Raadsvoorstel 63, bijlage 2 Overzicht zienswijzen raden op concept IRP - verwerking en verantwoording
Tekst van het document
In het hoofdstuk opgaven (1C) is een extra paragraaf opgenomen over de mogelijke gevolgen van de coronapandemie. Op dit moment is nog geen keuze gemaakt om hier op termijn een vervolgonderzoek aan te wijden. Geen verwerking nodig In het hoofdstuk met thematische verdieping (2.3) staat onder het thema energie beschreven dat besparing een belangrijk onderdeel is van de Regionale Energie Strategie. Geen verwerking nodig Wens om al het OV zo snel mogelijk te verduurzamen overgenomen in IRP
De opgave voor vitaliteit geeft inderdaad veel ruimte voor lokale invulling. Het gaat erom ruimte te geven aan de lokale dynamiek en zo de dorpen in de regio leefbaar te houden.
De opgave voor vitaliteit geeft inderdaad veel ruimte voor lokale invulling. Het gaat erom ruimte te geven aan de lokale dynamiek en zo de dorpen in de regio leefbaar te houden.
We onderschrijven daarbij dat voor het bouwen voor vitaliteit lokaal maatwerk nodig is om te bepalen of busverbindingen of snelfietsverbindingen nodig zijn om te zorgen dat er geen extra belasting van bestaand autowegennet optreedt. Wat ons betreft ligt daarbij de focus op geen toename en bij voorkeur een afname van doorgaand gemotoriseerd verkeer door dorpskernen en kwetsbare natuur. We delen dat om bouwen voor vitaliteit mogelijk te maken in het deelgebied Kromme Rijn, een gezamenlijke inzet nodig is op mobiliteit; op beter gebruik van OV, fiets en spitsmijden, zoals meer thuiswerken. En dat nauwe afstemming tussen gemeenten aan de N229 en N227 noodzakelijk is. We gaan er vanuit dat de volgorde zoals weergegeven in redeneerlijn 2 ‘keuzes voor duurzame mobiliteit’ de basis is. We zien uit naar de samenwerking hierop. Reeds verwerkt in IRP. Parallelweg/ bypassonderzoek We begrijpen dat indien de groei van de regio op termijn alsnog leidt tot een sterke autogroei in de spits, we dan voor een keuze staan om enerzijds nog meer OV en fiets en gedragsbeïnvloeding toe te passen of een andere toedeling van de autobelasting op het netwerk (hetzij in plaats, hetzij in tijd) of extra infrastructuur in de vorm van een parallelroute/bypass langs de A12 met een toeleidende infrastructuur vanuit Nieuwegein, Utrecht en Kromme Rijnstreek.
Akkoord met oproep voor samenwerking rond wegcorridors.
Om hierover het goede gesprek te kunnen voeren en een afweging te maken is voor ons meer inzicht nodig in de effecten van investeringen in OV en fiets en van gedragsbeïnvloeding op het verminderen van autogroei en op het verkeer op de N-wegen (sluipverkeer) door dorpskernen en hoogwaardige natuur. Voor ons is een zwaarwegend belang dat het doorgaand gemotoriseerd verkeer door dorpskernen en binnen onze hoogwaardige natuur niet toeneemt. We willen als gemeenteraad actief geïnformeerd en betrokken worden in het onderzoek zodra dat plaats gaat vinden. Zodra het onderzoek ook betrekking heeft op het gebied van de gemeente hechten we ook sterk aan tijdige betrokkenheid van onze inwoners en relevante maatschappelijke organisaties. Geen aanpassing in IRP
Alliantievorming in deelgebieden moet betrokkenheid bij regionale ontwikkelingen op het snijvlak van verstedelijking en mobiliteit van belanghebbende gemeenten waarborgen. Daarnaast zijn alle gemeenten via de Bestuurstafel Mobiliteit aangehaakt bij de onderzoeken en besluitvorming in U Ned.
We vinden het al met al terecht dat we nu nog geen parallelstructuur langs de A12 in het Kromme Rijngebied opnemen in het IRP in beelden. Opname van een parallelstructuur in het perspectief vinden we strijdig met de uitgangspunten en investeringen in fiets en OV en stuit bij ons op bezwaren. Een parallelstructuur in het Kromme Rijngebied doorkruist ook de in het perspectief verbeelde impuls voor landschappelijke structuren.
De bypass van de A12 is niet opgenomen in de perspectiefkaart van de regio, omdat deze niet past bij de redeneerlijnen voor de gewenste ontwikkeling van de regio. Het zou echter toch kunnen dat deze weg nodig is. Daarom is ervoor gekozen om een aantal perspectiefbeelden een gesuggereerde route in beeld te brengen. Het volledig weglaten van de bypass zou ons inziens geen recht doen aan het feit dat de weg wel als onderzoeksoptie wordt benoemd.
Kromme Rijn Vallei – verstedelijking knooppunten In het perspectief zijn naast de nieuwe Metropoolpoort Lunetten-Koningsweg in het gebied Kromme Rijn Vallei twee knooppunten waar ingezet wordt op bouwen voor de behoefte van de regio, met daarbij nog ruimte voor onderzoek voor het knooppunt Driebergen-Zeist. We hebben daarbij expliciet een afweging gemaakt met 16 gemeenten over uitleglocaties met daarbij ruimte voor een uitleglocatie bij Bunnik-Zuid. Het gesprek in Houten over de knooppuntontwikkeling loopt nog en gaat een nieuwe fase in. We spreken uit dat de verstedelijking op knooppunten in het gebied Kromme Rijn Vallei in samenhang bezien moeten blijven worden en ontwikkelingen samen ook gedragen moeten kunnen worden door het gebied. Opgenomen in deelgebiedsuitwerking IRP. I
De samenhang tussen de ontwikkelingen in het Kromme Rijngebied is van groot belang. Ide samenhang is verwoord in deelgebieduitwerking in IRP, in uitvoeringsstrrategie wordt expliciet benoemd dat voor een goede invulling van dit gebied samenwerking nodig is.
Reactie is conform de lijn in IRP
Utrechtse Heuvelrug
Utrechtse Heuvelrug
Utrechtse Heuvelrug
Utrechtse Heuvelrug
Samenhang toekomstvisie / omgevingsvisie In onze gemeente nemen we de lokale vraagstukken die samenhangen met het REP zo goed mogelijk mee in ons participatieproces van de Toekomstvisie/Omgevingsvisie. Dit participatieproces loopt langer door dan het proces voor het IRP. Dat betekent dat vanuit die participatie bijstellingen kunnen ontstaan op onze inbreng. Tegelijk denken we dat wij in onze inbreng op het IRP gedurende het hele proces zorgvuldig hebben aangeven waarover in onze gemeente nog het gesprek gevoerd wordt. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, de secretaris, de burgemeester, drs. M.J.T.H. Havekes G.F. Naafs
De participatie op GOVI loopt in diverse gemeenten en in latere fasen zal ook in de uitwerking van projecten (kunnen) worden geparticipeert. Dat is het passende niveau voor particpatie. Er is een zeer zorgvuldig proces doorlopen om te komen tot het IRP, met diverse besluitvormingsronden en ruimte voor zienswijzen van raden. De gemeentelijke inbreng is daarmee stevig verankerd. wijzingen vanuit participatie zijn niet uitgesloten. Het IRP heeft dan ook een adaptief karakter.
