RV Vaststelling Bestemmingsplan VVP25 oorspronkelijke versie
Tekst van het document
Raadsvoorstel bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 2025
Raadsvoorstel Aan: de gemeenteraad Datum: 3 december 2024 Raadsvergadering: Commissie: Organisatieonderdeel: Team Omgeving Portefeuillehouder: Cees van Uden Naam behandelend ambtenaar: Rik Schutte Registratienummer: Ter inzage: Bijlage(n): Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 2025 (38 bijlagen) Onderwerp Vaststelling Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 2025 Voorstel 1. De over het ontwerpbestemmingsplan ‘Vinkeveense Plassengebied 2023’ ingediende zienswijzen te beantwoorden zoals opgenomen in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen’; 2. het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 2025 (NL.MRO.0736.BP021Plassengebied-va01) met inbegrip van de wijzigingen zoals opgenomen in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen’ gewijzigd vast te stellen; 3. het uitvoeringsplan Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH) Vinkeveense Plassen vast te stellen; 4. voor 2025 een budget van € 601.000 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van het plan genoemd in punt 3 van dit voorstel en deze kosten te dekken uit de extra legesinkomsten van € 746.000, per saldo is er sprake van een positief effect op het begrotingsresultaat 2025 van € 145.000; voor de jaren 2026 en verder de benodigde budgetten te verwerken in de Kadernota 2026; 5. de milieueffectrapportage vast te stellen; 6. geen exploitatieplan vast te stellen.
blad 1 van 12
Inleiding Sinds 2015 bereidt gemeente De Ronde Venen een nieuw bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen voor. Dit nam geruime tijd in beslag door de complexiteit van de materie, het planproces, de tegengestelde belangen, het toestaan van de bebouwing op de legakkers met de daarbij horende natuurcompensatie en het bereiken van overeenstemming daarover met de betrokken overlegpartners. Na de verkiezingen van 2022 is in het coalitieakkoord 2022-2026 ‘In het hart’ het volgende over de Vinkeveense Plassen opgenomen: “Uitgangspunt is dat recreatie, natuur, ondernemen en wonen hand in hand gaan. De inzet is een zo ruim mogelijk bestemmingsplan. We zetten ons in om bestaande bebouwing zoveel mogelijk te laten staan. We willen dat eigenaren van legakkers de mogelijkheid krijgen passende bebouwing op hun legakkers te zet ten, mits zij het cultuurlandschap en natuur in stand houden en de beschoeiing onderhouden” . De voorbereiding is afgerond en de 200 ingediende zienswijzen op het ontwerpbestemingsplan zijn behandeld en verwerkt in de nota zienswijzen. Het college heeft het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 2025 voorbereid aan de hand van de daaraan ten grondslag liggende keuzes. Op de plassen is een situatie ontstaan dat de feitelijke situatie heel sterk afwijkt van het planologisch kader.
Het plangebied valt nu in de beheersverordening Buitengebied en bestemmingsplan Winkelpolder. Dit zijn sterk verouderde planologisch kaders. Een actueel planologisch kader (= bestemmingsplan) voor het Vinkeveense Plassengebied draagt bij aan een goede dienstverlening voor inwoners, gebruikers en ondernemers en aan het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle legakkerstructuur. De gemeente beschikt met het nieuwe bestemmingsplan over een actueel en leesbaar toetsingskader voor vergunningsaanvragen en een solide grondslag voor handhavingskwesties. Beoogd effect Het hebben van een actueel bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen dat voorziet in de balans tussen het behoud van de legakkers, beperkte bebouwingsmogelijkheden voor recreatie en een goede basis voor instandhouding en ontwikkeling van natuur. Daarnaast biedt het plan een solide basis om handhavend op te treden tegen ongewenste situaties. Argumenten 1.1 De beantwoording van de ingediende zienswijzen is zorgvuldig voorbereid en heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 6 mei 2023 tot en met 16 juni 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn er 200 zienswijzen binnengekomen. Veruit de meeste zienswijzen hebben betrekking op individuele zaken die spelen op kavel-/legakkerniveau.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om op de verkavelingskaart verkeerd verkavelde kavels ten opzichte van bestaande situaties. Ook andere onderwerpen zijn vaker naar voren gebracht in de zienswijzen. Men is bijvoorbeeld van mening dat de nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden te ruim (insteek natuurverenigingen) of te beperkend (eigenaren kavels) zijn opgenomen. Maar er zijn ook zienswijzen ingediend over inheemse beplanting, verkaveling, de vuilwaterbootregeling en steigers/vlonders. Alle binnengekomen zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen’. Deze nota bevat naast de beantwoording van de zienswijzen ook de ambtelijke aanpassingen die doorgevoerd zijn ter verbetering van het plan. De
