CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

tegenreactie 3 stichtingen op reactienota inspraakavonden

Gecombineerde commissies 9 juni 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Beleidsnota Zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens, inclusief uitvoering van motie 145/20 ‘Zoekgebieden en bescherming UNESCO werelderfgoed gebieden in De Ronde Venen’ en motie 146/20 ‘Inwonersparticipatie zoekgebieden, raadsvoorstel 16/21.2.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie Stichtingen op de reactienota op de inspraak in DRV juni 2021 Wanneer grijpt de provincie in? Niet en zeker niet voordat gemeente nog vaak aan zet is geweest Gemeenten zijn het bevoegd gezag voor zonnevelden tot 50 MW en windparken tot 5 MW 50 MW staat gelijk aan ongeveer 50 hectare zonneveld. 5 MW staat bijvoorbeeld gelijk aan 1 windmolen van 175 meter (3 MW) en een aantal kleinere molens. De provincie heeft de bevoegdheid over windparken van 5 MW tot 100 MW Dit geldt bijvoorbeeld bij een verzoek voor 1 of meerdere windmolens van 240 meter (5,6 MW per stuk) of meerdere molens van 175 meter (3 MW per stuk). De provincie kan ervoor kiezen om haar bevoegdheid over te dragen aan de gemeente. U leest op deze website meer over de bevoegdheid van de provincie over windparken Het rijk is bevoegd gezag voor zonnevelden vanaf 50 MW en windparken vanaf 100 MW In de praktijk draagt het rijk het bevoegd gezag voor zonnevelden vaak over aan gemeenten. De provincie gaat uit van een constructieve samenwerking Het is niet de wens van de provincie om in te grijpen in de activiteiten van gemeenten. Tegelijkertijd heeft de provincie ook doelstellingen op het gebied van de opwek van duurzame energie. Het grondgebied van de provincie is gelijk aan het grondgebied van de gemeenten samen.

Als gemeenten onvoldoende locaties voor windmolens en zonnevelden aanwijzen, haalt ook de provincie haar doelstellingen niet. Op het moment dat dit blijkt, kan de provincie haar bevoegdheid inzetten. Het Rijk kan dit ook doen op het moment dat de provincie de doelstellingen niet haalt. Op dezelfde website die de wethouder aanhaalt is ook het volgende te lezen. Provincies zijn minimaal gehouden hun bevoegdheid toe te passen als een initiatiefnemer een afwijzing heeft ontvangen van de gemeente. De provincie moet voor het betreffende project overigens wel menen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat op grond van de Wro moet worden aangetoond. En verderop Hoewel het begrip ‘principeverzoek’ of ‘principebesluit’ niet is opgenomen in de Wro, is het gebruikelijk dat een initiatiefnemer met een principeverzoek het college van burgemeester en wethouders om medewerking vraagt aan het onderzoek en de voorbereiding van een voorgenomen windpark. Dit betekent dat voorafgaand aan ingrijpen door de provincie er eerst een afwijzing moet zijn door de gemeente. Er ligt nog geen principeverzoek van initiatiefnemers, laat staan een afwijzing. De reactienota is op dit punt dus niet adequaat. De provincie grijpt nog lang niet in: voordat het zo ver is, is de gemeente nog herhaaldelijk aan zet.

Bovendien betreft de besluitvorming van de gemeente nu het aanwijzen van zoekgebieden en het vaststellen van de RES 1.0 . De reactienota betwist niet dat dit de bevoegdheid van de gemeente is. Deze factsheet van de NP RES ( Nationaal Programma RES ) beschrijft wanneer een hogere overheid ingrijpt. 1. De situatie dat de RES’en niet optellen tot de landelijke doelstelling; voor Elektriciteit is dit tenminste 35 TWh grootschalig hernieuwbaar op land in 2030. 2. De situatie dat de RES regio-overstijgende infrastructuurproblemen oplevert. 3. De situatie dat een overheid in de regio niet meer wil deelnemen aan de RES-vorming, dan wel de RES niet wil verankeren in omgevingsbeleid. 4. De situatie dat een RES niet tot uitvoering komt. 5. Planningsafspraken die voortkomen uit de tafels Elektriciteit en Gebouwde Omgeving waarvan blijkt dat die niet gehaald (kunnen) worden.

