CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 36 Bijlage 4 milieuonderzoek

Commissie Ruimtelijke Zaken 15 juni 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Twistvlied – Kwikstaart 26 Mijdrecht, raadsvoorstel 36/21 (21.30 uur)3.490 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek vleermuizen ter plaatse van: Kwikstaart 46 te Mijdrecht

projectnummer

200942

Pagina 2 van 17

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht 200942 1.0 S. Nap R.J.W. Huls

Datum

9 november 2020

OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres

Gemeente De Ronde Venen Mevr. E. Stork Postbus 250, 3640 AG Mijdrecht

UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt.

We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. © 2020 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2020, Nader onderzoek vleermuizen, Kwikstaart 46 te Mijdrecht (200942).

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 3 van 17

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.3

Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 4 Habitatrichtlijn, bijlage II van verdrag van Bern en Bijlage I van verdrag van Bonn ......................... 4 Overige nationaal beschermde soorten ........................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 5

2.

PLANGEBIED EN VOORGENOMEN WERKZAAMHEDEN .................................................. 6

2.1 2.2

Beschrijving plangebied ................................................................................................................. 6 Voorgenomen werkzaamheden en planning ................................................................................. 7

3.

ONDERZOEKSOPZET ..................................................................................................... 9

3.1

Vleermuizen .................................................................................................................................. 9

4.

RESULTATEN .............................................................................................................. 10

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2

Vleermuizen ................................................................................................................................ 10 Verblijfplaatsen .............................................................................................................................. 10 Foerageergebied ............................................................................................................................. 12 Vliegroutes...................................................................................................................................... 13 Overige soorten ........................................................................................................................... 13

5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .............................................................................. 14

5.1 5.1.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3

Functie van het plangebied en effecten ....................................................................................... 14 Vleermuizen .................................................................................................................................... 14 Vervolgstappen ........................................................................................................................... 14 Ontheffing....................................................................................................................................... 14 Mitigerende maatregelen ............................................................................................................... 15 Zorgplicht ........................................................................................................................................ 15 Verantwoording .......................................................................................................................... 16

LITERATUURLIJST........................................................................................................................ 17

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 4 van 17

1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek en het wettelijk kader.

1.1

Aanleiding en doelstelling

De opdrachtgever is voornemens om de bebouwing (voormalig schoolgebouw) te slopen en enkele bomen te kappen. In dat kader is door Eco Reest een quickscan uitgevoerd (rapportnummer 200597, datum 27 mei 2020). Hieruit is naar voren gekomen dat de locatie geschikt is voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Om vast te stellen of uit te sluiten dat zich verblijfplaatsen van één of meerdere soorten op de locatie bevinden is Eco Reest BV gevraagd nader onderzoek uit te voeren naar vleermuizen ter plaatse van Kwikstaart 46 te Mijdrecht. Doel van het nader onderzoek is tweeledig: 1. Er wordt vastgesteld of en zo ja op welke manier, het plangebied deel uitmaakt van het functioneel leefgebied van: - Vleermuizen 2. Daarnaast wordt bepaald of de voorgenomen werkzaamheden een overtreding van de Wet natuurbescherming (Wnb) tot gevolg hebben.

1.2

Wettelijk kader

1.2.1 Habitatrichtlijn, bijlage II van verdrag van Bern en Bijlage I van verdrag van Bonn Vleermuizen zijn een beschermde inheemse soortgroep als bedoeld in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn en is zodoende beschermd op grond van artikel 3.5 van de Wnb. -

Op grond van artikel 3.5 lid 2 van de Wnb is het verboden om dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Op grond van artikel 3.5 lid 4 van de Wnb is het verboden om de voorplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

Onder voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van vleermuizen als bedoeld in artikel 3.5 lid 4 van de Wnb vallen onder andere kraamverblijven, zomerverblijven, paarverblijven en winterverblijven maar ook essentiële vliegroutes en foerageergebieden die van belang zijn voor de instandhouding van de voortplantingsplaats of rustplaats worden hieronder gerekend. Tijdelijke, seizoensgebonden verblijfplaatsen als holen die van belang zijn voor de gunstige staat van instandhouding van een soort op populatieniveau of per individu zijn ook beschermd door artikel 3.5 lid 4 van de Wnb.

