CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 36 Bijlage 3 Quickscan flora en fauna

Commissie Ruimtelijke Zaken 15 juni 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Twistvlied – Kwikstaart 26 Mijdrecht, raadsvoorstel 36/21 (21.30 uur)5.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht projectnummer

200597

Pagina 2 van 22

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht 200597 S. Nap R.J.W. Huls

Datum

27 mei 2020

OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres

Gemeente De Ronde Venen Mevr. E. Stork Postbus 250, 3640 AG Mijdrecht

UITGEVOERD DOOR

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en maakt gebruik van een overkoepelende ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 9 van de Flora- en faunawet voor zover dit betreft het vangen, bemachtigen en met het oog daarop opsporen van beschermde inheemse soorten (Z-WNB-SB-OV-2019-1406; 81F5F2E5, geldig vanaf 16 maart 2020). Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies.

DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van de Kwikstaart 46 te Mijdrecht, in opdracht van Gemeente De Ronde Venen. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is; de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken; het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 3 van 22

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en doel......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 4 Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen ................................................................................ 5

2.

INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING ................................................................... 7

3.

EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN ............................ 9

3.1 3.2 3.3 3.4

Natura 2000 .................................................................................................................................. 9 Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................... 10 Natuur buiten het NNN ............................................................................................................... 11 Houtopstanden ........................................................................................................................... 11

4.

EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING .......................................................... 13

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Voorselectie soortgroepen .......................................................................................................... 13 Flora ............................................................................................................................................ 13 Broedvogels ................................................................................................................................ 13 Vleermuizen ................................................................................................................................ 14 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 16 Overige soorten ........................................................................................................................... 16

5.

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................... 17

5.1 5.2 5.3 5.4

Soortenbescherming ................................................................................................................... 17 Gebiedsbescherming en houtopstanden ..................................................................................... 17 Advies en vervolgstappen ........................................................................................................... 18 Verantwoording .......................................................................................................................... 19

GERAADGPLEEGDE BRONNEN..................................................................................................... 20 BIJLAGEN 1

Overzicht vrijgestelde soorten provincie Utrecht

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 4 van 22

1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.

1.1

Aanleiding en doel

Aanleiding tot het onderzoek is het voornemen om het oude schoolgebouw te herontwikkelen tot starterswoningen en de daarmee samenhangende wijziging van het bestemmingsplan. Omdat de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de natuurwet- en regelgeving. Het doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het plan. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen.

1.2

Wettelijk kader

Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/. Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogelen/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig. Beschermde soorten In hoofdstuk 3 van de Wnb is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 – 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11).

Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wnb gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Utrecht is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met de vrijgestelde soorten (zie bijlage 1). Houtopstanden Hoofstuk 4 van de Wet natuurbescherming (art. 4.1-4.5) regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van meer dan tien are of meer dan 20 bomen in één of meerdere rijen, Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 5 van 22

gelegen buiten de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt een meld- en herplantplicht. Provincies kunnen in de provinciale verordening regels opnemen. Voor specifieke houtopstanden zoals éénrijige populieren langs landbouwpercelen of specifieke velmaatregelen gelden uitzonderingsregels. Daarnaast kunnen ook per gemeente regels gelden ten aanzien van kap van bomen (APV). Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen. Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘ nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen.

1.3

Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen

Huidige situatie Het plangebied (zie figuur 1.1) is gelegen aan de Kwikstaart 46 in de woonwijk Twistvlied in het zuidwesten van Mijdrecht. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.600 m2 en bestaat uit een voormalig schoolgebouw, een schoolplein en een aantal bomen en struiken. Het schoolgebouw wordt momenteel antikraak bewoond.

Figuur 1.1 Plangebied (rood omlijnd) (Bron achtergrondkaart: ArcGIS, 2020).

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 6 van 22

Figuur 1.2 Overzichtsfoto van het schoolplein en schoolgebouw, gezien vanuit noordwestelijke richting (Foto: Eco Reest BV).

Figuur 1.3 Overzichtsfoto van de zuidwestzijde van het schoolgebouw (Foto: Eco Reest BV).

