CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie op beantwoording raadsadres gezondheidseffecten windturbines definitief

Gecombineerde commissies 9 juni 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Beantwoording technische vragen vanuit tc d.d. 17 mei 20212.254 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Amsterdam, 24-05-2021

Reactie op beantwoording raadsadres gezondheidseffecten windturbines.

Geachte mevrouw Van Doorninck en mevrouw Kukenheim, geachte raadsleden, Hartelijk dank voor het beantwoorden van ons raadsadres ’gezondheidseffecten windturbines’ en de eveneens bijgevoegde beantwoording door de GGD en het RIVM. Dat windturbines voor overlast en hinder kunnen zorgen is eenieder duidelijk, echter willen we nogmaals benadrukken dat ons raadsadres de gezondheidseffecten adresseert. Het is goed te vernemen dat we met elkaar proberen duidelijkheid hierover te krijgen. Daarbij is het de taak van de GGD, het RIVM en de overheid om de burger zoveel mogelijk te beschermen tegen nadelige gezondheidseffecten van omgevingsgeluid.

Samenvatting De belangrijkste punten die hieronder als reactie op de beantwoording raadsadres gezondheidseffecten windturbines naar voren komen zijn: 1. Het RIVM is het eens dat verder lokaal onderzoek naar gezondheidseffecten noodzakelijk is; 2. Het RIVM beaamt dat er geen onderzoek naar de effecten op gezondheid van kinderen is gedaan en verder onderzoek noodzakelijk is; 3. Het RIVM gaat niet in op slechts kleine aantallen onderzochte direct omwonenden van windturbines maar noemt rurale studies wel bruikbaar mits voldoende omwonenden bestudeerd (die er dus niet zijn); 4. Het RIVM rapport “Health effects related to wind turbine sound: an update, 2020” is niet peer reviewed en niet door arts(en) mee beoordeeld op gezondheidseffecten.

Inhoudelijke reactie Hieronder willen we puntsgewijs inhoudelijk reageren op de beantwoording van het raadsadres. Ten eerste meldt u op pagina 3 van uw brief "De betrokken ministeries zijn momenteel in overleg met het RIVM om na te gaan of het nodig is om aanvullend landelijk onderzoek naar de mogelijke gezondheidseffecten van windturbines uit te voeren. Daarbij wordt meegenomen of er risicogroepen zijn, zoals kinderen, die extra aandacht moeten krijgen." Wij zijn daarom van mening dat Amsterdam - en andere gemeenten die deze discussie meelezen (o.a. verschillende buurgemeenten, Enschede, Apeldoorn, Ronde Venen) op deze uitkomst zou moeten wachten alvorens de zoekgebieden definitief aan te wijzen. Hiervoor hebben wij een aantal redenen; de antwoorden van het RIVM op onze in het raadsadres aangedragen punten onderbouwen en/of ondersteunen dit: 1. Uiteraard kunnen we ons vinden in de belangrijke erkenning van het RIVM op pagina 8 dat er inderdaad geen enkel onderzoek is gedaan naar het effect van windturbinegeluid op

kinderen. De enige verstandige beslissing lijkt ons daarom dat de gemeenteraad bij het vaststellen van de zoeklocaties, in het kader van het voorzorgsbeginsel, de zoekgebieden die dichtbij woonwijken zijn ingetekend, laat afvallen. Namelijk, het plannen van turbines op 350 meter afstand brengt grote en onaanvaardbare risico’s met zich mee voor de zich ontwikkelende kinderen in deze gebieden. Temeer daar het RIVM in een eigen rapport “Het effect van geluid van vlieg- en wegverkeer op cognitie, hinderbeleving en de bloeddruk van basisschoolkinderen” (https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/441520021.pdf) wijst op de nadelige gevolgen van omgevingsgeluid op kinderen en hun cognitieve ontwikkeling, met name op de geheugenfunctie, de aandacht en de concentratie. Daarbij is het bekend dat het geluid van vliegverkeer als even hinderlijk of zelfs minder hinderlijk wordt ervaren dan het geluid afkomstig van windturbines. 2. Daarnaast is het spijtig dat de reactie van het RIVM niet ingaat op de slechts zeer kleine aantallen onderzochte omwonenden in de nabijheid van windturbines (in de Deense studies <1% van de onderzochte populatie).

