CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel verklaring van geen bedenkingen voor een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning aan de Gein-Noord in Abcoude

Politieke commissie 22 mei 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel verklaring van geen bedenkingen voor een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning aan de Gein-Noord in Abcoude1.700 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel verklaring van geen bedenkingen voor een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning aan de Gein-Noord 61 in Abcoude.

Raadsvoorstel

Aan: de gemeenteraad Datum: 16 april 2024 Raadsvergadering: 30 mei 2024 Commissie: Klik of tik om tekst in te voeren. Organisatieonderdeel: Team Omgeving Portefeuillehouder: Huib Zevenhuizen Naam behandelend ambtenaar: Annet Krijgsman Registratienummer: Klik of tik om tekst in te voeren. Ter inzage: Klik of tik om tekst in te voeren. Bijlage(n): 1. Ontwerp beschikking Omgevingsvergunning Gein-Noord 61

Onderwerp Verklaring van geen bedenkingen voor een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning aan Gein-Noord 61 in Abcoude. Voorstel 1. Een Verklaring van geen bedenkingen (VVGB), als bedoeld in artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), af te geven voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning aan Gein-noord 61 in Abcoude; 2. De behandeling van eventuele zienswijzen op de VVGB aan het college te mandateren. Inleiding Voor het perceel Gein-Noord 61 in Abcoude is een omgevingsvergunning aangevraagd om de agrarische bedrijfswoning als een plattelandswoning te mogen gebruiken. Dit is in strijd met het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Abcoude Buitengebied’. Via de uitgebreide procedure (artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wabo) kan er toch medewerking worden verleend aan de aanvraag. Er is vastgesteld dat er geen ‘evident privaatrechtelijke belangen’ zijn of andere regels die in de weg staan om medewerking te verlenen. Het plan voldoet aan de eisen van de goede ruimtelijke ordening, aan de Wet op de plattelandswoning en is in lijn met de jurisprudentie over deze wet. De woning aan Gein-Noord 61 is een agrarische bedrijfswoning behorend bij het agrarisch bedrijf op Gein-Noord 62.

De voormalige eigenaar van het agrarisch bedrijf is eigenaar van het pand, woont er nog steeds en wil er blijven wonen zolang mogelijk. De woning is formeel een tweede bedrijfswoning behorend bij het naastgelegen bedrijf. Omdat zij geen eigenaar van het bedrijf meer is, en ook geen verdere binding heeft met het bedrijf, mag ze er volgens het bestemmingsplan nu niet blijven wonen.

blad 1 van 4

De nieuwe eigenaar heeft het bedrijf op Gein-Noord 62 op 31 oktober 2013 gekocht. De nieuwe eigenaar van het bedrijf heeft het recht van eerste aankoop op de woning Gein-Noord 61. Dit recht staat niet in de weg om de bedrijfswoning om te zetten naar een plattelandswoning. De eigenaar van Gein-Noord 62 heeft aangegeven bang te zijn dat hij in de toekomst zijn bedrijf niet verder kan ontwikkelen. Deze angst vloeit voort uit de recente jurisprudentie waaruit blijkt dat ook een plattelandswoning een goed woon- en leefklimaat dient te hebben en dat er dus niet te veel geur- en geluidsoverlast mag zijn. Voor deze specifieke casus is dit onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn met betrekking tot teveel geur- en geluidsoverlast. De angst van de eigenaar van nummer 62 is daarmee ongegrond. De aanvraag voor een omgevingsvergunning is ontvangen op 17 mei 2019. De vergunning wordt voorbereid met een uitgebreide procedure, conform artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3o van de Wabo en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor zijn de nieuwe regels die zijn vastgelegd in de invoeringswet Omgevingswet nog niet van kracht. In de overgangsregeling van deze wet wordt bepaald dat de Wabo en alle bijbehorende wetgevingen van kracht blijven ook wanneer de procedure wordt afgerond na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

