Raadsvoorstel Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West
Tekst van het document
Raadsvoorstel Aan: de gemeenteraad Datum: 20 januari 2026 Raadsvergadering: 5 maart 2026 Commissie: Organisatieonderdeel: Welzijn en Samenleving Portefeuillehouder: Wethouder Van Uden en wethouder Van der Greft Naam behandelend ambtenaar: Yermo Wever Registratienummer: 1209340 Ter inzage: Bijlage(n): 1. Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West
Onderwerp: Gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West Voorstel 1. Te besluiten tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Sociaal domein Utrecht West, voor de taken van specialistische jeugdhulp en maatwerkvoorzieningen Wmo, met de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden, in de vorm van een openbaar lichaam met ingang van 1 januari 2027, door middel van bijgevoegd ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling Sociaal domein Utrecht West. 2. Het college van burgemeester en wethouders toestemming te verlenen tot het treffen van een Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West in de vorm van een openbaar lichaam met ingang van 1 januari 2027 door middel van bijgevoegde Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West. 3. In te stemmen met de systematiek dat gedurende een periode van vijf jaar na de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West de raden in de gelegenheid worden gesteld zienswijze te geven op zowel de voorlopige jaarrekening als de kadernota van Sociaal Domein Utrecht West, in aanvulling op de wettelijke plicht tot toezending ter informatie aan de raden van de kadernota en de voorlopige jaarrekening (conform artikel 34b Wet gemeenschappelijke regelingen).
Inleiding We stellen de raad voor om in te stemmen met het treffen van een gemeenschappelijke regeling sociaal domein Utrecht West. Het treffen van een gemeenschappelijke regeling waarbij specialistische jeugdzorg gezamenlijk wordt ingekocht, is verplicht op grond van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg.
blad 1 van 7
Naast dat het verplicht is, vinden we het ook wenselijk om een gemeenschappelijke regeling sociaal domein Utrecht West te treffen. Voorgesteld wordt om naast de verplichte specialistische jeugdzorg ook Wmo maatwerkvoorzieningen in de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West onder te brengen. Het vaststellen van beleid ten aanzien van preventie en algemene voorzieningen en regels over de toegang tot en de toekenning van individuele voorzieningen wordt niet overgedragen. Individuele gemeenten houden hier de mogelijkheid om hun beleid lokaal in te kleuren waardoor de couleur locale van de individuele gemeenten behouden blijft. Op de gebieden die worden ingebracht in het op te richten openbaar lichaam wordt nu al samengewerkt in de regio Utrecht West, maar dan in een netwerksamenwerking. Het treffen van een gemeenschappelijke regeling zorgt ervoor dat de netwerksamenwerking wordt geformaliseerd. Door het treffen van de gemeenschappelijke regeling wordt de beschikbaarheid en kwaliteit van de zorg voor kwetsbare kinderen en gezinnen verbeterd, werken we efficiënter samen en kunnen we onze kennis delen. Beoogd effect Een intensieve regionale samenwerking in de vorm van een openbaar lichaam die bij draagt aan een toekomstbestendige inrichting van het sociaal domein in de regio Utrecht West.
Daarnaast zorgt deze regionale samenwerking ervoor dat schaalvoordelen worden benut, waardoor de continuïteit van specialistische (jeugd)zorg voor onze inwoners beter wordt geborgd. Argumenten 1.1. De Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West zorgt voor een toekomstbestendige regionale samenwerking in het sociaal domein in Utrecht West In de regio Utrecht West wordt al intensief samengewerkt in het sociaal domein. Op dit moment worden onder andere specialistische jeugdhulp en maatwerkvoorzieningen Wmo gezamenlijk regionaal ingekocht. Ook doet onze regio Utrecht West bovenregionaal mee met de beleidsopstelling en inkoop van maatschappelijke opvang en beschermd wonen, hoogspecialistische jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis en doelgroepenvervoer.
