Raadsvoorstel 72 Bijlage 3 Woonruimteverdeling in de U16
Tekst van het document
RIGO Research en Advies Woon- werk- en leefomgeving www.rigo.nl
RAPPORT
Woonruimteverdeling in de U16 Analyse van WoningNet-cijfers ten behoeve van de evaluatie van de huisvestingsverordeningen
De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. RIGO aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
RIGO Research en Advies Woon- werk- leefomgeving www.rigo.nl
RAPPORT
Woonruimteverdeling in de U16 Analyse van WoningNet-cijfers ten behoeve van de evaluatie van de huisvestingsverordeningen
Opdrachtgever U16
Contactpersoon Micha Bekker
Projectnummer P42770
Datum 22 april 2021
Auteurs Steven Kromhout Lotte Bloemendaal Pieter Kranenborg
Inhoud 0.
Samenvatting
1
Inleiding
3
Trends 2014-2020
4
Vraag
4
Aanbod
5
Toewijzingen
8
Wachttijden
11
Slaagkansen
13
Effecten van instrumenten
15
Ruimere inkomensgrens
15
Bezettingsnormen
16
Doorstromingsregeling Van Groot naar Beter
18
Doorschuifregeling
20
Behoud van inschrijfduur
22
Meer ruimte voor loting
24
Lokale binding
26
Bijlage: Cijfers per gemeente
28
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
0. Samenvatting Inleiding De gemeenten in de regio Utrecht (U16) maken gebruik van een regionaal afgestemde huisvestingverordening met ruimte voor lokaal maatwerk. Per 1 juli 2019 is een aantal wijzigingen doorgevoerd in de regionale verordening. In 2021 willen de gemeenten de nieuwe verordening inclusief deze wijzigingen evalueren. Ten behoeve van de evaluatie heeft RIGO een analyse uitgevoerd van registratiecijfers uit het regionale verdeelsysteem van WoningNet. Trends 2014-2020 Uit de WoningNet-cijfers over de periode 2014-2020 komen de volgende trends naar voren: De vraag naar sociale huurwoningen is gegroeid. Het aantal actief woningzoekenden in de regio Utrecht is de afgelopen jaren flink gestegen: van 33.000 in 2014 naar bij 45.000 in 2020. Een steeds groter deel van de vraag bestaat uit alleenstaanden. Het aanbod aan sociale huurwoningen is licht afgenomen. Het totale aantal verhuringen in de regio Utrecht is gedaald van 6.220 in 2014 naar 5.351 in 2020. In 2020 is 23% van het aanbod via bemiddeling toegewezen; veel meer dan i n eerdere jaren. De wachttijden voor sociale huurwoningen zijn gestegen. In 2020 bedroeg de gemiddelde inschrijfduur bij verhuring in het aanbodmodel 10,2 jaar en bij loting 3,2 jaar De slaagkansen voor sociale huurwoningen zijn gedaald. In 2020 heeft 9% van de actief woningzoekenden een geadverteerde woning geaccepteerd.
Dit percentage is sinds 2014 ieder jaar kleiner geworden. Dit wordt vooral verklaard door de toename van de vraag. Effecten van instrumenten In deze evaluatie zijn de effecten van een aantal instrumenten uit de regionale verordening nader bekeken: Ruimere inkomensgrens: Om woningzoekenden met een middeninkomen (tot €48.655; prijspeil 2019) meer kans te geven biedt de verordening (sinds 2015) de mogelijkheid om bij sociale huurwoningen vanaf de tweede aftoppingsgrens (€651,03) ook middeninkomens toe te laten. Mede dankzij deze ruimere inkomensgrens is het aandeel toewijzingen aan midden- en hogere inkomens in dit segment gestegen van 6% in 2015 naar 12% in 2020. Toch is het totale percentage verhuringen aan middeninkomens nog altijd laag: 3% in 2020. Bezettingsnormen: Om grote woningen efficiënt toe te wijzen biedt de regionale verordening (sinds 2015) de mogelijkheid om bezettingsnormen te hanteren. Daarvoor zijn twee varianten: een eenvoudige variant (1) en een uitgebreide variant (2). Inmiddels maken zes van de zestien gemeenten gebruik van de tweede variant. Uit de toewijzingen blijkt dat woningen met vijf kamers of meer in variant 2 veel vaker terechtkomen bij grote huishoudens (vijf of meer personen) dan in variant 1.
Doorstroomregeling Van Groot naar Beter: Om de benutting van grote woningen te verbeteren krijgen doorstromers die een grote woning achterlaten voorrang bij kleine woningen. Sinds 2019 geldt deze regeling Van Groot naar Be ter (VGNB) voor alle gemeenten en alle woningzoekenden (voorheen: senioren). Hierdoor is het aantal verhuringen met voorrang op basis van VGNB fors gestegen, naar 559 in 2020. Toch is het aanbod aan grote woningen nog niet toegenomen.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
1
Doorschuifregeling: Om doorstroming binnen een complex mogelijk te maken, biedt de regionale verordening ook de mogelijkheid om gebruik te maken van een doorschuifregeling. In 2020 zijn in totaal slechts 24 woningen aangeboden in zes gemeenten waarbij de doorschuifregeling van toepassing was. Behoud van inschrijfduur: Sinds 2019 mogen woningzoekenden na acceptatie van een sociale huurwoning in de regio Utrecht 75% van hun opgebouwde inschrijfduur behouden. Deze nieuwe regel is bedoeld om de drempel om een woning te accepteren te verlagen en de doorstroming te bevorderen. Uit de WoningNet-cijfers blijkt dat het gemiddelde aantal aanbiedingen sinds de invoering is gedaald en er dus minder woningen geweigerd worden. Het is niet duidelijk of dit door de nieuwe regel komt. Het effec t van het behoud van inschrijfduur zal pas op de langere termijn zichtbaar worden. Meer ruimte voor loting: Om te voorkomen dat de kansen van starters zouden dalen als gevolg van de doorstroommaatregelen, is afgesproken om meer gebruik te maken van de ruimte voor loting (maximaal 20%). Het aandeel verhuringen via loting is licht gestegen, naar 10% in 2020. Van deze lotingwoningen is 85% toegewezen aan starters. De slaagkans van starters is ongeveer evenveel gedaald als die van doorstromers.
