Raadsvoorstel 34, bijlage 10 Bodemonderzoek
Tekst van het document
amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,8 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn op basis van het schema AS 3000 geaccrediteerd. Opdrachtverificatiecode: KERB-GFZM-QNYM-PDCT
Ref.: 658938_certificaat_v1
Tabel 7 van 10 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 658938 : 15951-ACHTERBOS 80 : Grondslag Kamerik
Monstercode Uw referentie
: 1478079 : RE2 ff SL01 (50-100) SL02 (40-90) SL03 (50-100) SL04 (50-100) SL05 (50-100)
Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd
: M.B. : 23-04-2017
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (Q). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm)
13590 7162 52,7 nat
g g m/m %
massa percentage massa percentage aantal zeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) 4921,4 69,7 28,2 0,57 n.v.t. 658,9 9,3 138,1 20,96 0 445,8 6,3 171,8 38,54 0 313,1 4,4 169,3 54,07 0 451,8 6,4 451,8 100,00 0 269,4 3,8 269,4 100,00 0 1,4 0,0 1,4 100,00 0 7061,8 100,0 1230,0 0 asbest totaal ondergrens bovengrens
gehalte asbest (mg/kg ds)
<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,2 0,4 1,1 0,0 0,0 0,0 1,8
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <1,8
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
gehalte asbest (mg/kg ds)
massa asbest (mg) n.v.t. 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
serpentijn asbest ondergrens bovengrens
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <1,8
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,2 0,4 1,1 0,0 0,0 0,0 1,8
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <1,8 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn op basis van het schema AS 3000 geaccrediteerd. Opdrachtverificatiecode: KERB-GFZM-QNYM-PDCT
Ref.: 658938_certificaat_v1
Tabel 8 van 10 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 658938 : 15951-ACHTERBOS 80 : Grondslag Kamerik
Monstercode Uw referentie
: 1478082 : RE1b ff SL05 (0-50) SL05 (0-50)
Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd
: G.P. : 22-04-2017
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (Q). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm)
33520 27788 82,9 nat
g g m/m %
massa percentage massa percentage aantal zeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) 10799,3 39,1 128,0 1,19 n.v.t. 1716,4 6,2 349,2 20,34 0 1559,9 5,7 428,7 27,48 0 2552,2 9,3 1278,3 50,09 0 6058,5 22,0 6058,5 100,00 0 4902,8 17,8 4902,8 100,00 0 0,0 0,0 0,0 100,00 0 27589,1 100,0 13145,5 0 asbest totaal ondergrens bovengrens
gehalte asbest (mg/kg ds)
<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,3 0,0 0,0 0,0 0,6
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,6
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
gehalte asbest (mg/kg ds)
massa asbest (mg) n.v.t. 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
serpentijn asbest ondergrens bovengrens
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,6
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,3 0,0 0,0 0,0 0,6
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,6 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn op basis van het schema AS 3000 geaccrediteerd. Opdrachtverificatiecode: KERB-GFZM-QNYM-PDCT
Ref.: 658938_certificaat_v1
Tabel 9 van 10 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 658938 : 15951-ACHTERBOS 80 : Grondslag Kamerik
Monstercode Uw referentie
: 5408823 : RE3 ff SL06 (0-50) SL07 (0-50) SL08 (0-30) SL09 (0-50) SL10 (0-60)
Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd
: B.H. : 26-04-2017
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (Q). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm)
35540 29640 83,4 nat
g g m/m %
massa percentage massa percentage aantal zeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) 17915,2 60,7 21,2 0,12 n.v.t. 2132,4 7,2 217,6 10,20 0 2489,8 8,4 525,0 21,09 0 2713,9 9,2 2713,9 100,00 0 3998,4 13,5 3998,4 100,00 0 267,2 0,9 267,2 100,00 0 15,0 0,1 15,0 100,00 0 29531,9 100,0 7758,3 0 asbest totaal ondergrens bovengrens
gehalte asbest (mg/kg ds)
<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
gehalte asbest (mg/kg ds)
massa asbest (mg) n.v.t. 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
serpentijn asbest ondergrens bovengrens
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)
(mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,4 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn op basis van het schema AS 3000 geaccrediteerd. Opdrachtverificatiecode: KERB-GFZM-QNYM-PDCT
Ref.: 658938_certificaat_v1
Tabel 10 van 10 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 658938 : 15951-ACHTERBOS 80 : Grondslag Kamerik
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:
- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5707 (2003)/NEN 5897 (2005), en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming. - Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.
Uw referentie Monstercode
: :
RE4 ff SL10 (60-110) SL09 (50-100) SL08 (30-80) SL07 (50-100) SL06 (50-100) 1478081
Opmerking bij het monster:
-
De aangeboden monsterhoeveelheid voldoet niet aan de eis conform NEN 5898.
Uw referentie Monstercode
: :
RE2 ff SL01 (50-100) SL02 (40-90) SL03 (50-100) SL04 (50-100) SL05 (50-100) 5408822
Opmerking bij het monster:
-
De aangeboden monsterhoeveelheid voldoet niet aan de eis conform NEN 5898.