Behoeft geen beantwoording
164 Zienswijze
Vijfheerenlanden
Geachte heren Verschuure en Jansen, In antwoord op uw verzoek om het concept Integraal Regionaal Perspectief (IRP) aan onze raad door te geleiden voor een zienswijze, ontvangt u hierbij onze reactie. De raad en het college van B&W van de gemeente Vijfheerenlanden zijn van mening dat het concept IRP een goede basis biedt voor het verdere proces om te komen tot het definitief Integraal Ruimtelijk Perspectief van de U10. Tijdens de behandeling op 10 juni jl. heeft de raad van de gemeente Vijfheerenlanden besloten om: 1. Een zienswijze in te dienen op het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief U16. We verzoeken u deze zienswijze mee te nemen in de definitieve versie van het IRP, waarna deze documenten ter vaststelling aan colleges en raden kunnen worden voorgelegd. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris, de burgemeester,
165 Zienswijze
Vijfheerenlanden
N. (Nanette) van Ameijde-Poortman S. (Sjors) Fröhlich Zienswijze op het Integraal Regionaal Perspectief (IRP) U16 van maart 2021
Behoeft geen beantwoording
Allereerst complimenten op het stuk. In de laatste bestuurlijke REP bijeenkomst op 24 maart hebben de betrokken bestuurders hun waardering uitgesproken en draagvlak getoond voor het IRP wat nu voorligt. Het is een goed inhoudelijk en vooral gezamenlijk stuk geworden. Het heeft ons nader tot elkaar gebracht, begrip voor elkaars opgaven opgeleverd, stedelijk en landelijk dichter bij elkaar gebracht en het heeft ons als regio krachtiger gemaakt. In het IRP is een uitwerking in deelgebieden opgenomen. Onze gemeente ligt in de deelgebieden ‘Woerd, Waard en Vijfheerenlanden’ en ‘Centrale as’. Voor uitwerking van de opgaven zullen we aansluiten bij het best passende deelgebied, afhankelijk van de opgave. 166 Zienswijze
167 Zienswijze
Vijfheerenlanden
168 Zienswijze
Vijfheerenlanden
169 Zienswijze
Op basis van dit concept IRP geven wij de volgende zienswijze: 1. Het IRP moet, na vaststellen in de gemeenteraden, worden gezien als een ‘herenakkoord’, waarbij gemeenten met behoud van de eigen publiekrechtelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van bijvoorbeeld gemeentelijke omgevingsplannen, afspreken de ambities en doelen van het IRP naar vermogen te helpen realiseren. Gemeenten zijn en blijven zelfstandig verantwoordelijk voor lokale omgevingsvisies en omgevingsplannen; het IRP biedt de context hiervoor. Wij vertrouwen er op dat de basis die er nu ligt en het draagvlak dat is ontstaan, garantie geeft voor het realiseren van de ambities en uitgangspunten in het IRP. 2. In het IRP is een aantal inhoudelijke vraagstukken op de pijlers Werken en Energie nog niet volledig weergegeven. Nadere onderzoeken worden nog uitgevoerd en ingevoegd in het definitieve IRP. Voor een goede integrale benadering is het nodig dat alle pijlers voldoende zijn uitgewerkt. Deze pijlers dienen volwaardig - passend bij de uitgangspunten van de reeds uitgewerkte pijlers - te worden opgenomen in het definitieve IRP.
Het IRP moet gezien beschouwd als een afspraak tussen de 16 gemeenten op de ruimtelijke ontwikkelrichting van de U16 regio en als basis voor samenwerken op de uitwerking en uitvoering. Daarnaast is het IRP onze gezamenlijke regionale basis voor de toekomst, waarmee we als U16 de regje kunnen houden over de samenwerking met rijk, provincie en andere partners hebben om de Verwerkt in IRP, Aanbiedingsbrief en Handreiking raadsvoorstel hoofdkeuzes scherper te maken en om de benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen.
3. Een regionale investeringsagenda is een goede start om de ambities in het IRP te realiseren. Uitgangspunt moet zijn dat er geen ruimte is voor onderscheid in prioritering ten gunste van één van de ontwikkelingen of één van de deelnemende gemeenten. Dit vraagt naast transparantie ook een gelijk speelveld. In de regionale investeringsagenda dient inzicht te worden gegeven in de kosten van de verschillende ambities voor o.a. groen en landschap en mobiliteit en de mogelijkheden voor financiering van deze kosten. De regionale investeringsagenda dient onderdeel te zijn van fase 4: de ruimtelijke programmering.
Wordt verwerkt in Plan van Aanpak Fase 4A
In de uitvoeringsstrategie is een regionale investeringsagenda beoogd als onderdeel van het integraal regionaal programma. De uitgangspunten en exacte uitwerking van de regionale investeringsagenda is onderdeel van de kwartiemakersfase en opstart programmeren die tot eind 2022 duurt.
Niet verwerkt
In de redeneerlijn Vitale Kernen wordt gesproken over de lokale behoefte en behoud van voorzieningen en werkgelegenheid. De uitwerking zal plaatsvinden in het regionaal programmeren, voor zowel het wonen als het werken. Het IRP geeft ruimte aan de ontwikkeling van vitale kernen en wil dit via gebiedsuitwerkingen verder uitwerken. Hierbij zal ook werken een rol spelen. De voorwaardelijkheid die u benoemt tussen werklocaties en mobiliteit in het regionaal programma wonen en werken kan in het IRP niet weggenomen worden, aangezien dit een provinciaal programma is. Binnen het IRP pleiten we voor een integrale visie op de vitale kernen.
171 Zienswijze
172 Zienswijze
RES en Economie zijn nu volwaardig opgenomen in IRP
Vijfheerenlanden
5. Toetsend aan de ruimtelijke hoofdprincipes voor gezond stedelijk leven concluderen we dat in voldoende mate aandacht is gegeven aan gezond stedelijk leven voor iedereen, toegespitst op het sociaal domein. Waarbij in de nadere uitwerking wel aandacht dient te zijn voor de borging van de gezond stedelijk leven principes bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. We onderschrijven het voorstel om een handreiking voor gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen, gericht op maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen, te ontwikkelen en staan achter het gedachtegoed dat hieruit spreekt. Met deze handreiking krijgen genoemde voorzieningen een plek in het planproces, zonder dat het opgelegd of genormeerd wordt. Gevraagd wordt om aansluitend hierop een basisniveau vast te stellen. Onderdeel van vervolguitwerking
Het belang van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen wordt door de gehele regio onderschreven. De handreiking en voorgenomen uitwerking daarvan geven hier meer handen en voeten aan. In het huidige IRP is het nog niet mogelijk gebleken om een basisniveau voor gezond leven op te nemen. Of het nodig is om een basisniveau vast te leggen of hoe dit eruit zou kunnen zien zal onderdeel zijn van de uitwerking van deze handreiking.
6. Bij redeneerlijn 3, een gezonde regio begint met vitale kernen, wordt een aantal middelgrote kernen genoemd die een groeiambitie hebben die de lokale woningbehoefte overstijgt. Concreet ligt bij deze kernen de uitdaging om te onderzoeken hoe de ambities van deze kernen passen binnen de doelstelling voor landschap, groen, water en verkeer. Dit geldt ook voor de ontwikkeling van Broekgraaf-Noord in Leerdam. Gevraagd wordt om de ontwikkeling van Broekgraaf- Noord in Leerdam toe te voegen aan het overzicht.
Leerdam is toegevoegd aan de opsomming met middelgrote kernen, waarbij de uitbreiding Broekgraaf-Noord specifiek is benoemd. Voor het overige past de zienswijze goed binnen de redeneerlijn over vitale kernen.
Vijfheerenlanden
Verwerkt
Vijfheerenlanden
7. Het uitgangspunt in het IRP blijft dat in de spits niet of nauwelijks meer auto’s het wegennet op rijden en dat ook in de vitale kernen wordt ingezet op spitsmijden en duurzame vormen van mobiliteit, waarbij de fiets volop ruimte krijgt en de verbindingen tussen kernen en regioknopen met uitstekende OV-verbindingen wordt verbeterd, zowel met directe en snelle OV-lijnen als door de overstap tussen modaliteiten makkelijker te maken met multimodale hubs. Wat we nu zien is dat het OV in onze gemeente (en de meer landelijke gemeenten) alleen maar wordt afgeschaald en we voorlopig nog geen zicht hebben dat het OV weer terug komt of zelfs zal verbeteren (zoals beoogd in het IRP). In het IRP dient daarom meer aandacht te zijn voor OV verbindingen nabij vitale kernen en het uitwerken van andere, meer flexibele vormen van OV. 173 Zienswijze
RES en Economie zijn nu volwaardig opgenomen in IRP In IRP Hoofdstuk 4 is de uitvoeringsstrategie voor het IRP beschreven. Hier staat op hoofdlijnen de organisatie van het vervolg en de belangrijkste stappen waarin de verdere uitwerking vorm krijgt. Komende tijd wordt in de uitvoeringsstrategie verder uitgewerkt tot een (Plan van) aanpak voor Fase 4, het programmeren.
