CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 (geanonimiseerd)

Politieke commissie 11 september 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Inzake Raadsvoorstel Realisatie uitbreiding woonwagenstandplaatsen: Dhr. van Wanrooij4.580 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Gemeente De Ronde Venen T.a.v. de burgermeester en wethouders Per e-mail via:

(en post)

Onderwerp: Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Kenmerk nummer: 05082025 Datum: 5 augustus 2025 Van: Bewonerscommissie woonwagencentrum De Ronde Venen

BEWONERSCOMMISSIIE WOONWAGENCENTRUM DE RONDE VENEN

Geachte College, Namens de bewonerscommissie van het woonwagencentrum De Ronde Venen en de , woonachtig op het woonwagencentrum in Wilnis, brengen wij middels deze brief onze zienswijze naar voren op het concept raadsvoorstel Met verwijzing naar de brief van het college d.d. 28 juli 2025, kenmerknummer: 1154815, waarin letterlijk staat: “Het concept-raadsvoorstel wordt deze week aan u, en alle andere bewoners toegezonden. Hiermee bieden wij u de gelegenheid om uw reactie te geven, nog voordat het college het voorstel aanbiedt aan de raad.” Wil ik hierbij formeel mijn reactie indienen namens de bewonerscommissie. Dit conform de toezegging dat het om een conceptvoorstel gaat en dat reactie voorafgaand aan vaststelling nog mogelijk is.

1.

Juridische en bestuurlijke inconsistenties bij vaststelling Woonwagenbeleid 2025

Hoewel

het

raadsvoorstel

van

26

augustus

2025

(betreffende

de

uitbreiding

van

woonwagenstandplaatsen) stelt dat het nieuwe Woonwagenbeleid 2025 ter vaststelling aan de raad wordt voorgelegd,

blijkt uit de correspondentie tussen wethouder

en de

bewonerscommissie dat dit beleid op dat moment nog niet was vastgesteld, noch gedeeld met de direct belanghebbende gemeenschap. Uit de correspondentie blijkt, dat ten tijde van het opstellen van het raadsvoorstel geen formele vaststelling,

inspraakprocedure

of

publicatie

van

het

nieuwe

woonwagenbeleid

heeft

plaatsgevonden, zoals vereist onder de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:2 en 3:46 Awb). Sterker nog, uit de e-mail van bestuursadviseur

d.d. 9 juli 2025 en uit latere

correspondentie blijkt dat de gemeente zelf herhaaldelijk spreekt over een conceptbeleid, en dat

zij expliciet om de zienswijze vraagt van de bewonerscommissie voor verdere besluitvorming. Dit impliceert dat het beleid op dat moment nog openstond voor aanpassing op basis van input van de bewonerscommissie. Daarbovenop werd o.a. het oude woonwagenbeleid (2013) door de wethouder als

“in de

prullenbak gegooid” bevestigd. Het raadsvoorstel stelt bovendien dat het vast te stellen beleid “lokale behoefte” en “landelijke

kaders” volgt. Echter, uit de correspondentie blijkt dat de gemeente: e

Geen overleg heeft gevoerd over de inhoudelijke opbouw van het beleid;

e

Geen duidelijkheid biedt over de

auteurs of totstandkoming (ook niet in

het concept

woonwagenbeleid 2025); e

Geen bewijs levert van inspraakprocedures of verwerkingsverslagen van bewonersreacties. Pagina 1 van 11

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Dit alles duidt op een patroon waarin beleid wordt opgesteld en bestuurlijk geactiveerd zonder rechtsgeldige participatie of transparantie, hetgeen in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur en mensenrechtenverdragen zoals: e

Artikel 8 EVRM (eerbiediging van woon- en gezinsleven);

e

=6Artikel 27 IVBPR (culturele rechten van minderheden).

Conclusie en voorwaarden voor rechtmatige vaststelling De vaststelling van het Woonwagenbeleid 2025 zoals voorgesteld in het raadsvoorstel kan niet plaatsvinden zonder: 1.

Formele consultatie en reactieperiode voor belanghebbenden;

2.

Juridische

evaluatie

van

het

beleidskader

op

basis

van

jurisprudentie

en

discriminatievraagstukken;

3.

