Reactie op Woonwagenbeleid 2025 van de bewonerscommissie (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 Gemeente De Ronde Venen T.a.v. de burgermeester en wethouders Per e-mail via:
(en post)
Onderwerp: Zienswijze concept Woonwagenbeleid 2025 Kenmerk nummer: 04082025
BEWONERSCOMMISSIIE WOONWAGENCENTRUM DE RONDE VENEN
Datum: 4 augustus 2025 Van: Bewonerscommissie woonwagencentrum De Ronde Venen
Namens de bewonerscommissie van het woonwagencentrum De Ronde Venen en de , woonachtig op het woonwagencentrum in Wilnis, brengen wij middels deze brief onze zienswijze naar voren op het concept Woonwagenbeleid 2025 zoals door u gepubliceerd. Wij danken u voor de mogelijkheid om onze reactie te geven, maar voelen ons geroepen nadrukkelijk
te
wijzen
op
ernstige
juridische,
mensenrechtelijke
en
erfgoedtechnische
tekortkomingen in het voorliggende beleid. Allereerst willen wij uitdrukken dat wij het als bijzonder schrijnend ervaren dat de gemeente De Ronde Venen er opnieuw voor heeft gekozen om een extern adviesbureau in te schakelen om zowel het woonwagenbeleid vorm te geven als om zogenaamd "objectief" sociaal onderzoek te verrichten binnen onze gemeenschap. Dit terwijl u bekend was met het feit dat ik, als voorzitter van de bewonerscommissie, met toentertijd de volledige instemming van alle bewoners de uitdrukkelijke opdracht had gekregen om niet met externe partijen samen te werken, maar uitsluitend in direct overleg met de gemeente tot een passend beleid te komen. Het feit dat u deze duidelijke wens van de bewoners (aantoonbaar) niet alleen heeft genegeerd, maar ook heeft gehandhaafd dat een externe partij betrokken blijft bij beleidsontwikkeling en beinvloeding van participatieprocessen, achten wij een ernstige schending van het vertrouwen. Bovendien heeft u willens en wetens ruimte gegeven aan een vorm van verbonden inmenging die tot doel heeft onze sociale structuur (de familiebanden en gemeenschapszin) te doorbreken onder het mom van "beleidsmatige ondersteuning". Dit valt te kwalificeren als een indirecte inbreuk op onze culturele identiteit en als verboden vorm van assimilatie, hetgeen in strijd is met artikel 8 EVRM en het beleidskader van het Ministerie van BZK.
Het is onbegrijpelijk dat ondanks het feit dat wij kenbaar hebben gemaakt dat wij het beleid zélf met de gemeente wilden bespreken, u ervoor heeft gekozen om (opnieuw) via een extern bedrijf, (Die hiervoor zeer royale bedragen rekenen) een knip- en plakwerk van andere gemeenten als sjabloon over te nemen, met als risico dat sommige punten eerder zijn veroordeeld door het College voor de Rechten van de Mens op artikel 7a van de Algemene Wet Gelijke Behandelingen
(AWGB) Zoals de gemeente de ronden venen in 2020 zelf is overkomen. En dit beleid is toch opgemaakt zonder inspraak van de bewoners zelf. Het blijft zeer schrijnend dat de uitdrukkelijke signalen
(waarschuwingen)
waarschuwingen beleidsprocessen
van
de
heeft
woonwagengemeenschap,
van
ondergetekende
voormalig
minister
uitgesproken
over
volledig terzijde
over
externe
Van
der
het
belang
zijn
Laan,
geschoven.