De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht vanaf 1 januari 2026 een regionale samenwerking op het niveau van Utrecht West voor het inkopen van specialistische jeugdzorg en het samenwerken op enkele in de wet bepaalde thema’s. Deze samenwerking moet op grond van de wet geformaliseerd zijn door middel van het overeenkomen van een gemeenschappelijke regeling. Het is de wens om deze samenwerking in Utrecht West verband te intensiveren en formaliseren. Naast wenselijk is deze intensivering en formalisering ook nodig. De noodzaak hiervan blijkt uit het advies van BMC: Samenwerken in het sociaal domein in Utrecht West (zie RIB: Samenwerkingskoers in het sociaal domein Utrecht West, 23 oktober 2024). De knelpunten van de huidige samenwerking zijn onder andere dat er onvoldoende sturing op de samenwerking tussen gemeenten is, waardoor onder andere de beleidsafstemming onvoldoende is.
blad 2 van 7
Ook de samenwerking tussen gemeenten en zorgaanbieders kan beter. Daarnaast kan zowel de inkoop als administratieve afhandeling efficiënter georganiseerd worden. Door het formaliseren van de huidige regionale samenwerking wordt de regionale samenwerking toekomstbestendig. Daarnaast wordt hiermee gestreefd naar een verbetering van de beschikbaarheid en kwaliteit van de zorg voor kwetsbare gezinnen en kinderen. 1.2. De gewenste regionale samenwerking omvat de afstemming en vaststelling van beleid en de uitvoering van de taken uit de Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning waarbij de couleur locale blijft behouden De gewenste regionale samenwerking in het sociaal domein tussen de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden omvat de afstemming en vaststelling van beleid en de uitvoering van de taken in de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Van belang is hierbij dat in individuele gemeenten de couleur locale behouden blijft. In de gemeenschappelijke regeling worden de taken die nu al gezamenlijk regionaal of bovenregionaal worden uitgevoerd aan het op te richten openbaar lichaam overgedragen. Hierdoor blijft dit beleid onder één hand en onder één aansturing.
Taken die nu al regionaal of bovenregionaal worden uitgevoerd zijn onder andere de beleidsopstelling en inkoop van (hoog)specialistische jeugdhulp en Wmo maatwerkvoorzieningen. Het vaststellen van beleid ten aanzien van preventie en algemene voorzieningen en regels over de toegang tot en de toekenning van individuele voorzieningen wordt niet overgedragen. Individuele gemeenten houden hier dus altijd de mogelijkheid om hun beleid lokaal in te kleuren. Wél wordt in de gemeenschappelijke regeling afgesproken dat over dit lokale beleid wordt afgestemd. Op die manier stemmen we in de regio ook dit beleid af om van elkaar te leren, elkaar te bevragen en de zorg voor onze inwoners te verbeteren. Het voorgaande betekent bijvoorbeeld dat het op te richten openbaar lichaam regionaal beleid opstelt en vaststelt en zorgt voor een regionale inkoop van trapliften. Welke eisen een individuele gemeente stelt aan het verkrijgen van een traplift, bijvoorbeeld wie een eventuele noodzakelijke woningaanpassing betaalt, wordt niet vastgelegd in regionaal beleid. Het staat individuele gemeenten vrij hierover lokaal beleid vast te stellen. Wel stemmen de deelnemende gemeenten binnen het openbaar lichaam hun beleid ten aanzien van het verkrijgen van een traplift af met elkaar.
