Raadsvoorstel Vaststelling Omgevingsvisie De Ronde Venen
Tekst van het document
Raadsvoorstel Aan: de gemeenteraad Datum: 14 oktober 2025 Raadsvergadering: 20 november 2025 Commissie: Organisatieonderdeel: Ruimte en Economie Portefeuillehouder: Wethouder Van der Greft Naam behandelend ambtenaar: Martine Heidema en Jasper van der Scheer Registratienummer: 1177632 Ter inzage: Bijlage(n): 1. Omgevingsvisie De Ronde Venen 2040 2. Raamwerk De Ronde Venen 2040 3. Nota van Participatie omgevingsvisie De Ronde Venen 4. Plan-MER omgevingsvisie De Ronde Venen 5. Commissie mer toetsingsadvies milieueffectrapport omgevingsvisie De Ronde Venen 6. Reactienota zienswijzen omgevingsvisie De Ronde Venen 7. Overzicht wijzigingen en toevoegingen omgevingsvisie
Onderwerp: Vaststelling Omgevingsvisie De Ronde Venen 2040 Voorstel 1. De Omgevingsvisie De Ronde Venen 2040 inclusief bijlagen vast te stellen; 2. In te stemmen met de reactienota zienswijzen; 3. Intrekken van de bestaande structuurvisie De Ronde Venen. Inleiding De eerste omgevingsvisie van de gemeente De Ronde Venen is gereed. De omgevingsvisie is een langetermijnvisie voor de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente. Hierin worden de kaders voor de toekomst van de gemeente tot 2040 bepaald. Twee jaar geleden is gestart met het opstellen van de omgevingsvisie, dit is gedaan in drie fasen: 1. Raamwerk De Ronde Venen 2040 2. Koers bepalen 3. Uitwerking toekomstbeeld Via de Raadsinformatiebrief 26 maart 2024 is de raad geïnformeerd over de eerste fase van het proces en is het Raamwerk met de raad gedeeld. De tweede fase van het traject is afgerond met
blad 1 van 7
het vaststellen van het Koersdocument op 30 januari 2025 (Raadsvoorstel Koersdocument Omgevingsvisie). In fase drie is toegewerkt naar het opstellen van de omgevingsvisie. Op basis van het Koersdocument zijn de daarin opgenomen strategische keuzes verder uitgewerkt en verdiept in uitgangspunten en vertaald in gebiedsgerichte uitwerkingen. Hierover zijn gesprekken gevoerd met inwoners en heeft op 20 mei 2025 een voorbereidende bijeenkomst met de raad plaatsgevonden. Daarbij is in een Werksessie gemeenteraad 20 mei 2025 met de raad een gesprek over de keuzes gevoerd. Op basis van deze inbreng is de ontwerp-omgevingsvisie opgesteld. Hierover is de raad op 24 juni 2025 door middel van een Raadsinformatiebrief ontwerp-omgevingsvisie geïnformeerd. De ontwerp-omgevingsvisie heeft samen met de plan-MER gedurende 8 weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn er 10 zienswijzen binnengekomen. Deze zienswijzen zijn beantwoord in een reactienota en worden betrokken bij het vaststellen van de omgevingsvisie. De Commissie van de milieueffectrapportage heeft het plan-MER getoetst en daarover een advies uitgebracht. De Commissie is van mening dat het plan-MER goed leesbaar en overzichtelijk is en waardevolle aanbevelingen bevat voor de omgevingsvisie.