Vijfheerenlanden
4. In het kader van vitale kernen wordt genoemd dat de ontwikkeling van kleinschalige uitbreidingen niet afhankelijk hoeft te zijn van mobiliteitsopgaven. Echter, de ontwikkeling van ‘vitale kernen’ is hoofdzakelijk gericht op woningbouw, terwijl in sommige gevallen juist de samenhang en doorontwikkeling van lokale werklocaties voor behoud van bestaande en het ontstaan van nieuwe kleinschalige werkgelegenheid belangrijk is. Voor werklocaties wordt aangesloten bij het regionaal programma wonen en werken, waarbij mobiliteit wel weer randvoorwaardelijk is. Deze discrepantie dient te worden weggenomen. Het is niet de verwachting dat bestaande OV-knooppunten – nabij kleinere kernen - worden uitgebreid. De infrastructuur en OV-bereikbaarheid mag niet beperkend zijn voor de mogelijkheden om te groeien voor het behoud van vitale kernen. 170 Zienswijze
Behoeft geen beantwoording
Vijfheerenlanden
We richten ons als regio op de verbindingen die opgenomen zijn in het regionaal Toekomstbeeld OV; het grote wiel en de verbindingen die daar mee samen hangen is expliciet afgevallen in het Toekomstbeeld en komt dus niet terug in het IRP. Diverse verbindingen tussen achterland en regiopoorten en/of multimodale hubs moeten voorzien in de gewenste goede verbindingen. Hoge OV-kwaliteit is alleen mogelijk op plekken waar hoge concentraties van wonen en/of werken zijn; we hebben er als overheden belang bij om de buslijnen zo vol mogelijk te laten rijden om belastinggeld effectief te spenderen. Voor vervoer naar kleine kernen en verbindingen tussen middelgrote kernen geldt dat ze zelfstandig geen hoge OV-kwaliteit kunnen genereren en daarom richt het IRP zich op het aantakken van kernen op plekken (regiopoorten, multimodale hubs) met hoge OV-kwaliteit om een goede ketenreis mogelijk te maken, ook met flexibele vormen van OV.
Vijfheerenlanden
8. In het IRP wordt vooral ingezet op duurzaam vervoer, Openbaar Vervoer en fiets. Voor ons is automobiliteit / doorstroming en het terugdringen van het sluipverkeer een belangrijk punt. Wij blijven daarom aandacht vragen voor automobiliteit, zeker voor ontsluiting van bestaande en te ontwikkelen bedrijventerreinen. Daarnaast moet het OV beter worden gefaciliteerd. De regiopoorten Meerkerk en Vianen worden wel genoemd, maar staan niet consequent op de kaart. Dit dient te worden toegevoegd. Verder dient de inzet te zijn gericht op rechtstreekse verbindingen vanuit deze regiopoorten naar Utrecht Centraal of het Utrecht Science Park (USP) en verbetering van het snelfietsnetwerk tussen Vijfheerenlanden en Utrecht. Verwerkt in IRP
In IRP zijn Meerkerk en Vianen op kaart opgenomen. En inzet op rechtstreekse verbindingen vanuit deze regiopoorten naar Utrecht Centraal of het Utrecht Science Park (USP) en verbetering van het snelfietsnetwerk tussen Vijfheerenlanden en Utrecht overgenomen.
174 Zienswijze
175 Zienswijze
Vijfheerenlanden
9. Ten aanzien van het ontwikkelpad en prioritering van activiteiten wordt aangegeven dat de volgordelijkheid in de ontwikkeling moeilijk is te bepalen. Onder meer omdat niet alle woningen of werklocaties tegelijk kunnen worden gerealiseerd. In het provinciaal regionaal programma wonen en werken, staat ook een prioritering van woningbouwprojecten en werklocaties beschreven. Graag Is opgenomen in IRP (relatie met regionaal programmeren) en aangeven in het IRP wat de relatie is tussen het IRP en regionaal programmeren. In fase 4 moet inzicht worden gegeven in de wijze waarop de prioritering van activiteiten plaatsvindt. zal verwerkt worden in IRP fase 4 (ontwikkelpad)
Een nadere uitwerking van adaptief ontwikkelpad kan voor de grotere regionale (systeem)keuzes en projecten een beooogde fasering aanbrengen, dat hoeft niet voor alle projecten. In de uitvoeringsstrategie opgenomen in H4 van IRP en (plan van) aanpak fase 4 isl hier aandacht voor . Uitgangspunten en uitwerking zijn onderdeel van de periode tot eind 2022. De relatie met regionaal programmeren van Provincie Utrecht is geduid in IRP. Hoe regionaal programmeren van de Provincie Utrecht en integraal programmeren samen gaan werken behoeft nadere uitwerking.
10. Het effect van Corona wordt minimaal benoemd. Echter, de pandemie zou kunnen leiden tot veranderende uitgangspunten (bv. effecten op mobiliteit, woningbehoefte, thuiswerken). We vragen u een moment op te nemen in de programmering, waarop de effecten van de pandemie op het IRP en het ontwikkelpad worden bepaald.
De effecten op toekomstige mobiliteitstsromen van de Corona pandemie zijn lastig te voorspellen. Zeker is dat de efecten van meer thuiswerken zeer gunstig kunnen uitpaken voor het tegengaan van de overbelasting van de hoofdinfrastructuur; in studies zullen we daarom nadrukkelijk werken met varianten die uitgaan van meer thuiswerken en minder reizen in de spits, afgedwongen door generieke mobiliteitsmaatregelen (beprijzen, beperken, belonen).
AMENDEMENT Natuurinclusieve landbouw is een belanrijk onderdeel van nieuwe natuur Gezien de groootte van het agrarisch gebied, behoort deze combinatie separaat vermeld te worden in het IRP. Voordat een voorstel wordt gedaan voor nieuwe natuur, moet nij de huidige beheerder worden nagegaan welke activitieiten er nu plaatsvinen om de biodoiversiteit te verbeteren. Alle ideeen mbt het bestaande landbouw areaal moeten in samenspraak en overleg met de agrarische sector opgepakt worden, zodat er echt een plan is om natuurdoelen te halen en de sector en de natuur er beide op vooruit kunnen gaan.
Natuurinclusieve landbouw' werd al genoemd bij de gebiedsopaven groen en landschap in de thematische uitwerkingen. Onder het kopje 'perspectief agrarische sector' in hetzelfde hoofdstuk is 'natuurinclusieve landbouw' benoemd als onderzoekvraag: Wat houdt kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw in elk deelgebied in en welk verdienmodel is het meest kansrijk? Hier is ook aangegeven dat er sprake moet zijn van maatwerk per deelgebied in nauw overleg met de agrarisch ondernemers. We zien de uitwerking hiervan als onderdeel van de gebiedsuitwerkingen in de vierde fase om de ambitie verbetering biodiversiteit handen en voeten te geven.
Vijfheerenlanden
concept zienswijze 176 Amendement op Vijfheerenlanden
177 Zienswijze
In het IRP zijn de teksten rond het 'perspectief agrarische sector' aangescherpt.
Wijk bij Duurstede
Geachte heren Verschuure en Jansen,
178 Zienswijze
179 Zienswijze
Met veel aandacht hebben wij het ontwerp Integraal Ruimtelijk Perspectief (verder IRP) gelezen. Er ligt nu een mooie integrale visie die een goede basis vormt om regionale opgaven gezamenlijk op te pakken. Terecht kunnen we dit zien als een mijlpaal in de samenwerking van de afgelopen jaren. Wij zijn blij dat een behoorlijk aantal van de eerder verzonden reacties van ons college op het eerdere concept IRP is verwerkt in het ontwerp IRP. Toch zouden wij graag nog een aantal zaken in onze zienswijze willen meegeven. In bijlage 1 hebben wij onze tekstuele opmerkingen opgenomen.
Behoeft geen beantwoording
De nood voor woningbouw in uitleglocaties om Wijk bij Duurstede vitaal te blijven houden is hoog. Wij hebben tot 2040 te maken met gezinsverdunning en vergrijzing (groei van 75+ huishoudens). Tot en met 2025 kunnen we de woningvraag binnenstedelijk oplossen. Daarna zijn onze binnenstedelijke locaties op en moeten we op een uitleglocatie gaan bouwen. Vanaf 2026 tot 2030 zijn er bovenop de reeds toegestane woningbouw vanuit de provincie nog 400 woningen extra nodig om de vraag op te vangen. Na 2030 zijn dat er nog eens minimaal 600. Bureau Companen bevestigt dit in een dit jaar uitgevoerd woningmarktonderzoek (PRIMOS prognose). We kijken daarom nadrukkelijk naar woningbouw in de uitleglocaties de Geer III en Zuidwijk. Wij zijn nu met een verkenning bezig waar wij het beste welke woningaantallen kunnen realiseren. Verheugd zijn wij voor het feit dat de gewenste aantallen in het regionaal programma wonen en werken van de U16 zijn opgenomen.
