Raadsvoorstel 36 Bijlage 1 Toelichting Kwikstaart 46 Mijdrecht
Tekst van het document
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
28
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
Entrees De hoofdentree(s) van het gebouw of gebouwdelen bevind(t)(en) zich niet in gevel aan de slootzijde. De hoofdentree is mogelijk aan de andere gevelzijden mits de voorgevel 5 meter achter de maximale rooilijn ligt. Entrees van individuele woningen op de begane grond zijn mogelijk. Overgang privé - openbaar De afscheiding tussen openbaar en privé terrein rondom alle gevels zal architectonisch of landschappelijk mee worden ontworpen. Openbare ruimte De openbare ruimte rond het nieuwe appartementengebouw zal voldoen aan de volgende eisen: Groen De bestaande bomen om de locatie heen blijven staan. De bomenstructuur wordt waar mogelijk aangeheeld. Dit betreft de onderbreking in de bomenstructuur ter plaatse van de voormalige ingang van de school aan de Kwikstaart. De haagstructuur wordt waar mogelijk aangeheeld. Dit betreft de onderbreking in de groenstrook ter plaatse van de voormalige ingang van de school aan de Kwikstaart. Tevens gaat het om een groene afscheiding langs de grens met de Veenhartkerk en het multicultureel centrum Hakyol. Doorgangen voor voetgangersverbindingen door de hagen rond het terrein zijn mogelijk. Het nieuwe appartementengebouw is aan drie zijden omgeven door gras, met eventueel aan de gevels lage borders.
Tuintjes en terrassen zijn mogelijk aan de zijden met het gras langs de gevel van het appartementengebouw van maximaal 2 meter diep met een lage haag als afscheiding. Een voetpad door het gras is mogelijk. Parkeerterrein en ontsluiting Bij het appartementengebouw wordt een openbaar parkeerterrein aangelegd, ingericht conform de leidraad openbare ruimte van de gemeente De Ronde Venen. Bomen en hagen zijn mogelijk op het parkeerterrein, mits deze ondergeschikt zijn aan de omzomende haag en bomencarré. Ontsluiting van het parkeerterrein voor auto’s geschiedt vanaf de Grutto. Voetgangersverbindingen Vanaf het omringende voetpad lopen verbindingen voor voetgangers over het terrein. De positie van de verbindingen is vrij, deze zijn afhankelijk van de inrichting en het ontwerp van het terrein.
4.5
Verkeer en parkeren
Verkeersgeneratie Op grond van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’, genere-
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
29
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
ren sociale huurappartementen en sociale koopappartementen in de rest van de bebouwde kom in matig stedelijk gebied (waartoe de wijk Twistvlied wordt gerekend) respectievelijk maximaal 4,0 en 5,3 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. Uitgaande van een worst-case situatie, met 30% sociale huurwoningen (15 woningen) en de rest sociale koopwoningen (35 woningen), betekent dit dat de 50 appartementen in totaal circa 246 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal zullen genereren (15*4,0 + 35*5,3). Deze verkeersbewegingen kunnen goed worden afgewikkeld via de Grutto, Roerdomp en Hoofdweg. Deze wegen hebben voldoende capaciteit voor deze extra verkeersbewegingen. De ontwikkeling is daarmee vanuit verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar. Parkeren De gemeente De Ronde Venen heeft in februari 2021 een parkeerdrukmeting3 laten uitvoeren in de directe omgeving van het plangebied om zo een volledig beeld van de parkeersituatie te verkrijgen. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Uit deze parkeerdrukmeting blijkt dat de parkeerdruk in de Kwikstaart en Fuut aan de hoge kant is en dat er op de Grutto enige overcapaciteit is. Tevens blijkt dat er geen sprake is van een tekort aan parkeerplaatsen aangezien de maximale bezettingsgraad van de openbare parkeerplaatsen 79% bedraagt.
Op basis van de parkeerdrukmeting kan dan ook worden geconcludeerd dat er in de huidige situatie voldoende parkeerplaatsen zijn. Voorts kan uit de meting worden geconcludeerd dat het parkeren ten behoeve van het nieuwe appartementengebouw (inclusief bezoekersparkeren) op eigen terrein moet plaatsvinden, zodat voldaan wordt aan de eigen parkeerbehoefte. Parkeren op eigen terrein, dus binnen het plangebied, is dan ook het uitgangspunt van het plan. Op basis van het Beleidsplan Verkeer 2017-2021 van de gemeente De Ronde Venen dient voor sociale huurappartementen in de rest van de bebouwde kom te worden voorzien in 1,4 parkeerplaatsen per woning. Voor sociale koopappartementen betreft dit 1,6 parkeerplaatsen per woning. De ontwikkeling in het plangebied betreft echter kleine starterswoningen. Het uitgangspunt voor deze starterswoningen is een oppervlakte van maximaal 50 m². Hiermee is het realistisch dat het percentage eenpersoonshuishoudens hoger zal zijn (het is niet aantrekkelijk om met meer personen in één woning te wonen). Hiermee neemt het autobezit per woning af; ook zal het bezoek (0,3 per woning) afnemen. Daarnaast is de verwachting dat de ligging van de locatie in de bebouwde kom (rest bebouwde kom) minder van invloed is op het gebruik van openbaar vervoer en fiets; jongeren zijn meer mobiel.
Zij zullen sneller bereid zijn om de afstand naar de halte Mijdrecht-Centrum te overbruggen. Er is landelijk een trend tot minder autobezit bij jongeren door de mogelijkheden van deelgebruik. Een project met circa 50 woningen biedt kansen voor deelauto’s. Daarom plaatst de ontwikkelaar twee deelauto’s bij het appartementengebouw. Daarnaast zijn goede fietsvoorzieningen in het plan opgenomen: een afgesloten, veilige fietsstallingsmogelijkheid voor de bewoners en goede mogelijkheden voor bezoekers om hun fiets te stallen.