Publieke verantwoording van het participatietraject én volledige transparantie over wie aan het beleid heeft meegewerkt

(Gezien oude woonwagenbeleid 2013-2014 inmiddels “in de prullenbak”’ ligt, is het niet meer nodig om dit via een raadsbesluit in te trekken) Inmiddels heeft de bewonerscommissie gereageerd op het concept woonwagenbeleid 2025 via een ‘Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025’ met kenmerknummer: 04082025. Waarin letterlijk staat; “’ De bewonerscommissie kan niet akkoord gaan met het huidige woonwagenbeleid 2025, zolang dit

beleid

geen

recht

doet

aan

de

cultuur,

rechten

en

opgebouwde

positie

van

de

woonwagenbewoners. De woonwagencultuur is geen subsidiair systeem binnen het reguliere woonbeleid, maar een erkend immaterieel erfgoed. Wij roepen u op om het beleid niet te bouwen op

controle,

voorwaarden

en

technische

normen,

maar

op

vertrouwen,

erkenning

en

gelijkwaardigheid”’ En daarmee is (ook) het concept-raadsvoorstel op dit onderwerp (zoals eerder aangegeven) prematuur en onwenselijk. “Voor ons is het essentieel dat er eerst duidelijike en formele overeenstemming is over het totaalplan voor de locatie, inclusief inrichting, voorwaarden en uitgangspunten. Zolang dit ontbreekt, zijn individuele gesprekken prematuur en onwenselijk. Wij gaan niet akkoord met een werkwijze waarbij er impliciet vanuit wordt gegaan dat de opzet van het proces verandert zonder dat hierover vooraf overleg of instemming heeft plaatsgevonden. Dit raakt het vertrouwen en versterkt het gevoel dat bewoners onder druk worden gezet in plaats van daadwerkelijk gehoord. De bewonerscommissie

verwacht dat de

eerder kenbaar gemaakte

voorwaarden

en het

gewenste proces worden gerespecteerd”’ BRON: Brief bewonerscommissie met kenmerk nummer: 19072025-1

Pagina 2 van 11

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 2.

Reactie op passage uit het concept-raadsvoorstel inzake het aantal standplaatsen en gestopte werkzaamheden

De passage waarin wordt gesteld dat de werkzaamheden in het kader van de revitalisering zijn gestaakt vanwege “verschil van inzicht over de rechtmatigheid van het aantal te realiseren standplaatsen” is feitelijk onjuist, onvolledig en misleidend. Uit het raadsbesluit van 21 november 2013 (besluitnummer 0049/13) blijkt dat de gemeenteraad destijds heeft ingestemd met variant 4, waarin het volgende was opgenomen: e

Zes standplaatsen zouden worden gerealiseerd door de gemeente en overgedragen aan

woningcorporatie GroenWest; e

Drie extra standplaatsen zouden “om niet” aan bewoners worden overgedragen, die deze op eigen kosten en risico moesten gaan realiseren.

Het totaal zou daarmee op negen standplaatsen uitkomen, maar de gemeente was slechts verantwoordelijk voor de aanleg van zes. De suggestie dat het verschil van inzicht uitsluitend ging over het aantal te realiseren standplaatsen is een simplificatie van een veel dieper liggend conflict. In werkelijkheid bestond er fundamenteel verschil van inzicht over het gehele woonwagenbeleid 2013-2014, dat mede aanleiding gaf tot

meerdere juridische procedures. Dit beleid en daarmee

het voormalige revitalisatieplan, is in 2020 overigens terecht als discriminerend aangemerkt door het College voor de Rechten van de Mens.

Van een uitbreiding was in de praktijk géén sprake. De negen standplaatsen betroffen in feite een herschikking en formalisering van een al decennia bestaande situatie, waarbij bewoners reeds in

woonwagens op standplaatsen wonen. Concreet: e

Erzijn momenteel zes officiéle standplaatsen (nrs. 5, 7, 7a, 9, 11, en 13);

e

Er bestaat een bruikleenovereenkomst voor standplaats 13a.

e

Debewoner van standplaats 9a verkeert in een soortgelijke situatie als nr 13a.

e

Daarnaast zijn er gedoogde woonwagens op 5a en 11a, in afwachting van formele besluitvorming;

Deze situatie laat zien dat bewoners reeds aanwezig waren en de voormalige “revitalisering” gericht was op verhuizing binnen het perceel, niet op uitbreiding. Daarnaast

is van

belang

vertegenwoordigd door

dat de

toentertijd

informele

en

bewonerscommissie

(destijds

o.a.

