CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie op Woonwagenbeleid 2025 van de bewonerscommissie (geanonimiseerd)

Politieke commissie 11 september 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Inzake Raadsvoorstel Realisatie uitbreiding woonwagenstandplaatsen: Dhr. van Wanrooij3.466 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 Gemeente De Ronde Venen T.a.v. de burgermeester en wethouders Per e-mail via:

(en post)

Onderwerp: Zienswijze concept Woonwagenbeleid 2025 Kenmerk nummer: 04082025

BEWONERSCOMMISSIIE WOONWAGENCENTRUM DE RONDE VENEN

Datum: 4 augustus 2025 Van: Bewonerscommissie woonwagencentrum De Ronde Venen

Namens de bewonerscommissie van het woonwagencentrum De Ronde Venen en de , woonachtig op het woonwagencentrum in Wilnis, brengen wij middels deze brief onze zienswijze naar voren op het concept Woonwagenbeleid 2025 zoals door u gepubliceerd. Wij danken u voor de mogelijkheid om onze reactie te geven, maar voelen ons geroepen nadrukkelijk

te

wijzen

op

ernstige

juridische,

mensenrechtelijke

en

erfgoedtechnische

tekortkomingen in het voorliggende beleid. Allereerst willen wij uitdrukken dat wij het als bijzonder schrijnend ervaren dat de gemeente De Ronde Venen er opnieuw voor heeft gekozen om een extern adviesbureau in te schakelen om zowel het woonwagenbeleid vorm te geven als om zogenaamd "objectief" sociaal onderzoek te verrichten binnen onze gemeenschap. Dit terwijl u bekend was met het feit dat ik, als voorzitter van de bewonerscommissie, met toentertijd de volledige instemming van alle bewoners de uitdrukkelijke opdracht had gekregen om niet met externe partijen samen te werken, maar uitsluitend in direct overleg met de gemeente tot een passend beleid te komen. Het feit dat u deze duidelijke wens van de bewoners (aantoonbaar) niet alleen heeft genegeerd, maar ook heeft gehandhaafd dat een externe partij betrokken blijft bij beleidsontwikkeling en beinvloeding van participatieprocessen, achten wij een ernstige schending van het vertrouwen. Bovendien heeft u willens en wetens ruimte gegeven aan een vorm van verbonden inmenging die tot doel heeft onze sociale structuur (de familiebanden en gemeenschapszin) te doorbreken onder het mom van "beleidsmatige ondersteuning". Dit valt te kwalificeren als een indirecte inbreuk op onze culturele identiteit en als verboden vorm van assimilatie, hetgeen in strijd is met artikel 8 EVRM en het beleidskader van het Ministerie van BZK.

Het is onbegrijpelijk dat ondanks het feit dat wij kenbaar hebben gemaakt dat wij het beleid zélf met de gemeente wilden bespreken, u ervoor heeft gekozen om (opnieuw) via een extern bedrijf, (Die hiervoor zeer royale bedragen rekenen) een knip- en plakwerk van andere gemeenten als sjabloon over te nemen, met als risico dat sommige punten eerder zijn veroordeeld door het College voor de Rechten van de Mens op artikel 7a van de Algemene Wet Gelijke Behandelingen

(AWGB) Zoals de gemeente de ronden venen in 2020 zelf is overkomen. En dit beleid is toch opgemaakt zonder inspraak van de bewoners zelf. Het blijft zeer schrijnend dat de uitdrukkelijke signalen

(waarschuwingen)

waarschuwingen beleidsprocessen

van

de

heeft

woonwagengemeenschap,

van

ondergetekende

voormalig

minister

uitgesproken

over

volledig terzijde

over

externe

Van

der

het

belang

zijn

Laan,

geschoven.

