CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 38, Bijlage 7 Eindsituatie bodemonderzoek

Gemeenteraad 5 juli 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Demmerik 58, raadsvoorstel 38/2112.818 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

APS - Milieu B.V.

Tappersweg 12E 2031 ET Haarlem Tel.: (023) 538 51 91 Fax: (023) 537 78 21 info@apsmilieu.nl www.apsmilieu.nl

Eindsituatie bodemonderzoek    YHUVLH R12-B121 Demmerik 58 Vinkeveen

Opdrachtgever: Dukdalf BV Constructieweg 22 3641 SB Mijdrecht april 2012

IBAN: NL52 RABO 0175 8032 77 NL44 INGB 0002 0722 15 KvK Haarlem: 34123303 BTW nr: 815463844B01

APS - Milieu B.V.

Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1 Doel en opzet van het onderzoek................................................................................. 5 1.2 Vooronderzoek ............................................................................................................ 6 1.3 Asbest .......................................................................................................................... 8 1.4 Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................ 8 1.5 Hypothese en strategie ................................................................................................. 9 2 Uitvoering ......................................................................................................................... 10 2.1 Veldwerk ................................................................................................................... 10 2.2 Laboratoriumonderzoek............................................................................................. 12 3 Analyseresultaten..............................................................................................................

14 4 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................ 18 5 Betrouwbaarheid ............................................................................................................... 21

Bijlage 1. Topografische kaart............................................................................................. 22 Bijlage 2. Kadastrale kaart................................................................................................... 24 Bijlage 3. Locatietekening met boorpunten ......................................................................... 26 Bijlage 4. Overzicht vooronderzoek .................................................................................... 28 Bijlage 5. Toetsingskader .................................................................................................... 30 Bijlage 6. Referenties .......................................................................................................... 33 Bijlage 7. Boorstaten ........................................................................................................... 35 Bijlage 8. Fotorapportage .................................................................................................... 40 Bijlage 9. Analysecertificaten.............................................................................................. 42

2

APS - Milieu B.V.

Samenvatting Soort onderzoek

eindsituatie bodemonderzoek NEN-5740

Aanleiding tot het onderzoek

milieuvergunning/transactie

Projectcode

R12-B121

Opdrachtgever

Dukdalf BV

Adres opdrachtgever

Constructieweg 22

Woonplaats en postcode

3641 SB Mijdrecht

Locatieadres

Demmerik 58

Locatieplaats en postcode

Vinkeveen

Kadastrale aanduiding

sectie D, nummer 1456 gemeente Vinkeveen

Coördinaten

123942 / 469029

Oppervlakte onderzoekslocatie

2900 m2

Te onderscheiden deellocaties

3

Aantal boringen en peilbuizen

17 waarvan 4 afgewerkt met een peilbuis

Datum veldwerk

30-03-2012

Datum watermonsters

10-04-2012

Aantal analyses

16 waarvan 4 grondwatermonsters

Aanwijzingen asbest Aangetroffen verontreinigingen

geen toplaag licht tot sterk puinhoudend, licht tot matig verontreinigd is met zware metalen en PAK ondergrond maximaal licht puinhoudend, licht tot sterk verontreinigd met zware metalen en PAK grondwater licht verontreinigd met barium, kwik en molybdeen deellocatie 1 matig verontreinigd met minerale olie waarschijnlijk ernstig geval van bodemverontreiniging aanvullend onderzoek naar ernst en omvang olieverontreiniging

Conclusies en aanbevelingen

3

APS - Milieu B.V.

1 Inleiding In april 2012 heeft APS-Milieu in opdracht van Dukdalf BV te Mijdrecht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Demmerik 58 te Vinkeveen. Het onderzoek is uitgevoerd conform BRL SIKB 2000, VKB- protocol 2001 plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen en VKB- protocol 2002 het nemen van grondwatermonsters. APS-Milieu verklaart dat er geen andere relaties bestaan met de opdrachtgever van het bodemonderzoek anders dan die van opdrachtgever versus opdrachtnemer. Onderstaanden verklaren de veld- en/of rapportagewerkzaamheden conform de geldende normen te hebben uitgevoerd. Naam: Certificaatnummer: Ondertekening:

Ing. J.J. de Vlieger VB-028/2

Naam: Certificaatnummer: Ondertekening:

Dhr. R.L. Kortbeek VB-028/2

De aanleiding tot het laten uitvoeren van het bodemonderzoek is tweeledig. Enerzijds is er de verplichting tot het uitvoeren van een eindsituatie onderzoek zoals opgenomen in de Wm-vergunning. Het doel van een eindsituatie bodemonderzoek in het kader van de Wet Milieubeheer is het verkrijgen van een toetsingsgrondslag met het oog op mogelijke veroorzaakte bodemverontreiniging voortvloeiende uit vergunningspichtige activiteiten. In het nulsituatie onderzoek van juli 2005 uitgevoerd door Holland Railconsult BV onder projectnummer D58\BOD-ED-050034025 is een referentieniveau vastgelegd, waarbij de eventueel al aanwezige verontreiniging in kaart is gebracht. Alleen dan kan middels het eindsituatie onderzoek worden vastgesteld of er gedurende de periode sinds het nulsituatie onderzoek nieuwe verontreiniging is bijgekomen.

4

APS - Milieu B.V.

Anderzijds is de aanleiding tot het laten uitvoeren van het onderzoek de voorgenomen koop/verkoop van het perceel. Het doel van een bodemonderzoek in het kader van een transactie waarbij de kwaliteit van de bodem een rol speelt, is het wegnemen van onzekerheden en het regelen van aansprakelijkheid voor (toekomstige) kosten verband houdend met bodemverontreiniging. Een dergelijk onderzoek dient te worden uitgevoerd volgens de NEN-5740 (nul/eindsituatie strategie). Het vooronderzoek moet voldoen aan het basisniveau van de NEN-5725. De onderzoekslocatie wordt bepaald door de grenzen van de inrichting.

1.1 Doel en opzet van het onderzoek Doel van een verkennend bodemonderzoek is: x Bepalen of er al dan niet van bodemverontreiniging sprake is, conform de Wet Bodembescherming. x Eventueel bepalen of er een nader onderzoek gewenst is naar de ernst van de bodemverontreiniging. x Eventueel verkrijgen van een eerste indicatie van de verspreiding van de verontreiniging, zonodig door heranalyse van afzonderlijke monsters. De opzet van een verkennend onderzoek omvat de volgende fasen: x Vaststellen van het (juridische) kader van het onderzoek. x Verrichten van (historisch) vooronderzoek naar mogelijke verontreiniging. x Verrichten van vooronderzoek naar geohydrologie en bodemopbouw. x Opstellen van hypothese en onderzoeksstrategie voor het bodemonderzoek. x Uitvoering veldwerk (boringen, peilbuizen en bemonsteringen). x Uitvoering laboratoriumanalyses in een erkend RvA geaccrediteerd laboratorium. x Interpretatie van de resultaten van het onderzoek. x Toetsing van hypothese en strategie. x Eventueel herhalen van (enkele van) de voorgaande fasen als de hypothese en strategie niet toereikend blijken te zijn geweest. x Bepalen of er sprake is van bodemverontreiniging, en indicaties geven over de verspreiding ervan. x Eventueel bepalen of nader onderzoek gewenst is. x Rapportage en eindbespreking.

5

APS - Milieu B.V.

1.2 Vooronderzoek De ligging van de locatie is aangegeven op de topografische kaart (bijlage 1) en tevens op een kadastrale tekening (bijlage 2). Ook zijn er foto's gemaakt van het onderzochte terrein (bijlage 8). Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2009, strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. In bijlage 4 is een overzicht van de verkregen gegevens opgenomen. De onderzoekslocatie is gelegen in Vinkeveen. Het perceel staat kadastraal bekend onder de aanduiding sectie D, nummer 1456 van de gemeente Vinkeveen. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt ongeveer 2900 m2. De bestemming is en blijft bedrijfsterrein (berging-stalling). Momenteel is het perceel buiten gebruik. Op het perceel is een loods aanwezig met een oppervlakte van ongeveer 720 m2. De loods is deels verhard met beton en deels met klinkers. De klinkers zijn ongeveer 0,4 m verzakt ten opzichte van de betonnen fundering. Aan de voorkant is de locatie verhard met ongeveer 0,9 m sintels en puingranulaat. Aan de achterzijde van het perceel is een met puin en sintels verhard pad aanwezig. De overige locatie is braakliggend. Aan de achterzijde van de locatie is een gronddepot aanwezig met een volume van naar schatting 150 m3. De herkomst van de grond is onbekend. Op de onderzoekslocatie zijn geen kabels en/of leidingen aanwezig.

Op het allerachterste deel van de locatie heeft tussen 1948 en 2010 een veilinggebouw (Coöperatieve Groenten en fruitveiling Vinkeveen) gestaan. In dit gebouw hebben volgens opgave opdrachtgever geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. In de loods zijn twee voormalige dieseltanklocaties aanwezig. Eén voormalige bovengrondse tanklocatie van vóór 2005 aan de voorzijde van de loods en één voormalige bovengrondse tanklocatie van na 2005 aan de achterzijde van de loods. De tanklocatie van na 2005 is voorzien van een vloeistofdichte betonvloer. In het verleden heeft op het achterterrein nog een schuur gestaan, deze is inmiddels verwijderd.

6

APS - Milieu B.V.