Voorgenomen ontwikkeling Het voorgenomen plan betreft de sloop van de voormalige basisschool en het rooien en kappen van de bomen en bosschages binnen de hekwerken. De gemeente is voornemens het gebied te herontwikkelen met de bouw van starterswoningen. Hiervoor is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Het plan bevindt zich nu nog in aanbestedingsfase en er is nog geen planning bekend.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 7 van 22

2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING Het onderzoek heeft bestaan uit het raadplegen van beschikbare bronnen aangevuld met een veldinspectie van het plangebied. Bronnenonderzoek Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 30 april 2020 opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van een 500 meter rond het plangebied. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen kunnen worden gebruikt om de ecologische potenties in te schatten. De voor onderhavig onderzoek van toepassing zijnde soorten staan weergegeven in tabel 2.1. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuurgegevens (verspreidingsatlassen e.d.). Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het plangebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt. Veldinspectie De literatuurgegevens vormen de basis voor het veldbezoek dat overdag op 4 mei 2020 (15°C, droog, helder, 3 Bft) is uitgevoerd.

Het plangebied en de directe omgeving is onderzoek door een ecoloog van Eco Reest. Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of in het plangebied en de directe omgeving potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten aanwezig zijn. Toetsing Voor het onderdeel soortenbescherming is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten (H3). Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen. Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H4) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of (significant) negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of er een diepgaandere beoordeling noodzakelijk is. Ten aanzien van de voorgenomen bomenkap is beoordeeld of het beschermingsregime vanuit de Wnb ten aanzien van beschermde houtopstanden van toepassing is, en of vervolgstappen aan de orde zijn. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 8 van 22

Tabel 2.1. Beschermde soorten binnen 500 meter rond het plangebied (NDFF, 2020). Soort Bescherming Vogels Boomkruiper Categorie 5** Ekster Categorie 5** Gierzwaluw Categorie 2* Grote bonte specht Categorie 5** Huismus Categorie 2* Koolmees Categorie 5** Pimpelmees Categorie 5** Spreeuw Categorie 5** Zwarte kraai Categorie 5** Vleermuizen Gewone dwergvleermuis HR IV Tweekleurige vleermuis Bern II, HR IV *Nesten van vogels die behoren tot categorie 1 tot en met 4 zijn jaarrond beschermd. **Nesten van soorten die vallen onder categorie 5 zijn eveneens jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieve nestlocaties overblijven in de omgeving. Hoewel deze vogelsoorten vaak terugkeren naar de plaats waar zij het voorgaande jaar hebben gebroed, beschikken ze wel over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 9 van 22

3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN 3.1

Natura 2000

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden betreffen de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en Botshol, op respectievelijk circa vier en zesenhalve kilometer afstand (zie figuur 3.1).

6,5 km

4,1 km

Figuur 3.1 Globale ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (Bron: AERIUS Calculator).

Mogelijke effecten Voor de voorgenomen sloop kan, op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006), de vergelijkbare categorie ‘woningbouw’ in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch), trillingen en mechanische effecten. Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 10 van 22

Effectbeoordeling Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, beperken eventuele effecten zich tot externe werking. Vanwege de afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden (> vier kilometer), de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties (Vegte et al. 2014, Krijgsveld et al. 2008, Broekmeyer 2006) en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 nodig. Ook ten aanzien van stikstofdepositie worden geen negatieve effecten verwacht. Het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden betreffen eveneens gedeeltes van de ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ en ‘Botshol’ dat op ruim vier en zes en halve kilometer afstand van het plangebied liggen (AERIUS Calculator, 2020). Op basis van de ruime afstand tot stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, literatuur (wo. Cardinaals et al, 2019) en expert judgement in relatie tot uitgevoerde stikstofberekeningen van vergelijkbare projecten wordt als gevolg van de voorgenomen sloop geen stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden verwacht. Een berekening met het rekenmiddel AERIUS Calculator (versie 2019A) kan volledig (juridisch) uitsluitsel geven.

3.2

Natuurnetwerk Nederland

Ligging plangebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.2 is te zien dat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa twee kilometer afstand. Effectbeoordeling Gezien de ruime afstand (>2 km), de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het tussenliggende gebied (weilanden en bebouwing) dat een afschermde werking heeft, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.

