspraken zijn gemaakt en de spuitvrije zone voor dat perceel daarom publiekrechtelijk is verankerd in het omgevingsplan.
Gegrond onderdeel zienswijze
2
Verbeelding
Het bouwvlak van de twee-onder-een-kapwoning wordt gespiegeld weergegeven: de insneden worden gepositioneerd aan de buitenzijde van het bouwvlak in plaats van grenzend aan het binnengebied. De aanleiding is gelegen in voortschrijdend inzicht bij de nadere uitwerking van de woningen, waaronder de plattegronden en gevelindeling. De spiegeling is noodzakelijk om de woningen zorgvuldig, in overeenstemming met de geldende regelgeving en consistent met het vastgestelde stedenbouwkundig concept te realiseren. De oppervlakte en situering van het bouwvlak blijven ongewijzigd; er is geen sprake van uitbreiding van de planologische mogelijkheden, wijziging van het bouwvolume, de gebruiksmogelijkheden of de ruimtelijke uitstraling. De aanpassing heeft geen gevolgen voor omliggende belangen en vormt een ondergeschikte wijziging die ambtshalve wordt doorgevoerd.
Ambtshalve wijziging