Raadsvoorstel 52, De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 van de energieregio U16
Tekst van het document
Voorstel raad de gemeenteraad
AAN AGENDAPUNT
TER INZAGE
NUMMER
52/21
RAADSVERGADERING
30 september 2021 Commissie RZ RU-VI&AD Cees van Uden Ilse van der Horst 06 30956512 RU
COMMISSIE ORGANISATIEONDERDEEL PORTEFEUILLEHOUDER BEHANDELEND AMBTENAAR
ORGANISATIEONDERDEEL
REGISTRATIENUMMER
BIJLAGE(N)
1.
RES 1.0 met 12 bijlagen
Onderwerp De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 van de energieregio U16
Voorstel 1. De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 van de energieregio U16 vast te stellen, inclusief de bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 2. Het college op te dragen hier uitvoering aan te geven in regionaal verband.
Kernboodschap Met dit voorstel leggen wij u de RES 1.0 ter besluitvorming voor. De RES 1.0 is een uitwerking van de landelijke opgave om 35 TWh aan duurzame elektriciteit op land op te wekken in 2030. In de RES 1.0 beschrijft de energieregio U16 hoe en waar zij 1,8 Terawattuur (Twh) aan wind- en zonne-energie in 2030 wil opwekken. Daarnaast staat in de RES 1.0 welke warmtebronnen regionaal benut kunnen worden. Op deze manier voeren de deelnemende overheden het klimaatakkoord uit. De bijdrage van de Ronde Venen staat niet in de RES 1.0, omdat het college uw besluit heeft afgewacht. Op 5 juli 2021 heeft u besloten 410 TJ (0,114 TWh) bij te dragen aan de RES 1.0. Via een brief hebben wij de RES U16 hier op 14 juli 2021 over geïnformeerd. De tekst in dit raadsvoorstel is de uniforme tekst van de regio U16. Deze teksten gebruiken de andere gemeenten, provincie Utrecht en de waterschappen ook. Wij hebben de tekst waar relevant aangevuld met lokale informatie.
Voorstel raad - documentnummer: 50838
Inleiding In de RES 1.0 beschrijven 16 gemeenten, de provincie Utrecht en 4 waterschappen hoe zij de regionale energievoorziening verduurzamen Hierin beschrijft de energieregio U16 hoe zij 1,8 Terawattuur (Twh) aan wind- en zonne-energie in 2030 wil opwekken. Ook staat hierin welke warmtebronnen mogelijk beschikbaar zijn. In de tekst van de RES 1.0 staat nog niet de definitieve bijdrage van De Ronde Venen Eerder spraken we af dat we pas onze bijdrage aanleveren als u een besluit heeft genomen over het raadsvoorstel ‘Zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens’. De RES 1.0 is op 23 juni 2021 naar buiten gebracht. Toen had u nog geen besluit hierover genomen. Dit was een toezegging van de portefeuillehouder Duurzaamheid op 28 januari 2021 (toezegging 10/21). Hier hebben wij u ook over geïnformeerd met een raadsinformatienota op 21 april 2021 en op 23 juni 2021. De tekst die u in de RES 1.0 leest is de openbare informatie uit het raadsvoorstel ‘Zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens’. Dit beschouwt de regio U16 niet als onze definitieve bijdrage. Op 14 juli 2021 hebben wij onze partners in de U16 geïnformeerd over welke bijdrage De Ronde Venen levert aan de RES 1.0 In de brief staat welke zoekgebieden we hebben voor zonne-energie, en dat we (inclusief zon op grote daken) voor de RES in 2030 een bijdrage leveren van 410 TJ (0,114 TWh).
Dit volgt uit het raadsvoorstel ‘Zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens’, inclusief het amendement ‘RES-bod 2030’ dat u op 5 juli 2021 heeft vastgesteld. Wij hebben deze brief met u gedeeld op 14 juli 2021. De partners in de regio U16 betrekken onze brief bij de besluitvorming over de RES 1.0 Hoewel het niet meer kon worden opgenomen in de tekst van de RES 1.0 beschouwen zij dit als de bijdrage van De Ronde Venen. Ook zal de regio U16 onze brief als bijlage toevoegen als ze de RES 1.0 definitief inleveren bij het Nationaal Programma RES. De RES U16 is één van de 30 Regionale Energie Strategieën die in Nederland zijn opgesteld De aanleiding is het Nationaal Klimaatakkoord van 28 juni 2019. Dit akkoord is tot stand gekomen in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het ministerie van Binnenlandse Zaken, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen. De RES is een uitwerking van de landelijke opgave om 35 TWh aan duurzame elektriciteit op land op te wekken in 2030 In de RES 1.0 brengen de deelnemende overheden in beeld hoeveel en waar zij duurzame elektriciteit denken op te wekken in 2030 met zonne- en windenergie. Daarnaast is de Regionale Structuur Warmte, waarin de verdeling van bovengemeentelijke warmtebronnen centraal staat, een onderdeel van de RES 1.0.