In deze groep wordt reeds een verhoogd risico op gezondheidsschade gevonden maar dit wordt vervolgens borderline significant, of een zwak verband, of een marginaal verband genoemd, omdat de kleine aantallen verdrinken in de grote hoeveelheid omwonenden op grote afstand van windturbines. Wanneer men de gezondheidseffecten onderzoekt bij omwonenden van windturbines, heeft het geen zin om op 10 km afstand te gaan zoeken naar deze effecten. Als dan in de analyse deze mensen op grote afstand wel worden meegenomen, is het niet verwonderlijk dat er geen significante effecten worden gevonden. Tot slot wordt gesteld dat conclusies uit rurale studies goed in Nederland te gebruiken zijn mits er naar voldoende aantallen is gekeken. Uiteraard zijn we het hier mee eens maar het probleem is dat er in alle studies onvoldoende direct omwonenden van windturbines zijn bestudeerd en dat is nou precies ons punt. Dit dient eerst onderzocht te worden. 3. Het RIVM schrijft op pagina 7 van 13: "Er is geen statistisch significant verband gevonden voor hypertensie, maar hooguit een marginaal verband ('borderline statistically significant for outdoor WTN') voor het gebruik van medicatie tegen hypertensie bij mensen boven de 65 jaar als indicator voor hypertensie".

Zoals gemeld onder punt 2, in verband met de kleine aantallen is een borderline statistisch significant verband genoeg om te pleiten voor meer onderzoek. Tot die tijd dient het voorzorgsprincipe te gelden. 4. Het RIVM schrijft op pagina 7 van 13 ook "Slapeloosheid: Poulsen (2019a) vonden een zwak verband tussen een jaargemiddeld niveau van windturbinegeluid van 42 dBA of hoger ’s nachts (buitenshuis) en het gebruik van slaapmedicatie, maar dit verband was niet significant. Ook werd er geen verband gevonden met het geluidniveau binnenshuis. Een nadere analyse toonde aan dat de sterkste verbanden voorkwamen bij oudere mensen. Het risico op vertekening in deze studie is hoog, omdat de gegevens werden geanalyseerd op groeps-/bevolkingsniveau en gegevens niet op individueel niveau beschikbaar waren." Nogmaals, zoals gemeld onder punt 2, in verband met de kleine aantallen is een zwak verband genoeg om te pleiten voor meer onderzoek, zeker in combinatie met het sterke verband bij oudere mensen. Tot die tijd dient het voorzorgsprincipe te gelden. 5. Het RIVM schrijft op pagina 8 van 13: “Maar het is niet te verwachten dat het verband tussen geluid en effecten anders is voor de verschillende bronnen, als rekening wordt gehouden met genoemd verschil in hinderlijkheid. Hierbij gaan we er dan van uit dat het risico deels via

hinder loopt. Bij de huidige grenswaarde van 47 dB voor WT is dus het risico op hart- en vaatziekten vergelijkbaar met dat van transportbronnen en industrie bij hogere grenswaarden." Dit is belangrijk, want hier zeggen ze in feite dat de bron niet uitmaakt en je hart- en vaatziekten kan verwachten bij deze norm, op dezelfde schaal als voor transportbronnen. Deze norm beschermt dus niet, zoals wij ook al stellen in ons raadsadres addendum van 18 mei 2021. 6. Het RIVM schrijft dan op pagina 9 & 10 van 13 twee belangrijke reacties op: "Reactie1: WHO verwoordt het in de Guidelines (WHO, 2018) als volgt: “Noise is an important public health issue. It has negative impacts on human health and well-being and is a growing concern”. Het RIVM onderschrijft het gezondheidskundige belang van het beperken van de geluidbelasting voor de volksgezondheid.” “Reactie2: De WHO adviseert inderdaad een 2 dB lagere gezondheidskundige streefwaarde voor geluid van WTs. Deze streefwaarde voor windturbines is voorwaardelijk omdat er ten tijde van de Guidelines onvoldoende evidentie was (studies van lage kwaliteit) om een “definitieve” relatie voor hinder af te leiden (Guski et al, 2017) en geen evidentie om voor slaap een nachtelijke relatie af te leiden (Basner and Mcquire, 2018).