Uw referentie Monstercode
: :
RE2 ff SL01 (50-100) SL02 (40-90) SL03 (50-100) SL04 (50-100) SL05 (50-100) 1478079
Opmerking bij het monster:
-
De aangeboden monsterhoeveelheid voldoet niet aan de eis conform NEN 5898.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: KERB-GFZM-QNYM-PDCT
Ref.: 658938_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 658938 : 15951-ACHTERBOS 80 : Grondslag Kamerik
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
monster
diepte
barcode
1478081
RE4 ff SL10 (60-110) SL09 (50-100) SL08 (30-80) SL07 (50-100) SL06 (50-100)
RE4 ff SL10 (60-110) SL09 (50-100) SL08 (30-80) SL07 (50-100) SL06 (50-100)
0.5-1
0259968DD
1478083
SL03 gf SL03 (0-50)
SL03
0-0.5
0070119EE
1478085
SL06 gf SL06 (0-50)
SL06
0-0.5
0070111EE
1478084
SL05 gf SL05 (0-50)
SL05
0-0.5
0259971DD
1478078
RE1a ff SL01 (0-50) SL02 (0-40) SL03 (0-50)
SL02 SL03 SL02 SL03 SL02 SL03
0-0.4 0-0.5 0-0.4 0-0.5 0-0.4 0-0.5
0256409DD 0256408DD 0256409DD 0256408DD 0256409DD 0256408DD
1478079
RE2 ff SL01 (50-100) SL02 (40-90) SL03 (50-100) SL04 (50-100) SL05 (50-100)
RE2 ff SL01 (50-100) SL02 (40-90) SL03 (50-100) SL04 (50-100) SL05 (50-100)
0.5-1
0256411DD
1478082
RE1b ff SL05 (0-50) SL05 (0-50)
SL05 SL05
0-0.5 0-0.5
0259970DD 0259969DD
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: KERB-GFZM-QNYM-PDCT
Ref.: 658938_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 658938 : 15951-ACHTERBOS 80 : Grondslag Kamerik
Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek
: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898
Analysemethoden in Puin In dit analysecertificaat zijn de met 'Q' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek
: Conform NEN 5898
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: KERB-GFZM-QNYM-PDCT
Ref.: 658938_certificaat_v1
Grondslag Kamerik T.a.v. mevrouw I. Bongers Nijverheidsweg 7 3471 GZ KAMERIK
Uw kenmerk : 15951-ACHTERBOS 80 Ons kenmerk : Project 659086 Validatieref. : 659086_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : DHCB-XDMT-WBIJ-BMOY Bijlage(n) : 2 tabel(len) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 13 april 2017 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckbachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 F +31-(0)20-597 66 89 CSOmegam@eurofins.com www.omegam.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 659086 : 15951-ACHTERBOS 80 : Grondslag Kamerik
Monsterreferenties 1478519 = 01b-1-1 01b (100-200)
Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
06/04/2017 06/04/2017 06/04/2017 1478519 Grondwater
Anorganische parameters - metalen Metalen ICP-MS (opgelost): S barium (Ba) µg/l S cadmium (Cd) µg/l S kobalt (Co) µg/l S koper (Cu) µg/l S Kwik (Hg) niet vluchtig µg/l S lood (Pb) µg/l S molybdeen (Mo) µg/l S nikkel (Ni) µg/l S zink (Zn) µg/l
93 < 0,2 2,4 <2 < 0,05 <2 <2 <3 < 10
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) µg/l
< 50
Organische parameters - aromatisch Vluchtige aromaten: S benzeen µg/l S ethylbenzeen µg/l S naftaleen µg/l S styreen µg/l S tolueen µg/l S o-xyleen µg/l S xyleen (som m+p) µg/l S som xylenen µg/l
< 0,2 < 0,2 0,02 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,2 0,2
Organische parameters - gehalogeneerd Vluchtige chlooralifaten: S dichloormethaan µg/l S 1,1-dichloorethaan µg/l S 1,2-dichloorethaan µg/l S trans-1,2-dichlooretheen µg/l S 1,1-dichlooretheen µg/l S cis-1,2-dichlooretheen µg/l S 1,1-dichloorpropaan µg/l S 1,2-dichloorpropaan µg/l S 1,3-dichloorpropaan µg/l S trichloormethaan µg/l S tetrachloormethaan µg/l S 1,1,1-trichloorethaan µg/l S 1,1,2-trichloorethaan µg/l S trichlooretheen µg/l S tetrachlooretheen µg/l S monochlooretheen (vinylchloride) µg/l S som C+T dichlooretheen µg/l S som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers: S tribroommethaan (bromoform) µg/l
< 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,2 0,1 0,4 < 0,2
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn op basis van het schema AS 3000 geaccrediteerd. Opdrachtverificatiecode: DHCB-XDMT-WBIJ-BMOY
Ref.: 659086_certificaat_v1
Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 659086 : 15951-ACHTERBOS 80 : Grondslag Kamerik
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: DHCB-XDMT-WBIJ-BMOY
Ref.: 659086_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 659086 : 15951-ACHTERBOS 80 : Grondslag Kamerik
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
monster
diepte
barcode
1478519
01b 01b
1-2 1-2
0278984YA 0200835MM
01b-1-1 01b (100-200)
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: DHCB-XDMT-WBIJ-BMOY
Ref.: 659086_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 659086 : 15951-ACHTERBOS 80 : Grondslag Kamerik
Analysemethoden in Grondwater (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) niet vluchtig Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Minerale olie (florisil clean-up) Aromaten (BTEXXN) Styreen Chlooralifaten Vinylchloride
: Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 5 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: DHCB-XDMT-WBIJ-BMOY
Ref.: 659086_certificaat_v1
BIJLAGE V
Verklarende woordenlijst Wet bodembescherming (Wbb): Deze wet is er vooral op gericht om in het belang van het milieu regels te stellen om bodemverontreiniging te voorkomen, te onderzoeken en te saneren. NEN-5725: Richtlijn voor gedegen vooronderzoek. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijke onderzoek van de bodem (= veld- en laboratoriumonderzoek). De bij het vooronderzoek verzamelde informatie dient om te komen tot een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. NEN-5740: Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De norm is van toepassing op verkennend onderzoek van zowel onverdachte als verdachte locaties. Standaard NEN analysepakket grond en grondwater Boven- en ondergrond
Grondwater
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink)
*
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK)
*
Polychloorbifenylen (PCB)
*
Minerale olie
*
*
Vluchtige aromaten (BTEXSN)
*
Vluchtige chlooralifaten (VOCl)
*
m-mv: diepte in meter minus maaiveld pH en EC: zuurgraad en Geleidingsvermogen NTU: de eenheid waarin troebelheid (van onder andere) water wordt uitgedrukt. Conform het Kwaliteitshandboek van Grondslag wordt de troebelheid in afwijking van de NEN5744:2011 direct bij terugkomst op kantoor gemeten in plaats van in het veld. In het Kwaliteitshandboek is hiervoor de motivatie opgenomen. Streefwaarde: deze waarde geeft voor grondwater aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem Achtergrondwaarde: deze waarde is voor grond vastgesteld op basis van de gehalten zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Interventiewaarde: Is de waarde die het kwaliteitsniveau aangeeft, waarop de functionele eigenschappen van de bodem, voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen tot worden verminderd. T-waarde (tussenwaarde): Is voor grondwater gelijk aan (streefwaarde+interventiewaarde)/2 en voor grond gelijk aan (achtergrondwaarde+interventiewaarde)/2. Overschrijding van de T-waarde geeft aan dat er mogelijk een aanvullend/nader onderzoek nodig is. Maximale Waarde wonen (MWw): deze waarde geeft de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden voor de functie ‘wonen’.
Maximale Waarde industrie (MWi): deze waarde geeft de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden voor de functie ‘industrie’. Gebruikte afkortingen van stoffen: Ba
Barium
Olie
Minerale olie
Cd
Cadmium
VAK
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen
Co
Kobalt
B
Benzeen
Cu
Koper
T
Tolueen
Hg
Kwik
E
Ethylbenzeen
Pb
Lood
X
Xylenen
Mo
Molybdeen
S
Styreen
Ni
Nikkel
Naft.
