Reactie RV&O op vragen familie Stam
Tekst van het document
Vragen En Opmerkingen Familie Stam op Ruimtelijk Kader Westzijde 33 – Met reacties van RV&O Soest, 7 januari 2026
2.2. Bestaande situatie Op de luchtfoto wordt vermeld dat er een restant van een oude halte zou zijn; echter er zijn oude documenten (bouwtekeningen) waarop vermeld staat dat de halte nooit is gebouwd.
Aanliggend perceel Tweede Hoefweg 3:
Achter de schuur ligt nog over de gehele lengte van de erfgrens een strook grond van 30 cm, behorende bij het perceel.
De erfgrens bij de punt vooraan bij de Tweede Hoefweg 3 ligt niet tegen de woning aan, maar 50 centimeter daar vanaf.
Reactie projectontwikkelaar: Dank voor het benoemen van deze punten. De genoemde kadastrale situatie van het perceel Tweede Hoefweg 3, inclusief de strook grond en de ligging van de erfgrenzen, wordt als randvoorwaarde genomen bij de verdere definitieve planuitwerking. We blijven uiteraard de plannen in goed overleg met u uitwerken. Erg fijn dat wij op woensdag 14 januari bij u thuis langs mogen komen, zodat we de plannen rustig kunnen doorspreken en het één en ander op locatie kunnen afstemmen en vastleggen.
3.2.3. Onderbroken groen Er wordt wederom gesproken over de plek van de oude halte voor de oude spoorbaan, wat niet correct is. ‘De openbare ruimte na de parkeervoorziening wordt autovrij, met ruimte voor voetgangers, spel en ontmoeting.’ Hoe wordt de ruimte voor voetgangers vormgegeven? Waar komt het voetpad vanaf de parkeerplaatsen aan de Tweede Hoefweg? Reactie projectontwikkelaar: Graag vernemen wij tijdens het gesprek bij u thuis op woensdag 14 januari welke bronnen u te beschikking heeft over de halte. Echter, heeft dit verder geen invloed op de vaststelling van het ruimtelijk kader. De autovrije ruimte wordt ingericht als verblijfsgebied met een duidelijke en logische looproute voor voetgangers. De exacte ligging van het voetpad vanaf de parkeerplaatsen aan de Tweede Hoefweg wordt nog nader uitgewerkt in het definitief inrichtingsplan. Indien u nog nadere wensen of tips heeft dan vernemen wij dit graag van u. Zie pagina 10 en 23 voor schetsen van de beoogde situatie. Het concept bespreken wij graag me u.
3.2.1. Bouwlagen De nokhoogte van woningen D is 11,5 meter. Hoe verhoudt zich dat tot de nokhoogte van de woning Tweede Hoefweg 3 (deze is 7,75 meter)? Ontstaat er door de nokhoogte inkijk in de woning/slaapkamers van onze woning aan de Tweede Hoefweg 3? Reactie projectontwikkelaar: De genoemde nokhoogte past binnen de stedenbouwkundige opzet (zie de hoofdstuk 2 en 3 van het ruimtelijk kader voor een uitgebreide onderbouwing). Het verschil is verklaarbaar en ruimtelijk gemotiveerd: Woningtype D betreft een diepere woning (14 m) met één bouwlaag en een kap, waarbij de extra nokhoogte nodig is om een bruikbare kap/vliering mogelijk te maken.
De goothoogte blijft gelijk aan de overige woningtypes (max. 4,5 m), waardoor de toename vooral in de kap zit en niet in de verticale gevelwand.
Stedenbouwkundig blijft het beeld daarmee laag en dorpse schaal, passend bij de omgeving van De Hoef.
Bovendien liggen de woningen van type D niet direct tegenover Tweede Hoefweg 3, waardoor de visuele impact verder wordt beperkt.