) consistent heeft gepleit voor méér

standplaatsen dan in variant 4 voorzien. Dit standpunt is structureel genegeerd. Ook de toezegging dat bewoners o.a. structureel zouden worden betrokken bij de planvorming en inrichting van het terrein is niet nagekomen. De gemeente is op een gegeven moment eenzijdig overgegaan tot planvorming en uitvoering, zonder overleg. Daarbij komt dat de uitvoering van het voormalige revitalisatieplan feitelijk niet kon doorgegaan vanwege het uitblijven van ondertekende contracten en medewerkingsovereenkomsten, zoals ook vastgelegd in het anendement bij het raadsbesluit. Dit anendement bepaalde expliciet dat uitvoering pas mocht plaatsvinden nadat alle afspraken met betrokken partijen (inclusief de individuele bewoners) contractueel waren vastgelegd. Die contractuele basis is nooit tot stand gekomen.

Pagina 3 van 11

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Kortom: het stilvallen van de (onrechtmatige) werkzaamheden, is niet alleen het gevolg van een juridisch conflict over het aantal standplaatsen, maar is het directe gevolg van beleidsmatige uitsluiting,

het niet honoreren van

bewonersinbreng, en

het niet-nakomen van

essentiéle

voorwaarden uit het raadsbesluit zelf.

Overigens heeft ondergetekende zich herhaaldelijk verbaasd over het uitblijven van toezicht vanuit de gemeenteraad op de handelwijze van het College. Juist de gemeenteraad is op grond van haar controlerende taak gehouden toezicht te houden op de wijze waarop het College besluitvorming uitvoert, zeker in een dossier waarin sprake is van langdurige rechtsconflicten, culturele gevoeligheden en maatschappelijke gevolgen. In de praktijk is het echter ondergetekende geweest die zich genoodzaakt zag die controlerende rol gedeeltelijk op zich te nemen, door het volgen en reconstrueren van bestuurlijke handelingen, inclusief het signaleren van mogelijke onrechtmatige aanwending van gemeenschaps¢geld.

Opmerkelijk is dat deze inzet (geleverd door burgers met eigen sociale en financiéle zorgen) nodig was om te voorkomen dat beleid ontspoorde, wat helaas ook gebeurd is. Die situatie is niet alleen bestuurlijk onwenselijk, maar bevestigt ook dat de democratische tegenkracht binnen de gemeentelijke organisatie onvoldoende functioneerde.

3.

Verwijzing naar reeds ingediende zienswijze inzake wachttijd standplaatsen

Met betrekking tot de opmerking in het concept-raadsvoorstel, waarin wordt gesteld: “De wachttijd voor een standplaats moet redelijk zijn, in ieder geval niet langer dan de wachttijd voor een sociale huurwoning”, Verwijs ik naar de reeds ingediende zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025, met kenmerknummer: 04082025, en in het bijzonder naar randnummer 2 daarvan. Om onnodige herhaling te voorkomen verwijs ik naar de daar opgenomen onderbouwing en opmerkingen, die hier onverkort van toepassing zijn. 4.

Gemeentelijke schaal is geen maatstaf voor mensenrechten

De formulering “wat past bij de schaal van de gemeente” is onvoldoende objectief en wekt de nodige onderbuikgevoelens op bij diverse woonwagenbewoners. De uitspraak suggereert dat de groei of de aanwezigheid van standplaatsen afhankelijk is van een door de gemeente zelf gekozen schaal, in plaats van defeitelijke behoefte van de woonwagengemeenschap. Dit is onverenigbaar met het beleidskader van BZK uit 2018, dat gemeenten opdraagt het beleid te baseren op de feiteliike behoefte van woonwagenbewoners, niet op bestuurlijke voorkeuren, ruimtelijke visies of subjectieve interpretaties van

schaal.

De culturele identiteit van een

beschermde minderheid mag nooit afhankelijk worden gesteld van politieke smaak of ruimtelijke verdraagzaamheid. De woonwagencultuur past niet binnen “de schaal van de gemeente” is een echo van het verleden waarin beleidsmatig werd gestuurd op uitsterfbeleid, wat door het College voor de Rechten van de Mens in 2020 en diverse rechters inmiddels als discriminerend is gekwalificeerd. Het herhalen van deze gedachtegang (hoe subtiel ook) is in strijd met de beginselen van gelijke behandeling, mensenrechten en cultuurbehoud.

Pagina 4 van 11

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 5.

