Raadsvoorstel Voorkeursscenario toekomst afvalbrengstations
Tekst van het document
Raadsvoorstel Aan: de gemeenteraad Datum: 11 maart 2025 Raadsvergadering: 8 mei 2025 Commissie: Vergadering: Samenleven, Veiligheid, Bestuur en bedrijfsvoering en Financiën Organisatieonderdeel: Bestuur, Directieadvies en Projecten Portefeuillehouder: Wethouder Van der Greft Naam behandelend ambtenaar: Henrike Geurkink Registratienummer: 1067812 Ter inzage: Bijlage(n): Bijlage 1 Toekomst afvalbrengstations (Rapportage van IPR Normag) Bijlage 2 Quickscan en huidige situatie Afvalbrengstations De Ronde Venen Bijlage 3 Van Mobiele Milieustraat tot Circulair Ambachtscentrum (Brochure Milieustraatvormen) Bijlage 4 Resultaten Enquête Inwonerspanel De Ronde Venen Bijlage 5 Startnotitie toekomst afvalbrengstations
Onderwerp: Raadsvoorstel voorkeursscenario toekomst afvalbrengstations Voorstel 1. 2. 3. 4.
Scenario 1 (Focus op grondstofscheiding) zoals beschreven in het onderzoeksrapport “Toekomst afvalbrengstations” van IPR Normag te kiezen als voorkeursscenario; Het college opdracht te geven dit scenario verder uit te werken in een businesscase en programma van eisen; Hierbij uit te gaan van de Ringdijk te Wilnis als beoogde locatie voor realisatie en als onderdeel van de uitwerking de haalbaarheid hiervan verder te toetsen; Een investeringsbudget van € 200.000 beschikbaar te stellen voor de voorbereidingskosten 2025-2026 en de kosten van rente en afschrijving van € 11.000 vanaf 2027 ten laste van de opbrengst afvalstoffenheffing te brengen en te verwerken in de programmabegroting 20262029.
Inleiding De gemeenteraad heeft op 28 maart 2024 het raadsvoorstel Startnotitie toekomst afvalbrengstations aangenomen en daarmee ingestemd met een verkennend onderzoek naar de afvalbrengstations.
blad 1 van 9
De startnotitie gaat uit van 3 stappen richting realisatie: 1) Verkennen en scenario’s. 2) Businesscase en realisatiestrategie. 3) Realisatie. De resultaten van stap 1 zijn opgenomen in het onderzoeksrapport van IPR Normag dat als bijlage 1 bij dit raadsvoorstel is opgenomen. Dit rapport is de onderlegger van het raadsvoorstel om het voorkeursscenario te kiezen en biedt de kaders voor verdere uitwerking in een businesscase en realisatiestrategie. Met dit raadsvoorstel wordt de eerste stap afgesloten en opdracht gegeven voor het uitvoeren van de tweede stap zoals opgenomen in de startnotitie: In stap 2 wordt de haalbaarheid van het voorkeursscenario verder uitgewerkt in een business case en realisatiestrategie. Dat gaat niet alleen om een financiële onderbouwing, maar ook om de maatschappelijke haalbaarheid, eventuele samenwerking met externe partners en andere juridische en praktische haken en ogen. Deze fase levert de informatie op om te kunnen besluiten over de uitvoering van het project en het beschikbaar stellen van de noodzakelijke middelen.
