Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Gemeente De Ronde Venen T.a.v. de burgermeester en wethouders Per e-mail via:
(en post)
Onderwerp: Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Kenmerk nummer: 05082025 Datum: 5 augustus 2025 Van: Bewonerscommissie woonwagencentrum De Ronde Venen
BEWONERSCOMMISSIIE WOONWAGENCENTRUM DE RONDE VENEN
Geachte College, Namens de bewonerscommissie van het woonwagencentrum De Ronde Venen en de , woonachtig op het woonwagencentrum in Wilnis, brengen wij middels deze brief onze zienswijze naar voren op het concept raadsvoorstel Met verwijzing naar de brief van het college d.d. 28 juli 2025, kenmerknummer: 1154815, waarin letterlijk staat: “Het concept-raadsvoorstel wordt deze week aan u, en alle andere bewoners toegezonden. Hiermee bieden wij u de gelegenheid om uw reactie te geven, nog voordat het college het voorstel aanbiedt aan de raad.” Wil ik hierbij formeel mijn reactie indienen namens de bewonerscommissie. Dit conform de toezegging dat het om een conceptvoorstel gaat en dat reactie voorafgaand aan vaststelling nog mogelijk is.
1.
Juridische en bestuurlijke inconsistenties bij vaststelling Woonwagenbeleid 2025
Hoewel
het
raadsvoorstel
van
26
augustus
2025
(betreffende
de
uitbreiding
van
woonwagenstandplaatsen) stelt dat het nieuwe Woonwagenbeleid 2025 ter vaststelling aan de raad wordt voorgelegd,
blijkt uit de correspondentie tussen wethouder
en de
bewonerscommissie dat dit beleid op dat moment nog niet was vastgesteld, noch gedeeld met de direct belanghebbende gemeenschap. Uit de correspondentie blijkt, dat ten tijde van het opstellen van het raadsvoorstel geen formele vaststelling,
inspraakprocedure
of
publicatie
van
het
nieuwe
woonwagenbeleid
heeft
plaatsgevonden, zoals vereist onder de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:2 en 3:46 Awb). Sterker nog, uit de e-mail van bestuursadviseur
d.d. 9 juli 2025 en uit latere
correspondentie blijkt dat de gemeente zelf herhaaldelijk spreekt over een conceptbeleid, en dat
zij expliciet om de zienswijze vraagt van de bewonerscommissie voor verdere besluitvorming. Dit impliceert dat het beleid op dat moment nog openstond voor aanpassing op basis van input van de bewonerscommissie. Daarbovenop werd o.a. het oude woonwagenbeleid (2013) door de wethouder als
“in de
prullenbak gegooid” bevestigd. Het raadsvoorstel stelt bovendien dat het vast te stellen beleid “lokale behoefte” en “landelijke
kaders” volgt. Echter, uit de correspondentie blijkt dat de gemeente: e
Geen overleg heeft gevoerd over de inhoudelijke opbouw van het beleid;
e
Geen duidelijkheid biedt over de
auteurs of totstandkoming (ook niet in
het concept
woonwagenbeleid 2025); e
Geen bewijs levert van inspraakprocedures of verwerkingsverslagen van bewonersreacties. Pagina 1 van 11
Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Dit alles duidt op een patroon waarin beleid wordt opgesteld en bestuurlijk geactiveerd zonder rechtsgeldige participatie of transparantie, hetgeen in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur en mensenrechtenverdragen zoals: e
Artikel 8 EVRM (eerbiediging van woon- en gezinsleven);
e
=6Artikel 27 IVBPR (culturele rechten van minderheden).
Conclusie en voorwaarden voor rechtmatige vaststelling De vaststelling van het Woonwagenbeleid 2025 zoals voorgesteld in het raadsvoorstel kan niet plaatsvinden zonder: 1.
Formele consultatie en reactieperiode voor belanghebbenden;
2.
Juridische
evaluatie
van
het
beleidskader
op
basis
van
jurisprudentie
en
discriminatievraagstukken;
3.