Lokale binding: Om verdringing van lokale woningzoekenden te voorkomen, mogen gemeenten bij een beperkt deel van het aanbod voorrang geven aan woningzoekenden met lokale binding. In 2020 varieerde dit aandeel per gemeente van 43% in De Ronde Venen tot 0% in Utrecht, Nieuwegein en IJsselstein. Vooral bij kleine gemeenten heeft de to epassing van lokale binding een grote invloed op het aandeel verhuringen aan lokale woningzoekenden.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
2
Inleiding De gemeenten in de regio Utrecht (U16) werken al lange tijd samen op het gebied v an woonruimteverdeling. Daarbij maken zij gebruik van een regionaal afgestemde huisvestingverordening met ruimte voor lokaal maatwerk. De toewijzingsregels in de lokale verordeningen vormen de basis voor het regionale verdeelsysteem van WoningNet, waarin a lle corporaties hun woningen gezamenlijk aanbieden. Per 1 juli 2019 is een aantal wijzigingen doorgevoerd in de regionaal afgestemde huisvestingsverordening (hierna: ‘regionale verordening’). In 2021 willen de gemeenten de nieuwe verordening inclusief deze wijzigingen evalueren. Hiervoor is een werkgroep ingericht, die wordt aangestuurd door de U10. Onderdeel van de evaluatie is een analyse van registratiecijfers uit het regionale verdeelsysteem van WoningNet. In opdracht van de U16 heeft RIGO deze analyse uitgevoerd, onder begeleiding van de werkgroep. Deze rapportage beschrijft de resultaten van deze analyse. Bronnen Om de analyse te kunnen uitvoeren heeft RIGO, met toestemming van de SWRU, bestanden met registratiedata opgevraagd bij WoningNet. Het betreft gegevens over de reacties en verhuringen sinds 2014, de aanbiedingen en spelregels sinds medio 2019 en de huidige ingeschreven woningzoekenden.
In 2019 is WoningNet overgestapt op een ander registratiesysteem, waardoor er verschillen zijn in de data over de periode 2014-medio 2019 en de periode vanaf medio 2019. Om toch langjarige trends te kunnen tonen, zijn de data zoveel mogelijk vergelijkbaar gemaakt. De cijfers over 2019 zijn opgebouwd uit cijfers uit beide registratiesystemen. In somm ige gevallen is daarbij een schatting gemaakt, zoals aangegeven in voetnoten. Leeswijzer In de volgende hoofdstukken worden de resultaten van de analyse beschreven. In hoofdstuk twee gaan we in op de belangrijkste trends in de woonruimteverdeling in de regio Utrecht. Daarbij laten we de ontwikkelingen zien in de vraag, het aanbod, de toewijzingen, de wachttijden en de slaagkansen. In hoofdstuk drie richten we ons op de effecten van specifieke instrumenten in de huisvestingsverordening, die recent gewijzigd zijn of anderszins van belang zijn. Deze instrumenten zijn in overleg met de werkgroep gekozen.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
3
Trends 2014-2020 In dit hoofdstuk laten we zien welke algemene ontwikkelingen zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan binnen de woonruimteverdeling in de regio Utrecht. Eerst gaan we in op de ontwikkelingen in de vraag ( 2.1) en het aanbod (2.2). Vervolgens kijken we naar de toewijzingen (2.3). Ten slotte komen de wachttijden (2.4) en slaagkansen (2.5) aan bod.
Vraag Voor de ontwikkeling van de vraag kijken we in elk kalenderjaar naar de woningzoekenden die minimaal één keer op een woningadvertentie hebben gereageerd; de zogenaamde ‘actief woningzoekenden’. Het aantal actief woningzoekenden in de regio Utrecht is de afgelopen jaren flink gestegen: van 33.000 in 2014 naar bij 45.000 in 2020 (figuur 2-1). Deze stijging is in lijn met ontwikkelingen in andere regio’s. figuur 2-1 Actief woningzoekenden in de regio Utrecht per jaar, 2014-20201
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Binnen de actief woningzoekenden is de leeftijdsverdeling vrij constant (figuur 2-2). Meer dan 60% van de woningzoekenden in de regio Utrecht is jonger dan 35 jaar. Ongeveer driekwart van de actief woningzoekenden bestaat uit starters: als zij verhuizen laten zij geen zelfstandige sociale huurwoning in de regio Utrecht achter. Bij de grootte van de huishoudens van woningzoekenden is wel een opvallende trend waarneembaar: een steeds groter deel van de woningzoekenden bestaat uit alleenstaanden. In 2014 lag dit aandeel nog op 54%. Inmiddels is het percentage alleenstaanden gestegen naar 65% (figuur 2-3).
1
Het aantal actief woningzoekenden in 2019 is een schatting, op basis van de toename van het aantal in het eerste halfjaar van 2019 ten opzichte van dezelfde periode in 2018.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
4
figuur 2-2 Actief woningzoekenden naar leeftijdsklasse per jaar , 2014-2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
figuur 2-3 Actief woningzoekenden naar huishoudensgrootte per jaar, 2014-2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Aanbod Voor de ontwikkeling in het aanbod kijken we naar de verhuringen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden via WoningNet. Het totale aantal verhuringen in de regio Utrecht is gedaald van 6.220 in 2014 naar 5.351 in 2020.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
5
figuur 2-4 Verhuringen per jaar, 2014-2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
In tabel 2-1 zijn de aantallen verhuringen per gemeente weergegeven. Hierin is te zien dat het aantal verhuringen niet in alle gemeenten gedaald is. De lokale cijfers kunnen per jaar sterk verschillen, bijvoorbeeld vanwege de oplevering van nieuwwoningen in de betreffende gemeente. tabel 2-1 Verhuringen per gemeente per jaar, 2014 -2020
Gemeente Bunnik De Bilt De Ronde Venen Houten IJsselstein Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Stichtse Vecht
2014 55 259 154 200 214 54 55 624 85 263
2015 34 266 239 200 320 49 36 654 87 320
2016 37 301 205 277 267 43 56 483 48 331
2017 34 228 281 349 175 62 53 423 53 313
2018 42 198 277 361 183 50 46 546 51 315
2019 34 261 219 234 159 46 35 416 85 316
2020 47 209 204 257 173 50 43 543 43 331
Utrecht
2.789
2.481
2.262
2.340
2.437
2.150
2.320
Utrechtse Heuvelrug
317
260
203
219
199
169
236
Vijfheerenlanden (Vianen)2
180
206
192
141
261
165
185
Wijk bij Duurstede
120
137
121
117
115
125
90
Woerden
292
356
248
290
313
202
269
Zeist
559
434
405
445
383
384
351
6.220
6.079
5.479
5.523
5.777
5.000
5.351
Regio Utrecht
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