blad 2 van 12
ambtelijke aanpassingen hebben vooral betrekking op het herstel van geconstateerde gebreken/omissies uit het ontwerpbestemmingsplan. 2.1 De huidige planologische regelingen zijn achterhaald en moeten geactualiseerd worden In de vigerende beheersverordening Buitengebied en bestemmingsplan Winkelpolder is bebouwing, gericht op recreatief verblijf, planologisch vastgelegd of later vergund. Het grootste deel van de bebouwing gaat om vakantieparken en recreatiewoningen met bijbehorende voorzieningen zoals (bijvoorbeeld veranda’s en tuinhuisjes) vlak bij de kern Vinkeveen en in het gebied Winkelpolder. Op dit moment staat er zo’n 8,3 hectare aan bebouwing op de legakkers in het plangebied die niet planologisch is verankerd in de vigerende beheersverordening/bestemmingsplan en ook niet is vergund. Dat is een ongewenste situatie die vraagt om een actualisering van de bestaande beheerverordening. Dit betekent een complexe afweging tussen (gedeeltelijk) legaliseren van bestaande bebouwing, natuur, recreatie en handhaving. Daarnaast biedt het voorliggende bestemmingsplan beperkte planologische ruimte voor (nieuwe) voorzieningen en economische dragers, waarmee een positieve impuls wordt beoogd voor de recreatieve waarden van het gebied en daarmee ook de lokale economie.
2.2 Het bestemmingsplan draagt bij aan het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle legakkerstructuur Eén van de uitgangspunten van het bestemmingsplan is om de duurzame instandhouding van de van het Plassengebied zo kenmerkende legakkerstructuur zeker te stellen. Het Vinkeveens Plassengebied is in zijn geheel als natuurgebied aangewezen (Natuur Netwerk Nederland (NNN)). Het is een kwetsbaar gebied. Om een duurzame instandhouding van de legakkerstructuur te bereiken, is het belangrijk eigenaren van legakkers aan te moedigen hun legakker in stand te houden, te beschoeien en te voorzien van inheemse beplanting. Daarom kiest de gemeente ervoor om binnen bepaalde bebouwingscriteria en onder voorwaarden bebouwing op de legakkers toe te staan. Indien die bebouwingsmogelijkheden binnen aanvaardbare grenzen en criteria niet worden geboden en zou er voor handhavend optreden tegen alle bestaande illegale bebouwing worden gekozen, dan is het onwaarschijnlijk dat de legakkereigenaren bereid zijn om te investeren in hun (onderhoud van) legakkers. De legakkers kalven dan door weersinvloeden en stroming in het water af. Uit eindelijk verzinken legakkers op termijn waardoor de legakkerstructuur van het gebied ernstig wordt aangetast. Om dat te voorkomen, stelde de gemeenteraad in februari 2018 de Notitie Richtinggevende Keuzes bebouwingscriteria/voorwaarden vast.
Het Plassengebied is daarbij in zones verdeeld. Naarmate de natuur- en landschapswaarden van een zone groter zijn, gelden er strengere bebouwingscriteria en is er om die reden minder bebouwing toegestaan. In de loop van de tijd zijn deze bebouwingscriteria/voorwaarden, in nauw overleg met de provincie Utrecht en met de betrokken stakeholders, bijgesteld. 2.3 Binnen bepaalde bebouwingscriteria wordt bebouwing op de legakkers toegestaan om eigenaren te stimuleren hun legakker te onderhouden en beschoeien In het bestemmingsplan is het Plassengebied onderverdeeld in 5 zones: zone 1 t/m 3 en zone X en Z. In zone 1, 2 en 3 mag op de legakkers, onder voorwaarden, worden gebouwd. In zone X en Z mag er niet op de legakkers worden gebouwd. Als er voldaan wordt aan de voorwaarden dan mag er in zone 1, 2 en 3 bebouwing worden opgericht.
blad 3 van 12
De voorwaarden zijn: • • •
•
een legakker moet worden beschoeid; er moet minimaal 25% inheemse beplanting worden gerealiseerd (en blijvend onderhouden); er moet een vuilwatervoorziening worden gerealiseerd; men moet zich aan de maximale bouwregels houden.