van

die

bedrijven zich

directe

Deze

alsmede

reeds

in

dialoog

negering van

de

eerdere met

de

expliciete

bewonersinspraak en eerder overheidsadvies roept ernstige vragen op over uw intentie. Met dit beleid en de werkwijze hiervan (mede door extern bedrijven, Forticon/Companen), is inmiddels het sociaal en cultureel terrein van het maatschappelijk leven, aantoonbaar aangetast. (conform artikel 429 lid 2 quater)

Pagina 1 van 8

Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 U wenst naar onze mening door deze werkwijze de regie te voeren over onze cultuur, terwijl participatie in uw opzet eerder wordt opgelegd dan gewaarborgd. Dit staat haaks op de principes van culturele autonomie, zelfbeschikking en eerbiediging van minderheden zoals vastgelegd in o.a. artikel 27 IVBPR en artikel 14 EVRM. De inleiding van het woonwagenbeleid 2025 van De Ronde Venen, presenteert het beleid ten onrechte als een zuiver faciliterend en organiserend instrument (aanleg, toewijzing, onderhoud), terwijl het in werkelijkheid

diepgaand

ingrijot op

het cultureel zelfbeschikkingsrecht,

het

eigendomsrecht en het dagelijkse leven van woonwagenbewoners. 1.

Culturele identiteit is geen gunst, maar een recht

Vooropgesteld: woonwagenbewoning is geen woonvorm naar keuze, maar een uitdrukking van een erkende culturele identiteit. Deze identiteit wordt beschermd onder:

e

Artikel 8 EVRM (recht op privé-, familie- en gezinsleven);

e = =©Artikel 14 EVRM (verbod op discriminatie); e

Artikel 27 IVBPR (bescherming van minderheden);

e

Artikel1 Grondwet (gelijke behandeling);

e

Het beleidskader Gemeentelijk Woonwagen- en Standplaatsenbeleid van BZK (2018);

e

Het Nederlandse immaterieel erfgoedregister, waarin de woonwagencultuur is opgenomen.

De suggestie in uw beleid dat deze identiteit slechts erkend wordt indien men "voldoende band met een standplaats" heeft, is juridisch onhoudbaar. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (0.a. Connors v. UK, Yordanova v. Bulgaria) heeft uitdrukkelijk geoordeeld dat bescherming van woonwagenbewoning niet afhankelijk is van locatie, eigendom of inschrijving. Het is de culturele leefwijze zelf die beschermd wordt. 2.

Wachttijd is geen maatstaf voor mensenrechten

Uw beleid koppelt uitbreiding van standplaatsen aan de voorwaarde dat de wachitijd boven een "redelijke termijn"

uitstijgt. Hiermee miskent u de aard van het mensenrechtelijk kader. Niet de

wachttijd, maar de daadwerkelijke behoefte onder woonwagenbewoners is leidend. Artikel 8 EVRM verplicht overheden tot een actieve inzet om gezinsleven en culturele leefwijzen te faciliteren. standplaats

Wanneer jonge gezinnen

kunnen verkrijgen,

of kinderen van

is er sprake van

woonwagenbewoners geen

indirecte

schending van

hun

eigen

familie- en

cultuurrecht. Deze verplichting is niet vrijblijvend. De redelijke termijn mag ook niet gelijkgesteld worden aan de wachttijd voor reguliere sociale huurwoningen. (waarschijnlijk een tekst afkomstig uit een uitspraak van de rechtbank in DenHaag, 29 mei 2024) Dit leidt tot ongelijke behandeling van een erkende minderheid. In lijn met artikel 14 EVRM en artikel 27 IVBPR is hier een aangepaste norm vereist: ongelijke gevallen moeten ongelijk behandeld worden. De landelijke woonwagenvereniging De Rolleman,

een mensenrechtenorganisatie specifiek

gericht op de woonwagenbewoners woonachtig in Nederland, is niet alleen volledig op de hoogte van de recente uitspraak van de rechtbank, maar heeft ook van nabij deelgenomen aan het proces rondom deze zaak. Vertegenwoordigers van de vereniging waren aanwezig tijdens de zittingen en hebben intensief contact onderhouden met betrokken partijen, waarbij zij inhoudelijk advies hebben geleverd over de achterliggende problematiek.