2
De cijfers voor de gemeente Vijfheerenlanden gaan alleen over Vianen.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
6
De fysieke kenmerken van de sociale huurvoorraad veranderen niet snel. D aardoor zien we tussen de jaren slechts beperkte verschillen in het aantal kamers van de vrijkomende woningen (figuur 2-5). De meeste sociale huurwoningen die via WoningNet in de regio Utrecht worden verhuurd, hebben drie kamers. Huurwoningen met vijf kamers of meer worden niet vaak aangeboden. figuur 2-5 Verhuringen naar aantal kamers per jaar, 2014 -2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
In de huurprijsverdeling van het aanbod zien we een duidelijk verschil tussen de periode vóór en na 2016, het jaar waarin de nieuwe Woningwet werd ingevoerd (figuur 2-6). Woningcorporaties zijn sindsdien verplicht om aan minimaal 95% van de huurders uit de primaire doelgroep een woning onder de aftoppingsgrens toe te wijzen. Daarom bieden de corporaties in de U16 sinds 2016 veel meer woningen onder de aftoppingsgrenzen aa n. figuur 2-6 Verhuringen naar huurprijsklasse per jaar, 2014 -2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
7
De meeste woningen die via WoningNet worden verhuurd, worden via het aanbodmodel toegewezen. In het aanbodmodel worden vrijkomende woningen via advertenties aangeboden en op basis van inschrijfduur toegewezen aan de kandidaten die daarop reageren. Daarnaast worden ook woningen geadverteerd die via loting worden toegewezen. Hiervoor is een maximum van 20% van het aanbod afgesproken. Ten slotte wordt een deel van het aanbod zonder advertentie, via directe bemiddeling verhuurd, bijvoorbeeld aan vergunninghouders of ex-cliënten van instellingen voor maatschappelijke opvang. De afgelopen jaren is het aandeel verhuringen via het aanbodmodel in de regio Utrecht langzaam maar gestaag gedaald, van 82% in 2014 naar 73% in 2019. In dezelfde periode zijn in verhouding steeds meer woningen via bemiddeling en loting verhuurd (figuur 2-7). In 2020 is het percentage bemiddelingen fors gestegen, naar 23%, en werd 10% van het aanbod verloot. Hierdoor nam het percentage verhuringen via het aanbodmodel af, naar 67%. De vier grootste categorieën binnen de bemiddelingen in 2020 waren: uitstroom maatschappelijke opvang (19%), coöptatie (19%), woningruil (13%) en statushouders (13%); figuur 2-7 Verhuringen naar toewijzingsmodel, 2014 -2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Toewijzingen In deze paragraaf kijken we naar de trends in de toewijzingen: wat zijn de kenmerken van de geslaagde woningzoekenden en welke ontwikkelingen zien we daarin? In figuur 2-8 zijn de toewijzingen per jaar uitgesplitst naar leeftijdsklasse. Net als bij de actief woningzoekenden is de leeftijdsverdeling van de geslaagd e woningzoekenden vrij stabiel. Bijna de helft van de geslaagde woningzoekenden is jonger dan 35 jaar; toch is dit aandeel een stuk lager dan bij de actief woningzoekenden. Het percentage toewijzingen aan woningzoekenden vanaf 65 jaar is de afgelopen jaren licht gestegen.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
8
figuur 2-8 Toewijzingen naar leeftijdsklasse, 2014 -2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Meer dan de helft van de sociale huurwoningen wordt aan alleenstaanden verhuurd. Anders dan bij de actief woningzoekenden zien we bij de ge slaagde woningzoekenden geen duidelijke toename het aandeel alleenstaanden (figuur 2-9). In 2020 werd 30% van het aanbod verhuurd aan huishoudens met kinderen (figuur 2-10). figuur 2-9 Toewijzingen naar huishoudensgrootte, 2014 -2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
9
figuur 2-10 Toewijzingen naar huishoudenstype , 2014-2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
In 2020 werd ruim een derde van de sociale huurwoningen verhuurd aan doorstromers: woningzoekenden die bij verhuring een zelfstandige sociale huurwoning achterlaten binnen de regio Utrecht. Het aandeel verhuringen aan doorstromers is de afgelopen twee jaar gestegen (figuur 2-11). Deze ontwikkeling sluit aan bij de doelstelling om de doorstroming binnen de sociale huurvoorraad in de regio te stimuleren. figuur 2-11 Toewijzingen naar starter/doorstromer, 2014-2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
10
Wachttijden Voor de ontwikkeling van de ‘wachttijden’ maken we als indicator gebruik van de inschrijfduur van woningzoekenden bij verhuring. De inschrijfduur wordt berekend vanaf de datum waarop de woningzoekende zich bij WoningNet heeft inge schreven. Tot 2019 kwam de inschrijfduur bij acceptatie van een woning te vervallen. In de nieuwe huisverordening, die per 1 juli 2019 geldt, is bepaald dat woningzoekenden die vanaf 2019 een sociale huurwoning accepteren en zich binnen een jaar opnieuw inschrijven, 75% van hun vorige inschrijfduur mogen behouden. Naast deze nieuwe regel zijn er ook andere regelingen waarbij woningzoekenden hun inschrijfduur geheel of gedeeltelijk behouden, bijvoorbeeld bij woningruil, stadsvernieuwingsurgentie en tijdelijke en jongerencontracten. Binnen het aanbodmodel worden sociale huurwoningen toegewezen op basis van de inschrijfduur van de kandidaten die gereageerd hebben. In figuur 2-12 is de ontwikkeling van de gemiddelde inschrijfduur bij verhuring in het aanbodmodel te zien. Tussen 2014 en 2018 liep de wachttijd in de regio Utrecht gestaag op. In 2019 leek sprake van stabilisatie, maar in 2020 is de gemiddelde inschrijfduur weer licht gestegen, naar 10,2 jaar. figuur 2-12 Gemiddelde inschrijfduur (in jaren) bij verhuring in het aanbodmodel (excl. urgenten) per jaar, 2014-2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Binnen de gemiddelde inschrijfduur in het aanbodmodel is sprake van een grote spreiding. In figuur 2-13 is de spreiding in de inschrijfduur afgebeeld voor de verhuringen in 2020, zowel via het aanbodmodel als via loting. In het aanbodmodel vinden sommige woningzoekenden een woning met een inschrijfduur die ver onder het gemiddelde ligt, bijvoorbeeld omdat zij zeer actief zoeken of bij bepaalde woningen voorrang krijgen. Er zijn ook woningzoekenden die veel langer dan gemiddeld ingeschreven staan, omdat zij specifieke wensen hebben of niet eerder willen verhuizen. Bij loting zijn de verhuringen een afspiegeling van d e woningzoekenden die reageren op woningen die verloot worden. Vooral woningzoekenden met weinig inschrijfduur reageren op lotingwoningen, omdat zij in het aanbodmodel weinig kans maken. Daardoor worden relatief veel woningen bij loting verhuurd aan woning zoekenden met een korte inschrijfduur.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