Volgens de Commissie ontbreekt in het plan-MER op enkele onderdelen nog informatie welke aangevuld moet worden om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen laten wegen bij het besluit over het vaststellen van de omgevingsvisie. Beoogd effect Met het vaststellen van de Omgevingsvisie De Ronde Venen 2040 wordt de langetermijnvisie voor de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente vastgesteld. Argumenten 1.1 De omgevingsvisie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid voor De Ronde Venen voor de komende jaren Om de doelen en ambities richting 2040 te realiseren moeten er nu integrale keuzes en afwegingen op alle opgaven worden gemaakt. Er zijn veel opgaven te onderscheiden en deze passen niet allemaal naast elkaar op het grondgebied van de gemeente. In de omgevingsvisie is gezocht naar slimme verbindingen en kansen voor meervoudig gebruik van de ruimte. Omdat de toekomst onzeker is en er de komende jaren een groot aantal ontwikkelingen op ons afkomen is de omgevingsvisie geen blauwdruk maar een dynamisch document. Als het nodig is kunnen de komende jaren doelen en ambities worden bijgesteld. In de omgevingsvisie wordt voorgesteld om de omgevingsvisie iedere 4 jaar te evalueren in het jaar volgend op de gemeenteraadsverkiezingen.
1.2 In de omgevingsvisie zijn de grootste opgaven en ambities voor de fysieke leefomgeving doorvertaald Voor de woningbouwambities wordt waar mogelijk ingezet op het bouwen van woningen binnen de contouren van de dorpen. Daarnaast stelt de omgevingsvisie voor om voor nieuwe woningbouwlocaties te kijken naar plekken in de gemeente die goed bereikbaar zijn met het ov, de fiets en de auto. Hier ligt de focus op geclusterde woningbouw om de impact op het groen en landelijke karakter in zijn totaliteit te beperken. Voor de periode tot 2040 is gekozen voor de woningbouwlocaties Amstelhoek, Mijdrecht-west en Abcoude Zuidoost.
blad 2 van 7
In de omgevingsvisie wordt gekozen voor het versterken van de economische structuur. Gekozen wordt om het Bedrijventerrein Mijdrecht met 12 hectare netto uit te breiden. De voorwaarde is dat deze ontwikkeling een duidelijke meerwaarde biedt aan de lokale economie en werkgelegenheid van De Ronde Venen. Gezien de bestaande en de te verwachten toekomstige knelpunten in het lokale wegennet bij nieuwe ontwikkelingen zet de omgevingsvisie in op knooppuntontwikkeling als basis voor nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen: wonen, werken en voorzieningen brengen we zoveel mogelijk in de nabijheid van ov-haltes of hubs. Tevens wordt maximaal ingezet op frequent vervoer langs de gestrekte ov-as. En daar waar de gestrekte ov-as over de N201 loopt, zet de omgevingsvisie in op een verbeterde doorstroming van het openbaar vervoer. De mogelijkheden van vrij liggende infrastructuur voor het openbaar vervoer wordt daarin verkend. Met betrekking tot de opgave voor duurzame energie moet ruimte gevonden worden voor zonnevelden. In de omgevingsvisie is opgenomen dat voor grootschalige zonnevelden op termijn de mogelijkheden worden onderzocht om deze te clusteren en goed te borgen dat de landschappelijke structuur altijd de basis vormt voor goede inpassing. Dit wordt nader uitgewerkt in de herijking van het zonneveldenbeleid.
Deze herijking wordt de volgende bestuursperiode door de gemeenteraad vastgesteld. 1.3 De omgevingsvisie heeft een uitvoeringsparagraaf In de uitvoeringsparagraaf wordt aangegeven op welke manier de gewenste ontwikkelingen en ambities tot stand kunnen komen. De gemeente wil ruimte bieden voor initiatiefnemers die investeren in een toekomstbestendige leefomgeving en verantwoordelijkheid nemen voor de ruimtelijke ontwikkeling. De omgevingsvisie vormt hierbij het afwegingskader. Dit kan betekenen dat er kritisch gekeken wordt naar initiatieven die weinig of nauwelijks bijdragen aan de gestelde doelen, maar ook dat bij initiatieven die goed passen binnen de visie extra kracht wordt bijgezet. In de uitvoeringsparagraaf is opgenomen welke onderwerpen in een omgevingsprogramma of een thematisch of gebiedsgericht beleidskader worden uitgewerkt. De lijst van gevallen waarin advies van de gemeenteraad verplicht is blijft hierbij van kracht, waarbij de gemeenteraad tevens aan zet blijft om de verdere uitwerking en koers te bewaken. 1.4 In de Nota van Participatie zijn de resultaten weergegeven van het gehele participatietraject van de omgevingsvisie In de omgevingsvisie moet staan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten daarvan zijn.
