Reactie RVB op beantwoording infonota motie onderzoek windmolens op zee 5 juni
Tekst van het document
Aan: College en gemeenteraadsleden Betreft: Reactie op Informatienota “Motie onderzoek naar windmolens op zee” van het college van De Ronde Venen d.d. 25 mei 2021 1. Inleiding De bedoeling van de ingediende en nagenoeg raadsbreed aangenomen motie was en is nog steeds dat onderzocht zou worden of en op welke wijze en in welke vorm de gemeente een rol zou kunnen spelen bij windmolens op zee en hoe dit in verhouding staat tot de RES. Ons college tracht met de informatienota op deze vragen een antwoord te geven, maar het lijkt er op dat men hier onvoldoende in is geslaagd. Zie hiervoor de uitwerking in dit document. 2. De mogelijkheden dat lokale overheden individueel dan wel collectief een vergunning kunnen krijgen om energieopwekking door een windmolenpark op zee te realiseren, dan wel financieel kunnen participeren in een project met dat doel. - Vergunning In de beantwoording is ingegaan op een zeer beperkte vraagstelling namelijk of de gemeente zelf of meerdere gemeenten een vergunning kunnen krijgen. Tijdens de behandeling van de motie en ook bij de overwegingen is ruim ingegaan op het streven in het Klimaatakkoord van ten minste 50% lokaal eigendom. Aangezien daaraan wordt voorbijgegaan zijn o.a. de mogelijkheden van een energie coöperatie van inwoners en bedrijven geheel buiten beeld gebleven, door het zich concentreren op de eigen gemeente.
Dit terwijl ondertussen private partijen en ondernemers uit de gemeente interesse tonen om juist op zee te investeren in windmolens. Een gemiste kans, aangezien de gemeente stelt geen verder onderzoek te willen doen. Formeel juist gezien het dictum, maar feitelijk onjuist vanwege de inhoudelijke behandeling en ook de overwegingen die in de motie vermeld staan. De beantwoording sluit ook niet aan bij de bijna Kamerbreed aangenomen motie om lokale initiatieven mogelijk te maken op zee. Deze motie is separaat toegevoegd, bijlage. Ook de minister heeft zich in een brief uitgelaten met woorden van gelijke strekking. Ook deze brief is separaat toegevoegd, bijlage. - Meedoen aan een tender De aangenomen motie vraag niet om te onderzoeken om NU mee te doen aan een tender, maar verzoekt feitelijk om de mogelijkheden om mee te doen aan een tender te onderzoeken. Ook hier wordt in de beantwoording te eng gereageerd, waardoor de mogelijkheden waaronder (in) directe deelname onderbelicht blijft. 1
Zoals u mogelijk bekend zijn er organisaties en branches aan het onderzoeken of zij op een of andere manier deel kunnen nemen aan windmolenprojecten op zee. Dit doen zij op basis van de overwegingen dat zij zelf in 2050 of zoveel eerder energieneutraal willen zijn, maar ook uit kostenoverwegingen. Dat laatste kan voor bedrijven en organisaties die heel veel energie gebruiken zeer profijtelijk zijn. Ter illustratie: een ziekenhuis als het AMC gebruikt evenveel energie als een middelgrote gemeente. Aansluiten bij een door een andere partijen inschrijving op een tender (gemeente samen met bedrijven en inwoners in welke vorm dan ook) zou je dan ook niet moeten uitsluiten. Dat zou je moeten onderzoeken, zoals in het dictum ook wordt opgedragen. Het is daarom jammer dat het college in de laatste alinea hier heel kort en terughouden op in gaat. -Investeringsregels Indien de gemeenteraad echt de richting kiest om op welke vorm dan ook – van 100 % participatie tot een beperkte garantstelling) mee te doen aan een ontwikkeling op zee zal de raad daarvoor besluiten moeten nemen die passend zijn in de bestaande regelgeving. In de beantwoording wordt dat ook niet uitgesloten, maar wordt dit wel als een mogelijke barrière opgeworpen.
- Risico’s Terecht stelt het college dat de gemeente geen kennis heeft van tenderen op zee en stelt zij dat er financiële risico’s zijn verbonden aan windmolens op zee. Ons college gaat hierbij volledig voorbij dat zij niet zelf, maar ook in een andere vorm kan deelnemen of participeren. Tenderen, bouw en exploitatie moet je aan professionals overlaten en zo’n professional is de gemeente zeker niet. Niemand zal dit ook willen ontkennen. Maar dat mag de gemeente er niet van weerhouden onderzoek te doen hoe het wel kan. Risico’s ten aanzien van de exploitatie zijn er altijd, maar zijn niet direct realistisch. Indien bedrijven als Vattenfall, Shell, Eneco etc. investeren op zee, doen zij dat niet uit filantropische overwegingen. Sterker nog, elk van deze bedrijven hanteert interne rendementseisen en terugverdientermijnen. Daarvoor is marge nodig. Rapporten wijzen uit dat stroom van zee binnen 10 jaar 1,5 cent per KWh (is 30% van de stroomprijs) goedkoper is dan stroom afkomstig van land. Daarnaast is het rendement van een windturbine op zee aanzienlijk hoger dan van een windturbine op land. Exploitatierisico’s zullen dus echt te overzien zijn, zeker omdat gemeenten geen eigen rendementseis hanteren en daarmee ruimte wordt gecreëerd. - Publiek belang Het publieke belang strekt zich veel verder uit dan het door ons college benoemde oogpunt financiën.