Naftaleen
Zn
Zink
VOCl
Vluchtige Organochloorverbindingen
PAK
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen
PCB
Polychloorbifenylen
Oer: een inspoelingslaag van sesqui-oxiden (aluminium- en ijzeroxiden) boven de hoogste grondwaterstand. De oxiden zijn afkomstig van hoger gelegen bodemhorizonten. Oer is vaak harder dan het bodemmateriaal zelf. Gley: (oranje-bruine) ijzer-/roestvlekken die worden gevormd als gevolg van een fluctuerende grondwaterstand. Gley komt, in tegenstelling tot oer, niet voor in hardere brokjes maar uit zich voornamelijk in kleurverschil.
1
Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit: Per deelpartij wordt per parameter het gemiddelde van de gemeten gehalten getoetst aan de normen zoals genoemd in bijlage B van de Regeling Bodemkwaliteit. In het generieke kader wordt onderscheid gemaakt in drie kwaliteitsklassen voor hergebruik: -
kwaliteitsklasse ‘Altijd toepasbaar’ kwaliteitsklasse ‘Wonen’ kwaliteitsklasse ‘Industrie’
Er wordt voldaan aan de eisen voor ‘Altijd toepasbaar’ indien de gemiddelde gehalten de Achtergrondwaarden niet overschrijden. Afhankelijk van het aantal geanalyseerde stoffen mag voor een aantal parameters de Achtergrondwaarde wel worden overschreden met maximaal een factor twee, mits de Maximale Waarde (MW) Wonen niet wordt overschreden (uitgezonderd nikkel). Bij analyse op het standaardpakket is deze overschrijding toegestaan voor maximaal twee parameters. Er wordt voldaan aan de kwaliteitsklasse Wonen indien de gemiddelde gehalten de MW-Wonen niet overschrijden. Er wordt voldaan aan de kwaliteitsklasse Industrie indien de gemiddelde gehalten de MW-Industrie niet overschrijden. Bij overschrijding van de MW-Industrie is hergebruik niet mogelijk in het generieke kader 1). Om de partij grond te mogen toepassen moet de partij worden getoetst aan: 1. 2.
de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem, en de functieklasse van de ontvangende bodem.
Bij deze dubbele toets geldt dat de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij grond moet voldoen aan de strengste eis. Wanneer de ontvangende bodem niet in een bodemfunctieklassenkaart is opgenomen, of wanneer de kwaliteit van de ontvangende bodem voldoet aan de Achtergrondwaarden, dan gelden de Achtergrondwaarden als toepassingseis. Grond die voldoet aan de MW-Industrie en de emissietoetswaarden mag worden verwerkt in een grootschalige toepassing. Indien de emissietoetswaarde wordt overschreden is aanvullend uitloogonderzoek nodig. 1) In sommige gevallen is hergebruik wel mogelijk als er gebiedsspecifiek beleid is opgesteld. De grond kan dan
alleen binnen het eigen gebied, waarvoor het beleid is opgesteld, onder voorwaarden worden hergebruikt. Conserveringstermijnen: In enkele gevallen kan analyse van een monster niet plaats vinden binnen een vastgestelde conserveringstermijn. Voorbeelden zijn het uitsplitsen van mengmonsters en het gefaseerd analyseren van monsters bij nader onderzoek. Overschrijding van de conserveringstermijn leidt tot een opmerking in de bijlagen bij een analysecertificaat. De maximale conserveringstermijn is stofafhankelijk. Voor enkele vluchtige verbinden (aromaten, naftaleen) geldt een termijn van 4 dagen. Voor droge stof en minerale olie bedraagt de termijn 7 dagen. Overige stoffen hebben een langere conserveringstermijn (PAK 14 dagen, organische stof 28 dagen, zware metalen 6 maanden). Conserveringstermijnen zijn opgesteld in SIKB-protocol 3001 (versie 3, september 2009). De conserveringstermijn is vastgesteld op de periode waarbinnen de standaardafwijking van het meetresultaat niet meer dan 2,5 of 5 % bedraagt (afhankelijk van het monstertype). Analyse op droge stof vindt bij elke grondanalyse plaats. Overschrijding van een conserveringstermijn vindt derhalve veelal plaats op basis van deze parameter (termijn 7 dagen).
Omegam Laboratoria heeft eigen onderzoek verricht naar de conserveringstermijn van droge stof (rapportage juni 2007, verricht conform NEN-ISO 11465 en gevalideerd op basis van SIKB project 55). Uit het rapport blijkt dat de gehaltes droge stof bij een conserveringstermijn van tenminste 42 dagen niet afnemen. Overschrijding van een conserveringstermijn bedraagt over het algemeen niet meer dan enkele dagen. In die tijd worden de monsters altijd koel en donker bewaard. Gezien de geringe standaardafwijking van 2,5 of 5 % waarop een conserveringstermijn is gedefinieerd, wordt gesteld dat een meetresultaat bij een geringe overschrijding van de conserveringstermijn, ook slechts in geringe mate kan afwijken van het daadwerkelijke gehalte op het moment van monstername.
2
BIJLAGE VI
Grondslag BV
Project 15951
PROJECT 15951 VERKENNEND EN AANVULLEND BODEMONDERZOEK ACHTERBOS 80 TE VINKEVEEN
opdrachtgever: & Vastgoed BV Burgemeester van Baaklaan 13 3648 XS Wilnis
contactpersoon: De heer C. Duchhart Tel.: 06 46133431
projectleider: De heer R. Okkerse
rapporteur: Mevrouw Y. Haarhuis
datum: 3 maart 2010
Galileistraat 69 1704 SE HEERHUGOWAARD Tel.: 072-5729457 Fax: 072-5721744
Oevers 16 8331 VC STEENWIJK Tel.: 0521-521924 Fax: 0521-521928
Grondslag BV Nijverheidsweg 7 3471 GZ KAMERIK Tel.: 0348-402103 Fax: 0348-402703
Grondslag BV
Project 15951
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Toekomstige situatie 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie 2.6 Hypothese en onderzoeksopzet
1 1 1 1 2 3 4
3
VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater
4 4 5 5 5
4
CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Toetsingskader 4.2 Analyses grond 4.3 Analyses grondwater 4.4 Analyses verhardingslaag
6 6 7 9 9
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 5.1 Conclusies 5.2 Aanbevelingen
10 10 10
BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V BIJLAGE VI
: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Verklarende woordenlijst : Omgevingsrapportage
Grondslag BV
1
1
Project 15951
INLEIDING EN DOEL Door & Vastgoed BV is aan Grondslag BV opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend en aanvullend bodemonderzoek op het perceel Achterbos 80 te Vinkeveen. De aanleiding voor het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen aankoop van de locatie en mogelijke aanvraag van een bouwvergunning in de toekomst. Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en daarmee het bepalen of er mogelijk belemmeringen zijn voor de transactie en/of afgifte van de bouwvergunning.