van
die
bedrijven zich
directe
Deze
alsmede
reeds
in
dialoog
negering van
de
eerdere met
de
expliciete
bewonersinspraak en eerder overheidsadvies roept ernstige vragen op over uw intentie. Met dit beleid en de werkwijze hiervan (mede door extern bedrijven, Forticon/Companen), is inmiddels het sociaal en cultureel terrein van het maatschappelijk leven, aantoonbaar aangetast. (conform artikel 429 lid 2 quater)
Pagina 1 van 8
Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 U wenst naar onze mening door deze werkwijze de regie te voeren over onze cultuur, terwijl participatie in uw opzet eerder wordt opgelegd dan gewaarborgd. Dit staat haaks op de principes van culturele autonomie, zelfbeschikking en eerbiediging van minderheden zoals vastgelegd in o.a. artikel 27 IVBPR en artikel 14 EVRM. De inleiding van het woonwagenbeleid 2025 van De Ronde Venen, presenteert het beleid ten onrechte als een zuiver faciliterend en organiserend instrument (aanleg, toewijzing, onderhoud), terwijl het in werkelijkheid
diepgaand
ingrijot op
het cultureel zelfbeschikkingsrecht,
het
eigendomsrecht en het dagelijkse leven van woonwagenbewoners. 1.
Culturele identiteit is geen gunst, maar een recht
Vooropgesteld: woonwagenbewoning is geen woonvorm naar keuze, maar een uitdrukking van een erkende culturele identiteit. Deze identiteit wordt beschermd onder:
e
Artikel 8 EVRM (recht op privé-, familie- en gezinsleven);
e = =©Artikel 14 EVRM (verbod op discriminatie); e
Artikel 27 IVBPR (bescherming van minderheden);
e
Artikel1 Grondwet (gelijke behandeling);
e
Het beleidskader Gemeentelijk Woonwagen- en Standplaatsenbeleid van BZK (2018);
e
Het Nederlandse immaterieel erfgoedregister, waarin de woonwagencultuur is opgenomen.
De suggestie in uw beleid dat deze identiteit slechts erkend wordt indien men "voldoende band met een standplaats" heeft, is juridisch onhoudbaar. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (0.a. Connors v. UK, Yordanova v. Bulgaria) heeft uitdrukkelijk geoordeeld dat bescherming van woonwagenbewoning niet afhankelijk is van locatie, eigendom of inschrijving. Het is de culturele leefwijze zelf die beschermd wordt. 2.
Wachttijd is geen maatstaf voor mensenrechten
Uw beleid koppelt uitbreiding van standplaatsen aan de voorwaarde dat de wachitijd boven een "redelijke termijn"
uitstijgt. Hiermee miskent u de aard van het mensenrechtelijk kader. Niet de
wachttijd, maar de daadwerkelijke behoefte onder woonwagenbewoners is leidend. Artikel 8 EVRM verplicht overheden tot een actieve inzet om gezinsleven en culturele leefwijzen te faciliteren. standplaats
Wanneer jonge gezinnen
kunnen verkrijgen,
of kinderen van
is er sprake van
woonwagenbewoners geen
indirecte
schending van
hun
eigen
familie- en
cultuurrecht. Deze verplichting is niet vrijblijvend. De redelijke termijn mag ook niet gelijkgesteld worden aan de wachttijd voor reguliere sociale huurwoningen. (waarschijnlijk een tekst afkomstig uit een uitspraak van de rechtbank in DenHaag, 29 mei 2024) Dit leidt tot ongelijke behandeling van een erkende minderheid. In lijn met artikel 14 EVRM en artikel 27 IVBPR is hier een aangepaste norm vereist: ongelijke gevallen moeten ongelijk behandeld worden. De landelijke woonwagenvereniging De Rolleman,
een mensenrechtenorganisatie specifiek
gericht op de woonwagenbewoners woonachtig in Nederland, is niet alleen volledig op de hoogte van de recente uitspraak van de rechtbank, maar heeft ook van nabij deelgenomen aan het proces rondom deze zaak. Vertegenwoordigers van de vereniging waren aanwezig tijdens de zittingen en hebben intensief contact onderhouden met betrokken partijen, waarbij zij inhoudelijk advies hebben geleverd over de achterliggende problematiek.
