CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 33, beantwoording technische vragen Raadsvoorstel Integraal Ruimtelijke Perspectief U10

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP), fase 3, REP U10, raadsvoorstel 33/21 (21.45 uur)3.161 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Integraal Ruimtelijke Perspectief (IRP), fase 3, REP U10 Beantwoording technische vragen, afkomstig van CU/SGP en PvdA/GroenLinks Vraag 1: Hoe verhoudt zich de tekst in redeneerlijn 1 mbt Groen en verstedelijking tot de uitgangspunten oa vanuit de POVI mbt geen oprekken rode contour, vooral binnenstedelijk bouwen (wat ten koste gaat van groen)? In die redeneerlijn onder “Keuzes die bij deze redeneerlijn horen” komt nergens iets voor over de agrarische sector of ruimte voor landbouw (wel in het laatste principe; maar de daarvoor liggende opsomming lijkt als een soort koekoeksjong de agrarische sector uit het nest te kieperen). Ook in de passage over het Vecht en Veengebied lezen we heel veel over vooral veel natte natuur creëren. Hoe moeten we dat begrijpen? Is dat ook de intentie om met name het gebied van De Ronde Venen meer te “vermoerassen”? Antwoord 1 Binnenstedelijk/buitenstedelijk bouwen In het IRP wordt voortgebouwd op de keuzes die zijn gemaakt in de Ruimtelijk Economische Koers en de Contour. Dit betekent dat net als in de POVI gekozen voor een accent op binnenstedelijk bouwen. Maar we weten ook dat dit niet overal genoeg ruimte biedt om te bouwen voor de vitaliteit van dorpen en steden. Her en der zal dus ook ruimte nodig zijn buiten bestaand stedelijk gebied.

Daarom wordt in het IRP onder de redeneerlijn over vitale kernen beschreven dat het kunnen bouwen om als kern en gemeente vitaal te blijven voorop staat. Dit is een regiobreed gedeelde opgave, dus 16 gemeenten zullen met de provincie het belang van het bouwen voor vitale kernen agenderen en bepleiten. Samen laten we ook zien dat dit niet lukt met alleen binnenstedelijke locaties. Hier zit dus enige spanning met de POVI, waarbij we als 16 samenwerkende gemeenten vinden dat de opgave om voor eigen vitaliteit te bouwen voorop staat. Hoe we dit vervolgens doen is uitwerking, waarbij ook de bezwaren van de provincie moeten worden meegenomen. In De Ronde Venen gaat het dan vooral om het zorgvuldig omgaan met het waardevolle landschap, het vinden van manieren om de wateropgave te integreren in nieuwe plannen en ervoor te zorgen dat we de auto-infrastructuur niet te zwaar extra belasten. Agrarische sector/vernatting Voor wat betreft het agrarisch gebruik van het gebied geldt dat dit de basis is voor het landschap van De Ronde Venen; nu en in de toekomst. Algemeen geldt voor het agrarische sector dat er een transitie plaatsvindt de komende jaren naar toekomstbestendig circulaire en natuurinclusieve landbouw . Het gebied van De Ronde Venen wordt gekenmerkt door weilanden met een veelheid aan sloten, veenriviertjes, vaarten en plassen. Maar ook kent het gebied bodemdaling.

Door ontwatering klinkt het veen in, het oxideert, waardoor het gebied daalt. In het reguliere systeem wordt dit gevolgd door het verlagen van het waterpeil. Waardoor het proces zich steeds herhaalt. Bodemdaling heeft als gevolg CO2 uitstoot. De laatste jaren, versneld door het landelijke klimaatakkoord (2019) is er veel aandacht voor de klimaataspecten van bodemdaling. Bodemdaling brengt daarnaast hoge beheerkosten met zich mee voor het waterbeheer, en voor het herstel van woningen en wegen. De provincie heeft de opdracht om de CO2 uitstoot, en dus de bodemdaling te verminderen. Een manier om bodemdaling tegen te gaan is het vernatten van het gebied. Vernatten wil zeggen dat het grondwater minder diep onder het maaiveld komt te staan. Dit kan door het aanleggen van een waterinfiltratiesysteem of het opzetten van het waterpeil. Deze maatregelen kunnen van invloed zijn op de manier waarop agrariërs hun land kunnen gebruiken. Dit vergt aanpassingsvermogen van het boerenbedrijf maar leidt niet tot ‘vermoerassen’ van het gebied. De