3
De Verkeerstellers, ‘Parkeeronderzoeken Twistvlied e.o. in Mijdrecht’, februari 2021
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
30
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
Gelet op het bovenstaande hanteert de gemeente een nieuwe norm voor de kleine starterswoningen in het plangebied van 1,0 parkeerplaats per woning. De gemeenteraad heeft met de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten (d.d. 17-12-2019) voor de herontwikkeling van de locatie van de voormalige ‘Twistvliedschool’ deze norm als uitgangpunt vastgesteld. De totale parkeerbehoefte bedraagt daarmee maximaal 50 parkeerplaatsen (50 * 1,0). Bij het nieuwe appartementengebouw wordt een parkeerterrein aangelegd waarop ruimte is voor 50 parkeerplaatsen. Derhalve wordt er in voldoende parkeergelegenheid voorzien.
4.6
Vertaling naar bestemmingsplan
De realisatie van het appartementengebouw met maximaal 50 woningen in het plangebied is vastgelegd in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan. De randvoorwaarden uit de bouwenveloppe die ruimtelijk relevant zijn, zijn hiervoor vertaald naar de regels en verbeelding. Daartoe hebben de gronden in het plangebied de bestemmingen ‘Wonen’, ‘VerkeerVerblijfsgebied’ en ‘Groen’ gekregen. De locatie van het nieuwe appartementengebouw, binnen het bouwvlak/ rooilijn uit de bouwenveloppe, is voorzien van de bestemming ‘Wonen’. Binnen deze bestemming is één appartementengebouw mogelijk. Zo is zeker gesteld dat hier alleen appartementen kunnen worden gebouwd en geen ander woningtype. Op de verbeelding is binnen de bestemming ‘Wonen’ een bouwvlak opgenomen, conform het bouwvlak/rooilijn uit de bouwenveloppe. Het appartementengebouw dient binnen het bouwvlak te worden opgericht. Op de verbeelding is ook het maximum aantal woningen (50), het maximum bebouwingspercentage (80%) van het bouwvlak en de maximale bouwhoogte aangegeven. Deze laatste bedraagt 10 meter. Hierbinnen kan een gebouw met maximaal 3 bouwlagen worden gerealiseerd. In de regels is opgenomen dat bergingen uitsluitend geïntegreerd in het hoofdgebouw zijn toegestaan. Het bouwen van bijgebouwen en overkappingen is daarom niet mogelijk.
In de regels is tevens vastgelegd dat balkons het bouwvlak niet mogen overschrijden en op de derde bouwlaag aan de zijde van de sloot geen balkons zijn toegestaan. Voorts is in de regels opgenomen dat het appartementengebouw alzijdig dient te worden georiënteerd. Om te waarborgen dat uitsluitend woningen in het sociale segment worden gebouwd, is in de regels van de bestemming ‘Wonen’ opgenomen dat uitsluitend sociale huur- en koopwoningen mogen worden gerealiseerd, waarbij minimaal 30% van de woningen uit sociale huurwoningen dient te bestaan. Voorts is in de regels vastgelegd dat de gebruiksoppervlakte van een woning ten hoogste 50 m² mag bedragen. Dit stelt zeker dat er woningen gerealiseerd worden voor de beoogde doelgroep, namelijk kleine woningen voor starters (eenpersoonshuishoudens). Aan de gronden waar het parkeerterrein en de ontsluiting voor het nieuwe appartementengebouw zijn voorzien, is overeenkomstig de bouwenveloppe de bestemming ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ gegeven. Dit maakt de aanleg van de parkeerplaatsen en ontsluiting mogelijk. Tevens zijn in deze bestemming groenvoorzieningen en paden toegestaan. Dit maakt het behoud van de
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
31
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
bestaande paden en groenstroken rond het plangebied mogelijk, evenals de aanleg van nieuw groen en nieuwe paden. Een deel van de bestaande paden en groenstroken valt namelijk ook in deze bestemming. De gronden rond het nieuwe appartementengebouw waar gras is gepland hebben de bestemming ‘Groen’ gekregen, evenals de daaraan grenzende bestaande groenstroken en de groenzone langs de sloot. Deze bestemming maakt behoud van bestaand groen en aanleg van nieuw groen mogelijk. Tevens zijn binnen deze bestemming paden toegestaan. Langs de gevels van het nieuwe appartementengebouw zijn in het gras tuinen van maximaal 2 meter diep toegestaan. Om dit mogelijk te maken is op de verbeelding binnen de bestemming ‘Groen’ de aanduiding ‘tuin’ opgenomen.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
32
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
5
RANDVOORWAARDEN – MILIEUASPECTEN
5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk komen een aantal milieuaspecten aan de orde die van belang (kunnen) zijn voor de ontwikkelingen in het plangebied.
5.2
Geluid
5.2.1 Beleid en regelgeving De Wet geluidhinder (Wgh) biedt het toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen. De Wgh kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn er geen belemmeringen vanuit de Wgh voor de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen. Onder geluidgevoelige bestemmingen worden in dit kader woningen, woonwagenstandplaatsen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, en speciaal benoemde gezondheidszorggebouwen verstaan. Daarnaast is er in de Wgh een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een ‘hogere waarde’ genoemd (‘hoger’ in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) die via een formele procedure wordt vastgesteld. Er wordt een onderscheid gemaakt in geluidbelasting ten gevolge van (spoor)wegverkeer en ten gevolge van industrie. Voor het plangebied is alleen wegverkeerslawaai relevant. In de omgeving liggen geen gezoneerde bedrijventerreinen of spoorwegen.