Pagina 2 van 8
Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 Vanuit die rol heeft de vereniging voortdurend het belang en de unieke woonbehoefte van woonwagenbewoners onder de aandacht gebracht. De Rolleman zijn tekst hierover is:
“’Hoewel wij verheugd zijn dat de uitspraak van de rechtbank op korte termijn perspectief biedt aan de (langst wachtende) woonwagenbewoners in Den Haag, kunnen wij ons inhoudelijk niet verenigen met het oordeel. Deze bezwaren zijn ook kenbaar gemaakt tijdens het traject, maar er is bewust gekozen voor terughoudendheid. Zowel de betrokken vereniging als haar gemachtigde hebben erkend dat de uitspraak op fundamentele punten
wringt_met_internationale_mensenrechtennormen,
waaronder het
vereiste van ongelijke behandeling van ongelijke gevallen. Toch is besloten om geen hoger beroep in te stellen, uit zorg dat een hernieuwde beoordeling tot een verslechtering van de
rechtspositie zou kunnen leiden. Gezien het feit dat de uitspraak op dit moment wél verlichting biedt aan de lokale gemeenschap, is gekozen voor strategische rust, zonder de principiéle bezwaren uit het oog te verliezen”’ BRON: De landelijke woonwagenvereniging De Rolleman. 3. Het
Lokale binding als uitsluitingscriterium is discriminerend toekennen
van
voorrang
aan
mensen
met
zes
jaar
lokale
binding,
sluit
andere
woonwagenbewoners (ook familieleden, spijtoptanten, terugkeerders) structureel uit. Dit is: e = Instrijd met artikel 2 Vierde Protocol EVRM (vrijheid van vestiging);
e
—Instrijd met artikel 14 EVRM en artikel1 Grondwet (gelijke behandeling);
e
Onverenigbaar met het zelfbeschikkingsrecht van culturele gemeenschappen.
Woonwagenbewoners bepalen zélf hoe familieverbanden en culturele verbanden functioneren. Gemeentelijke grenzen zijn daaraan ondergeschikt. Uw huidige formulering van "lokale binding" (slot op de deur) als criterium dreigt de samenhang van families kunstmatig te verbreken. De identiteit en cultuur vanwoonwagenbewoners heeft niet alleen een individuele maar ook een groepsdimensie. In artikel 27 IVBPR is vastgelegd dat personen die behoren tot minderheden
(zoals woonwagenbewoners) het recht niet mag worden ontzegd om, in gemeenschap met de andere leden van de groep, hun eigen cultuur te beleven. Zo worden staten verplicht om de
identiteit van minderheden te beschermen door het VN-Mensenrechtencomité. 4.
Duurzaamheidseisen zijn niet cultuurneutraal
De opgelegde BENG-normen, het verbod op gasaansluiting en de eisen van een "open uitstraling" vormen een ernstige inbreuk op de culturele autonomie van woonwagenbewoners. Deze normen: e
zijn gebaseerd op de dominante woningbouwcultuur, niet op de woonwagentraditie;
e
zijn financieel en technisch nauwelijks uitvoerbaar voor traditionele zelfbouw of restauratie;
e
leiden tot indirecte culturele assimilatie (normalisering), hetgeen verboden is onder artikel 8 EVRM, artikel 27 IVBPR en artikel 30 IVRK;
e
schenden het recht op uitoefening van immaterieel cultureel erfgoed, zoals erkend onder het UNESCO-verdrag van 2003.