Publieke verantwoording van het participatietraject én volledige transparantie over wie aan het beleid heeft meegewerkt
(Gezien oude woonwagenbeleid 2013-2014 inmiddels “in de prullenbak”’ ligt, is het niet meer nodig om dit via een raadsbesluit in te trekken) Inmiddels heeft de bewonerscommissie gereageerd op het concept woonwagenbeleid 2025 via een ‘Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025’ met kenmerknummer: 04082025. Waarin letterlijk staat; “’ De bewonerscommissie kan niet akkoord gaan met het huidige woonwagenbeleid 2025, zolang dit
beleid
geen
recht
doet
aan
de
cultuur,
rechten
en
opgebouwde
positie
van
de
woonwagenbewoners. De woonwagencultuur is geen subsidiair systeem binnen het reguliere woonbeleid, maar een erkend immaterieel erfgoed. Wij roepen u op om het beleid niet te bouwen op
controle,
voorwaarden
en
technische
normen,
maar
op
vertrouwen,
erkenning
en
gelijkwaardigheid”’ En daarmee is (ook) het concept-raadsvoorstel op dit onderwerp (zoals eerder aangegeven) prematuur en onwenselijk. “Voor ons is het essentieel dat er eerst duidelijike en formele overeenstemming is over het totaalplan voor de locatie, inclusief inrichting, voorwaarden en uitgangspunten. Zolang dit ontbreekt, zijn individuele gesprekken prematuur en onwenselijk. Wij gaan niet akkoord met een werkwijze waarbij er impliciet vanuit wordt gegaan dat de opzet van het proces verandert zonder dat hierover vooraf overleg of instemming heeft plaatsgevonden. Dit raakt het vertrouwen en versterkt het gevoel dat bewoners onder druk worden gezet in plaats van daadwerkelijk gehoord. De bewonerscommissie
verwacht dat de
eerder kenbaar gemaakte
voorwaarden
en het
gewenste proces worden gerespecteerd”’ BRON: Brief bewonerscommissie met kenmerk nummer: 19072025-1
Pagina 2 van 11
Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 2.
Reactie op passage uit het concept-raadsvoorstel inzake het aantal standplaatsen en gestopte werkzaamheden
De passage waarin wordt gesteld dat de werkzaamheden in het kader van de revitalisering zijn gestaakt vanwege “verschil van inzicht over de rechtmatigheid van het aantal te realiseren standplaatsen” is feitelijk onjuist, onvolledig en misleidend. Uit het raadsbesluit van 21 november 2013 (besluitnummer 0049/13) blijkt dat de gemeenteraad destijds heeft ingestemd met variant 4, waarin het volgende was opgenomen: e
Zes standplaatsen zouden worden gerealiseerd door de gemeente en overgedragen aan
woningcorporatie GroenWest; e
Drie extra standplaatsen zouden “om niet” aan bewoners worden overgedragen, die deze op eigen kosten en risico moesten gaan realiseren.
Het totaal zou daarmee op negen standplaatsen uitkomen, maar de gemeente was slechts verantwoordelijk voor de aanleg van zes. De suggestie dat het verschil van inzicht uitsluitend ging over het aantal te realiseren standplaatsen is een simplificatie van een veel dieper liggend conflict. In werkelijkheid bestond er fundamenteel verschil van inzicht over het gehele woonwagenbeleid 2013-2014, dat mede aanleiding gaf tot
meerdere juridische procedures. Dit beleid en daarmee
het voormalige revitalisatieplan, is in 2020 overigens terecht als discriminerend aangemerkt door het College voor de Rechten van de Mens.
Van een uitbreiding was in de praktijk géén sprake. De negen standplaatsen betroffen in feite een herschikking en formalisering van een al decennia bestaande situatie, waarbij bewoners reeds in
woonwagens op standplaatsen wonen. Concreet: e
Erzijn momenteel zes officiéle standplaatsen (nrs. 5, 7, 7a, 9, 11, en 13);
e
Er bestaat een bruikleenovereenkomst voor standplaats 13a.
e
Debewoner van standplaats 9a verkeert in een soortgelijke situatie als nr 13a.
e
Daarnaast zijn er gedoogde woonwagens op 5a en 11a, in afwachting van formele besluitvorming;
Deze situatie laat zien dat bewoners reeds aanwezig waren en de voormalige “revitalisering” gericht was op verhuizing binnen het perceel, niet op uitbreiding. Daarnaast
is van
belang
vertegenwoordigd door
dat de
toentertijd
informele
en
bewonerscommissie
(destijds
o.a.