In de redeneerlijn over Vitale Kernen wordt onderbouowd waarom het ontwikkelen voor eigen behoefte voor kleine en middelgrote kernen belangrijk is. Uw zienswijze sluit daar op aan.
Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede
Wij vragen van de U16 een meewerkende rol om onze woningbouwambities richting de provincie te faciliteren. Zeker nu de nood zo hoog is. Prettig om te lezen dat in het IRP de strikte koppeling tussen het niet meer belasten van het autoverkeersysteem en woningbouw deels is los gelaten. Dit door toe te voegen dat woningbouw voor eigen woningbouwbehoefte mogelijk is als het autoverkeersysteem nauwelijks meer belast wordt dan de huidige situatie. Toch blijft de sterke relatie met belasting van het autoverkeersysteem en woningbouw in het IRP bestaan. Wij blijven het belang benadrukken dat woningbouw voor eigen vitaliteit boven het autoverkeersysteem gesteld moet worden. Bouwen voor vitaliteit (uiteraard onder voorwaarden) zou te allen tijde mogelijk moeten zijn. Juist door het toevoegen van woningen zorgen we voor behoud van onze eigen voorzieningen. En dat het principe van nabijheid van voorzieningen in stand blijft. Hiermee ontlasten wij ook de stedelijke regio van Utrecht. En vallen er betaalbare eengezinswoningen vrij die een (beperkt) deel van de regionale woningvraag kunnen voorzien. Hiermee verminderen wij de druk op de woningmarkt van Utrecht. Bovendien faciliteren wij hiermee werknemers die dichterbij hun werk in Wijk bij Duurstede willen wonen, wat een positief effect heeft op de verkeersbewegingen.
Van belang hierbij is dat het systeem van het wiel met spaken diep de regio in steekt. In het IRP wordt dit op p. 45 ook aangegeven. Voor onze gemeente is het dan ook belangrijk dat wij met toeleidende OV-lijnen goed worden verbonden met het wiel met spaken. Dat betekent aandacht voor een frequente OV-verbinding met Utrecht en een versterkte OV-verbinding naar Amersfoort. Wij verwachten overigens dat het toevoegen van woningen voor de vitaliteit het autoverkeersysteem nauwelijks meer belast wordt dan de huidige situatie. Werknemers zullen ook in post Corona tijdperk meer gaan thuiswerken. Ook het faciliteren van meer lokale werkgelegenheid binnen onze gemeente - door ruimte te bieden voor uitbreiding van ons bedrijventerrein draagt bij aan het verlagen van het woon-werkverkeer. Tenslotte verwachten wij dat Wijk bij Duurstede de komende jaren sterk vergrijst en daardoor de omvang van de beroepsbevolking en bijdrage aan spitsverkeer afneemt. Ter illustratie: het aantal 75+ huishoudens groeit van 1.140 in 2020 naar 2.900 in 2040 (zie ook figuur 1). Wij willen gaan bouwen voor mensen die nu ook al in Wijk bij Duurstede wonen (gezinsverdunning, toename aantal kleine huishoudens). Zie Figuur Ontwikkeling aantal huishoudens naar samenstelling 2020 - 2040 180 Zienswijze
In de redeneerlijn over Vitale kernen vindt u veel van de argumentatie van uw zienswijze terug. Toch zit ook in uw zienswijze een balans ("onder voorwaarden" versus "te allen tijde") die gevonden moet worden. In het IRP benadrukken we de vitaliteitsopgave en daarmee trekt de regio een gezamenlijke lijn, onder meer naar de Provincie Utrecht. De uitwerking zal, zoals u suggereert, bij voorkeur in een gebiedsuitwerking voor vitale kernen gezamenlijk plaatsvinden. De bussen op de OV corridor N229 brengen reizigers naar het centrum van Utrecht, Utrecht CS en het USP en dat blijven ze komende jaren en op middellange termijn zeker rechtstreeks doen. Er kan in de verre toekomst een OV-netwerk ontstaan waarbij Lunetten-Koningsweg een zodanig aantrekkelijk knooppunt wordt dat het voor reizigers uit de Kromme Rijnstreek aantrekkelijk is om juist via dat knooppunt naar de belangrijke bestemmingen in Utrecht te reizen, zeker als in het centrum van Utrecht de doorstroming van het busverkeer vermindert. Echter, een dergelijke situatie vergt een knooppuntontwikkeling op Lunetten-Koningsweg met IC verbindingen en HOV lijnen naar USP die nog lange tijd aan studie, engineering en uitvoering met zich mee zal brengen, dus deze situatie is voor ongeveer 2035 (periode na de volgende OV-concessie) niet aan de orde.
Wijk bij Duurstede
Wij herkennen ons in het perspectief dat het IRP schetst voor het thema werken. In Wijk bij Duurstede kunnen wij een bijdrage leveren aan het accommoderen van ruimtevraag door kleinschalige uitbreidingen van lokale terreinen mogelijk te maken (conform pagina 87 van het IRP). Wij zijn het er daarom mee eens dat de uitbreiding van bedrijventerrein in Wijk bij Duurstede in het IRP is opgenomen (pagina 109). Het benoemen van de uitbreidingsbehoefte legt een stevige basis voor het bieden van doorontwikkelingsmogelijkheden voor ons MKB in de (nabije) toekomst. Voor het thema werken hebben wij daarom geen inhoudelijke opmerkingen bij het IRP.
181 Zienswijze
Wijk bij Duurstede
182 Zienswijze
Wijk bij Duurstede
183 Zienswijze
Wijk bij Duurstede
Wij willen snel van visie naar uitvoering, maar de vervolgstappen van de regionale samenwerking zijn nog niet overal scherp omschreven in het IRP. Door de huidige planologische beperkingen (rode contouren vanuit de provincie) kunnen wij onze uitbreidingsplannen nog niet uitvoeren en dat geeft onzekerheid (over termijn en haalbaarheid). Om de ambities uit het IRP uit te kunnen voeren richten wij ons daarom tot de provincie om duidelijkheid te verkrijgen. Dat doen wij door (parallel op deze reactie op IRP) een reactie te geven op hun Ontwerp Programma Wonen en Werken van 25 mei 2021 dat nu ter inzage ligt. Wij vragen de provincie om daarin 5 hectare (netto) bedrijventerrein Broekweg Noord / Langshaven op te nemen om te realiseren voor 2030. Datzelfde signaal zullen wij inbrengen in het vervolgproces van het IRP in de regio. De opgave voor vitale kernen als type gebiedsuitwerking toevoegen Op p. 143 van het IRP worden een aantal type gebiedsuitwerkingen genoemd. Wij stellen voor dat de opgave voor vitaliteit als gebiedsuitwerking aan wordt toegevoegd. Ook al kent elke kern in het ontwikkelpad haar eigen dynamiek en fasering, toch zijn er best een aantal onderwerpen waarop samengewerkt kan worden. Denk bijvoorbeeld aan kennisdeling, natuurinclusief bouwen en de gezamenlijke lobby richting de provincie op mobiliteitsgebied.
Suggestie is opgenomen in hoofdstuk 4, uitvoeringsstrategie In het ontwerp IRP wordt er geen vervolg gegeven aan de aangenomen motie van de raad van Wijk bij Duurstede op 2 juni 2020 Deze motie is aangenomen tijdens de besluitvorming op de Ruimtelijke Contour. Er is eerder een toezegging gedaan deze mee te nemen in het IRP. Wij vinden hierover niets terug. In de motie spreekt de raad uit: ‘Dat Wijk bij Duurstede zich nadrukkelijker vanuit de Kromme Rijn Delta inzet voor ontwikkeling van de Groen en Blauwe Recreatiezone in het gebied rond de Gravenbol, dat van groot belang is voor de regio in zijn algemeenheid en Wijk bij Duurstede in het bijzonder.’ Wij stellen voor op p. 107 de volgende tekst op te nemen: ‘Versterken van natuurgebieden in de uiterwaarden van de Nederrijn en Lek in combinatie met extensieve recreatie. Daar waar intensieve dagrecreatieterreinen aanwezig zijn zoals de Gravenbol in de uiterwaard Lunenburgerwaard deze behouden of verplaatsen naar minder kwetsbare gebieden.’ Verwerkt in IRP. Tot slot Wij vertrouwen erop dat met het verwerken van onze zienswijze, het resulteert in een visie die wij met vertrouwen ter vaststelling kunnen voorleggen aan onze gemeenteraad. Als onze reactie nog vragen oproept, staan wij zeker open voor een gesprek. Hoogachtend, namens het college van burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede,
Kennis genomen van de zienswijze
Een gebiedsuitwerking voor vitale kernen is een goede manier om deze opgave naast de metropoolpoorten en regiopoorten gezamenlijk op te pakken.