2,9 km

3,3 km 2,4 km

2 km

Figuur 3.2 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het NNN (groen) (Bron: Provincie Utrecht, 2020). Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 11 van 22

3.3

Natuur buiten het NNN

De provincie Utrecht heeft in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (paragraaf 6.5.2) de Groene Contour opgenomen. In de Groene Contour worden landbouwgronden omgevormd tot natuurgebied om daarmee het Natuurnetwerk Nederland te versterken. Het gaat om een totale omvang van 3000 hectare. Na realisatie wordt de nieuwe natuur opgenomen in het NNN (Provincie Utrecht, 2020). In figuur 3.3 is te zien dat het plangebied niet binnen een aangewezen Groene Contour ligt. Het dichtstbijzijnde aangewezen gebied ligt op twee kilometer afstand. De voorgenomen plannen hebben gezien de afstand, de ligging binnen bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op de Groene Contour. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.

2,6 km

2 km

Figuur 3.3 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Groene contour (Bron: Provincie Utrecht, 2020).

3.4

Houtopstanden

Binnen het plangebied wordt ten behoeve van het plan opgaand groen verwijderd. Het betreft al het groen binnen de hekken van het schoolplein. Aan de oostzijde van de gebouw betreffen dit enkele bosschages en een witte paardenkastanje. Aan de zuidzijde betreffen dit drie berken en enkele struiken. De bomen en struiken buiten de hekwerken blijven behouden. Er is sprake van beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming indien:  de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt, en  de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 12 van 22

Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Mijdrecht. De te kappen bomen staan eveneens niet op de ‘Lijst waardevolle bomen 2014’ (Gemeente De Ronde Venen, 2014). De te kappen houtopstanden zijn minder als tien are en vormen eveneens geen rijbeplanting. Op basis van de ligging binnen de begrenzing en de minimale omvang kan geconcludeerd worden dat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet geldt. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde. Omdat de te kappen houtopstanden niet op de Lijst waardevolle bomen 2014 staan hoeft er geen omgevingsvergunning aangevraagd te worden (Gemeente De Ronde Venen, 2020).

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 13 van 22

4. EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 4.1

Voorselectie soortgroepen

Vanwege de eigenschappen van het plangebied zijn niet op alle beschermde soortgroepen effecten te verwachten. Aangezien binnen het plangebied oppervlaktewater ontbreekt, is aanwezigheid van vissen en (voortplanting van) amfibieën en libellen op voorhand uitgesloten.

4.2

Flora

Binnen het plangebied zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen. Wel zijn er diverse soorten van voedselrijke omstandigheden aangetroffen rondom het schoolgebouw, waaronder Amerikaanse vogelkers, laurier, mannetjesvaren, prunus spec., Robertskruid en rode kornoelje. Het grootste gedeelte van het schoolplein is betegeld. Aan de achterzijde van het schoolgebouw staat een witte paardenkastanje en drie berken. Tevens bevindt zich een moestuin aan de achterzijde. Beschermde flora is niet aangetroffen tijden het veldbezoek en wordt op basis van de terreinkenmerken (voedselrijk, grotendeels betegeld) en de bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.

4.3

Broedvogels

Jaarrond beschermde nesten In de omgeving van het plangebied zijn twee soorten met jaarrond beschermde nesten zoals gierzwaluw en huismus bekend (zie tabel 2.1). Beide vogelsoorten zijn gebouw gebonden soorten voor de nestbouw. Tijdens het veldbezoek is er één gierzwaluw hoog in de lucht waargenomen. Deze gierzwaluw had geen binding met de bebouwing binnen het plangebied. Er zijn voor gierzwaluwen geen geschikte invliegopeningen geconstateerd. Het schoolgebouw betreft laagbouw waardoor er onvoldoende valhoogte voor gierzwaluwen aanwezig is. Nestplaatsen van gierzwaluwen kunnen worden uitgesloten van de onderzoekslocatie. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen in of rond het plangebied. Binnen het plangebied is eveneens geen geschikte nestgelegenheid voor huismussen. Het schoolgebouw heeft een plat dak, waardoor er geen ruimtes voor huismussen aanwezig zijn. Gelet op de afwezigheid van huismussen en de ongeschiktheid van het plangebied kunnen nestplaatsen van de huismus worden uitgesloten. Overige soorten met jaarrond beschermde nesten Andere soorten met jaarrond beschermde nesten worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikte broedgelegenheid, onder andere in de vorm van geschikte ruimtes in de bebouwing. Ook in de directe omgeving van het plangebied zijn geen nesten van deze soorten waargenomen en/of bekend.