) consistent heeft gepleit voor méér
standplaatsen dan in variant 4 voorzien. Dit standpunt is structureel genegeerd. Ook de toezegging dat bewoners o.a. structureel zouden worden betrokken bij de planvorming en inrichting van het terrein is niet nagekomen. De gemeente is op een gegeven moment eenzijdig overgegaan tot planvorming en uitvoering, zonder overleg. Daarbij komt dat de uitvoering van het voormalige revitalisatieplan feitelijk niet kon doorgegaan vanwege het uitblijven van ondertekende contracten en medewerkingsovereenkomsten, zoals ook vastgelegd in het anendement bij het raadsbesluit. Dit anendement bepaalde expliciet dat uitvoering pas mocht plaatsvinden nadat alle afspraken met betrokken partijen (inclusief de individuele bewoners) contractueel waren vastgelegd. Die contractuele basis is nooit tot stand gekomen.
Pagina 3 van 11
Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Kortom: het stilvallen van de (onrechtmatige) werkzaamheden, is niet alleen het gevolg van een juridisch conflict over het aantal standplaatsen, maar is het directe gevolg van beleidsmatige uitsluiting,
het niet honoreren van
bewonersinbreng, en
het niet-nakomen van
essentiéle
voorwaarden uit het raadsbesluit zelf.
Overigens heeft ondergetekende zich herhaaldelijk verbaasd over het uitblijven van toezicht vanuit de gemeenteraad op de handelwijze van het College. Juist de gemeenteraad is op grond van haar controlerende taak gehouden toezicht te houden op de wijze waarop het College besluitvorming uitvoert, zeker in een dossier waarin sprake is van langdurige rechtsconflicten, culturele gevoeligheden en maatschappelijke gevolgen. In de praktijk is het echter ondergetekende geweest die zich genoodzaakt zag die controlerende rol gedeeltelijk op zich te nemen, door het volgen en reconstrueren van bestuurlijke handelingen, inclusief het signaleren van mogelijke onrechtmatige aanwending van gemeenschaps¢geld.
Opmerkelijk is dat deze inzet (geleverd door burgers met eigen sociale en financiéle zorgen) nodig was om te voorkomen dat beleid ontspoorde, wat helaas ook gebeurd is. Die situatie is niet alleen bestuurlijk onwenselijk, maar bevestigt ook dat de democratische tegenkracht binnen de gemeentelijke organisatie onvoldoende functioneerde.
3.
Verwijzing naar reeds ingediende zienswijze inzake wachttijd standplaatsen
Met betrekking tot de opmerking in het concept-raadsvoorstel, waarin wordt gesteld: “De wachttijd voor een standplaats moet redelijk zijn, in ieder geval niet langer dan de wachttijd voor een sociale huurwoning”, Verwijs ik naar de reeds ingediende zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025, met kenmerknummer: 04082025, en in het bijzonder naar randnummer 2 daarvan. Om onnodige herhaling te voorkomen verwijs ik naar de daar opgenomen onderbouwing en opmerkingen, die hier onverkort van toepassing zijn. 4.
Gemeentelijke schaal is geen maatstaf voor mensenrechten
De formulering “wat past bij de schaal van de gemeente” is onvoldoende objectief en wekt de nodige onderbuikgevoelens op bij diverse woonwagenbewoners. De uitspraak suggereert dat de groei of de aanwezigheid van standplaatsen afhankelijk is van een door de gemeente zelf gekozen schaal, in plaats van defeitelijke behoefte van de woonwagengemeenschap. Dit is onverenigbaar met het beleidskader van BZK uit 2018, dat gemeenten opdraagt het beleid te baseren op de feiteliike behoefte van woonwagenbewoners, niet op bestuurlijke voorkeuren, ruimtelijke visies of subjectieve interpretaties van
schaal.
De culturele identiteit van een
beschermde minderheid mag nooit afhankelijk worden gesteld van politieke smaak of ruimtelijke verdraagzaamheid. De woonwagencultuur past niet binnen “de schaal van de gemeente” is een echo van het verleden waarin beleidsmatig werd gestuurd op uitsterfbeleid, wat door het College voor de Rechten van de Mens in 2020 en diverse rechters inmiddels als discriminerend is gekwalificeerd. Het herhalen van deze gedachtegang (hoe subtiel ook) is in strijd met de beginselen van gelijke behandeling, mensenrechten en cultuurbehoud.
Pagina 4 van 11
Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 5.
Verwijzing naar eerdere zienswijze m.b.t. behoefteonderzoek
Met betrekking tot de passage in het concept-raadsvoorstel: “Vooruitlopend op het nieuwe Woonwagenbeleid is in 2021 een behoeftenonderzoek uitgevoerd. Uit het behoeftenonderzoek blijkt dat, op basis van de behoeften van de huidige bewoners (die deelgenomen hebben aan het onderzoek), een directe vraag is naar vier extra standplaatsen. Naar verwachting komt er binnen vijf jaar een extra vraag naar een standplaats bij.” Verwijs
ik
naar
de
reeds
ingediende
zienswijze
op
de
‘Inventarisatie
behoefte
woonwagenstandplaatsen Gemeente De Ronde Venen’, d.d. 1 juni 2021, met kenmerknummer: 04082025
-
2.