De overheid mag zelf weten hoe zij daar invulling aan geeft. De Omgevingsvisie De Ronde Venen 2040 is tot stand gekomen met behulp van inwonerparticipatie. Inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties praten mee. Ook hebben we gesproken met andere overheden zoals de buurgemeenten en de provincie. In de Nota van Participatie zijn de resultaten van de participatie in de eerste, tweede en derde fase van de omgevingsvisie opgenomen. De hoofdlijnen van de opbrengsten zijn in de Nota van
blad 3 van 7
Participatie opgenomen met daarbij een toelichting op welke wijze de input is verwerkt in de omgevingsvisie. 1.5 Het plan-MER geeft de (milieu-)informatie die nodig is om een besluit te nemen over de vaststelling van de omgevingsvisie. In het plan-MER zijn de effecten van de omgevingsvisie op de leefomgeving inzichtelijk gemaakt en is bepaald en in hoeverre de voorgestelde koers bijdraagt aan het behalen van de gestelde gemeentelijke ambities. Een aantal aanbevelingen uit het plan-MER zijn overgenomen in de omgevingsvisie. Zoals een aantal uitgangspunten en ambities op het gebied van duurzaamheid, het opnemen van natuurontwikkelingsprojecten en de koppeling van de Hoofdverdedigingslijn Stelling van Amsterdam aan de fietsverbinding. Op basis van het plan-MER wordt een besluit op de omgevingsvisie genomen waarbij de milieubelangen volwaardig worden meegewogen. 1.6 Op basis van het plan-MER heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage een toetsingsadvies uitgebracht De Commissie voor de milieueffectrapportage is een onafhankelijke commissie die bij wet is ingesteld en bevoegd is om adviezen te geven over milieueffectrapporten en andere documenten waarin milieu-informatie is vastgelegd. De adviezen zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming te verbeteren door te wijzen op de tekortkomingen in de milieueffectrapporten.
Op basis van deskundigheid wordt per project een werkgroep samengesteld. Deze werkgroep heeft een bezoek gebracht aan de gemeente om inzicht te krijgen in de specifieke omstandigheden van het plan. Zij hebben op 8 oktober 2025 een toetsingsadvies uitgebracht. 1.7 De Commissie voor de milieueffectrapportage geeft in haar toetsingsadvies aanbeveling ten behoeve van de besluitvorming van de omgevingsvisie en voor het vervolgtraject De adviezen van de Commissie voor de milieueffectrapportage zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming te verbeteren door te wijzen op de tekortkomingen in de milieueffectrapporten. De Commissie doet in haar toetsingsadvies een aantal aanbevelingen voor het vervolg ná vaststelling van de omgevingsvisie: - Vertaal de sociaal-maatschappelijke en fysiek-ruimtelijke karakteristieken van de verschillende deelgebieden van de gemeente in gebiedskarakteristieken en te beschermen kernwaarden. Dit vergroot de herleidbaarheid van toekomstige besluiten als een logische uitwerking van deze integrale omgevingsvisie. - Stel het ruimtelijk kwaliteitskader zo spoedig mogelijk op, voorafgaand aan het opstellen van programma’s. Zo is tijdig een afwegingskader beschikbaar voor ontwikkelingen van de gemeente zelf en van andere initiatiefnemers (die de gemeente als bevoegd gezag moet toetsen aan de omgevingsvisie en het daarop te baseren omgevingsplan).
