Raadsvoorstel Oprichting één omgevingsdienst in de provincie Utrecht
Tekst van het document
Raadsvoorstel Aan: de gemeenteraad Datum: 10 december 2024 Raadsvergadering: 31 januari 2025 Commissie: Organisatieonderdeel: Omgeving Portefeuillehouder: Burgemeester Divendal Naam behandelend ambtenaar: Maryem Fizazi Registratienummer: 778316 Ter inzage: Bijlage(n): Bijlage 1: Toelichting van de ontwikkelingen Bijlage 2: Aanbiedingsbrief voorstel oprichting één omgevingsdienst in de provincie Utrecht Bijlage 3a: Ontwerp-gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht Bijlage 3b: Artikelsgewijze toelichting bij Ontwerp-gemeenschappelijke Regeling Bijlage 4: Gezamenlijke AB oplegnotitie afronding fase 1 en start fase 2 Bijlage 5: Addendum AB vergadering 17-10-2024 Bijlage 6: Richtingsplan Bijlage 7: Rudimentaire begroting Bijlage 8: Routekaart fase 2 ‘inrichten’ Bijlage 9: Stroomschema besluitvorming Gemeenschappelijke Regeling Bijlage 10: Zienswijze gemeente De Ronde Venen
Onderwerp: Raadsvoorstel Oprichting één omgevingsdienst in de provincie Utrecht Voorstel 1. Kennis te nemen van de opdracht tot uitvoering van fase 2 ‘inrichten’, met de intentie per 1 januari 2026 één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht te vormen, op basis van de vier eindproducten van fase 1 ‘richten’, te weten: richtingsplan, Ontwerp-gemeenschappelijke regeling, routekaart fase 2 en Rudimentaire begroting, alsmede het Addendum 17 oktober 2024; 2. De bijgevoegde zienswijze vast te stellen voor 3 maart 2025 over de OntwerpGemeenschappelijke regeling voor de voorgenomen oprichting van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht.
Inleiding Op 7 december 2023 besloten de gezamenlijke algemeen besturen van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) te starten met fase 1 van het
blad 1 van 6
traject om één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht op te richten. De route om tot één omgevingsdienst voor Utrecht te komen is beschreven in de ‘Routekaart naar één Omgevingsdienst in Utrecht’. De route bestaat uit drie fasen: richten, inrichten en verrichten. Op 17 oktober 2024 heeft het gezamenlijk algemeen bestuur de producten uit fase 1 ‘richten’ goedgekeurd en ingestemd met de start van fase 2 ‘inrichten’. In dit raadsvoorstel worden de eindproducten van fase 1 ‘richten’ van de Routekaart, zoals die zijn vastgesteld in de gezamenlijke algemeen bestuursvergadering van 17 oktober 2024, toegelicht. Samen geven deze producten de kaders van de nieuwe omgevingsdienst: de koers waarin de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogde deelnemers willen volgen met de oprichting van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht. Alle colleges in de provincie Utrecht wordt nu gevraagd om in te stemmen met de Ontwerpgemeenschappelijke regeling en deze aan hun gemeenteraad/provinciale staten voor te leggen voor zienswijze. Tussen 11 april 2025 en 6 oktober 2025 volgt conform de Wet gemeenschappelijke regelingen nogmaals een traject waarbij de gemeenteraad om toestemming wordt verzocht om de definitieve regeling daadwerkelijk te treffen. Tijdens de tweede zienswijzeronde is de financieringssystematiek uitgewerkt. Deze zal zijn verwerkt in de Kadernota 2026 / Ontwerpbegroting 2026.