Deze reacties zijn in feite een steunbetuiging voor minder geluidsbelasting (reactie 1) en meer onderzoek want niet alles is evident (reactie 2). 7. Het RIVM schrijft op pagina 11 van 13: "Kennis over deze verbanden vraagt om onderzoek waarbij ook gekeken moet worden naar andere geluidbronnen en andere risicofactoren zoals leefstijlfactoren, voeding en ander gezondheidsgedrag en familiaire belasting. Dit zou zeker de moeite waard zijn, ook met oog op het bepalen van de relatieve bijdrage van WT-geluid aan dit proces op lange termijn." Wij zijn van mening dat het onderzoek noodzakelijk is, in plaats van de moeite waard. Goed dat het RIVM verder onderzoek voorstelt. 8. Verder wordt in het zeer recent verschenen RIVM-rapport “Nieuwe gezondheidskundige richtlijnen voor omgevingsgeluid. Nadere gezondheidskundige analyses” (https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0148.pdf) vermeld dat gezondheidsrisico’s zelfs al bij lagere geluidswaarden kunnen ontstaan en dat dit inzicht nieuw is: ‘‘Een van de conclusies is dat geluid van treinverkeer hinderlijker is en een grotere kans op slaapverstoring geeft dan eerder werd gedacht. Ook blijkt dat ernstigere gezondheidseffecten, zoals hart- en vaatziekten, al bij een lagere blootstelling kunnen optreden dan eerder werd gedacht.

Dit betekent dat bij een groter aantal mensen hart- en vaatziekten optreden door geluid dan eerder werd gedacht.’ Helaas wordt in dit rapport de informatie rondom turbinegeluid weggelaten en dit terwijl het bijbehorende WHO-rapport (https://www.euro.who.int/en/health-topics/environment-andhealth/noise/environmental-noise-guidelines-for-the-european-region) zich duidelijk wel uitspreekt over de grotere evidentie voor gezondheidsschade door omgevingsgeluid, waarbij turbinegeluid juist expliciet wordt genoemd. De reden hiervoor is dat er geen nieuwe blootstellings-response (BR) relaties beschikbaar zijn gekomen. Een BR-relatie is de relatie tussen de blootstelling aan geluid en de kans op gezondheidseffecten door geluid.

Een dergelijk onderzoek naar een BR-relatie is precies in lijn met wat we, in het kader van het voorzorgsprincipe, vroegen in ons raadsadres d.d. 29 maart 2021, namelijk: een onderzoek. Dit hebben we opnieuw benoemd in ons raadsadres addendum van 24 mei 2021. 9. Er lijkt een inconsistentie te zitten in de reactie: Het RIVM stelt in de e-mail aan de GGD dat 42dB(A) gelijk kan worden gesteld met 47dB Lden. In uw brief wordt gesteld dat 43-45dB(A) overeenkomt met 47dB Lden. Dit laatste komt overeen met hetgeen dhr. Koppen van Arcadis (2014) stelt. 10. Het RIVM verdedigt in het antwoord ook het rapport waartegen wij ons in het raadsadres richten (https://www.rivm.nl/publicaties/health-effects-related-to-wind-turbine-soundupdate): het rapport is een mooi, maar inmiddels onvolledig, overzicht van de literatuur. Het is opmerkelijk dat het op pagina 5 een “systematische review” volgens standaard methodes wordt genoemd. Volgens de state of the art in de medische literatuur voldoet een systematische review aan een critical appraisal van de literatuur, is het peer reviewed en in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd. Dit is allemaal niet het geval bij het RIVMrapport, terwijl het wel zeer belangrijke beleidsmatige gevolgen heeft wanneer het gaat om het plaatsen van windturbines nabij woonwijken.