Op de onderzoekslocatie is het volgende bodemonderzoek uitgevoerd: x Milieukundig bodemonderzoek Demmerik 58 Vinkeveen, Holland Railconsult BV, projectnummer D58\BOD-ED-050034025, 13 juli 2005. De locatie is destijds opgedeeld in drie deellocaties: 1. Oude tankplaats: er zijn in de zandige toplaag tot 0,7 m-mv lichte verontreinigingen met koper, nikkel, lood, zink, minerale olie, EOX en PAK aangetroffen. In de venige ondergrond van 0,7 tot 3,5 m-mv zijn lichte verontreinigingen met kwik, nikkel, lood en EOX gemeten. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. 2. Nieuwe tankplaats: er zijn in de zandige toplaag tot 0,7 m-mv lichte verontreinigingen met lood, zink, minerale olie en PAK aangetroffen. In de venige toplaag ter plaatse van boring 5507 is tot 0,7 m-mv een sterke verontreiniging met zink aangetroffen, matige verontreinigingen met koper en lood en lichte verontreinigingen met kwik, nikkel, EOX en PAK. In de venige ondergrond van 0,7 tot 3,5 m-mv zijn lichte verontreinigingen met cadmium, nikkel, lood, zink, minerale olie en PAK aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. 3. Overige bedrijfsterrein: in het mengmonster van de puinlaag tot 0,8 m-mv zijn lichte verontreinigingen met koper, lood, minerale olie en PAK aangetoond. Het zandige toplaagmonster is tot 0,7 m-mv licht verontreinigd met koper, nikkel, lood, zink en PAK.

Het venige toplaagmonster is tot 0,5 m-mv licht verontreinigd met koper, nikkel, lood, zink, minerale olie, EOX en PAK. Het olieverdachte monster ter plaatse van boring 5522 op het achterterrein is slechts licht verontreinigd met minerale olie. De venige ondergrond is van 0,5 tot 2,5 m-mv licht verontreinigd met koper, kwik, nikkel, lood, zink, EOX en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. Tevens is een stukje asbestverdacht materiaal aangetroffen en bemonsterd dit bleek voor 10 tot 15% uit chrysotiel te bestaan.

7

APS - Milieu B.V.

1.3 Asbest Bij verkennend bodemonderzoek wordt ook gekeken of er mogelijk asbest op de locatie aanwezig is (op gebouwen, op de grond of in de bodem). Indien dat het geval is kan dat eventueel leiden tot aanvullend onderzoek. In het onderhavige onderzoek zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van asbest. Bij visuele inspectie werden op het achter trein enkele kapotte asbesthoudende golfplaten aangetroffen. Daarnaast is de bodem over de gehele locatie licht tot sterk puinhouden. In de opgeboorde grond/puin zijn echter geen asbestverdachte materialen aangetroffen.

1.4 Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Vinkeveen. Er is geen sprake van een bodembeschermingsgebied. Het maaiveld ligt op ongeveer NAP –1,6 m. De geologie wordt bepaald door een deklaag van Holocene ouderdom welke reikt tot een diepte NAP –15 m. Op de nieuwe geologische kaart van Nederland (TNO-RGD, 1:50000) is er sprake van een Holocene deklaag bestaande uit Hollandveen op oude klei- en zandafzettingen. Aan de onderzijde gaat het Holocene pakket over in Pleistocene afzettingen (meestal dekzanden van de Twenteformatie). Uit de bodemkaart van Nederland (STIBOKA 1:50000) is er sprake van een dikke veenlaag met een eerdlaag. Het Gemiddeld Hoogste Grondwaterpeil (GHG) ligt op <40 cm-mv. Het Gemiddeld Laagste Grondwaterpeil (GLG) ligt op 50-80 cm-mv.

8

APS - Milieu B.V.

1.5 Hypothese en strategie Aan de hand van een vooronderzoek (uitgevoerd volgens de NEN-5725) worden deellocaties benoemd waarvoor verschillende hypothesen gelden met betrekking tot de (mogelijke) bodembelasting. In de onderstaande tabel worden de deellocaties en de daarvoor geldende aannames (aard en voorkomen van de verontreiniging) nader uitgewerkt. De hypothese “verdacht met diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld (VED-HE)” wordt gesteld als er uit het vooronderzoek blijkt dat er op de locatie mogelijk diffuse bodembelasting heeft plaatsgevonden met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Hierbij valt te denken aan ophooglagen. Er wordt op deze deellocaties verontreiniging in de grond en/of het grondwater verwacht met bepaalde stoffen. De hypothese “verdacht met plaatselijke bodembelasting waarvan de kern bekend is (VEP)” wordt gesteld als er uit het vooronderzoek blijkt dat er op de locatie mogelijk bodembelasting afkomstig een bekende bron heeft plaatsgevonden. Bij de bronnen kan sprake zijn geweest van lozingen, lekkages, morsingen, brandplaatsen, lekkende tanks e.d. Er wordt op deze deellocaties verontreiniging in de grond en/of het grondwater verwacht met bepaalde stoffen.

Overzicht van deellocaties en gevolgde strategie code DL1

DL2

deellocatie tanklocatie voor 2005

tanklocatie na 2005

strategie

schaal

boringen

analyses

toplaag (0.5 m)

1

1

ondergrond (0.5-2.0 m)

1

1

freatisch grondwater (met PB)

1

1

toplaag (0.5 m)

3

1

ondergrond (0.5-2.0 m)

3

2

1

1

toplaag (0.5 m)

13

3

ondergrond (0.5-2.0 m)

5

3

freatisch grondwater (met PB)

2

2

2

25 m

NEN-5740 VEP

200 m2

NEN-5740 VEP

freatisch grondwater (met PB) DL3

overige terrein

2

2675 m

NEN-5740 VED-HE

Bij overlappende deellocaties kunnen boorpunten gecombineerd worden.

9

opmerking

APS - Milieu B.V.

2 Uitvoering 2.1 Veldwerk Het veldwerk bestond uit het uitvoeren van boringen, het plaatsen van peilbuizen en het nemen van grond- en grondwatermonsters. Van alle boringen is een boorbeschrijving gemaakt conform de NEN-5104, welke zijn opgenomen in bijlage 7. Over het gehele terrein zijn lichte tot matige bijmengingen met puin en sintels aangetroffen. Inpandig en ter plaatse van boring 10 zijn in de toplaag zeer sterke bijmengingen van puin en sintels aangetroffen. Aan de voorzijde van het terrein en ter plaatse van het puinpad is ten behoeve van de boringen eerst de puinlaag verwijderd met behulp van een minigraver. Ter plaatse van deellocatie 2 is een vloeistofdichte betonvloer aanwezig. Er is voor gekozen de boring langs de rand van de betonvloer te plaatsen. Het op het achterterrein aanwezige gronddepot is indicatief gekeurd middels vijf gutssteken welke zijn samengevoegd tot één veldmengmonster. Het grondwater is elf dagen na plaatsing van het filter bemonsterd. In het veld is de grondwaterstand opgemeten en is de geleidbaarheid van het grondwater bepaald. De monsters zijn gekoeld getransporteerd en opgeslagen. In de onderstaande tabellen zijn de veldwerkgegevens, evenals de zintuiglijke waarnemingen weergegeven.

10

APS - Milieu B.V.

Overzicht van boringen, peilbuizen en zintuiglijke waarnemingen boring

diepte

PB

datum

van

tot

opmerkingen

1

200

X

30-03-2012

0

30

puingranulaat

30

40

sintels/asfalt

40

90

sintels / lichte oliegeur

0

40

puingranulaat

40

50

asfalt

50

90

puingranulaat

90

140

licht puinhoudend

0

40

licht puinhoudend

40

90

sintels/puin

90

150

licht puinhoudend

50

100

matig sintelhoudend

100

150

licht sintelhoudend

0

40

lege ruimte

40

45

tegel

45

90

zeer sterk sintelhoudend / gestuit

0

40

lege ruimte

40

45

tegel

45

90

zeer sterk puin en sintelhoudend

90

140

licht puinhoudend

0

40

lege ruimte

40

45

tegel

45

100

zeer sterk puin en sintelhoudend

100

150

licht puinhoudend

0

40

lege ruimte

40

45

tegel

45

90

zeer sterk puin en sintelhoudend

90

140

licht puinhoudend

2

3

4

5

6

7

8

240

200

200

90

140

150

140

X

X

X

30-03-2012

30-03-2012

30-03-2012

30-03-2012

30-03-2012

30-03-2012

30-03-2012

9

50

30-03-2012

0

50

licht puinhoudend

10

110

30-03-2012

0

60

zeer sterk puin en sintelhoudend

11

APS - Milieu B.V.