Duidelijk is dat aan geen van de voorwaarden voor ingrijpen voldaan zal worden. ( Het bereiken van de 35 TWh wordt elders in dit document onderbouwd ). Verderop in hetzelfde document. Als een van deze situaties optreedt, dan is in het Klimaatakkoord afgesproken dat partijen eerst binnen de regio proberen het probleem op te lossen. Ook kunnen partijen problemen agenderen bij het Nationaal Programma RES. Als dat niet voldoende blijkt zullen overheden op een verstandige manier interveniëren om ervoor te zorgen dat de opgave alsnog gerealiseerd wordt. Hierbij is steeds het uitgangspunt: ‘Eerst zacht, dan pas hard’. Oftewel: we proberen er altijd eerst onderling in goed overleg uit te komen(bestuurlijke interventie).En pas als het via de bestuurlijke route écht niet lukt, dan gaan we over op de inzet van meer dwingende juridische instrumenten (juridische interventie) Al weer blijkt dat de provincie nog lang niet ingrijpt; daarvoor is de gemeente nog herhaaldelijk aan zet. Ook op dit punt is de reactienota niet adequaat.

Windmolens op Zee - Wel degelijk een optie Op de vraag waarom we geen windmolens op zee zouden plaatsen reageert het College met argumenten die in 2019 golden. Wind op zee zou duur zijn. Dat is nu niet meer zo. Wind op zee is in de afgelopen jaren razendsnel in prijs gedaald en is nu goedkoper dan het zwaar gesubsidieerde wind op land. Daarnaast wordt er gesteld dat er maar 60% van de energie vraag op zee gerealiseerd zou kunnen worden. De in het Klimaatakkoord geschetste capaciteit op zee waarop men zich baseert is ondertussen een factor 3 groter geworden dankzij nieuwe en grotere molens en nieuwe technieken. Er is genoeg ruimte op zee met nog steeds inachtneming van de belangen van milieu, natuur en vissers. Landen als Denemarken stoppen volledig met wind-op-land en streven ernaar om een energie exporterend land te worden met wind-op-zee. Over de RES doelstellingen die aangevoerd worden hieronder meer. Lees meer hierover in dit position paper.

RES doelstelling niet gehaald…. Uitvoerige Weerlegging Het College stel in haar reactie dat nog niet duidelijk is of de doelstelling van 35 TWh/jr daadwerkelijk gehaald is (eerder werd overigens gesteld dat dit NIET zo zou zijn, er is dus beweging). Als onderlegger worden de gegevens tot aan 2019 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) genomen. Uit de gegevens van Dr Martien Visser over 2020, lector aan de Hanze Hogeschool in Groningen en onomstreden “Klimaatrekenaar”, blijkt echter iets geheel anders. Wij roepen de raadsleden op een radio-interview met hem te beluisteren of om een samenvatting hiervan te lezen. Bij enkele cruciale beweringen van hem noteren we tussen haakjes het tijdstip in het interview waarop hij die maakt. Van de aan de gezamenlijke RES-en gevraagde doelstelling van 35 TWh/jr is volgens de laatste berekeningen van Visser reeds 34,6 TWh/jr ( tweet van hem van vandaag @BM_Visser ) gerealiseerd of vergund! In juni 2021 al, met nog jaren te gaan! Hij neemt ook projecten mee waarvoor SDE+ subsidie is toegekend maar die nog niet zijn gerealiseerd. Hij doet dat via een systematiek die in het klimaatakkoord ( pag 163 ) is vastgelegd en in de RES is herhaald: "Om de ambitie te realiseren is het uitgangspunt dat in 2025 de projecten die optellen tot minimaal 35 TWh een SDE+-subsidie aangevraagd hebben." Ook het PBL rekent zo.