Pagina 2 van 8

Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 Vanuit die rol heeft de vereniging voortdurend het belang en de unieke woonbehoefte van woonwagenbewoners onder de aandacht gebracht. De Rolleman zijn tekst hierover is:

“’Hoewel wij verheugd zijn dat de uitspraak van de rechtbank op korte termijn perspectief biedt aan de (langst wachtende) woonwagenbewoners in Den Haag, kunnen wij ons inhoudelijk niet verenigen met het oordeel. Deze bezwaren zijn ook kenbaar gemaakt tijdens het traject, maar er is bewust gekozen voor terughoudendheid. Zowel de betrokken vereniging als haar gemachtigde hebben erkend dat de uitspraak op fundamentele punten

wringt_met_internationale_mensenrechtennormen,

waaronder het

vereiste van ongelijke behandeling van ongelijke gevallen. Toch is besloten om geen hoger beroep in te stellen, uit zorg dat een hernieuwde beoordeling tot een verslechtering van de

rechtspositie zou kunnen leiden. Gezien het feit dat de uitspraak op dit moment wél verlichting biedt aan de lokale gemeenschap, is gekozen voor strategische rust, zonder de principiéle bezwaren uit het oog te verliezen”’ BRON: De landelijke woonwagenvereniging De Rolleman. 3. Het

Lokale binding als uitsluitingscriterium is discriminerend toekennen

van

voorrang

aan

mensen

met

zes

jaar

lokale

binding,

sluit

andere

woonwagenbewoners (ook familieleden, spijtoptanten, terugkeerders) structureel uit. Dit is: e = Instrijd met artikel 2 Vierde Protocol EVRM (vrijheid van vestiging);

e

—Instrijd met artikel 14 EVRM en artikel1 Grondwet (gelijke behandeling);

e

Onverenigbaar met het zelfbeschikkingsrecht van culturele gemeenschappen.

Woonwagenbewoners bepalen zélf hoe familieverbanden en culturele verbanden functioneren. Gemeentelijke grenzen zijn daaraan ondergeschikt. Uw huidige formulering van "lokale binding" (slot op de deur) als criterium dreigt de samenhang van families kunstmatig te verbreken. De identiteit en cultuur vanwoonwagenbewoners heeft niet alleen een individuele maar ook een groepsdimensie. In artikel 27 IVBPR is vastgelegd dat personen die behoren tot minderheden

(zoals woonwagenbewoners) het recht niet mag worden ontzegd om, in gemeenschap met de andere leden van de groep, hun eigen cultuur te beleven. Zo worden staten verplicht om de

identiteit van minderheden te beschermen door het VN-Mensenrechtencomité. 4.

Duurzaamheidseisen zijn niet cultuurneutraal

De opgelegde BENG-normen, het verbod op gasaansluiting en de eisen van een "open uitstraling" vormen een ernstige inbreuk op de culturele autonomie van woonwagenbewoners. Deze normen: e

zijn gebaseerd op de dominante woningbouwcultuur, niet op de woonwagentraditie;

e

zijn financieel en technisch nauwelijks uitvoerbaar voor traditionele zelfbouw of restauratie;

e

leiden tot indirecte culturele assimilatie (normalisering), hetgeen verboden is onder artikel 8 EVRM, artikel 27 IVBPR en artikel 30 IVRK;

e

schenden het recht op uitoefening van immaterieel cultureel erfgoed, zoals erkend onder het UNESCO-verdrag van 2003.