Overzicht van boringen, peilbuizen en zintuiglijke waarnemingen boring

diepte

11

PB

datum

van

tot

opmerkingen

50

30-03-2012

0

50

matig puinhoudend

12

30

30-03-2012

0

30

licht puinhoudend / gestuit op hout

13

130

30-03-2012

0

40

puingranulaat

40

80

sintels

80

130

licht puinhoudend

14

40

30-03-2012

0

40

licht puinhoudend / gestuit

15

50

30-03-2012

0

50

licht puinhoudend

16

30

30-03-2012

0

30

matig puinhoudend / gestuit

17

50

30-03-2012

0

50

licht puinhoudend

Overzicht peilbuis- monstername PB

van

tot

monsters

gws

EC (mS/cm)

pH

datum

1

100

200

0700426138 / 0691227913

40

1,044

8,1

10-04-2012

2

140

240

0691227892

43

1,344

8,8

10-04-2012

3

95

195

0700426153 / 0691227903

30

1,058

8,1

10-04-2012

4

100

200

0700568796 / 0691230393

30

2,091

7,7

10-04-2012

opmerking

2.2 Laboratoriumonderzoek De in het veld genomen monsters zijn volgens het onderstaande schema ter analyse aangeboden aan een door de RvA geaccrediteerd laboratorium. Eventueel zijn grondmonsters gecombineerd tot mengmonsters. Bij grondwateronderzoek worden in verband met per soort analyse verschillende voorgeschreven wijze van bemonstering en conservering soms meerdere monsters uit een filter genomen.

12

APS - Milieu B.V.

Overzicht van uitgevoerde analyses en samenstelling mengmonsters code

omschrijving

analysepakket

monster

boring

van

tot

M01

monster bovengrond (DL1)

minerale olie

0506163489

1

40

90

M02

monster ondergrond (DL1)

minerale olie

0506163490

1

100

150

MM03

mengmonster bovengrond (DL 3 inpandig)

NEN-5740 grondpakket

0506163488

5

45

90

0506163481

6

45

90

0506163482

7

45

100

0506163483

8

45

90

0506163485

3

0

40

0506163477

11

0

50

0506163479

12

0

30

0506164120

15

0

50

0506164121

16

0

30

0506163487

4

0

50

0506163484

9

0

50

0506163480

14

0

40

0506164118

17

0

50

MM04

MM05

MM06

M07

mengmonster bovengrond (DL 2)

mengmonster bovengrond (DL 3 zand)

mengmonster bovengrond (DL 3 veen)

NEN-5740 grondpakket

NEN-5740 grondpakket

NEN-5740 grondpakket

NEN-5740 grondpakket

0506163476

10

0

50

M08

monster bovengrond (DL 3 sterk puinhoudend) monster ondergrond (DL3 inpandig)

NEN-5740 grondpakket

0506164104

6

90

140

MM09

mengmonster ondergrond (DL2)

NEN-5740 grondpakket

0506164117

7

100

150

0506164033

8

90

140

0506163493

2

90

140

0506163486

3

100

150

0506163491

4

100

150

0506164068

10

60

110

0506163478

13

80

130

MM10

mengmonster ondergrond (DL3 buiten)

NEN-5740 grondpakket

M11

monster diepe ondergrond (DL2)

NEN-5740 grondpakket

0506163492

2

190

240

VMM01

veldmengmonster depot

NEN-5740 grondpakket

0506164097

5 steken

0

100

WM01

grondwatermonster (DL 1)

100

200

grondwatermonster (DL 2)

0700426138 / 0691227913 0691227892

1

WM02

NEN-5740 grondwaterpakket minerale olie + BTEXN

2

140

240

WM03

grondwatermonster (DL 3)

95

195

grondwatermonster (DL 3)

0700426153 / 0691227903 0700568796 / 0691230393

3

WM04

NEN-5740 grondwaterpakket NEN-5740 grondwaterpakket

4

100

200

13

APS - Milieu B.V.

3 Analyseresultaten De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn in de onderstaande tabellen getoetst aan de meest recente versie van de streef/AW2000- en interventiewaarden van VROM, waarbij de waarden voor de bodem zijn omgerekend volgens het gehalte organisch stof en kleidelen (lutum). Het toetsingskader is bij dit rapport opgenomen als bijlage 5. Voor een volledig overzicht van de gemeten waarden verwijzen wij naar de analysecertificaten in bijlage 9. Analyse monster bovengrond (DL1) M01, toetsing grond volgens Wbb H=12,3% L=7% stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

minerale olie

3900

mg/kg d.s.

230

3200

6200

opm

toetsing >T

Analyse monster ondergrond (DL1) M02, toetsing grond volgens Wbb H=34,5% L=12,3% stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

opm

toetsing

[geen overschrijdingen]

Analyse mengmonster bovengrond (DL3 inpandig) MM03, toetsing grond volgens Wbb H=9,7% L=3,8% stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

kobalt

16

mg/kg d.s.

5,1

35

65

>S

koper

49

mg/kg d.s.

26

74

120

>S

kwik

0,32

mg/kg d.s.

0,11

14

27

>S

molybdeen

2,2

mg/kg d.s.

1,5

96

190

>S

nikkel

25

mg/kg d.s.

14

27

39

>S

lood

110

mg/kg d.s.

37

220

400

>S

zink

99

mg/kg d.s.

76

230

390

>S

PAK

5,9

mg/kg d.s.

1,5

21

40

>S

14

opm

toetsing

APS - Milieu B.V.

Analyse mengmonster bovengrond (DL2) MM04, toetsing grond volgens Wbb H=4,2% L=6,2% stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

opm

toetsing

kobalt

7,4

mg/kg d.s.

6,2

43

79

>S

koper

52

mg/kg d.s.

24

68

110

>S

kwik

0,16

mg/kg d.s.

0,11

14

27

>S

nikkel

19

mg/kg d.s.

16

31

46

>S

lood

210

mg/kg d.s.

36

210

380

>S

zink

190

mg/kg d.s.

75

230

390

>S

PAK

5,4

mg/kg d.s.

1,5

21

40

>S

Analyse mengmonster bovengrond (DL3 zand) MM05, toetsing grond volgens Wbb H=5,3% L=6,1% stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

opm

toetsing

cadmium

0,48

mg/kg d.s.

0,42

4,8

9,2

>S

kobalt

9,8

mg/kg d.s.

6,2

42

78

>S

koper

64

mg/kg d.s.

24

70

120

>S

kwik

0,15

mg/kg d.s.

0,11

14

27

>S

nikkel

22

mg/kg d.s.

16

31

46

>S

lood

88

mg/kg d.s.

36

210

380

>S

zink

380

mg/kg d.s.

76

230

390

>T

PAK

3,8

mg/kg d.s.

1,5

21

40

>S

Analyse mengmonster bovengrond (DL3 veen) MM06, toetsing grond volgens Wbb H=25% L=13,6% stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

cadmium

1,2

mg/kg d.s.

0,78

8,8

17

>S

koper

73

mg/kg d.s.

42

120

200

>S

kwik

0,72

mg/kg d.s.

0,14

17

34

>S

molybdeen

4

mg/kg d.s.

1,5

96

190

>S

lood

240

mg/kg d.s.

52

300

550

>S

zink

300

mg/kg d.s.

130

390

660

>S

PAK

38

mg/kg d.s.

3,8

52

100

>S

15

opm

toetsing

APS - Milieu B.V.

Analyse monster bovengrond (DL3 sterk puinhoudend) M07, toetsing grond volgens Wbb H=10,4% L=4% stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

opm

toetsing

kobalt

9,6

mg/kg d.s.

5,2

36

66

>S

koper

51

mg/kg d.s.

26

76

120

>S

kwik

0,13

mg/kg d.s.

0,11

14

28

>S

molybdeen

1,6

mg/kg d.s.

1,5

96

190

>S

nikkel

24

mg/kg d.s.

14

27

40

>S

lood

240

mg/kg d.s.

38

220

400

>T

zink

190

mg/kg d.s.

78

240

400

>S

PAK

12

mg/kg d.s.

1,6

22

42

>S

Analyse monster ondergrond (DL3 inpandig) M08, toetsing grond volgens Wbb H=31,4% L=2,6% stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

opm

toetsing

kobalt

7,2

mg/kg d.s.

4,5

31

58

>S

koper

72

mg/kg d.s.

39

110

190

>S

kwik

0,98

mg/kg d.s.

0,13

16

31

>S

molybdeen

1,9

mg/kg d.s.

1,5

96

190

>S

nikkel

23

mg/kg d.s.

13

24

36

>S

lood

180

mg/kg d.s.

49

290

520

>S

Analyse mengmonster ondergrond (DL2) MM09, toetsing grond volgens Wbb H=28,8% L=10% stofnaam

meting

eenheid

kobalt

8,3

mg/kg d.s.

koper

130

kwik

S (AW)

T

I

8

55

100

>S

mg/kg d.s.

43

120

200

>T

2

mg/kg d.s.

0,14

17

34

>S

molybdeen

2,2

mg/kg d.s.

1,5

96

190

>S

nikkel

26

mg/kg d.s.

20

39

57

>S

lood

690

mg/kg d.s.

52

300

550

>I

zink

280

mg/kg d.s.

120

380

630

>S

16

opm

toetsing

APS - Milieu B.V.

Analyse mengmonster ondergrond (DL3) MM10, toetsing grond volgens Wbb H=34,3% L=9,4% stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

opm

toetsing

cadmium

1

mg/kg d.s.

0,91

10

20

>S

kobalt

11

mg/kg d.s.

7,7

53

98

>S

koper

210

mg/kg d.s.

46

130

220

>T

kwik

2,2

mg/kg d.s.

0,14

17

35

>S

molybdeen

3,4

mg/kg d.s.

1,5

96

190

>S

nikkel

33

mg/kg d.s.

19

37

55

>S

lood

760

mg/kg d.s.

55

320

580

>I

zink

540

mg/kg d.s.

130

400

670

>T

PAK

4,9

mg/kg d.s.

4,5

62

120

>S

Analyse monster diepe ondergrond (DL2) M11, toetsing grond volgens Wbb H=45,5% L=9,5% stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

opm

toetsing

koper

69

mg/kg d.s.