11
figuur 2-13 Spreiding inschrijfduur bij verhuring via aanbodmodel en loting (excl. urgenten) , 2020
Bron: WoningNet, 2020; bewerking RIGO
In tabel 2-2 is de gemiddelde inschrijfduur in het aanbodmodel uitgesplitst naar leeftijdsklasse. Jonge woningzoekenden die een woning vinden, hebben een relatief korte inschrijfduur omdat woningzoekenden zich pas vanaf 18 jaar kunnen inschrijven. Bij de leeftijdsklassen vanaf 35 jaar zitten de gemiddelden in 2020 vrij dicht bij elkaar. Vooral in de klasse tussen 55 en 65 jaar is de gemiddelde inschrijfduur gestegen, van 7,4 jaar in 2015 naar 12,1 jaar in 2020. In tabel 2-3 valt op dat de gemiddelde inschrijfduur van doorstromers ten opzichte van 2018 is gedaald, terwijl die van starters is blijven stijgen. In 2020 stonden starters bij verhuring bijna even lang ingeschreven als doorstromers. tabel 2-2 Gemiddelde inschrijfduur (in jaren) bij verhuring in het aanbodmodel, naa r leeftijdsklasse en per jaar, 2014 -2020
Leeftijdsklasse Tot 23 jaar 23 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar vanaf 65 jaar Totaal
2014 3,5 6,9 8,8 8,7 7,4 10,9 7,8
2015 3,9 7,4 9,5 10,2 7,4 10,7 8,6
2016 3,9 7,6 9,6 10,6 9,3 10,3 8,7
2017 3,7 8,2 10,4 11,2 10,4 10,3 9,3
2018 3,8 8,4 11,0 12,4 11,2 11,3 10,0
2019 3,9 8,4 10,8 11,3 12,2 11,1 9,9
2020 3,6 8,6 11,6 11,8 12,2 11,5 10,2
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO tabel 2-3 Gemiddelde inschrijfduur (in jaren) bij verhuring in het aanbodmodel, naar doorstromers, starters en per jaar, 2014 -2020
Doorstromer Starter Totaal
2014 9,3 7,2 7,8
2015 10,4 7,8 8,6
2016 9,9 8,2 8,7
2017 10,8 8,6 9,3
2018 11,7 9,2 10,0
2019 10,6 9,6 9,9
2020 10,6 10,0 10,2
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
12
Slaagkansen De slaagkansen van woningzoekenden worden berekend door het aantal verhuringen via advertenties per jaar te delen door het aantal actief woningzoekenden. In figuur 2-14 is te zien dat de slaagkans in de regio Utrecht de afgelopen jaren flink is gedaald. Deze daling wordt veroorzaakt door de optelsom van drie ontwikkelingen, die hiervoor besproken zijn: De forse stijging van het aantal actief woningzoekenden; De lichte daling van het totale aantal verhuringen; De afname van het aandeel verhuringen via advertenties. figuur 2-14 Slaagkansen van actief woningzoekenden per jaar, 2014-20203
Bron: WoningNet 2014-2020; bewerking RIGO
In tabel 2-3 zijn de slaagkansen van woningzoekenden uitgesplitst naar huishoudengrootte. Hierin is te zien dat de slaagkansen van alleenstaanden het sterkst gedaald zijn. Eerder zagen we al dat steeds meer alleenstaanden actief zijn als woningzoekende, terwijl bij de toewijzingen het aandeel alleenstaanden veel minder snel stijgt. tabel 2-3 Ontwikkeling van slaagkansen van woningzoekenden naar huishoudensgroot te, 20142020
Huishoudensgrootte
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
1 persoon
18%
13%
12%
12%
11%
8%
8%
2 personen
17%
16%
14%
14%
13%
11%
11%
3 of 4 personen
15%
16%
17%
16%
15%
15%
14%
5 of meer personen
12%
13%
13%
13%
11%
12%
13%
Totaal
17%
15%
13%
13%
12%
10%
9%
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
3
Voor de berekening van de slaagkansen voor 2019 is gebruikgemaakt van een schatting van het aantal actief woningzoekenden.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
13
figuur 2-15 Ontwikkeling van slaagkansen van woningzoekenden naar starter/doorstromer, 2014 2019
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
In figuur 2-15 zijn de slaagkansen voor starters en doorstromers apart afgebeeld. Van beide groepen zijn de slaagkansen afgenomen. Doorstromers hebben ieder jaar een hog ere slaagkans dan starters.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
14
Effecten van instrumenten In dit hoofdstuk gaan we in op de effecten van specifieke instrumenten binnen de huisvestingsverordeningen. We richten ons met name op instrumenten die in 2019 (of eerder) gewijzigd zijn.
Ruimere inkomensgrens Volgens de huisvestingverordeningen in de U16 komen in principe alleen huishoudens met een inkomen tot €38.025 (prijspeil 2019) in aanmerking voor een sociale huurwoning. Bij woningen vanaf de tweede aftoppingsgrens (€651,03) biedt de regionale verordening (artikel 2.2.3, lid 4a) een uitzondering: voor deze woningen kunnen ook woningzoekenden met een inkomen tot €48.655 in aanmerking komen. Deze mogelijkheid is in 2015 ingevoerd om meer ruimte te bieden voor woningzoekenden met een laag middeninkomen. In de praktijk wordt het aan de verhuurders overgelaten of en wanneer zij gebruik willen maken van deze mogelijkheid. Woningcorporaties moeten op grond van de Woningwet immers ook voldoen aan landelijke toewijzingsnormen. Op basis van de aangeleverde cijfers van WoningNet hebben we geen zicht op hoe vaak verhuurders de uitzondering hebben toegepast. In figuur 3-1 is te zien hoe de verdeling van de toewijzingen over de inkomensgroepen zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Veruit de meeste woningen worden verhuurd aan de doelgroep van corporaties, met een inkomen tot en met €39.055 (prijspeil 2020). Circa 3% van de sociale huurwoningen wordt verhuurd aan woningzoekenden met een midden - of hoger inkomen. Dit percentage is al jaren vrij stabiel. figuur 3-1 Toewijzingen naar inkomensgroep per jaar, 2014-2020
WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
In figuur 3-2 is de ontwikkeling van de inkomensverdeling nogmaals te zien, maar nu alleen voor de huurklasse tussen de tweede aftoppingsgrens en de liberalisatiegrens, waar ook huishoudens met een middeninkomen tot €48.655 (prijspeil 2019) op mogen reageren. Sinds 2016 worden veel minder woningen in deze huurklasse toegewezen aan de primaire
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
15