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 2
In het RES-proces zijn drie hoofdproducten waarover u een besluit neemt: 1. een startnotitie. Dit heeft u in 2019 vastgesteld. 2. een ontwerp-RES. Dit heeft u in 2020 vastgesteld. 3. De RES 1.0 met het definitieve regiobod, dat nu voor ligt. In dit voorstel wordt de RES 1.0 met het definitieve regiobod voorgelegd voor besluitvorming. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de raad voor 1 juli 2021 een besluit moet nemen over de RES 1.0. Vanuit RES-U16 verband is richting het Nationaal Programma RES aangegeven dat het streven is voor 1 oktober 2021 een besluit over de RES 1.0 te nemen. De RES 1.0 is onder voorbehoud van besluitvorming in de RES U16 parlementen op 1 juli aan het Nationaal Programma RES gestuurd. De RES wordt elke twee jaar geactualiseerd. Zodat de regio U16 voldoende flexibel is en in kan spelen op nieuwe technieken en andere ontwikkelingen. De RES 1.0 is de eerste uitgewerkte Regionale Energie Strategie van de regio U16. Over twee jaar wordt u de RES 2.0 ter besluitvorming voorgelegd. Het pad tot 2050 ziet er als volgt uit:
De RES 1.0 is opgesteld in afstemming met 21 overheden Deze 21 overheden hebben ervoor gekozen om met anderen samen te werken aan de realisatie van de klimaatdoelen en bij te dragen aan de landelijke doelstelling voor grootschalige opwek.
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 3
Moties en amendementen hebben een impact op de RES 2.0 en de besluitvorming daarover bij de andere overheden Alle moties en amendementen worden gezamenlijk bestuurlijk besproken op de bestuurstafel Klimaatneutrale Regio om te bepalen welk regionaal vervolg er aan gegeven kan worden. Aan moties kan hierbij relatief goed invulling worden gegeven. De uitvoering van een motie kan bijvoorbeeld worden opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsplan of uitgewerkt in de RES 2.0 zonder dat de besluitvorming in andere parlementen wordt doorkruist. Een motie heeft daarom de voorkeur boven een amendement. In deze laatste fase van de RES 1.0 betekent een amendement op de RES 1.0 eigenlijk dat het college gevraagd wordt de onderhandelingen met de 20 andere partijen te heropenen. Om goed uitvoering te kunnen geven aan een amendement helpt het daarom als bij het amendement is aangegeven hoe het moet worden gelezen. Bijvoorbeeld als 1. Een opdracht aan het college om in te brengen in de regionale samenwerking. 2. Een opdracht om te verwerken in het regionale uitvoeringsplan of RES 2.0 3. Een aanpassing moet worden doorgevoerd in de RES 1.0. Dit betekent dus een verzoek aan de andere overheden tot een nieuwe besluitvormingsronde.
Beoogd effect Met de RES 1.0 beogen we de CO2-uitstoot in de energieregio U16 te beperken door het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het opwekken van duurzame elektriciteit. Daarmee leveren we een eerste bijdrage aan de landelijke doelstelling van 95% reductie van CO2-uitstoot in 2050. Ook draagt dit bij aan de ambitie van gemeente De Ronde Venen om in 2040 klimaatneutraal (CO2neutraal te zijn. Hiervoor nam de gemeenteraad in juni 2016 unaniem de motie klimaatneutraal 2040 aan.
Argumenten 1.1 De RES 1.0 is volgens de eerder vastgestelde kaders van de Startnotitie U16 en de Ontwerp-RES uitgewerkt In 2019 heeft u de ‘Startnotie RES U16’ vastgesteld en bent daarmee deelnemer in de RES U16. In 2020 stelde u de ‘Ontwerp RES inclusief concept bod’ vast, een tussenstand van verkenningen met nadere kaderstelling en een concept bod van 1,8 TWh duurzame elektriciteitsopwek. De RES 1.0 is de uitwerking van deze eerdere besluiten en is opgesteld binnen de daarin gegeven kaders. 1.2 De RES 1.0 is een tussenstap in een permanente opgave voor het klimaatbeleid tot 2050 De RES U16 maakt onderdeel uit van het Klimaatakkoord en het Nationaal Programma RES. Dit programma heeft tot doel bij te dragen aan de landelijke doelstellingen voor CO 2-reductie van 95% in 2050. De RES 1.0 is daarmee een tussenstap in een programma bedoeld om over een lange periode sturing te geven aan de energietransitie.