53

150

250

>S

kwik

0,7

mg/kg d.s.

0,15

19

37

>S

lood

170

mg/kg d.s.

62

360

650

>S

zink

180

mg/kg d.s.

150

450

750

>S

Analyse veldmengmonster depot VMM01, toetsing grond volgens Wbb H=24% L=12% stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

kwik

0,21

mg/kg d.s.

0,14

17

34

>S

molybdeen

6

mg/kg d.s.

1,5

96

190

>S

zink

170

mg/kg d.s.

120

370

630

>S

17

opm

toetsing

APS - Milieu B.V.

Analyse grondwatermonster WM01 (DL1), toetsing grondwater volgens Wbb stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

barium

190

ug/l

50

340

630

opm.

toetsing >S

Analyse grondwatermonster WM02 (DL2), toetsing grondwater volgens Wbb stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

opm.

toetsing

[geen overschrijdingen]

Analyse grondwatermonster WM03 (DL3), toetsing grondwater volgens Wbb stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

barium

99

ug/l

50

340

630

opm.

toetsing >S

Analyse grondwatermonster WM04 (DL3), toetsing grondwater volgens Wbb stofnaam

meting

eenheid

S (AW)

T

I

opm.

toetsing

barium

150

ug/l

50

340

630

>S

kwik

0,12

ug/l

0,05

0,17

0,3

>S

molybdeen

9,5

ug/l

5

150

300

>S

4 Conclusies en aanbevelingen Deellocatie 1 Ter plaatse van deellocatie 1 (tanklocatie voor 2005) is in de sintellaag van 0,4 tot 0,9 mmv een matige verontreiniging met minerale olie aangetroffen. In de onderliggende veenlaag is geen verontreiniging met minerale olie gemeten. In het grondwater is een lichte verontreiniging met zink aangetoond. Deellocatie 2 Ter plaatse van deellocatie 2 (tanklocatie na 2005) zijn in de sterke puin- en sintelhoudende bodemlaag van 0,45 tot 1,0 m-mv lichte verontreinigingen met kobalt, koper, kwik, nikkel, lood, zink en PAK aangetroffen. In de onderliggende veenlaag van 0,9 tot 1,5 m-mv is een sterke verontreiniging met lood en een matige verontreiniging met koper gemeten. Tevens zijn hier lichte verontreinigingen met kobalt, kwik, molybdeen, nikkel en zink aangetroffen. In de diepere ondergrond van 1,9 tot 2,4 m-mv zijn slechts lichte verontreinigingen met koper, kwik, lood en zink aangetoond. In het grondwater is geen van de onderzochte parameters in een verhoogd gehalte aangetroffen.

18

APS - Milieu B.V.

Deellocatie 3 Inpandig zijn in de sterke puin- en sintelhoudende bodemlaag van 0,45 tot 0,9 m-mv lichte verontreinigingen met kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink en PAK aangetroffen. De ondergrond inpandig is licht verontreinigd met kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel en lood. Ter plaatse van het achterterrein is in de zandige toplaag een matige verontreiniging met zink aangetroffen. Tevens zijn in de zandige toplaag lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, koper, kwik, nikkel, lood en PAK gemeten. In de venige toplaag zijn lichte verontreinigingen met cadmium, koper, kwik, molybdeen, lood, zink en PAK aangetroffen. In de sterk puin- en sintelhoudende toplaag ter plaatse van boring 10 zijn een matige verontreiniging met lood en lichte verontreinigingen met kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, zink en PAK aangetroffen. De ondergrond ter plaatse van het achterterrein is vanaf 0,6 tot 1,5 m-mv sterk verontreinigd met lood en matig verontreinigd met koper en zink. Daarnaast zijn in de ondergrond lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, nikkel en PAK aangetoond. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met barium, kwik en molybdeen aangetroffen. Depot In het op het achterterrein aanwezige gronddepot zijn slechts lichte verontreinigingen met kwik, molybdeen en zink aangetroffen.

Samengevat kan gesteld worden dat de licht tot sterk puinhoudende toplaag van de locatie licht tot matig verontreinigd is met zware metalen en PAK en dat de onderliggende veenlaag licht tot sterk verontreinigd is met zware metalen en PAK. In vergelijking met het onderzoek uit 2005 kan gesteld worden dat de verontreinigingsgraad van de toplaag sinds 2005 nauwelijks is gewijzigd. De kwaliteit van de ondergrond is in vergelijking met het onderzoek van 2005 wel sterk achteruit gegaan. Hierbij wordt opgemerkt dat in het onderzoek van 2005 zeer lange trajecten van 0,5 tot minimaal 2,5 m-mv van de ondergrond zijn samengevoegd tot één analysemonster. Deze werkwijze kan een vertekend beeld van de bodemkwaliteit direct onder de puinlaag veroorzaakt hebben. In onderhavig onderzoek zijn in de diepere ondergrond ter plaatse van boring 2 ook uitsluitend lichte verontreinigingen met enkele zware metalen aangetroffen. Ter plaatse van de tanklocatie voor 2005 is in 2005 een lichte verontreiniging met minerale olie aangetroffen. In onderhavig onderzoek is een matige verontreiniging met minerale olie aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat in 2005 bij deellocatie 1 uitsluitend inpandig is geboord ter plaatse van de tanklocatie terwijl in het huidige onderzoek buiten is geboord ter plaatse van het voormalige afleverpunt.

19

APS - Milieu B.V.

Formeel is een nader onderzoek naar de ernst en omvang van de aangetroffen matige en sterke verontreinigingen in de toplaag en ondergrond noodzakelijk. Met het oog op de aangetroffen puin bijmengingen lijkt het echter aannemelijk dat de verontreiniging vrij homogeen verdeeld over de locatie aanwezig is. Er is waarschijnlijk sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging (> 25 m3 sterk verontreinigd). De aangetroffen verontreinigingen vormen geen belemmering voor het beoogde terreingebruik (opslagterrein). Als de bestemming van het terrein wijzigt of er grondverzet t.b.v. werkzaamheden plaatsvindt zijn wellicht een nader bodemonderzoek en eventueel sanerende maatregelen noodzakelijk. Aanbevolen wordt wel een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren naar de ernst en omvang van de aangetoonde matige olieverontreiniging ter plaatse van deellocatie 1.

20

APS - Milieu B.V.

5 Betrouwbaarheid Bodemonderzoeken worden door APS-Milieu op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de daartoe bestaande normen (protocollen) en gangbare inzichten. Indien in opdracht van de klant, en eventueel in overleg met het bevoegde gezag, is afgeweken van de gangbare normen en/of protocollen van onderzoek, dan wordt dit in de rapportage uitdrukkelijk vermeld. APS-Milieu aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de gevolgen die deze afwijkingen kunnen hebben voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van het onderzoek. Maar ook indien conform de protocollen wordt gewerkt blijven er enige beperkingen van kracht, met betrekking tot de betrouwbaarheid van de resultaten van dit onderzoek. a. Kwaliteit van het vooronderzoek Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd op basis van een vooronderzoek. Een dergelijk vooronderzoek bestaat uit het verzamelen van (historische) gegevens over de locatie, een inspectie van de locatie en verzamelen van gegevens over bodemopbouw en hydrologie. Indien belangrijke feiten over de locatie niet worden achterhaald, bestaat de kans dat de hypothese en de strategie van het onderzoek niet voldoen. Het onderzoek geeft dan onvoldoende informatie en is dus minder bruikbaar of betrouwbaar. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van onvolledig of onjuist opgegeven informatie in het kader van het vooronderzoek. b.

Restrisico De monsterdichtheid welke de protocollen voorschrijven heeft tot gevolg dat kleine verontreinigingskernen kunnen worden gemist. Dit beperkte restrisico wordt aanvaardbaar geacht, omdat de kosten van bodemonderzoek anders te hoog zouden oplopen. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor dergelijke normale restrisico’s. c. Veroudering De onderzoeksresultaten vormen slechts een momentopname. De resultaten en conclusies kunnen verouderen door drie oorzaken: x Er wordt nieuwe verontreiniging toegevoegd aan de locatie. x Bestaande verontreiniging is mobiel en verspreidt zich verder. x De normstelling door de overheid verandert. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van veroudering van de rapportage.

21

APS - Milieu B.V.

Bijlage 1. Topografische kaart

22

Omgevingskaart

0m

125 m

Deze kaart is noordgericht.

625 m

Schaal 1: 12500

Hier bevindt zich Kadastraal object VINKEVEEN D 1515 Demmerik 56, 3645 ED VINKEVEEN © De auteursrechten en databankenrechten zijn voorbehouden aan de Topografische Dienst Kadaster.

APS - Milieu B.V.

Bijlage 2. Kadastrale kaart

24

Uittreksel Kadastrale Kaart

50

1497 50a

1495

1506

1389 1467

ik

52

mer

54

Dem

1365

1515

23

56

1454 25

1399

1525

0m

12345 25

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer Huisnummer Kadastrale grens Voorlopige grens Bebouwing Overige topografie

Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 30 maart 2012 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

5m

25 m

Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

VINKEVEEN D 1515

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

APS - Milieu B.V.

Bijlage 3. Locatietekening met boorpunten

26

APS - Milieu B.V.

Bijlage 4. Overzicht vooronderzoek

28

APS - Milieu B.V.