Per zone (zie kaartje hieronder) is de volgende bebouwing toegestaan: •
Zone 1, bestemming Groen-Legakker 1 (GL-1): 25% bebouwing van een landdeel van een kavel toegestaan met een maximum van 40m2 totale bebouwing (exclusief vlonders) met een maximale bouwhoogte van 3,5 meter.
•
Zone 2, bestemming Groen-Legakker 2 (GL-2): 20% bebouwing van een landdeel van een kavel toegestaan met een maximum van 40m2 totale bebouwing (exclusief vlonders) met een maximale bouwhoogte van 3,5 meter.
•
Zone 3, bestemming Groen-Legakker 3 (GL-3): 15% bebouwing van een landdeel van een kavel toegestaan met een maximum van 30m2 totale bebouwing (exclusief vlonders) met een maximale bouwhoogte van 3 meter.
blad 4 van 12
Het college is na zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen van oordeel dat met bovenvermelde bebouwingscriteria recht wordt gedaan aan de bestuurlijke wens uit het coalitieakkoord. Uitgangspunt is dat recreatie, natuur, ondernemen en wonen hand in hand gaan en “zoveel mogelijk” bebouwing wordt toegestaan. Dit zonder daarbij andere belangen - zoals de compensatie van de aantasting van het NNN-gebied - uit het oog te verliezen. Om bebouwing te kunnen legaliseren op de eilanden in de Vinkeveense Plassen, is een verzoek ingediend bij Gedeputeerde Staten gedaan om ontheffing te verlenen van het verstedelijkingsverbod uit de ‘Interim Provinciale Omgevingsverordening’. Op 19 december 2023 is deze ontheffing verleend (bijlage 17). Als de planologische bebouwingsmogelijkheden in het nieuwe bestemmingsplan realistisch worden benut, komt er op de legakkers in totaal 6,8 hectare aan gebouwen en bebouwing. Dat is inclusief op de legakkers toegestane verhardingen (o.a. vlonders). Op de legakkers wordt 4 hectare aan gebouwen, 2,2 hectare aan vlonders/verhardingen en zo’n 0,4 hectare aan steigers mogelijk gemaakt. Op de legakkers staat nu zo'n 8,3 hectare aan bebouwing (illegaal). Dat betekent dat er in de nieuwe situatie de bebouwing met 1,5 hectare afneemt.
2.4 De aantasting van het NNN-gebied door bebouwing toe te staan vereist natuurcompensatie op basis van de meerwaardebenadering uit de Interim Provinciale Omgevingsverordening De bebouwingsmogelijkheden die in het bestemmingsplan zijn opgenomen, worden gezien als aantasting van natuur (NNN). Deze aantasting moet worden gecompenseerd. De natuuropgave is niet alleen een kwalitatieve en kwantitatieve natuurcompensatie, maar ook een juiste samenhang tussen de verschillende natuurgebieden. Daarover heeft veel en nauw overleg met de provincie plaatsgevonden. De natuurcompensatie gebeurt op basis van de meerwaardebenadering uit de IOV, artikelen 6.3 e.v. Met inachtneming van deze artikelen is in goed overleg met de provincie de kwantitatieve en kwalitatieve natuurcompensatie onderzocht en de samenhang met omliggende natuurgebieden. Belangrijke aandachtspunten waren de plekken waar deze compensatie zou kunnen plaatsvinden en hoe deze compensatie geborgd kan worden. De kwantitatieve natuurcompensatie kan volledig in het aangrenzende gebied ’t Meertje plaatsvinden. De kwalitatieve natuurcompensatie voor een gedeelte (in de nieuwe natuur) in ’t Meertje en verder in de Vinkeveense Plassen zelf. Ook moet er een goede samenhang zijn tussen de verschillende natuurgebieden in de directe omgeving.