Een aantal taken, zoals backofficetaken, declaratie- en facturatieverkeer, berichtenverkeer en financiën/control en deels ook monitoring, wordt nu lokaal uitgevoerd. In de regeling wordt voorgesteld deze taken te beleggen in het op te richten openbaar lichaam. Door deze taken regionaal uit te voeren kan dit voor gemeenten efficiënter worden ingericht. Daarnaast wordt het hierdoor mogelijk regionaal te sturen en te monitoren. Ook worden uitvoerings- en administratieve lasten voor aanbieders minder en is één regionale governance voor het sociaal domein met één (juridische) samenwerking en één overleg- en besluitvormingsstructuur voor de inhoudelijke dossiers efficiënter. 1.3. Door de regeling te richten op jeugdhulp én Wmo draagt deze bij aan duurzame transformatie, samenwerking, beschikbaarheid van hulp en ondersteuning en administratieve lastenverlichting De Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West is breder ingericht dan de onderwerpen waar de wettelijke verplichting op toe ziet. Reden hiervoor is dat de nieuwe inkoop
blad 3 van 7
voor jeugdhulp en Wmo maatwerkvoorzieningen op dit moment al door de vijf gemeenten gezamenlijk op regionaal niveau wordt uitgevoerd. Ook doet onze regio Utrecht West bovenregionaal mee met de beleidsopstelling en inkoop van maatschappelijke opvang en beschermd wonen, hoog specialistische jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis en doelgroepenvervoer. Daarom zijn in de regeling ook deze taken opgenomen. Door de regeling te richten op jeugdhulp én Wmo wordt er ingezet op duurzame transformatie en samenwerking, beschikbaarheid van de hulp en ondersteuning en administratieve lastenverlichting voor aanbieders. 1.4. Het oprichten van een openbaar lichaam sluit het beste aan bij de noodzaak en wensen ten aanzien van de formalisatie van de regionale samenwerking De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht tot een keuze uit de volgende drie vormen gemeenschappelijke regeling: 1. Centrumregeling 2. Bedrijfsvoering organisatie 3. Openbaar lichaam In de regio Utrecht West zijn er drie grotere (De Ronde Venen, Stichtse Vecht en Woerden) en twee kleinere gemeenten (Montfoort en Oudewater). De aantallen inwoners van de grotere gemeenten liggen niet heel ver uit elkaar. Omdat er geen duidelijk grotere gemeente binnen onze regio is, doet het aanwijzen van één van de gemeenten als centrumgemeente geen recht aan de onderlinge verhoudingen.
Een bedrijfsvoeringsorganisatie is gericht op de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken. Daarmee past een bedrijfsvoeringsorganisatie bij een beleidsarme samenwerking. In de regio Utrecht West is een beleidsrijke samenwerking en sturing wenselijk en nodig. Dit blijkt ook uit de analyse van het BMC rapport Samenwerken in het sociaal domein in Utrecht West. Om deze reden is voor het opstellen van de gemeenschappelijke regeling niet gekozen voor de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie. Op basis van het advies van BMC en de bestuurlijke wens de regionale samenwerking te versterken, verbeteren en meer efficiënt in te richten, is het voorstel de samenwerking te formaliseren door middel van het inrichten van een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een openbaar lichaam. Een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een openbaar lichaam biedt meer uniformiteit, betere sturing en efficiëntere samenwerking en besluitvorming. Daarnaast sluit het oprichten van een openbaar lichaam het beste aan bij de omvang van de deelnemende gemeenten; het versterken van de samenwerking waarbij wordt uitgegaan van gelijkheid en de flexibiliteit van inrichting. Hierbij wordt de lokale autonomie gerespecteerd en behouden. De sociale basis, lokale en preventieve voorzieningen blijven een lokale verantwoordelijkheid. 1.5.
Vanwege de beleidstaken in de gemeenschappelijke regeling moeten de raden deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling Om beleid (uit hoofde van de Jeugdwet en de Wmo) vast te kunnen stellen in (het bestuur van) een gemeenschappelijke regeling, moeten de gemeenteraden deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling en hun kaderstellende bevoegdheden overdragen aan (het bestuur van) de
blad 4 van 7
gemeenschappelijke regeling. Dit betekent dat de raden en de colleges gezamenlijk een gemeenschappelijke regeling treffen. De enige vorm die mogelijk is (vanwege de inbreng van raadsbevoegdheden) is een openbaar lichaam in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 1.6. De gemeenschappelijke regeling biedt, naast de bevoegdheden die nu vanuit de Jeugdwet en de Wmo worden overgedragen, de mogelijkheid om optioneel andere taken onder te brengen De gemeenschappelijke regeling biedt de mogelijkheid dat andere taken aan het openbaar lichaam opgedragen worden. Dat geeft de mogelijkheid om op een later moment de samenwerking te verbreden. Dit wordt evenwel begrensd door het in de regeling weergegeven belang, zodat alle aan het openbaar lichaam op- of overgedragen taken voldoende samenhang hebben. 2.1. Pas na toestemming van de gemeenteraad kan de gemeenschappelijke regeling door het colleges van burgemeester en wethouders worden getroffen Op grond van artikel 1 lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen gaan de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeester pas over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. 3.1.