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 5 van 17

1.2.2 Overige nationaal beschermde soorten In de Wet natuurbescherming is een lijst met nationaal beschermde soorten opgenomen. Hierop is artikel 3.10 van deze wet van toepassing. Lid 1 luidt als volgt: Het is verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of; c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het plangebied besproken. Hoofdstuk 3 bevat een onderzoeksopzet. Hoofdstuk 4 beschrijft de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Besloten wordt met hoofdstuk 5; de conclusies en advies voor eventueel benodigde vervolgstappen voor het project.

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 6 van 17

2. PLANGEBIED EN VOORGENOMEN WERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk zijn het plangebied en de voorgenomen werkzaamheden binnen het plangebied beschreven.

2.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuur 1.1) is gelegen aan de Kwikstaart 46 in de woonwijk Twistvlied in het zuidwesten van Mijdrecht. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.600 m2 en bestaat uit een voormalig schoolgebouw, een schoolplein en een aantal bomen en struiken. Het schoolgebouw wordt momenteel antikraak bewoond.

Figuur 1.1 Plangebied (rood omlijnd) (Bron achtergrondkaart: ArcGIS, 2020).

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 7 van 17

Figuur 1.2 Overzichtsfoto van het schoolplein en schoolgebouw, gezien vanuit noordwestelijke richting (Foto: Eco Reest BV).

Figuur 1.3 Overzichtsfoto van de zuidwestzijde van het schoolgebouw (Foto: Eco Reest BV).

2.2

Voorgenomen werkzaamheden en planning

Het voorgenomen plan betreft de sloop van de voormalige basisschool en het rooien en kappen van bomen en bosschages binnen het hekwerk (zomer 2021). De gemeente is voornemens om eind 2021 het gebied te herontwikkelen met de bouw van starterswoningen.

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 8 van 17

Figuur 2.1 Herindeling plangebied (bron: opdrachtgever).

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 9 van 17

3. ONDERZOEKSOPZET In dit hoofdstuk zijn de methoden van het veldonderzoek per onderzochte soort(groep) beschreven.

3.1

Vleermuizen

Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen uit de meest recente versie van het Vleermuisprotocol (versie 2017). Het vleermuisonderzoek heeft plaatsgevonden door middel van vijf bezoekronden. Hiervan zijn drie ronden uitgevoerd tijdens de kraamtijd van vleermuizen. Daarnaast zijn twee bezoekronden uitgevoerd tijdens de paartijd van vleermuizen. Tegelijkertijd met het onderzoek naar verblijfplaatsen zijn ook de functie vliegroute en leefgebied onderzocht. Met behulp van een batdetector (Pettersson D240x) is de aanwezigheid van kraam-, zomer- of paarverblijfplaatsen van vleermuizen in het pand en in de bomen in beeld gebracht. Gedurende de bezoeken is het plangebied twee uur lang onderzocht op verblijfplaatsen van gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen. Drie onderzoeksronden hebben plaatsgevonden in de avonduren, na zonsondergang. Twee ronden zijn uitgevoerd vanaf twee uur voor zonsopkomst. Hierbij zijn geluidsen visuele waarnemingen genoteerd en ultrasone geluiden van vleermuizen opgenomen. De bezoekronden binnen de kraamperiode zijn opgesplitst in deelbezoeken, zodat het plangebied goed kon worden overzien door 1 persoon. Tijdens deze bezoeken is extra gelet op in- en uitvliegende dieren, terwijl bij het onderzoek naar paarverblijven de nadruk lag op geluidswaarnemingen (baltsgeluiden).