De gemeente heeft in oktober 2023 c irca 10 hectare grond in ’t Meertje (gronden ten zuiden van Achterbos) aangekocht. Daarnaast bezit de gemeente nog 1 hectare eigen grond, die ook als natuur ingericht wordt. Daarmee wordt de eerdergenoemde 6,8 hectare bebouwing in/aantasting van het NNN-gebied ruimschoots gecompenseerd. Bij het bestemmingsplan hoort ook een natuurplan, waarin de natuurmaatregelen beschreven staan die in het Plassengebied getroffen (kunnen) worden. De legakkereigenaren zullen in ruil voor beperkte bebouwingsmogelijkheden op hun legakkers ook hun bijdrage in kwalitatieve zin aan die natuurcompensatie moeten leveren. Daarom is eerder benoemde bebouwing ook niet direct bij recht toegestaan. Per kavel moet een omgevingsvergunning met toepassing van een afwijking van het bestemmingsplan voor de bebouwing worden aangevraagd, waar voorwaarden aan verbonden worden. Zo dienen de legakkereigenaren hun oevers te beschoeien om afkalving van de legakkers te voorkomen. Ook moeten legakkereigenaren een inrichtingsplan te overleggen omdat 25% van een kavel met inheemse beplanting moet worden aangelegd en blijvend moet worden onderhouden.
blad 5 van 12
Daarnaast is een voorwaarde voor een vergunning dat er een vuilwatervoorziening moet worden gerealiseerd (bijlage 18, notitie waterkwaliteit). De achterliggende gedachte is dat de waterkwaliteit niet mag verslechteren door het toestaan van (het gebruik van) de bebouwing. Deze vuilwatervoorzieningsregeling wordt over 3 jaar (medio 2028) geëvalueerd. Mocht de conclusie zijn van de evaluatie dat er te weinig gebruik van een vuilwatervoorziening wordt gemaakt, dan wordt de mogelijkheid van een vuilwaterboot opnieuw onderzocht, in goed overleg met AGV/Waternet. Alle kavels, die niet zijn aangesloten op het riool, zullen die kosten van zo’n systeem dan moeten gaan betalen. 2.5 De bovenregionale recreatieve functie van het Plassengebied verdient een positieve impuls en het bestemmingsplan biedt daarvoor mogelijkheden Het college geeft in het bestemmingplan de volgende mogelijkheden. Via een omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan is een uitbreiding van de horeca op zandeiland 1 en de realisatie van een multifunctioneel gebouw (kantoor, duiksport en horeca) op zandeiland 4 van maximaal 600m2 mogelijk. Op de zandeilanden 9,10 en 12 wordt aangesloten bij de huidige situatie en bij recht beperkte plaatsing van tenten toegestaan. Overige toekomstige ontwikkelingen zijn nog niet voldoende op haalbaarheid onderzocht en daarmee te prematuur om ze nu in dit bestemmingsplan op te nemen.
Via een separate planologische procedure kan dat alsnog gerealiseerd worden. 2.6 Het nieuwe bestemmingsplan biedt een goede basis om handhavend op te treden tegen illegale bebouwing Het bestemmingsplan biedt met het oog op de duurzame instandhouding van de legakkers, beperkte bouwmogelijkheden. Dat betekent dat bebouwing die niet voldoet aan de criteria en waar geen vergunning voor wordt afgegeven, in overeenstemming zal moeten worden gebracht met het nieuwe bestemmingsplan en/of verwijderd moet worden. Deze handhavingsopgave is nader uitgewerkt in de door de gemeenteraad op 22 februari 2018 vastgestelde Notitie Aanpak bestaande (illegale) situatie Plassengebied. Deze nota is geactualiseerd in het uitvoeringsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) Vinkeveense Plassen en in de begroting zijn de benodigde financiële middelen opgenomen. Het uitvoeringsplan VTH Vinkeveense Plassen heeft een doorkijk tot 2034 en is bijgevoegd. De handhavingsopgave voor het plangebied is te groot om in één keer uit te voeren, daarom wordt een fasering voorgesteld. Binnen een periode van 10 jaar wordt de volledige opgave (fases: vergunningen, toezicht en handhaving) doorlopen. Dit gaat via een tweesporenbeleid.