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 4
1.3 De RES wordt iedere twee jaar geactualiseerd zodat de nieuwste inzichten kunnen worden meegenomen De RES is een samenwerking voor de lange termijn. In het Klimaatakkoord is opgenomen dat de RES elke twee jaar wordt geactualiseerd. Zo is er voldoende flexibiliteit om nieuwe technieken en innovaties te benutten, af te stemmen met andere ruimtelijke opgaven en bovendien concretiseringen en bijstellingen met regelmaat democratisch vast te stellen. De volgende RES 2.0 moet in 2023 worden vastgesteld. Om de besluitvorming goed voor te bereiden en tijdig bestuurlijk zicht te krijgen op stremmingen in de uitvoering (zoals planuitval) zijn er in de RES 1.0 ook bestuurlijk informele ijkmomenten opgenomen. Op die momenten kunnen bestuurlijk mogelijkheden worden besproken, verkend en uitgewisseld waardoor afstemming tussen de deelnemers soepel verloopt. 1.4 Het bod van 1,8 is realistisch en haalbaar en wordt onderbouwd met 4 bouwblokken Het concept bod uit de Ontwerp RES om uiterlijk in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken, is haalbaar. De onderbouwing van het regionale bod in de RES 1.0 bestaat uit vier bouwblokken: Onderdeel van ons bod
Bouwblok 1: Gerealiseerde opwek + Pijplijnstatus
Hoeveelheid in
Waarvan zon in
TWh totaal
TWh
0,438
0,295
Waarvan wind in TWh
0,143
‘zeker’ Bouwblok 2: Zon op dak
0,3-0,5 TWh
(Ambitie in bandbreedte)
Bouwblok 3: Lokale zoekprocessen van gemeenten
1,164
Bouwblok 4: Continue samenwerking en ontwikkeling
Hiervoor is nog geen ambitie op te nemen.
0,765
0,399
Voor projecten die in de RES U16 al zijn gerealiseerd of die met de status ‘zeker’ in de pijplijn zitten (bouwblok 1), kan de regio met grote zekerheid zeggen wat de opbrengsten zijn. De bijdrage uit realisatie van zon op dak (bouwblok 2) en lokale zoekprocessen (bouwblok 3) kennen een minder grote zekerheid. Deze bouwblokken zal de regio de komende jaren concreter maken door het uitwerken van zoekgebieden naar concrete projecten en het gericht benutten van de potentie van zon op dak. In de praktijk kan deze concretiseringslag betekenen dat plannen anders worden ingevuld of zelfs dat plannen uitvallen. Hier houdt de regio rekening mee. Bouwblok 2 heeft een bandbreedte omdat de realisatie van zon op dak veel afhankelijkheden kent, zoals de medewerking van de eigenaar en de beschikbare netcapaciteit. Bouwblok 3 moet als een tussentijds resultaat worden gelezen. Dit bouwblok is namelijk in beweging en bij het concreet maken van de zoekgebieden kunnen de getallen hoger of lager uitvallen.
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 5
Dit onderstreept het belang van bouwblok 4 waarin de samenwerkende overheden van de RES U16 samen kansrijke gebieden voor duurzame opwek blijven verkennen. Deze nieuwe plannen zijn nodig in het geval dat huidige plannen niet haalbaar blijken en zorgen voor de continue ontwikkeling en uitvoering naar de RES 2.0 en verder. 1.5 Gemeenten zijn zelf aan zet geweest voor zoekgebieden en ruimtelijke inpassing De regionale ambitie is in eerste instantie op basis van lokale planvorming gevuld. Diverse gemeenten hebben kaders en uitgangspunten vastgesteld voor het ontwikkelen van zonne- en windenergie en het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Dit geldt ook voor onze bijdrage. Onze bijdrage volgt uit onze lokale besluitvorming, zoals uw besluit op 5 juli 2021 over het raadsvoorstel ‘Zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens’. Overstijgende samenwerkingsthema's zijn vanuit regionale coördinatie opgezet, ondersteund en gemonitord. 1.6 Ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk uitgangspunt De meest duurzame energie is energie die niet hoeft te worden opgewekt. Besparen is daarom het uitgangspunt. Bij de bepaling van de hoogte van het concept bod van 1,8 TWh bij de Ontwerp RES is rekening gehouden met een stevige besparing. Met besparingen kan het bod dus niet worden verlaagd, dat zit al verwerkt in de hoogte van het bod.