Van de in de nabijheid bekende categorie 5 soorten (zie tabel 2.1) zijn eveneens geen nestplaatsen vastgesteld. Daarnaast zijn er in de omgeving van het plangebied voldoende alternatieven aanwezig. Het plangebied bevindt zich in een woonwijk met voldoende geschikte woningen voor nestplaatsen

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 14 van 22

van bijvoorbeeld de spreeuw. Daarnaast zijn er voldoende bomen en bosschages aanwezig in de omgeving. Vervolgstappen ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen vogels in de bomen en bosschages tot broeden komen. Het plangebied maakt naar alle waarschijnlijkheid ook onderdeel uit van het foerageergebied van diverse vogels van stedelijk milieu. Tijdens het veldbezoek is een foeragerende merel waargenomen. Gezien het beperkte oppervlak en de terreinkenmerken betreft het geen essentieel foerageergebied. In de directe omgeving (tuinen en opgaand groen) is echter voldoende beschikbaar alternatief foerageergebied beschikbaar. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Verstoring van broedgevallen is toegestaan zolang dit geen wezenlijke invloed op de gunstige staat van instandhouding heeft.

4.4

Vleermuizen

Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek bleek dat er op diverse plekken open stootvoegen in de muur aanwezig waren (zie figuur 4.1). Tevens zijn er op diverse plekken ruimtes onder de daktrim geconstateerd. Vleermuizen hebben via de openstootvoegen toegang tot de spouw. De bebouwing binnen het plangebied is daarmee potentieel geschikt als paar- zomer-, kraam- of overwinteringslocatie van gebouwbewonende soorten, zoals de in de directe omgeving bekende gewone dwergvleermuis.

Figuur 4.1. Open stootvoegen (rood omcirkeld) geven toegang tot de spouw voor vleermuizen.

Daarnaast kunnen gewone dwergvleermuizen in grote groepen overwinteren. In de nazomer worden deze massawinterverblijfplaatsen in grote groepen verkend door voor een dergelijke verblijfplaats te zwermen. Dit gedrag is tot nu toe met name aangetoond bij grotere, hoge gebouwen, zoals flats of kerken. Een zwermlocatie van gewone dwergvleermuizen wordt zodoende niet verwacht binnen het onderzoeksgebied. Aan de achterzijde van het schoolgebouw staan drie berken. In deze berken zijn diverse geschikte holtes aangetroffen waar boombewonende vleermuizen gebruik van kunnen maken (zie figuur 4.2).

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 15 van 22

Figuur 4.2. Geschikte holte voor boombewonende vleermuizen in een van de berken.

Vliegroute De straten in de omgeving vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. Gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving betreft het geen essentiële vliegroutes. Bovendien worden bij de werkzaamheden deze mogelijke vliegroutes niet aangetast. Werkzaamheden vinden uitsluitend overdag plaats, zodat ook geen sprake is van lichtverstoring. Vervolgstappen ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen zijn zodoende niet aan de orde. Foerageergebied Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen (zie tabel 2.1). Aangezien de werkzaamheden overdag plaatsvinden en de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 16 van 22

4.5

Grondgebonden zoogdieren

Verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren (zonder provinciale vrijstelling) worden op basis van de habitateisen, de terreinkenmerken en het veldbezoek uitgesloten. Er zijn geen (geschikte) verblijfplaatsen vastgesteld voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden zijn zodoende uitgesloten. Het nemen van vervolgstappen is zodoende niet aan de orde. Overige zoogdieren Binnen het plangebied zijn verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals egels, muizen en ratten te verwachten in de bosschages. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Utrecht vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.