In
deze
zienswijze
is
uitvoerig
uiteengezet
waarom
de
gehanteerde
onderzoeksmethode, uitgangspunten en conclusies niet representatief en niet toereikend zijn geweest om de werkelijke behoefte binnen de woonwagengemeenschap vast te stellen. Om herhaling te voorkomen verwijs ik naar die zienswijze, waarvan de inhoud en onderbouwing hier onverkort van toepassing zijn. 6.
Misleidende voorstelling van eerdere standplaatsen als uitbreiding
De tekst bij de inleiding van het concept-raadsvoorstel waarin wordt gesteld dat het College voornemens is om “76 tot 18 standplaatsen te realiseren (inclusief de 9 standplaatsen uit 2013)” is opnieuw feitelijk onjuist en misleidend. Zoals
reeds
uitvoerig
uiteengezet
in
randnummer
2
van
deze
zienswijze,
betrof
het
revitalisatieplan uit 2013 geen uitbreiding, maar een gedeeltelijke formalisering en herverdeling van reeds bestaande standplaatsen, waarbij:
e
Slechts zes standplaatsen daadwerkelijk door de gemeente zouden worden gerealiseerd en overgedragen aan woningcorporatie GroenWest;
e
Drie overige standplaatsen “om niet” aan bewoners zouden worden overgedragen, met een verplichting tot zelfrealisatie op eigen kosten en risico.
De zes standplaatsen uit 2013 waren dus niet het resultaat van een beleidsmatige uitbreiding, maar weerspiegelden een bestaande feitelijke situatie waarin al woonwagens op standplaatsen aanwezig zijn. Om herhaling te voorkomen verwijs ik inhoudelijk terug naar randnummer 2, dat onverkort van toepassing is op de randnummer 1.4 van het raadsvoorstel. 7.
Reactie op Randnummers 1.2 en 1.5 - Schijn van participatie, voorkeursbehandeling en verboden inmenging
Hoewel in het concept-raadsvoorstel wordt gesuggereerd dat de uitbreiding van het aantal standplaatsen gebeurt "in overleg met de bewoners" (Argumenten, randnummer 1.5), blijkt ook
bij nadere beschouwing dat er géén sprake is van daadwerkelijke collectieve participatie in de zin van gelijkwaardige medezeggenschap, zoals vereist op grond van het beleidskader van het Ministerie van BZK (2018) en internationale mensenrechtenstandaarden. In randnummer 1.2 (Kantekeningen) wordt namelijk gesteld dat pas vanaf juni jl. met alle bewoners contact is geweest, en slechts met “een deel” eerder. Dit duidt op selectief en eenzijdig overleg,
dat
niet
representatief
kan
worden
genoemd
voor
de_
volledige
woonwagengemeenschap.
Pagina 5 van 11
Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Daarbij valt op dat de gesprekken met de bewonerscommissie pas zeer recent zijn opgestart, en aanvankelijk zelfs zijn gefrustreerd door verboden inmenging (het verstoren van de sociale en hechte familiebanden) middels de ongewenste tussenkomst van een externe partij (Forticon) dat op ontoelaatbare wijze invloed heeft gehad op de werking van de bewonerscommissie met volledige instemming van de College van Burgermeester en Wethouders gezien de weigering om deze partij te ontslaan en hiermee de culturele identiteit te beschermen. Verder blijkt uit zowel uitspraken van de verantwoordelijke wethouder als uit het voorgestelde
beleid en de eerste locatieontwerp dat één specifieke familie, waarvan deze geen afstamming hebben uit het woonwagencultuur en overigens een minderheid vormen tegenover de huidige bewoners. Deze familie is structureel (aantoonbaar) voorgetrokken in het voormalige proces (revitalisatieplan 2013) maar ook in de nieuwe huidige plannen. Deze familie is namelijk niet alleen betrokken geweest bij het opstellen van het conceptbeleid en de
eerste
ontwerptekening(en)
bedreigingen
geuit
richting
van
de
nieuwe
locatie,
woonwagenbewoners,
maar
zoals
heeft
vastgelegd
ook in
in
het verleden
het
voormalige
woonwagenbeleid 2013-2014. Deze voorkeursbehandeling is onverenigbaar met het gelijkheidsbeginsel, het recht op eerlijke participatie, en de bescherming van woonwagenbewoners als erkende culturele minderheid onder artikel8 EVRM en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden. Het hanteren van een selectief participatiemodel (waarin de stem van een cultuurvreemde groep wordt verheven boven de authentieke vertegenwoordiging van de woonwagengemeenschap) is in strijd met de principes van inclusiviteit en non-discriminatie. Samenvattend: de gepresenteerde tekst in randnummers 1.2 en 1.5 wekt een beeld van brede participatie, maar in werkelijkheid is sprake van selectief overleg, ongelijkwaardige behandeling en structurele uitsluiting van de authentieke gemeenschap. vertrouwen
in
het
bestuursproces,
maar
vormt
Dit raakt niet alleen
tevens
een
schending
aan het van
de
mensenrechtenstandaarden die specifiek bescherming bieden aan woonwagenbewoners als culturele minderheid. 8.