Verwijzing naar eerdere zienswijze m.b.t. behoefteonderzoek

Met betrekking tot de passage in het concept-raadsvoorstel: “Vooruitlopend op het nieuwe Woonwagenbeleid is in 2021 een behoeftenonderzoek uitgevoerd. Uit het behoeftenonderzoek blijkt dat, op basis van de behoeften van de huidige bewoners (die deelgenomen hebben aan het onderzoek), een directe vraag is naar vier extra standplaatsen. Naar verwachting komt er binnen vijf jaar een extra vraag naar een standplaats bij.” Verwijs

ik

naar

de

reeds

ingediende

zienswijze

op

de

‘Inventarisatie

behoefte

woonwagenstandplaatsen Gemeente De Ronde Venen’, d.d. 1 juni 2021, met kenmerknummer: 04082025

-

2.

In

deze

zienswijze

is

uitvoerig

uiteengezet

waarom

de

gehanteerde

onderzoeksmethode, uitgangspunten en conclusies niet representatief en niet toereikend zijn geweest om de werkelijke behoefte binnen de woonwagengemeenschap vast te stellen. Om herhaling te voorkomen verwijs ik naar die zienswijze, waarvan de inhoud en onderbouwing hier onverkort van toepassing zijn. 6.

Misleidende voorstelling van eerdere standplaatsen als uitbreiding

De tekst bij de inleiding van het concept-raadsvoorstel waarin wordt gesteld dat het College voornemens is om “76 tot 18 standplaatsen te realiseren (inclusief de 9 standplaatsen uit 2013)” is opnieuw feitelijk onjuist en misleidend. Zoals

reeds

uitvoerig

uiteengezet

in

randnummer

2

van

deze

zienswijze,

betrof

het

revitalisatieplan uit 2013 geen uitbreiding, maar een gedeeltelijke formalisering en herverdeling van reeds bestaande standplaatsen, waarbij:

e

Slechts zes standplaatsen daadwerkelijk door de gemeente zouden worden gerealiseerd en overgedragen aan woningcorporatie GroenWest;

e

Drie overige standplaatsen “om niet” aan bewoners zouden worden overgedragen, met een verplichting tot zelfrealisatie op eigen kosten en risico.

De zes standplaatsen uit 2013 waren dus niet het resultaat van een beleidsmatige uitbreiding, maar weerspiegelden een bestaande feitelijke situatie waarin al woonwagens op standplaatsen aanwezig zijn. Om herhaling te voorkomen verwijs ik inhoudelijk terug naar randnummer 2, dat onverkort van toepassing is op de randnummer 1.4 van het raadsvoorstel. 7.

Reactie op Randnummers 1.2 en 1.5 - Schijn van participatie, voorkeursbehandeling en verboden inmenging

Hoewel in het concept-raadsvoorstel wordt gesuggereerd dat de uitbreiding van het aantal standplaatsen gebeurt "in overleg met de bewoners" (Argumenten, randnummer 1.5), blijkt ook

bij nadere beschouwing dat er géén sprake is van daadwerkelijke collectieve participatie in de zin van gelijkwaardige medezeggenschap, zoals vereist op grond van het beleidskader van het Ministerie van BZK (2018) en internationale mensenrechtenstandaarden. In randnummer 1.2 (Kantekeningen) wordt namelijk gesteld dat pas vanaf juni jl. met alle bewoners contact is geweest, en slechts met “een deel” eerder. Dit duidt op selectief en eenzijdig overleg,

dat

niet

representatief

kan

worden

genoemd

voor

de_

volledige

woonwagengemeenschap.

Pagina 5 van 11

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Daarbij valt op dat de gesprekken met de bewonerscommissie pas zeer recent zijn opgestart, en aanvankelijk zelfs zijn gefrustreerd door verboden inmenging (het verstoren van de sociale en hechte familiebanden) middels de ongewenste tussenkomst van een externe partij (Forticon) dat op ontoelaatbare wijze invloed heeft gehad op de werking van de bewonerscommissie met volledige instemming van de College van Burgermeester en Wethouders gezien de weigering om deze partij te ontslaan en hiermee de culturele identiteit te beschermen. Verder blijkt uit zowel uitspraken van de verantwoordelijke wethouder als uit het voorgestelde

beleid en de eerste locatieontwerp dat één specifieke familie, waarvan deze geen afstamming hebben uit het woonwagencultuur en overigens een minderheid vormen tegenover de huidige bewoners. Deze familie is structureel (aantoonbaar) voorgetrokken in het voormalige proces (revitalisatieplan 2013) maar ook in de nieuwe huidige plannen. Deze familie is namelijk niet alleen betrokken geweest bij het opstellen van het conceptbeleid en de

eerste

ontwerptekening(en)