doelgroep. Dit is het gevolg van de invoering van passend toewijzen, waardoor de primaire doelgroep voor 95% onder de aftoppingsgrenzen gehuisvest moet worden. De ruimte die hierdoor ontstond in het segment boven de aftoppingsgrenzen is vooral opgevuld door huishoudens uit de secundaire doelgroep. Daarnaast is in dit segment ook het percentage toewijzingen aan middeninkomens gestegen: van 6% in 2014 naar 12% in 2020. De verruimde inkomensgrens heeft deze stijging mede mogelijk gemaakt. Het effect op de kansen van middeninkomens op een sociale huurwoning is echter gering. figuur 3-2 Toewijzingen huurprijsklasse tussen 2 e aftoppingsgrens en liberalisatiegren s, naar inkomensgroep 2014-2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Bezettingsnormen Bij het toewijzen van huurwoningen wordt voorrang gegeven aan huishoudens die passen bij de grootte van de woonruimte (artikel 2.4.2). De regionale verordening biedt gemeenten de mogelijkheid om alleen voorrang te geven aan meerpersoonshuishoudens bij woonruimte met vier of meer kamers (variant 1) of een uitgebreide tabel te hanteren (variant 2). In tabel 3-1 is te zien welke gemeente welke optie hanteert. Sinds de vorige evaluatie (2016) zijn veel meer gemeenten gebruik gaan maken van de tweede variant. tabel 3-1 Bezettingsnormen per gemeente, 2020
Variant 1
Variant 2
Bunnik
De Bilt
Houten
De Ronde Venen
IJsselstein
Montfoort
Lopik
Stichtse Vecht
Nieuwegein
Utrecht
Oudewater
Woerden
Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Zeist Bron: SWRU, 2020
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
16
figuur 3-3 Verhuringen naar huishoudensgrootte en aantal kamers per variant, 2020
Bron: WoningNet, 2020; bewerking RIGO
tabel 3-2 Verhuringen naar huishoudensgrootte en aantal kamers per variant, 2020
Variant variant 1
variant 2
Aantal kamers 1 kamer 2 kamers 3 kamers 4 kamers 5+ kamers
1 persoon 2 personen 60 1 462 71 460 213 37 251 4 11
3 of 4 pers 5 en meer pers 0 0 4 0 73 1 230 35 43 19
Totaal 61 537 747 553 77
Totaal
1.023
547
350
55
1.975
1 kamer 2 kamers 3 kamers 4 kamers 5+ kamers Totaal
190 758 812 213 11 1.984
10 116 339 127 4 596
1 5 126 429 46 607
0 0 8 89 92 189
201 879 1.285 858 153 3.376
Bron: WoningNet, 2020; bewerking RIGO
In figuur 3-3 is te zien dat in variant 2 een veel groter deel van de woningen met vijf of meer kamers wordt toegewezen aan huishoudens met vijf of meer person en dan in variant 1. Doordat meer gemeenten variant 2 zijn gaan toepassen, zijn in 2020 meer grote woningen aan grote gezinnen verhuurd dan in voorgaande jaren ( figuur 3-4).
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
17
figuur 3-4 Verhuringen naar huishoudensgrootte en aantal kamers, 2016, 2018 en 2020
Bron: WoningNet, 2016-2020; bewerking RIGO
Doorstromingsregeling Van Groot naar Beter Doorstromers die een grote woning (met vier kamers of meer) achterlaten, krijg en binnen het aanbodmodel voorrang bij de toewijzing van kleine woningen (met drie kamers of minder) (artikel 2.4.4, lid 1). Tot 1 juli 2019 gold deze regeling Van Groot naar Beter (VGNB) alleen voor senioren en in een beperkt aantal gemeenten. In 2019 is deze doorstromingsregeling regionaal gemaakt en uitgebreid door geen leeftijdseisen meer te stellen. Wat zijn daar de effecten van? In tabel 3-2 is per gemeente te zien hoeveel (kleine) woningen de afgelopen jaren zijn verhuurd aan woningzoekenden die voorrang hadden op grond van VGNB 4. Tot 2019 werd de regeling alleen toegepast in De Ronde Venen, Nieuwegein, Utrecht, Woerden en Zeist 5. Inmiddels maken alle gemeenten gebruik van VGNB. Daarnaast is ook in de gemeenten die de regeling al eerder toepasten, het gebruik toegenomen, als gevolg van de uitbreiding van de regeling naar alle leeftijden. Het totale aantal woningen dat in de regio Utrecht met voorrang op basis van VGNB is verhuurd, is dankzij de regionalisering en uitbreiding gestegen van 128 in 2018 naar 559 in 2020. Toch is het aanbod aan grote woningen (zowel in aantal als percentage) in de regio Utrecht nog niet toegenomen.
4
In de WoningNet-bestanden is tot 2019 sprake van ‘voorrang vanwege vrijmaken eengezinswoning’. We gaan ervan uit dat dit VGNB betreft.
5
Over de verhuringen in de periode 2014-medio 2019 hebben we minder volledige informatie gekregenover de spelregels die van toepassing waren bij de verhuringen.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
18
tabel 3-2 Toewijzingen met voorrang op basis van Van Groot naar Beter , 2014-2020
Gemeente
2014
2015
2016
2017
2018
2019 2020
0
0
13
27
17
5
Nieuwegein
1
30
17
20
19
12
35
Utrecht
10
66
73
57
78
94
181
Woerden Zeist
0 0
0 2
0 5
0 5
0 14
8 28
22 73
Bunnik
3
2
De Bilt
12
54
Houten
9
46
IJsselstein
2
27
Lopik
0
3
Montfoort
0
3
De Ronde Venen
17
Oudewater
2
4
Stichtse Vecht
10
38
Utrechtse Heuvelrug
4
24
Vijfheerenlanden
3
17
Wijk bij Duurstede Regio Utrecht
2 194
13 559
11
98
108
109
128
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Door het afschaffen van de leeftijdseisen voor VGNB is het gebruik van de regeling door woningzoekenden sterk veranderd. Tot de wijziging in 2019 konden alleen senioren profiteren van de doorstroomregeling. Inmiddels maken ook jongere woningzoekenden gebruik van VGNB (figuur 3-5). Mede daardoor zijn ook meer woningen met voorrang op basis van VGNB toegewezen aan huishoudens met drie of meer personen (figuur 3-6). Dit is niet ten koste gegaan van de senioren: ook 65-plussers hebben in 2020 veel meer woningen met voorrang op basis van VGNB gekregen. figuur 3-5 Toewijzingen met voorrang op basis van Van Groot naar Beter naar leeftijdsklasse, 2014-2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
19
figuur 3-6 Toewijzingen met voorrang op basis van Van Groot naar Beter, naar huishoudensgrootte, 2014-2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
In de onderstaande tabel zien we welke oppervlakte de twee- en driekamerwoningen hebben die in 2020 zijn toegewezen met voorrang op basis van VGNB. Sommige van deze woningen (8%) zijn groter dan 80 vierkante meter. Woningen vanaf 60 vierkante meter die met voorrang op basis van VGNB zijn verhuurd, zijn relatief vaak toegewezen aan huishoudens met twee of meer personen. tabel 3-3 Toewijz ingen met voorrang op basis van Van Groot naar Beter, naar huishoudensgrootte en oppervlakte (in vierkante meters), 2020
Huish. grootte
20 tot 50
50 tot 60
60 tot 70
70 tot 80
80 tot 100 100 tot 125
Totaal
1 persoon
62
103
81
23
17
2
288
2 personen
22
47
85
19
13
2
188
3 of 4 personen
6
15
31
14
10
1
77
5 en meer pers.