Onjuiste voorstelling van eerdere standplaatsen als uitbreiding
De vermelding bij randnummer 1
(Financién) dat er op de huidige locatie “9 standplaatsen
gerealiseerd” zouden worden “gelijk aan het aantal uit het revitaliseringsplan 2013” is feitelijk onjuist. Zoals toegelicht onder randnummer 2, betrof dit geen uitbreiding,
maar een gedeeltelijke
formalisering van reeds bestaande standplaatsen, waarvan er slechts zes door de gemeente
werden gerealiseerd. Het plan uit 2013 weerspiegelde de toenmalige bezetting; er werden géén nieuwe plaatsen toegevoegd aan de voorraad. Om herhaling te voorkomen, maar toch hierop te reageren, verwijs ik inhoudelijk terug naar randnummer 2, dat ook op deze passage van toepassing is.
Pagina 6 van 11
Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 9.
Onverklaarbare tegenstrijdigheid in budgetverantwoording
In het concept-raadsvoorstel wordt gesteld dat van het eerder toegekende revitalisatiebudget uit 2013 nog €260.000 resteert. Deze mededeling is op zijn zachtst gezegd onbegrijpelijk, gezien de expliciete uitspraken van wethouder
tiidens meerdere bewonersbijeenkomsten
(waaronder op 19 juni en 2 juli 2025), waarin stellig werd verklaard dat het budget uit 2013 volledig is opgebruikt. De wethouder gaf zelfs aan dat “dat laatste beetje is gebruikt om dat zand op die nieuwe plek te leggen” en bevestigde desgevraagd letterlijk dat het geld “op” was. Deze abrupte wijziging in de financiéle voorstelling roept ernstige vragen op over de juistheid van de
informatievoorziening,
zowel
richting
bewoners
als
richting
de
raad.
Indien
het
geld
daadwerkelijk op was, is er sprake van onjuiste informatie in het huidige raadsvoorstel. Indien er
wél geld resteert, dan is men eerder misleidend geweest richting bewoners. Beide scenario's zijn bestuurlijk onverdedigbaar. Voor de bewonerscommissie is deze onbetrouwbaarheid onacceptabel. Wij verzoeken om: e
een onafhankelijke controle van de besteding van het revitalisatiebudget uit 2013;
e
een transparant overzicht van wat er daadwerkelijk resteert en waarom dat in tegenspraak is met eerdere mondelinge mededelingen;
e
en
het voorlopig opschorten van verdere uitgaven tot hierover volledige duidelijkheid
bestaat. Bestuurlijke betrouwbaarheid is een fundament van behoorlijk bestuur. Dit voorval tast dat fundament aan. 9.1.
Onverantwoorde voorkeursbehandeling familie (
)
Er bestaan al jaren zorgen binnen de woonwagengemeenschap over de financiéle en bestuurlijke omgang van de gemeente met de
, die op het woonwagencentrum aan het
Molenland woont. Deze zorgen zijn niet zonder reden. (zie o.a. randnummer 7) Uit het voormalige raadsbesluit (2013) blijkt dat: e
de gemeente akkoord is gegaan met het kwijtschelden van huurachterstanden van deze familie (De overige families hebben geen achterstanden, nooit gehad ook);
e
de lokale belastingen ten behoeve van deze familie zijn kwijtgescholden, en feitelijk op de gemeenschap zijn verhaald;
e
Het de bedoeling is/geweest dat zij een perceel grond verkregen op basis van een naar onze mening misleidende constructie, waarbij geen redelijke marktvoorwaarden zijn toegepast, en waarvoor geen grondbelasting werd betaald. Deze rekening zou voor de inwoners van de gemeente de ronde venen komen.