Wegverkeerslawaai Op basis van artikel 74 van de Wgh hebben alle wegen een geluidzone. Uitzondering hierop zijn woonerven en 30 km/uur-gebieden. De omvang van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken van de weg en of de weg binnen- of buitenstedelijk is gelegen. Toetsing van de geluidbelasting vindt plaats in geval van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemming in een zone van een weg of de aanleg of reconstructie van een weg. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. 5.2.2 Relatie met het plangebied Het bestemmingsplan maakt de bouw van een appartementengebouw met maximaal 50 woningen in het plangebied mogelijk. Daarmee voorziet het plan in de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. Woningen worden op grond van de Wgh immers aangemerkt als geluidgevoelig. Alle nabij het plangebied gelegen wegen, waaronder de Kwikstaart, Fuut,
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
33
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
Grutto, Roerdomp en Hoofdweg, zijn ingericht als woonerf of 30 km/uur-weg. Deze wegen hebben daardoor geen geluidzone en vallen niet onder de werking van de Wgh. Een akoestische toetsing van de geluidsbelasting van deze wegen is derhalve niet nodig. De dichtstbijzijnde gezoneerde weg is de Dr. J. van der Haarlaan. Het nieuwe appartementengebouw in het plangebied wordt echter buiten de geluidzone (200 meter) van deze weg gebouwd. Een akoestische toetsing van de geluidbelasting van deze weg is daarom ook niet nodig. Overigens is naar verwachting in het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot wegverkeerslawaai. De wegen in de directe nabijheid van het plangebied zijn ingericht als woonerf of hebben een maximum snelheid van 30 km/uur en kennen een beperkte verkeersintensiteit omdat zij veelal doodlopend zijn en alleen gebruikt worden voor bestemmingsverkeer. De drukkere wijkontsluitingswegen, zoals de Roerdomp en Hoofdweg, bevinden zich op ruime afstand. Bovendien is tussen deze wegen en het plangebied veel bestaande bebouwing aanwezig die een afschermende werking voor het wegverkeerslawaai heeft. 5.2.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect geluid.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1 Beleid en regelgeving In 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Met deze wet zijn luchtkwaliteitseisen verankerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Er is vastgelegd dat ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. De belangrijkste zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/m³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/m³. In de Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16 van de Wet milieubeheer) is aangegeven in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmeringen vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen: 1. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde ; 2. een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; 3. een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) In dit besluit is bepaald in welke gevallen een ruimtelijke ontwikkeling vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden.
Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de zogenaamde 3% grens niet wordt overschreden. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
34
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
jaargemiddelde concentratie van fijn stof of stikstofdioxide. Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden is het project NIBM, en hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. In de Regeling NIBM is de bovengenoemde 3%-grens uitgewerkt in concrete getallen. Zo ligt voor woningbouwplannen de grens van 3% bij 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. Besluit gevoelige bestemmingen Het besluit gevoelige bestemmingen is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof en stikstofdioxide, met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, in beide gevallen gemeten vanaf de rand van de weg. Als in een onderzoekszone de grenswaarden voor fijn stof of stikstofdioxide (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. 5.3.2 Relatie met het plangebied Het bestemmingsplan maakt de realisatie van een appartementengebouw met maximaal 50 woningen mogelijk. Hiermee draagt het plan ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging.
Op grond van de Regeling NIBM wordt een project tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg immers gerekend tot een zogenoemd ‘niet in betekenende mate’ project. Dit betekent dat er geen nader onderzoek en toetsing aan de in de Wet luchtkwaliteit gestelde grenswaarden hoeft plaats te vinden. Met andere woorden, de beoogde ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader. Voor wat betreft de bijdrage van het plan aan de concentratie PM2,5 kan het volgende opgemerkt worden. PM2,5 maakt deel uit van de bijdrage PM10. Dit betreft immers alle stofdeeltjes met een diameter van 10 µm of kleiner. Aangezien de bijdrage PM10 lager is dan 1,2 μg/m³, is de bijdrage PM2,5 dat ook. De huidige achtergrondconcentratie PM2,5 bedraagt ter hoogte van het plangebied minder dan 11 μg/m³ (bron: GCN kaarten RIVM, jaar 2019). Derhalve zal de realisatie van de woningen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarde voor PM2,5 (25 μg/m³). Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is gekeken naar de concentraties luchtverontreinigende stoffen in het plangebied. Uit de Grootschalige Concentratiekaarten van het RIVM (peiljaar 2019) blijkt dat de achtergrondconcentratie voor NO2 ter hoogte van het plangebied lager is dan 15 μg/m³. Voor PM10 is de achtergrondconcentratie lager dan 18 μg/m³ en voor PM2,5 lager dan 11 μg/m³. Deze concentraties zijn daarmee ruim lager dan de grenswaarden.
Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening bestaan er daarom geen belemmeringen voor het plan. Het Besluit gevoelige bestemmingen is voor het bestemmingsplan niet van toepassing, omdat woningen in dit Besluit niet zijn aangemerkt als gevoelige bestemming.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
35
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
5.3.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect luchtkwaliteit.
5.4
Externe Veiligheid
5.4.1 Beleid en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Wettelijk kader Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het wettelijke kader vastgelegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. Het beleid voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het Besluit Externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden.
