Raadsvoorstel Verordeningen Jeugdhulp en Wmo 2025
Tekst van het document
Raadsvoorstel Aan: de gemeenteraad Datum: 22 januari 2025 Raadsvergadering: 20 februari 2025 Commissie: Samenleven, Veiligheid, Bestuur en bedrijfsvoering en Financiën Organisatieonderdeel: Welzijn en Samenleving Portefeuillehouder: Wethouder Van der Greft & Wethouder van Uden Naam behandelend ambtenaar: Petra Wenneker, Tessa Coumou, Miriam Wouters Registratienummer: 792634 Ter inzage: Bijlage(n): 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Was-wordt-tabel Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen Platte tekst Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2025 Was-wordt-tabel Verordening Maatschappelijke Ondersteuning De Ronde Venen Platte tekst Verordening Maatschappelijke Ondersteuning De Ronde Venen 2025 Advies Adviesraad Sociaal Domein over Verordening Jeugdhulp Advies Adviesraad Sociaal Domein over Verordening Wmo Advies Jongerenadviescommissie Jeugd en Wmo Reactie college op Advies Adviesraad Sociaal Domein Reactie college op Advies Jongerenadviescommissie
Onderwerp: Verordeningen Jeugdhulp en Wmo 2025 Voorstel 1. De ‘Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2025’ (bijlage 2) vast te stellen. 2. De ‘Verordening Maatschappelijke Ondersteuning De Ronde Venen 2025’ (bijlage 4) vast te stellen. Inleiding Er zijn meerdere aanleidingen om de verordeningen Jeugdhulp en Wmo te herzien en aan te passen. De belangrijkste aanleiding is dat de gemeenteraad op 23 oktober 2024 heeft ingestemd met het raadsvoorstel ‘Verbeter- en besparingsmaatregelen in het sociaal domein’ naar aanleiding van het rapport ‘Zicht op besparingspotentieel binnen het sociaal domein’ van adviesbureau Berenschot. In dit raadsvoorstel geeft het college aan een ambtelijk programma ‘Verbeter- en besparingsmaatregelen: vizier op de toekomst’ te starten om de maatregelen uit het rapport te onderzoeken en te implementeren, waar mogelijk binnen de lokale context. Met dit ambtelijke programma zet het college zich in om een verdere kostenstijging van de uitvoering van de Jeugdwet en Wmo zoveel mogelijk te beperken. Bij de behandeling van de begroting 2025 op 23 oktober 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met een (naar boven bijgestelde) beoogde
blad 1 van 8
besparing van € 1.150.000 op jeugd en Wmo in 2025, en een besparing van € 2.150.000 in 2026. De voorgestelde aanpassingen in de verordeningen Jeugdhulp en Wmo leiden tot beter afgebakende lokale regelgeving wat bijdraagt aan de verbeter- en besparingsopgave op beide wetten. Ten tweede heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) de afgelopen jaren meerdere uitspraken gedaan die aanpassingen vereisen in de verordening Jeugdhulp en/of verordening Wmo. Ook is sinds 4 december 2024 een nieuwe modelverordening Jeugdhulp van de VNG beschikbaar met voorgestelde wijzigingen. In deze modelverordening is rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen zoals de stijgende uitgaven aan Jeugdhulp en de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd. Het is noodzakelijk aanpassingen door te voeren om bij de geldende wet- en regelgeving aan te sluiten. In de was-wordt-tabellen voor de verordening Jeugdhulp en de verordening Wmo wordt aangegeven waar uitspraken van de CRvB ofwel de modelverordening van de VNG tot aanpassingen heeft geleid. Ten derde hebben de lokale teams Jeugd en Wmo behoefte aan beter afgebakende kaders en is het de gebruikelijke werkwijze om iedere vier jaar een verordening te herzien. In het proces van herziening van de verordeningen zijn de ervaringen uit de dagelijkse praktijk meegenomen door de lokale teams te betrekken.