Na een periode van vijf jaren is een aanpassing mogelijk naar gelang de behoefte De gemeenteraad krijgt de mogelijkheid om een zienswijze te geven op zowel de kadernota als de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Utrecht West in de eerste vijf jaren na oprichting. Deze wens is naar voren gekomen in de consultatiesessie op 26 november 2025 voor alle vijf de gemeenteraden. In principe voorziet het wettelijk systeem in een andere systematiek, waarbij de gemeenteraad de kadernota en jaarrekening ter informatie ontvangt ten behoeve van een zienswijze op de begroting. Het toevoegen van een termijn van vijf jaar biedt de mogelijkheid om na afloop van deze periode te evalueren wat een wenselijke systematiek is in het geval van de gemeenschappelijke regeling sociaal domein Utrecht West. Kanttekeningen 1.1 Door het overdragen van taken en bevoegdheden aan een openbaar lichaam bestaat het risico dat individuele gemeenten minder directe sturing ervaren. Door een zorgvuldige inrichting van het algemeen bestuur, waarin elke gemeente vertegenwoordigd is, blijft de lokale sturing gewaarborgd binnen de regionale samenwerking. Ook kunnen gemeenten via periodieke evaluaties en prestatieafspraken actief insturen op inhoud en uitvoering.
Daarnaast is ervoor gekozen om niet alle taken via de gemeenschappelijke regeling volledig over te dragen, maar om in sommige gevallen slechts te spreken over afstemming over taken. Hierdoor behouden gemeenten hun ‘couleur locale’. 1.2. Het vaststellen van de gemeenschappelijke regeling is het begin Met het vaststellen van de gemeenschappelijke regeling Sociaal domein Utrecht West is een belangrijke mijlpaal bereikt, maar dit markeert slechts het begin. De daadwerkelijke inrichting van de organisatie die deze regeling moet uitvoeren, vraagt een zorgvuldig en gefaseerd implementatieproces waarin governance, personeel, huisvesting, financiën, ICT en juridische structuren moeten worden opgebouwd. Financiën
blad 5 van 7
Eenmalige implementatie- en frictiekosten Met het besluit zijn eenmalige implementatie- en frictiekosten gemoeid. De exacte hoogte van deze kosten is op dit moment nog niet bekend. Om deze nader in beeld te brengen wordt een implementatieplan opgesteld. In het implementatieplan wordt onder meer de implementatiestrategie uitgewerkt en worden de bijbehorende kosten gespecificeerd. Op basis van dit plan zal een nadere financiële onderbouwing worden opgesteld, die ter besluitvorming aan het college en - indien nodig - ook aan de individuele raden worden voorgelegd middels de P&C cyclus. De kosten voor de implementatiemanager en incidentele kosten zoals project- en juridische kosten in 2026 worden voor de gehele regio vooralsnog begroot op € 382.000. Het verwachte resultaat van de regionale begroting 2025 kan ingezet worden ten behoeve van het uitvoeren van het implementatieplan. De regionale begroting 2026 waarin dit is opgenomen, is afgestemd in het regionaal Portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein Utrecht West op 27 november 2025. Dit is al verwerkt in de P&C cyclus van de gemeente De Ronde Venen.