De landschappelijke impact van zon op dak is kleiner dan die van zonnevelden en windmolens. De techniek kan rekenen op grote maatschappelijke acceptatie. Bovendien is het streven om invulling te geven aan zon op dak vastgelegd in diverse beleidsstukken zoals de Nationale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsvisie. Daarom zetten we maximaal in op zon op dak. Dit vraagt zowel een lokale als een regionale aanpak. Regionaal ontwikkelen we een aanpak voor zon op dak, waarbij we in overleg bepalen welke activiteiten op regionale schaal moeten worden opgepakt en welke zaken door de gemeenten moeten worden uitgevoerd. Op basis van onderzoeken naar het theoretisch potentieel aan dakoppervlak, de inpasbaarheid op de netinfrastructuur en rekening houdend met technische belemmeringen zoals de draagkracht van dakconstructies en medewerking van de eigenaar verwachten we een hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit uit grootschalige dakprojecten van 0,3 tot 0,5 TWh tot 2030 te kunnen realiseren. Overigens tellen door landelijke keuzes alleen installaties vanaf 15 kWp (circa 60 panelen) mee voor het regionale bod. Kleinere installaties dragen bij aan landelijke CO2-reductie doelstelling, maar vallen buiten de RES-opgave. De resterende elektriciteitsbehoefte geeft de regio invulling met zonnevelden en windmolens. Daarmee wordt een nieuw element toegevoegd aan het landschap.
Door voort te bouwen op de ruimtelijke uitgangspunten uit de Ontwerp-RES (maximale inzet op zon op dak, benutten van potentie van windenergie langs infrastructuur, bedrijventerreinen en in agrarische gebieden en toepassing van de zonneladder bij het zoeken naar ruimte voor zonnevelden) is hier geprobeerd op verantwoorde wijze invulling aan te geven. De in de RES aangewezen zoekgebieden worden niet ‘automatisch’ ingevuld. In navolgende stappen worden onder andere de effecten op de omgeving en de natuur, veiligheid, gezondheid en aansluitbaarheid verder onderzocht. Het ruimtelijk beleid waarin de zoekgebieden worden opgenomen alsmede de uiteindelijke vergunningaanvraag voor een concreet project doorlopen
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 6
participatie en wettelijke inspraakprocedures en worden uiteraard ter vaststelling aan de raden voorgelegd. Wij gaan hierin uit van onze lokale besluitvorming. Zo heeft u op 5 juli 2021 beslist dat we 9 zoekgebieden aanwijzen waar zonnevelden kunnen komen. Ook besliste u dat er geen windmolens komen in de Ronde Venen. Tot slot besloot u over het vervolgproces, onder meer dat we uitwerken hoe we dorpsinitiatieven voorrang kunnen geven. 1.7 De Regionale Structuur Warmte gaat over bovenlokale en regionale afstemming en samenwerking en heeft een wisselwerking met de Transitievisies warmte van gemeenten De Regionale Structuur Warmte 1.0 richt zich op bovenlokale en regionale afstemming ten behoeve van de warmtetransitie. Daartoe bevat het afspraken over monitoring en afstemming, een gespreksleidraad voor overleg over bovengemeentelijke warmtebronnen (bronnen met de potentie om in meerdere gemeenten warmte te leveren) en afspraken over thema’s waarop samengewerkt zal worden. De Regionale Structuur Warmte 1.0 bevat ook een eerste inventarisatie van de warmtebronnen in de regio. Deze inventarisatie geeft input aan de lokale Transitievisie Warmte die voor eind 2021 door iedere gemeente moet worden vastgesteld. De Transitievisies Warmte bieden informatie over de warmtevraag in de gemeenten en welke duurzame warmtebronnen de meest waarschijnlijke alternatieven zijn.
Er is dus een wisselwerking tussen de Regionale Structuur Warmte en de Transitievisie Warmte. Daarom is regionaal afgesproken om de Transitievisies Warmte te monitoren en te gebruiken als input voor de Regionale Structuur Warmte die in 2023 moet worden geactualiseerd. Op dat moment is mogelijk ook meer bekend over de daadwerkelijke beschikbaarheid van aardwarmte in de energieregio U16. Wij bieden u de Transitievisie warmte van de Ronde Venen na de zomer voor besluitvorming aan. 1.8 Bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 zijn onlosmakelijk verbonden met de RES 1.0 Ze zijn daarom onderdeel van de besluitvorming. Zij zijn een onderbouwing van, verdieping op of geven richting aan het vervolg op de RES 1.0. Bijlage 1 geeft per gemeente inzicht in het lokale proces dat plaatsvond om te komen tot een bijdrage aan de RES. Het beschrijft het lokale zoekproces en de lokale beleidsontwikkeling en realisatie. Bijlage 4 is een verdieping op het warmtehoofdstuk (hoofdstuk 4). Bijlagen 5, 6, 7 en 8 kunnen benut worden bij de realisatie en uitvoering van de RES 1.0. In bijlage 12 staat aangegeven hoe eerdere moties en amendementen zijn verwerkt in de RES 1.0. De overige bijlagen (2, 3, 9, 10, 11 en 13, 14 en 15) zijn extra achtergrondinformatie.