Ook de Kadernota 2026/ Ontwerpbegroting 2026 zal voor zienswijze aan de raad worden aangeboden. Beoogd effect De raad op de hoogte te stellen van het kader en de koers waarin de ODRU, de RUD Utrecht en de 27 beoogd deelnemers willen gaan bij de oprichting van de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht. Daarbij zienswijze in te dienen op de Ontwerp-gemeenschappelijk regeling om de zorgen van de gemeente De Ronde Venen te uiten, met name op het gebied van financiën. Argumenten 1.1 Gezamenlijk vormen het Richtingsplan, de Rudimentaire begroting, de Routekaart fase 2 en de Ontwerp-gemeenschappelijke regeling, het kader en de koers waarin de RUD Utrecht, de ODRU en de 27 beoogde deelnemers willen gaan bij de oprichting van de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht. Richtingsplan Het Richtingsplan heeft als doel de kaders te scheppen waarbinnen de nieuwe omgevingsdienst wordt opgericht. Deze kaders - in de vorm van missie, visie en bestuurlijke, organisatorische en financiële uitgangspunten - vormen de basis voor de inrichting en de verdere doorontwikkeling van de Omgevingsdienst Utrecht. Elementen uit het Richtingsplan komen terug in de rudimentaire begroting, de Routekaart voor fase 2 ‘inrichten’ en de Ontwerp-gemeenschappelijke regeling. Rudimentaire begroting De rudimentaire begroting is een voorlopige financiële inschatting die inzicht geeft in de verwachte kosten van de nieuwe dienst.
Het doel van deze rudimentaire begroting is een beeld te schetsen van de betaalbaarheid van de nieuwe organisatie, zonder dat alle gegevens van de nieuwe dienst al zijn bepaald. Ook is er een vergelijking gemaakt van de nieuwe bijdrage versus de huidige
blad 2 van 6
bijdrage van de deelnemers. De basis voor de rudimentaire begroting waren de laatst vastgestelde begrotingen (2024) van beide huidige omgevingsdiensten. De daadwerkelijke hoogte van de bijdrage per deelnemer voor 2026 wordt berekend in de Programmabegroting 2026 die in fase 2 zal worden opgesteld. In fase 2 ‘inrichten’ wordt ook de keuze voor de nieuwe financieringssystematiek uitgewerkt. De Kadernota 2026 en Begroting 2026, die in fase 2 wordt opgesteld, wordt in 2025 voor zienswijze opengesteld. Routekaart fase 2 De Routekaart voor fase 2 ’inrichten’ schetst de contouren van de stappen en activiteiten voor de verdere inrichting van de nieuwe omgevingsdienst en beschrijft hoe deze gedekt worden. Tijdens fase 2 van het traject worden keuzes gemaakt over hoe de primaire processen en bedrijfsvoering worden ingericht. Dit gebeurt op basis van de inhoudelijke uitgangspunten die in fase 1 zijn geformuleerd in het Richtingsplan De Routekaart fase 2 (hoofdstuk 5) bevat de tot nu toe onderkende risico’s en de mogelijke beheersmaatregelen. Hierbij is onderscheid gemaakt in de risico’s voor het programma als geheel en dus voor de nieuwe omgevingsdienst (fase 3 van het traject) en risico’s voor de uitvoering van fase 2 ‘inrichten’. Het programmateam zal de risico’s tijdens de uitvoering van fase 2 continu monitoren en waar nodig bijsturen.
Ontwerp-gemeenschappelijke regeling De Ontwerp-gemeenschappelijke regeling vormt de benodigde juridische basis voor de samenwerking en creëert één rechtspersoon voor de uitvoering van taken. De bedoeling is om de nieuwe gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht op te richten en na juridische en financiële afhandeling de beide bestaande gemeenschappelijke regelingen (RUD Utrecht en ODRU) op te heffen. De gemeenteraad heeft het recht op zienswijze op de OntwerpGemeenschappelijke regeling.
1.2 Een omgevingsdienst die congruent is met het werkgebied van de provincie, de GGD en de Veiligheidsregio kan slagvaardiger functioneren De omgevingsdienst en de deelnemers hebben op deze wijze zo min mogelijk gemeenschappelijke regelingen om mee af te stemmen. De samenhang tussen regiopartners op alle inhoudelijke dossiers biedt de mogelijkheid om opgaven samen efficiënt en effectief aan te pakken. Op dit moment is er geen sprake van logica in het geografisch werkgebied van de huidige twee omgevingsdiensten; de verdeling past niet bij de identiteit van het werkgebied. De samenvoeging van de diensten heft deze versnippering op. Dit merken inwoners en bedrijven en levert gemeenten, provincie en regiopartners slagkracht op complexere vraagstukken samen aan te pakken. Inwoners kunnen voortaan bij 1 dienst regionale dienst terecht voor milieu gerelateerde overlast (bijv. geuroverlast, geluidsoverlast, lichthinder) ongeacht in welke gemeente dit binnen de provincie Utrecht veroorzaakt wordt.