Na de verdere uitwerking van de businesscase en de realisatiestrategie (programma van eisen, procesvoorstel, planning) volgt een voorstel aan de gemeenteraad om de benodigde middelen beschikbaar te stellen om de voorbereiding van de realisatie te starten. Beoogd effect Het voorgestelde besluit helpt om het project goed afgebakend en gericht verder uit te werken. Met als doel het realiseren van toekomstbestendige afvalbrengstations voor De Ronde Venen. Argumenten 1.1 Het onderzoek van IPR Normag levert de informatie waarom in de startnotitie is gevraagd In de startnotie zijn daarvoor 9 deelresultaten benoemd, waarmee informatie in kaart wordt gebracht over feiten & cijfers, mogelijke scenario’s en het proces, draagvlak en de vervolgaanpak. Het onderzoeksrapport geeft antwoord op de onderzoeksvragen, waarbij in bijlagen aanvullende en verdiepende informatie is opgenomen. 1.2 Het onderzoeksrapport vergelijkt 3 realistische scenario’s met een 0-scenario De scenario’s zijn onderscheidend als het gaat om circulariteit en maatschappelijke meerwaarde. Het gaat om: Scenario 1: Focus op grondstoffenscheiding Scenario 2: Circulair bewerking en hergebruik Scenario 3: Circulair ambachtscentrum, educatie en hergebruik Alle scenario’s gaan uit van het scheiden van afvalstromen en het zoveel mogelijk beperken van restafval.
De scenario’s verschillen in de inzet op hergebruik van goederen en grondstoffen en betrokkenheid en samenwerking met ondernemers en maatschappelijke organisaties. De scenario’s zijn gebaseerd op typen milieustraten, zoals deze in Nederland voorkomen. Achtergrondinformatie hierover is opgenomen in de raadsbrochure milieustraatvormen (bijlage 3).
blad 2 van 9
De 3 scenario’s worden vergeleken op kosten, uitvoerbaarheid, risico’s, service, bijdrage aan circulaire economie en milieu en duurzaamheid. De scenario’s zijn vergeleken met de huidige situatie (na ‘quick wins’). Dit 0-scenario is géén toekomstbestendig scenario, maar opgenomen om vergelijking mogelijk te maken.
Figuur 1: Samenvatting scenariovergelijking
1.3 Scenario 1 verdient de voorkeur gelet op de aspecten kosten, uitvoerbaarheid en risico’s Om te kunnen vergelijken op kosten is voor alle scenario’s uitgegaan van realisatie van de nieuwe voorziening(en) op te verwerven grond met een grondprijs van € 220/m². En er is uitgegaan van vergelijkbare openingstijden met de huidige situatie, zonder ‘werken op afspraak’ of betaling voor specifieke afvalstromen. De kosten (inclusief de benodigde investeringen) zijn globaal doorgerekend naar de benodigde hoogte van de afvalstoffenheffing. Scenario 1 heeft na realisatie in 2029 een stijging van circa € 17 (bandbreedte € 6 – 28) tot gevolg. Dat is een stijging van ongeveer 5% (bandbreedte 2% - 8%) per container. Voor scenario 2 is dat € 39 (bandbreedte € 16 – 62) en voor scenario 3 op € 31 (bandbreedte € 10 – 52). De enquête bij het inwonerspanel (bijlage 4) laat zien dat inwoners hechten aan het laag houden van de kosten voor de milieustraat. De vraag of men bereid is € 10 meer te betalen voor betere service wordt verdeeld beantwoord. Deze antwoorden ondersteunen een keus voor de meest betaalbare toekomstbestendige oplossing. De uitvoerbaarheid van de nieuwe voorziening(en) wordt complexer naarmate meer oppervlakte benodigd is en naarmate met meer partijen moet worden samengewerkt. De realisatie van een scenario 1 ‘Focus op grondstoffenscheiding’ is in eigen beheer goed vorm te geven.