0
1
1
3
1
0
6
Totaal
90
166
198
59
41
5
559
Bron: WoningNet, 2020; bewerking RIGO
Doorschuifregeling De regionale verordening (artikel 2.4.4, lid 2) biedt de mogelijkheid om gebruik te maken van een doorschuifregeling, om doorstroming binnen een complex mogelijk te maken. Daarbij geldt als voorwaarde dat woningzoekenden geen wooncarrière maken: het woningtype en de woninggrootte moeten gelijk blijven. In 2020 zijn in zes gemeenten in de regio Utrecht woningen aangeboden waarbij de doorschuifregeling van toepassing was ( figuur 3-7), één meer dan bij de vorige evaluatie in 2016.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
20
figuur 3-7 Aandeel woningen aangeboden onder de doorschuifregeling in 2020 per gemeente
Bron: WoningNet, 2020; bewerking RIGO
Het aanbieden van een woning onder de doorschuifregeling leidt niet altijd tot een verhuring aan een doorschuiver. In tabel 3-4 is per gemeente te zien hoeveel woningen daadwerkelijk zijn toegewezen aan huurders die doorschuiven binnen een complex. Het aantal toewijzingen met de doorschuifregeling is de afgelopen jaren fors gedaald. tabel 3-4 Toewijzingen met voorrang op basis van de doorschuifregeling per gemeente , 2014-2020
Gemeente Houten IJsselstein Stichtse Vecht Utrecht Wijk bij Duurstede Zeist Totaal
2014 5 0 2 48 1 11 67
2015 3 2 2 46 0 7 60
2016 2 0 0 31 0 9 42
2017 3 0 0 23 1 11 38
2018 3 0 0 5 0 15 23
2019 1 0 0 5 0 14 20
2020 9 0 0 7 1 7 24
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Tot 2019 maakten vooral jonge woningzoekenden (van 23 tot 35 jaar) gebruik van de doorschuifregeling. In 2020 zijn relatief veel woningen op grond van de doorschuifregeling toegewezen aan oudere woningzoekenden.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
21
figuur 3-8 Toewijzingen met voorrang op basis van de doorschuifregeling naar leeftijdsklasse per jaar, 2014-2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO figuur 3-9 Toewijzingen onder de doorschuifregeling naar huishoudensgrootte per jaar, 2014 -2020 (absoluut)
70 4 60
13
1 9
50
40
18
5 of meer pers.
14 11
30
5
20 32
1 2
26
22
0 2015
2 personen
9
36
10
2014
3 of 4 personen
7
2016
2017
12
4
1 8
1 persoon
9 15
8
7
2018
2019
2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Behoud van inschrijfduur Sinds 2019 mogen woningzoekenden na acceptatie van een sociale huurwoning in de regio Utrecht 75% van hun opgebouwde inschrijfduur behouden, mits zij zich binnen een jaar opnieuw inschrijven (artikel 2.3.1. lid 1). Deze regel in de nieuwe huisvestingsverordening is bedoeld om de drempel om een woning te accepteren te verlagen en de doorstroming te bevorderen.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
22
Weigeringen In figuur 3-10 is de ontwikkeling van het aanbiedingsresultaat te zien. Dit wordt berekend door het aantal aanbiedingen (weigeringen plus acceptaties) te delen door het aantal acceptaties 6. In 2018 moest een sociale huurwoning gemiddeld zes keer worden aangeboden, voordat deze door een woningzoekende werd geaccepteerd . Sinds de invoering van de nieuwe verordening is het aanbiedingsresultaat gedaald, naar 4,1 aanbiedingen per woning. Er worden dus minder woningen geweigerd. Het is niet duidelijk of dit effect (geheel) kan worden toegeschreven aan het behoud van inschrijfduur. Veel corporaties maken onder normale omstandigheden gebruik van groepsbezichtigingen, waarbij een groep woningzoekenden tegelijk de mogelijkheid krijgt om een woning te bekijken en te beoordelen of ze die willen accepteren. Vanwege corona was dat in 2020 niet mogelijk. Dit kan van invloed zijn geweest op het aanbiedingsresultaat in 2020. figuur 3-10 Ontwikkeling aanbiedingsresultaat, 2014 -2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Doorstroming Het effect van het behoud van inschrijfduur zal pas op de langere termijn zichtbaar worden. Om te kunnen profiteren van deze nieuwe regel moeten woningzoekenden eerst een sociale huurwoning in de regio Utrecht accepteren en zich vervolgens binnen een jaar o pnieuw inschrijven. Als zij dan opnieuw willen verhuizen naar een sociale huurwoning, kunnen zij daarbij gebruikmaken van 75% van de eerder opgebouwde inschrijfduur. Omdat deze regel pas in 2019 (met terugwerkende kracht per 1 januari) is ingevoerd, zijn e r in 2019 en 2020 nog weinig woningzoekenden geweest die gebruik hebben gemaakt van de extra inschrijfduur om opnieuw te verhuizen. Uit onderzoek in de regio Gooi en Vechtstreek, waar deze regel al eerder is ingevoerd, blijkt dat het enkele jaren duurt, voordat deze groep duidelijk terug te zien is in de toewijzingen.
6
Daarbij is aangesloten bij de definitie die WoningNet hiervoor hanteert.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
23
Wel zien we nu al dat een groot deel van de woningzoekenden die sinds 2019 een woning hebben geaccepteerd, zich opnieuw heeft ingeschreven: 53% van de geslaagde woningzoekenden in de tweede helft van 2019 en 45% van de geslaagden in 2020 stond eind 2020 ingeschreven bij WoningNet.
