Raadsvoorstel 37, beantwoording technische raadsvragen Demmerik 122-124
Tekst van het document
Onderwerp Vragen Ronde Venen Belang op raadsvoorstel Demmerik 122-124 Inleiding van RVB voorafgaande aan de vragen “Opzet van dit raadsvoorstel en deze bouwaanvraag is het slopen van de bedrijfsbebouwing en twee bedrijfswoningen en het terugbouwen van 5 stuks nieuwe woningen o.a. op grond van de ruimte voor ruimte regeling. Het plan krijgt een 5e woning toegedeeld hoewel 4 woningen op basis van sloop en de ruimte voor ruimte regelgeving het maximum hier waren. De 5e woning mag er komen omdat er “ruimtelijke kwaliteit” wordt toegevoegd met dit plan, o.a. doordat de historische lijnen van het landschap, zichtlijnen, zouden worden hersteld, alsook de openheid van het landschap hier ter plaatse. Echter bij Demmerik 122 worden de nieuwe woningen geplaatst, qua zichtlijn, niet vóór de bebouwing van derden achterop het perceel, waardoor deze bebouwing zou wegvallen in de nieuwe zichtlijn, maar precies aan de andere kant van het perceel, zodat de nieuwe zichtlijn stuk loopt op de blijvende, oude bebouwing achterop dit terrein. Als ruimtelijke kwaliteit moet worden, zou zijn toegevoegd, is dit nu juist het belemmeren van de nieuwe zichtlijn, stuit die nieuwe zichtlijn, stuit die lijn bij nummer 122 op die achterliggende bebouwing. Ook de openheid wordt met de bebouwing zoals nu op het perceel gepland niet zodanig dat van een herstel van de zichtlijn hier kan worden gesproken. Vraag:
Waarom is de nieuwe bebouwing niet in lijn gebracht hier met de echte zichtlijn, dus de bebouwing in lijn met de achterliggende bebouwing die niet wordt gesloopt? Een lijn die loopt van de oude bebouwing achterop het perceel en vandaar naar voren? Er wordt in het beeldkwaliteitsplan gemeld dat “de” zichtlijn wordt hersteld, dat komt mij niet dus niet correct over, graag verklaring. Antwoord: In het plan worden de bestaande zichtlijnen langs het slotenpatroon behouden of versterkt. De positionering van de bebouwing is zodanig gekozen dat er vanuit meerdere hoeken tussen de bebouwingsclusters door zichtrelaties ontstaan met achterliggende landschap. Het klopt dat vanuit sommige standpunten de achterliggende bebouwing zichtbaar is. De ruimte tussen de bebouwing is echter dusdanig groot dat er toch aantrekkelijke zichtrelaties zijn gecreëerd met het achterliggende landschap. Met een alternatieve situering wordt de afstand tussen de bebouwing kleiner. Dit gaat ten koste van landschappelijke openheid. Op basis van de ruimte voor ruimte regeling zijn twee extra woningen mogelijk, omdat er 3.780 m² aan bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Voor een derde woning moet minimaal 4.000 m² worden gesloopt. Voor een derde woning komen ze dus 220 m² aan te slopen gebouwen tekort.
Om voor de derde woning in aanmerking te komen moet ruimtelijke kwaliteit worden toegevoegd, bij dit plan is daar op de volgende manier gehoor aan gegeven:
•
Het achterliggende perceel krijgt de bestemming natuur, daarmee wordt 9.215 m² aan natuur toegevoegd en ingericht. Middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels is dit vastgelegd en kan dit worden afgedwongen;
•
• •
Door de compacte clustering van de woningen in combinatie met de open inrichting van de buitenruimte wordt de landschappelijke kwaliteit van het slotenpatroon en achterliggende gebied vanuit meerdere hoeken ervaarbaar; Het plan voorziet in extra oppervlaktewater aan de Demmerik als onderdeel van de landschappelijke inrichting om zodoende de openheid te waarborgen; Bijgebouwen worden geïntegreerd in de hoofdgebouwen. Buiten het bouwvlak voor de woningen is de bestemming tuin-landschappelijk opgenomen. Door deze opzet wordt voorkomen dat allerlei bijgebouwen de openheid te niet gaan doen;
De bovengenoemde punten tezamen zorgen er voor dat volgens de provincie er voldoende ruimtelijke kwaliteit wordt toegevoegd om een derde woning te verantwoorden.