Berenschot stelt in haar advies ook dat de gemeente de samenhang tussen de verschillende beleidsvelden moet zoeken en deze meer integraal zou kunnen benaderen. Vanuit deze ambitie is het traject om de verordeningen Jeugdhulp en Wmo aan te passen in samenhang opgepakt en wordt dit als één pakket aan de gemeenteraad voorgelegd. Beoogd effect Met de herziening van de verordeningen Jeugdhulp en Wmo is uitvoering gegeven aan het raadsvoorstel ‘Verbeter- en besparingsmaatregelen Jeugd en Wmo’. De verordeningen sluiten beter aan op geldende jurisprudentie, bij gemeentelijk beleid en de verbeter- en besparingsopgave van de gemeente. Argumenten 1.1 / 2.1 Met de voorgestelde wijzigingen op de verordeningen Jeugdhulp en Wmo wordt uitvoering gegeven aan verschillende verbeter- en besparingsopgaven uit het raadsvoorstel ‘Verbeter- en besparingsmaatregelen Jeugd en Wmo’. De herziening van de verordeningen Jeugdhulp en Wmo geeft uitvoering aan de verbetermaatregel ‘zet in op kaderstellend beleid’. Daarnaast is de implementatie van de besparingsmaatregelen ‘limiteer individueel gebruik van Regiotaxi’ (W3), ‘verhaal kosten op de inwoners’ (W4) en ‘toezicht en handhaving jeugdzorg en Wmo’ (D1) verkend en verwerkt in de verordeningen.
Bij het herzien van de verordeningen heeft het college ingezet op beter afgebakende verordeningen om vervolgens de nadere regels Jeugdhulp en Wmo (die door het college worden vastgesteld) ook beter te kunnen afbakenen.
blad 2 van 8
1.2 / 2.2 Door de voorgestelde wijzigingen in de verordeningen zorgt het college voor een betere afbakening van de lokale wetgeving voor Jeugdhulp en Wmo. Dit is noodzakelijk om de verbeteren besparingsopgave in de uitvoering van de Jeugdwet en Wmo te kunnen behalen. In haar rapport ‘Zicht op besparingspotentieel binnen het sociaal domein’ adviseert Berenschot om de uitvoering van de Jeugdwet en Wmo op een aantal vlakken te verbeteren en schetst mogelijkheden om op de uitvoering te besparen. Om de voorgestelde verbeter- en besparingsmaatregelen te kunnen implementeren is eerst juridisch onderzocht waar de verordeningen Jeugdhulp en Wmo ruimte bieden om scherpere keuzes te maken wanneer een inwoner wel of niet aanspraak kan maken op hulp en/of ondersteuning. Het college is daarmee verder gegaan dan de eerdergenoemde drie besparingsmaatregelen (W3, W4 en D1) geadviseerd door adviesbureau Berenschot. Het juridische onderzoek bood bijvoorbeeld aanknopingspunten om in de verordening Wmo een primaat van verhuizen op te nemen en in de verordening Jeugdhulp een artikel over ‘eigen kracht’ in te voegen. Het college houdt hierbij in het oog dat wordt voldaan aan de verplichtingen vanuit de Jeugdwet en Wmo.
1.3 De voorgestelde wijzigingen in de ‘Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2020’ betekenen een aanscherping van de lokale wetgeving ter uitvoering van de Jeugdwet en zijn in lijn gebracht met de meest recente Model Verordening Jeugdhulp van de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Hervormingsagenda Jeugd. Op 4 december 2024 is de Model Verordening Jeugdhulp van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) gepubliceerd. De afgelopen jaren zijn er ontwikkelingen geweest die aanleiding hebben gegeven tot een nieuwe Model Verordening Jeugdhulp, waaronder: - De verder oplopende jeugdzorgkosten en de daarmee toenemende druk op de gemeentefinanciën; - De reeds vastgestelde Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 met de daarin gemaakte (verbeter)afspraken; - De wens en noodzaak tot een stevigere basis in de verordening ten aanzien van toezicht en handhaving in de Jeugdhulp. De Model Verordening Jeugdhulp van de VNG biedt daarmee, in lijn met de wens van het college, aanknopingspunten om de verordening Jeugdhulp van De Ronde Venen aan te scherpen en oplopende kosten terug te dringen.
Met het voorstel om onder andere artikel 5a ‘Eigen kracht’ en artikel 5b ‘Vervoer’ in te voegen en de wijzigingen in artikel 8 ‘Criteria individuele voorzieningen’ door te voeren voldoet het college aan het beter afbakenen van de jeugdhulpplicht conform de reeds vastgestelde Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. In afwachting van de nieuwe Jeugdwet, waar begrippen als ‘gebruikelijk zorg’ en ‘eigen kracht’ nader gedefinieerd zullen worden, heeft het college reeds deze begrippen verder afgebakend in haar verordening. Het uitgangspunt van deze wijzigingsvoorstellen ligt in artikel 1:247 van het Burgerlijk Wetboek, waarin de wettelijke verantwoordelijkheid van ouders bij de opvoeding en het verzorgen van de eigen minderjarige kinderen wordt beschreven.