Deze bijlagen zijn gebruikt bij de ontwikkeling van de RES 1.0 en geven inzicht in het totstandkomingsproces zoals de inzet van de bestuurlijke verkenner in het voorjaar 2021. 1.9 De RES is een bouwsteen van het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 De energietransitie is één van de zes thematische pijlers in het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16. Op 27 mei heeft u hier een voorbereidende bijeenkomst over gehad. Om voor alle pijlers zorgvuldig en in samenhang oplossingen te ontwikkelen, werken de zestien gemeenten in de regio ook samen aan het Integraal Ruimtelijk Perspectief en Programma (IRP). Het IRP vormt de
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 7
regionale ontwikkelrichting en het platform voor integrale ruimtelijke samenwerking en afstemming in de uitvoering. De gemeenten hebben gelijktijdig met de RES 1.0 het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) ontwikkeld. De besluitvorming over het IRP volgt kort na de besluitvorming over de RES 1.0. Bij de besluitvorming over het IRP zal daarom een memo worden gevoegd, getiteld ‘Samenhang voorstel RES 1.0 - voorstel IRP’. In dit memo staat beschreven waar de energieopgave andere opgaven aanvult en waar belangen kunnen botsen. In de volgende fase zullen de gemeenten het IRP verder uitwerken en concretiseren. In de programmeringsfase kunnen gemeenten de opgaven in samenhang bekijken en verbinden. Dit biedt ruimte om lusten en lasten in evenwicht te houden. In De Ronde Venen werken we daarnaast aan ons Ruimtelijk Perspectief. De energietransitie krijgt daarin ook zijn plek. 1.10 Moties en amendementen aangenomen bij de Startnotitie RES U16 of de Ontwerp RES U16 zijn verwerkt Bij de besluitvorming over de ‘Ontwerp RES inclusief bod’ zijn door de parlementen verschillende moties en amendementen aangenomen. In bijlage 12 is opgenomen hoe vorm en inhoud hieraan is gegeven. Ook bij de besluitvorming over de Startnotitie zijn al diverse moties en amendementen aangenomen. Een notitie met de wijze waarop met deze moties en amendementen wordt omgegaan was bijlage bij de Ontwerp RES.
Bij een aantal moties werd aangegeven dat dit later in het traject wordt opgepakt. Daarom zijn ook alle eerdere moties en amendementen opgenomen in bijlage 12. 1.11 De RES 1.0 wordt gerealiseerd door uitwerking in het eigen beleid en regelgeving De RES-samenwerking heeft geen juridische status en de RES heeft niet geleid tot verandering van de bevoegdheidsverdeling van de verschillende overheidslagen. Zo zijn gemeenten het bevoegd gezag voor zonneparken tot 50 MW en windparken tot 5 MW (waarschijnlijk 15 MW in de nieuwe Energiewet). De provincie is het bevoegd gezag voor initiatieven tot 100MW. De RES 1.0 heeft na besluitvorming de status van een beleidsstuk. Voor realisatie moet de RES 1.0 uitgewerkt worden door de deelnemende overheden in het instrumentarium van de omgevingswet, pas dan is er sprake van een juridische status. In de Startnotitie hebben alle deelnemende overheden daarom al afgesproken om instrumenten als omgevingsvisies en plannen in te zetten bij het behalen van de doelen van de RES. 1.12 De bijdrage van De Ronde Venen in de RES 1.0 sluit aan op wat u op 5 juli 2021 besloten heeft over zon en wind Zoals afgesproken (zie ook in de inleiding van dit raadsvoorstel) staat in de tekst van de RES 1.0 nog geen kwantitatieve bijdrage (aantal TWh) en geen zoekgebieden van De Ronde Venen.
Wij hebben onze partners in de U16 op 14 juli 2021 geïnformeerd over welke bijdrage De Ronde Venen levert aan de RES 1.0. Hierin staat welke zoekgebieden we hebben en dat we (inclusief zon op grote daken) voor de RES 1.0 in 2030 een bijdrage leveren van 410 TJ (0,114 TWh). Dit volgt
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 8
uit het raadsvoorstel, inclusief het amendement ‘RES-bod 2030‘, dat u op 5 juli 2021 heeft vastgesteld. De partners in de regio U16 kunnen onze brief betrekken bij de besluitvorming over de RES 1.0. Ook zal de regio U16 onze brief als bijlage toevoegen als ze de RES 1.0 definitief inleveren bij het Nationaal Programma RES. 2.1 Samenwerking in de RES U16 biedt meerwaarde De energieopgave houdt zich niet aan gemeente- of waterschapsgrenzen en de oplossingen doen dat ook niet. Duurzame opwek van elektriciteit en warmte kunnen zichtbaar zijn vanuit omliggende gemeenten. We maken allemaal gebruik van dezelfde netinfrastructuur, die maar beperkt ruimte biedt. En om te voorzien in de warmtebehoefte helpt regionale samenwerking, zeker bij warmtebronnen met een regionaal potentieel. We werken aan een gezamenlijk resultaat, met ruimte voor lokale verschillen. Tot de RES 1.0 is de RES vooral een beleidsmatig traject geweest. Nu gaan we een nieuwe fase in waarin we starten met realisatie.