Wanneer dergelijke financiéle gunsten worden verleend zonder gelijke voorwaarden aan andere bewoners van het woonwagencentrum (en zonder volledige transparantie naar de gemeenteraad en gemeenschap) is dat onverenigbaar met behoorlijk bestuur, artikel 1 van de Grondwet en het gelijkheidsbeginsel. Gezien bovenstaande en het gevoel van ongelijke behandelingen, Daarom verzoeken wij expliciet: e
een volledig financieel overzicht van de afspraken, kwijtscheldingen en grondtransacties tussen de gemeente en de
e
sinds 2013 tot heden
opheldering of deze afspraken zijn getoetst aan het gelijkheidsbeginsel (artikel 1 Grondwet en artikel 14 EVRM);
e
enwelke gevolgen deze afspraken hebben gehad voor het overige woonwagenbeleid en de gemeentebegroting.
Pagina 7 van 11
Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Zolang
hierover
geen
duidelijkheid
bestaat,
kan
geen
sprake
zijn
van
een
eerlijke
en
geloofwaardige uitvoering van het woonwagenbeleid in De Ronde Venen. Deze kwestie tast bovendien het vertrouwen aan in de onafhankelijkheid van het gemeentelijk optreden richting andere bewoners. 10. Onvoorziene kostenpost bevestigt verwachte juridische strijd De reservering van een aanzienlijk bedrag (€ 300.000) voor mogelijke juridische procedures en kosten voortvloeiend uit de samenwerking met Cazas Wonen, roept ernstige vragen op over de aard en intentie van de participatie die de gemeente stelt te hanteren in dit traject. De opname van deze kostenpost in het voorstel duidt op de verwachting dat bewoners zich genoodzaakt zullen voelen om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen onderdelen van het beleid of de inrichting van de locatie. Dit wijst er impliciet op dat het college reeds anticipeert op verzet,
mogelijk omdat men wéét dat het voorgestelde beleid op gespannen voet staat met de belangen, rechten en feitelijke wensen van de woonwagenbewoners. Wanneer de gemeente werkelijk zou inzetten op volwaardige participatie, zoals beschreven in het beleidskader BZK uit 2018 (gelijkwaardige betrokkenheid van beschermde minderheden bij besluitvorming die hun woonsituatie raakt), dan zou deze anticipatie op juridische geschillen niet nodig hoeven zijn. Het opnemen van deze post suggereert dat participatie mogelijk slechts wordt gebruikt als een formele afvinkhandeling en dat het college voornemens is om, ongeacht de uitkomsten van de gesprekken, een koers door te zetten waarvan men weet dat die op weerstand zal stuiten. Kortom, deze kostenpost bevestigt indirect het ontbreken van daadwerkelijke co-creatie, en onderstreept de noodzaak van heroverweging van zowel het beleid als de wijze van omgang met de woonwagengemeenschap. 11. Onrechtmatige uitvoering en misleidende suggestie van participatie De passage onder het kopje “Betrokkenheid en communicatie” in het concept-raadsvoorstel suggereert ten onrechte dat er sprake is van een rechtmatige en breed gedragen uitvoering van werkzaamheden
op
het woonwagencentrum
Molenland, onder actieve betrokkenheid van
bewoners. Deze weergave is feitelijk onjuist, juridisch onhoudbaar en politiek misleidend. 11.1
In
het
raadsbesluit
van
21
november
2013
(besluitnummer
0049/13)
is
door
de
gemeenteraad expliciet besloten dat werkzaamheden slechts mochten worden uitgevoerd nadat schrifteliike overeenkomsten met alle betrokken (individuele) bewoners waren gesloten. Dit voorbehoud werd vastgelegd in een amendement dat diende ter waarborging van inspraak, rechtszekerheid en rechtmatige besteding van gemeenschapsgeld. Nu deze contractuele basis nimmer tot stand is gekomen, is elke uitvoering van werkzaamheden op grond van dat besluit onrechtmatig. 11.2
Verder heeft de gemeenteraad van De Ronde Venen expliciet de voorwaarde gesteld dat gemeenschapsgeld
alleen
mag
worden
ingezet
voor
de
revitalisering
van
het
woonwagencentrum indien bewoners akkoord zouden gaan met de uitgangspunten van het toenmalige woonwagenbeleid 2013-2014. Deze voorwaarde was een essentieel onderdeel van het amendement dat aan het raadsbesluit ten grondslag lag.