2
TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform de NEN 5725 verricht, waarbij het basisniveau is gehanteerd. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.
2.1
Afbakening onderzoekslocatie Het perceel Achterbos 80 is kadastraal bekend als gemeente Vinkeveen, sectie F, nummer 1158. De x- en y-coördinaten van het perceel zijn 123,096 en 471,169. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 1.320 m². De onderzoekslocatie bestaat uit het gehele perceel Achterbos 80 dat wordt aangekocht. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.
2.2
Huidige situatie Op het perceel is een woonhuis met schuur aanwezig. Ter plaatse van de terreindelen rondom de bebouwingen is een verhardingslaag aanwezig. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.
2.3
Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - opdrachtgever - Milieudienst Noord-West Utrecht, (uitdraai omgevingsrapportage, weergegeven in bijlage VI) - oud kaartmateriaal (www.historiekaart.nl, www.watwaswaar.nl ) - www.bodemloket.nl Op basis van oud kaartmateriaal is af te leiden dat de locatie rond 1882 reeds bebouwd was. Volgens informatie van de opdrachtgever zijn ter plaatse van of nabij de onderzoekslocatie geen vloeibare brandstoffen toegepast of opgeslagen. Er zijn geen motorvoertuigen onderhouden en/of gerepareerd. Bekend is dat ter plaatse van het buitenterrein in het verleden boten zijn gestald. Op het perceel is aan de straatzijde van de Achterbos in het verleden een sloot gedempt. De herkomst van het dempingsmateriaal is niet bekend. De slootdemping is weergegeven op de boorpuntenkaart in bijlage I.
Grondslag BV
2
Project 15951
Op of nabij de locatie zijn, voor zover bekend bij de Milieudienst, geen ondergrondse brandstoftanks aanwezig (geweest). Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde puin, funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig. Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan. De gemeente Ronde Venen beschikt over een bodemkwaliteitskaart. Uit deze kaart is op te maken dat het perceel is gelegen in bodemkwaliteitszone B1-B (Lintbebouwing voor 1900 op toemaakdek). Op basis van deze gegevens kunnen sterke verhogingen aan metalen en matige verhogingen aan PAK worden verwacht in grond. Percelen in het toemaakdekgebied zijn in het verleden opgehoogd met materiaal afkomstig uit de grote steden. Van dit materiaal, afval en straatvuil, is bekend dat het vaak verhoogde gehalten (licht tot en met sterk) aan zware metalen en/of PAK bevat. Bij www.bodemloket.nl is geen informatie aangaande de onderzoekslocatie bekend. 2.4
Toekomstige situatie De bestemming blijft ‘wonen’.
Grondslag BV
2.5
3
Project 15951
Bodemopbouw en geohydrologie De gegevens met betrekking tot de bodemopbouw en geohydrologie (tabel 2.1) zijn afkomstig van de digitale Grondwaterkaart van Nederland (kaartdeel Provincie Utrecht, TNO-NITG, 2003). Tabel 2.1: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv)
samenstelling
Formatie
Geohydrologische eenheid
0-8
schelp- en kalkhoudende kleien, zeer fijne tot matig grove zanden, veen
Naaldwijk, Nieuwkoop
deklaag
8-50
Zand, zeer fijn tot zeer grof, zwak tot sterk siltig, lokaal zwak tot sterk grindhoudend.
Boxtel, Kreftenheye, Urk, Sterksel
1 watervoerend pakket
50-60
Fijne zanden en kleipakketten
Waalre
1 scheidende laag
60-81
Matig fijn tot uiterst grof zand, zwak tot sterk grindhoudend.
Peize / Waalre
2 watervoerend pakket
81-98
Fijne zanden en kleipakketten
Waalre
2 scheidende laag
98-152
Matig fijn tot uiterst grof zand, zwak tot sterk grindhoudend.
Peize / Waalre
3 watervoerend pakket
>152
Matig fijn tot matig grof schelphoudend zand, afgewisseld met zandige klei.
Maassluis
Geohydrologische basis
e
e
e
e
e
Grondwater De hoogte van het maaiveld in de omgeving van Vinkeveen bedraagt circa 1,5 m-NAP. De stijghoogte van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 4-6 m-NAP. Uit de isohypsenkaart wordt afgeleid dat de regionale grondwaterstroming van het eerste watervoerend pakket (noord)westelijk is gericht (richting polder Groot Mijdrecht). De kD waarde van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 1000 m2/dag. Het freatisch grondwater is tijdens het onderhavig onderzoek vastgesteld op een diepte van globaal 0,5 m-mv. Er kan geen eenduidige grondwaterstromingsrichting voor het freatisch grondwater worden vastgesteld. Deze wordt beïnvloed door lokaal aanwezig oppervlaktewater. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterwingebied.
Grondslag BV
2.6
4
Project 15951
Hypothese en onderzoeksopzet Gezien de ligging van de locatie in het toemaakdekgebied kunnen matige tot sterke verhogingen aan zware metalen en PAK worden verwacht in de grond. Ter plaatse van de slootdemping kunnen verhogingen aan metalen, PAK, en/of minerale olie niet worden uitgesloten. Voor het voorkomen van andere verontreinigingen wordt de onderzoekslocatie aangemerkt als onverdacht. Ter plaatse van de slootdemping is de onderzoeksopzet gebaseerd op de "Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern respectievelijk (VEP)” van de NEN 5740. Ter plaatse van het overige terreindeel is de onderzoeksopzet gebaseerd op de "Onderzoeksstrategie voor een heterogeen verdachte locatie (VED-HE)" van de NEN 5740. Voor de onverdachte ondergrond is de onderzoeksopzet gebaseerd op de "Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)" van de NEN 5740. Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse. Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een bouwvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn.
3
VELDWERK
3.1
Uitvoering Het verrichten van de boringen en het plaatsen van de peilbuis ten bate van het verkennend onderzoek heeft plaatsgevonden op 26 januari en 2 februari 2010 door de boormeesters de heer C. Hilgeman en de heer R. Sluis. Het grondwater is op 2 februari bemonsterd door de heer R. Sluis. Het verrichten van de boringen ten bate van het aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden op 12 februari 2010 door boormeester de heer R. Sluis. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.1.7 van de BRL SIKB 2000. Tijdens het verkennend onderzoek zijn in totaal ter plaatse van de onderzoekslocatie elf boringen verricht (nrs. 01 t/m 11). De boringen 01 t/m 07, 10 en 11 zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht. De boringen 08 en 09 zijn verricht in het slootdempingstracé. Boring 01 is voorzien van een peilbuis in verband met de centrale ligging op het perceel. In afwijking op de NEN 5740 (VEP) is geen peilbuis in de slootdemping geplaatst omdat hiervoor zintuiglijk geen aanleiding was. Tijdens het aanvullend onderzoek zijn in totaal vier boringen verricht (nrs 100 t/m 103).