In deze procedure kunnen zienswijzen worden ingebracht en na het nemen van het besluit kan er direct beroep worden aangetekend bij de rechtbank. Dit is in lijn met de vaste rechtspraak. Deze aanvraag loopt al geruime tijd, sinds 17 mei 2019. Dit heeft verschillende oorzaken, waarvan de belangrijkste te maken heeft met het feit dat de nieuwe eigenaar van het bedrijf op Gein-Noord 62, niet heeft ingestemd met de omzetting van deze woning naar een plattelandswoning. Het is gebruikelijk dat eerst wordt getracht het geschil minnelijk op te lossen door middel van mediation. Ondanks diverse pogingen is dit niet gelukt. De eigenaar van nummer 62 en de aanvrager zijn het niet eens over de omzetting van de bedrijfswoning op nummer 61 naar een plattelandswoning. Beoogd effect De omgevingsvergunning maakt het mogelijk de bestaande voormalige agrarische bedrijfswoning te gebruiken als plattelandswoning.

Argumenten 1.1

Het toekennen van de status van plattelandswoning is in overeenstemming met de Wet Plattelandswoningen uit 2013 en sluit aan bij de ‘structuurvisie De Ronde Venen 2030’. Het bestemmingsplan ’Buitengebied-Abcoude’ uit 2009 kent geen mogelijkheid voor het toestaan van een plattelandswoning. De Wet Plattelandswoningen dateert uit 2013 en is daarom niet verwerkt het bestemmingsplan ‘Buitengebied-Abcoude’. De mogelijkheid voor het toekennen van een plattelandswoning is wel meegenomen in de ‘structuurvisie De Ronde Venen 2030’ (paragraaf 3.3.6). De structuurvisie geeft aan de mogelijkheden van de Wet plattelandswoningen te benutten. De raad heeft daarmee de mogelijkheid geboden om ook elders in onze gemeente de plattelandswoning mogelijk te maken. Daarnaast is de mogelijkheid al wel opgenomen in bestemmingsplan 'Buitengebied-West' en het bestemmingsplan ‘Dorpskernen'. Er wordt daarmee aangesloten bij door de raad vastgesteld beleid. Uit vaste rechtspraak (ECLI:NL:RVS:2020:2695) blijkt dat de gemeente kan weigeren om een bepaalde woning aan te wijzen als plattelandswoning, als de milieubelasting op die woning

blad 2 van 4

zeer hoog is, en de gemeente dat niet acceptabel acht. De Raad van State gaat in die uitspraak wel na of de gemeente dit inhoudelijk en door onderzoek met betrekking tot de woning zelf voldoende heeft onderbouwd. Conclusie: Het omzetten van de bedrijfswoning naar de plattelandswoning past binnen het beleid vastgesteld door de raad en een goede ruimtelijke ordening. 1.2

Volgens de jurisprudentie is een VVGB nodig van de raad Het college wil de feitelijke situatie ook planologisch mogelijk maken. Dit kan volgens het beleid en er zijn geen redenen om dit niet te doen. Volgens de jurisprudentie is er dan een VVGB nodig van de raad. Pas nadat de raad een besluit heeft genomen wordt de ontwerpomgevingsvergunning ter inzage gelegd.

1.3

Het plan voldoet aan de voorwaarden die het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ stelt voor het toestaan van een plattelandswoning Het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ is in 2019 vastgesteld en bevat de meest actuele regels voor het buitengebied. Het is de bedoeling dat de regels voor het buitengebied van Abcoude bij een planherziening gelijkgetrokken worden met die van het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’. Nu gelden er namelijk in het oostelijk en westelijk gedeelte van het buitengebied van onze gemeente verschillende regels voor dezelfde situaties. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ zijn mogelijkheden voor het toestaan van plattelandswoningen opgenomen. Vooruitlopend op het voornemen om in de toekomst de regels voor het gehele buitengebied te uniformeren, is in dit geval gebruik gemaakt van de voorwaarden van het bestemmingplan ‘Buitengebied-West’. In de ruimtelijke onderbouwing die bij het verzoek is toegevoegd, is aangetoond dat voldaan wordt aan de voorwaarden die het bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’ stelt voor het toekennen van een plattelandswoning. Daarmee past het omzetten van de bedrijfswoning naar plattelandswoning binnen het door de raad vastgestelde beleid.