Analyse van opgenomen vleermuisgeluiden heeft, waar nodig, plaatsgevonden met behulp van het programma Wavesurfer of Batsound. Hierbij is met behulp van sonogrammen het in het veld opgenomen geluid op soort gedetermineerd. Het onderzoek naar vleermuizen heeft op de volgende data en bij de onderstaande weersomstandigheden plaatsgevonden: Tabel 3.1 Uitgevoerde onderzoeksronden vleermuizen

Bezoek

Starttijd

Weersomstandigheden

1a

Datum (2020) 8 juni

21:30

1b

9 juni

21:35

2a

2 juli

22:00

2b

7 juli

22:00

3a

13 juli

03:30

3b

15 juli

03:30

4

2 september

21:45

5

26 september

5:15

Droog, bewolkt, 1 Bft, 1110 oC Droog, half bewolkt, 1 Bft, 11-10 oC Droog, half bewolkt, 1 Bft, 16 oC Droog, bewolkt, 1 Bft, 16 o C Droog, half bewolkt, 1 Bft, 13 oC Droog, bewolkt, 1 Bft, 13 o C Droog, half bewolkt, 1Bft, 13 oC Droog, half bewolkt, 2 Bft, 10 oC

Aantal veldwerkers 1

Typen verblijfplaatsen

1

Kraam- en zomerverblijfplaatsen Kraam- en zomerverblijfplaatsen Laatvlieger

1

Laatvlieger

1

2

Kraam- en zomerverblijfplaatsen Kraam- en zomerverblijfplaatsen Paarverblijfplaatsen

2

Paarverblijfplaatsen

1

1

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 10 van 17

4. RESULTATEN In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het veldonderzoek per onderzochte soort(groep) beschreven.

4.1

Vleermuizen

4.1.1 Verblijfplaatsen Omdat er invliegende, uitvliegende, zwermende en paarroepende gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen zijn waargenomen op Kwikstaart 46 te Mijdrecht, wordt geconcludeerd dat er zomer-, paar- en kraamverblijfplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied. Van de gewone dwergvleermuis is er een kraamverblijfplaats aangetroffen binnen het plangebied. Tijdens het onderzoek op 13 juli zijn er meerdere individuen (>10) invliegend en zwermend waargenomen nabij de hoofdingang van het schoolgebouw. De dieren zijn links van de hoofdingang achter de daktrim ingevlogen. Vermoedelijk betreft dit een kleine kraamkolonie of een onderdeel van een kraamkolonie in de omgeving. Tijdens hetzelfde veldbezoek zijn er twee gewone dwergvleermuizen op een andere locatie achter de daktrim/stuk dakleer ingevlogen. Aangenomen wordt dat zich hier een los zomerverblijf bevindt. Tijdens het bezoek op 15 juli is net buiten het plangebied een kraamkolonie van circa 50 vrouwelijke gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Deze kraamverblijfplaats bevindt zich in de nabijgelegen Veenhartkerk ten oosten van het plangebied. De dieren kwamen vanuit het zuidoosten aanvliegen. Naar alle waarschijnlijkheid maakt de groep van (>10) dieren aangetroffen op 13 juli binnen het plangebied deel uit van dezelfde netwerk / kraamkolonie als in de Veenhartkerk.

Zowel het schoolgebouw als de Veenhartkerk worden gezien als belangrijke functionele verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis. Tijdens de vierde bezoekronde is er een paarverblijf van de ruige dwergvleermuis waargenomen. Het dier is zowel invliegend, uitvliegend als paarroepend waargenomen. De invliegopening bevindt zich bij de dakrand onder een loodflap aan de westzijde van het gebouw. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de waargenomen verblijfplaatsen. De exacte locaties van de verblijfplaatsen zijn op kaart weergegevens in figuur 4.1. Vooral de winterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis zijn moeilijk aan te tonen. Er mag zekerheidshalve vanuit gegaan worden dat een plek die als zomerverblijfplaats van een mannetje in gebruik is, tevens ook als winterverblijf wordt gebruikt. Plekken met een paarverblijfplaats of een kraamkolonie kunnen ook als winterverblijf gebruikt worden. Binnen het onderzoeksterrein kunnen winterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis niet worden uitgesloten, omdat zomer-, paar- en kraamverblijfplaatsen aanwezig waren. Voor het vaststellen van aan- of afwezigheid van winterverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis bestaat in Nederland nog geen betrouwbare onderzoeksmethode.