Na vaststelling van het bestemmingsplan zal de fase van vergunningentraject starten, waarbij het uitgangspunt is dat de eigenaren van illegale bebouwing een omgevingsvergunning aan moeten vragen. Tegelijkertijd zal de gemeente deze eigenaren ook individueel benaderen. Toezicht, controle en handhaving zullen gedurende de gehele planperiode plaatsvinden en hetgeen niet vergund kan worden, zal afgebroken moeten worden. De totale kosten voor deze handhavingsopgave zijn geraamd op circa € 500.000 per jaar. Eind 2026 wordt de uitvoering voor de eerste keer geëvalueerd. Verwezen wordt naar de financiële paragraaf. Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad blijft het college in goed overleg met de stakeholders (ook de provincie). Belangrijk aandachtspunt is ‘het collectief’ aanpakken van o.a. de opgave van beschoeiing en de aanleg van inheemse beplanting op de kavels. Door hierin goed
blad 6 van 12
samen te werken ontstaat er een enorme meerwaarde voor de eigenaren van de kavels, maar ook voor de gemeente op het gebied van toezicht en handhaving. 2.7 Zone 3 ligt het dichtst bij Natura2000-gebied Botshol en krijgt de meeste bescherming Zone 3 is de zone die het dichtst bij het Natura 2000-gebied Botshol ligt. Het is ook de zone die legakkers bevat die het meest kwetsbaar zijn voor afkalving. Om deze legakkers toch te behouden, is juist voor deze zone het toestaan van bebouwing essentieel voor eigenaren. Zone 3 is de zone waarin de minste bebouwing wordt toegestaan. In goed overleg met eigenaren van kavels/legakkers en de natuurvereniging in zone 3 is in totaal zo’n 2,4 hectare natuurbestemming opgenomen op deze legakkers. Deze 2,4 hectare bestaat uit een kleine hectare aan natuurbestemming opgenomen op de legakkers nabij Botshol en 1,4 hectare bij de Vinkenkade (natuurgebied Vinkenrust). Op die legakkers kan dus geen bebouwing meer worden opgericht. Ook zal in zone 3 een aantal stroken met vissenbossen, passend binnen de legakkerstructuur, worden gerealiseerd. Het gaat hier vooral om kavels van verzonken legakkers. Ook dit vindt plaats in overleg met de eigenaren/stakeholders.
2.8 Het ijkpunt voor ‘bestaande’ kavels is de luchtfoto van 27 april 2023 Momentopname voor bebouwing en gebruik van kavels voor bestemmingsplan Vinkeveense Plassen is het moment gekozen van vlak voor inzagelegging van het ontwerpbestemmingplan (luchtfoto 27 april 2023). Daaruit blijkt wat de bestaande verkaveling is in het gebied. College heeft gekozen voor deze datum, omdat er in het (ontwerp)bestemmingsplan duidelijkheid dient te bestaan over het moment van de bestaande situatie van de verkaveling. Om recht te doen aan eigenaren die gewacht hebben met bouwen is er een coulanceregeling voor verkaveling opgesteld. Dit geeft rechtszekerheid en heeft geleid tot consensus in het gebied. Bij het ontwerpbestemmingsplan zat al een conceptverkavelingskaart. Aan de hand van de ingediende zienswijzen (uitgangspunt blijft luchtfoto 27 april 2023) en een ‘coulanceregeling’ (toestaan extra verkaveling omdat de legakkers onbebouwd zijn gebleven in afwachting van het nieuwe bestemmingsplan, in goed overleg met de provincie) voor ‘grote nog onbebouwde legakkers’ is de verkavelingskaart nog aangepast. Bij het bestemmingsplan zit de finale verkavelingskaart, waarop de 1400 kavels staan waarop bebouwing, onder de genoemde voorwaarden, mogelijk wordt gemaakt.
Uitgangspunt blijft dat alle bestaande bebouwing op de legakkers illegaal is tot het nieuwe bestemmingsplan in werking treedt én een omgevingsvergunning is afgegeven. Op alle bebouwing zonder omgevingsvergunning moet uiteindelijk worden gehandhaafd. Het door de gemeenteraad in 2018 aangenomen amendement gaat expliciet over handhaving met als 1e prioriteit het handhaven van geconstateerde nieuwe gevallen na luchtfotomoment 2018 en niet als moment van finale verkaveling. 2.9 Het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 2025 sluit qua stijl aan bij het bestemmingsplan Buitengebied-West Omdat het bestemmingsplan Buitengebied-West het laatste grote actualisatieplan in het buitengebied is en volgende plannen hier ook op voortborduren, is de systematiek van het bestemmingplan Buitengebied-West de basis geweest voor het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 2025. Eén systematiek binnen de gemeente bevordert de leesbaarheid en herkenbaarheid van een ruimtelijk plan voor alle gebruikers.