bedreigingen

geuit

richting

van

de

nieuwe

locatie,

woonwagenbewoners,

maar

zoals

heeft

vastgelegd

ook in

in

het verleden

het

voormalige

woonwagenbeleid 2013-2014. Deze voorkeursbehandeling is onverenigbaar met het gelijkheidsbeginsel, het recht op eerlijke participatie, en de bescherming van woonwagenbewoners als erkende culturele minderheid onder artikel8 EVRM en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden. Het hanteren van een selectief participatiemodel (waarin de stem van een cultuurvreemde groep wordt verheven boven de authentieke vertegenwoordiging van de woonwagengemeenschap) is in strijd met de principes van inclusiviteit en non-discriminatie. Samenvattend: de gepresenteerde tekst in randnummers 1.2 en 1.5 wekt een beeld van brede participatie, maar in werkelijkheid is sprake van selectief overleg, ongelijkwaardige behandeling en structurele uitsluiting van de authentieke gemeenschap. vertrouwen

in

het

bestuursproces,

maar

vormt

Dit raakt niet alleen

tevens

een

schending

aan het van

de

mensenrechtenstandaarden die specifiek bescherming bieden aan woonwagenbewoners als culturele minderheid. 8.

Onjuiste voorstelling van eerdere standplaatsen als uitbreiding

De vermelding bij randnummer 1

(Financién) dat er op de huidige locatie “9 standplaatsen

gerealiseerd” zouden worden “gelijk aan het aantal uit het revitaliseringsplan 2013” is feitelijk onjuist. Zoals toegelicht onder randnummer 2, betrof dit geen uitbreiding,

maar een gedeeltelijke

formalisering van reeds bestaande standplaatsen, waarvan er slechts zes door de gemeente

werden gerealiseerd. Het plan uit 2013 weerspiegelde de toenmalige bezetting; er werden géén nieuwe plaatsen toegevoegd aan de voorraad. Om herhaling te voorkomen, maar toch hierop te reageren, verwijs ik inhoudelijk terug naar randnummer 2, dat ook op deze passage van toepassing is.

Pagina 6 van 11

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 9.

Onverklaarbare tegenstrijdigheid in budgetverantwoording

In het concept-raadsvoorstel wordt gesteld dat van het eerder toegekende revitalisatiebudget uit 2013 nog €260.000 resteert. Deze mededeling is op zijn zachtst gezegd onbegrijpelijk, gezien de expliciete uitspraken van wethouder

tiidens meerdere bewonersbijeenkomsten

(waaronder op 19 juni en 2 juli 2025), waarin stellig werd verklaard dat het budget uit 2013 volledig is opgebruikt. De wethouder gaf zelfs aan dat “dat laatste beetje is gebruikt om dat zand op die nieuwe plek te leggen” en bevestigde desgevraagd letterlijk dat het geld “op” was. Deze abrupte wijziging in de financiéle voorstelling roept ernstige vragen op over de juistheid van de

informatievoorziening,

zowel

richting

bewoners

als

richting

de

raad.

Indien

het

geld

daadwerkelijk op was, is er sprake van onjuiste informatie in het huidige raadsvoorstel. Indien er

wél geld resteert, dan is men eerder misleidend geweest richting bewoners. Beide scenario's zijn bestuurlijk onverdedigbaar. Voor de bewonerscommissie is deze onbetrouwbaarheid onacceptabel. Wij verzoeken om: e

een onafhankelijke controle van de besteding van het revitalisatiebudget uit 2013;

e

een transparant overzicht van wat er daadwerkelijk resteert en waarom dat in tegenspraak is met eerdere mondelinge mededelingen;

e

en

het voorlopig opschorten van verdere uitgaven tot hierover volledige duidelijkheid

bestaat. Bestuurlijke betrouwbaarheid is een fundament van behoorlijk bestuur. Dit voorval tast dat fundament aan. 9.1.

Onverantwoorde voorkeursbehandeling familie (

)

Er bestaan al jaren zorgen binnen de woonwagengemeenschap over de financiéle en bestuurlijke omgang van de gemeente met de

, die op het woonwagencentrum aan het

Molenland woont. Deze zorgen zijn niet zonder reden. (zie o.a. randnummer 7) Uit het voormalige raadsbesluit (2013) blijkt dat: e

de gemeente akkoord is gegaan met het kwijtschelden van huurachterstanden van deze familie (De overige families hebben geen achterstanden, nooit gehad ook);

e

de lokale belastingen ten behoeve van deze familie zijn kwijtgescholden, en feitelijk op de gemeenschap zijn verhaald;

e

Het de bedoeling is/geweest dat zij een perceel grond verkregen op basis van een naar onze mening misleidende constructie, waarbij geen redelijke marktvoorwaarden zijn toegepast, en waarvoor geen grondbelasting werd betaald. Deze rekening zou voor de inwoners van de gemeente de ronde venen komen.