Meer ruimte voor loting De verordening biedt ook de mogelijkheid om woningen te verloten: maximaal 20% van het aanbod (artikel 2.6.3a). Bij de wijziging van de verordening in 2019 is afgesproken om meer gebruik te gaan maken van de mogelijkheden tot loting, om starters meer kans te geven en daarmee eventuele negatieve gevolgen van de invoering van het behoud van inschrijfduur te compenseren. Sinds de verruiming van het maximale aandeel te verloten woningen is het percentage woningen dat via loting is toegewezen gestegen van 3% in 2015 en 2016 naar 10% in 2020 (figuur 2-7). Toch wordt de ruimte van 20% nog lang niet volledig gebruikt. tabel 3-5 Toewijzingen via loting in 2020 per gemeente
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
De woningen die via het lotingmodel zijn aangeboden zijn voornamelijk toegewezen aan jonge alleenstaanden tot 35 jaar (zie figuur 3-11 en figuur 3-12). Deze groep komt bij toewijzing via loting veel meer aan bod dan bij toewijzing op inschrijfduur.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
24
figuur 3-11 Toewijzingen op basis van loting naar leeftijdsklasse, 2014 -2020
100%
90%
6% 9%
9% 13%
80%
6%
4%
2% 6%
12%
4% 5%
3% 7%
70%
vanaf 65 jaar
60%
55 tot 65 jaar
50%
68%
63%
40%
70%
86%
76%
73%
75%
45 tot 55 jaar 35 tot 45 jaar
30%
23 tot 35 jaar
20%
tot 23 jaar
10%
17%
15%
11%
8%
2014
2015
2016
2017
0%
14%
16%
13%
2018
2019
2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO figuur 3-12 Toewijzingen op basis van loting naar huishoudensgrootte, 2014 -2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
25
figuur 3-13 Toewijzingen op basis van loting naar starter/doorstromer, 2014 -2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
Lokale binding Volgens de regionale verordening (art. 2.4.5.) kunnen gemeenten een gebied aanwijzen waar een bindingsregel van toepassing is. Dat betekent dat lokale woningzoekenden voorrang krijgen. Dit mag op grond van de Huisvestingswet 2014 bij niet meer dan 2 5% van de aangeboden woningen. figuur 3-14 Aandeel aangeboden woningen met voorrang voor woningzoekenden met lokale binding in 2020 per gemeente
Bron: WoningNet, 2020; bewerking RIGO
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
26
In figuur 3-14 is per gemeente te zien bij hoeveel procent van het aanbod in 2020 woningzoekenden met lokale binding voorrang hebben gekregen. De percentages lopen uiteen van 0% in Utrecht, Nieuwegein en IJsselstein tot 43% in De Ronde Venen. Het verlenen van voorrang aan woningzoekenden met lokale binding is bedoeld om te voorkomen dat deze woningzoekenden verdrongen worden door woningzoekenden zonder binding. In figuur 3-15 zijn de toewijzingen in 2020 per gemeente uitgesplitst naar herkomst van de woningzoekenden. Het aandeel verhuringen aan lokale woningzoekenden verschilt sterk per gemeente. In Utrecht wordt bijna driekwart van de woningen verhuurd aan lokale woningzoekenden. Ook in de gemeenten die het meest gebruikmaken van lokale binding – De Ronde Venen, Montfoort en Oudewater – worden relatief veel woningen verhuurd aan ingezetenen. In Lopik geldt dit slechts voor een derde van de toew ijzingen. figuur 3-15 Toewijzingen naar herkomst, 2020
Bron: WoningNet, 2020; bewerking RIGO
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
27
Bijlage: Cijfers per gemeente tabel 3-6 Actief woningzoekenden per gemeente (woning) per jaar, 2014-20207
Gemeente Bunnik De Bilt De Ronde Venen Houten IJsselstein Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden (Vianen)8 Wijk bij Duurstede Woerden Zeist
2014 1.440 5.529 2.878 3.633 3.972 1.346 1.344 8.503 1.531 4.113 21.435 4.721 3.122 2.247 4.261 6.208
2015 991 7.054 4.078 5.264 5.180 1.736 1.592 9.624 1.728 5.592 22.259 5.075 3.662 2.322 5.548 7.210
2016 1.350 6.528 4.194 5.454 4.838 1.676 1.979 9.420 1.505 6.050 22.354 4.547 3.840 2.600 5.011 7.178
2017 1.696 5.993 5.675 6.496 4.480 2.060 2.103 10.338 1.572 6.783 23.515 4.890 3.834 3.088 5.772 9.314
2018 1.734 6.889 5.094 7.333 4.807 2.266 2.067 12.582 1.569 7.877 27.721 4.534 5.546 2.891 6.135 8.535
2019* 2.402 8.141 5.832 6.000 5.945 2.988 1.767 15.449 2.382 8.942 32.887 5.890 5.329 5.122 6.007 15.231
2020 3.109 8.376 8.539 9.962 5.659 3.086 3.444 15.204 2.066 14.408 33.400 7.203 7.318 3.979 12.163 12.723
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO tabel 3-7 Verhuringen via advertenties (aanbodmodel of loting) per gemeente per jaar, 2014 -2020
Gemeente Bunnik De Bilt De Ronde Venen Houten IJsselstein Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden (Vianen) Wijk bij Duurstede Woerden Zeist Regio Utrecht
2014 42 256 154 200 189 54 55 567 82 218 2.302 285 145 119 282 536 5.486
2015 22 257 205 198 264 49 28 584 78 269 1.818 229 161 120 319 368 4.969
2016 26 268 168 245 220 41 41 434 41 248 1.672 167 174 108 207 335 4.395
2017 29 177 255 265 134 59 43 371 45 234 1.861 182 126 117 248 418 4.564
2018 30 191 245 270 146 40 39 467 43 251 1.740 173 236 102 269 336 4.578
2019 26 252 189 188 125 41 27 305 76 264 1.637 152 152 118 162 366 4.080
2020 33 186 183 206 135 45 33 244 37 240 1.727 216 170 89 227 345 4.116
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
7
Het aantal actief woningzoekenden in 2019 is een schatting, op basis van de toename van het aantal in het eerste halfjaar van 2019 ten opzichte van dezelfde periode in 2018.
8
De cijfers voor de gemeente Vijfheerenlanden gaan alleen over Vianen.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
28
tabel 3-8 Slaagkansen per gemeente per jaar, 2014 -20209
Gemeente
2014
2015
2016
2017
2018
2019*
2020
Bunnik
3%
2%
2%
2%
2%
1%
1%
De Bilt
5%
4%
4%
3%
3%
3%
2%
De Ronde Venen
5%
5%
4%
4%
5%
3%
2%
Houten
6%
4%
4%
4%
4%
3%
2%
IJsselstein
5%
5%
5%
3%
3%
2%
2%
Lopik
4%
3%
2%
3%
2%
1%
1%
Montfoort
4%
2%
2%
2%
2%
2%
1%
Nieuwegein
7%
6%
5%
4%
4%
2%
2%
Oudewater
5%
5%
3%
3%
3%
3%
2%
Stichtse Vecht
5%
5%
4%
3%
3%
3%
2%
Utrecht
11%
8%
7%
8%
6%
5%
5%
Utrechtse Heuvelrug
6%
5%
4%
4%
4%
3%
3%
Vijfheerenlanden (Vianen)
5%
4%
5%
3%
4%
3%
2%
Wijk bij Duurstede
5%
5%
4%
4%
4%
2%
2%
Woerden
7%
6%
4%
4%
4%
3%
2%
Zeist
9%
5%
5%
4%
4%
2%
3%
2020
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO tabel 3-9 Wachttijden per gemeente per jaar, 2014 -2020
Gemeente
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Bunnik
6,7
9,2
8,6
10,8
11,7
12,5
9,8
De Bilt
8,8
8,9
8,4
9,9
11,0
9,7
10,8
De Ronde Venen
9,5
8,0
8,0
8,0
8,2
9,8
9,9
Houten
8,7
8,6
8,6
8,7
8,6
9,3
9,6
IJsselstein
8,8
9,7
8,7
9,4
10,7
9,9
10,0
Lopik
5,8
6,6
5,6
6,8
6,9
7,0
8,1
Montfoort
8,1
7,0
6,7
7,4
8,7
9,5
8,3
Nieuwegein
7,8
8,3
8,4
9,6
10,0
10,1
12,6
Oudewater
8,1
8,8
6,2
8,0
10,0
6,8
9,2
Stichtse Vecht
8,0
8,6
9,2
10,3
11,6
10,8
11,4
Utrecht
8,0
9,0
9,5
10,2
10,4
10,6
10,3
Utrechtse Heuvelrug
6,7
7,7
8,4
8,8
9,2
9,3
9,7
Vijfheerenlanden (Vianen)
8,7
8,6
8,0
9,2
12,5
9,8
10,4
Wijk bij Duurstede
6,6
7,7
8,0
8,3
8,5
8,7
8,8
Woerden
7,2
8,6
8,0
8,4
8,6
9,7
10,2
Zeist
6,6
7,2
7,4
8,4
9,1
9,1
9,6
Regio Utrecht
7,8
8,6
8,7
9,3
10,0
9,9
10,2
Bron: WoningNet, 2014-2020; bewerking RIGO
9
Voor de berekening van de slaagkansen voor 2019 is gebruikgemaakt van een schatting van het aantal actief woningzoekenden.