blad 7 van 12
2.10 Voor het bestemmingsplan is ingezet op maximale participatie Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang om de bewoners en eigenaren in het plangebied zo goed mogelijk te betrekken. Sinds 2018 worden de belanghebbenden/belangstellenden via de nieuwsbrief Vinkeveense Plassen, de website van de gemeente en de media op de hoogte gehouden. Bovendien hebben er al die jaren diverse gesprekken plaatsgevonden met de stakeholdersgroep als geheel maar ook met de diverse stakeholdersgroepen apart. Ook zijn er diverse bezoeken op de Vinkeveense Plassen zelf met verschillende participanten geweest. Voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage werd gelegd, zijn er op 19 april 2023 in de middag en in de avond inloopmomenten georganiseerd. Daarbij zijn in totaal zo’n 600 belangstellenden aanwezig geweest. Nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd hebben er, op verzoek van belanghebbenden, nog zo’n 750 gesprekken plaatsgevonden en konden belanghebbenden ook via email/telefoon terecht bij de projectleiders. Hiervan is ruimschoots gebruik gemaakt. 3.1 Het uitvoeringsplan VTH Vinkeveense Plassen geeft een doorkijk tot 2034 In het uitvoeringsplan zijn de kosten en baten voor de fase na vaststelling van het bestemmingsplan inzichtelijk gemaakt. Hierin is een doorkijk gegeven tot 2034, met een eerste evaluatiemoment in 2026.
Na inwerkingtreding van het bestemmingplan is de verwachting dat er veel vergunningen aangevraagd worden en toezicht en handhaving verder opgevoerd wordt. De focus komt steeds meer te liggen op handhaving van illegale situaties en toezicht houden op vergunde situaties. In het uitvoeringsplan wordt ook handen en voeten gegeven aan de manier van toezicht en handhaving. 4.1 Voor de realisatie van de activiteiten uit het uitvoeringsplan wordt in dit voorstel budget gevraagd In Hoofdstuk 3 van het uitvoeringsplan is een meerjarenraming opgenomen van de benodigde middelen om het uitvoeringsplan te realiseren. Zie verder het onderdeel financiën van dit voorstel. 5.1 Er is een Milieueffectrapportage (MER) uitgevoerd die gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd Op 25 februari 2016 besloot de gemeenteraad dat voor het bestemmingsplan Plassengebied de m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Ook wilde de raad een Passende beoordeling in het kader van de Natuurbeschermingswet (nu Wet Natuurbescherming). Een Passende beoordeling toetst de natuurgevolgen van het plan aan de instandhoudingsdoelstellingen voor het desbetreffende Natura 2000-gebied (Botshol) en maakt duidelijk of deze in gevaar komen. Het doel van de m.e.r. -procedure is om het milieubelang een volwaardige en vroegtijdige plaats in het plan- en besluitvormingsproces te geven.
Omdat het een bestemmingsplan betreft, gaat het hier om een Plan-m.e.r.-procedure. De m.e.r.-procedure leidde tot bijgevoegd milieueffectrapport (MER) ter onderbouwing van de besluitvorming over het bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen. Ingevolge de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet Milieubeheer moet een ontwerp-MER gelijktijdig met het ontwerpbestemingsplan waarop het betrekking heeft gedurende 6 weken ter visie worden gelegd. Binnen die termijn kon eenieder ook een zienswijze over de ontwerp-MER indienen. Voor wat betreft de inhoud van de MER gaat het om de mogelijke aantasting van het NNN-gebied door het toestaan van bebouwing op de legakkers en de effecten daarvan op de flora en fauna in het gebied en hoe dit via natuurmaatregelen kan worden gecompenseerd. De passende beoordeling die als bijlage is bijgevoegd, is naar aanleiding van een wijziging in de berekening van de stikstofdepositie (Aeriusberekening, versie 1 oktober 2024) nog aangepast. In de passende beoordeling (Arcadis, 2017) en de actualisatie van de passende beoordeling (ANTEA 2024) is de conclusie dat significante
blad 8 van 12
gevolgen op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Kortheidshalve verwijst het college naar de MER en de aanvullende passende beoordeling. Naar aanleiding van de aangepaste passende beoordeling is nog een afrondend advies gevraagd aan de commissie MER. De verwachting is dat dat advies begin februari 2025 pas binnenkomt. Het advies wordt onmiddellijk na binnenkomst met de raad gedeeld. Omdat de passende beoordeling in lijn is met het eerder afgegeven advies van de commissie MER, wordt geen afwijkend advies verwacht. Om de voortgang in het bestemmingsplanproces te houden, kiest het college voor deze werkwijze. 6.1 Een exploitatieplan is niet nodig Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening moet bij een bestemmingsplan die een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen (artikel 6.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; hierna Bro) bouwplan mogelijk maakt, een exploitatieplan worden vastgesteld. Het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 2025 maakt echter geen bouwplan mogelijk dat op grond van artikel 6.2.1 Bro is aangewezen. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig. Kanttekeningen 1.1 Beroep kan niet worden uitgesloten Op het ontwerpbestemmingsplan zijn in totaal 200 zienswijzen ingediend. Wanneer hier aanleiding toe was, hebben deze zienswijzen geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan.