Kanttekeningen 1.1 De RES 1.0 is een momentopname De tijdspanne van de energietransitie is groot. De RES 1.0 is daarom een momentopname van waar alle deelnemende overheden nu staan als het gaat om het realiseren van zon en wind tot 2030. De RES 1.0 biedt het kader om in U16 verband gezamenlijk verder te werken aan deze grote opgave. Veel zoekgebieden in de RES 1.0 worden de komende tijd verder uitgewerkt waarbij (ruimtelijke) afwegingen en het maatschappelijke gesprek nog moeten worden gevoerd. Dit betekent dat er rekening moet worden gehouden met planuitval. We hebben daarom als regio afgesproken om elk jaar de voortgang van de projecten te monitoren als voorbereiding op de RES 2.0. Bijsturen op bepaalde onderdelen kan dan tussentijds plaatsvinden. 1.2 Indien de landelijke doelstelling niet wordt gehaald is een aanvullende regionale opgave mogelijk Als de landelijke taakstelling van 35 TWh duurzame elektriciteitsopwek niet wordt gehaald, zullen regio’s onderling in gesprek gaan om tot een verdeling over de resterende opgave te komen. Als deze gesprekken tussen de regio’s niet tot een resultaat leiden zal vanuit het Nationaal Programma RES een landelijke verdeelsystematiek worden ingezet die vanuit de landelijke koepels (de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal overleg en de Unie van Waterschappen) is opgesteld.
Uit de appreciatie van het Planbureau van de Leefomgeving die in februari 2021 verscheen is op basis de ingediende Ontwerp-RES’en een bandbreedte van 31,2 TWh - 45,7 TWh duurzame elektriciteitsproductie in 2030 opgeteld. Het is dus op basis van de Ontwerp-RES’en niet zeker dat de landelijke taakstelling van 35TWh wordt gehaald. 1.3 De realisatie van de RES 1.0 is afhankelijk van diverse randvoorwaarden Voor een succesvolle realisatie van de RES 1.0 is de regio afhankelijk van diverse randvoorwaarden. Het Rijk moet de energietransitie beleidsmatig en financieel mogelijk maken en stimuleren. Denk aan de subsidies voor duurzame elektriciteitsopwek, maar ook financiering aan de RES-deelnemers om invulling te geven aan de RES-taken. Bovendien leven er maatschappelijk zorgen over de energietransitie, de impact op de leefomgeving (zoals veiligheid, gezondheid en biodiversiteit) en betaalbaarheid voor de inwoners. Deze afhankelijkheden zijn
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 9
benoemd in de RES 1.0. Waar mogelijk wordt rekening gehouden met de afhankelijkheden (bijvoorbeeld bij de bandbreedte voor zon op dak) of wordt de afhankelijkheid verkleind (denk aan de omvang van het Regionaal Uitvoeringsplan afhankelijk maken van Rijksfinanciering). 1.4 Er zijn knelpunten in het elektriciteitsnetwerk, maar het bod is maakbaar Netbeheerder Stedin heeft de in maart 2021 aangeleverde zoekgebieden getoetst aan de elektriciteitsinfrastructuur en vastgesteld welke netinvesteringen waar en wanneer nodig zijn om de RES-opgave te kunnen realiseren. In de netimpactrapportage zijn negentien ‘knelpunten’ benoemd waar netinvesteringen nodig zijn om de opgegeven opwekvermogens aan te kunnen sluiten. Daarvan zijn er twee urgent. Om de knelpunten te kunnen oplossen, is concreetheid en zekerheid nodig van gemeenten. Stedin roept daarom op om zo spoedig mogelijk het proces in gang te zetten over de ruimtelijke inpassing van de additionele netinfrastructuur. Stedin benadrukt het belang om in het 4e kwartaal een nieuwe toets uit te voeren als ijkpunt voor de maakbaarheid van het RES-bod en als vertrekpunt voor een uitvoeringsprogramma. De verwachting is dat het RES-bod in Q4 namelijk verder is uitgewerkt en dat diverse gemeenten meer zekerheid kunnen bieden over hun bijdrage aan het bod.