Pagina 3 van 8

Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 4.1 Woonwagenbewoners bouwen van oudsher zélf hun woonwagens - dit is geen nostalgisch verleden, maar een levende praktijk die vandaag de dag nog altijd wordt voortgezet. De woonwagen is geen gewone woning, maar een cultuurdrager: ontworpen voor mobiliteit, familieleven, ambacht en gemeenschapsvorming. Het gaat om een levenswijze, niet om een woningtype. 4.2 Toch wordt in het gemeentelijk beleid en advies van externe bureaus stelselmatig gesteld dat woonwagens “aan dezelfde eisen moeten voldoen als reguliere woningen” met als gevolg dat traditionele woonwagens worden uitgesloten van vergunning, afgebroken of vervangen door prefab woonunits die buiten de cultuur staan. Daarmee monopoliseert de overheid de vorm en inhoud van de woonwagen en dat is een directe aantasting van het recht op culturele zelfbeschikking. De overheid mag opmerkingen maken over veiligheid (dat erkennen wij) maar heeft geen enkele bevoegdheid om zich te bemoeien met esthetiek, vormgeving of mobiliteit, voor zover

dit

raakt aan

de

kern van

de

cultuur.

Culturele

rechten

zijn

géén

privileges,

maar

rechtsbeschermde waarden. 4.3 De juridische redenering waarbij woonwagens als onroerend goed worden gekwalificeerd enkel op basis van aansluiting op nutsvoorzieningen, terreinstructuur of langdurig verblijf is onhoudbaar.

De

Hoge

Raad

heeft

deze

stelling

al eerder gecorrigeerd.

Daarin werd

geoordeeld dat een woonark die drijft en functioneert als schip, niet als onroerend goed kan worden beschouwd enkel vanwege de fysieke verankering of aansluiting op voorzieningen. Deze ratio geldt a fortiori voor woonwagens, zo wordt terecht gesteld in de paper van De Rolleman, “die ontworpen zijn om mobiel te blijiven en bovendien een door de staat erkende

culturele functie vervullen.” 4.4 Het juridische onderscheid tussen roerend en onroerend goed moet rekening houden met: e

ontwerp en intentie (mobiliteit),

e

eigendomsscheiding (wagen # grond),

e

enculturele betekenis (immaterieel erfgoed).

Aansluiting op elektra, water of riool maakt iets nog niet duurzaam verenigd met de grond zoals bedoeld in artikel 3:3 BW. Een woonwagen blijft dus roerend, zowel civielrechtelijk als feiteliik. De toepassing van het natrekkingsbeginsel op woonwagens zonder rekening te houden met hun culturele en mobiele aard, is niet alleen juridisch fout, maar ook een schending van mensenrechten, waaronder: e

het recht op eigendom (art. 1 Eerste Protocol EVRM),

e

het recht op respect voor privéleven en woning (art. 8 EVRM),

e

enhetrecht op culturele identiteit (art. 27 IVBPR en de UNESCO-conventie).

Wij eisen dan ook dat de BENG-normen, esthetische eisen en het verbod op gasaansluiting niet van toepassing worden verklaard op woonwagens die gebouwd of gerestaureerd worden binnen de culturele traditie van de woonwagengemeenschap. Een cultuur mag niet worden gesloopt door duurzaamheidsbeleid dat geen ruimte laat voor erfgoed, diversiteit en zelfbeschikking.

Pagina 4 van 8

Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 5.

Gasaansluiting De gemeente stelt in haar woonwagenbeleid 2025 dat “in de basis” geen aansluiting op het gasnet zal worden gerealiseerd bij nieuwe standplaatsen, en dat slechts bij uitzondering hiervan kan worden afgeweken “mits goed beargumenteerd”. Dit standpunt is niet alleen in strijd met de feitelijke situatie, maar ook met geldende wettelijke uitzonderingsgronden. Alle huidige bewoners zijn momenteel aangesloten op het gasnetwerk, en er is geen instemming gegeven om hier afstand van te doen. Bij verplaatsing van standplaatsen geldt dat deze gelijkwaardig moeten worden teruggebracht dus inclusief gasaansluiting) tenzij een bewoner expliciet anders wenst.