Echter , niet alle zienswijzen hebben geleid tot de door indiener gewenste aanpassing van het plan. Ondanks dat in de betreffende gevallen in de Nota van Zienswijzen zo goed mogelijk is gemotiveerd waarom de zienswijze niet heeft geleid tot aanpassingen in het plan, kan niet uitgesloten worden dat er beroep wordt ingesteld tegen het bestemmingsplan. 1.2 De regelgeving rondom stikstof/aeriusberekening is veel aan verandering onderhevig De stikstofproblematiek heeft in dit plan veel aandacht gekregen en de conclusie die uit de onderzoeken komt, is dat significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Deze conclusie is gecontroleerd door StraatmanKoster advocaten en zij onderschrijven bovenstaande conclusie. 1.3 Als het bestemmingsplan onverhoopt niet wordt vastgesteld Als het bestemmingsplan onverhoopt niet wordt vastgesteld, dan blijft alle aanwezige bebouwing strijdig zonder zicht op legalisatie en er moet worden gehandhaafd. Hierdoor ontstaat een onwenselijke situatie met grote risico’s voor alle partijen. Het gevolg hiervan is dat de hierboven genoemde doelen niet zullen worden bereikt: de legakkers zullen dan naar verwachting grotendeels niet worden onderhouden en verdwijnen, wat een negatieve impact heeft op de cultuurhistorische en natuurlijke waarden in het gebied.
blad 9 van 12
Financiën De kosten voor het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 2025 worden gedekt uit het structureel beschikbare budget voor bestemmingsplannen in de programmabegroting. Hoofdstuk 3 van het uitvoeringsplan VTH bevat de raming van de benodigde personele capaciteit en de bijbehorende financiële middelen voor de uitvoering van het plan gedurende de periode 2025-2033 en geeft een inschatting van de legesinkomsten van de te verlenen omgevingsvergunningen. Onderstaand is de tabel van de kosten en opbrengsten opgenomen. Kostenoverzicht UVP Plassengebied 2025-2033 2025 2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
1. Vergunningverlening Inzet capaciteit Overige kosten
576.000 423.000 400.500 360.000 175.500 144.000 135.000 117.000 25.000 5.000
99.000
Totaal kosten vergunningverlening
601.000 428.000 400.500 360.000 175.500 144.000 135.000 117.000
99.000
746.000 528.750 528.750 423.000 167.500
45.000
Opbrengst leges omgevingsvergunningen Saldo vergunningverlening ten gunste van het begrotingsresultaat 2. Toezicht en handhaving Inzet capaciteit Komt ten laste van beschikbaar budget toezicht en handhaving Plassengebied in programmabegroting 2025
145.000 100.750 128.250
63.000
45.000
45.000
45.000
-8.000 -99.000 -90.000 -72.000 -54.000
480.000 480.000 480.000 480.000 480.000 480.000 480.000 480.000 480.000 500.000 500.000 500.000 500.000 500.000 500.000 500.000 500.000 500.000
In de programmabegroting 2025-2028 is reeds structureel budget beschikbaar voor toezicht en handhaving in het plassengebied. In dit raadsvoorstel wordt aanvullend budget van € 601.000 gevraagd voor de uitvoering van de vergunningstaken uit het UVP Plassengebied 2025-2033. Tegenover deze kosten staan de extra legesinkomsten van vooroverleg/vergunningverlening van € 746.000. Voor 2025 is er sprake van een positief effect op het begrotingsresultaat van € 145.000. De uitgaven en inkomstenbudgetten voor 2026 en volgende jaren worden verwerkt in de Kadernota 2026.