Als er in de herfst veel jagende en baltsende dieren worden waargenomen, dan kan ervan uit gegaan worden dat in de geëigende structuren met hoge waarschijnlijkheid ook overwinterende dieren aanwezig zullen zijn. Aanwezigheid van paarlocaties kan een indicatie zijn van mogelijke winterverblijven (Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, versie 1.0 2017). Binnen het onderzoeksterrein kan een winterverblijfplaats van ruige dwergvleermuis niet worden uitgesloten,

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 11 van 17

omdat er een paarverblijfplaats is waargenomen. Gezien het lage aantal dieren dat is waargenomen zal het niet om een massa winterverblijf gaan, maar om een verblijfplaats van één of enkele dieren. De verblijfplaatsen bevinden zich naar verwachting in de spouw. Tabel 4.1 Veldbezoeken en waarnemingen vleermuizen binnen het plangebied

Bezoek

Adres

Nr.

Vleermuissoort

Aantal

1a

Geen relevante waarnemingen binnen plangebied Geen relevante waarnemingen binnen plangebied Geen relevante waarnemingen binnen plangebied Geen relevante waarnemingen binnen plangebied Kwikstraat

-

-

-

Kwikstraat

46

Kwikstraat

46

Geen relevante waarnemingen binnen plangebied* Kwikstraat

-

Kwikstraat**

46

Geen relevante waarnemingen binnen het plangebied

-

1b

2a

2b

3a

3b

4

5

Invliegopening

-

Functie verblijfplaats -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

46

Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis

>10

Kraamverblijf

Onder daktrim

1

Zomerverblijf

Gewone dwergvleermuis -

1

Zomerverblijf

Onder overhangend stuk dakleer Onder daktrim

-

-

-

Ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis -

1

Paarverblijf

2

Paarterritorium

Onder dakrand/loodflap -

-

-

-

46

-

*Ter plaatse van Grutto 2a (Veenhartkerk), buiten het plangebied, is een kraamverblijf van >50 gewone dwergvleermuizen aangetroffen. **Verblijfplaats niet gevonden

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 12 van 17

Figuur 4.1 Waarnemingen vleermuizen Kwikstraat 46 te Mijdrecht.

Figuur 4.2 Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis (rechts van hoofdingang).

4.1.2 Foerageergebied Het schoolplein en de achterzijde van het schoolgebouw worden gebruikt om te foerageren door de gewone dwergvleermuis. Het gaat om lage aantallen. Bovendien is in de directe omgeving voldoende soortgelijk habitat aanwezig in de vorm van tuinen en plantsoenen. Het gaat daarom niet om een essentieel foerageergebied.

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 13 van 17

4.1.3 Vliegroutes Overvliegende dieren maakten gebruik van lijnvormige elementen (bomen en watergang) buiten het hekwerk van Kwikstraat 46. Deze elementen zullen niet worden aangetast als gevolg van de geplande werkzaamheden. Daarnaast zijn er in directe omgeving voldoende vliegroutes voorhanden.

4.2

Overige soorten

Tijdens een aantal veldbezoeken zijn er egels waargenomen in de bosschages en moestuin binnen/rondom het plangebied. Er zijn geen aanwijzingen gedaan dat er een (vaste) verblijfplaats aanwezig is binnen het terrein van Kwikstaart 46. Daarnaast geldt voor de egel een vrijstelling in de provincie Utrecht, zodat vervolgstappen ten aanzien van egel niet aan de orde zijn.

Figuur 4.3 waarnemingen egel.

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 14 van 17

5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk vindt u de conclusies en aanbevelingen die uit de resultaten van de veldbezoeken voortvloeien.