Pagina 3 van 8
Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 4.1 Woonwagenbewoners bouwen van oudsher zélf hun woonwagens - dit is geen nostalgisch verleden, maar een levende praktijk die vandaag de dag nog altijd wordt voortgezet. De woonwagen is geen gewone woning, maar een cultuurdrager: ontworpen voor mobiliteit, familieleven, ambacht en gemeenschapsvorming. Het gaat om een levenswijze, niet om een woningtype. 4.2 Toch wordt in het gemeentelijk beleid en advies van externe bureaus stelselmatig gesteld dat woonwagens “aan dezelfde eisen moeten voldoen als reguliere woningen” met als gevolg dat traditionele woonwagens worden uitgesloten van vergunning, afgebroken of vervangen door prefab woonunits die buiten de cultuur staan. Daarmee monopoliseert de overheid de vorm en inhoud van de woonwagen en dat is een directe aantasting van het recht op culturele zelfbeschikking. De overheid mag opmerkingen maken over veiligheid (dat erkennen wij) maar heeft geen enkele bevoegdheid om zich te bemoeien met esthetiek, vormgeving of mobiliteit, voor zover
dit
raakt aan
de
kern van
de
cultuur.
Culturele
rechten
zijn
géén
privileges,
maar
rechtsbeschermde waarden. 4.3 De juridische redenering waarbij woonwagens als onroerend goed worden gekwalificeerd enkel op basis van aansluiting op nutsvoorzieningen, terreinstructuur of langdurig verblijf is onhoudbaar.
De
Hoge
Raad
heeft
deze
stelling
al eerder gecorrigeerd.
Daarin werd
geoordeeld dat een woonark die drijft en functioneert als schip, niet als onroerend goed kan worden beschouwd enkel vanwege de fysieke verankering of aansluiting op voorzieningen. Deze ratio geldt a fortiori voor woonwagens, zo wordt terecht gesteld in de paper van De Rolleman, “die ontworpen zijn om mobiel te blijiven en bovendien een door de staat erkende
culturele functie vervullen.” 4.4 Het juridische onderscheid tussen roerend en onroerend goed moet rekening houden met: e
ontwerp en intentie (mobiliteit),
e
eigendomsscheiding (wagen # grond),
e
enculturele betekenis (immaterieel erfgoed).
Aansluiting op elektra, water of riool maakt iets nog niet duurzaam verenigd met de grond zoals bedoeld in artikel 3:3 BW. Een woonwagen blijft dus roerend, zowel civielrechtelijk als feiteliik. De toepassing van het natrekkingsbeginsel op woonwagens zonder rekening te houden met hun culturele en mobiele aard, is niet alleen juridisch fout, maar ook een schending van mensenrechten, waaronder: e
het recht op eigendom (art. 1 Eerste Protocol EVRM),
e
het recht op respect voor privéleven en woning (art. 8 EVRM),
e
enhetrecht op culturele identiteit (art. 27 IVBPR en de UNESCO-conventie).
Wij eisen dan ook dat de BENG-normen, esthetische eisen en het verbod op gasaansluiting niet van toepassing worden verklaard op woonwagens die gebouwd of gerestaureerd worden binnen de culturele traditie van de woonwagengemeenschap. Een cultuur mag niet worden gesloopt door duurzaamheidsbeleid dat geen ruimte laat voor erfgoed, diversiteit en zelfbeschikking.
Pagina 4 van 8
Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 5.
Gasaansluiting De gemeente stelt in haar woonwagenbeleid 2025 dat “in de basis” geen aansluiting op het gasnet zal worden gerealiseerd bij nieuwe standplaatsen, en dat slechts bij uitzondering hiervan kan worden afgeweken “mits goed beargumenteerd”. Dit standpunt is niet alleen in strijd met de feitelijke situatie, maar ook met geldende wettelijke uitzonderingsgronden. Alle huidige bewoners zijn momenteel aangesloten op het gasnetwerk, en er is geen instemming gegeven om hier afstand van te doen. Bij verplaatsing van standplaatsen geldt dat deze gelijkwaardig moeten worden teruggebracht dus inclusief gasaansluiting) tenzij een bewoner expliciet anders wenst.