5.1 Het argument dat nieuwe woonwagens verplicht gasloos zouden moeten worden gebouwd is Onjuist en misleidend. De Wetgever heeft bewust uitzonderingen gemaakt om bijzondere woonvormen zoals woonwagens te ontzien. Zo bepaalt artikel 10, lid

7 van de Gaswet dat

gemeenten gebieden mogen aanwijzen waar een gasaansluiting strikt noodzakelijk is op basis

van

zwaarwegende

belangen

van

algemeen

belang

—

waaronder

cultuur,

bestaanszekerheid en zelfbeschikking. 5.2 Daarnaast biedt ook artikel 1 van de Wet regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht, onder letter c, ruimte voor uitzonderingen op het gasverbod. En krachtens artikel 2.1 lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kunnen gemeenten beleidsmatig invulling geven aan die uitzondering, zolang dit wordt gedragen door het algemeen belang — in dit geval: het behoud van erkend immaterieel cultureel erfgoed. 5.3 Bovendien erkent de VNG in haar eigen rapport “Wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” (pagina complex

en

financieel

63) dat het gasloos

bezwarend

is,

mede

maken van woonwagens technisch

vanwege

de

korte

afschrijftermijn

van

woonwagens ten opzichte van reguliere woningen. Daarom wordt geadviseerd om voor woonwagens een minder ambitieus tijdspad te hanteren. 5.4 Externe adviesbureaus die gemeenten “informeren”

over verplicht gasloos bouwen bij

woonwagens, verkeren vaak in juridische en culturele onwetendheid, (zoals vaker voor gewaarschuwd) en leiden gemeenten daarmee tot onrechtmatig en discriminerend beleid.

Het gevolgis dat bewoners zélf het initiatief moeten nemen om de gemeente te wijzen op deze uitzonderingen, wat onwenselijk is.

Samengevat eisen wij: e

Volledig behoud van bestaande gas- en nutsvoorzieningen;

e

Bij verplaatsing van standplaatsen: verplichte terugkeer van voorzieningen in gelijke vorm

e

Toepassing van artikel 10 lid 7 Gaswet ten gunste van woonwagenlocaties;

(inclusief gas);

e

Niet

toepassen

van

het

gasverbod

op

woonwagens

zonder

individuele

en

cultuurgevoelige belangenafweging; e

Beleidsmatige erkenning dat het gasloos maken van woonwagensin

strijd is met artikel 8

EVRM, artikel 11 IVESCR en artikel 27 IVBPR. Indien het gasloos-beleid ondanks bezwaren wordt doorgedrukt, dan behouden bewoners zich het recht voor om terug te keren naar hun oorspronkelijke en culturele manier van verwarmen: het stoken van houtblokken. Deze praktijk is historisch verbonden aan de woonwagencultuur en vormt, in afwezigheid van realistische alternatieven, een noodzakelijke uiting van culturele autonomie.

Pagina 5 van 8

Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 De gemeente dient zich ervan bewust te zijn dat door het blokkeren van bestaande voorzieningen zij feitelijk aanstuurt op het heractiveren van traditionele houtstook — met alle gevolgen voor leefomgeving, duurzaamheid en gezondheid die zij zelf wil vermijden.” 5. Kettingbedingen zijn juridisch risicovol en beperken eigendomsrecht Uw voornemen om in koopakten van standplaatsen kettingbedingen op te nemen die overdracht alleen toestaan aan afstammelingen, roept juridische bezwaren op: e

Beperking op het eigendomsrecht (artikel 1 EP EVRM);

e

Risico op willekeurige of discriminerende toepassing;

e

Verprivatisering van een cultureel woonrecht dat bij de gemeenschap hoort.