1.5 Innovatie en kernenergie is niet meegenomen in het bod Op basis van afspraken in het Klimaatakkoord kunnen alleen zon op dak (vanaf plm. 60 panelen), zonnevelden en windmolens meegerekend worden voor het regionale bod. Deze technieken zijn momenteel haalbaar en op grote schaal in te zetten voor de opwek van duurzame elektriciteit. Hiermee kunnen deze voor 2030 een bijdrage leveren aan de doelstellingen. Kernenergie valt om deze reden af, het is onmogelijk in 10 jaar een kerncentrale te realiseren. Voor de periode na 2030 is nog niet bepaald met welke technieken gerekend kan worden. Dit sluit aan bij het eerdere standpunt van het college over kernenergie. Op 11 februari 2021 stuurden wij een brief aan de Gedeputeerde Staten van Utrecht, nadat ze ons vroegen hoe wij over kernenergie denken. Mede naar aanleiding van de motie die u op 20 oktober 2020 heeft aangenomen (motie 144/20, ‘kernenergie in de mix’) hebben wij aangegeven dat we kernenergie niet uitsluiten als mogelijke oplossing voor de lange termijn. Maar dat we ons nu focussen op de huidige bewezen technieken zoals zonne-energie. Wij hebben deze reactie ook met u gedeeld in de griffiebrief van 17 februari 2021. 1.6 De landelijke deadline voor de RES 1.0 was 1 juli De minister heeft vooralsnog aangeven aan de deadline van 1 juli 2021 vast te houden.
De RES1.0 is onder voorbehoud van besluitvorming in de U16 parlementen op 1 juli al aan het Nationaal Programma RES gestuurd.
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 10
Financiën De RES 1.0 heeft geen directe financiële consequenties. De regionale uitvoeringskosten worden uitgewerkt in het Regionaal Uitvoeringsplan dat kort na besluitvorming over de RES 1.0 aan de dagelijks besturen ter besluitvorming voorgelegd wordt. Naar verwachting gaat het Rijk een financiële ondersteuning leveren voor de volgende fase van de uitvoering van het Klimaatakkoord, waaronder een bijdrage voor de uitvoering van de RES. De omvang van deze bijdrage is nog niet bekend. De RES samenwerking is tot op heden gefinancierd uit: ‘om niet’ inzet van ambtelijke uren, een Rijksbijdrage (uitgekeerd aan de centrumgemeente) en een deelnemersbijdrage (provincie 1/4, waterschappen 1/8, gemeenten 5/8 verdeeld naar rato inwonertal, ca € 0,27 per inwoner). De verwachting is dat deze bedragen indicatief zijn voor de kosten in de volgende fase. Dit zal om zo’n € 11.000,- per jaar gaan. We kunnen dit (net als in 2021) betalen uit het budget van het programma duurzaamheid.
Betrokkenheid en communicatie De energietransitie is niet van de overheden en kan alleen slagen met inzet van vele inwoners, energiecoöperaties, grondeigenaren, maatschappelijke organisaties, ontwikkelaars en andere bedrijven bij de vraag hoe we de energietransitie in onze regio vormgeven. Daarom heeft de regio U16 inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers betrokken bij het opstellen van de RES. Zowel regionaal als lokaal heeft participatie over de RES plaatsgevonden. Na het vaststellen van de Ontwerp-RES is vooral op lokaal niveau aan de slag gegaan met het zoeken naar gebieden voor duurzame elektriciteitsopwek. Voor De Ronde Venen informeerden wij u hierover met de driejaarlijkse voortgangsnota’s en het raadsvoorstel voor de zoekgebieden zon en wind. De regio U16 sloot daarmee aan bij de lokale context en verschillende fasen waarin gemeenten zich bevonden. Zo is doorgebouwd op bestaande participatiestructuren en konden inwoners en andere belanghebbenden het beste betrokken worden. Meer hierover vindt u in bijlage 1 en 11. Vanuit de regio zijn de lokale processen ondersteund met onderzoek, kennis en afstemming. Daarnaast zijn er regelmatig zowel brede bijeenkomsten als kleinere tafelgesprekken geweest met regionale stakeholders.