( 4:20 ) Uit historische realisatiecijfers blijkt dan 50% van de SDE+-toegekende zonneprojecten niet door gaan omdat de netcapaciteit ontbreekt. Tegenwoordig is toestemming van de netbeheerder een vereiste voor SDE+ subsidie. Meer van die zonneprojecten gaan tegenwoordig dus door. Toch rekent Visser maar 50% van de SDE+- goedgekeurde zonneprojecten mee. Overigens telt het PBL voor zon een percentage van 60% mee. Visser is conservatiever dan het PBL. Datzelfde PBL heeft in reacties richting Visser door laten schemeren dat hij er met zijn voorspelling 2020 niet ver naast zit. ( 19:30 ) Het PBL erkent dat het zich nog steeds baseert op gegevens t/m 2019 ( 7:45 ). Visser verklaart uitvoerig de verschillen tussen zijn berekening en die van het PBL (7:50 ). Mocht iemand zich nog zorgen maken over die ontbrekende 0,4 TWh/jr. Er is nog 4GW zon aangemeld die nog niet in de cijfers is verwerkt. Als die voor 50% realiseert dan zijn we er. (7:15 ) Bovendien worden veel windturbines de komende jaren vernieuwd. Dat alleen al leidt tot voldoende extra productie. ( 18:00) De 35 TWh/jr wordt zonder meer op tijd gehaald. Voor doelstellingen die daar boven uit gaan moet er eerst nieuw overleg gevoerd worden. Dat is zo in het klimaatakkoord afgesproken. Een hogere opgave kan, maar dan kijken we eerst naar wind op zee, zegt het klimaatakkoord.

Mocht men dus toch meer willen, dan dient dat eerst op centraal overheidsniveau vastgesteld worden. De doelstelling, én de methode hoe deze te bereiken.

Participatie door inwoners – Wat stelt het voor Het College gaat in op de breed gedragen mening onder de bevolking dat er geen enkele deugdelijke participatie is geweest. Alsof men zich in Mijdrecht niet bewust is van een buitenwereld en het daar levende sentiment. Vol trots wordt gesproken over gesprekken met buurtbewoners en belangengroepen wat in de praktijk slechts die groepen bleken die positief tegenover de plannen van het College stonden. Een “vragenlijst” die aan een “inwonerpanel” gestuurd is zou leidend moeten zijn voor beleid. Niemand in de gemeenschap weet waar men het over heeft. En als klap op de vuurpijl werd er een “Enquête Zon- en Wind” gehouden waarin de inwoners alleen nog de plaats waar windturbines zouden moeten bepalen, niet óf men het überhaupt wilde. Dit onderzoek heeft naar onze mening zeer beperkte waarde als representatie van de wens van onze inwoners. In het kort nogmaals de kritiekpunten: • Het onderzoek is maar door 1500 mensen ingevuld. 3% van de bevolking. We verwijzen graag naar de 13.000+ tegenstemmers die wij ondertussen vertegenwoordigen • Men kon het onderzoek meerdere malen invullen • Men behoeft geen handtekening te zetten (bij onze enquêtes wel) • In het onderzoek kon men zich slechts op 1 plek tegen wind op land uitspreken en feitelijk onbeperkt waar men het wel zag gebeuren.

• Er is geen geografische weging gemaakt in het proces waardoor inwoners uit het ene deel van de gemeente het probleem eenvoudig konden verleggen naar de andere kant van de gemeente. En zulks gebeurde ook. Kortom, het onderzoek was sturend naar een gewenst eindresultaat, technisch slecht uitgevoerd en volstrekt niet representatief voor de wensen van de inwoners van de Ronde Venen. Maar wordt wel gepresenteerd in de voorgestelde zoekgebieden als één van de drie pijlers waarop beleid wordt gemaakt. En dat zou er toe moeten leiden dat U als Raad op 30 juni uw zegen geeft aan de voorgestelde zoekgebieden. In plaats van pas op de plaats te maken, de tijd te nemen om echt met de inwoners in gesprek te gaan (en niet alleen met pro wind belangengroepen) en te kijken of er wellicht een alternatief is voor wind op land. Dat het College van mening is dat er deugdelijke inspraak en participatie heeft plaatsgevonden is een klap ni ons gezicht. Het steeds maar weer terugkomen op het feit dat er “nog inspraak gaat volgen met de gebiedscoördinator” is weinig geruststellend. Als die zoekgebieden wind zijn aangewezen gaat zo'n gebiedscoördinator voor wind. De inwoners van De Ronde Venen hebben zich luid en duidelijk laten horen: er is in de gemeente geen plaats voor windturbines.