5.1

Functie van het plangebied en effecten

5.1.1 Vleermuizen Uit de resultaten van het vleermuisonderzoek komt het volgende naar voren: Tabel 5.1 Resultaten vleermuisonderzoek

Soort Gewone dwerg Ruige dwerg Laatvlieger

kraamverblijf ja -

zomerverblijf ja -

paarverblijf ja -

winterverblijf ja ja -

overtreding Wnb Ja Ja -

Zowel het schoolgebouw als de Veenhartkerk worden gezien als belangrijke functionele verblijfplaatsen voor de gewone- en ruige dwergvleermuis. Naar alle waarschijnlijkheid maakt de groep van (>10) dieren aangetroffen op 13 juli binnen het plangebied deel uit van dezelfde netwerk / kraamkolonie als in de Veenhartkerk aangetroffen op 15 juli. Daarnaast zijn er foeragerende of doortrekkende vleermuizen waargenomen. Gezien de lage aantallen gaat het hier niet om een essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes. Bovendien zijn in de directe omgeving voldoende alternatieven aanwezig.

5.2

Vervolgstappen

5.2.1 Ontheffing Bij de voorgenomen werkzaamheden vindt een overtreding op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming plaats. Voor het wegnemen of verstoren van een functionele verblijfplaats van de gewone- en ruige dwergvleermuis, is wettelijk gezien een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gedeputeerde Staten kan onder Artikel 3.3 lid 4 en Artikel 3.8 lid 5 een ontheffing verlenen “in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten”, in het geval er geen andere bevredigende oplossing is én de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (art. 3.3) of er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (art. 3.8). Om een ontheffing te verkrijgen, moet bij de aanvraag een activiteitenplan meegestuurd worden waarin wordt beschreven hoe elke verblijfplaats die komt vervallen gecompenseerd wordt en hoe bij de uitvoer van de werkzaamheden rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van de beschermde soorten.

De officiële termijn voor het verkrijgen van een besluit van de provincie ten aanzien van de Wet natuurbescherming is dertien weken, met een mogelijkheid tot verlenging van zeven weken. Gezien de lange afhandeltijd en de tijd die nodig is als gewenningsperiode of voor een op kwetsbare periodes aangepaste planning, wordt geadviseerd dit ruim voor het uitvoeren van de werkzaamheden te doen. Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 15 van 17

5.2.2 Mitigerende maatregelen Voor verblijfplaatsen van vleermuizen geldt dat er alternatieve verblijfplaatsen moeten worden aangeboden als de huidige verblijfplaatsen worden aangetast. De alternatieve verblijfplaatsen moeten tijdig voor de werkzaamheden worden aangeboden, omdat er rekening gehouden moet worden met een gewenningsperiode. De concrete uitwerking van de benodigde mitigerende maatregelen vindt plaats in een activiteitenplan. Binnen de Wet natuurbescherming is het vereist dat de werkzaamheden plaats vinden onder begeleiding van een ecologisch deskundige. Deze geeft, in overleg met de opdrachtgever, aan waar zich geschikte locaties bevinden voor het plaatsen van alternatieve voorzieningen. Tevens adviseert deze in eventuele maatregelen die nodig zijn voor aanvang of tijdens het project. Hierbij moet gedacht worden aan de planning van het werk, bijvoorbeeld om kwetsbare periodes te ontzien en om rekening te houden met de gewenningstijd die nodig is voor alternatieve verblijfplaatsen. Ook dient de bebouwing voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt te worden gemaakt voor vleermuizen. Dit mag pas na ontvangst van de ontheffing. Het groen binnen het plangebied is in het broedseizoen tevens geschikt als broedlocatie voor diverse (niet jaarrond beschermde) vogelsoorten. Alle in gebruik zijnde nesten zijn beschermd.

Geadviseerd wordt om geen werkzaamheden uit te voeren binnen het broedseizoen, zodat geen sprake is overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van broedvogels. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden wordt geadviseerd potentiële nestlocaties voor het broedseizoen ongeschikt te maken voor vogels. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continu door te werken. Wanneer de werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart en de locaties niet van te voren dichtgezet kunnen worden, moet de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moet een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is.

5.2.3 Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet.

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 16 van 17

5.3

Verantwoording

De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies, indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna. Eco Reest BV S. Nap

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

Pagina 17 van 17

LITERATUURLIJST Boeken / documenten BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017 Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017 Websites www.vleermuis.net www.vleermuizenindestad.nl www.zoogdiervereniging.nl

Nader onderzoek vleermuizen Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200942)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10183680/1