De andere twee scenario’s zijn complexer, omdat andere partijen betrokken zijn bij de exploitatie. Scenario 1 vraagt om minder oppervlakte, wat het vinden van een geschikte locatie vergemakkelijkt. Naar verwachting neemt de doorlooptijd toe bij een hoger ambitieniveau. Er is meer onderzoek nodig en bij ontwerp en bouw is rekening te houden met meer vereisten en inbreng. Scenario 1 zet op een goed uitvoerbare manier in op het beter scheiden van grondstoffen en innemen van herbruikbare goederen. Dit biedt mooie kansen om deze stromen te koppelen met ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het scenario biedt daarmee een basis om te bouwen aan een circulair netwerk in de gemeente en draagt daarmee bij aan de gemeentelijke circulaire ambitie. Ook de risico’s nemen toe bij scenario’s 2 en 3. Scenario 1 heeft beperkte financiële risico’s. Daar zijn er geen (grote) afhankelijkheden van derden en is de positie van een recyclepunt beleidsmatig duidelijk en stabiel. In scenario 2 heeft de gemeente te maken met het risico dat herbruikbare
blad 3 van 9
stromen (met name via Kringloop) geen afzet hebben. Hier is sprake van een afhankelijkheid van de kringlooporganisatie om op één fysieke locatie te kunnen werken. In scenario 3 komt hier nog bij dat de exploitatie afhankelijk van meerdere derden. 1.4 Scenario 2 en 3 vragen om stevige investeringen in circulaire ambitie Daarbij gaat het niet alleen om financiële investeringen die inwoners dragen via de afvalstoffenheffing. Het gaat ook om inzet vanuit de gemeente, ondernemers en inwoners om dit tot een succes te maken. Er moet een netwerk van samenwerkende partijen worden opgebouwd, dat gericht is op hergebruik van afvalstromen. De uitkomsten van het inwonerspanel en de rondgang langs ondernemers en organisaties roepen de vraag op of daarvoor voldoende draagvlak is in De Ronde Venen. Bovendien wordt in Stichtse Vecht een circulair ambachtscentrum gerealiseerd. Het is niet realistisch dat er voldoende vraag en afzet is binnen de regio om in elke gemeente een dergelijke voorziening te realiseren. 1.5
Het afvalbrengstation in Mijdrecht voortzetten op de huidige locatie is geen verstandige keuze De huidige locatie is niet geschikt om de te verwachten groei in huishoudens te kunnen bedienen. Vanaf het moment dat in 1993 de locatie Mijdrecht in gebruik is genomen, is het aantal huishoudens in de gemeente steeds toegenomen. In 2024 waren er ongeveer 19.100 woningen in de gemeente. Het is de ambitie om hier tot 2040 4.800 woningen aan toe te voegen. De huidige locaties kennen nu al hun beperkingen en laten geen ruimte voor uitbreiding. Het is daarmee onvermijdelijk dat de komende jaren moet worden geïnvesteerd in extra verwerkingscapaciteit van de milieustraten. 16000 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0 1993
2003 Woningen overige 6 dorpen
2010
2024
Woningen in Abcoude en Baambrugge
Figuur 2: Globale ontwikkeling huishoudens
Voor het in kaart brengen van de huidige veiligheidssituatie heeft IPR Normag in de zomer van 2024 een quickscan uitgevoerd in Mijdrecht en Abcoude. De uitkomsten zijn opgenomen in bijlage 2. Ook hieruit blijkt dat op de huidige locaties geen toekomstbestendige milieustraten te realiseren zijn. Hiervoor is minimaal 6.500 m² aan ruimte nodig om alle benodigde inzamelmiddelen te plaatsen, een opstelstrook op eigen terrein te realiseren en voldoende ruimte over te houden om een veilige en overzichtelijke routing te ontwerpen waarbij bezoekers en vrachtverkeer grotendeels gescheiden blijven.