Wanneer dergelijke financiéle gunsten worden verleend zonder gelijke voorwaarden aan andere bewoners van het woonwagencentrum (en zonder volledige transparantie naar de gemeenteraad en gemeenschap) is dat onverenigbaar met behoorlijk bestuur, artikel 1 van de Grondwet en het gelijkheidsbeginsel. Gezien bovenstaande en het gevoel van ongelijke behandelingen, Daarom verzoeken wij expliciet: e

een volledig financieel overzicht van de afspraken, kwijtscheldingen en grondtransacties tussen de gemeente en de

e

sinds 2013 tot heden

opheldering of deze afspraken zijn getoetst aan het gelijkheidsbeginsel (artikel 1 Grondwet en artikel 14 EVRM);

e

enwelke gevolgen deze afspraken hebben gehad voor het overige woonwagenbeleid en de gemeentebegroting.

Pagina 7 van 11

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Zolang

hierover

geen

duidelijkheid

bestaat,

kan

geen

sprake

zijn

van

een

eerlijke

en

geloofwaardige uitvoering van het woonwagenbeleid in De Ronde Venen. Deze kwestie tast bovendien het vertrouwen aan in de onafhankelijkheid van het gemeentelijk optreden richting andere bewoners. 10. Onvoorziene kostenpost bevestigt verwachte juridische strijd De reservering van een aanzienlijk bedrag (€ 300.000) voor mogelijke juridische procedures en kosten voortvloeiend uit de samenwerking met Cazas Wonen, roept ernstige vragen op over de aard en intentie van de participatie die de gemeente stelt te hanteren in dit traject. De opname van deze kostenpost in het voorstel duidt op de verwachting dat bewoners zich genoodzaakt zullen voelen om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen onderdelen van het beleid of de inrichting van de locatie. Dit wijst er impliciet op dat het college reeds anticipeert op verzet,

mogelijk omdat men wéét dat het voorgestelde beleid op gespannen voet staat met de belangen, rechten en feitelijke wensen van de woonwagenbewoners. Wanneer de gemeente werkelijk zou inzetten op volwaardige participatie, zoals beschreven in het beleidskader BZK uit 2018 (gelijkwaardige betrokkenheid van beschermde minderheden bij besluitvorming die hun woonsituatie raakt), dan zou deze anticipatie op juridische geschillen niet nodig hoeven zijn. Het opnemen van deze post suggereert dat participatie mogelijk slechts wordt gebruikt als een formele afvinkhandeling en dat het college voornemens is om, ongeacht de uitkomsten van de gesprekken, een koers door te zetten waarvan men weet dat die op weerstand zal stuiten. Kortom, deze kostenpost bevestigt indirect het ontbreken van daadwerkelijke co-creatie, en onderstreept de noodzaak van heroverweging van zowel het beleid als de wijze van omgang met de woonwagengemeenschap. 11. Onrechtmatige uitvoering en misleidende suggestie van participatie De passage onder het kopje “Betrokkenheid en communicatie” in het concept-raadsvoorstel suggereert ten onrechte dat er sprake is van een rechtmatige en breed gedragen uitvoering van werkzaamheden

op

het woonwagencentrum

Molenland, onder actieve betrokkenheid van

bewoners. Deze weergave is feitelijk onjuist, juridisch onhoudbaar en politiek misleidend. 11.1

In

het

raadsbesluit

van

21

november

2013

(besluitnummer

0049/13)

is

door

de

gemeenteraad expliciet besloten dat werkzaamheden slechts mochten worden uitgevoerd nadat schrifteliike overeenkomsten met alle betrokken (individuele) bewoners waren gesloten. Dit voorbehoud werd vastgelegd in een amendement dat diende ter waarborging van inspraak, rechtszekerheid en rechtmatige besteding van gemeenschapsgeld. Nu deze contractuele basis nimmer tot stand is gekomen, is elke uitvoering van werkzaamheden op grond van dat besluit onrechtmatig. 11.2

Verder heeft de gemeenteraad van De Ronde Venen expliciet de voorwaarde gesteld dat gemeenschapsgeld

alleen

mag

worden

ingezet

voor

de

revitalisering

van

het

woonwagencentrum indien bewoners akkoord zouden gaan met de uitgangspunten van het toenmalige woonwagenbeleid 2013-2014. Deze voorwaarde was een essentieel onderdeel van het amendement dat aan het raadsbesluit ten grondslag lag.