Tekstvoorstel in algemene zin voor de hele groenblauwe verbinding Lek opgenomen in IRP deelgebied Kromme Rijnvallei
Behoeft geen beantwoording
185 Zienswijze
186 Zienswijze
187 Zienswijze
188 Zienswijze
189 Zienswijze
Woerden
Geachte heer Hoeve, Op 30 maart 2021 heeft u het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de U16 met ons gedeeld. U heeft ons per e-mail verzocht om het concept IRP door te geleiden naar onze raad voor een zienswijze. Via deze brief sturen wij u de zienswijze van de gemeente Woerden op het concept IRP.
Behoeft geen beantwoording
Opgaven vragen om samenwerking De behoefte om te streven naar een regionaal perspectief en programma komt voort uit de grote opgaven in de fysieke leefomgeving waar onze regio voor staat. Vraagstukken op het gebied van de arbeids- en woningmarkt, landschap, bereikbaarheid en energietransitie beperken zich nu eenmaal niet tot de gemeentegrenzen. Zonder regionale afstemming zal het bijvoorbeeld niet lukken om vraag en aanbod op de woningmarkt beter in balans te krijgen, waardoor lokale woningzoekenden van een huis verstoken blijven. Als regionaal verbonden gemeenten is het goed om plannen af te stemmen en, waar mogelijk, samen te werken om bovenlokale opgaven het hoofd te bieden. Deze samenwerking kan een bijdrage leveren aan het verbeteren van de leefomgeving van de inwoners Verwerkt in inleiding, voorwoord, uitvoeringsstrategie en krijgt van onze regio. uitwerking in Plan van Aanpak Fase 4
De behoefte aan samemwerking op deze thema's en in de integraliteit is evident en de basis van het IRP en de samenwerking in de U10. Dit is verwerkt in de uitvoeringsstrategie in hoofdstuk 4. Hier staat op hoofdlijnen de organisatie van het vervolg en de belangrijkste stappen waarin de verdere uitwerking vorm krijgt. Komende tijd wordt de uitvoeringsstrategie verder uitgewerkt tot een ( Plan van) aanpak voor Fase 4. In Fase 4 gaat het in elk geval om afstemming van plannen, maar ook het samen maken en uitwerken van de grotere (systeem)keuzes en het faciliteren en ondersteunen van de uitvoering van plannen hoort daarbij. Het IRP moet gezien beschouwd als afspraak tussen de 16 gemeenten op de ruimtelijke ontwikkelrichting van de U16 regio en als basis voor samenwerken op de uitwerking en uitvoering.
Woerden
Woerden
De samenwerking biedt echter niet alleen kansen voor het verbeteren van de leefomgeving, maar biedt ook kansen voor sterkere belangenbehartiging richting andere overheidslagen, zoals het Rijk en de provincie Utrecht. Door onze opgaven als regio gezamenlijk te adresseren vergroten wij de kans op steun en medewerking van deze overheidslagen voor het realiseren van onze ambities. Gezien de kansen die samenwerking biedt, staan wij achter het streven naar een regionaal perspectief en programma als instrumenten voor regionale afstemming en samenwerking.
Het IRP is een regionale visie dat richting geeft en waarin nog een aantal onzekerheden bij de uitwerking en realisatie. Het IRP moet daarom ook worden gezien als onze gezamenlijke regionale basis voor de toekomst, waarmee we als U16 de regje kunnen houden over de samenwerking met rijk, provincie en andere partners hebben om de hoofdkeuzes scherper te maken en om de Verwerkt in inleiding, voorwoord, uitvoeringsstrategie en wordt benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen. Een regionaal programma en lobby is verder uitgewerkt in Plan van Aanpak Fase 4 daarvoor van belang.
Regionale samenwerking en democratische legitimiteit Bij regionale samenwerking is het van belang om voortdurend oog te houden voor de relatie tussen regionale samenwerking en democratische legitimiteit. De U16-regio is geen bestuurslaag, maar een netwerksamenwerking. Zonder voldoende draagvlak op lokaal niveau hebben regionale visies geen waarde. Vanuit deze realiteit is ervoor gekozen om het IRP van onderaf op te bouwen. Lokaal beleid en lokale ambities staan aan de basis van het regionale perspectief. Op deze manier is getracht een lokaal gedragen regionaal perspectief op te stellen.
Verwerkt in inleiding, voorwoord, uitvoeringsstrategie en wordt verder uitgewerkt in Plan van Aanpak Fase 4 Democratische legitimatie is de kracht en de kern van de U10 samenwerking
Woerden
Woerden
Daarnaast wordt het IRP niet gezien als een in beton gegoten visie, maar vormt het een adaptief ontwikkelpad. Om het lokale draagvlak voor het IRP te garanderen, is er sprake van een continue uitwisseling tussen lokaal beleid en regionale ambities. Hierbij trachten gemeenten elkaar op regionaal niveau vast te houden door gezamenlijke ontwikkelrichtingen te bepalen. Voorbeelden hiervan zijn het verdichten rondom knooppunten en het intensiveren van werklocaties. Flexibiliteit is niet alleen nodig voor de inhoud, maar ook voor de manier van samenwerken. Het IRP is in U16-verband ontwikkeld, maar niet alle bovenlokale opgaven lenen zich voor oplossingen op U16-niveau. Soms is het beter om in kleiner verband samen te werken. In het IRP wordt hier al op voorgesorteerd door deelgebieden, inclusief bijbehorende opgaven, te benoemen. In de praktijk zullen mogelijk nog andere samenwerkingsverbanden tussen gemeenten ontstaan, omdat zij kansen voor samenwerking zien. Wij ondersteunen de keuze om het IRP van onderaf op te bouwen en het perspectief te beschouwen als een adaptief document. Het IRP is op deze wijze de optelsom van afzonderlijke lokale visies en de plek waar regionale afstemming plaatsvindt. Hiermee wordt recht gedaan aan de U16 als netwerksamenwerking en de betrokken gemeenten als verantwoordelijke lokale bestuurslaag.
In onze Vewerkt in uitvoeringsstrategie en krijgt nadere uitwerking in ogen is dit de enige manier waarop regionale samenwerking succesvol kan zijn. Plan van Aanpak Fase 4 190 Zienswijze
Het IRP is geen eindbeeld maar heeft een adaptief karakter om mee te bewegen met de ontwikkelingen op diverse plekken, waaronder in de uitwerking bij gemeenten. Wel is het een gezamenlijk opgestelde en gedragen toekomstrichting dat moet worden gezien als overeenkomst tussen gemeenten voor de utiwerking op inhoud en proces.
Woerden
Woerdense ambities overgenomen in IRP – passende ontwikkellijnen Doordat het IRP van onderaf is opgebouwd, zijn veel van onze huidige lokale ambities in het concept perspectief opgenomen. Zo sluit de woningbouwambitie aan op onze lokale woonvisie en is ons besluit om onderzoek te doen naar een randweg aan de oostkant overgenomen. Verder vinden wij het goed dat het document veel aandacht schenkt aan het onderwerp groen en landschap, inclusief de complexiteit van de bijbehorende agrarische transitie. Naar onze mening kan verandering in het agrarisch grondgebruik enkel tot stand komen door te streven naar gebiedsgerichte maatwerkoplossingen met alle betrokken belanghebbenden. In het IRP wordt deze werkwijze erkend. Geen verwerking nodig 191 Zienswijze
Woerden
192 Zienswijze
Woerden
193 Zienswijze
Woerden
Belangrijk onderdeel van de pijler groen en landschap zijn de groene scheggen. De verbindings-gebieden tussen de steden en het omliggende groene landschap. De polderscheg ‘Lange Linschoten – Woerden – Breukelen’ sluit goed aan op onze ambities om de kern Harmelen niet aan de stad Utrecht te laten vastgroeien en de Jaap Bijzerwetering een prominentere rol te geven in de verbinding tussen het noordelijk en zuidelijk deel van Woerden. Ook het feit dat er inhoudelijk veel aandacht is voor de uitdagingen van de kleine(re) kernen stemt ons positief. De vitaliteit van de kleine kernen is een belangrijk, en vaak onderbelicht, onderwerp in onze regio. Op basis van het IRP kunnen wij, zowel individueel als gezamenlijk, het gesprek met de provincie aangaan over het belang van noodzakelijke kleinschalige woningbouwuitbreidingen voor de vitaliteit van de kleine kernen. Aandachtspunten Over het algemeen sluit het IRP aan op onze lokale opvattingen en ambities. Desalniettemin hebben wij ook enkele aandachtspunten, die wij willen meegeven en/ of waarover nadere afstemming noodzakelijk is.