Pagina 8 van 11
Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 11.3
In
een
gerechtelijke
uitspraak van 27
oktober 2021
heeft de
kantonrechter echter
geoordeeld dat (delen van) datzelfde woonwagenbeleid nietig en daarmee niet bindend zijn.
Dit
heeft
direct
het
effect
op
de
rechtsgrondslag
dat
het College
waarop
het
College
gemeenschapsgeld mag aanwenden. 11.4
De
situatie
die
nu
is
ontstaan,
is
doorgaat
met werkzaamheden,
voorbereidingen en uitgaven ter voorbereiding van een revitalisatie en uitbreiding, zonder dat 0.a. aan de oorspronkelijke voorwaarde van het raadsbesluit is voldaan. De raad heeft zich
nooit
opnieuw
over
deze
voorwaarde
uitgesproken,
laat
staan
deze
formeel
ingetrokken of aangepast. Daarmee is er geen geldige mandatering van het College voor deze uitgaven. Het is bestuurlijk en juridisch onhoudbaar dat een rechterlijke uitspraak een door de raad gestelde beleidsvoorwaarde buiten werking stelt, zonder dat de raad daar expliciet opnieuw over is geinformeerd of een besluit heeft genomen. Dit ondermijnt het budgetrecht van de raad (zoals vastgelegd in de artikelen 189 en 190 van de Gemeentewet) en tast de democratische controle op uitgaven aan. Het feit dat de huidige wethouder in gesprekken heeft toegegeven dat bepaalde werkzaamheden
reeds zijn uitgevoerd “omdat deze noodzakelijk zijn voor de nieuwe locatie” bevestigt dat het College zich reeds in de uitvoeringsfase bevindt, zonder formele dekking vanuit een nieuw raadsbesluit. Dit is onrechtmatig en behoort onmiddellijk te worden opgeschort totdat de raad formeel opnieuw heeft beslist.
(Een herhaling) Overigens heeft ondergetekende zich herhaaldelijk verbaasd over het uitblijven van toezicht vanuit de gemeenteraad op de handelwijze van het College. Juist de gemeenteraad is op grond van haar controlerende taak gehouden toezicht te houden op de wijze waarop het
besluitvorming
College
uitvoert,
zeker
in
een
dossier
waarin
sprake
is
van
langdurige
rechtsconflicten, culturele gevoeligheden en maatschappelijke gevolgen. In de praktijk is het echter ondergetekende geweest die zich genoodzaakt zag die controlerende rol gedeeltelijk op zich te nemen, door het volgen en reconstrueren van bestuurlijke handelingen, inclusief het signaleren van mogelijke onrechtmatige aanwending van gemeenschapsgeld.
Opmerkelijk is dat deze inzet (geleverd door burgers met eigen sociale en financiéle zorgen) nodig was om te voorkomen dat beleid ontspoorde, wat helaas ook gebeurd is. 12. Voorbarige uitvoering en ondermijning van democratische besluitvorming De
mededeling
werkzaamheden
in
het
naar
raadsvoorstel
dat
“de
verwachting
starten
planvorming wordt afgerond” in
november
2025”
is
en
dat
“de
zorgwekkend
en
onaanvaardbaar. Deze formulering impliceert dat het College voornemens is uitvoering te geven aan plannen waarvan:
e
De besluitvorming door de gemeenteraad nog niet is afgerond;
e
Deinstemming van de bewonerscommissie ontbreekt;
e
Denoodzakelijke formele kaders nog niet zijn vastgesteld.