De aanleiding voor het aanvullend onderzoek is het aantreffen van een sliblaag en de handmatige ondoordringbare bodemlaag op een diepte van 1,3 m-mv in boring 05. De ligging van de boringen en de peilbuis is weergegeven in bijlage I.
Grondslag BV
5
Project 15951
Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 1,0 m-mv (meter minus maaiveld). De boringen 01, 08, 09, 10 101 en 102 zijn doorgezet tot een diepte van minimaal 2,0 m-mv. 3.2
Resultaten
3.2.1 Grond Bodemopbouw Ter plaatse van het buitenterrein wordt vanaf het maaiveld tot circa 0,5 m-mv een verhardingslaag aangetroffen. Onder de verhardingslaag bestaat de bodem tot maximaal 1,0 m-mv uit zand en/of veen. Vanaf 1,0 tot de maximale boordiepte van 3,0 m-mv bestaat de bodem uit veen. Het bodemprofiel ter plaatse van de boringen 08 en 09 (slootdemping langs de straatzijde van de Achterbos) wijkt hiervan af, onder de verhardingslaag wordt tot maximaal 1,8 m-mv zand en plaatselijk veen aangetroffen. Vanaf 1,8 m-mv wordt veen aangetroffen. Eveneens wijken de boorprofielen van een aangetroffen slootdempingen ter plaatse van de boringen 02 en 102 af van het overige terreindeel. Ter plaatse van boring 05 wordt onder de verhardingslaag tot 1,3 m-mv een sliblaag aangetroffen, ter plaatse van boring 102 wordt op een diepte van 1,0 tot 1,9 m-mv een laag grind met puin aangetroffen. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen De verhardinglaag, aanwezig vanaf het maaiveld tot circa 0,5 m-mv, bestaat uit grind, baksteen, kolen, puin, sintels, glas en/of slakken. In de grond onder de verhardinglaag worden tot maximaal 1,5 m-mv bijmengingen aan baksteen, puin en/of glas aangetroffen. Dit kan duiden op een verontreiniging met zware metalen en/of PAK.
Ter plaatse van boring 102 wordt op een diepte van 1,0 tot 1,9 een verhardingslaag aangetroffen, bestaande uit grind en puin Ter plaatse van boring 100 is in de verhardingslaag een asbestpijp aangetroffen. Vermoedelijk betreft dit een oude afvoerpijp die tijdens de booractiviteiten is stuk geboord. In of op de bodem is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. 3.2.2 Grondwater In onderstaande tabel zijn de gegevens vermeld, die zijn verzameld tijdens de monstername van het grondwater. Tabel 3.1: Veldwerkgegevens grondwater peilbuis
Filterstelling grondwaterstand (m-mv) (m-mv)
pH
EC (mS/cm)
Waarnemingen
1
1,0-2,0
6,97
0,92
licht geel/troebel
0,33
Grondslag BV
4
6
Project 15951
CHEMISCHE ANALYSES Voor dit onderzoek zijn zowel monsters van de grond, verhardingslaag als het grondwater voor analyse geselecteerd. De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvAgeaccrediteerd laboratorium.
4.1
Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering 2009’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. De normwaarden bestaan uit een landelijke (generieke) achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en uit een interventiewaarde (zowel grond als grondwater). Het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde is de T-waarde. De normwaarden zijn weergegeven in bijlage III. Voor grond wordt getoetst aan de landelijke (generieke) achtergrondwaarden, voor grondwater aan de streefwaarden voor ondiep grondwater (< 10 m-mv). Overschrijdingen van de normen kunnen worden geïnterpreteerd als een: lichte verhoging : matige verhoging: sterke verhoging :
gehalte > achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) gehalte > T-waarde gehalte > interventiewaarde
De normen geldend voor grond voor barium zijn per 1 april 2009 tijdelijk buiten werking gesteld. Alleen als verhoogde bariumgehalten het gevolg zijn van een antropogene bron (menselijk handelen), kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen aan de voormalige normen. Het gehalte barium moet wel gemeten blijven worden. De normwaarden voor organische verbindingen in grond zijn afhankelijk van het percentage organische stof. De normwaarden voor een aantal niet-organische verbindingen in grond zijn afhankelijk van de percentages organische stof en lutum. De streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vaste waarden. Een verhoging ten opzichte van de T- of interventiewaarde vormt aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek. Conform de Wet Bodembescherming (Wbb) is de ernst van de verontreiniging gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ te spreken, dient voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater de interventiewaarde te worden overschreden. De termijn waarop een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ dient te worden gesaneerd, wordt bepaald door de spoedeisendheid. Hierbij zijn de actuele risico’s voor de mens, het ecosysteem en voor verspreiding bepalend.