Het PR wordt “vertaald” als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal doden, de z.g. oriënterende waarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden. 5.4.2 Relatie met het plangebied Op basis van de risicokaart van de provincie Utrecht is een inventarisatie van de risicobronnen in en om het plangebied gemaakt. Risicovolle inrichtingen In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Het plangebied ligt derhalve niet binnen de PR-contour of invloedsgebied voor het GR van risicovolle inrichtingen. Ook worden door het plan geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
36
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
Plangebied
Uitsnede risicokaart voor het plangebied en omgeving (bron: www.risicokaart.nl)
Transportroutes gevaarlijke stoffen In of direct nabij het plangebied zijn geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of water aanwezig. Het plangebied ligt derhalve niet binnen de PR-contour of invloedsgebied voor het GR van transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Buisleidingen In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen buisleidingen gelegen waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plangebied ligt derhalve niet binnen de PR-contour of invloedsgebied voor het GR van buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. 5.4.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect externe veiligheid.
5.5
Luchthavenindelingbesluit (LIB)
5.5.1 Beleid en regelgeving Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) is een besluit op basis van de Luchtvaartwet. Het LIB regelt welk gebied bestemd is voor gebruik als luchthaven en voor welk gebied daaromheen beperkingen gelden ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Het LIB geeft regels voor gebruik en bestemming van de grond in deze gebieden. Op basis van het LIB kan de
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
37
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
rijksoverheid beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rondom de luchthaven Schiphol. Primaire doelen zijn: voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer; beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers. De minister van Infrastructuur en Milieu kan een verklaring van geen bezwaar geven, zodat nieuwe bebouwing of functiewijziging toch mogelijk is. Vanaf 1 januari 2018 heeft er een beleidswijziging van het (LIB) plaatsgevonden waardoor een bestemmingsplan in bepaalde gevallen woningen kan voorzien binnen de 20ke contour rondom de luchthaven Schiphol. 5.5.2 Relatie met het plangebied Het plangebied ligt in het beperkingengebied van het LIB. In het plangebied gelden op grond van het LIB voor woningbouw alleen hoogtebeperkingen. Deze houden in dat er in het plangebied geen objecten zijn toegestaan die hoger zijn dan 146 meter NAP en dat objecten die hoger zijn dan 75 meter NAP alleen zijn toegestaan indien uit een advies van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt dat het object geen belemmering vormt voor het functioneren van radarapparatuur met het oog op veilig luchtverkeer. Het appartementengebouw dat in het plangebied wordt gebouwd is veel lager dan 75 meter NAP.
Het LIB levert derhalve geen belemmeringen op voor de realisatie van dit gebouw. 5.5.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het Luchthavenindelingsbesluit.
5.6
Bodem
5.6.1 Beleid en regelgeving De bodemkwaliteit is in het kader van de Wro van belang indien er sprake is van functieveranderingen en/of een ander gebruik van de gronden. Voor locaties waar ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde ontwikkeling met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan. Mocht er een verontreiniging zijn, dan dient inzichtelijk gemaakt te worden dat de bodem geschikt kan worden gemaakt.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
38
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
5.6.2 Relatie met het plangebied Amos Milieutechniek4 heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het plangebied. De rapportage van het onderzoek is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Uit het onderzoek komen de volgende resultaten naar voren. De bodem op de locatie bestaat onder de aanwezige bestrating uit een zandige (stabilisatie) laag waaronder vanaf circa 10 á 50 cm het kleiige oorspronkelijke maaiveld aanwezig is. De ondergrond op de locatie bestaat voornamelijk uit licht tot matig humeuze kleigrond. Ter plaatse van een voormalige watergang is geen afwijkende bodemopbouw, noch afwijkend opvulmateriaal aangetroffen. In totaal zijn er 3 grond(meng)monsters samengesteld: één van de zintuigelijk schone zandige bovengrond, één van de zintuigelijk schone kleiige bovengrond en één van de zintuigelijk schone kleiige ondergrond. Uit laboratoriumanalyse van de grondmengmonsters blijkt dat de zintuigelijk schone kleigrond licht verontreinigd is met zware metalen. De zintuigelijk schone zandgrond en de zintuigelijk schone kleiige ondergrond blijken te voldoen aan de generieke achtergrondwaarde. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie barium aangetoond. Verwacht wordt dat barium van nature verhoogd aanwezig is, hetgeen regelmatig binnen klei- en veengebieden wordt aangetroffen.
Er blijken lichte verontreinigingen aan koper en nikkel in het grondwater voor te komen. De kwaliteit van de bodem op de locatie is voldoende vastgelegd en er is geen vermoeden voor de aanwezigheid van een sterke verontreiniging op de locatie. Verwacht wordt dat de kwaliteit van de bodem onder het pand op de locatie niet afwijkt van de kwaliteit van de bodem op de rest van het terrein. De vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen beperking voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. In en op de bodem zijn geen bodemvreemde, noch asbestverdachte materialen aangetroffen. Op basis van de uitkomsten van het bodemonderzoek bestaat er geen aanleiding om op de locatie een onderzoek naar asbest in grond conform NEN 5707 uit te voeren. Bij grondverzet van-, of naar de onderzoeklocatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Afvoer van (kleine hoeveelheden) grond vanaf de locatie kan mogelijk plaatsvinden op basis van de ontgravingskaart en de toepassingskaart van het gebied en/of op basis van de uitkomsten van het bodemonderzoek naar een BRL-SIKB 9335 erkende grondbank. Bij afvoer van grotere hoeveelheden grond wordt geadviseerd om een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit uit te voeren. De verkregen
4
Amos Milieutechniek, ‘Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 in verband met de voorgenomen herontwikkeling van een locatie gelegen aan de Kwikstaart 46 te Mijdrecht’, 29 mei 2020
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
39
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
resultaten van onderhavig onderzoek kunnen dan gebruikt worden ter bepaling van de te verwachtte kwaliteit van de te keuren grond. De aangetoonde gehalten aan PFAS in de bovengrond overschrijden de bepalingsgrens waardoor toepassing binnen grondwaterbeschermingsgebied en oppervlaktewater (indicatief) niet mogelijk is. De kleiige bovengrond voldoet daarbij niet aan de achtergrondwaarde waardoor deze kleigrond op basis van PFAS enkel als kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ mag worden toegepast (en niet onder de grondwaterstand). 5.6.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect bodem.