1.3 Het samenvoegen van de twee diensten zorgt ervoor dat de provincie en gemeenten in Utrecht een omgevingsdienst hebben die voldoet aan de landelijke eisen voor robuustheid Indien de deelnemers niet instemmen met de vorming van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht zal het moeilijker zijn voor de twee huidige omgevingsdiensten om te voldoen aan de robuustheidscriteria die landelijk bepaald zijn. Door in te stemmen met de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht kan automatisch beter voldaan worden aan de robuustheidscriteria.
blad 3 van 6
1.4 Kosten kunnen beter in de hand worden gehouden De Omgevingsdienst Utrecht kan de kosten als gevolg van ontwikkelingen zoals veranderende wet- en regelgeving en landelijk beleid, en groeiende complexiteit in het werkveld beter in de hand houden. De meerkosten zijn te beperken, omdat projecten niet in tweevoud hoeven worden uitgevoerd. Door bundeling van kennis wordt ook de kwaliteit beter, doordat experts hun kennis met elkaar delen. Overheidsfinanciën worden op deze manier effectiever en efficiënter benut. 1.5 Eén gezamenlijke rechtspersoon bereikt beter haar doelen Steeds meer opgaven voor gemeenten en provincie zijn complex en overstijgen de eigen organisatie. Voor het aanpakken van de (toekomstige) opgaven is goed personeel, geschikte data en een netwerk nodig. Eén omgevingsdienst op basis van één gezamenlijke rechtspersoon (GR) kan hierin beter voorzien dan twee afzonderlijke niet congruente omgevingsdiensten in de provincie. 2.1 De raad heeft de gelegenheid tot 3 maart 2025 om zienswijze indienen voor de Ontwerpgemeenschappelijke regeling De voorgestelde gemeenschappelijke regeling voldoet dan wel aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de financiële gevolgen (en precieze kosten per deelnemer) zijn nog niet volledig uitgewerkt.
Dit is het gevolg van de bestuurlijke ambitie om de nieuwe omgevingsdienst op te richten binnen de bestuursperiode in combinatie met het vaststellingstraject met daarin een zienswijze procedure en daarna nog een toestemmingsprocedure langs de gemeenteraden (conform de Wet gemeenschappelijke regelingen). In de volgende fase, inrichten, wordt de financieringssystematiek voor de nieuwe dienst bepaald en worden de concrete financiële gevolgen wel duidelijk. De raden/staten krijgen in 2025 ook nog de mogelijkheid om zienswijzen op de Kadernota 2026 en/ of de Ontwerpbegroting 2026 (en bijdrageverordening) in te dienen. 2.2 Door middel van zienswijze kan de gemeente haar financiële zorgen uiten De gemeenteraad wordt geadviseerd om een zienswijze in te dienen met de strekking dat, hoewel de voorgestelde Ontwerp-gemeenschappelijke regeling voldoet aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de financiële gevolgen (en precieze kosten per deelnemer) nog onbekend zijn. Deze situatie maakt dat tijdens fase 2 nog een kritisch moment ontstaat. Met name wanneer, als gevolg van een bepaalde financierings-systematiek, een financieel zeer nadelige situatie ontstaat, kan dit het algemeen belang zodanig raken dat de raad conform de Wet gemeenschappelijke regelingen kan weigeren om deze toestemming te verlenen.