blad 10 van 12
Betrokkenheid en communicatie Gemeenteraad Met de gemeenteraad is op de volgende momenten gecommuniceerd: • 19 januari 2022 voorbereidende raad. Presentatie over de voortgang van het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen; • 5 april 2023: bijpraatmoment met de gemeenteraad + presentatie uitgangspunten ontwerpbestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied 2023; • eind april 2023: raadinformatiebrief over de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied 2023; • 29 mei 2024: voorbereidende raad over voortgang bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied 2023 en behandeling van de ingediende zienswijzen. Eigenaren/bewoners/ondernemers plangebied Alle belanghebbenden/belangstellenden zijn via de website (Bestemmingsplan plassengebied Gemeente De Ronde Venen), nieuwsbrieven van de gemeente en direct contact met de projectleiders continue op de hoogte gehouden/gebracht (zie ook argument 2.10). Indieners van een zienswijze krijgen in december 2024 een brief met de conceptreactie op hun zienswijze. In deze brief worden indieners uitgenodigd om, indien gewenst, hun zienswijze aan een speciale raadscommissie van de gemeenteraad toe te lichten. Deze speciale raadscommissies vinden, volgens planning, op 14 januari 2025, 23 januari 2025 en 29 januari 2025 plaats.
De vaststelling van het bestemmingsplan wordt op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt door middel van een publicatie in het elektronisch Gemeenteblad, op de plaatselijke gemeentepagina in De Groene Venen en op de gemeentelijke website. Diegenen die een zienswijze hebben ingediend, worden per brief geïnformeerd over het raadsbesluit en het vervolg. Stakeholders Vanaf 2016 is op regelmatige basis met stakeholders contact geweest over het proces en de inhoud van het bestemmingsplan. O.a. De Groene Venen, De Goede Vangst, BVVL, Ondernemers Vinkeveen, recreatieschap SGL, AGV/Waternet; Daarnaast regelmatig contact met de grotere ondernemingen in het plassengebied. Communicatiecampagne De communicatie rondom het bestemmingsplan is al in volle gang. O.a. diverse media hebben hun interesse laten blijken. Direct na de vaststelling van het bestemmingsplan start de communicatiecampagne. De campagne heeft tot doel alle legakkereigenaren en bet rokkenen volledig te informeren over de inhoud en gevolgen van het nieuwe bestemmingsplan. Met een focus op wat wél mogelijk is, wordt op een positieve manier tijdige aanvragen van omgevingsvergunningen bevorderd. Waarbij het uitgangspunt is dat recreatie, natuur, ondernemen en wonen hand in hand gaan en wordt uitgelegd welke mogelijkheden het nieuwe bestemmingsplan biedt.
De campagne dient als het startpunt voor een strategisch en effectief communicatieproces dat niet alleen de eigenaren van legakkers bereikt, maar ook de bredere gemeenschap rond de Vinkeveense Plassen informeert. Stapsgewijs zal het publiek begeleid worden bij het begrijpen van wat mogelijk is binnen het bestemmingsplan en het belang van tijdige aanvragen voor omgevingsvergunningen. Het is de ruggengraat van de inspanningen om een soepele implementatie van het nieuwe bestemmingsplan te waarborgen, met de gemeenschap actief betrokken en geïnformeerd gedurende het hele proces.
blad 11 van 12
Vervolg Als het bestemmingsplan gewijzigd door de gemeenteraad wordt vastgesteld, wordt het besluit overeenkomstig artikel 3.8 lid 4 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) toegezonden aan Gedeputeerde Staten provincie Utrecht voor een reactie. Hiervoor krijgt de provincie 6 weken de tijd. Na de reactie van de provincie Utrecht wordt de vaststelling van het bestemmingsplan bekendgemaakt, waarna het gedurende 6 weken voor beroep (bij de Raad van State) ter inzage ligt. Het bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Als binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt het besluit niet in werking alvorens op het verzoek is beslist. Na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 2025 kunnen omgevingsvergunningen, met toepassing van een binnenplanse afwijking, voor bouw/gebruik in het plangebied worden verleend. Dit zal ongeveer 5 maanden zijn na vaststelling door de gemeenteraad. Evaluatie Eind 2026 zal de eerste evaluatie van het uitvoeringsplan VTH Vinkeveense Plassen plaatsvinden. De evaluatie van het vuilwatervoorzieningsysteem (voormalig vuilwaterbootregeling) staat gepland voor medio 2028. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen,
Marco Vonk Secretaris
Maarten Divendal burgemeester
blad 12 van 12