blad 4 van 9
IPR Normag heeft een aantal quickwins (snelle verbeteringen) voorgesteld, die de situatie iets verbetert. Deze zijn uitgevoerd of staan op de planning (bijlage 2, paragaaf 2.6). Hiermee zijn de veiligheidsrisico’s op korte termijn beheersbaar. De kans op incidenten blijft groter dan in een toekomstbestendige situatie. Incidenten kunnen in het uiterste geval zelfs leiden tot sluiting van een locatie1. Een ander risico is dat kosten gaan stijgen door achterblijvende afvalscheiding (fiscale prikkel/verbrandingsbelasting). 2.1 Er is een vervolguitwerking nodig om definitief tot realisatie te besluiten Het onderzoek door IPR Normag is uitgevoerd op basis van kengetallen en ervaringsgegevens en nog verkennend van aard. Het voorkeursscenario moet nog verder worden gespecificeerd voor de Rondeveense situatie en de beoogde locatie. Het gaat bijvoorbeeld om: Het opstellen van een programma van eisen. Het in kaart brengen van omgevingsfactoren, zoals ontsluiting en milieuaspecten. Het gesprek met de omgeving, gebruikers en medewerkers. Het specifieker begroten van de kosten. 3.1
Het onderzoek heeft mogelijke locaties voor een afvalbrengstation in kaart gebracht
Gelet op de benodigde oppervlakte is maar een beperkt aantal locaties gevonden die beschikbaar zijn en waar voldoende ruimte is. In het onderzoeksrapport is op een rij gezet wat de kansen en beperkingen van de gevonden locaties zijn. Het gaat om het nieuwe bedrijventerrein De Bocht, de locatie Kringkoop-Dukdalf en de locatie Ringdijk Wilnis (tegenover de gemeentewerf). Voor deze locaties zijn aspecten als beschikbare ruimte, uitstraling, (boek)waarde en mogelijke termijn van realisatie verkend. Bij de scenariovergelijking is gerekend met kengetallen voor grondkosten, kosten voor bouwrijp maken, terreininrichting en kosten van infrastructuur. Voor de onderlinge vergelijkbaarheid, is steeds met dezelfde kengetallen gerekend. De drie beschreven locaties kunnen hiervan en van elkaar afwijken. In de uitwerking van de businesscase worden deze locatie specifieke aspecten verder onderzocht en eventuele positieve of negatieve effecten op de kosten gespecificeerd.
1
Definitief sluiten afvalstoffendienst dreigt na volgende zware overtreding - Omroep Brabant
blad 5 van 9
3.2 De locatie aan de Ringdijk in Wilnis heeft de meeste potentie Hier is voldoende ruimte voor realisatie van scenario 1. De grond is gemeentelijk eigendom en heeft geen boekwaarde. Het terrein heeft een bedrijfsbestemming (zonder bouwmogelijkheden) en is gelegen tegenover de gemeentewerf in Wilnis, wat voordelen heeft bij de inzet van personeel en toezicht.
Figuur 3: Beoogde locatie 3.3 De haalbaarheid van een ontwikkeling op deze locatie is globaal onderzocht Bij de uitwerking van de businesscase moet een aantal aspecten nog verder worden onderzocht. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de vraag of afwijken van het omgevingsplan mogelijk is om de benodigde bebouwing op het terrein te realiseren, om omgevingsaspecten zoals de nabijgelegen begraafplaats en de ontsluiting. De verkenning van de haalbaarheid heeft geen onoplosbare knelpunten opgeleverd. Mocht bij het haalbaarheidsonderzoek blijken dat de locatie toch niet geschikt is, dan is het zoeken naar een alternatieve locatie onderdeel van de realisatiestrategie. 4.1 Deze middelen maken het mogelijk het project verder voor te bereiden richting uitvoering De voorbereiding omvat de volgende werkzaamheden: uitwerken businesscase en opstellen Programma van Eisen; noodzakelijke onderzoeken (zoals milieu-, stedenbouwkundig en verkeerskundig onderzoek); overleg (mede overheden en inwonerparticipatie); selecteren benodigde externe specialisten (zoals architect, constructie- en installatieadviseurs); (extern) projectmanagement. Voor de uitvoering van deze werkzaamheden is specifieke deskundigheid op het gebied van afval en milieustraten noodzakelijk. Hiervoor wordt een geschikte projectleider en/of partner gezocht.
Het bedrag van € 200.000 adviseert IPR Normag op basis van hun ervaring met dergelijke vervolgonderzoeken.