Structurele kosten Naast de eenmalige kosten leidt het besluit ook tot structurele kosten, bijvoorbeeld voor personele inzet (o.a. regionale beleidscapaciteit, toezichthouders, directeur), administratieve lasten, ICT kosten en eventuele licenties of abonnementen van de GR. De omvang van deze structurele kosten wordt tijdens het implementatietraject inzichtelijk gemaakt. Dit wordt ter besluitvorming voorgelegd in de vorm van de ontwerpbegroting van de GR en de gemeentebegroting. Een exacte berekening is hier, vooruitlopend op het implementatieplan, nog niet te geven. Wel is een inschatting gemaakt op basis van de huidige kosten van de afdeling Inkoop en Monitoring Utrecht West (I&M) en huidige inzet van de (boven)regionale beleidscapaciteit. Dit betreft circa 2,4 miljoen in huidige situatie. Er wordt rekening gehouden met een benodigde begroting voor de GR tussen de 3,1 en 4,5 miljoen voor de gehele regio. De huidige kosten voor zowel I&M als de (boven)regionale beleidscapaciteit zijn verdisconteerd in de inschatting voor de kosten van GR. Hierbij is niet per gemeente uitgerekend welk voordeel dit oplevert wanneer beleidscapaciteit en de daarbij behorende kosten worden overgeheveld naar de GR. De huidige beleidscapaciteit bestaat uit de inzet vanuit de lokale gemeenten, aangevuld met externe inhuur.
De kosten voor een secretaris-directeur en benodigde secretariële ondersteuning/secretariaat betreft zoals aangegeven een inschatting. Daarnaast moet nog in beeld gebracht worden hoeveel lokale capaciteit nu ingezet wordt op taken die vanaf 1 januari 2027 regionaal belegd worden, bijvoorbeeld voor de regionale backoffice. Hierbij gaan we uit van zoveel mogelijk verplaatsen van de inzet en dus de kosten, die nu al lokaal hiermee gemoeid zijn. Ter vergelijking is te zien dat voor een regio met vergelijkbare omvang een begroting van 4,1 miljoen is opgenomen in 2025 met de onderdelen:
blad 6 van 7
Personeel & Teamontwikkeling Data, Bedrijfsvoering en Toezicht Inkoop, Contractmanagement en Contractbeheer Inkoop Wmo Inkoop Jeugd Contractmanagement & Contractbeheer Toezichthouders ten aanzien van kwaliteit, doelmatigheid en rechtmatigheid. Administratie Huisvesting
Voor de dekking van zowel de eenmalige als de structurele kosten wordt in eerste instantie gekeken naar bestaande budgetten binnen de organisatie. De kosten worden volgens een nader vast te stellen verdeelmodel toegerekend naar de lokale gemeente. Indien bestaande budgetten ontoereikend blijken, wordt aanvullende dekking gevraagd via de producten in de reguliere P&Ccyclus. Na invoering van de gemeenschappelijke regeling stelt de gemeente De Ronde Venen een jaarlijkse bijdrage beschikbaar en neemt de gemeente daarvoor diensten af. Deze werkwijze is vergelijkbaar met andere gemeenschappelijke regelingen als de GGDrU, ODU of VRU. Er zijn nog wel een aantal financiële risico's, te denken valt aan bijvoorbeeld aan overschrijding van de frictiekosten (door complexiteit van migratie en eventuele dubbelloop), structurele lasten boven bandbreedte en onzekerheid over de BTW positie van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West. Betrokkenheid en communicatie Nadat de gemeenteraad toestemming heeft verleend aan het college van burgemeester en wethouders om de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West te treffen, zal de regeling door het college worden vastgesteld. Na vaststelling van de gemeenschappelijke regeling in de vijf deelnemende gemeenten, wordt de regeling gepubliceerd.
Vervolg Nadat de gemeenteraad toestemming heeft verleend aan het college van burgemeester en wethouders om de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Utrecht West te treffen, zal de regeling door het college worden vastgesteld. Na het vaststellen van de gemeenschappelijke regeling start het implementatietraject. Dit loopt tot en met december 2026. De beoogde ingangsdatum van de gemeenschappelijke regeling is 1 januari 2027 Evaluatie Niet van toepassing.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen
Marco Vonk secretaris
Rosan Kocken burgemeester
blad 7 van 7