Pagina 8 van 11

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 11.3

In

een

gerechtelijke

uitspraak van 27

oktober 2021

heeft de

kantonrechter echter

geoordeeld dat (delen van) datzelfde woonwagenbeleid nietig en daarmee niet bindend zijn.

Dit

heeft

direct

het

effect

op

de

rechtsgrondslag

dat

het College

waarop

het

College

gemeenschapsgeld mag aanwenden. 11.4

De

situatie

die

nu

is

ontstaan,

is

doorgaat

met werkzaamheden,

voorbereidingen en uitgaven ter voorbereiding van een revitalisatie en uitbreiding, zonder dat 0.a. aan de oorspronkelijke voorwaarde van het raadsbesluit is voldaan. De raad heeft zich

nooit

opnieuw

over

deze

voorwaarde

uitgesproken,

laat

staan

deze

formeel

ingetrokken of aangepast. Daarmee is er geen geldige mandatering van het College voor deze uitgaven. Het is bestuurlijk en juridisch onhoudbaar dat een rechterlijke uitspraak een door de raad gestelde beleidsvoorwaarde buiten werking stelt, zonder dat de raad daar expliciet opnieuw over is geinformeerd of een besluit heeft genomen. Dit ondermijnt het budgetrecht van de raad (zoals vastgelegd in de artikelen 189 en 190 van de Gemeentewet) en tast de democratische controle op uitgaven aan. Het feit dat de huidige wethouder in gesprekken heeft toegegeven dat bepaalde werkzaamheden

reeds zijn uitgevoerd “omdat deze noodzakelijk zijn voor de nieuwe locatie” bevestigt dat het College zich reeds in de uitvoeringsfase bevindt, zonder formele dekking vanuit een nieuw raadsbesluit. Dit is onrechtmatig en behoort onmiddellijk te worden opgeschort totdat de raad formeel opnieuw heeft beslist.

(Een herhaling) Overigens heeft ondergetekende zich herhaaldelijk verbaasd over het uitblijven van toezicht vanuit de gemeenteraad op de handelwijze van het College. Juist de gemeenteraad is op grond van haar controlerende taak gehouden toezicht te houden op de wijze waarop het

besluitvorming

College

uitvoert,

zeker

in

een

dossier

waarin

sprake

is

van

langdurige

rechtsconflicten, culturele gevoeligheden en maatschappelijke gevolgen. In de praktijk is het echter ondergetekende geweest die zich genoodzaakt zag die controlerende rol gedeeltelijk op zich te nemen, door het volgen en reconstrueren van bestuurlijke handelingen, inclusief het signaleren van mogelijke onrechtmatige aanwending van gemeenschapsgeld.

Opmerkelijk is dat deze inzet (geleverd door burgers met eigen sociale en financiéle zorgen) nodig was om te voorkomen dat beleid ontspoorde, wat helaas ook gebeurd is. 12. Voorbarige uitvoering en ondermijning van democratische besluitvorming De

mededeling

werkzaamheden

in

het

naar

raadsvoorstel

dat

“de

verwachting

starten

planvorming wordt afgerond” in

november

2025”

is

en

dat

“de

zorgwekkend

en

onaanvaardbaar. Deze formulering impliceert dat het College voornemens is uitvoering te geven aan plannen waarvan:

e

De besluitvorming door de gemeenteraad nog niet is afgerond;

e

Deinstemming van de bewonerscommissie ontbreekt;

e

Denoodzakelijke formele kaders nog niet zijn vastgesteld.

Dat is niet alleen bestuurlijk onacceptabel, het is ook menselijk onverantwoord. Het zijn de woonwagenbewoners zelf die opnieuw de lasten zullen dragen van overhaaste besluitvorming, van het negeren van participatie en van het maken van plannen boven hun