Het RIVM legt zelf de review van Jan de Laat terzijde omdat dit (nog) niet peer reviewed zou zijn, een inconsistentie. Bovendien is bij het rapport geen arts betrokken geweest om de (overigens kleine aantallen) aangehaalde gezondheidsstudies inhoudelijk te beoordelen. 11. Tot slot op pagina 13 van 13: "Het RIVM-rapport geeft alleen de mogelijke gevolgen van blootstelling aan geluid weer en de niet-akoestische factoren die hierbij een rol spelen; niet of dat (maatschappelijk) verantwoord is noch of dat geldt voor de specifieke condities en context." Hier ligt de bal dus uiteindelijk toch weer bij de gemeente, de provincie en de landelijke politiek. Wij hebben voldoende aangetoond dat er gezondheidsrisico’s zijn en er meer onderzoek nodig is. Het antwoord van het RIVM aan de gemeente d.d. 12 april 2021 ondersteunt deze oproep tot onderzoek. De uitkomst van de gesprekken tussen RIVM en verantwoordelijke ministeries hierover moeten naar onze mening worden afgewacht. Tot die tijd kunnen windturbines niet te dicht op woningen worden geplaatst en het voorzorgsprincipe moet daarom in acht worden genomen. Dit betekent in de praktijk dat u een aantal zoekgebieden af zal moeten vallen omdat daar simpelweg geen mogelijkheid is om windturbines op de afstand te plaatsen die nu veilig wordt geacht.

Wat betreft het afwegingskader en de Health Impact Assessment (HIA)/gezondheidseffectscreening, deze zijn dusdanig vaag beschreven in uw antwoord dat het voor ons niet mogelijk is om daar een inhoudelijke reactie op te geven, afgezien van twee algemene punten. Ten eerste, dat we hier graag meer details over zouden willen horen en hieraan mee zouden willen werken. Ten tweede, gaan we er van uit dat u een HIA bedoelt zoals gedefinieerd door de WHO https://www.who.int/healthtopics/health-impact-assessment#tab=tab_1. Als laatste willen we een opmerking maken over de timing. We constateren dat het RIVM al op 12 april antwoord heeft gegeven aan de gemeente; al binnen 2 weken na het indienen van ons raadsadres op 29 maart jl. Echter, er is om voor ons onduidelijke redenen gekozen om te wachten

met uw antwoord tot vlak voor de besluitvormende vergadering van de gemeenteraad op 26 mei aanstaande. Wij betreuren dit ten zeerste, aangezien de bijdrage van het RIVM goede input oplevert voor verdere discussie. Deze discussie had op verschillende momenten gevoerd kunnen worden in de afgelopen weken. Het antwoord was dus ook al beschikbaar voordat de zogenaamde gespreksavonden van de gemeente (op 12, 19, 20, 21 en 22 april) plaatsvonden; vóór de commissie FED-vergaderingen van 15 april en 20 mei; vóór de inspraak avond van de Provinciale Staten Noord Holland van 19 april; vóór de gemeenteraadsvergadering van 22 april; vóór de commissie ZJS vergadering van 29 april; en vóór de reflectiefase- gesprekken in de week van 3 mei. Er waren één of meer van de medeauteurs aanwezig bij elke inspraakavond, bij het reflectiefase- gesprek en bij de gespreksavond voor stadsdeel Noord. We vinden dit dan ook echt een gemiste kans en vragen ons af waarom u hiervoor gekozen heeft. Tot slot rekenen wij erop dat bij de stemming rondom het vastleggen van de zoekgebieden de raadsleden en de fracties hun verantwoordelijkheid zullen nemen volgens het voorzorgsprincipe en de gezondheid van alle inwoners van Amsterdam zullen respecteren. Dit houdt in dat de zoekgebieden dicht bij bebouwing pas kunnen worden vastgesteld zodra uit onderzoek is gebleken dat er geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s zijn.

Hoogachtend,

Esther Schadd, internist Simone Brands, kinder- en jeugdpsychiater Jeroen Bucx, cardioloog Anne-Marike Smit, verloskundige en klinisch epidemioloog Robert André, kno-arts Edwin van de Ketterij, moleculair farmacoloog

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10200705/1