Waardedaling van huizen : Groter deel zelf betalen & waardedaling veel groter B&W: Voor het ministerie van EZK is onderzoek gedaan naar de waardedaling van huizen door windmolens Hieruit blijkt dat tussen 1985-2019 een windmolen gemiddeld voor een waardedaling van 2% van de woning zorgde, binnen een straal van 2km om de windmolen. Lees meer over dit onderzoek naar waardevermindering van huizen. We beseffen dat planschade kan optreden Ons uitgangspunt is dat we kijken naar oplossingen met zo min mogelijk impact. Daar doen we ons best voor. Toch kan het zo zijn dat windmolens een negatief effect hebben op de waardeontwikkeling van woningen. Dat geldt ook voor wegen, gebouwen en andere veranderingen in de openbare ruimte. Per initiatief moet onderzocht worden wat de mogelijke planschade is. Die verschilt per situatie. Als blijkt dat windmolens een negatieve invloed hebben op de woningprijzen, kan de woningeigenaar planschade claimen. Meer informatie hierover leest u hier. Inwoners profiteren mee in de winst In onze extra voorwaarden (voorwaarden 4 en 5) staat dat omwonenden en inwoners meeprofiteren in de winst. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met een omgevingsfonds of omwonenden regeling. In voorwaarde 6 staat genoemd dat de initiatiefnemer de planschadeclaims betaalt. De gemeente sluit daarvoor een overeenkomt af met de initiatiefnemer.

Het afsluiten van zo’n overeenkomst is een voorwaarde voor het verlenen van de ruimtelijke medewerking. Onderzoek 1985-2019? Hoe hoog waren die turbines toen gemiddeld. Fors lager dan nu. Hoeveel lawaai maakten die molens toen. Fors minder dan tegenwoordig. In de tweede link ( hier ) hierboven: Hiervoor bevat de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een forfait van 2% van de waarde van de onroerende zaak of van het inkomen. Als de schade minder dan die 2% is komt deze niet voor vergoeding in aanmerking. De informatie had toch gewoon in de reactienota moeten staan. En niet verscholen in een link? B&W zeggen dus dat het forfait 2% is. De eerste 2% planschade betaalt u zelf. Is dat waar? De nieuwe omgevingswet verhoogt dit forfait tot 4%. De omgevingswet is al goedgekeurd door het parlement en kan elk moment van kracht worden. Waarom melden B&W dit niet in de reactienota? Waarom zou het forfait verhoogd zijn tot 4%?

Waardedaling huizen t.g.v. Windturbines volgens het planschade instituut. De praktijk van toekenning planschade is sterk repressief, er is een gewoonte ingesleten die onder de orde van 5000 euro te houden. Dit terwijl de originele bedoeling van de wet Wro is de

waardevermindering te bepalen op wat een redelijk handelende verkoper en een redelijk handelende koper overeen (kunnen) komen. Dat wordt er niet beter op met realisatie van de intenties van de overheden om het eigen maatschappelijk risico te verhogen van 2% naar 4% met de komende omgevingswet. De overheidsbedoeling is duidelijk de vergoedingen naar nihil te brengen. Van de planschaderegeling Wro is bekend dat deze de eerlijke energietransitie in de weg staat. Een Gebiedsakkoord/Omgevingsovereenkomst moet altijd vooraf de planschade regelen met uitsluiting van maatschappelijk eigen risico en op basis van normale NVM makelaars, niet van de rentmeesters/adviseurs die de overheid inhuurt en betaalt. Zie ook de link naar deze brief van de regering: dat is opgevraagd bij het duurzaamheidsproject van de gemeente en dat kwam met het onderzoek van Ezk waarin staat: aanwezigheid van een windturbine binnen 2 km van een woning … turbines hoger dan 150 meter gemiddeld leiden tot een relatieve achterblijvende woningwaarde van circa 5%

Onze stichtingen hebben geen ambtenaren in dienst die in korte tijd een reactie kunnen schrijven op uw reactienota. Daarom hebben we er slechts 5 punten uitgelicht. Wij maken ons grote zorgen over de andere onderwerpen behandeld in de reactienota. 9 juni 2021 Stichting Reddeplassen Stichting Red het Angstellandschap Stichting Stop Windturbines Geingebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10247682/1