Zonder duidelijke juridische grondslag

kan

een

dergelijk beding sneuvelen

in

een

civiele

procedure. Indien u deze route volgt, dient u dit zorgvuldig juridisch onderbouwen én toetsen aan het proportionaliteitsbeginsel. 6. Monitoring en toezicht zonder participatie = schending privacy Het voornemen

om

locaties

en

bewoners te

monitoren

met

luchtfoto's,

observaties

en

gespreksverslagen is zorgelijk. Het raakt aan:

e

Artikel 8 EVRM (recht op privéleven);

e

Het beginsel van menselijke waardigheid en vertrouwen in de overheid;

e

Het bestuursrechtelijke proportionaliteitsbeginsel.

Dergelijke ingrepen zijn alleen aanvaardbaar bij een duidelijke, acute aanleiding. Structurele observatie als beheermiddel is disproportioneel, tenzij de gemeenschap zelf hieraan deelneemt of dit zelf organiseert. 7. Zelfbeheer en participatie ontbreken Toewijzing, wachtlijsten en beheer worden in uw beleid belegd bij woningcorporaties. Daarmee onttrekt u dit proces aan de gemeenschap die erdoor geraakt wordt. Artikel 27 IVBPR, het BZKkader en goed bestuursgebruik vereisen: e

Participatie van bewoners bij toewijzingsbesluiten;

e

Toezicht of mede-uitvoering door de woonwagencommissie;

e

Transparantie over inschrijfvoorwaarden, mutaties en prioritering.

Beleid

dat

enkel technisch

wordt

uitgevoerd

door

derden,

zonder

zeggenschap

van

de

gemeenschap zelf, is bestuurlijk en moreel achterhaald. 8. Herziening Huisvestingswet vereist anticipatie Wij wijzen erop dat De Rolleman informatie heeft ontvangen van het Ministerie van BZK die momenteel werkt aan een

herziening van

de

Huisvestingswet om

o.a.

de toewijzing van

woonwagenstandplaatsen in lijn te brengen met het mensenrechtelijk kader. De minister heeft erkend dat het huidige systeem juridisch tekortschiet. Gemeenten dienen nu reeds hun beleid aan te passen om verdere schendingen te voorkomen. Wij constateren met zorg dat uw conceptbeleid

deze lijn niet volgt, maar voortbouwt op

verouderde aannames. Dit versterkt het risico op uitsluiting en rechtsongelijkheid.

Pagina 6 van 8

Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 9. Behoud van opgebouwde wachtjaren - rechtszekerheid en behoefte zijn leidend De woonwagenbewoners gaan niet akkoord met enige regeling waarin opgebouwde wachtjaren komen te vervallen, of waarin zij zich onder nieuwe voorwaarden opnieuw zouden moeten inschrijven. Elke vorm van verlies van opgebouwde wachttijd is in strijd met het vertrouwensbeginsel, het materieel gelijkheidsbeginsel, en de fundamentele uitgangspunten van behoorlijk bestuur. Een bewoner die zich in het verleden heeft ingeschreven en jarenlang op de wachtlijst heeft gestaan,

heeft niet slechts een positie opgebouwd

op

papier, maar een materieel recht,

voortkomend uit het feit dat er een behoefte is en dat de overheid naliet deze te vervullen. Wanneer de gemeente vervolgens op enig moment besluit tot verruiming van het aanbod, dan dienen alle bestaande wachtjaren meegenomen te worden in de beoordeling van de behoefte. Bovendien geldt dat in het landelijke en gemeentelijke woonwagenbeleid de behoefte leidend moet zijn, zoals bevestigd in het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid van het Ministerie van BZK (2018). Dit betekent dat gemeenten moeten handelen op basis van de feiteliike vraag onder de doelgroep, en niet door kunstmatig de inschrijfregels zodanig te wijzigen dat die vraag “verdwijnt”. Daarom geldt: e

ledereen die reeds geregistreerd stond op een wachtlijst, heeft het recht dat zijn of haar wachtjaren volledig worden meegenomen bij toekomstige verdelingen;

e

Nieuwe inschrijvingsprocedures mogen dit niet ondermijnen;

e

Bewoners willen en zullen zich niet gedwongen opnieuw inschrijven als voorwaarde om hun plaats in de rangorde te behouden;

e

Gemeenten zijn verplicht om zowel de behoefte als opgebouwde wachtduur leidend te laten zijn bij het toewijzen van standplaatsen, ongeacht eventuele beleidsvernieuwing.