R12-B121 Vooronderzoek basisformulier Code

Beoordelingsaspect

00.001

Gegevens verzameld op basis voorafgaand locatiebezoek ?

j

00.002

Gegevens bij gemeente of provincie opgevraagd ?

j

00.003

Gegevens opgevraagd bij gebruiker of eigenaar ?

j

Naam:

00.004

Is er eerder bodemonderzoek op de locatie verricht ?

j

Data: 2005

00.005

Zijn er nog andere bronnen van informatie geraadpleegd ?

j

Welke: bodemloket

01.001

Is er sprake van oude stedelijke ophooglagen ?

n

Beleid:

01.002

Is er sprake van een regionaal aanwezig toemaakdek ?

j

Beleid:

01.003

Zijn er regionale verhoogde achtergrondwaarden bekend ?

j

Welke: zware metalen

01.004 01.005 01.006

Opmerkingen

Zijn er in de directe omgeving gevallen van n bodemverontreiniging bekend ? Zijn er in de directe omgeving grootschalige bronnen van n verontreiniging aanwezig ? Is verspreiding van baggerspecie uit oppervlaktewateren over j het perceel mogelijk geweest ?

Datum:

Welke: Welke: Waar: gehele terrein

01.007

Is op of naast de locatie ooit een brand geweest ?

n

Datum:

02.001

Zijn er mogelijk verdachte verhardingslagen aanwezig ?

j

Welke: puin en sintelverharding

02.002

Zijn er mogelijk verdachte ophooglagen aanwezig ?

n

Welke:

02.003

Zijn er mogelijk verdachte dempingen/opvullingen aanwezig ?

n

Welke:

02.004

Is er sprake van bodembelastende agrarische activiteiten ?

n

Welke:

02.010

Zijn er ondergrondse olietanks op de locatie aanwezig ?

n

Status:

02.011

Zijn er ondergrondse olietanks op de locatie aanwezig geweest ?

n

Gesaneerd:

02.012

Is er sprake van bovengrondse opslag van olieproducten?

n

Kritiek:

02.013

Is er sprake geweest van bovengrondse opslag van olie ?

j

Wanneer:

02.014

Zijn op de locatie afleverpunten voor brandstof aanwezig ?

n

Kritiek?

02.015

Zijn afleverpunten voor brandstof aanwezig geweest?

j

Wanneer:

02.016

Zijn of worden op de locatie motorvoertuigen onderhouden ?

n

Kritiek?

02.020

Is op de locatie ooit vaste brandstof gebruikt of opgeslagen ?

n

Soort:

02.021

Zijn of worden op de locatie chemicaliën opgeslagen?

n

Soort:

02.022

Zijn er andere bodembelastende activiteiten bekend ?

n

Soort:

02.023

Zijn er andere calamiteiten op de locatie bekend ?

n

Wanneer:

29

APS - Milieu B.V.

Bijlage 5. Toetsingskader

30

APS - Milieu B.V.

Toetsingskader bodemverontreiniging De kwaliteit van de bodem wordt getoetst aan streef/AW2000- en interventiewaarden. De toetsing betreft enerzijds de grond (landbodem) of het sediment (waterbodem), en anderzijds het grondwater. Voor grond/sediment moeten deze waarden worden gerelateerd aan de zogenaamde standaardbodem. Dit is een bodem met 10% organisch stof (humus) en 25% kleideel (lutum). Deze bodemcomponenten hebben namelijk de eigenschap verontreinigingen vast te leggen, en hun verspreiding te verhinderen. De gemeten concentraties aan verontreiniging moeten dan ook altijd teruggerekend worden naar standaardbodem aan de hand van de aan deze bodem bepaalde gehalten lutum en humus. Hiervoor zijn standaardformules in gebruik. Voor grondwater geldt een dergelijke omrekening niet. De Streefwaarden/AW2000 worden afgeleid en vastgesteld binnen het INS-proces. De Interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering (VROM 2009). Streefwaarde/AW200 (S/AW200-waarde) De streefwaarde/AW2000 wordt voor Organische stoffen gesteld op een honderdste deel van de MTR (maximaal toelaatbaar risico) van de betreffende stof. Voor metalen wordt de streefwaarde/AW2000 bepaald door de Natuurlijke achtergrondconcentratie op te tellen bij een honderdste deel van de MTR voor het betreffende metaal.

In de praktijk treden in door menselijk handelen beïnvloede bodemlagen overschrijdingen op tengevolge van langdurige diffuse belasting. In die gevallen is sprake van lokaal verhoogde “achtergrondwaarden”. Door veel gemeenten worden deze momenteel geïnventariseerd en wettelijk vastgelegd. Voor het saneringscriterium van oude verontreinigingen (voor 1987) zijn de achtergrondwaarden de ondergrens voor de saneringsdoelstelling. Ook voor grondverzet is de achtergrondwaarde en niet de streefwaarde doorslaggevend. Een verontreiniging boven de streefwaarden wordt “licht” genoemd. Tussenwaarde (T-waarde=(I+S)/2) De tussenwaarde, dat is de helft van de som van streef/AW2000- en interventiewaarde, speelt een rol in een aantal toetsingen. Indien bij een verkennend onderzoek een concentratie boven de tussenwaarde wordt gemeten, is er doorgaans aanleiding voor het uitvoeren van een nader onderzoek. Verkennend onderzoek dient slechts om de aan- of afwezigheid van verontreiniging aan te tonen. Bij verontreiniging boven de tussenwaarde wordt de kans reëel geacht dat bij nader onderzoek concentraties boven de interventiewaarde worden vastgesteld. Verder speelt de tussenwaarde een rol bij de risicoanalyses van een urgentiebepaling. Een verontreiniging boven de tussenwaarde wordt “matig” genoemd.

31

APS - Milieu B.V.

Interventiewaarde (I-waarde) De interventiewaarde is een concentratie waarbij er potentiële risico’s kunnen optreden voor de volksgezondheid of de ecologie. Het gaat hier dus om een risico grenswaarde. Een verontreiniging boven de interventiewaarde wordt “sterk” genoemd. Bij meer dan 10 x de interventiewaarde spreekt men vaak van een “zeer sterke verontreiniging”. Indien meer dan 25 m3 grond, of meer dan 100 m3 bodemvolume met grondwater, ernstig is verontreinigd, spreekt men bij oude verontreinigingen (bedoeld wordt meestal van vóór 1987) van een “ernstig geval van bodemverontreiniging”. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor een aantal stoffen zijn geen interventiewaarden vastgesteld, maar “indicatieve niveaus van ernstige verontreiniging”. Dit is het geval als er nog geen betrouwbare meetvoorschriften voorhanden zijn, of als de risicobeoordeling van de stof nog onvoldoende is getoetst. Ernst en urgentie van gevallen van bodemverontreiniging Met het in werking treden van de Wet Bodembescherming (Wbb) in 1987 is een onderscheid gemaakt tussen “bestaande gevallen van bodem verontreiniging” en “nieuwe gevallen van bodemverontreiniging”. Voor nieuwe gevallen kent de wet een duidelijke regeling: deze moeten worden opgeruimd (zorgplicht). Dit betekent dat de oude situatie moet worden hersteld, voor zover dat redelijkerwijze technisch mogelijk is (ALARA-principe).

Soms is de oude situatie vastgelegd middels een “nulsituatieonderzoek”. Voor oude (“bestaande”) gevallen is een speciale regeling ontworpen, de “saneringsregeling Wbb”. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen “ernstige” en “niet-ernstige” gevallen van verontreiniging. Er is sprake van een ernstig geval als er meer dan 25 m3 bodem boven de interventiewaarde is verontreinigd, of indien het grondwater van 100 m3 bodemvolume boven de interventiewaarde is verontreinigd. Pas als er sprake is van een ernstig geval, moet er op enig tijdstip gesaneerd worden. Vervolgens wordt de urgentie van het geval beoordeeld. Dit gebeurt middels een risicoanalyse voor mens, natuur en verspreiding. Indien een geval urgent is, wordt een saneringstijdstip opgelegd. Saneringsdoelstelling Nieuwe gevallen van verontreiniging moeten op grond van de wet teruggesaneerd worden naar de oude situatie. Soms is deze vastgelegd in een zogenaamd “nulsituatie onderzoek”. In andere gevallen wordt verondersteld dat de lokale achtergrond de oorspronkelijke situatie was. Oude gevallen van verontreiniging moesten tot voor kort teruggesaneerd worden naar multifunctionele (schone) bodem, tenzij de kosten hiervan veel te hoog dreigden op te lopen. In dat geval kon de verontreiniging ook “ingepakt” worden (IBC: Isoleren, beheersen en controleren).

In het kader van de zogenaamde BEVER-operatie verschuift het beleid naar “functioneel saneren”: de bodem moet worden teruggesaneerd zodat ze geschikt is voor de voorgenomen gebruiksfunctie. Hierbij moet wel worden aangetekend dat als de functie later wijzigt, aanvullende sanering noodzakelijk kan worden. De minimale terugsaneerwaarden bij functionele saneringen worden vastgesteld op basis van risicoanalyses.

32

APS - Milieu B.V.

Bijlage 6. Referenties

33

APS - Milieu B.V.