4.6

Overige soorten

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater (in de ruime omgeving) worden vissen en (voortplanting van) amfibieën en libellen uitgesloten (zie ook 4.1). Gelet op de terreinkenmerken, de habitateisen en verspreidingsgegevens wordt het voorkomen van beschermde reptielen, vlinders en overige ongewervelden ter plaatse van het plangebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroepen vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 17 van 22

5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1

Soortenbescherming

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: - Het plangebied biedt gezien de ongeschiktheid van de bebouwing geen geschikte broedgelegenheid voor (jaarrond beschermde) vogels zoals gierzwaluwen en huismussen. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen wel algemene vogelsoorten tot broeden komen. - Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn vanwege de geschiktheid van de bebouwing en bomen niet uit te sluiten. Door de voorgenomen ontwikkeling worden de mogelijk aanwezige verblijfplaatsen aangetast. Nader soortgericht onderzoek is noodzakelijk om eventuele verblijfplaatsen vast te stellen dan wel te kunnen uitsluiten. - Mogelijk vormt het plangebied tevens onderdeel van een vliegroute en foerageergebied. Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan. - Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. - In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen.

5.2

Gebiedsbescherming en houtopstanden

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa acht kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, worden indirecte effecten zoals verstoring en stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 zijn niet aan de orde. Ten aanzien van stikstofdepositie kan een berekening met het rekenmiddel AERIUS Calculator volledig (juridisch) uitsluitsel geven. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (en natuur buiten het NNN). Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden (2km), de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde komgrens van Mijdrecht. Voor de betreffende te kappen bomen geldt het beschermingsregime vanuit de Wet natuurbescherming niet. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde.

Vervolgstappen vanuit de gemeentelijke regels ten aanzien van kap van bomen is niet van toepassing omdat de te kappen houtopstanden niet op de Lijst waardevolle bomen 2014 staan.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 18 van 22

5.3

Advies en vervolgstappen

Soortgericht nader onderzoek vleermuizen Om te bepalen of er al dan geen vleermuisverblijfplaatsen in de bebouwing en bomen aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Alleen dan kan bepaald worden of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Leidraad voor vleermuisonderzoek is het vleermuisprotocol van 2017 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Voor een volledig vleermuisonderzoek zijn meerdere veldbezoeken nodig in de periode half mei - september. Afhankelijk van de resultaten wordt bepaald of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum.

Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vast stellen of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken. Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 19 van 22

5.4

Verantwoording

De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.3 beschreven werkzaamheden. Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 20 van 22

GERAADGPLEEGDE BRONNEN Literatuur/documenten Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden. Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrapport 1375, oktober 2006. Gemeente De Ronde Venen (2014). Lijst waardevolle bomen 2014. November 2014. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. 23 december 2008. Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. Vegte, F, van der, J. Bosman & D. Logemann (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Arcadis, 18 februari 2014. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. Internet Gemeente De Ronde Venen (2020). Bomen Kappen.

Geraadpleegd op 26 mei 2020, van https://gemeente.derondevenen.nl/Wonen_en_leven/Bouwen_verbouwen_en_slopen/Stappenplan_bij_bouw_en_verbouwplannen/Uw_ver_bouw_voorbereiden/Bomen_kappen Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 30 april 2020, van www.NDFF.nl1 Provincie Utrecht (2020). Groene Contour. Geraadpleegd op 25 mei 2020, van https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/natuurnetwerk-nederland-nnn#groene_contour Provincie Utrecht (2020). Natuurnetwerk Nederland. Geraadpleegd op 26 mei 2020, van https://webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/Webkaart?bookmark=fe39c576c39242e88f028a0ad01af320 Provincie Utrecht (2020). Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (Herijking 2016), Provinciale Ruimtelijke Verordening (Herijking 2016). Geraadpleegd op 26 mei 2020, van https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.SV1612PRS-VA01?s=SADvnb5UAX5MSvGAzEEcdgQig9AD-_wADELCAAQTw_x8

1

In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 21 van 22

Rijksoverheid (2020). AERIUS Calculator, versie 2019A. Geraadpleegd op 30 april 2020, van https://calculator.aerius.nl/calculator/

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

Pagina 22 van 22

BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE UTRECHT Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) provincie Utrecht Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus Rana esculenta)

Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht (kenmerk: 200597)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10183688/1