agrariërs zijn juist essentieel om de transitie samen mee in te zetten en om te komen tot een helder nieuw perspectief voor de agrarische sector. Daarbij wordt de balans tussen landschap en bodemgebruik hersteld in combinatie met een goed verdienmodel voor de agrariërs. Dat agrariërs op een andere manier gaan werken is daarbij onontkombaar. Voedselproductie, natuur, recreatie en waterbeheer zullen daarin hand en hand moeten gaan. Binnenstedelijk bouwen/groen Het uitgangspunt van zowel de POVI als het IRP is om zoveel mogelijk te verdichten binnen de rode contour alvorens uit te breiden buiten de contour. Deze keuze zal veelal ten koste gaan van het groen binnen de bebouwde kom terwijl ook hier de uitdaging ligt in maatregelen rondom klimaatadaptatie en de wens om een aangename leefomgeving te blijven realiseren. Dit vergt inventiviteit en goede verbindingen met groengebieden in de stad en het landelijke gebied. Vraag 2 Hoe verhoudt zich de ambitie mbt het OV in redeneerlijn 2 met de nu ingezette verschraling mede als gevolg van de Coronacrisis. O.a. vanwege het effect van het verwachte blijvende thuiswerken, lijkt het erop dat die verschraling een structureel karakter krijgt.

Antwoord 2 Hoge OV-kwaliteit is alleen mogelijk op plekken waar hoge concentraties van wonen en/of werken zijn; we hebben er als overheden belang bij om de buslijnen zo vol mogelijk te laten rijden om belastinggeld effectief te spenderen. Voor vervoer naar kleine kernen en verbindingen tussen middelgrote kernen geldt dat ze zelfstandig geen hoge OV-kwaliteit kunnen genereren en daarom richt het IRP zich op het aantakken van kernen op plekken (regiopoorten, multimodale hubs) met hoge OV-kwaliteit om een goede ketenreis mogelijk te maken. Voor De Ronde Venen geldt dat belangrijke regiopoorten als Uithoorn, Bijlmer en Breukelen bereikbaar moeten zijn met snelle buslijnen vanuit Mijdrecht conform het Strategisch OV-plan. Het schrappen van lijnen als gevolg van de Corona crisis (tijdelijke maatregel) is niet meegenomen in het IRP. Het effect van de coronacrisis op het openbaar vervoer is groot: het aantal reizigers is zeer fors minder geworden en daardoor zijn financiële tekorten ontstaan. De Provincie werkt voor de periode van de huidige concessie (tot 2025) aan een herstelplan. Het Strategisch OV-plan is ook in het kader van het herstelplan goed ontvangen: het zorgt voor een kwalitatief goed openbaar vervoer en – in dit kader heel belangrijk – het aantal dienstregelingsuren neemt (desondanks) af.

Provincie, gemeente en vervoerder kunnen daarmee verder werken aan de implementatie van het Strategisch OV-plan, ondanks het verminderde aantal reizigers en bijbehorende bezuinigingen/versoberingen. Het effect van thuiswerken op het gebruik van het openbaar vervoer en mobiliteit in het algemeen is onzeker. Het blijft daarmee belangrijk om na te denken over het stimuleren van het openbaar vervoer. Ook in een scenario met veel thuiswerken is de regio van mening dat het noodzakelijk is om te investeren in openbaar vervoer. Er ligt namelijk een enorme opgave om de draaischijf van Nederland te laten draaien en een aantrekkelijk woonklimaat te behouden, zeker ook gelet op de realisatie van een groot aantal woningen in de regio. In alle scenario’s is het noodzakelijk om het openbaar vervoer en de fiets te stimuleren. Vraag 3 Er wordt gesteld “Dit systeem van het wiel met spaken steekt diep de regio in”. Waar wordt onze gemeente door de spaken geraakt? Het IRP lijkt richting het noorden te stoppen bij Breukelen.