Indien de verontreiniging geheel of grotendeels na 1 januari 1987 is ontstaan, is sprake van een ´nieuw geval van bodemverontreiniging´. In 1987 is de zorgplicht in de Wet bodembescherming opgenomen, die inhoudt dat een nieuw geval van bodemverontreiniging, ongeacht de ernst van de verontreiniging, in beginsel terstond dient te worden verwijderd. In enkele gevallen kan analyse van een monster niet plaats vinden binnen een vastgestelde conserveringstermijn. Voorbeelden zijn het uitsplitsen van mengmonsters en het gefaseerd analyseren van monsters bij nader onderzoek. Overschrijding van de conserveringstermijn leidt tot een opmerking in de bijlagen bij een analysecertificaat. De maximale conserveringstermijn is stofafhankelijk. Voor enkele vluchtige verbinden (aromaten, naftaleen) geldt een termijn van 4 dagen. Voor droge stof en minerale olie bedraagt de
Grondslag BV
7
Project 15951
termijn 7 dagen. Overige stoffen hebben een langere conserveringstermijn (PAK 14 dagen, organische stof 28 dagen, zware metalen 6 maanden). Conserveringstermijnen zijn opgesteld in SIKB-protocol 3001 (versie 3, september 2009). De conserveringstermijn is vastgesteld op de periode waarbinnen de standaardafwijking van het meetresultaat niet meer dan 2,5 of 5 % bedraagt (afhankelijk van het monstertype). Analyse op droge stof vindt bij elke grondanalyse plaats. Overschrijding van een conserveringstermijn vindt derhalve veelal plaats op basis van deze parameter (termijn 7 dagen). Omegam Laboratoria heeft eigen onderzoek verricht naar de conserveringstermijn van droge stof (rapportage juni 2007, verricht conform NEN-ISO 11465 en gevalideerd op basis van SIKB project 55). Uit het rapport blijkt dat de gehaltes droge stof bij een conserveringstermijn van tenminste 42 dagen niet afnemen. Overschrijding van een conserveringstermijn bedraagt over het algemeen niet meer dan enkele dagen. In die tijd worden de monsters altijd koel en donker bewaard. Gezien de geringe standaardafwijking van 2,5 of 5 % waarop een conserveringstermijn is gedefinieerd, wordt gesteld dat een meetresultaat bij een geringe overschrijding van de conserveringstermijn, ook slechts in geringe mate kan afwijken van het daadwerkelijke gehalte op het moment van monstername. 4.2
Analyses grond Zes grond(meng)monsters zijn voor analyse geselecteerd. De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage IV. Tabel 4.1: Analyseresultaten grond (mg/kg d.s.) Monster
BT
Waarnemingen
Ba
Cd
Co
Cu
Hg
Pb
Mo
Ni
Zn
Olie
PAK
PCB’s
01(0,40-1,00) 03(0,70-1,00) 04(0,70-1,00)
1
baksteen+ baksteen+ baksteen+
1300**
1,5
13
170**
1,0
240*
5,5
43**
1100**
440#
26
-
07(0,60-0,90) 08(0,80-1,20) 11(0,70-1,20)
2
baksteen+ baksteen+ baksteen+
320**
0,86
8,1
110*
0,78
660**
1,5
20
430**
-
13
-
02(0,20-0,80) 06(0,40-1,00) 07(0,30-0,60)
3
puin+ baksteen+, glas+ baksteen+
420**
2,2
7,3
340**
0,54
680**
2,2
24*
810**
-
3,5
-
4
-
430**
2,0
8,4
280**
0,73
1100**
2,9
26
860**
-
6,5
-
220*
0,64
7,2
340**
0,13
98
-
70**
390**
280#
110**
-
360**
2,6
5,9
140**
0,52
470**
2,7
28*
750**
4000* #
2,1
-
Bovengrond
Ondergrond 01(1,00-1,50) 02(0,80-1,00) 04(1,00-1,30) 06(1,00-1,50) 10(1,00-1,60)
Slootdemping langs straatzijde Achterbos 08(0,50-0,80) 09(0,50-1,00)
5
puin+ baksteen+
Slootdemping ter plaatse van boring 05 05(0,70-1,10) BT
6
sliblaag
: bodemtype zoals vermeld op de toetsingstabellen in bijlage III
waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) blanco : geen analyse uitgevoerd : het gehalte is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of detectielimiet) getal : het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde getal* : het gehalte overschrijdt de T-waarde getal** : het gehalte overschrijdt de interventiewaarde getal# : het gehalte wordt veroorzaakt door humuszuren (natuurlijke herkomst) en/of PAK
Grondslag BV
8
Project 15951
Bovengrond De geselecteerde mengmonsters van de bovengrond zijn geanalyseerd op het voorgeschreven NEN-analysepakket. Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. In het venige mengmonster van de boringen 01/02/04 zijn de gehalten barium, koper, nikkel en zink sterk verhoogd. Het gehalte lood is matig verhoogd en de gehalten cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, minerale olie en PAK zijn licht verhoogd. Uit het oliechromatogram kan worden afgeleid dat de verhoging aan olie veroorzaakt wordt door humuszuren (natuurlijke herkomst) en PAK. In het venige mengmonster van de boringen 07/08/11, waarin bodemvreemde bijmengingen zijn aangetroffen, zijn de gehalten barium, lood en zink sterk verhoogd. Het gehalte koper is matig en de gehalten cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, nikkel en PAK zijn licht verhoogd. In het zandige mengmonster van de boringen 02/06/07, waarin bodemvreemde bijmengingen zijn aangetroffen, zijn de gehalten barium, koper, lood en zink sterk verhoogd. Het gehalte nikkel is matig en de gehalten cadmium, kobalt, kwik, molybdeen en PAK zijn licht verhoogd. Ondergrond Het geselecteerde mengmonster van de ondergrond van de boringen 01/02/04/06/10 is eveneens geanalyseerd op een NEN-pakket. In dit zintuiglijke schone venige mengmonster zijn de gehalten barium, koper, lood en zink sterk verhoogd.
De gehalten cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, nikkel en PAK zijn licht verhoogd. Slootdemping langs straatzijde Achterbos Van de meest verdachte bodemlagen van de slootdemping is een mengmonster samengesteld en geanalyseerd op een NEN-pakket. In het zandige mengmonster van de boringen 08/09, waarin bodemvreemde bijmengingen zijn aangetroffen, zijn de gehalten koper, nikkel, zink en PAK sterk verhoogd. Het gehalte barium is matig en de gehalten cadmium, kobalt, kwik, lood en minerale olie zijn licht verhoogd. Uit het oliechromatogram kan worden afgeleid dat de verhoging aan olie veroorzaakt wordt door PAK. Slootdemping ter plaatse van boring 05 Het monster van de sliblaag van de slootdemping ter plaatse van boring 05 is geanalyseerd op een NEN-pakket. In dit monster zijn de gehalten barium, koper, lood en zink sterk verhoogd. Het gehalte nikkel is matig en de gehalten cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, minerale olie en PAK zijn licht verhoogd. Uit het oliechromatogram kan worden afgeleid dat de verhoging aan olie veroorzaakt wordt door humuszuren (natuurlijke herkomst).
Grondslag BV
4.3
9
Project 15951
Analyses grondwater De analyseresultaten van grondwater zijn weergegeven in tabel 4.2. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage IV. Tabel 4.2: Analyseresultaten grondwater (μg/l) Peilbuis
filterstelling (m-mv)
Ba
Cd
Co
Cu
Hg
Pb
Mo
Ni
Zn
pb 1
1,0-2,0
130
-
-
-
-
-
-
-
-
blanco getal getal* getal**
VAK B
T
E
X
S
N
-
-
-
-
-
-
Olie
VOCl
-
-
: geen analyse uitgevoerd : de concentratie is kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde (of detectielimiet) : de concentratie overschrijdt de streefwaarde : de concentratie overschrijdt de T-waarde : de concentratie overschrijdt de interventiewaarde
Het grondwatermonster afkomstig uit peilbuis 1 is geanalyseerd op het voorgeschreven NEN-analysepakket. Op deze wijze wordt een breed beeld verkregen van de grondwaterkwaliteit. In het grondwater afkomstig uit deze peilbuis is de concentratie barium licht verhoogd. 4.4
Analyses verhardingslaag Om inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van de verhardingslaag, met betrekking tot de hergebruiksmogelijkheden van deze verhardingslaag, heeft een indicatief onderzoek plaatsgevonden. Er is een mengmonster samengesteld van de verhardingslaag van de boringen 01, 03 t/m 11. Deze is geanalyseerd op de samenstellingsparameters van het NEN5740 pakket. Daarnaast is de uitloging bepaald middels de cascadeproef, op 15 metalen en 4 anionen. De resultaten zijn indicatief getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit. De toetsingstabellen en de analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage III en IV. De partij is indicatief beoordeeld als een IBC bouwstof.