1.4

Aangetoond is dat er met het toekennen van de status plattelandswoning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de jurisprudentie op het gebied van het toestaan van plattelandswoningen is de belangrijkste voorwaarde dat er sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat ondanks een naastgelegen agrarisch bedrijf. Uit de bij het verzoek bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing blijkt dat aangetoond is dat hier voor de toe te kennen plattelandswoning aan voldaan wordt. Er zal dus geen onaanvaardbare geluids- en geurhinder zijn.

1.5

Voor het toekennen van de status plattelandswoning wordt het feitelijk gebruik planologisch geregeld. De tweede bedrijfswoning wordt al geruime tijd niet meer bewoond door personen die werkzaam zijn binnen het agrarisch bedrijf. Feitelijk is de woning dus al geruime tijd niet meer in gebruik als (tweede) bedrijfswoning. Middels deze vergunning wordt de feitelijke situatie in overeenstemming gebracht met de planologische situatie.

blad 3 van 4

1.6

2.1

De bevoegdheid voor het doorlopen van de benodigde procedure en vervolgens het verlenen van de vergunning ligt bij het college. Meewerken aan de aanvraag is mogelijk met een uitgebreide afwijkingsprocedure conform artikel 2.12 eerste lid sub a onder 3o van de Wabo. Voor deze procedure is volgens de jurisprudentie een VVGB van de raad nodig. Spoedige afhandeling van de vergunningaanvraag is wenselijk. Daarom vraagt het college een mandaat van de raad om zelf de eventuele zienswijzen te mogen afhandelen. Uit de jurisprudentie blijkt dat alleen het orgaan tegen wie de zienswijze is gericht de zienswijze moet afhandelen. De raad moet de zienswijze dus of zelf afhandelen, of het college daarvoor mandateren. Dat laatste is de meest gebruikelijke gang van zaken. En daardoor kan de vergunning dan ook snel verleend worden. Omdat de conceptvergunning ook nog 6 weken ter inzage moet worden gelegd, kan er door de raad geen besluitvorming plaatsvinden tot na het zomerreces.

Kanttekeningen 1.1

Zienswijzen kunnen worden ingediend tegen het ontwerpbesluit en de VVGB. Er kunnen zienswijzen binnenkomen om de vergunning niet te verlenen. Een zienswijze kan alleen door een belanghebbende worden ingediend. Dit kan een directe buur zijn, of een stichting die voor relevante belangen opkomt. Nu de eigenaar van nummer 62 het niet eens is met de omzetting van de bedrijfswoning naar plattelandswoning op nummer 61 verwachten wij een zienswijze van hem. De eigenaar van nummer 62 heeft het recht van eerste koop op nummer 61. Een plattelandswoning is duurder dan een bedrijfswoning. Daarnaast is er dus de angst dat hij wordt belemmert bij toekomstige ontwikkelingen van zijn bedrijf. Vervolgens kan er na het afgeven van de omgevingsvergunning beroep bij de rechtbank worden ingesteld.

Financiën Niet van toepassing. Betrokkenheid en communicatie Na besluitvorming zal de ontwerpvergunning 6 weken ter inzage worden gelegd. Dit wordt gepubliceerd op overheid.nl en in de krant ‘De Groene Venen’. Vervolg Na instemming met het bijgevoegde raadsvoorstel wordt de omgevingsvergunning ter inzage gelegd. Daarna wordt de omgevingsvergunning ter besluitvormig voorgelegd aan het college. Evaluatie Niet van toepassing. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen,

Marco Vonk secretaris

Maarten Divendal burgemeester

blad 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14060503/2