- Gebruik het kader om synergie en strijdigheden binnen de verschillende deelgebieden nader te analyseren. Zo zal de aanwezigheid van het Natura 2000-gebied Botshol en van UNESCO werelderfgoed Hollandse Waterlinies sterk bepalend zijn voor de mogelijkheden in sommige deelgebieden. - Stel een ‘agenda’ op voor het vervolg waarin duidelijk wordt over welke dilemma's nog een besluit moet worden genomen en hoe en wanneer deze besluiten worden genomen. Waarbij het belangrijk is dat de samenhang tussen omgevingseffecten en de keuzes die mede op basis daarvan in de omgevingsvisie zijn gemaakt bij elke uitwerking van de omgevingsvisie wordt behouden.
blad 4 van 7
Voorgesteld wordt om, volgens de aanbeveling van de Commissie, op korte termijn te starten met het opstellen van het omgevingsprogramma “Ruimtelijk Kwaliteitskader”. Met dit programma sturen we op de kwaliteit van de leefomgeving waarbij nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de grote ruimtelijke opgaven en ambities die de komende decennia in dit gebied spelen. Het zwaartepunt van deze opgaves en ambities ligt in Mijdrecht en Wilnis. Bij het opstellen van het programma ligt de focus daarom in eerste instantie op dit gebied. Onder de Omgevingswet is het vaststellen van een omgevingsprogramma als een “Ruimtelijk Kwaliteitskader” een bevoegdheid van het college, op basis van de kaders die door de gemeenteraad, in de omgevingsvisie, zijn vastgesteld. De omgevingsprogramma's zijn vervolgens input voor het op te stellen omgevingsplan waar de gemeenteraad over beslist. Onderstaande afbeelding geeft de beleidscyclus van de Omgevingswet weer: 2.1 De ingediende zienswijzen leiden niet tot substantiële wijzigingen van de omgevingsvisie Tijdens de terinzagelegging van de ontwerp-omgevingsvisie van 28 juni 2025 tot en met 22 augustus 2025 zijn er 10 zienswijzen ingediend. Op basis van de zienswijzen zijn teksten aangescherpt en toegevoegd. De zienswijzen hebben niet geleid tot substantiële en structurele wijzigingen van de omgevingsvisie. Zie hiervoor bijlage 6 bij dit raadsvoorstel.
3.1 De omgevingsvisie vervangt de huidige Structuurvisie De Ronde Venen 2030 De Structuurvisie De Ronde Venen 2030 is in 2013 vastgesteld. Onder de Omgevingswet wordt de structuurvisie vervangen door de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is voor het fysieke domein het bovenliggende beleidskader, daaronder kunnen zogenaamde 'omgevingsprogramma's' uitgewerkt worden. Dit kunnen thematische en gebiedsgerichte uitwerkingen zijn, denk aan de mobiliteitsvisie, de woonvisie en de erfgoedvisie. Deze reeds vastgestelde en nog vast te stellen visies zijn tot stand gekomen in afstemming met de omgevingsvisie en behouden hun status onder de Omgevingswet. Kanttekeningen 1.1 Een omgevingsvisie is niet juridisch bindend Een omgevingsvisie bindt alleen het bestuursorgaan dat de visie heeft opgesteld en heeft geen directe juridische gevolgen voor burgers. Dit betekent dat de visie vooral richtinggevend is en niet afdwingbaar. Ook andere bestuursorganen, zoals provincies of waterschappen, zijn niet verplicht om de omgevingsvisie van een gemeente te volgen. 1.2 De Commissie voor de milieueffectrapportage constateert dat er meer inzicht nodig is in het systeem van water, bodem en natuur De Commissie is van mening dat de samenhangende effecten van water, bodem en natuur onvoldoende in beeld zijn gebracht in de plan-MER.
De Commissie adviseert om een samenhangende analyse te maken van het systeem van water, bodem en natuur, die op hoofdlijnen inzicht geeft in de problematiek in het veenweidegebied (en Botshol in het bijzonder) en oplossingen daarvoor. En op basis hiervan een alternatief uit werken om na te gaan hoe haalbaar de gemeentelijke ambities voor water, bodem en natuur zijn en welke oplossingen er op hoofdlijnen zijn om deze te realiseren, bij wie de verantwoordelijkheid daarvoor ligt, en de omgevingsvisie hierop bij te stellen.