5.1 Het argument dat nieuwe woonwagens verplicht gasloos zouden moeten worden gebouwd is Onjuist en misleidend. De Wetgever heeft bewust uitzonderingen gemaakt om bijzondere woonvormen zoals woonwagens te ontzien. Zo bepaalt artikel 10, lid
7 van de Gaswet dat
gemeenten gebieden mogen aanwijzen waar een gasaansluiting strikt noodzakelijk is op basis
van
zwaarwegende
belangen
van
algemeen
belang
—
waaronder
cultuur,
bestaanszekerheid en zelfbeschikking. 5.2 Daarnaast biedt ook artikel 1 van de Wet regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht, onder letter c, ruimte voor uitzonderingen op het gasverbod. En krachtens artikel 2.1 lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kunnen gemeenten beleidsmatig invulling geven aan die uitzondering, zolang dit wordt gedragen door het algemeen belang — in dit geval: het behoud van erkend immaterieel cultureel erfgoed. 5.3 Bovendien erkent de VNG in haar eigen rapport “Wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid” (pagina complex
en
financieel
63) dat het gasloos
bezwarend
is,
mede
maken van woonwagens technisch
vanwege
de
korte
afschrijftermijn
van
woonwagens ten opzichte van reguliere woningen. Daarom wordt geadviseerd om voor woonwagens een minder ambitieus tijdspad te hanteren. 5.4 Externe adviesbureaus die gemeenten “informeren”
over verplicht gasloos bouwen bij
woonwagens, verkeren vaak in juridische en culturele onwetendheid, (zoals vaker voor gewaarschuwd) en leiden gemeenten daarmee tot onrechtmatig en discriminerend beleid.
Het gevolgis dat bewoners zélf het initiatief moeten nemen om de gemeente te wijzen op deze uitzonderingen, wat onwenselijk is.
Samengevat eisen wij: e
Volledig behoud van bestaande gas- en nutsvoorzieningen;
e
Bij verplaatsing van standplaatsen: verplichte terugkeer van voorzieningen in gelijke vorm
e
Toepassing van artikel 10 lid 7 Gaswet ten gunste van woonwagenlocaties;
(inclusief gas);
e
Niet
toepassen
van
het
gasverbod
op
woonwagens
zonder
individuele
en
cultuurgevoelige belangenafweging; e
Beleidsmatige erkenning dat het gasloos maken van woonwagensin
strijd is met artikel 8
EVRM, artikel 11 IVESCR en artikel 27 IVBPR. Indien het gasloos-beleid ondanks bezwaren wordt doorgedrukt, dan behouden bewoners zich het recht voor om terug te keren naar hun oorspronkelijke en culturele manier van verwarmen: het stoken van houtblokken. Deze praktijk is historisch verbonden aan de woonwagencultuur en vormt, in afwezigheid van realistische alternatieven, een noodzakelijke uiting van culturele autonomie.
Pagina 5 van 8
Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 De gemeente dient zich ervan bewust te zijn dat door het blokkeren van bestaande voorzieningen zij feitelijk aanstuurt op het heractiveren van traditionele houtstook — met alle gevolgen voor leefomgeving, duurzaamheid en gezondheid die zij zelf wil vermijden.” 5. Kettingbedingen zijn juridisch risicovol en beperken eigendomsrecht Uw voornemen om in koopakten van standplaatsen kettingbedingen op te nemen die overdracht alleen toestaan aan afstammelingen, roept juridische bezwaren op: e
Beperking op het eigendomsrecht (artikel 1 EP EVRM);
e
Risico op willekeurige of discriminerende toepassing;
e
Verprivatisering van een cultureel woonrecht dat bij de gemeenschap hoort.