Pagina 9 van 11

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 hoofden. Families, kinderen en ouderen worden hiermee in onzekerheid gebracht, alsof zij slechts een projectvariabele zijn binnen gemeentelijk vastgoedbeleid, in plaats van mensen met een erkende culturele identiteit en rechten als beschermde minderheid. Dergelijke voorbarige uitvoering ondermijnt niet alleen het dualistisch bestel en de beginselen van behoorlijk bestuur, maar voedt ook het wantrouwen in de overheid. Bestuurlijke keuzes moeten transparant, zorgvuldig en menswaardig zijn, niet dwingend en onverschillig. 13. Vooringenomen implementatie zonder uitkomst zienswijze De passage waarin staat dat het Woonwagenbeleid op termijn zal worden geimplementeerd in de Woonvisie, terwijl er op dit moment nog een

lopende zienswijzeprocedure gaande

is,

is

zorgwekkend en bestuursrechtelijk discutabel. Door deze aankondiging wordt de indruk gewekt dat het College reeds voornemens is het beleid definitief door te voeren, voordat de gemeenteraad hierover een besluit heeft genomen en voordat de zienswijzen zijn beoordeeld, gewogen en eventueel verwerkt. Dit wekt niet alleen de schijn van vooringenomenheid, maar ondermijnt ook de kern van het participatiebeginsel en het recht op een eerlijke beleidsbeinvloeding. Tevens is het niet te rijmen met de

bestuurlijke zorgplicht jegens

een erkende culturele

minderheid, zeker niet nu bekend is dat de bewonerscommissie ernstige bezwaren heeft geuit en zich expliciet zal blijven verzetten tegen het huidige ontwerp. De reservering van € 300.000 voor

mogelijke procedures bevestigt bovendien dat het College dit verzet anticipeert, maar er kennelijk niet voor kiest om eerst in goed overleg tot aangepast beleid te komen. Een integratie van het beleid in de Woonvisie, voordat de rechtsgeldige procedure is afgerond, is prematuur,

respectloos

en

leidt

tot

een

verlies

aan

vertrouwen

in

de

zuiverheid

van

besluitvorming. 14. Tot slot - Geen overdracht zonder overleg en herstel van vertrouwen

De bewonerscommissie ziet in Cazas Wonen géén geschikte partij om als verhuurder of exploitant van

standplaatsen op te treden,

zolang er geen

schriftelijke garanties worden

afgegeven dat de corporatie afziet van haar eerdere beleidsopvattingen (waaronder de afwijzing van het bouwen van woonwagenwoningen) en eerst in overleg treedt met de bewoners zelf. Een overdracht van standplaatsen door de gemeente aan Cazas Wonen zonder instemming en directe betrokkenheid van de woonwagenbewoners is voor ons niet slechts onwenselijk, maar strijdig met het recht op participatie, bescherming van cultureel erfgoed en het verbod op dwang. Zonder dergelijke garanties is er sprake van impliciete dwangverhuur en dus een inbreuk op onze fundamentele vrijheid om zelfstandig en passend te wonen binnen onze eigen culturele context. Wij herinneren de raad eraan dat Cazas, als rechtsopvolger van GroenWest BV, eerder heeft

deelgenomen aan een beleid dat in 2020 door het College voor de Rechten van de Mens als discriminerend is aangemerkt. Dat verleden weegt zwaar. Herstel van vertrouwen begint met erkenning van dat verleden, transparante samenwerking en daadwerkelijke zeggenschap van de betrokken bewoners — niet met eenzijdige overdrachten of bestuurlijke voldongen feiten.

Pagina 10 van 11

Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Wij wijzen dan ook elke overdracht van zeggenschap aan Cazas Wonen af, tenzij: e

er volledige transparantie komt over de inhoud van de afspraken tussen gemeente en corporatie;

e

schriftelijke toezeggingen worden gedaan door Cazas over participatie, cultuurbehoud en het actief herstellen van vertrouwen;

e

en de bewonerscommissie voorafgaand aan enige overdracht volwaardig en instemmend wordt betrokken bij de besluitvorming.

Zonder

die

voorwaarden

is

het

voortzetten

van

dit

beleid

bestuurlijk

onverantwoord,

maatschappelijk schadelijk en juridisch aanvechtbaar.

lerscommissie woonwagencentrum De Ronde Venen

Disclaimer: De ontvanger/houder van de e-mail/brief heeft bij gebruik van de inhoud en/of document(en) (Waaronder pdf-bijlage) en verspreiding toestemming nodig van de rechtmatige auteur. Fouten en wijzigen onder voorbehoud. De informatie verzonden met dit e mailbericht/brief is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde[n] en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde[n] en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is verboden. (Waaronder zogenaamde bemiddelde (uitvoerings)instanties incl. Forticon) Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en / of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan en wordt u verzocht dit bericht terug te sturen en het origineel te vernietigen.

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15953978/1