Elke andere benadering zou neerkomen op een verkapte vorm van verdringing van rechten, en daarmee op institutionele obstructie van het woonrecht zoals beschermd onder artikel 8 EVRM

enartikel 11 IVESCR.

Pagina 7 van 8

Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 Onze verzoeken aan de gemeente De Ronde Venen zijn als volgt: Herformuleer de inleiding van het beleid zodat deze de werkelijke strekking erkent: niet facilitering, maar culturele beinvloeding. e

Verwijder de koppeling tussen wachttijd en behoefte; plaats daadwerkelijke vraag centraal.

e

Schrap of heroverweeg de voorrang voor lokaal gebonden personen.

e

Maak duurzaamheids- en esthetische eisen optioneel of pas ze aan op de culturele context.

e

Herzie het kettingbeding en voorkom dat dit leidt tot juridische of culturele belemmeringen.

e

Beéindig monitoringmethoden die geen instemming of participatie kennen.

e

Richt een participatief model in waarbij bewonerscommissies mede zeggenschap krijgen over wachtlijsten en toewijzing.

e

Breng het beleid in lin met de uitgangspunten van het beleidskader BZK 2018 en het EVRM.

Tot slot: De bewonerscommissie kan niet akkoord gaan met het huidige woonwagenbeleid 2025, zolang dit beleid geen recht doet aan de cultuur, rechten en opgebouwde positie van de woonwagenbewoners. De woonwagencultuur is geen subsidiair systeem binnen het reguliere woonbeleid, maar een erkend immaterieel erfgoed. Wij roepen u op om het beleid niet tebouwen op

controle,

voorwaarden

en

technische

normen,

maar

op

vertrouwen,

erkenning

en

gelijkwaardigheid. In wezen zou een dergelijk beleid overbodig zijn, als de gemeente simpelweg haar wettelijke en mensenrechtelijke plichten zou

nakomen: de aanleg, het onderhoud en de toewijzing van

voldoende standplaatsen, in overeenstemming met de feitelijke behoefte. De woonwagenbewoners vormen een erkende culturele minderheid. Zij hebben geen beleid nodig om hun cultuur uit te oefenen, zij hebben ruimte, rechtszekerheid en bescherming nodig tegen sturing en discriminatie. Elk beleid dat verder gaat dan het faciliteren van woonrechten en zich begeeft op het terrein van vormgeving, voorzieningen, selectie of assimilatie, gaat zijn boekje te buiten. Wij

herinneren

het

college

er

dan

ook

aan

dat

de

kernverantwoordelijkheid

niet

ligt

in

beleidsvorming, maar in uitvoering van fundamentele rechten. Wanneer de gemeente zich daaraan houdt, is aanvullend beleid niet nodig en zeker niet als dat beleid in strijd is met de cultuur die het zest te respecteren.

srscommissie woonwagencentrum De Ronde Venen

Disclaimer: De ontvanger/houder van de e-mail/brief heeft bij gebruik van de inhoud en/of document(en) (Waaronder pdf-bijlage) en verspreiding toestemming nodig van de rechtmatige auteur. Fouten en wijzigen onder voorbehoud. De informatie verzonden met dit e mailbericht/brief is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde[n] en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde[n] en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is verboden. (Waaronder zogenaamde bemiddelde (uitvoerings)instanties incl. Forticon) Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en / of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan en wordt u verzocht dit bericht terug te sturen en het origineel te vernietigen.

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15953977/1