Zonder duidelijke juridische grondslag
kan
een
dergelijk beding sneuvelen
in
een
civiele
procedure. Indien u deze route volgt, dient u dit zorgvuldig juridisch onderbouwen én toetsen aan het proportionaliteitsbeginsel. 6. Monitoring en toezicht zonder participatie = schending privacy Het voornemen
om
locaties
en
bewoners te
monitoren
met
luchtfoto's,
observaties
en
gespreksverslagen is zorgelijk. Het raakt aan:
e
Artikel 8 EVRM (recht op privéleven);
e
Het beginsel van menselijke waardigheid en vertrouwen in de overheid;
e
Het bestuursrechtelijke proportionaliteitsbeginsel.
Dergelijke ingrepen zijn alleen aanvaardbaar bij een duidelijke, acute aanleiding. Structurele observatie als beheermiddel is disproportioneel, tenzij de gemeenschap zelf hieraan deelneemt of dit zelf organiseert. 7. Zelfbeheer en participatie ontbreken Toewijzing, wachtlijsten en beheer worden in uw beleid belegd bij woningcorporaties. Daarmee onttrekt u dit proces aan de gemeenschap die erdoor geraakt wordt. Artikel 27 IVBPR, het BZKkader en goed bestuursgebruik vereisen: e
Participatie van bewoners bij toewijzingsbesluiten;
e
Toezicht of mede-uitvoering door de woonwagencommissie;
e
Transparantie over inschrijfvoorwaarden, mutaties en prioritering.
Beleid
dat
enkel technisch
wordt
uitgevoerd
door
derden,
zonder
zeggenschap
van
de
gemeenschap zelf, is bestuurlijk en moreel achterhaald. 8. Herziening Huisvestingswet vereist anticipatie Wij wijzen erop dat De Rolleman informatie heeft ontvangen van het Ministerie van BZK die momenteel werkt aan een
herziening van
de
Huisvestingswet om
o.a.
de toewijzing van
woonwagenstandplaatsen in lijn te brengen met het mensenrechtelijk kader. De minister heeft erkend dat het huidige systeem juridisch tekortschiet. Gemeenten dienen nu reeds hun beleid aan te passen om verdere schendingen te voorkomen. Wij constateren met zorg dat uw conceptbeleid
deze lijn niet volgt, maar voortbouwt op
verouderde aannames. Dit versterkt het risico op uitsluiting en rechtsongelijkheid.
Pagina 6 van 8
Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 9. Behoud van opgebouwde wachtjaren - rechtszekerheid en behoefte zijn leidend De woonwagenbewoners gaan niet akkoord met enige regeling waarin opgebouwde wachtjaren komen te vervallen, of waarin zij zich onder nieuwe voorwaarden opnieuw zouden moeten inschrijven. Elke vorm van verlies van opgebouwde wachttijd is in strijd met het vertrouwensbeginsel, het materieel gelijkheidsbeginsel, en de fundamentele uitgangspunten van behoorlijk bestuur. Een bewoner die zich in het verleden heeft ingeschreven en jarenlang op de wachtlijst heeft gestaan,
heeft niet slechts een positie opgebouwd
op
papier, maar een materieel recht,
voortkomend uit het feit dat er een behoefte is en dat de overheid naliet deze te vervullen. Wanneer de gemeente vervolgens op enig moment besluit tot verruiming van het aanbod, dan dienen alle bestaande wachtjaren meegenomen te worden in de beoordeling van de behoefte. Bovendien geldt dat in het landelijke en gemeentelijke woonwagenbeleid de behoefte leidend moet zijn, zoals bevestigd in het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid van het Ministerie van BZK (2018). Dit betekent dat gemeenten moeten handelen op basis van de feiteliike vraag onder de doelgroep, en niet door kunstmatig de inschrijfregels zodanig te wijzigen dat die vraag “verdwijnt”. Daarom geldt: e
ledereen die reeds geregistreerd stond op een wachtlijst, heeft het recht dat zijn of haar wachtjaren volledig worden meegenomen bij toekomstige verdelingen;
e
Nieuwe inschrijvingsprocedures mogen dit niet ondermijnen;
e
Bewoners willen en zullen zich niet gedwongen opnieuw inschrijven als voorwaarde om hun plaats in de rangorde te behouden;
e
Gemeenten zijn verplicht om zowel de behoefte als opgebouwde wachtduur leidend te laten zijn bij het toewijzen van standplaatsen, ongeacht eventuele beleidsvernieuwing.