Literatuur: 1. Leidraad Bodembescherming, volgens meest recente aflevering/ ‘s Gravenhage: SDU-uitgeverij, afleveringen t/m 2000. 2. Circulaire bodemsanering (VROM 2009) 3. Bodemonderzoek Milieuvergunning en BSB, met protocol voor gecombineerd onderzoek/-’s Gravenhage: SDUuitgeverij, mei 1994 4. Protocol nulsituatie-bodemonderzoek Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks/ dr ir J.A.W. Nieuwkoop, drs A. Schouten - ‘s Gravenhage: SDU-uitgeverij, oktober 1995. 5. Protocol voor het Oriënterend Onderzoek naar aard en concentratie van verontreinigende stoffen en de plaats van voorkomen van bodemverontreiniging/ F.P.J. Lamé, R.Bosman - ‘s Gravenhage: SDU-uitgeverij, mei 1994. 6. Nader onderzoeksrichtlijn Ernst, Urgentie en Tijdstipbepaling /Tauw Milieu b.v., Grontmij, Chemielinco, in opdracht van VROM- ’s Gravenhage: SDU-uitgeverij november 1997. 7. Protocol voor het Nader Onderzoek (deel 1) naar de aard en concentratie van verontreinigende stoffen en de omvang van bodemverontreiniging/ F.P.J. Lamé, R. Bosman - ‘s Gravenhage: SDU-uitgeverij, mei 1994. 8. Richtlijn voor het Nader Onderzoek (deel 1) voor specifieke categorieën van bodemverontreiniging/N.G. van der Gaast e.a.- ‘s Gravenhage: SDU-uitgeverij 1995 9. Regeling bodemkwaliteit, Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397, houdende regels voor. de uitvoering van de kwaliteit van de bodem

Van toepassing zijnde normen bij bodemonderzoek: NEN 5104 NEN 5119 NEN 5706 NEN 5709 NVN 5725 NEN 5740 NPR 5741 NEN 5742 NEN 5743 NEN 5744 NEN 5745 NEN-EN-ISO 5667-3 NEN-EN-ISO 5667-11 NEN-EN-ISO 5667-14 NEN-EN-ISO 5667-18 NEN 5766:2003

Geotechniek, Classificatie van onverharde grondmonsters. Geotechniek - Boren en monsterneming in grond Richtlijnen voor de beschrijving van zintuiglijke waarnemingen tijdens de uitvoering van milieukundig bodemonderzoek Bodem, Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond Bodem - Leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond Bodem, Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek Bodem, Monsterneming van grond en sediment ten behoeve van bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch-chemische bodemkenmerken Bodem, Monsterneming van grond en sediment ten behoeve van bepaling van vluchtige verbindingen Bodem, Monsterneming van grondwater ten behoeve van de bepaling van metalen, anorganische verbindingen en fysisch-chemische eigenschappen Bodem, Monsterneming van grondwater ten behoeve van vluchtige verbindingen Richtlijn voor de conservering en behandeling van watermonsters Richtlijn voor monsterneming van grondwater Richtlijn voor de kwaliteitsborging van monsterneming en -behandeling van water dat wordt gebruikt voor milieuonderzoek

Richtlijn voor monsterneming van grondwater op verontreinigde terreinen Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek

Protocollen ten behoeve van het veldwerk 1. 2.

VKB- protocol 2001 versie 3.1; Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen (SIKB, 13 maart 2007) VKB- protocol 2002 versie 3.2; nemen van grondwatermonsters (SIKB, 13 maart 2007).

34

APS - Milieu B.V.

Bijlage 7. Boorstaten

35

APS - Milieu B.V.

R12-B121 Boring 01 (boring met peilbuis) datum: 30-03-2012 methode: Edelmanboor van

tot

code

grondsoort

kleur

0

30

Ovrd

puingranulaat

30

40

Vrd

sintels/asfalt

40

90

90

100

100 150

sintels

zwart

V

veen

bruin

150

V

veen

bruin

200

V

veen

bruin

monsters

X

toevoegingen

lichte oliegeur

X

R12-B121 Boring 02 (boring met peilbuis) datum: 30-03-2012 methode: Edelmanboor van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

0

40

Ovrd

puingranulaat

40

50

Vrd

asfalt

50

90

Ovrd

puingranulaat

90

140

Vv

veraard veen

bruin/zwart

140

190

V

veen

bruin

190

240

V

veen

bruin

X

toevoegingen

licht puinhoudend

X

R12-B121 Boring 03 (boring met peilbuis) datum: 30-03-2012 methode: Edelmanboor van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

toevoegingen

0

40

Z

zand

geel/grijs

X

licht puinhoudend

40

90

90

100

V

veen

bruin

100

150

V

veen

bruin

150

200

V

veen

bruin

sintels/puin licht puinhoudend X

licht puinhoudend

toevoegingen

R12-B121 Boring 04 (boring met peilbuis) datum: 30-03-2012 methode: Edelmanboor van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

0

50

Vv

veraard veen

bruin

X

50

100

V

veen

bruin/zwart

100

150

V

veen

bruin/zwart

150

200

V

veen

bruin

36

matig puinhoudend X

licht puinhoudend

APS - Milieu B.V.

R12-B121 Boring 05 datum: 30-03-2012 van

tot

code

0

40

40

45

Ovrd

45

90

Z

methode: Edelmanboor grondsoort

kleur

monsters

toevoegingen

lege ruimte

R12-B121 Boring 06 datum: 30-03-2012 code

tegel zand

zwart

X

zeer sterk sintelhoudend / gestuit

monsters

toevoegingen

methode: Edelmanboor

van

tot

grondsoort

kleur

0

40

40

45

Ovrd

45

90

Z

zand

zwart

X

zeer sterk puin- en sintelhoudend

90

140

V

veen

bruin

X

licht puinhoudend

monsters

toevoegingen

lege ruimte

R12-B121 Boring 07 datum: 30-03-2012 code

tegel

methode: Edelmanboor

van

tot

0

40

grondsoort

kleur

40

45

Ovrd

45

100

Z

zand

zwart

X

zeer sterk puin- en sintelhoudend

100

150

V

veen

bruin

X

licht puinhoudend

monsters

toevoegingen

lege ruimte

R12-B121 Boring 08 datum: 30-03-2012 code

tegel

methode: Edelmanboor

van

tot

grondsoort

kleur

0

40

40

45

Ovrd

45

90

Z

zand

zwart

X

zeer sterk puin- en sintelhoudend

90

140

V

veen

bruin

X

licht puinhoudend

lege ruimte

R12-B121 Boring 09 datum: 30-03-2012

tegel

methode: Edelmanboor

van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

toevoegingen

0

50

V

veen

zwart/bruin

X

licht puinhoudend

37

APS - Milieu B.V.

R12-B121 Boring 10 datum: 30-03-2012

methode: Edelmanboor

van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

toevoegingen

0

50

Z

zand

zwart

X

zeer sterk puin- en sintelhoudend

60

100

V

veen

bruin

X

R12-B121 Boring 11 datum: 30-03-2012

methode: Edelmanboor

van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

toevoegingen

0

50

Z

zand

bruin/rood

X

matig puinhoudend

R12-B121 Boring 12 datum: 30-03-2012

methode: Edelmanboor

van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

toevoegingen

0

30

Z

zand

bruin/grijs

X

licht puinhoudend / gestuit op hout

monsters

toevoegingen

R12-B121 Boring 13 datum: 30-03-2012 van

tot

code

0

40

Ovrd

40

80

80

130

methode: Edelmanboor grondsoort

kleur

puingranulaat sintels

V

R12-B121 Boring 14 datum: 30-03-2012

veen

bruin

X

licht puinhoudend

methode: Edelmanboor

van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

toevoegingen

0

40

Vv

veraard veen

bruin

X

licht puinhoudend / gestuit

R12-B121 Boring 15 datum: 30-03-2012

methode: Edelmanboor

van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

toevoegingen

0

50

Z

zand

bruin/grijs

X

licht puinhoudend

R12-B121 Boring 16 datum: 30-03-2012

methode: Edelmanboor

van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

toevoegingen

0

30

Z

zand

bruin/rood

X

matig puinhoudend / gestuit

38

APS - Milieu B.V.

R12-B121 Boring 17 datum: 30-03-2012

methode: Edelmanboor

van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

toevoegingen

0

50

Vv

veraard veen

bruin

X

licht puinhoudend

R12-B121 5 steken VMM01 datum: 30-03-2012 methode: Edelmanboor van

tot

code

grondsoort

kleur

monsters

toevoegingen

0

100

Zk1h1

licht kleiig zand

bruin

X

matig humeus

39

APS - Milieu B.V.

Bijlage 8. Fotorapportage

40

APS - Milieu B.V.