Antwoord 3 Ja, dit klopt. Deze spaak loopt tot in Breukelen. Het is belangrijk dat Station Breukelen aantrekkelijk is voor de inwoner van De Ronde Venen. Het gaat daarbij om goede verbindingen met auto, OV en fiets naar dit knooppunt en voldoende parkeercapaciteit om de overstap naar de trein te maken. De gemeente zet daarom in op de bereikbaarheid van dit knooppunt. Vraag 4 Zijn Lightrail verbindingen ergens in het IRP meegenomen? We komen het woord twee keer tegen, maar dan vooral in andere delen van het U16 gebied. Antwoord 4 Er zijn geen lightrailverbindingen in onze gemeente opgenomen. De reizigersstromen in onze gemeente zijn daarvoor te beperkt, ondanks de plannen voor de bouw van 4.800 woningen en 12 ha bedrijventerrein. Het Strategisch OV-plan is wel integraal overgenomen. Vraag 5 De gedachte achter redeneerlijn 7 “VERDICHTEN EN (NIET) MENGEN WERKLOCATIES” is ons niet duidelijk, vooral door het tussen () zetten van het woord NIET.

Geeft de U16 via het IRP nu juist wel of juist niet de voorkeur aan mengen? En wat wordt verstaan onder mengen; woningen op het bedrijventerrein bv gecombineerd met het bedrijfsgebouw of ook een woonwijk die tegen een bedrijventerrein aan ligt zonder een buffer? Antwoord 5 Het tussen haakjes zetten van het “niet” betekent dat het IRP niet persé voor of tegen menging is, maar zegt dat we duidelijk moeten kiezen waar we wel en waar we juist niet willen mengen. We moeten dus niet lukraak overal menging tussen wonen en werken toestaan. Op sommige werklocaties is menging van functies (bijvoorbeeld met wonen) een kans om meer woningen toe te voegen en tegelijkertijd het werkmilieu aantrekkelijker te maken. Bijvoorbeeld op het Utrecht Science Park of op bepaalde bedrijventerreinen die verouderd zijn maar op een goede locatie (bijvoorbeeld naast een station) liggen, zoals bijvoorbeeld in Woerden. Op andere plekken zou menging met wonen juist de dynamiek van de bedrijven kunnen verstoren. Dit is het geval op plekken zoals Lage Weide in Utrecht (vanwege zware milieucategorieën) of in het Werkspoorkwartier in Utrecht (een waardevol startup milieu). In de regio is een tekort aan bedrijventerreinen.

Daarom wordt geadviseerd om voorzichtig om te gaan met het mengen van bedrijventerreinen met wonen en dit alleen te doen wanneer het duidelijk bijdraagt aan de woonopgave en/of de kwaliteit van het werkmilieu. Vraag 6 Redeneerlijn 8 gaat over de energietransitie en we missen een richting voor het grootste probleem van de huidige ontwikkelingen (omschakeling naar zon en wind), nl de tussentijdse opslag. Alleen in het Thema Energie verderop in het stuk komen we het woord opslag 2x tegen. Waar vinden we in deze redeneerlijn of elders in het IRP een uitgewerkte denkrichting mbt de oplossing van de mismatch tussen opwek en verbruik en dan met name de seizoensoverbrugging. Antwoord 6 Energie opslag is geen grote ruimtelijke opgave waarin de regio nu een richting moet kiezen. Er zijn verschillende technieken om energie op te slaan. Zo kun je energie opslaan in elektrische auto’s, accu’s aan huis, waterstof of warmte. Dergelijke technieken zijn nog volop in ontwikkeling. Het is nog