Grondslag BV
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
Conclusies
10
Project 15951
De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie Achterbos 80 te Vinkeveen is vastgelegd. De gestelde hypothese, dat matige tot sterke verhogingen aan zware metalen en/of PAK kunnen worden verwacht in verband met de aanwezigheid van toemaakdek is bevestigd. Er zijn matige tot sterke verhogingen aan metalen en PAK aangetoond. Deze kunnen worden toegeschreven aan de aanwezigheid van toemaakdek. In grondwater is een lichte verhoging aan barium aangetoond. De gestelde hypothese dat ter plaatse van de slootdemping verhogingen aan metalen, PAK en/of minerale olie niet kunnen worden uitgesloten is bevestigd. In het dempingsmateriaal van de voormalige sloot langs de straatzijde van Achterbos zijn lichte tot en met sterke verhogingen aan metalen en PAK aangetoond. Eveneens is tijdens veldwerk een slootdemping aangetroffen ter plaatse van boring 05 waarin lichte tot en met sterke verhogingen aan metalen en PAK zijn aangetroffen in de sliblaag die direct onder de verhardingslaag is aangetroffen. Middels de aanvullende boringen is de contour van deze slootdemping in kaart gebracht. De contour van deze slootdemping is weergegeven op de boorpuntenkaart in bijlage I. Voor het vaststellen van de hergebruik van de verhardingslaag is een indicatief onderzoek uitgevoerd conform Besluit Bodemkwaliteit.
Uit het onderzoek blijkt dat partij indicatief is beoordeeld als een IBC bouwstof. Uit het verkennend en aanvullend onderzoek kan de conclusie worden getrokken dat op het perceel sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Er is meer dan 25 m3 sterk met metalen verontreinigde grond aanwezig. De ernstige verontreiniging met metalen betreft de venige en zandige bodem tot minimaal 1,6 m-mv. Nader onderzoek naar de exacte omvang en het verontreinigingsbeeld is gezien het doel van het onderzoek niet zinvol. De resultaten zijn vergelijkbaar met hetgeen verwacht kan worden op basis van de bodemkwaliteitskaart. 5.2
Aanbevelingen De huidige bodemkwaliteit vormt een belemmering voor de eventuele bouwwerkzaamheden in de toekomst. Op basis van de Woningwet is in dit geval een bodemsanering noodzakelijk voorafgaand aan nieuwbouw. Aanbevolen wordt om via de richtlijnen van het ‘Besluit Uniforme Saneringen’ (BUS) te saneren. In dit geval kan de sanering volstaan met aan het aanbrengen van een isolatielaag, bijvoorbeeld in de vorm van een gesloten betonvloer, leeflaag en/of klinker/tegelverharding. Middels een zogenaamde BUS-melding kan goedkeuring voor de beoogde werkzaamheden worden verkregen. Het BUS is een landelijke uniforme regeling voor eenvoudige, gelijksoortige saneringen die in korte tijd afgerond kunnen worden. Op deze manier zijn er minder onderzoekskosten en er hoeft geen saneringsplan te worden geschreven.
Grondslag BV
11
Project 15951
Grond Aanbevolen wordt om de grond die tijdens de bouw vrijkomt te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen. Indien dit niet mogelijk is kan de grond op basis van dit rapport worden afgevoerd naar een grondbank of -depot. Verhardingslaag Om meer inzicht te verkrijgen in de herkomst van de aangetroffen asbestpijp in boring 100 wordt aanbevolen een aantal sleuven te graven nabij boring 100 en het opgegraven materiaal te inspecteren op asbestverdacht materiaal. Middels dit onderzoek wordt zekerheid verkregen of de aangetroffen asbestpijp een oude afvoerpijp betreft die tijdens de booractiviteiten is stuk geboord. Voor een definitief oordeel van de kwaliteit van de verhardingslaag is een partijkeuring nodig conform het BBK. Op basis van dit indicatieve onderzoek kan de partij worden toegepast IBC-bouwstof. IBC-bouwstoffen zijn niet vormgegeven bouwstoffen die alleen mogen worden toegepast met isolatie-, beheer-, en controlemogelijkheden.
Grondslag BV
BIJLAGE I:
KAARTMATERIAAL
__________________________________________________________________________
Omgevingskaart
Klantreferentie: 15951
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht.
625 m
Schaal 1: 12500
Hier bevindt zich Kadastraal object VINKEVEEN F 1158 Achterbos 80, 3645 CG VINKEVEEN © De auteursrechten en databankenrechten zijn voorbehouden aan de Topografische Dienst Kadaster.