Dat is niet alleen bestuurlijk onacceptabel, het is ook menselijk onverantwoord. Het zijn de woonwagenbewoners zelf die opnieuw de lasten zullen dragen van overhaaste besluitvorming, van het negeren van participatie en van het maken van plannen boven hun
Pagina 9 van 11
Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 hoofden. Families, kinderen en ouderen worden hiermee in onzekerheid gebracht, alsof zij slechts een projectvariabele zijn binnen gemeentelijk vastgoedbeleid, in plaats van mensen met een erkende culturele identiteit en rechten als beschermde minderheid. Dergelijke voorbarige uitvoering ondermijnt niet alleen het dualistisch bestel en de beginselen van behoorlijk bestuur, maar voedt ook het wantrouwen in de overheid. Bestuurlijke keuzes moeten transparant, zorgvuldig en menswaardig zijn, niet dwingend en onverschillig. 13. Vooringenomen implementatie zonder uitkomst zienswijze De passage waarin staat dat het Woonwagenbeleid op termijn zal worden geimplementeerd in de Woonvisie, terwijl er op dit moment nog een
lopende zienswijzeprocedure gaande
is,
is
zorgwekkend en bestuursrechtelijk discutabel. Door deze aankondiging wordt de indruk gewekt dat het College reeds voornemens is het beleid definitief door te voeren, voordat de gemeenteraad hierover een besluit heeft genomen en voordat de zienswijzen zijn beoordeeld, gewogen en eventueel verwerkt. Dit wekt niet alleen de schijn van vooringenomenheid, maar ondermijnt ook de kern van het participatiebeginsel en het recht op een eerlijke beleidsbeinvloeding. Tevens is het niet te rijmen met de
bestuurlijke zorgplicht jegens
een erkende culturele
minderheid, zeker niet nu bekend is dat de bewonerscommissie ernstige bezwaren heeft geuit en zich expliciet zal blijven verzetten tegen het huidige ontwerp. De reservering van € 300.000 voor
mogelijke procedures bevestigt bovendien dat het College dit verzet anticipeert, maar er kennelijk niet voor kiest om eerst in goed overleg tot aangepast beleid te komen. Een integratie van het beleid in de Woonvisie, voordat de rechtsgeldige procedure is afgerond, is prematuur,
respectloos
en
leidt
tot
een
verlies
aan
vertrouwen
in
de
zuiverheid
van
besluitvorming. 14. Tot slot - Geen overdracht zonder overleg en herstel van vertrouwen
De bewonerscommissie ziet in Cazas Wonen géén geschikte partij om als verhuurder of exploitant van
standplaatsen op te treden,
zolang er geen
schriftelijke garanties worden
afgegeven dat de corporatie afziet van haar eerdere beleidsopvattingen (waaronder de afwijzing van het bouwen van woonwagenwoningen) en eerst in overleg treedt met de bewoners zelf. Een overdracht van standplaatsen door de gemeente aan Cazas Wonen zonder instemming en directe betrokkenheid van de woonwagenbewoners is voor ons niet slechts onwenselijk, maar strijdig met het recht op participatie, bescherming van cultureel erfgoed en het verbod op dwang. Zonder dergelijke garanties is er sprake van impliciete dwangverhuur en dus een inbreuk op onze fundamentele vrijheid om zelfstandig en passend te wonen binnen onze eigen culturele context. Wij herinneren de raad eraan dat Cazas, als rechtsopvolger van GroenWest BV, eerder heeft
deelgenomen aan een beleid dat in 2020 door het College voor de Rechten van de Mens als discriminerend is aangemerkt. Dat verleden weegt zwaar. Herstel van vertrouwen begint met erkenning van dat verleden, transparante samenwerking en daadwerkelijke zeggenschap van de betrokken bewoners — niet met eenzijdige overdrachten of bestuurlijke voldongen feiten.
Pagina 10 van 11
Zienswijze concept raadsvoorstel 25 september 2025 Wij wijzen dan ook elke overdracht van zeggenschap aan Cazas Wonen af, tenzij: e
er volledige transparantie komt over de inhoud van de afspraken tussen gemeente en corporatie;
e
schriftelijke toezeggingen worden gedaan door Cazas over participatie, cultuurbehoud en het actief herstellen van vertrouwen;
e
en de bewonerscommissie voorafgaand aan enige overdracht volwaardig en instemmend wordt betrokken bij de besluitvorming.
Zonder
die
voorwaarden
is
het
voortzetten
van
dit
beleid
bestuurlijk
onverantwoord,
maatschappelijk schadelijk en juridisch aanvechtbaar.
lerscommissie woonwagencentrum De Ronde Venen
Disclaimer: De ontvanger/houder van de e-mail/brief heeft bij gebruik van de inhoud en/of document(en) (Waaronder pdf-bijlage) en verspreiding toestemming nodig van de rechtmatige auteur. Fouten en wijzigen onder voorbehoud. De informatie verzonden met dit e mailbericht/brief is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde[n] en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde[n] en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is verboden. (Waaronder zogenaamde bemiddelde (uitvoerings)instanties incl. Forticon) Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en / of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan en wordt u verzocht dit bericht terug te sturen en het origineel te vernietigen.
Pagina 11 van 11