Haalbaarheid van ambities Zoals gezegd ondersteunen wij veel van de in het IRP opgenomen ambities. Wij zetten wel vraagtekens bij de haalbaarheid van een aantal ambities. Zo is de financiering van de plannen op het gebied van groen en landschap een forse uitdaging. De financiële huishouding van veel gemeenten staat al onder druk. Door de sterke focus op binnenstedelijke ontwikkeling, over het algemeen complex en kostbaar, zullen woningbouwprojecten geen enorme geldstromen genereren. Voor het toevoegen van natuur- en recreatiegebied en recreatieve en ecologische verbindingen zijn wij afhankelijk van financiële bijdragen van andere overheden en/ of private partijen. Vooralsnog is het onduidelijk of dergelijke partijen tot financiële bijdragen bereid zijn. Het is belangrijk om dit in de komende Zie uitvoeringsstrategie en wordt nader uitgewerkt in Plan van periode te achterhalen. Aanpak Fase 4 194 Zienswijze
Geen verwerking nodig
Het IRP is een regionale visie die richting geeft en waarin nog een aantal onzekerheden bij de uitwerking en realisatie. Het IRP moet daarom ook worden gezien als onze gezamenlijke regionale basis voor de toekomst, waarmee we als U16 de regje kunnen houden over de samenwerking met Rijk, provincie en andere partners hebben om de hoofdkeuzes scherper te maken en om de benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen. Een regionale investeringsstrategie en lobbystrategie is onderdeel van de uitvoeringsstrategie en zal in Fase 4 de integrale programmering verder uitgewerkt worden.
Woerden
Op het gebied van werken wordt ingezet op het mengen van wonen en werken en het intensiveren van bedrijventerreinen. Het intensiveren betekent in dit geval het verhogen van het aantal arbeidsplekken per hectare. Het intensiveren van bedrijventerreinen is een complexe en kostbare opgave. Zeker in het geval van bestaande bedrijventerreinen. Hoewel wij achter het idee van deze ambitie staan, zal de haalbaarheid in de praktijk moeten worden bewezen. Gezien onze lokale ervaringen met herstructurering, verwachten wij dat dit een lastig te realiseren ambitie is. Het lijkt ons verstandig om deze ambitie over enkele jaren te toetsen aan de praktijkervaring en, zo nodig, bij te stellen.
Intensiveren gaat vooral ook om het verhogen van het aantal arbeidsplaatsen per hectare, om groei van banen mogelijk te maken in de regio. De vraag is of hier in alle gevallen ook toevoegen van nieuw en of uit te breiden vastgoed (m2) bij hoort. Pas wanneer bestaand vastgoed onvoldoende omvang heeft, om toekomstige bedrijfsuitbreiding (en meer arbeidsplaatsen) te faciliteren, is intensivering nodig immers. Monitoren moet uitwijzen hoe groei van aantal arbeidsplaatsen in de regio (op bedrijventerreinen) zich verhoudt tov toename van het aantal m2 bedrijfsoppervlak. Dat is ook het moment om inzichtelijk te krijgen of vooral ook vastgoed/financiele opgave is. Dit is een aandachtspunt voor vervolg en komt terug in de uitvoeringsstrategie. Dit zal verdere uitwerking krijgen in (Plan van) aanpak Fase 4
195 Zienswijze
196 Zienswijze
197 Zienswijze
Woerden
Ten slotte streeft het IRP naar het beperken van automobiliteit in de spits. Gezien de drukte op de wegen in onze regio is dit een begrijpelijke ambitie en een goed streven. Wij moeten hierbij echter niet vergeten, dat het IRP voor de periode tot aan 2040 uitgaat van een toename van 104.000 tot 125.000 woningen en 80.000 arbeidsplaatsen. Ter illustratie: voor wat betreft het aantal woningen is dit vergelijkbaar met een stad als Eindhoven. Een dergelijke verstedelijkingsambitie zal volgens ons onvermijdelijk leiden tot een toename aan automobiliteit binnen en buiten de spits. Zeker op plekken waar de alternatieven voor autogebruik schaars zijn. Wij zijn dan ook enigszins sceptisch over de haalbaarheid van het beperken van de automobiliteit in de spits en denken dat het verstandig is om in de huidige plannen al rekening te houden met een toename van automobiliteit.
De teksten van het IRP gaan uitbereid in op automobiliteit, maar hebben als uitgangspunt dat we de capaciteit van het wegennet niet willen vergroten. Optimalisaties rond nieuwe verstedelijkingslocaties horen wel tot de mogelijkheden. De schaalsprong OV is essentieel om in het stedelijk gebied en de randen daarvan (bijvoorbeeld Papendorp en de A12 zone) ook een volgende stap in de mobiliteitstransitie te zetten waarbij we autogebruik in de spits voor reizigers met een goed OV- of fietsalternatief gaan ontmoedigen. Op die manier willen we als regio bewerkstelligen dat we de huidige capaciteit van het (hoofd)wegennet ook in de toekomst toereikend is. Daartoe zullen we niet alleen in de regio het autogebruik aan moeten pakken maar ook de landelijke stromen, voor reizigers met een goed OV- of multimodaal alternatief. Daarom is sterk inzetten op generiek mobiliteitsbeleid incl beprijzen en parkeermaatregelen een belangrijke hoeksteen van de beleidslijn voor mobiliteit in het IRP. De vraag over mogelijke effecten maakt onderdeel uit van vervolgonderzoek U Ned.
Lokale en regionale belangen Los van het realiteitsgehalte van enkele ambities zijn er plannen waarbij het lokale en regionale belang op gespannen voet met elkaar (kunnen) staan. Voorbeelden hiervan zijn de plannen voor regionale bedrijventerreinen en multimodale hubs. Voor beide onderwerpen is het van belang om de noodzaak goed te onderbouwen en inzichtelijk te maken welke lokale en regionale belangen worden gediend. Uiteindelijk nemen lokale overheden de besluiten over realisatie van multimodale hubs en regionale bedrijventerreinen. Het is daarom van essentieel belang om op lokaal niveau zicht te hebben op de voor- en nadelen van dergelijke plannen. Het is hierbij van groot belang dat lokale en regionale belangen met elkaar in balans zijn. Indien hier geen sprake van is, is het onmogelijk om lokaal draagvlak voor dergelijke plannen te verwerven.
In het IRP is het zoeken naar de juiste balans tussen wat lokaal gedragen is en wat op een aantal onderwerpen regionaal nodig is. Het lokale proces moet daarbij altijd zorgvuldig doorlopen worden om draagvlak te verwerven. Voor een aantal opgaven, zoals werklocaties en hubs, is daarom gekozen voor het benoemen van de opgave, zonder de oplossingen concreet te benoemen. De nut en noodzaak van regionale bedrijventerreinen wordt ook in het adviesrapport 'Beoordeling zoekgebieden voor regionale bedrijventerreinen U10' (Antea, 2021) beschreven.