5.7
Water
5.7.1 Waterbeheer en watertoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundig en ruimtelijk beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. De voor het kwantiteits- en het kwaliteitsbeheer verantwoordelijke waterbeheerder in het plangebied is het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. 5.7.2 Beleid waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's.
Europa • Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal • Nationaal Waterplan 2016-2021 (NW); • Waterbeleid voor de 21 eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Waterwet.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
40
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
Provinciaal • Provinciale Ruimtelijke Verordening Utrecht Regionaal Waterbeheerplan Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2016-2021 Keur Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2019 Een uitgebreide toelichting op het beleidskader is opgenomen in hoofdstuk 3 van de toelichting van het bestemmingsplan, waarnaar wordt verwezen. 5.7.3
Relatie met het plangebied
Huidig watersysteem Bebouwing en verharding In het plangebied is verharding aanwezig in de vorm van een voormalig schoolgebouw met terreinverharding (schoolplein, ontsluiting, etc.). Vrijwel het gehele voormalige schoolterrein is verhard. In totaal is er circa 1.050 m² bebouwing en circa 1.920 m² terreinverharding aanwezig. De totale gezamenlijke oppervlakte aan verharding bedraagt daarmee circa 2.970 m². Bodem Blijkens bodemonderzoek (zie paragraaf 5.6.2) bestaat de bodem in het plangebied onder de aanwezige bestrating uit een zandige (stabilisatie) laag waaronder vanaf circa 10 á 50 cm het kleiige oorspronkelijke maaiveld aanwezig is. De ondergrond op de locatie bestaat voornamelijk uit licht tot matig humeuze kleigrond. Grondwater De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt volgens de bodematlas Utrecht globaal gezien tussen 0,2 en 0,8 m –mv. De gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) ligt tussen de 0,8 en 1,2 m –mv. Het plangebied is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone of 100-jaaraandachtsgebied. Oppervlaktewater Aan de noordoostzijde van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van een watergang, die in verbinding staat met het watergangenstelsel in het woongebied Mijdrecht-Zuid. Deze watergang is op de legger van het waterschap aangemerkt als primaire watergang.
In het plangebied is verder geen oppervlaktewater aanwezig. Er zijn geen waterkeringen of kunstwerken ten behoeve van de waterhuishouding (zoals gemalen, stuwen of sluizen) in het plangebied gesitueerd. Riolering In de directe omgeving van het plangebied is een bestaand rioleringssysteem aanwezig dat onder meer gebruikt wordt voor de afvoer van (huishoudelijk) afvalwater uit de voormalige school.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
41
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
Toekomstig watersysteem Keuze watersysteem en watercompensatie De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen wateroverlast op andere tijden of plaatsen veroorzaken. Het plan wordt daarom "waterneutraal" ontwikkeld. Met de realisatie van het appartementengebouw in het plangebied neemt de oppervlakte aan bebouwing op het perceel af. In de nieuwe situatie bedraagt de oppervlakte aan bebouwing circa 1.030 m². Het voormalige schoolgebouw had een oppervlakte van circa 1.050 m². Dit betekent dat de bebouwing per saldo circa 20 m² afneemt. Bij het nieuwe appartementengebouw zal ook terreinverharding worden aangelegd voor ontsluiting en parkeren. De gezamenlijke oppervlakte van de nieuwe terreinverharding bedraagt circa 1.100 m². Bij de school is circa 1.920 m² terreinverharding aanwezig. Derhalve neemt de oppervlakte aan terreinverharding af met circa 820 m². Het voorgaande betekent dat de gezamenlijke oppervlakte verharding per saldo afneemt met circa 840 m² (20 m² + 820 m²). Omdat het verharde oppervlak niet toeneemt, hoeft er geen compenserende waterberging te worden gerealiseerd. Riolering Het vuile afvalwater vanuit het nieuwe appartementengebouw zal afgevoerd worden via het bestaande gemeentelijke rioleringssysteem dat in de omgeving aanwezig is. De woningen in het gebouw zullen daartoe worden aangesloten op dit systeem.