blad 3 van 8
Artikel 5a betekent concreet dat jeugdigen en/of ouders pas in aanmerking komen voor een individuele voorziening als zij zelf aantoonbaar geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen de ‘eigen kracht’. Het begrip ‘eigen kracht’ wordt nader toegelicht in de verordening. Artikel 5b betekent concreet dat het uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer van het eigen minderjarige kind naar de jeugdhulpaanbieder. In de verordening wordt nader toegelicht hoe het college omgaat met een aanvraag voor Jeugdwetvervoer. Met onder andere de wijzigingsvoorstellen in artikel 8 ‘Criteria individuele voorzieningen’ sluit het college aan bij de lijn van de Hervormingsagenda Jeugd, waarin gesteld wordt dat de ingezette jeugdhulp aantoonbaar effectief moet zijn volgens de stand van de wetenschap en praktijk. Dit betekent concreet dat een individuele voorziening kan worden toegekend als de inzet van deze voorziening doeltreffend geacht kan worden. Tevens is in dit artikel afgebakend dat indien er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, bijvoorbeeld wanneer ouders zelf begeleiding nodig hebben ten gevolge van relationele problemen, dat de jeugdige of ouder niet in aanmerking komt voor een door het college te verlenen individuele voorziening vanuit de Jeugdwet.
Zoals geadviseerd door Berenschot in de domeinoverstijgende besparingsmaatregel ‘toezicht en handhaving Wmo en Jeugdzorg’ heeft de gemeente, naast een regionale toezichthouder, nu ook een team lokale toezichthouders voor de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet. Met het voorstel om onder andere artikel 14a ‘Rechtmatigheid en doelmatigheid’ en artikel 15a ‘Kwaliteitseisen’ in te voegen voldoet het college eraan dat gemeenten in hun verordening een stevigere basis ten aanzien van toezicht en handhaving in de Jeugdhulp vastleggen. Deze aanvullende wetgeving komt direct ten goede aan de effectiviteit van het toezicht op de Jeugdwet in De Ronde Venen. Voor een nadere toelichting en argumentatie op de voorgestelde wijzigingen van de ‘Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2020’ verwijst het college naar bijlage 1 van dit raadsvoorstel. 1.4 De voorgestelde wijzigingen in de ‘Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2020’ voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie. Een van de doelen van het voorliggende besluit is om de ‘Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2020’ te wijzigen zodat deze in lijn is met de geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie. Zo zijn er een aantal wijzigingen in de wet, zoals de plicht vanaf 1 juli 2024 tot het vaststellen van reële prijzen voor de te leveren zorg.
Gemeenten moeten op grond van de Algemene Maatregel van Bestuur (hierna: AMvB) in hun verordening aandacht besteden aan de wijze waarop zij tariefdifferentiatie bevorderen. Deze wijziging is doorgevoerd in de bijgevoegde stukken. Verder heeft de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) een aantal uitspraken gedaan waarin gesteld wordt dat algemene begrippen uit artikel 2.3 van de Jeugdwet nader dienen te worden uitgewerkt en geduid in de verordening op grond van artikel 2.9 van de Jeugdwet. Het gaat om de volgende uitspraken van de CRvB: ECLI:NL:CRVB:2024:1095 ECLI:NL:CRVB:2024:1096 en ECLI:NL:CRVB:2024:1097.
blad 4 van 8
Met het voorstel om artikel 5a ‘Eigen kracht’ in te voegen voldoet het college eraan dat gemeenten in hun verordening moeten regelen wat zij onder ‘eigen mogelijkheden’ en ‘oplossend vermogen’ verstaan. De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en de jeugdige worden samen ook wel ‘eigen kracht’ genoemd. Met de uitwerking van het begrip ‘eigen kracht’ biedt de gemeente voldoende rechtszekerheid aan ouders en jeugdige die een verzoek om jeugdhulp bij gemeente De Ronde Venen indienen. Voor een nadere toelichting en argumentatie op de voorgestelde wijzigingen van de ‘Verordening Jeugdhulp De Ronde Venen 2020’ verwijst het college naar bijlage 1 van dit raadsvoorstel. 2.3 De voorgestelde wijzigingen in de ‘Verordening Maatschappelijke Ondersteuning De Ronde Venen 2020’ betekenen een aanscherping van de lokale wetgeving ter uitvoering van de Wmo en voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie. De ‘Verordening Maatschappelijke Ondersteuning De Ronde Venen 2020’ is juridisch getoetst en gewijzigd met als doel om aan te scherpen wanneer een inwoner wel, deels of niet in aanmerking komt voor hulp of zorg betaald vanuit de Wmo. Hiermee komt de ondersteuning vanuit de Wmo ten goede aan inwoners die dit het hardste nodig hebben. Daarnaast wordt voldaan aan de opdracht om tot besparingen te komen in de uitvoering van de Wmo.