blad 5 van 7
De problematiek en opgaven op het gebied van water, bodem en natuur binnen de gemeente zijn groot en complex en overstijgen het niveau van de gemeente. De oplossingen vereisen een structurele en gezamenlijke aanpak met verschillende partijen. In de omgevingsvisie is de keuze gemaakt om als uitwerking van de omgevingsvisie samen met ondernemers, inwoners, grondeigenaren, lokale verenigingen/stichtingen en ketenpartners aan de slag gaan met de beschreven ruimtelijke opgaven die er in het buitengebied spelen. De provincie Utrecht en het Waterschap AGV hebben hierin een leidende rol. Dit wordt opgepakt en uitgewerkt in gebiedsprocessen welke volgen ná vaststelling van de omgevingsvisie. 1.3 De Commissie voor de milieueffectrapportage constateert dat er meer inzicht nodig is in de effecten van woningbouw op Werelderfgoed Hollandse Waterlinies Ten behoeve van de woningbouwopgave zijn de in de omgevingsvisie een aantal toekomstige woningbouwlocaties aangeduid. Deels zal de woningbouw plaatsvinden binnen bestaande contouren, deels aansluitend aan de grotere dorpen (zoals bij Abcoude, Mijdrecht en Amstelhoek) en deels een ‘straatje erbij’ bij de kleine dorpen. De Commissie constateert dat er geen alternatief is onderzocht dat expliciet rekening houdt met (de effecten op) werelderfgoed.
Om de haalbaarheid van woningbouwlocaties beter te beoordelen is toetsing aan de Uitzonderlijke Universele Waarden (OUV) nodig. Het aanwijzen van de woningbouwlocaties in de omgevingsvisie is gebaseerd op een integrale afweging waarbij het principe ‘water en bodem sturend’ het vertrekpunt is geweest en zoveel mogelijk rekening is gehouden met de verkeersdoorstroming en bereikbaarheid van de gemeente. En met het uitgangspunt om de impact op het groen en landelijk karakter zo veel mogelijk te beperken. De voorgestelde woningbouwlocaties in Abcoude en Amstelhoek liggen daarbij aan de relatief ‘veilige’ zijde van het werelderfgoed. Ontwikkeling van deze woningbouwprojecten kan door investeringen die daardoor mogelijk worden (bijvoorbeeld door het principe van ‘Groen groeit mee’) op positieve wijze bijdragen aan het versterken van het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam). Bij de uitwerking van de omgevingsvisie en de concrete planvorming van deze woningbouwlocaties zal een Heritage Impact Assessment (HIA) worden uitgevoerd om het effect van de voorgenomen ingrepen op erfgoedwaarden te bepalen. Financiën Niet van toepassing. Betrokkenheid en communicatie Belangrijk onderdeel van het omgevingsvisieproces is de participatie.
De gemeenten hebben op basis van artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit een motiveringsplicht en moeten bij vaststelling van de omgevingsvisie aangeven hoe invulling is gegeven aan de participatie. Dit proces van participatie is opgenomen in de Nota van Participatie. Vervolg De Omgevingsvisie De Ronde Venen 2040 treedt in werking de dag na de bekendmaking. Vanaf die datum is de omgevingsvisie digitaal te bekijken op officielebekendmakingen.nl of via omgevingswet.overheid.nl. De vastgestelde omgevingsvisie kan ook worden gedownload op de gemeentelijke website.
blad 6 van 7
Tegen het besluit tot vaststelling van de Omgevingsvisie De Ronde Venen 2040 kan geen bezwaar worden gemaakt of beroep worden ingesteld. Evaluatie Om de omgevingsvisie zo actueel mogelijk te houden, wordt deze periodiek geëvalueerd. Het tempo waarin de visie wordt aangepast hangt af van de ervaringen die worden opgedaan met andere instrumenten en de monitoring van de doelen. En van de staat van de fysieke leefomgeving. Voorgesteld wordt om de omgevingsvisie in ieder geval elke 4 jaar te evalueren, in het jaar volgend op de gemeenteraadsverkiezingen. Dit leidt dan mogelijk tot een herijking. Daarnaast is het mogelijk om de visie van een herijking te voorzien wanneer (maatschappelijke) opgaven in de fysieke leefomgeving daar aanleiding toe geven.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen
Marco Vonk secretaris
Maarten Divendal burgemeester
blad 7 van 7