blad 6 van 9
Aansluitend zal het benodigde investeringskrediet aangevraagd worden. Het voorbereidingsbudget maakt deel uit van de definitieve totale investering. Na realisatie worden de afschrijvingslasten verwerkt in de programmabegroting op het taakveld afval en worden deze kosten meegenomen in de berekening van het tarief voor de afvalstoffenheffing. Kanttekeningen 1.1 Tot realisatie van de nieuwe situatie bestaat er een (beheersbaar) veiligheidsrisico De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers op de afvalbrengstations. Tot het realiseren van een nieuw afvalbrengstation blijft er een risico op incidenten bestaan. Binnen de gegeven omstandigheden zijn er maatregelen getroffen om dit zo goed mogelijk te beperken. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van extra hekwerken en belijning. Hiermee is de veiligheid op dit moment acceptabel, maar incidenten zijn niet uit te sluiten. 1.2 De realisatie van een nieuwe milieustraat heeft gevolgen voor de afvalstoffenheffing Dit is onvermijdelijk. De huidige situatie is niet toekomstbestendig en dit is niet op de huidige locaties oplosbaar. De keuze voor scenario 1 biedt de beste kansen om de kosten (en daarmee de afvalstoffenheffing) beheersbaar te houden.
Financiën Uit het onderzoeksrapport blijkt dat voor de realisatie van een nieuw afvalbrengstation conform scenario 1 rekening gehouden moet worden met een investering tussen € 4,7 en € 7 mln. Diverse factoren zijn van invloed op de exact benodigde investering, zoals grondkosten, ontwerpkeuzen, eventueel noodzakelijk grond- of saneringswerk, etc. Dit wordt in de definitieve businesscase exacter berekend. De realisatie van het nieuwe afvalbrengstation heeft invloed op exploitatie-, beheer- en afvalverwerkingskosten. Deze kosten moeten worden gedekt uit de opbrengst van de afvalstoffenheffing op basis van het uitgangspunt dat het tarief afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is. Vandaar dat de extra kosten van een nieuw afvalbrengstation onvermijdelijk van invloed zijn op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Het onderzoeksrapport laat zien dat bij scenario 1 wordt uitgegaan van een stijging (na realisatie) van tussen de € 6 en € 28 per aansluiting (gemiddeld € 17). Gelet op dit voorstel, maar ook door de ontwikkelingen rond de afvalinzameling en de algemene prijsontwikkeling zal de afvalstoffenheffing de komende jaren stijgen. De afvalstoffenheffing wordt bepaald op basis van een raming van de feitelijke kosten rond afval.
De stijging van de afvalstoffenheffing als gevolg van de realisatie van een nieuw afvalbrengstation werkt pas door in het jaar nadat de investering is afgerond. Jaarlijkse mee- of tegenvallers rond de kosten van afval worden opgevangen vanuit de voorziening afvalstoffenheffing. De voorziening afvalstoffenheffing omvat op 1 januari 2025 € 1.534.000. De komende jaren neemt deze af tot € 1.196.000 in 2028. Het is niet toegestaan om deze voorziening vooruitlopend op de investeringen al extra te vullen. De gemeenteraad bepaalt welke omvang van de voorziening gewenst is om tegenvallers op te kunnen vangen. Wanneer de kosten door deze en andere ontwikkelingen stijgen, kan de gemeenteraad overwegen om een deel van de voorziening in te zetten en de stijging van de afvalstoffenheffing geleidelijk te laten verlopen.
blad 7 van 9
Het voorbereidingsbudget 2025-2026 van € 200.000 bestaat uit diverse noodzakelijke onderzoeken, expertise bij de uitwerking van het Programma van Eisen en bijbehorende begroting, inwonerparticipatie, voorbereiding van de aanbesteding voor het vervolg en projectmanagement. De kosten van rente en afschrijving van dit investeringsbudget bedragen € 11.000 en worden vanaf 2027 ten laste gebracht van de opbrengst afvalstoffenheffing. Dit wordt verwerkt in de programmabegroting 2026-2029. Betrokkenheid en communicatie Als onderdeel van het onderzoek van IPR Normag is het inwonerspanel geraadpleegd en zijn via een korte ondernemersenquête (497 ondernemers) en circa 10 gesprekken verschillende stakeholders bevraagd. Het doel hiervan was om meer inzicht te krijgen in de mening over en het draagvlak voor een toekomstbestendig afvalbrengstation en het draagvlak voor samenwerking op het gebied van circulariteit. Het inwonerspanel bestaat uit 1.482 panelleden. Het panel is zorgvuldig en op uitnodiging samengesteld. Daarbij is rekening gehouden met spreiding over kernen, geslacht en leeftijd. Onderzoek met het inwonerspanel geeft daardoor een representatief beeld van de mening van onze inwoners. De respons van de vragenlijst over de afvalbrengstations was 54% wat bij een digitale vragenlijst2 hoog is.