Bijlage 9. Analysecertificaten

42

$QDO\VHFHUWLILFDDW 8ZSURMHFWQXPPHU 8ZSURMHFWQDDP 8ZRUGHUQXPPHU 'DWXPPRQVWHUQDPH 0RQVWHUQHPHU 0RQVWHUPDWUL[

5% 'HPHULN

&HUWLILFDDWQXPPHU 6WDUWGDWXP 5DSSRUWDJHGDWXP %LMODJH 3DJLQD



   $%& 

*URQG*URQG $6 (HQKHLG

$QDO\VH











8LWJHYRHUG

8LWJHYRHUG

8LWJHYRHUG

8LWJHYRHUG

8LWJHYRHUG

8LWJHYRHUG

8LWJHYRHUG







6

9RRUEHKDQGHOLQJ &U\RJHHQPDOHQ$6

8LWJHYRHUG

4

9HUNOHLQHQEUHNHUPROHQ FU\RJHHQ

8LWJHYRHUG

6

%RGHPNXQGLJHDQDO\VHV 'URJHVWRI

 PP

6

'URJHVWRI

 PP

6

2UJDQLVFKHVWRI

 PP GV











4

*ORHLUHVW

 PP GV











6

.RUUHOJURRWWH—P /XWXP

 PP GV











6

0HWDOHQ %DULXP %D

PJNJGV







6

&DGPLXP &G

PJNJGV







6

.REDOW &R

PJNJGV







6

.RSHU &X

PJNJGV







6

.ZLN +J

PJNJGV







6

0RO\EGHHQ 0R

PJNJGV







6

1LNNHO 1L

PJNJGV







6

/RRG 3E

PJNJGV







6

=LQN =Q

PJNJGV







0LQHUDOHROLH 0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











6

0LQHUDOHROLHWRWDDO &&

PJNJGV











6

&KURPDWRJUDPROLH *&

=LHELMO

=LHELMO =LHELMO

=LHELMO

=LHELMO

 

&KURPDWRJUDPROLH *& 6

3RO\FKORRUELIHQ\OHQ3&% 3&%

PJNJGV







6

3&%

PJNJGV







6

3&%

PJNJGV







6

3&%

PJNJGV







1U 0RQVWHURPVFKULMYLQJ  0  0  00  00  00

$QDO\WLFRQU      4GRRU5Y$JHDFFUHGLWHHUGHYHUULFKWLQJ $$3HUNHQGHYHUULFKWLQJ 6$6HUNHQGHYHUULFKWLQJ 'LWFHUWLILFDDWPDJXLWVOXLWHQGLQ]LMQJHKHHOZRUGHQJHUHSURGXFHHUG

(XURILQV$QDO\WLFR%9

*LOGHZHJ 1%%DUQHYHOG 32%R[ $/%DUQHYHOG1/

$%1$052 7HO   9$7%7:1R )D[   (PDLOLQIRHQY#HXURILQVQO 1/% .Y.1R 6LWHZZZHXURILQVQO

(XURILQV$QDO\WLFR%9LVHUNHQGGRRUKHW9ODDPVH*HZHVW 29$0HQ'HS/1( KHW%UXVVHOVH*HZHVW %,0  KHW:DDOVH*HZHVW '*51(2:' HQGRRUGH RYHUKHGHQYDQ)UDQNULMNHQ/X[HPEXUJ 0(9 

6'56'0 4X# .

$QDO\VHFHUWLILFDDW 8ZSURMHFWQXPPHU 8ZSURMHFWQDDP 8ZRUGHUQXPPHU 'DWXPPRQVWHUQDPH 0RQVWHUQHPHU 0RQVWHUPDWUL[

5% 'HPHULN

&HUWLILFDDWQXPPHU 6WDUWGDWXP 5DSSRUWDJHGDWXP %LMODJH 3DJLQD



   $%& 

*URQG*URQG $6

$QDO\VH

(HQKHLG

6

3&%

6

3&%

6











PJNJGV







PJNJGV







3&%

PJNJGV







6

3&% VRP  IDFWRU

PJNJGV

 

 

 

6

3RO\F\FOLVFKH$URPDWLVFKH.RROZDWHUVWRIIHQ3$. 1DIWDOHHQ PJNJGV







6

)HQDQWKUHHQ

PJNJGV







6

$QWKUDFHHQ

PJNJGV







6

)OXRUDQWKHHQ

PJNJGV







6

%HQ]R D DQWKUDFHHQ

PJNJGV







6

&KU\VHHQ

PJNJGV







6

%HQ]R N IOXRUDQWKHHQ

PJNJGV







6

%HQ]R D S\UHHQ

PJNJGV







6

%HQ]R JKL SHU\OHHQ

PJNJGV







6

,QGHQR FG S\UHHQ

PJNJGV







6

3$.9520   IDFWRU

PJNJGV







1U 0RQVWHURPVFKULMYLQJ  0  0  00  00  00

$QDO\WLFRQU      4GRRU5Y$JHDFFUHGLWHHUGHYHUULFKWLQJ $$3HUNHQGHYHUULFKWLQJ 6$6HUNHQGHYHUULFKWLQJ 'LWFHUWLILFDDWPDJXLWVOXLWHQGLQ]LMQJHKHHOZRUGHQJHUHSURGXFHHUG

(XURILQV$QDO\WLFR%9

*LOGHZHJ 1%%DUQHYHOG 32%R[ $/%DUQHYHOG1/

$%1$052 7HO   9$7%7:1R )D[   (PDLOLQIRHQY#HXURILQVQO 1/% .Y.1R 6LWHZZZHXURILQVQO

(XURILQV$QDO\WLFR%9LVHUNHQGGRRUKHW9ODDPVH*HZHVW 29$0HQ'HS/1( KHW%UXVVHOVH*HZHVW %,0  KHW:DDOVH*HZHVW '*51(2:' HQGRRUGH RYHUKHGHQYDQ)UDQNULMNHQ/X[HPEXUJ 0(9 

6'56'0 4X# .

$QDO\VHFHUWLILFDDW 8ZSURMHFWQXPPHU 8ZSURMHFWQDDP 8ZRUGHUQXPPHU 'DWXPPRQVWHUQDPH 0RQVWHUQHPHU 0RQVWHUPDWUL[

5% 'HPHULN

&HUWLILFDDWQXPPHU 6WDUWGDWXP 5DSSRUWDJHGDWXP %LMODJH 3DJLQD



   $%& 

*URQG*URQG $6 (HQKHLG

$QDO\VH











8LWJHYRHUG

8LWJHYRHUG

8LWJHYRHUG

8LWJHYRHUG

8LWJHYRHUG

6

9RRUEHKDQGHOLQJ &U\RJHHQPDOHQ$6

4

9HUNOHLQHQEUHNHUPROHQ FU\RJHHQ

6

%RGHPNXQGLJHDQDO\VHV 'URJHVWRI

 PP

6

'URJHVWRI

 PP

6

2UJDQLVFKHVWRI

 PP GV











4

*ORHLUHVW

 PP GV











6

.RUUHOJURRWWH—P /XWXP

 PP GV











6

0HWDOHQ %DULXP %D

PJNJGV











6

&DGPLXP &G

PJNJGV











6

.REDOW &R

PJNJGV











6

.RSHU &X

PJNJGV











6

.ZLN +J

PJNJGV











6

0RO\EGHHQ 0R

PJNJGV











6

1LNNHO 1L

PJNJGV











6

/RRG 3E

PJNJGV











6

=LQN =Q

PJNJGV











0LQHUDOHROLH 0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV











0LQHUDOHROLHWRWDDO &&

PJNJGV

6

8LWJHYRHUG

&KURPDWRJUDPROLH *&





 













=LHELMO

=LHELMO

=LHELMO

=LHELMO

=LHELMO

6

3RO\FKORRUELIHQ\OHQ3&% 3&%

PJNJGV

 

 







6

3&%

PJNJGV











6

3&%

PJNJGV











6

3&%

PJNJGV











6

3&%

PJNJGV











1U 0RQVWHURPVFKULMYLQJ  00  0  0  00  00

$QDO\WLFRQU      4GRRU5Y$JHDFFUHGLWHHUGHYHUULFKWLQJ $$3HUNHQGHYHUULFKWLQJ 6$6HUNHQGHYHUULFKWLQJ 'LWFHUWLILFDDWPDJXLWVOXLWHQGLQ]LMQJHKHHOZRUGHQJHUHSURGXFHHUG

(XURILQV$QDO\WLFR%9

*LOGHZHJ 1%%DUQHYHOG 32%R[ $/%DUQHYHOG1/

$%1$052 7HO   9$7%7:1R )D[   (PDLOLQIRHQY#HXURILQVQO 1/% .Y.1R 6LWHZZZHXURILQVQO

(XURILQV$QDO\WLFR%9LVHUNHQGGRRUKHW9ODDPVH*HZHVW 29$0HQ'HS/1( KHW%UXVVHOVH*HZHVW %,0  KHW:DDOVH*HZHVW '*51(2:' HQGRRUGH RYHUKHGHQYDQ)UDQNULMNHQ/X[HPEXUJ 0(9 

6'56'0 4X# .