Samenvattend: hoewel de nokhoogte van woningtype D hoger is dan die van de bestaande woning, blijft de ontwikkeling door de lage goothoogte, kapvorm en situering ruimtelijk ondergeschikt en passend binnen het dorpse karakter van de omgeving en de stedenbouwkundige opzet. Wij begrijpen de vraag over mogelijke inkijk. Dit is goed op te lossen bij de uitwerking van het ontwerp. Zover zijn we nog niet. In de verdere uitwerking wordt aandacht besteed aan de exacte plattegronden en gevelinrichting met raamopeningen om privacy van de bestaande woning zoveel mogelijk te waarborgen. De nokhoogte leidt niet tot extra inkijk in de woning en slaapkamers van de woning aan de Tweede Hoefweg 3 als het goed wordt ontworpen. Daarnaast bedraagt de afstand tussen de woningen meer dan 20 meter, waardoor geen sprake zal zijn van directe of hinderlijke inkijk. Wij komen graag langs om de concept ontwerpen van de woningen te bespreken en aan te passen waar nodig.
3.2.2. Inrichting openbare ruimte Tekening: Graag de volgende aandachtspunten meenemen in het ruimtelijk kader: Ook een groene haag als erfafscheiding bij het perceel Tweede Hoefweg 3 (daar staat nu een metershoog geluidsscherm met groene haag; ook in de toekomst is het van belang dat er geen open verbinding ontstaat met de woonwijk (niet toegankelijk en ook niet inzichtelijk).
De groenvoorziening in het hofje; bestaat dat uit bomen of uit struiken? N.b. bomen zijn niet wenselijk, vanwege wegname daglicht dat door de ramen valt in de schuur op Tweede Hoefweg 3.
Geen (hoge) openbare verlichting in het hofje, wat de woning Tweede Hoefweg 3 kan binnen schijnen.
Autovrij gebied: zou toegankelijk zijn voor hulpdiensten; echter ook ontsluiting naar het weiland (landbouwverkeer) is noodzakelijk. Kan dat aan het ruimtelijk kader worden toegevoegd?
Groenstrook aan de voorzijde van ons huis aan Tweede Hoefweg nr. 3 s.v.p. voorzien van een lage haag, zodat er voorkomen wordt dat men in het groen gaat parkeren (nb in het verleden heeft daar ook een haag gestaan).
Reactie projectontwikkelaar: Het ruimtelijk kader betreft enkel schetsmatige inrichtingen en is nog geen definitief inrichtingsplan. De genoemde aandachtspunten worden meegenomen in de verdere uitwerking van de situatie tekening, deze zullen nader met u afgestemd worden. Er wordt uitgegaan van een groene erfafscheiding langs Tweede Hoefweg 3 zonder open verbinding met het hofje. De groeninrichting zal zorgvuldig met u worden afgestemd op bezonning en zichtlijnen. Openbare verlichting wordt functioneel en terughoudend toegepast rekening houdend met uw woning. De bereikbaarheid voor landbouwverkeer wordt nader onderzocht. Een lage haag aan de voorzijde van Tweede Hoefweg 3 op uw perceel wordt meegenomen als maatregel tegen ongewenst parkeren.
3.2.3. Parkeren In de huidige situatie is er recent op de Tweede Hoefweg, vóór het trafo huisje, nabij Westzijde 33 een parkeerplaats aangelegd (voor een camper en auto); wat is het effect hiervan op de inrichting?
Voor ons is van belang dat er geen parkeerplaatsen komen aan de voorzijde van het huis aan de Tweede Hoefweg 3; het staat nu op de juiste manier ingetekend (dus geen parkeergelegenheid tussen de laatste 2 bomen). Dit hebben we eerder besproken met de ontwikkelaar, en willen we nogmaals benadrukken.
Reactie projectontwikkelaar: De recent aangelegde parkeerplaats wordt betrokken bij de verdere afstemming met de gemeente. Wij bevestigen dat er geen parkeerplaatsen worden gerealiseerd aan de voorzijde van Tweede Hoefweg 3, conform de huidige tekening en eerdere afspraken.
3.3. Mobiliteit We hebben op voorhand twijfels over de verkeersdrukte en veiligheid op de kruising Tweede Hoefweg, Westzijde en Oude Spoorbaan. In het ruimtelijk kader wordt het nu wat eenvoudig voorgesteld. Reactie projectontwikkelaar: Er is door Goudappel onderzocht dat er slechts 8 extra voertuigbewegingen bij komen tijdens de drukste spitsuren in de avond ten opzichte van de functionerende slachterij met haar vervoersbewegingen (personeel en aan- en afvoer vlees inclusief zwaar verkeer). Dit wordt beschouwd als een zeer klein verkeerskundig effect. 3.4 Duurzaamheid Klimaatadaptatie: in de tekening wordt genoemd om kunstburchten aan te leggen voor de wezel, hermelijn en bunzing. Echter, wij denken dat die dieren (predatoren) een risico zullen vormen voor de weidevogels (bijv. het leegroven van de nesten of het opeten van de kuikens). Dit punt is ook benoemd als zorg bij de participatiebijeenkomst, maar daar is niet nader op ingegaan. Reactie projectontwikkelaar: Dit punt wordt opnieuw afgestemd met een ecologisch deskundige. Indien blijkt dat kunstburchten negatieve effecten kunnen hebben op weidevogels, wordt het plan hierop aangepast.