Via dit rioleringssysteem zal het afvalwater worden afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Hemelwaterafvoer Voor het hemelwater wordt de voorkeursvolgorde vasthouden – bergen afvoeren gehanteerd. Het hemelwater dat op het dak van het nieuwe appartementengebouw en de terreinverharding neerkomt wordt apart ingezameld en zal gescheiden blijven van het vuile huishoudelijke afvalwater. Het hemelwater zal worden afgevoerd naar de watergang die aan de noordoostzijde van het plangebied aanwezig is. Vanwege de bodemsamenstelling (kleigrond) en de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (tussen 0,2 en 0,8 m –mv) zal infiltratie van hemelwater naar verwachting niet goed mogelijk zijn. Desalniettemin wordt in overleg met de ontwikkelaar wel onderzocht of er mogelijkheden zijn om wadi’s te realiseren. Waterkering In het plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Wateroverlast en verdroging Omdat de verharding niet toeneemt, wordt wateroverlast en verdroging voorkomen. De afvoer van het hemelwater naar het ter plaatse aanwezige oppervlaktewater, draagt ook bij aan het voorkomen van wateroverlast en verdroging.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
42
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
Waterkwaliteit Het hemelwater dat neerkomt op het nieuwe appartementengebouw dient zo schoon mogelijk te blijven. Het is daarom belangrijk om de waterkwaliteit te bewaken. Daartoe dient het gebruik van uitloogbare materialen bij het bouwen zoveel mogelijk te worden vermeden. Klimaatadaptatie Bij de bouw van het appartementengebouw wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen. Bij overstromingen kunnen bewoners van de begane grondlaag naar een hogere bouwlaag vluchten. De appartementen zijn bovendien niet gericht op een doelgroep die bij overstroming verminderd zelfredzaam is. Hittestress wordt tegengegaan door een vermindering van de oppervlakte aan verharding en een meer groene inrichting van de buitenruimte dan nu het geval is, onder meer door aan drie zijden van het appartementengebouw groen aan te leggen. Tevens wordt een sedumdak aangelegd om hittestress tegen te gaan. Wateroverlast en droogte worden eveneens tegengegaan door de verhardingsafname en door het gescheiden afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. Verder wordt ingezet op het gebruik van duurzame energie door gasloos te bouwen en het treffen van energiebesparende maatregelen om te komen tot energieneutrale woningen met een EPC <0. Daarnaast is er de ambitie om nul-op-de-meter (NOM) woningen te realiseren.
Watertoets Het bestemmingsplan is via het overleg ex artikel 3.1.1. van het Bro voor de watertoets voorgelegd aan het Waterschap. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de waterparagraaf.
5.8
Ecologie
5.8.1 Beleid en regelgeving In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op natuurwaarden. Daartoe wordt onderscheid gemaakt in: Gebiedsbescherming; Soortenbescherming. 5.8.2
Gebiedsbescherming
Natura 2000 Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Natuurnetwerk Nederland Naast de bescherming van de Wet Natuurbescherming kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
43
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een samenhangend netwerk van belangrijke natuurgebieden. Zij bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingen. De provincie Utrecht is verantwoordelijk voor de begrenzing van het NNN en heeft deze in de Provinciale Ruimtelijke Verordening vastgelegd. Artikel 2.4, lid 3 van de verordening bepaalt dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het NNN geen nieuwe bestemmingen en regels mag bevatten die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan, die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van samenhang tussen die gebieden. Groene Contour De provincie Utrecht heeft in de Provinciale Ruimtelijke Verordening de Groene Contour opgenomen. In de Groene Contour worden landbouwgronden omgevormd tot natuurgebied om daarmee het Natuurnetwerk Nederland te versterken. Het gaat om een totale omvang van 3000 hectare. Na realisatie wordt de nieuwe natuur opgenomen in het NNN. Artikel 3.15, lid 3 van de verordening bepaalt dat een bestemmingsplan voor gronden die zijn aangewezen als Groene contour geen bestemmingen en regels mag bevatten die tot gevolg hebben dat natuurontwikkeling in gebieden die van belang zijn voor het functioneren van het Natuur Netwerk Nederland onmogelijk wordt.
5.8.3 Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Op dit punt vervangt de Wnb per 1 januari 2017 de Flora- en faunawet. Het doel van de Wnb is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogelen Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 5.8.4 Gebiedsbescherming in relatie tot het plangebied Eco Reest5 heeft een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd voor de ontwikkelingen in het plangebied.
De onderzoeksrapportage is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Uit het onderzoek komen de volgende resultaten naar voren. 5
Eco Reest, ‘Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 te Mijdrecht’, 27 mei 2020
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
44
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ en ‘Botshol’, op respectievelijk circa vier en zesenhalve kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, worden er geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 zijn niet aan de orde. Ook ten aanzien van stikstofdepositie worden geen negatieve effecten verwacht. Een berekening met het AERIUS Calculator kan hierover volledig (juridisch) uitsluitsel geven. Stikstofdepositie (AERIUS berekening) Ten behoeve van het plan is door mRO6 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De notitie met de uitgangspunten en berekeningsresultaten is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Uit de berekeningen blijkt dat als gevolg van het plan, zowel in de realisatiefase als de gebruiksfase, geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr). Het bestemmingsplan heeft daarmee geen negatief effect als gevolg van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa twee kilometer afstand.
Het plan heeft gezien deze afstand, de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang geen effect op het NNN. Er is geen sprake van aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN als gevolg van het plan. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Groene Contour Het plangebied ligt niet binnen de Groene Contour. Het dichtstbijzijnde Groene Contour-gebied ligt op circa twee kilometer afstand. Het plan heeft gezien de afstand, de ligging binnen bebouwde kom en de aard en omvang geen effect op de Groene Contour. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. 5.8.5 Conclusie gebiedsbescherming Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect gebiedsbescherming. 5.8.6 Soortenbescherming in relatie tot het plangebied Door Eco Reest7 is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd voor de ontwikkelingen in het plangebied. Het rapport met de onderzoeksresultaten is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Uit de quickscan wordt het volgende geconcludeerd: Het plangebied biedt gezien de ongeschiktheid van de bebouwing geen geschikte broedgelegenheid voor (jaarrond beschermde) vogels zoals
6
mRO, ‘Notitie Stikstofdepositieonderzoek Appartementengebouw Kwikstaart 46 Mijdrecht’, 12 februari 2021 7 Eco Reest, ‘Quickscan Wet natuurbescherming Kwikstaart 46 Mijdrecht’, 27 mei 2020
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
45
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
gierzwaluwen en huismussen. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen wel algemene vogelsoorten tot broeden komen. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn vanwege de geschiktheid van de bebouwing en bomen niet uit te sluiten. Door de voorgenomen ontwikkeling worden de mogelijk aanwezige verblijfplaatsen aangetast. Nader soortgericht onderzoek is noodzakelijk om eventuele verblijfplaatsen vast te stellen dan wel te kunnen uitsluiten. Mogelijk vormt het plangebied tevens onderdeel van een vliegroute en foerageergebied. Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan. Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen voor ruimtelijke inrichting.