Het publieke belang is ook het welzijn van de inwoners, het voorzorgprincipe hanteren voor eventuele (gezondheid)schade bij diezelfde inwoner als gevolg van bv. windturbines, maar ook de kwaliteit van de leefomgeving. Productie op zee in plaats van op land kan daar heel veel aan bijdragen.
2
- Inwoners helpen om mee te doen Zoals eerder gesteld is het jammer dat ons college met dit onderdeel eindigt. Het had ze gesierd als daarmee begonnen was. Zoals ook eerder benoemd zijn er partijen en bedrijven geïnteresseerd om een coöperatie hiervoor op te richten. 3. De vraag hoe – de mate waarin en de termijnen waarop – een dergelijke opwekking in mindering kan komen op de opgave tot energieopwekking van de gemeente en/of RES. Dit is feitelijk de basisvraag voor de hele problematiek. Hiervoor moet je terug naar de basis. In de RES wordt aangegeven hoeveel hernieuwbare energie (in dit geval stroom) in 2040 en 2050 er nodig is om aan het Klimaatakkoord te voldoen. Ervan uitgaande dat dit het uitgangspunt is, kan het antwoord dat op zee opgewekte stroom niet in mindering komt niet juist zijn. Om een voorbeeld te noemen: Een consortium heeft aangekondigd dat zij voor het industriegebied Terneuzen en Sluiskil stroom willen opwekken om bv de kunstmestfabriek (een enorme energieverslinder) energieneutraal te maken.
Het zou toch uitermate vreemd zijn dat dit geen invloed heeft op het uiteindelijke bod van de gemeente Terneuzen dat zij doet in haar RES? Het antwoord ziet u op de pagina voorafgaand aan de inhoudsopgave van de RES 1.0 uit Zeeland, zie https://www.zeeuwsenergieakkoord.nl/sites/default/files/202004/res-1.0.pdf Met andere woorden: Zeeland heeft stroom van zee meegenomen voor haar RES. Waarom kan in onze RES dan de op zee op te wekken hoeveelheid stroom dan niet in mindering gebracht worden op de rekenhoeveelheid 2040 en 2050? Het bod kan toch worden aangepast? Of geldt voor Zeeland een ander Klimaatakkoord dan in ons gebied? Naar de mening van Ronde Venen Belang niet. Wij hebben dat ook niet in enig document terug kunnen vinden. - Doelstelling Klimaatakkoord 2030 Getalsmatig is het overzichtje in de beantwoording juist. Waar niet op wordt ingegaan dat in het Klimaatakkoord niet staat WAAR het moet worden opgewekt. Vaststaat dat gebaseerd op cijfers van het PBL dat de doelstelling voor 2030, voor wat betreft opwekking op land, al is behaald. Dit door alle vergunde windturbines en aanvragen voor vergunningen op te tellen, zelfs na aftrek van groot percentage van de laatste categorie, omdat die mogelijk niet gerealiseerd worden.
De RES regio’s gezamenlijk realiseren daardoor veel meer dan de vereiste 35 TWh, waarbij de ene RES zowel absoluut als relatief veel meer produceert dan de andere RES. - Bestuurlijk overleg Onze motie is besproken in het bestuurlijk overleg van de RES en onze wethouder kreeg daar er de handen niet voor op elkaar, mede ook omdat ten onrechte ervan wordt uitgegaan dat windenergie van zee niet mee zou tellen en dat er geen geld is voor een tender. Ook hier een gemiste kans, vanwege de blijkbaar te beperkte blik van de bestuurders.
3
4. De financiële consequenties van bovenstaande – de mate waarin en de termijn waarop – voor de gemeente, zowel wat betreft investeringen als wat betreft de opbrengsten Ons college geeft aan dat dat niet exact te zeggen is vanwege onduidelijkheid van de eventueel te kiezen constructie. Een terechte uitspraak. Echter op basis van bovenstaande bemerkingen ten aanzien van de beantwoording een onjuist besluit niet verder te gaan met nader onderzoek. Hiermee doet het college haar inwoners en bedrijven ernstig tekort. Wederom een gemiste kans, omdat hierdoor een groot maatschappelijk rendement van productie op zee in plaats van op land niet zal worden berekend en daardoor ook niet zal worden gerealiseerd. Namens de fractie van Ronde Venen Belang
Anco Goldhoorn
4