Woerden
Woerden
Onduidelijkheden en onjuistheden Ten slotte bevat het IRP enkele onduidelijkheden en onjuistheden. In onze collegereactie van maart wezen wij u al op het feit dat er onterecht wordt gesproken over transformatie, verdichting, menging en uitbreiding van bedrijventerrein nabij station Woerden. Zoals eerder aangegeven transformeert Middelland-Noord naar een gemengd stedelijk woongebied. Er is echter geen sprake van verdichting dan wel uitbreiding van bedrijventerreinen nabij station Woerden. Daarnaast spreekt u op bladzijde 127 van het concept IRP over: ‘Mogelijkheden uitbreiding (en schuifruimte) bedrijventerreinen Woerden richting A12’. Deze formulering is onduidelijk en roept vragen op. Wij verzoeken u om dit aan te passen naar: ‘Mogelijkheden geplande uitbreiding bedrijventerreinen Woerden, te weten de schuifruimtelocaties Burgemeester van Zwietenweg en De Putkop.’ Ten slotte sluit de kaart van bedrijventerreinen (blz. 86) niet aan op de gemeentelijke plannen. Er zijn vooralsnog geen plannen om Middelland-Zuid te herontwikkelen en bedrijventerrein De Putkop van een facelift te voorzien. Wij vragen ons af op welke gegevens deze kaart is gebaseerd en willen dat dit wordt aangepast. 198 Zienswijze
Verwerkt in IRP
Formuleringen aangepast en tekstsuggesties zijn overgenomen
Woerden
199 Zienswijze
Woerden
200 Zienswijze
Woerden
201 Zienswijze
Woerden
Daarnaast spreekt u bij de ontwikkeling van de regiopoort Woerden over mogelijke uitleglocaties aan de randen van Woerden (blz. 127). Hoewel dergelijke ontwikkellocaties in de toekomst niet kunnen worden uitgesloten, zijn hier vooralsnog geen plannen voor. Daarnaast zullen dergelijke keuzes in eerste instantie op lokaal niveau, bijvoorbeeld in het gemeentelijke omgevingsvisietraject, worden gemaakt. Deze zinsnede lijkt dan ook vooruit te lopen op de lokale besluitvorming en moet wat ons betreft worden geschrapt. Verwerkt in IRP Verder wordt in de tabel over woningbouw (blz. 154) gesproken over een bandbreedte aan te realiseren woningen tot aan 2040. Bij Woerden staat aangegeven, dat het gaat om binnenstedelijke woningbouwlocaties. Aangezien de gehanteerde bandbreedte van toepassing is op woningbouw in de gehele gemeente Woerden, inclusief de kernen Kamerik, Zegveld en Harmelen, betreft het hier niet enkel binnenstedelijke woningbouwlocaties. Het woord binnenstedelijk moet hier worden verwijderd. Verwerkt in IRP Aangezien wij enkele van de bovengenoemde onjuistheden in onze reactie van maart ook al onder de aandacht hebben gebracht, roepen wij u hierbij met klem op om dit in het IRP te corrigeren. Wij verwachten dat deze correcties, voorafgaand aan de besluitvormingsprocedure, worden doorgevoerd.
Waar nodig treden wij graag met u in overleg, zodat de juiste informatie op de kaartbeelden en in de tekst en tabellen wordt opgenomen. Tot slot Op 8 maart jongstleden hebben wij als college reeds een reactie op het ontwerp IRP gegeven. Wij verzoeken u om deze eerder verstuurde collegereactie in samenhang met de nu voorliggende zienswijze te bezien. Wij zijn benieuwd op welke wijze u onze zienswijze in het IRP verwerkt. Uiteraard zijn wij tot een mondelinge toelichting van deze zienswijze bereid.
De formulering is aangepast
De formulering is aangepast
Hoogachtend, Namens de gemeenteraad, V.J.H. Molkenboer drs. M.J.W. Tobeas voorzitter griffier 202 Zienswijze
Behoeft geen beantwoording
Zeist
Geachte heer Verschuure en heer Jansen, Hartelijk dank voor het toezenden van het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief, Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen, maart 2021 (IRP). In uw aanbiedingsbrief nodigt u de gemeenteraden van de U16 gemeenten uit om een zienswijze in te dienen op het IRP. In deze brief geven wij u onze zienswijze op het IRP. Voordat wij inhoudelijk ingaan op onze zienswijze spreken wij onze waardering uit voor het proces van de totstandkoming van het IRP. Zoals u ook in het voorwoord van het IRP aangeeft, is samenwerking de beste manier om een plek te geven aan regionale opgaven. Die samenwerking hebben wij als prettig ervaren. Wat wij in dit proces in het bijzonder gewaardeerd hebben is de ruimte die individuele gemeenten hebben gehad om vanuit eigen identiteit, ambities en kansen bij te dragen aan oplossingen voor gezamenlijke maatschappelijke opgaven. Die ruimte blijkt uit de aandacht en betrokkenheid die gemeenten hebben voor elkaars inbreng en om daar, met respect voor elkaars standpunten, het goede gesprek over te voeren. Daar spreekt openheid naar elkaar toe uit. Het resultaat daarvan is zichtbaar in het IRP. We zien dat grote, middelgrote en kleine kernen allen in samenhang vanuit eigen identiteit en kwaliteiten bijdragen aan de gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven van de regio.
Het resultaat is een evenwichtig ontwikkelperspectief, waar alle partijen voordeel bij hebben. Hieruit blijkt de kracht van de samenwerking van de regio en we zien vol vertrouwen tegemoet dat we deze wijze van samenwerken continueren in de 4e fase. 203 Zienswijze
204 Zienswijze
Behoeft geen beantwoording
Zeist
Zeist
Zienswijze IRP Onze zienswijze is gebaseerd op de Propositie van Zeist, die vorig jaar door onze raad is vastgesteld. Zeist draagt graag bij aan het goede leven. Op lokaal niveau - in de buurten, wijken en kernen van onze gemeente - en als deel van de regio. Vanuit de wens om onze bijdrage te concretiseren is vorig jaar de Propositie van Zeist opgesteld. Het is een eerste vertaling van verlangens, ambities en waarden van Zeist in kansrijke ontwikkelrichtingen voor de toekomst. Ontwikkelrichtingen die gebaseerd zijn op waarden die wij in Zeist belangrijk vinden. De Propositie helpt ons om vanuit de Zeister identiteit te sturen op maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken. Het is hiermee tevens richtinggevend voor onze inbreng op bovenlokale processen en trajecten, zoals de POVI en het IRP. De Propositie van Zeist treft u als bijlage bij deze brief aan. Wij hebben onze zienswijze gebaseerd op de volgende vragen:
Behoeft geen beantwoording
o Bijdragen aan het goede leven van alle inwoners in Zeist en in de regio o Groen en landschap (groen-blauwe agenda en overige opmerkingen) o Mobiliteit (HOV-verbinding, fietsverbinding Zeist-USP en fijnmazig OV-netwerk) o Woningbouwontwikkeling (aantallen/differentiatie en natuurinclusief bouwen) o Werken (duurzame en circulaire bedrijvigheid) o Governance uitvoering IRP
Deze vragen komen achtereenvolgens aan de orde.
Behoeft geen beantwoording
205 Zienswijze
Zeist
Bijdragen aan het goede leven van alle inwoners in Zeist en in de regio Het IRP beschrijft een gewenst ruimtelijk toekomstbeeld voor de regio, waarin gezond stedelijk leven voor iedereen centraal staat. Het vertrekpuntpunt daarbij zijn de regionale opgaven op het gebied van groen en landschap, wonen, werken, mobiliteit en energie. Het IRP is gebaseerd op 7 perspectieven, die via 8 redeneerlijnen, uiteindelijk vertaald worden naar ruimtelijke keuzes in 5 deelgebieden. Iedere gemeente draagt daarmee, vanuit eigen ingebrachte kansen, belangen, ambities en mogelijkheden, bij aan het IRP. Door de zorgvuldige en gestructureerde opbouw van het stuk, is de totstandkoming van het perspectief en voorgestelde ruimtelijke keuzes goed te volgen en te begrijpen. Wat ons daarbij opvalt is dat het IRP een soort ruimtelijk ordeningsmodel voor de regio is geworden, met nadruk op het toewijzen van functies (zoals wonen en werken) en gebruik van ruimte. Wij zien de waarde en noodzaak daarvan in als manier om tot afgewogen keuzes in de regio te komen. 206 Zienswijze
Behoeft geen beantwoording
Zeist
Echter, ruimtelijke keuzes kunnen lokale gevolgen voor mensen hebben. In het IRP wordt in dit verband gesproken over een ‘samenhangend systeem’. Als voorbeeld wordt genoemd dat ‘keuzes in de noord-oost hoek effect kunnen hebben op de kwaliteit van leven in de zuid-west hoek en vice versa ’(p.139). Wij zijn van mening dat het IRP per saldo voor iedere inwoner moet bijdragen aan het goede leven. Als inwoners nadelen van keuzes ondervinden, zal er een bepaalde mate van compensatie tegenover moeten staan, waardoor het IRP uiteindelijk voor alle inwoners bijdraagt aan het goede leven. Ook het IRP benadrukt dat door aan te geven dat er sprake moet zijn van een evenwichtige verdeling van lusten en lasten die horen bij de ontwikkeling van de regio (p.139). Het IRP maakt echter onvoldoende duidelijk hoe het gewenste ruimtelijke toekomstbeeld bijdraagt aan het goede leven en waar dat uit moet blijken. 207 Zienswijze
Zeist
208 Zienswijze
Zeist
Hoofdstuk strategie verder aangescherpt
Wij zien graag dat in het IRP meer expliciet wordt aangegeven hoe het gewenste ruimtelijke toekomstbeeld bijdraagt aan het goede leven van alle inwoners in de regio, met daarbij aandacht voor het belang van de intrinsieke waarde van natuur, flora en fauna. Groen en landschap Groen-blauwe agenda Wij onderschrijven het belang van de groen-blauwe agenda die in het IRP is opgenomen en benadrukken de noodzaak van borging dat de groen-blauwe agenda ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De uitvoering van de groen-blauwe agenda dient randvoorwaardelijk te zijn voor de in het IRP genoemde overige ontwikkelingen. Deze noodzaak tot borging is van groot belang, te meer nu de financiering voor deze agenda grotendeels nog moeten worden gevonden.