Vleermuizen Gezien het bovenstaande kan niet worden uitgesloten dat er verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied. Om te bepalen of er al dan niet vleermuisverblijfplaatsen in de bebouwing en bomen aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Afhankelijk van de resultaten van dat onderzoek wordt bepaald of mitigerende maatregelen en/of een ontheffing de Wnb nodig zijn. Het aanvullend onderzoek naar vleermuizen heeft inmiddels plaatsgevonden. Zie hieronder onder het kopje ‘Nader onderzoek vleermuizen’. Broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels dienen daarom buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. In het kader van de Wnb wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden.
Indien de werkzaamheden toch binnen het broedseizoen plaatsvinden, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te worden gevoerd om vast stellen of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
46
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
Zorgplicht Te allen tijde geldt de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend. Nader onderzoek vleermuizen Eco Reest8 heeft een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd in het plangebied. De rapportage met de onderzoeksresultaten is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Uit het onderzoek blijkt het volgende. In het voormalige schoolgebouw in het plangebied zijn kraamverblijfplaatsen en zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen aanwezig. Tevens zijn er paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuizen aanwezig. Daarnaast kunnen winterverblijfplaatsen van zowel de gewone dwergvleermuis als de ruige dwergvleermuis niet worden uitgesloten. Zowel het schoolgebouw als de Veenhartkerk worden gezien als belangrijke functionele verblijfplaatsen voor de gewone- en ruige dwergvleermuis. Daarnaast zijn er foeragerende of doortrekkende vleermuizen waargenomen. Gezien de lage aantallen gaat het hier niet om een essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes. Bovendien zijn in de directe omgeving voldoende alternatieven aanwezig.
Ontheffing en mitigerende maatregelen Voor het wegnemen of verstoren van een functionele verblijfplaats van de gewone- en ruige dwergvleermuis, is wettelijk gezien een ontheffing van de Wnb noodzakelijk. Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht kunnen deze verlenen. De gemeente De Ronde Venen zal deze ontheffing aanvragen. Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag zal een activiteitenplan worden opgesteld waarin beschreven wordt hoe de verblijfplaatsen die vervallen gecompenseerd worden en hoe bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van de beschermde soorten. Voor verblijfplaatsen van vleermuizen geldt dat er alternatieve verblijfplaatsen moeten worden aangeboden als de huidige verblijfplaatsen worden aangetast. De uitwerking van de benodigde mitigerende maatregelen vindt plaats in het activiteitenplan. De werkzaamheden dienen plaats te vinden onder begeleiding van een ecologisch deskundige. Deze geeft aan waar zich geschikte locaties bevinden voor het plaatsen van alternatieve voorzieningen. Tevens adviseert deze in eventuele maatregelen die nodig zijn voor aanvang of tijdens het project. Hierbij moet gedacht worden aan de planning van het werk, onder andere om kwetsbare periodes te ontzien en om rekening te houden met de gewenningstijd die nodig is voor alternatieve verblijfplaatsen.
Ook dient de bebouwing voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt te worden gemaakt voor vleermuizen. Dit mag pas na ontvangst van de ontheffing. 8
Eco Reest, ‘Nader onderzoek vleermuizen ter plaatse van: Kwikstaart 46 te Mijdrecht’, 9 november 2020
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
47
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
5.8.7 Conclusie soortenbescherming Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect soortenbescherming. Wel zal er een ontheffing moeten worden aangevraagd en mitigerende maatregelen moeten worden getroffen vanwege de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen. Tevens dienen werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te vinden, dan wel dient voorafgaand aan de werkzaamheden te worden gecontroleerd op broedgevallen. Voorts dient bij werkzaamheden de zorgplicht in acht te worden genomen.
5.9
Archeologie
5.9.1 Beleid en regelgeving Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologisch erfgoed. De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is vastgelegd in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), die is geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988. De wet regelt: Bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem; Inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening Financiering onderzoek: de veroorzaker betaalt Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. Naar verwachting treedt de Omgevingswet niet eerder dan 2022 in werking. Gemeentelijk archeologiebeleid De gemeente De Ronde Venen heeft archeologiebeleid vastgesteld in de nota 'Herziening van de archeologische beleidskaart van de gemeente De Ronde Venen 2016'. De bijbehorende archeologische beleidskaart – landbodems maakt onderscheid tussen meerdere archeologische waarden en archeologische verwachtingen. Er zijn 8 categorieën onderscheiden, elk met een ‘eigen’ beschermingsregime.
Deze categorieën vormen de basis voor de bescherming van archeologische (verwachtings) waarden in bestemmingsplannen. 5.9.2 Relatie met het plangebied In de bijgaande figuur is een uitsnede van de archeologische beleidskaart voor het plangebied weergegeven, met bijbehorende legenda. Uit de kaart blijkt dat het plangebied gelegen is in een categorie 7-gebied. Dit betreft terreinen waar de bodem in het verleden reeds verstoord is en terreinen waar in het verleden al archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. In categorie 7-gebieden geldt geen archeologische onderzoeksplicht voor bodemingrepen. Ten behoeve van de bouw van het nieuwe appartementengebouw in het plangebied is daarom geen archeologisch onderzoek nodig.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
48
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente De Ronde Venen met aanduiding plangebied
5.9.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect archeologie.