onduidelijk welke technieken gebruikt gaan worden in de U16 en om welke ruimtevraag het gaat. Waarschijnlijk wordt een mix van technieken gebruikt. De ruimtelijke impact van deze technieken zal veel kleiner zijn dan de plaatsing van zonnevelden, windmolens en andere opwektechnieken. Het is daarom geen grote ruimtelijke opgave zoals de energietransitie en de woningbouwopgave dat wel zijn. Welke technieken en oplossingen binnen de U16 het beste gaan passen is nu nog niet te zeggen. In de Transitiesvisies Warmte van de gemeenten en de Regionale Energiestrategie U16 zal de komende jaren steeds meer duidelijkheid ontstaan. Vraag 7 Pag 121 onder Mobiliteit: Wat is de bedoeling van de tekst “opnemen in programmering als nieuwe snelfietsroute, inclusief nieuwe fietsbrug over ARK” en wat wordt bedoeld met “Verbeteren bediening station Woerden” Antwoord 7 “Opnemen in programmering als nieuwe fietsroute, inclusief nieuwe fietsbrug over ARK”: In het IRP is een snelfietsroute tussen de halte van de Amstellijn (de tram van Amsterdam-Zuid naar UithoornCentrum) in Uithoorn-Centrum via onze gemeente naar Breukelen opgenomen, inclusief een nieuwe fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal aan de noordzijde van Breukelen.

Deze snelfietsroute knoopt een gewenste hoogwaardige fietsverbinding van en naar de halte van de tram in het centrum van Uithoorn (langs de busbaan en langs/over de busbrug) aan het gewenste (en in de intentieovereenkomst Fiets opgenomen) fietspad van Wilnis naar Breukelen. Zo is er een hoogwaardige fietsverbinding door onze gemeente naar belangrijke knooppunten. Overigens is de wens van onze gemeente om de fietsverbinding richting het station in Breukelen te laten lopen en niet naar een nieuwe fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Zoals eerder aangegeven neemt het belang van station Breukelen toe. De afstand naar dit station is relatief groot, maar het station moet ook per fiets goed worden ontsloten. En met de ontwikkelingen van elektrische fiets en speed pedelec kan station Breukelen met een snelfietsroute een bijdrage leveren aan de bereikbaarheid van de gemeente. “Verbeteren bediening station Woerden (8x per uur)”: De treinbediening van station Woerden zal komende jaren als gevolg van programma Hoogfrequent spoor geïntensiveerd worden, waardoor verbindingen naar Utrecht, Rotterdam, Den Haag en Leiden verbeteren.

Vraag 8 Pag 121 onder Vitaliteit: Wat wordt bedoeld met “mits het bijdraagt aan het verbeteren van de waterproblematiek” en waarom telkens die vernattingsopgave in De Ronde Venen? Antwoord 8 Delen van de Gemeente De Ronde Venen behoren tot de laagstgelegen gronden van Nederland. Een combinatie van zeespiegelstijging en bodemdaling zorgen op lange termijn voor steeds groter wordende uitdagingen in de waterhuishouding. Daarom worden bijvoorbeeld delen van de Polder Groot Mijdrecht ook nu al steeds meer ingericht als natte natuurgebieden. Op het moment dat er meer bebouwing (en daarmee verharding) bij komt, zorgt dat voor een grotere belasting van het watersysteem. Daarom is het belangrijk dat nieuwbouw aangegrepen wordt om juist extra ruimte te maken voor de wateropgave, bijvoorbeeld door veel ruimte voor water te reserveren, door het minimaal toe te passen van verharding, etc. Bovendien moet de bouwopgave op toekomstbestendige plekken worden ingevuld. Zo kan gelijktijdig gebouwd worden aan woningbouw en een robuust toekomstbestendig watersysteem. Zie over de vernattingsopgave het antwoord op vraag 1.

Vraag 9 Concept Zienswijze: Onder kopje Groen en dorps wonen in vitale kernen en kleinschalig en middelgrote uitbreidingslocaties. Hier wordt gesproken over 2800 huishoudens, ik heb ook stukken gezien waar we het hebben over 4800 woningen. Waarom proberen we niet vast te houden aan die 4800 woningen? Antwoord 9 De opgave is 4.800 woningen en in de zienswijze zetten we daar ook op in, zie alinea “groen en dorps wonen”. We willen benadrukken dat zelfs voor het faciliteren van de lokale behoefte van 2.800 woningen uitbreiding buiten de contour nodig is en dat daarvoor middelgrote uitbreidingslocaties nodig zijn. Vandaar de aandacht hiervoor in de alinea “kleinschalige én middelgrote uitbreidingslocaties”. Vraag 10 De hoofdlijnen van het Strategisch OV-plan zijn opgenomen in het IRP. Bus 120 langs het Station Abcoude en OV op afroep (zoals Syntus Flex) staan hier echter niet in. Wat is daar de reden van? Antwoord 10 Het Strategisch OV-plan is inderdaad opgenomen in het IRP. De hoofdlijnen zijn benoemd; het is niet mogelijk om alle onderdelen van het plan te benoemen. Op pagina 121 is ook het OV op afroep expliciet benoemd, namelijk “Strekken buslijnen De Ronde Venen: Uithoorn – Mijdrecht – Vinkeveen – Breukelen/Amsterdam Bijlmer in combinatie met fijnmazig toeleidend OV naar de te ontwikkelen OV-knopen”. De bus langs het Station Abcoude is te gedetailleerd.