De belangrijkste wijzigingen in de verordening zijn als volgt: - In de verordening is een artikel 6b ‘primaat van verhuizen’ toegevoegd. Het primaat van verhuizen houdt in dat verhuizen naar een geschikte woonruimte voorrang heeft boven woonruimteaanpassingen. Aan de hand van dit artikel kan de gemeente de zorgvuldige afweging maken of een woningaanpassing ofwel een verhuizing de goedkoopste adequate oplossing is om een inwoner duurzaam te ondersteunen. - In de verordening is artikel 6c 'vervoersvoorzieningen’ nieuw toegevoegd ter vervanging van artikel 7 lid 6. Het adviesbureau Berenschot heeft een besparingsmaatregel voorgesteld om het individueel gebruik van de Regiotaxi te limiteren. Het voorstel van het adviesbureau was om het toegestane aantal kilometers te verlagen van 1500 km naar 1000 km per jaar. Geldende jurisprudentie bepaalt dat 1000 km per jaar ontoereikend is om te voldoen aan de opdracht vanuit de Wmo. Het college heeft ervoor gekozen om het artikel aan te scherpen door te differentiëren tussen inwoners die volledig afhankelijk zijn van het collectief vervoer en inwoners die ook over een ander vervoersmiddel beschikken, bijvoorbeeld over een scootmobiel. Voor die inwoners zal gelden dat zij hun hulpmiddel kunnen gebruiken voor verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving, en voor het collectief vervoer maximaal 1000 km per jaar kunnen reizen.
Het college vindt het passend om inwoners die reeds over een vervoersmiddel vanuit de Wmo beschikken te vragen om gericht gebruik te maken van het collectieve vervoersaanbod. - Bij het artikel 7 lid 4 ‘voorwaarden en weigeringsgronden’ is aangescherpt en uitgebreid wanneer geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt. Deze aanscherpingen zijn noodzakelijk om zo effectief en duurzaam mogelijke ondersteuning vanuit de Wmo mogelijk te maken vanuit het uitgangspunt van zelfredzaamheid. - Artikel 9 ‘regels voor een pgb’ en artikel 10 ‘hoogte pgb’ zijn aangescherpt vanuit het uitgangspunt om tot de goedkoopst adequate oplossing te komen.
blad 5 van 8
-
Net als in de aangepaste verordening Jeugdhulp zijn de artikelen ‘Rechtmatigheid en doelmatigheid’ (artikel 12a) en ‘Kwaliteitseisen’ (artikel 14) uitgebreid om een stevigere basis ten aanzien van toezicht en handhaving in de Wmo vastleggen. Deze aanvullende wetgeving komt direct ten goede aan de effectiviteit van het toezicht op de Wmo in De Ronde Venen.
De ‘Verordening Maatschappelijke Ontwikkelingen De Ronde Venen 2020’ is ook herzien om de lokale wetgeving in lijn te brengen met de geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie. Twee uitspraken van de CRvB hebben geleid tot wijzigingen in de verordening: - Artikel 6a is nieuw toegevoegd naar aanleiding van uitspraken van de CRvB in het kader van de Jeugdwet op 29 mei 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:1097). Dit artikel licht toe wat wordt verstaan onder gebruikelijke hulp in het kader van de Wmo. Deze uitspraak wordt ook verwerkt in de verordening Wmo omdat de verwachting is dat de CRvB hetzelfde zal oordelen over het vraagstuk gebruikelijke hulp in de Wmo als binnen de Jeugdwet. - Het onderdeel ‘toelichting op de verordening 2020’ is gewijzigd. Het adviesbureau Berenschot heeft in haar rapport een besparingsmaatregel voorgesteld waardoor, in het geval van kleine woningaanpassingen, meer kosten op inwoners kunnen worden verhaald. Er is verkend of deze maatregel kon worden toegepast in De Ronde Venen. In het geval een inwoner een aanvraag doet voor een voorziening Wmo toetst de gemeente echter al of dit een algemeen gebruikelijke voorziening betreft die de inwoner zelf dient te bekostigen. Daarbij houdt de gemeente oog voor de jurisprudentie die op dit gebied juist strenger is geworden door een uitspraak op 11 juli 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:1362).