5.10
Cultuurhistorie
5.10.1 Beleid en regelgeving Goede ruimtelijke ordening betekent dat er, onder meer bij het opstellen van bestemmingsplannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Door wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Hierdoor wordt de bescherming van cultuurhistorische waarden niet meer alleen geregeld via de Monumentenwet 1988, maar ook via het proces van de ruimtelijke ordening. Cultuurhistorische waarden kunnen geborgd worden via de ruimtelijke ordening en het bestemmingsplan. Naast rijks- en gemeentelijke monumenten kunnen nu ook de waardevolle elementen, niet zijnde monumenten, beschermd worden, zoals structuren, objecten en patronen die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. 5.10.2 Relatie met het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd stads- en/of dorpsgezicht. Ook zijn in het plangebied geen monumenten of andere cultuurhistorisch waardevolle objecten of structuren aanwezig.
De oorspronkelijke verkavelingsstructuur van polder De Derde Bedijking is in het plangebied niet meer zichtbaar. Alleen de sloot aan de noordoostzijde van het plangebied vormt hiervan nog een restant. Het plangebied is gesitueerd binnen het
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
49
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
voormalige inundatiegebied van de Stelling van Amsterdam. Ook dit gebied is niet meer herkenbaar. De belangrijkste waarde van dit gebied, openheid, is door de realisatie van de wijk Twistvlied verdwenen. Het bestemmingsplan heeft derhalve geen effecten op cultuurhistorische waarden. 5.10.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect cultuurhistorie.
5.11
Bedrijven en milieuzonering
5.11.1 Beleid en regelgeving Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient bij een bestemmingsplan afstemming plaats te vinden tussen activiteiten die milieuhinder kunnen veroorzaken en hindergevoelige functies. Voor deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstandenlijst uit de VNG-brochure ‘‘Bedrijven en Milieuzonering’’ (herziene versie, 2009). Deze richtafstanden, die gelden ten aanzien van de hinderaspecten geluid-, stof- en geurhinder en gevaar, kunnen worden gezien als de afstand waarbij onaanvaardbare hinder van een milieubelastende activiteit voor gevoelige functies kan worden uitgesloten. De richtafstanden worden toegekend op basis van een milieucategorie, waarbij de afstanden uiteenlopen van 10 m voor bedrijven uit milieucategorie 1 tot 1500 m voor bedrijven uit milieucategorie 6. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. De bovengenoemde richtafstanden gaan uit van het principe van functiescheiding. Binnen gemengde gebieden – gebieden met functiemenging – is echter veelal sprake van milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Bij gebieden met een dergelijke functiemenging kan onder andere gedacht worden aan voorzieningenzones in dorpen.
Het kan gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Binnen gemengde gebieden is het daardoor niet goed mogelijk om het principe van functiescheiding toe te passen. Derhalve zijn de bovengenoemde richtafstanden in dergelijke gebieden niet altijd toepasbaar. Voor deze gebieden bevat de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ een ‘Staat van bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging’. Daarin zijn alle milieubelastende activiteiten opgenomen die in principe in een gebied met functiemenging kunnen worden toegelaten. De milieubelastende activiteiten zijn ingedeeld in categorie A, B of C. In categorie A zijn activiteiten opgenomen die zodanig weinig milieubelastend zijn voor hun omgeving, dat deze in gebieden met functiemenging aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor de scheiding tussen wonen en bedrijven zijn hiervoor voldoende. Categorie B staat voor activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, maar een zodanige milieubelasting voor hun omgeving hebben dat ze bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden (niet-aanpandig).
Categorie C bestaat uit activiteiten als onder B, maar die vanwege hun verkeersaantrekkende werking op een goede ontsluiting op de hoofdinfrastructuur zijn aangewezen.
Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Kwikstaart 46 Mijdrecht mRO b.v. / TOE / 92.03 / v4 / mei 2021
50
NL.IMRO.0736.BPP050kwikstaart46-va01 Vast te stellen
5.11.2 Relatie met het plangebied Het bestemmingsplan maakt de bouw van een appartementengebouw met maximaal 50 woningen in het plangebied mogelijk. Wonen betreft een milieugevoelige functie. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven gesitueerd. Wel bevinden zich ten zuidoosten van het plangebied een kerk (Veenhartkerk) en multicultureel centrum/moskee (Hakyol). Het betreft een klein cluster van wijkgebonden maatschappelijke voorzieningen die in een woonwijk thuishoren. Met betrekking tot dergelijke functies wordt door de gemeente De Ronde Venen dan ook bewust functiemenging nagestreefd. Om die reden wordt bij het bepalen van de milieuzonering voor het plangebied uitgegaan van functiemenging (A, B en C indeling). De activiteiten van de kerk en het multicultureel centrum/moskee worden op grond van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ gerekend tot categorie B. Deze functies leveren geen belemmeringen op voor de realisatie van het nieuwe appartementengebouw in het plangebied. Dit omdat het appartementengebouw bouwkundig afgescheiden van deze functies wordt gerealiseerd. Het betreft immers een gebouw dat vrijstaat van de kerk en het multicultureel centrum/moskee. Het nieuwe appartementengebouw levert om deze reden evenmin belemmeringen op voor de kerk en het multicultureel centrum/moskee.
5.11.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect milieuzonering.
5.12
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
5.12.1 Regelgeving De milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit mer en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden; D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.-procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.-plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.-beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.