$QDO\VHFHUWLILFDDW 8ZSURMHFWQXPPHU 8ZSURMHFWQDDP 8ZRUGHUQXPPHU 'DWXPPRQVWHUQDPH 0RQVWHUQHPHU 0RQVWHUPDWUL[

5% 'HPHULN

&HUWLILFDDWQXPPHU 6WDUWGDWXP 5DSSRUWDJHGDWXP %LMODJH 3DJLQD



   $%& 

*URQG*URQG $6

$QDO\VH

(HQKHLG











6

3&%

6

3&%

PJNJGV











PJNJGV









6

3&% VRP  IDFWRU



PJNJGV





 

 

 

6

3RO\F\FOLVFKH$URPDWLVFKH.RROZDWHUVWRIIHQ3$. 1DIWDOHHQ PJNJGV











6

)HQDQWKUHHQ

PJNJGV











6

$QWKUDFHHQ

PJNJGV











6

)OXRUDQWKHHQ

PJNJGV











6

%HQ]R D DQWKUDFHHQ

PJNJGV











6

&KU\VHHQ

PJNJGV











6

%HQ]R N IOXRUDQWKHHQ

PJNJGV











6

%HQ]R D S\UHHQ

PJNJGV











6

%HQ]R JKL SHU\OHHQ

PJNJGV











6

,QGHQR FG S\UHHQ

PJNJGV











6

3$.9520   IDFWRU

PJNJGV











1U 0RQVWHURPVFKULMYLQJ  00  0  0  00  00

$QDO\WLFRQU      4GRRU5Y$JHDFFUHGLWHHUGHYHUULFKWLQJ $$3HUNHQGHYHUULFKWLQJ 6$6HUNHQGHYHUULFKWLQJ 'LWFHUWLILFDDWPDJXLWVOXLWHQGLQ]LMQJHKHHOZRUGHQJHUHSURGXFHHUG

(XURILQV$QDO\WLFR%9

*LOGHZHJ 1%%DUQHYHOG 32%R[ $/%DUQHYHOG1/

$%1$052 7HO   9$7%7:1R )D[   (PDLOLQIRHQY#HXURILQVQO 1/% .Y.1R 6LWHZZZHXURILQVQO

(XURILQV$QDO\WLFR%9LVHUNHQGGRRUKHW9ODDPVH*HZHVW 29$0HQ'HS/1( KHW%UXVVHOVH*HZHVW %,0  KHW:DDOVH*HZHVW '*51(2:' HQGRRUGH RYHUKHGHQYDQ)UDQNULMNHQ/X[HPEXUJ 0(9 

6'56'0 4X# .

$QDO\VHFHUWLILFDDW 8ZSURMHFWQXPPHU 8ZSURMHFWQDDP 8ZRUGHUQXPPHU 'DWXPPRQVWHUQDPH 0RQVWHUQHPHU 0RQVWHUPDWUL[

5% 'HPHULN

&HUWLILFDDWQXPPHU 6WDUWGDWXP 5DSSRUWDJHGDWXP %LMODJH 3DJLQD

 *URQG*URQG $6 (HQKHLG

$QDO\VH





8LWJHYRHUG

8LWJHYRHUG

6

9RRUEHKDQGHOLQJ &U\RJHHQPDOHQ$6

6

%RGHPNXQGLJHDQDO\VHV 'URJHVWRI

 PP

6

'URJHVWRI

 PP



6

2UJDQLVFKHVWRI

 PP GV





4

*ORHLUHVW

 PP GV





6

.RUUHOJURRWWH—P /XWXP

 PP GV





6

0HWDOHQ %DULXP %D

PJNJGV





6

&DGPLXP &G

PJNJGV





6

.REDOW &R

PJNJGV





6

.RSHU &X

PJNJGV





6

.ZLN +J

PJNJGV





6

0RO\EGHHQ 0R

PJNJGV





6

1LNNHO 1L

PJNJGV





6

/RRG 3E

PJNJGV





6

=LQN =Q

PJNJGV





0LQHUDOHROLH 0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV





0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV





0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV





0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV





0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV





0LQHUDOHROLH &&

PJNJGV





0LQHUDOHROLHWRWDDO &&

PJNJGV





=LHELMO

=LHELMO

6

   $%& 

&KURPDWRJUDPROLH *&



6

3RO\FKORRUELIHQ\OHQ3&% 3&%

PJNJGV





6

3&%

PJNJGV





6

3&%

PJNJGV





6

3&%

PJNJGV





6

3&%

PJNJGV





6

3&%

PJNJGV





1U 0RQVWHURPVFKULMYLQJ  0  900

$QDO\WLFRQU  

4GRRU5Y$JHDFFUHGLWHHUGHYHUULFKWLQJ $$3HUNHQGHYHUULFKWLQJ 6$6HUNHQGHYHUULFKWLQJ 'LWFHUWLILFDDWPDJXLWVOXLWHQGLQ]LMQJHKHHOZRUGHQJHUHSURGXFHHUG

(XURILQV$QDO\WLFR%9

*LOGHZHJ 1%%DUQHYHOG 32%R[ $/%DUQHYHOG1/

$%1$052 7HO   9$7%7:1R )D[   (PDLOLQIRHQY#HXURILQVQO 1/% .Y.1R 6LWHZZZHXURILQVQO

(XURILQV$QDO\WLFR%9LVHUNHQGGRRUKHW9ODDPVH*HZHVW 29$0HQ'HS/1( KHW%UXVVHOVH*HZHVW %,0  KHW:DDOVH*HZHVW '*51(2:' HQGRRUGH RYHUKHGHQYDQ)UDQNULMNHQ/X[HPEXUJ 0(9 

6'56'0 4X# .

$QDO\VHFHUWLILFDDW 8ZSURMHFWQXPPHU 8ZSURMHFWQDDP 8ZRUGHUQXPPHU 'DWXPPRQVWHUQDPH 0RQVWHUQHPHU 0RQVWHUPDWUL[

5% 'HPHULN

&HUWLILFDDWQXPPHU 6WDUWGDWXP 5DSSRUWDJHGDWXP %LMODJH 3DJLQD



   $%& 

*URQG*URQG $6

$QDO\VH

(HQKHLG





6

3&%

PJNJGV





6

3&% VRP  IDFWRU

PJNJGV

 



6

3RO\F\FOLVFKH$URPDWLVFKH.RROZDWHUVWRIIHQ3$. 1DIWDOHHQ PJNJGV





6

)HQDQWKUHHQ

PJNJGV





6

$QWKUDFHHQ

PJNJGV





6

)OXRUDQWKHHQ

PJNJGV





6

%HQ]R D DQWKUDFHHQ

PJNJGV





6

&KU\VHHQ

PJNJGV





6

%HQ]R N IOXRUDQWKHHQ

PJNJGV





6

%HQ]R D S\UHHQ

PJNJGV





6

%HQ]R JKL SHU\OHHQ

PJNJGV





6

,QGHQR FG S\UHHQ

PJNJGV





6

3$.9520   IDFWRU

PJNJGV





1U 0RQVWHURPVFKULMYLQJ  0  900

$QDO\WLFRQU  

4GRRU5Y$JHDFFUHGLWHHUGHYHUULFKWLQJ $$3HUNHQGHYHUULFKWLQJ 6$6HUNHQGHYHUULFKWLQJ 'LWFHUWLILFDDWPDJXLWVOXLWHQGLQ]LMQJHKHHOZRUGHQJHUHSURGXFHHUG

(XURILQV$QDO\WLFR%9

*LOGHZHJ 1%%DUQHYHOG 32%R[ $/%DUQHYHOG1/

$%1$052 7HO   9$7%7:1R )D[   (PDLOLQIRHQY#HXURILQVQO 1/% .Y.1R 6LWHZZZHXURILQVQO

(XURILQV$QDO\WLFR%9LVHUNHQGGRRUKHW9ODDPVH*HZHVW 29$0HQ'HS/1( KHW%UXVVHOVH*HZHVW %,0  KHW:DDOVH*HZHVW '*51(2:' HQGRRUGH RYHUKHGHQYDQ)UDQNULMNHQ/X[HPEXUJ 0(9 

$NNRRUG 3UFR|UG

-.

6'56'0 4X# .

%LMODJH $ PHWGHHOPRQVWHULQIRUPDWLHEHKRUHQGHELMDQDO\VHFHUWLILFDDW 3DJLQD $QDO\WLFRQ %RRUQU

%DUFRGH

0RQVWHURPVFKULMYLQJ



D



0



E



0

 

 D

 

00

 

D D

 

00

    

   

   

   

D   

   

00



D



0



E



0

  

D E E

  

00

   

 E E E

   

00



E



0



900



900

2PVFKULMYLQJ

9DQ

7RW

00

(XURILQV$QDO\WLFR%9 *LOGHZHJ 1%%DUQHYHOG 32%R[ $/%DUQHYHOG1/

7HO   $%1$052 )D[   9$7%7:1R (PDLOLQIRHQY#HXURILQVQO 1/% 6LWHZZZHXURILQVQO .Y.1R

(XURILQV$QDO\WLFR%9LVHUNHQGGRRUKHW9ODDPVH*HZHVW 29$0HQ'HS/1( KHW%UXVVHOVH*HZHVW %,0  KHW:DDOVH*HZHVW '*51(2:' HQGRRUGH RYHUKHGHQYDQ)UDQNULMNHQ/X[HPEXUJ 0(9 

%LMODJH % PHWRSPHUNLQJHQEHKRUHQGHELMDQDO\VHFHUWLILFDDW 3DJLQD 2SPHUNLQJ 3&%NDQSRVLWLHIEHwQYORHGZRUGHQGRRU3&% 2SPHUNLQJ 'HWRHWVZDDUGHYDQGHVRPLVJHOLMNDDQGHVRPPDWLHYDQ 5*

(XURILQV$QDO\WLFR%9 *LOGHZHJ 1%%DUQHYHOG 32%R[ $/%DUQHYHOG1/

7HO   $%1$052 )D[   9$7%7:1R (PDLOLQIRHQY#HXURILQVQO 1/% 6LWHZZZHXURILQVQO .Y.1R

(XURILQV$QDO\WLFR%9LVHUNHQGGRRUKHW9ODDPVH*HZHVW 29$0HQ'HS/1( KHW%UXVVHOVH*HZHVW %,0  KHW:DDOVH*HZHVW '*51(2:' HQGRRUGH RYHUKHGHQYDQ)UDQNULMNHQ/X[HPEXUJ 0(9 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10317866/1