Kanttekeningen 1.1 De precieze kosten zijn nog niet in beeld De voorgestelde gemeenschappelijke regeling voldoet dan wel aan alle eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de financiële gevolgen van de nieuwe dienst (en precieze kosten per deelnemer) zijn nog niet volledig uitgewerkt. Dit is het gevolg van de bestuurlijke ambitie om de nieuwe omgevingsdienst op te richten binnen de bestuursperiode in combinatie met het vaststellingstraject met daarin twee rondes langs de gemeenteraden, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen.
blad 4 van 6
In fase 2 (inrichten) wordt de financieringssystematiek voor de nieuwe dienst bepaald en worden de concrete financiële gevolgen wel duidelijk. De raden/staten krijgen in 2025 de mogelijkheid om zienswijzen op de Kadernota 2026 en de Ontwerpbegroting 2026 (én bijdrageverordening) in te dienen. Ook worden de raden/staten tussen 11 april 2025 en 6 oktober 2025 door hun colleges gevraagd toestemming te verlenen tot het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. Raden/staten mogen deze toestemming weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Als er een financieel zeer nadelige situatie is ontstaan, kan dit het algemeen belang zodanig raken dat de raad conform de Wet gemeenschappelijke regelingen kan weigeren om toestemming te verlenen. 1.2 Het totaal aantal deelnemers stijgt van 15 naar 27 Afstemming en het bereiken van draagvlak voor gezamenlijke doelstellingen zal met 27 Omgevingsdienst Utrecht (ODU) deelnemers meer van bestuurders en regievoerders vragen dan met de huidige 15 ODRU deelnemers. Kijkend naar de toekomst (gefuseerde situatie) kan wellicht meer ambtelijke en bestuurlijke samenwerking ontstaan tussen meer vergelijkbare gemeenten. Wanneer gezamenlijke doelen worden gedeeld en afgestemd is het te verwachten dat dit indirect een positief effect kan hebben op de zeggenschap.
Financiën Fusietraject wordt grotendeels betaald door de provincie Utrecht en Infrastructuur & Waterstaat Het traject “Naar één omgevingsdienst in Utrecht” brengt eenmalige kosten met zich mee. De provincie Utrecht heeft voor het gehele programma 2 miljoen euro toegezegd. Hiervan is € 360.000 voor fase 1 gereserveerd. Er blijft dus € 1.640.000 over voor fase 2. Vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) is in het kader van de vorming van robuuste omgevingsdiensten een bedrag van € 1.000.000 beschikbaar. Er zijn voorwaarden aan de nu toegezegde middelen verbonden waaronder de bestuurlijke toezegging tot fusie en het realiseren van robuustheid. Het ministerie heeft recent een positieve grondhouding uitgesproken en toegezegd op zoek te gaan naar extra aanvullende financiering (€ 1.000.000). Uiteindelijk blijft er (afhankelijk van het wel of niet toekennen van extra middelen vanuit het ministerie) een bedrag van € 789.000 dat gedekt kan worden vanuit de vermogens van beiden diensten. Dit betekent dat voor het restant van het dekkingstekort de huidige beschikbare vermogens van beide huidige omgevingsdiensten zullen worden ingezet. Deze zijn op dit moment toereikend. Betrokkenheid en communicatie
blad 5 van 6
De raad wordt gevraagd om de zienswijze kenbaar te maken aan het college. Een reactie op de voorliggende stukken moet aan het programmateam voor 3 maart 2025 worden gegeven. Dit raadsvoorstel is voorgelegd aan de raadsrapporteurs de heer Sligtenhorst en de heer Kraaikamp. Vervolg Het gezamenlijk algemeen bestuur van RUD Utrecht en ODRU bepaalt op basis van de zienswijzen welke wensen breed gedragen zijn. Vervolgens wordt een (eventueel aangepaste) concept gemeenschappelijke regeling aan de colleges van burgemeester en wethouders en het college van gedeputeerde staten gezonden, met het verzoek de regeling te treffen (instemming met deelneming). Het college vraagt daarvoor toestemming aan de raad. De raad mag deze toestemming alleen weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Alsmede krijgen de raden/staten in 2025 nog de mogelijkheid om zienswijze op de Kadernota 2026 en de Ontwerpbegroting 2026 én bijdrageverordening in te dienen.
Evaluatie N.v.t.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen
Marco Vonk secretaris
Maarten Divendal burgemeester
blad 6 van 6