De respons was verdeeld over de dorpen en leeftijdscategorieën, met een iets hogere respons voor de leeftijdsgroepen boven de 45 jaar. De uitkomsten van het inwonerspanel laten zien dat inwoners redelijk tevreden zijn met de huidige dienstverlening. Wat hen betreft zijn de kosten een belangrijke prioriteit bij de toekomstige ontwikkeling. Veiligheid, het aantal te brengen afvalstromen en service komen daarachteraan. De inwoners willen meer scheiden en vinden het een goed idee om herbruikbare goederen te verkopen, maar zijn niet in meerderheid bereid meer te betalen voor een afvalbrengstation met een hogere circulaire ambitie. Deze uitkomst ondersteunt het voorstel om uit te gaan van scenario 1. In de mailing aan de ondernemers in De Ronde Venen is gevraagd naar hun circulaire ambitie en of zij kansen zagen voor hergebruik van bepaalde afvalstromen. In de verdiepende interviews is gesproken over kansen voor kringloop, upcycling, reparatie en educatie. De geïnterviewden zien kansen (bijvoorbeeld als het gaat om producten voor goede doelen en educatie) en beperkingen (bijvoorbeeld voor hergebruik van grondstoffen en de drukte bij repaircafés). Deze gesprekken geven geen aanleiding om te kiezen voor een circulair (ambachts)centrum (scenario 2 of 3) voor De Ronde Venen. Het draagvlak voor deze ambitieuzere scenario’s blijkt in De Ronde Venen nog te smal te zijn.
Er liggen wel kansen om te werken aan een circulair ondernemers netwerk.
2
Enkele respondenten zonder digitale reactiemogelijkheden ontvangen de vragenlijst op papier
blad 8 van 9
Vervolg Voor implementatie van dit scenario is in het rapport van IPR Normag een doorlooptijd van circa 2,5 jaar opgenomen. Dit is een ambitieuze planning. Het is de inzet om de voortgang in het project te houden. Of de planning haalbaar blijkt, is mede afhankelijk van factoren zoals de beschikbaarheid van de noodzakelijke expertise en overlegpartners waaronder de provincie. Na de definitiefase kan de planning worden bijgesteld. 1. Afronding Initiatieffase Scenario-onderzoek: ambitie, ruimtebehoefte, knelpunten, benodigde investeringsbedrag, te verwachten exploitatie. 2. Definitiefase Uitwerken (locatie)specifieke businesscase, opstellen Programma van Eisen, update locatieonderzoek en keuze koop of huur. Inclusief principebesluit over ruimtelijke kaders en vooroverleg Provincie 3. Ontwerpfase Ontwerp gebouw en de installaties (bestek en tekeningen), vergunningenprocedure, investeringskostenbegroting, keuze investeerders/financiers bouwplanning en selectie aannemer plaats. 4. Realisatiefase Verbouw of nieuwbouw: tot aan moment van oplevering. Directievoering, toezicht en monitoring uitvoering contract. 5. Beheerfase Locatie operationeel: garantieverklaringen, onderhoudscontracten, etc.
Mei 2025
December 2025 (PvE) Medio 2026
Medio 2026 (VO) Maart 2027 (DO)
Eind 2028
Start 2029
De gemeenteraad wordt via de bestuursrapportage geïnformeerd over de voortgang van de werkzaamheden. Eventuele effecten op de afvalstoffenheffing worden jaarlijks via de begroting voorgelegd. Met de businesscase en het programma van eisen wordt invulling gegeven aan de definitiefase in de bovenstaande planning. De definitiefase wordt afgesloten met een raadsvoorstel over deze producten en een voorstel voor het vervolg richting ontwerp en realisatie. Evaluatie Evaluatie is op dit moment nog niet aan de orde. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen
Marco Vonk secretaris
Maarten Divendal burgemeester
blad 9 van 9