De besparingsmaatregel van Berenschot heeft zodanig niet tot aanpassingen in de uitvoering geleid. In de gewijzigde verordening is bij ‘toelichting op de verordening’ wel gewijzigd wat, naar aanleiding van de uitspraken van de CRvB, gezien wordt als algemeen gebruikelijk. Voor een nadere toelichting en argumentatie op de voorgestelde wijzigingen van de ‘Verordening Maatschappelijke Ondersteuning De Ronde Venen 2020’ verwijst het college naar bijlage 3 van dit raadsvoorstel. Kanttekeningen 1.1 / 2.1 De wijzigingen van de verordeningen gaan gevolgen hebben voor de hulp en ondersteuning die inwoners nu en in de toekomst ontvangen. Na de vaststelling van dit raadsvoorstel gelden de twee nieuwe verordeningen, in combinatie met de gewijzigde nadere regels Jeugdhulp en Wmo, als grondslag voor het (deels) toe- of afwijzen van hulp door de lokale teams. Inwoners die een hulp- en/of ondersteuningsvraag hebben kunnen zoals altijd bij het lokale team terecht met hun vragen. Het kan zijn dat inwoners die met een nieuwe hulpvraag aankloppen op basis van de verordeningen 2025 minder of geen geïndiceerde hulp krijgen terwijl ze daar onder de nu geldende verordeningen (Jeugdhulp laatst gewijzigd in 2023; Wmo laatst gewijzigd in 2020) wel aanspraak op konden maken.
Het college acht het echter nodig om maatregelen te nemen om ook in de toekomst grip te kunnen houden op de kosten en tegelijkertijd de zorg toegankelijk te houden voor de inwoners die het nodig hebben. Financiën
blad 6 van 8
Op 23 oktober 2024 heeft de raad ingestemd met een taakstelling in de begroting 2025 voor Jeugd en Wmo. Het college dient een besparing van € 1.150.000 op Jeugd en Wmo in 2025 en een besparing van € 2.150.000 in 2026 te realiseren. Het aanpassen van de verordeningen legt een belangrijk fundament om te komen tot een deel van de afgesproken besparing. Berenschot heeft twee concrete besparingsmaatregelen geadviseerd die aanpassingen van de verordening Wmo zouden vereisen (W3 en W4). Zoals eerder in het raadsvoorstel toegelicht heeft verdiepend juridisch onderzoek uitgewezen dat de maatregelen niet kunnen worden ingevoerd zoals geschetst door het adviesbureau. Dit is ook getoetst bij het bureau zelf. Daardoor is het voor deze twee besparingsmaatregelen niet realistisch om van de voorgespiegelde besparing van 110.000 euro uit te gaan. In het aanscherpen van de verordeningen heeft het college echter breder gekeken naar manieren om te besparen dan sec de besparingsmaatregelen voorgesteld door Berenschot, zoals reeds is toegelicht in dit raadsvoorstel. Het college acht het realistisch om met de wijziging van de verordeningen (en de nadere regels die daarop volgen) bij te dragen aan de besparingsopgave voor Jeugd en Wmo. Als onderdeel van het ambtelijk programma wordt gemonitord wat de kwantitatieve verbeteringen en besparingen opleveren.
Hiertoe worden de gegevens (zowel descriptief als financieel) van 2025-2027 periodiek afgezet tegen de gegevens van 2023. Betrokkenheid en communicatie Het college heeft de adviescommissies in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen bij de besluitvorming over de verordeningen betreffende Jeugdhulp en Wmo (bijlagen 5, 6 & 7). Dit heeft tot een aantal aanscherpingen geleid in beide verordeningen. In de brief van het college aan adviesraden staat puntsgewijs toegelicht waar en waarom hun advies wel of niet tot wijzigingen heeft geleid (bijlagen 8 & 9). Na instemming van de gemeenteraad worden de gewijzigde verordeningen gepubliceerd op overheid.nl. Vervolg Na instemming gemeenteraad gaan de verordeningen zo snel mogelijk van kracht. Over de verdere uitvoering van ambtelijk programma wordt de gemeenteraad geïnformeerd in de kwartaalbrief sociaal domein. De eerstvolgende kwartaalbrief volgt medio februari. Het college is daarnaast voornemens om in maart een informerende bijeenkomst te organiseren om de raad bij te praten over de voortgang van het ambtelijk programma ‘Verbeter- en besparingsmaatregelen: vizier op de toekomst’. Gelijktijdig met de raadsbehandeling van de aangepaste verordeningen wordt door het college ook de wijzigingen van de nadere regels en beleidsregels Jeugdhulp en Wmo behandeld.
Deze wijzigingen vloeien voort uit, en sluiten aan op de herziene verordeningen Jeugdhulp en Wmo. Het vaststellen van de nadere regels is een collegebevoegdheid.
blad 7 van 8
Evaluatie Het is gebruikelijk om minstens iedere vier jaar te verkennen of verordeningen nog aansluiten bij de praktijk en de geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen
Marco Vonk secretaris
Maarten Divendal burgemeester
blad 8 van 8