Elke andere benadering zou neerkomen op een verkapte vorm van verdringing van rechten, en daarmee op institutionele obstructie van het woonrecht zoals beschermd onder artikel 8 EVRM
enartikel 11 IVESCR.
Pagina 7 van 8
Zienswijze op het concept Woonwagenbeleid De Ronde Venen 2025 Onze verzoeken aan de gemeente De Ronde Venen zijn als volgt: Herformuleer de inleiding van het beleid zodat deze de werkelijke strekking erkent: niet facilitering, maar culturele beinvloeding. e
Verwijder de koppeling tussen wachttijd en behoefte; plaats daadwerkelijke vraag centraal.
e
Schrap of heroverweeg de voorrang voor lokaal gebonden personen.
e
Maak duurzaamheids- en esthetische eisen optioneel of pas ze aan op de culturele context.
e
Herzie het kettingbeding en voorkom dat dit leidt tot juridische of culturele belemmeringen.
e
Beéindig monitoringmethoden die geen instemming of participatie kennen.
e
Richt een participatief model in waarbij bewonerscommissies mede zeggenschap krijgen over wachtlijsten en toewijzing.
e
Breng het beleid in lin met de uitgangspunten van het beleidskader BZK 2018 en het EVRM.
Tot slot: De bewonerscommissie kan niet akkoord gaan met het huidige woonwagenbeleid 2025, zolang dit beleid geen recht doet aan de cultuur, rechten en opgebouwde positie van de woonwagenbewoners. De woonwagencultuur is geen subsidiair systeem binnen het reguliere woonbeleid, maar een erkend immaterieel erfgoed. Wij roepen u op om het beleid niet tebouwen op
controle,
voorwaarden
en
technische
normen,
maar
op
vertrouwen,
erkenning
en
gelijkwaardigheid. In wezen zou een dergelijk beleid overbodig zijn, als de gemeente simpelweg haar wettelijke en mensenrechtelijke plichten zou
nakomen: de aanleg, het onderhoud en de toewijzing van
voldoende standplaatsen, in overeenstemming met de feitelijke behoefte. De woonwagenbewoners vormen een erkende culturele minderheid. Zij hebben geen beleid nodig om hun cultuur uit te oefenen, zij hebben ruimte, rechtszekerheid en bescherming nodig tegen sturing en discriminatie. Elk beleid dat verder gaat dan het faciliteren van woonrechten en zich begeeft op het terrein van vormgeving, voorzieningen, selectie of assimilatie, gaat zijn boekje te buiten. Wij
herinneren
het
college
er
dan
ook
aan
dat
de
kernverantwoordelijkheid
niet
ligt
in
beleidsvorming, maar in uitvoering van fundamentele rechten. Wanneer de gemeente zich daaraan houdt, is aanvullend beleid niet nodig en zeker niet als dat beleid in strijd is met de cultuur die het zest te respecteren.
srscommissie woonwagencentrum De Ronde Venen
Disclaimer: De ontvanger/houder van de e-mail/brief heeft bij gebruik van de inhoud en/of document(en) (Waaronder pdf-bijlage) en verspreiding toestemming nodig van de rechtmatige auteur. Fouten en wijzigen onder voorbehoud. De informatie verzonden met dit e mailbericht/brief is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde[n] en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde[n] en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is verboden. (Waaronder zogenaamde bemiddelde (uitvoerings)instanties incl. Forticon) Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en / of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan en wordt u verzocht dit bericht terug te sturen en het origineel te vernietigen.
Pagina 8 van 8