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: 15951
2764 2
1548
1159
tsh
ols edi
jk
1549
Bo
2765
1158
1507 1508 80
1550 78 76
4 68
6
1284
1285
129
103
1
1286 0m
12345 25
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer Huisnummer Kadastrale grens Voorlopige grens Bebouwing Overige topografie
Voor een eensluidend uittreksel, UTRECHT, 20 januari 2010 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
5m
25 m
Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
VINKEVEEN F 1158
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Grondslag BV
BIJLAGE II:
BOORBESCHRIJVINGEN
__________________________________________________________________________
Boring:
01
Boring: 0
0
Matig zandig, zwak humeus, sterk baksteenhoudend, zwak puinhoudend, uiterst grindhoudend, bruingrijs, VERHARDINGSLAAG
1
02 0
0
Matig zandig, uiterst grindhoudend, bruin, GRINDLAAG
1 -20
Zand, matig fijn, matig humeus, sterk grindhoudend, zwak puinhoudend, bruin
-40
Veen, matig zandig, zwak baksteenhoudend, donkerbruin
50
50
2
2 -80
Veen, zwak zandig, matig grindhoudend, donkerbruin
3 -100
100
Veen, bruinrood
-100
100
3
150
4
-200
200
Boring:
03
Boring: 0
0
Matig zandig, uiterst grindhoudend, sporen baksteen, sporen slakken, sporen kolen, bruin, grindlaag
Matig zandig, uiterst grindhoudend, matig baksteenhoudend, sporen glas, sporen sintels, lichtbruin, grindlaag 1
-50
2 -70
Matig zandig, uiterst baksteenhoudend, matig grindhoudend, baksteenlaag
50 2 -70
Veen, zwak zandig, zwak kleiïg, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, bruin
3 -100
100
0
0
1
50
04
Veen, zwak zandig, zwak kleiïg, bruin
Veen, zwak zandig, zwak kleiïg, sporen baksteen, sporen grind, bruin
3 -100
100
Veen, zwak zandig, zwak kleiïg, bruin 4
4
-130
Veen, bruinrood 5 150
150 5
-150
-160
Veen, bruinrood -180
Projectnaam: ACHTERBOS 80
Project: 15951 getekend volgens NEN 5104
Boring:
05
Boring: 0
0
Matig zandig, uiterst grindhoudend, matig baksteenhoudend, bruinrood, grindlaag
06 0
0
Matig zandig, uiterst grindhoudend, matig baksteenhoudend, bruinrood, grindlaag 1
1 -40
50
Zand, matig humeus, zwak kleiïg, matig grindhoudend, zwak baksteenhoudend, sporen glas
50 2 -70
2
Slib, matig vast, matig zandig, zwart
3
100
-100
100
Veen, bruinrood
3
-130 -131
Gestuit -150
150
Boring:
07
Boring: 0
0
Matig zandig, uiterst grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, bruin, grindlaag
1
08 0
0
Matig zandig, uiterst grindhoudend, sporen baksteen, bruin
1 -20
Volledig sintels, grijs, sintellaag
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak kleiïg, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, bruin
2 50
2 -50
50
Zand, matig kleiïg, zwak siltig, sporen puin, grijs
-60
Veen, zwak zandig, zwak kleiïg, sporen baksteen, bruin
3
3
-80
Veen, matig kleiïg, zwak siltig, sporen baksteen, sporen grind, bruin
-90
Veen, matig zandig, zwak kleiïg, sporen baksteen, sporen grind, bruin
100
100
4
4
-120
Zand, matig grindhoudend, niets opgeboord
150
-150
150
-180
Veen, bruinrood 200 5
250
Projectnaam: ACHTERBOS 80
-250
Project: 15951 getekend volgens NEN 5104
Boring:
09
Boring: 0
0
Matig zandig, uiterst grindhoudend, matig baksteenhoudend, bruinrood, grindlaag
10 0
0
Matig zandig, uiterst grindhoudend, zwak baksteenhoudend, bruin
1 1
-50
50
Zand, matig humeus, sterk grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwartbruin
50 -60
Veen, matig zandig, zwak grindhoudend, bruin
2 2
-100
100
Zand, matig fijn, matig humeus, zwak grindhoudend, lichtbruin
-100
100
Veen, matig zandig, zwak grindhoudend, bruin
3 3
150
150
-170
Veen, zwak zandig, bruin
-180
Veen, resten riet, bruinrood 200
4 -200
200 4
-250
250
Boring:
11
Boring: 0
0
Matig zandig, uiterst grindhoudend, zwak baksteenhoudend, bruingrijs
100 0
0
1
Matig zandig, uiterst grindhoudend, matig baksteenhoudend, zwak koolhoudend, donkerbruin, asbestpijp 1
50
-50
50
Veen, matig zandig, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, bruin
2 -70
Veen, matig zandig, zwak kleiïg, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, bruin
2
3 100
-100
100
4
Veen, zwak zandig, sporen baksteen, bruin 3
-130
Veen, zwak zandig, bruinrood 150
150
4
-180
200
Projectnaam: ACHTERBOS 80
-200
Project: 15951 getekend volgens NEN 5104
Boring:
101
Boring: 0
0
Matig zandig, uiterst grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, zwak koolhoudend
102 0
0
1
Zwak zandig, uiterst grindhoudend, matig baksteenhoudend, zwak koolhoudend, zwak puinhoudend 1
-40
-40
Veen, zwak zandig, matig grindhoudend, zwak baksteenhoudend, bruin
50
Zand, matig fijn, sterk grindhoudend, sporen gley, matig puinhoudend, donkerbruin
50
2
2
-100
100
Veen, bruinrood
-100
100
Uiterst grindhoudend, matig gleyhoudend, matig puinhoudend, zwak houthoudend, donkerbruin 3
3
150
150 -160
Veen, matig zandig, grijsbruin 4 4 -190 -200
200
Veen, bruinrood
Veen, sterk zandig, sporen grind, sporen puin, bruin
200 5
5
-230
Veen, bruinrood 250
250 6
-280
-300
300
Boring:
103 0
0
Zwak zandig, uiterst grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, zwak koolhoudend 1
-40
Veen, zwak zandig, zwak wortelhoudend, zwak grindhoudend, donkerbruin
50
2
-100
100
Veen, zwak zandig, sporen grind, bruin 3
150
4
200
-200
Projectnaam: ACHTERBOS 80
Project: 15951 getekend volgens NEN 5104
Grondslag BV
BIJLAGE III:
TOETSINGSTABELLEN
__________________________________________________________________________
Toetsingswaarde grond(mg/kg ds) 15951-ACHTERBOS 80 Parameter barium (Ba) cadmium (Cd) kobalt (Co) koper (Cu) kwik (Hg) FIAS/Fims lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) zink (Zn) minerale olie (florisil clean-up) som PAK (10) som PCBs (7)
1 01 (40-100) 03 (70-100) 04 (70-100) Lutum :1.3 % Organische stof :12.6 % Resultaat AI_k A 1300 5,5I 49 1,5 2,9A 0,52 13 3,1A 4,27 170 1,4I 26 1,0 8,8A 0,11 240 1,1T 38 5,5 3,7A 1,5 43 1,3I 12 1100 2,9I 75 440 1,8A 239 26 13,8A 1,89 0,017 <A 0,025
T 143 5,88 29 76 14 220 96 23 230 3270 26 0,643
I 237 11,24 54 125 27 403 190 34 385 6300 50 1,26
T 143 6,81 29 86 14 238 96 23 254 4593 37 0,903
I 237 13,01 54 142 28 435 190 34 425 8850 71 1,77
De achtergrondwaarde conform Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’ De (tussen- en) interventiewaarden zijn conform ‘Circulaire Bodemsanering 2009' van 1 april 2009 * De norm voor Barium geldt enkel in die situatie waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging AI_k : overschrijding van het resultaat tov de achtergrond- en interventiewaarde A T I : gecorrigeerde achtergrond-,tussen- en interventiewaarde voor lutum en organische stof