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
29
tabel 3-10 Toewijzingen naar herkomst en bestemming, 2020
Nieuwegein
Oudewater
Utrecht
Utrechtse Heuvelrug
Vijfheerenlanden
Wijk bij Duurstede
Woerden
-
-
-
1
-
-
9
1
-
-
-
3
5
47
-
1
1
-
7
-
2
59
6
2
-
-
19
25
209
De Ronde Venen
1
-
128
2
2
-
1
2
-
8
23
2
-
1
5
2
27
204
Houten
1
5
2
110
7
-
-
21
-
3
54
7
3
6
1
6
31
257
IJsselstein
-
1
-
4
69
2
-
27
-
5
40
1
6
-
-
3
15
173
Lopik
-
1
-
-
4
17
2
6
-
1
10
-
2
-
2
2
3
50
Montfoort
-
-
-
-
4
-
25
-
-
-
9
1
-
-
-
2
2
43
Nieuwegein
2
3
2
23
35
7
3
259
-
5
131
4
3
2
4
8
52
543
Oudewater
-
1
-
1
2
-
-
2
26
-
1
-
3
-
2
-
5
43
Stichtse Vecht
2
6
2
3
3
1
-
4
-
169
78
4
1
2
7
10
39
331
Utrecht
5
26
8
33
24
1
9
64
1
33
1.728
9
14
8
18
58
281
2.320
Utrechtse Heuvelrug
2
4
-
3
3
-
-
7
2
2
42
108
2
9
-
23
29
236
Vijfheerenlanden (Vianen)
1
4
-
10
10
1
-
26
1
6
35
-
70
-
-
1
20
185
Wijk bij Duurstede
-
1
-
3
1
-
-
1
-
1
12
3
2
48
-
8
10
90
Woerden
1
-
6
3
3
3
8
7
-
13
55
2
1
1
135
4
27
269
Regio
Montfoort
-
-
Zeist
Lopik
-
86
Stichtse Vecht
Houten
-
1
IJsselstein
De Ronde Venen
28
De Bilt
Bestemming (woning) Bunnik
Bunnik
De Bilt
Buiten regio
Herkomst (woningzoekende)
Zeist
4
14
1
5
5
1
-
7
-
9
76
12
1
5
1
174
36
351
Regio Utrecht
48
152
149
200
173
34
48
441
30
257
2.362
160
110
82
175
323
607
5.351
Bron: WoningNet, 2020; bewerking RIGO
tabel 3-11 Reacties naar herkomst en bestemming, 2020
Nieuwegein
Stichtse Vecht
Utrecht
Utrechtse Heuvelrug
Vijfheerenlanden
Wijk bij Duurstede
Zeist
Buiten regio
Regio
73
13
15
195
6
96
1.506
200
65
172
56
468
1.004
4.422
632
378
116
52
804
17
678
9.941
465
266
203
471
2.809
De Ronde Venen
38
386
7.971
439
391
122
128
866
62
1.148
6.716
279
238
179
766
Houten
359
589
256
8.535
933
271
128
2.786
30
680 10.428
574
788
685
436
1.448
6.277 35.203
IJsselstein
40
174
113
409
3.632
487
202
2.316
45
373
4.360
90
581
116
291
428
2.363 16.020
Lopik
15
97
93
112
304
368
79
565
44
196
1.765
66
143
52
187
214
1.413
5.713
Montfoort
21
85
79
124
216
98
478
329
95
150
1.606
66
72
44
562
197
1.382
5.604
Nieuwegein
265
915
581
2.188
3.821
861
341 13.026
104
1.861 26.345
943
2.169
502
996
Oudewater
6
49
74
69
97
34
89
149
295
Stichtse Vecht
185
1.050
1.375
894
1.000
302
209
2.318
100
Utrecht
923
47
57
23
274
9.117 23.456
623
676
346
1.195
4.778 26.684
932 10.644 31.305
2.906 15.699 73.523 112
777
3.161
2.236 14.533 59.615
2.067
7.555
3.421
8.347
7.753
1.740
558 11.937 288.364
4.434
4.797
2.259
Utrechtse Heuvelrug
331
550
225
669
334
105
80
935
23
539
5.526
5.376
277
1.152
371
3.045
5.835 25.373
Vijfheerenlanden (Vianen)
64
292
224
563
864
233
66
1.776
20
440
6.057
144
2.148
127
331
731
3.963 18.043
Wijk bij Duurstede
116
138
101
354
148
65
38
347
9
177
2.330
543
111
2.172
135
566
2.236
Woerden
107
717
1.938
984
1.022
468
1.133
2.045
413
1.725 14.460
477
507
575
1.994
418
1.142
718
189
142
1.708
59
1.108 15.781
2.476
639
4.549 19.417 17.095 25.676 21.684
5.472
Zeist Regio Utrecht
1.169 16.510
86
Woerden
Montfoort
215
187
Oudewater
Lopik
39
4.731
IJsselstein
Houten
95
156
De Bilt
204
De Bilt
Bunnik
Bestemming (woning) Bunnik
De Ronde Venen
Herkomst (woningzoekende)
4.349 46.675
1.880 30.311 419.564 16.803 13.534
6.170 17.336 115.327 499.744
347 10.864 786
582 14.068 12.139 54.524
9.165 23.687 49.173 211.760 920.794
Bron: WoningNet, 2020; bewerking RIGO
Rapport Woonruimteverdeling in de U16
9.586
1.677 13.390 52.274
30