Ook zijn een-op-een gesprekken met enkele organisaties uit het maatschappelijke veld met een belang in natuur, milieu, ruimtegebruik, landbouw en energie gevoerd. Ten aanzien van warmte is in warmteateliers gesproken met energiecoöperaties en regionale stakeholders. De resultaten uit de participatie hebben bijgedragen en sturing gegeven aan de totstandkoming van de RES 1.0 en verschillende bijlagen (oa rapport LandID en de thematische agenda elektriciteit en warmte). Ook bij de vervolgstappen worden inwoners en lokale organisaties weer betrokken om mee te praten en mee te denken. Naast het meedenken en meepraten gaat het ook om meedoen, bijvoorbeeld in de vorm van 50% lokaal eigenaarschap of andere vormen van financiële participatie bij duurzame
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 11
initiatieven. Het streven naar 50% eigenaarschap is als uitgangspunt in de RES 1.0 opgenomen. Dit is ook onderdeel van de voorwaarden voor zonnevelden (en windmolens) die u als raad op 1 juli 2020 heeft vastgesteld voor De Ronde Venen. Ook heeft u op 5 juli 2021 een motie aangenomen waarin u het college oproept met een plan te komen hoe we lokale samenwerkingsinitiatieven hierin voorrang kunnen geven, en een motie over hoe we de communicatie en inspraak verbeteren. Hier geven wij uitvoering aan. De regionale participatie zal worden versterkt met landelijke en regionale organisaties om een continue dialoog te voeren. Het doel hiervan is om van belanghebbenden als samenwerkingspartners bij de RES U16 te betrekken, zodat zij een structurele inbreng leveren voor de realisatie van de projecten en initiatieven. Daarbij kunnen hierdoor ook tijdig landelijke of regionale belanghouders worden gekoppeld aan lokale participatietrajecten.
Vervolg De door parlementen vastgestelde RES 1.0 wordt uiterlijk op 15 oktober 2021 aan het Nationaal Programma RES verstuurd. De RES 1.0 is een stap in een opgave voor de komende twee decennia. Na vaststelling van de RES 1.0 zijn er verschillende ijkmomenten. Op deze momenten monitoren we in regionaal verband of de gezamenlijke realisatie op koers ligt. Daarnaast zijn er momenten waarop de RES U16 aanvullende ambities en doelen stelt voor de periode tot 2050. Doelen voor de periode na 2030 moeten we in regionaal verband vastleggen en onderbouwen in een van de volgende RES-versies. -
Iedere twee jaar actualiseren we de RES. Over de geactualiseerde versie wordt een besluit genomen in de parlementen, zodat de RES en de uitvoering ervan altijd een democratische basis heeft.
-
In 2021 stellen alle gemeenten de Transitievisie Warmte vast, die zij minimaal eens in de vijf jaar herijken. Wij bieden u de Transitievisie warmte van de Ronde Venen na de zomer voor besluitvorming aan.
-
In 2030 komt de realisatie van 1,8 TWh duurzame elektriciteitsopwek gereed.
Naast bovenstaande momenten zijn er ook bestuurlijk informele ijkmomenten. Deze momenten zijn er op gericht tijdig zicht te krijgen op planuitval en door consensus en in RES verband afspraken te maken hoe dit op te vangen. Deze momenten worden opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsplan (zie hieronder). Daarbij zijn in ieder geval opgenomen: -
Q4 2021, uitkomsten besluitvorming door parlementen over RES 1.0 en verdiepende netimpactanalyse
-
Voor zomerreces 2022, gemeenteraadsverkiezingen, mogelijke effecten coalitieakkoorden, check uitwerking in ruimtelijk beleid op schema
-
Na zomerreces 2022, startbijeenkomst nieuwe bestuurscyclus
-
Q3 2022, inventarisatie start planuitwerking initiatieven
-
Vanaf december 2022: jaarlijkse monitoring op voortgang en eventuele planuitval
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 12
De ijkmomenten zijn voor de 3 RES’en binnen de provincie Utrecht gelijk (U16, Amersfoort en FoodValley). Op deze wijze wordt de samenhang geborgd en kan de provincie haar taken en rollen goed uitvoeren. Om de RES 1.0 te kunnen uitvoeren en het vervolg te kunnen invullen, wordt een Regionaal Uitvoeringsplan opgesteld. Dit plan wordt (ter besluitvorming) aan colleges van B&W toegestuurd, aan de Gedeputeerde Staten en aan de Dagelijks Besturen van de deelnemende waterschappen. De omvang en intensiteit van de regionale activiteiten zijn onder meer afhankelijk van de beschikbaarheid van financiële middelen vanuit het Rijk.
Evaluatie Bij het vervolg staan de belangrijke ijkmomenten.
Het ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van De Ronde Venen, de secretaris,
Voorstel raad - documentnummer: 50838 - pagina 13
de burgemeester,
De raad van de gemeente De Ronde Venen gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders (raadsvoorstel nr. 00000/00 van 30 september 2021).
Besluit 1. De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vast te stellen, inclusief de bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 2. Het college op te dragen hier uitvoering aan te geven in regionaal verband.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente De Ronde Venen, d.d. 30 september 2021.
De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,