De groenopgave is net als de andere opgaven voor de regio ambitieus en voorwaardelijk voor de groei van de regio. Het klopt dat veel van deze ambities net als ambitites uit andere thema's nog niet financieel gedekt zijn. We benadrukken dat het gaat om een gezamenlijke ambitie van de regio waarbij de oplossingen ook moeten passen bij deze gezamenlijkheid. In het hoofdstuk uitvoeringsstrategie is dit in het IRP omschreven en in de vier fase wordt dit verder uitgewerkt. Daarbij wordt nauw samengewerkt met het programma 'groen groeit mee' van provincie, gemeentes en waterschappen.
Graag zien wij verduidelijkt hoe de uitvoering van de groen-blauwe agenda in het IRP geborgd wordt nu de financiering voor de uitvoering van de agenda onduidelijk is. 209 Zienswijze
Zeist
Overige opmerkingen Graag zien wij in het IRP opgenomen dat:
Natuurcorridor Groenekan Odijk opgenomen. Tegen gaan van verdroging UHR aangescherpt in teksten redenerlijn 1 en thematische gebiedsopgave 'Groenraamwerk Heuvelrug-Lek'.
-Een bijzonder provinciaal landschap is een interessante gedachte. Echter deze status is ons binnen de provincie Utrecht onbekend. Bovendien is het aan de provincie om deze toe te kennen. -De natuurcorridor die u noemt was reeds opgenomen in de deelkaarten van het thema landschap en groen en is nu toegevoegd op de IRP kaarten. -Het tegengaan van de verdroging van de Utrechtse Heuvelrug heeft onze aandacht. De teksten van redeneerlijn 1 en de thematische gebiedsopgave ‘Groenraamwerk Heuvelrug-Lek’ zijn hier op aangescherpt. Bij de uitwerking zal samengewerkt worden met de ‘Blauwe agenda Utrechtse Heuvelrug’. - Het belang van robuust verbinden van natuurgebieden is ons bekend en wordt meegenomen in de uitwerking waarbij altijd een integrale afweging gemaakt zal moeten worden.
Verwerkt in IRP
Voor de ontwikkeling van het OV netwerk baseren we ons in de regio op het regionale Toekomstbeeld OV. De OV-corridors die in dat document genoemd staan werken we samen met de provincie uit tot OV-lijnen van hoge kwaliteit (vwb snelheid en frequentie) naar alle windrichtingen van de regio. Hoge OV-kwaliteit is alleen mogelijk tussen plekken met hoge concentraties van wonen en/of werken; we hebben er als overheden belang bij om de buslijnen zo vol mogelijk te laten rijden om belastinggeld effectief te spenderen. Voor vervoer naar kleine kernen en verbindingen tussen middelgrote kernen geldt dat ze zelfstandig geen hoge OV-kwaliteit kunnen genereren en daarom richt de visievorming in de regio zich op het aantakken van kernen op plekken (regiopoorten, multimodale hubs) met hoge OV-kwaliteit om een goede ketenreis mogelijk te maken.
Dit staat een mogelijke energietransitie voor Zeist in dit gebied niet in de weg en biedt tegelijk een borging voor de bescherming en versterking van de bijzondere natuurwaarden en biodiversiteit in dit Krommerijngebied.
verdroging in dit gebied en voor het versterken van de (natuur)kwaliteit. van gebieden vanuit het oogpunt van ecologie en biodiversiteit, zeer belangrijk zijn. 210 Zienswijze
De doelstelling van het IRP is Gezond Leven in een Stedelijke Regio. Daarmee is net zoals in de Gemeente Zeist, de kwaliteit van leven in de regio leidend voor het IRP. De keuzes die in het IRP gemaakt worden zijn in de regio afgewogen en uiteindelijk zullen gemeenten zelf werken aan de uitwerking van deze keuzes. Gemeenten zitten dus zelf aan het stuur en zorgen voor het 'Goede Leven' van hun bewoners. Wanneer het gaat om een evenwichtige verdeling tussen lusten en lasten wordt dit in de vervolgfase volgend op het IRP verder uitgewerkt. Hiertoe is het hoofdstuk over de vervolgstrategie verder aangescherpt. Gezond leven in een stedelijke regio is het uitgangspunt van het IRP. Dit is het leidende idee waar vanuit de keuzes worden gemaakt. Specifiek is een handreiking toegevoegd over gezond leven in een stedelijke omgeving. Op het gebied van de intrinsieke waarde van natuur, flora en fauna laat de redeneerlijn 1 (groen en landschap) zien dat dit de basis is voor de verdere ontwikkeling van de regio.
Zeist
Mobiliteit (HOV-verbinding, fietsverbinding Zeist-USP, fijnmazig OV-netwerk) HOV-verbinding Mobiliteit is, naast de andere pijlers, een belangrijke maatschappelijke opgave om gezond stedelijk leven voor iedereen in de regio mogelijk te maken. Wij onderschrijven dat een schaalsprong in het OV-systeem nodig is om een betere en veiliger bereikbare regio mogelijk te maken en daarbij het gebruik van de auto terug te dringen, in relatie tot de groei van de regio. Een voor Zeist belangrijke ambitie en ontwikkeling daarbij is de beoogde HOV-verbinding tussen Zeist en het USP (en mogelijk verder naar Amersfoort). Deze verbinding is in het IRP opgenomen als onderdeel van het ‘wiel met spaken’ en tevens verbonden aan de ontwikkeling van regiopoort Zeist-Noord. Ten aanzien van de HOV-verbinding merken we op dat in het IRP als vervoersmodaliteit een tram(lijn) wordt genoemd. Dit kan de indruk wekken dat er door Zeist of de regio een voorkeur dan wel een keuze gemaakt is voor een tramverbinding als vervoersmodaliteit. Daar is echter geen sprake van. Er is door Zeist of de regio nog geen keuze gemaakt over de vervoersmodaliteit van de HOVverbinding. Wij willen daar in het IRP ook niet op voorsorteren. Op basis van verder onderzoek moet de vervoersmodaliteit bepaald worden, passend bij de duurzame ambities van Zeist.
Graag zien wij dat de tram in deze context wordt vervangen door een door Zeist in overleg met de regio nader te bepalen duurzame vervoersmodaliteit voor de HOV-verbinding.
211 Zienswijze
Zeist
Ten aanzien van het voorkeurstraject van de HOV-verbinding spreken wij niet de voorkeur uit langs de A-28, maar een tracé via de Universiteitsweg, Utrechtseweg en de Dreef. Fietsverbinding Zeist-USP In het IRP wordt gesproken over een rechtstreekse fietsverbinding tussen Zeist en het USP. Onder regie van de provincie worden, onder meer met gemeente de Bilt, al langere tijd de mogelijkheden onderzocht van een fietsroute tussen Zeist en het USP, in het verlengde van de Krommerijnlaan. Voor Zeist is van belang dat de (bestaande) fiets verbinding met het USP veilige, comfortabel en duurzaam is, waarbij rekening wordt het belang van de natuurwaarden. Via deze zienswijze vragen wij de regio om de provincie, als initiatiefnemer van het traject van een fietsverbinding tussen Zeist en het USP, spoedig een besluit te laten nemen over de fietsverbinding tussen Zeist en het USP. Daarover gaan we graag met onze buurgemeente De Bilt en provincie verder in gesprek.