4.3 Beeldkwaliteit buitenruimte / openbaar gebied Zie eerder gemaakte opmerkingen bij 3.2. betreffende het landbouwverkeer, ruimte voor de voetgangers/voetpad. We zijn benieuwd naar het beplantingsvoorstel om de aansluiting op de weide en de oever van de sloot te realiseren. Kunnen daar meer details over worden opgenomen in het ruimtelijk kader? Reactie projectontwikkelaar: De overgang naar het landschap en de sloot wordt nader uitgewerkt in een beplantingsplan, dat in een volgende fase wordt toegevoegd. Momenteel is de situatietekening schetsmatig uitgewerkt, nadat er meer zekerheid over het plan zal dit nader uitgewerkt worden tot concept en vervolgens een definitief inrichtingsplan. Wij zullen het concept met u bespreken.
5. Participatie We zijn als bewoners van het direct naastgelegen perceel (Tweede Hoefweg 3) in januari persoonlijk geinformeerd. In een later stadium hebben we contact gehad met dhr. Sven Dom. We zijn niet geinformeerd over het feit dat in januari het ruimtelijk kader behandeld wordt door de commissies en de raad; we hebben dat zelf op de gemeentelijke website gevonden. We willen actiever betrokken worden bij de verder invulling van de detailplanningen dan nu het geval is geweest. Tijdens de inloopavond zijn diverse punten naar voren gebracht; er is niet op alle punten een reactie gegeven. Zijn deze punten nog relevant? Reactie projectontwikkelaar: Bedankt voor uw feedback. In de vervolgfases zullen wij met omwonenden actief het gesprek blijven aangaan en zullen zij worden betrokken om de plannen nader uit te werken. Nu we de details ingaan zullen we meer op de inhoud en frequenter het overleg aangaan. In aanloop naar de start bouw zal tevens een moment georganiseerd worden, zodat alle specifieke vragen met betrekking tot de detailplanning besproken worden. Wij hebben ons best gedaan om op alle relevant vragen te reageren. Mochten er voor u nog relevant zaken onbeantwoord zijn gebleven voor u, dan bespreek ik deze graag met u op woensdag 14 januari bij u thuis.
6.1.4. Gemeentelijk beleid Water en Riolering Welke effecten gaat de bouw en de planologische wijzigingen hebben op onze woning en infrastructuur van de Tweede Hoefweg 3? Is er risico op planschade, bv. door de sloop van het bestaande bedrijf, het bouwverkeer en aansluitingen van oude infrastructuur op nieuwe? Hoe wordt dit gemonitord en hoe om te gaan met evt. effecten (op korte en langere termijn)? Reactie projectontwikkelaar: De effecten op de omgeving worden onderzocht in het kader van de vergunningverlening. Eventuele risico’s worden gemonitord en waar nodig gemitigeerd. Voor eventuele nadeelcompensatie geldt de wettelijke procedure.
Buiten het Ruimtelijk Kader hebben we nog enkele vragen: Wordt de nieuwe openbare ruimte eigendom van de gemeente?
Wie heeft de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de openbare ruimte (hofje, groenbeheer, nutsvoorzieningen)?
Wat wordt de straatnaam van de nieuwe wijk? (of hoe en door wie wordt de naam bepaald?)
Reactie projectontwikkelaar: De openbare ruimte wordt na realisatie overgedragen aan de gemeente of als mandeligheid/VVE uitgegeven, welke vervolgens verantwoordelijk zal zijn voor beheer en onderhoud. De exacte eigendomsverhouding is nog niet vastgesteld. De straatnaam wordt door de gemeente vastgesteld, doorgaans via een naamgevingscommissie.