De gemeentelijke inzet blijft om ook dit onderdeel te realiseren in het kader van de komende concessie. Vraag 11 In het raadsvoorstel wordt gesproken over een evenwichtige verdeling van de lusten en lasten. Wat wordt daarmee bedoeld? Antwoord 11 Als regio hebben de 16 gemeenten een integrale opgave die zowel lusten als lasten met zich meebrengt. Een exacte definitie van lusten en lasten is niet te geven en de invulling hiervan vindt plaats in de volgende fase, fase 4 van het REP. Vraag 12 Er wordt gesproken over de ‘concrete programmering van vitaliteit’. Wat wordt hiermee bedoeld? Gaat het hier om woningbouwmogelijkheden buiten de verstedelijkingsprincipes? Antwoord 12 Op p53 staat de totale opgave voor vitaliteit benoemd (15.000 – 22.000 woningen). Achterin het rapport is dit per gemeente uitgewerkt. Het betreft het totale programma van binnenstedelijk en buitenstedelijk in de vitale kernen. Vraag 13 In het raadsvoorstel wordt gesteld dat de motie ‘Verbreding verstedelijkingsprincipes’ integraal is overgenomen. Waar vinden we dit terug in het IRP?

Antwoord 13 In het gehele IRP is aandacht voor OV knopen en OV hubs. Op p31 in algemene zin, op p49 is concreet aandacht voor multimodale hubs en versterking van OV-lijnen vanuit de regio Uithoorn/Mijdrecht/Breukelen. In redeneerlijn 3 vanaf p51 is specifiek aandacht voor OV in vitale kernen in relatie tot verstedelijking. Vraag 14 Op pagina 73 wordt de ‘Blauwe krans Stelling van Amsterdam’ toegelicht en op pagina 76 het ‘Agrarisch groenblauw netwerk’, wat betekent dit concreet wanneer vertaald naar de kaart van De Ronde Venen? Gabrielle Antwoord 14 Er zijn nog geen concrete plannen voor beide gebieden. Dit zal in de toekomst opgepakt en uitgewerkt moeten worden. Waarbij de Blauwe Krans Stelling van Amsterdam zich vooral richt op de recreatieve beleving van het gebied rondom de stelling van Amsterdam in combinatie met natuurontwikkeling en het vertellen van het verhaal van de Stelling. Het agrarische groen blauwe netwerk heeft betrekking op de ontwikkelingen die plaats vinden in het landelijke gebied wat betreft de ontwikkeling naar kringlooplandbouw in combinatie met het tegengaan van bodemdaling en de ontwikkeling van natuur en landschap. Vraag 15 Op pagina 99 worden woningbouw ontwikkelingslocaties geschetst.

De kaart is echter niet heel duidelijk, kan verduidelijkt worden waar woningbouw in De Ronde Venen vanuit het IRP voorzien wordt? Antwoord 15 Dit kan op dit moment niet verduidelijkt worden. De beslissing over woningbouwlocaties ligt bij uw raad en daarover is nog separaat besluitvorming nodig. Vraag 16 In de voorgestelde zienswijze wordt gesteld dat onze gemeente voor een belangrijk deel is gericht op de Amsterdamse regio en dat onze inwoners een zeer beperkte bijdrage leveren aan de problematiek aan de Utrechtse Ring. En dat onze verstedelijkingsbehoefte in dat licht moet worden bezien. Kan dit toegelicht worden? Antwoord 16 Het IRP ziet Utrecht als draaischijf van Nederland. Om deze functie te kunnen blijven vervullen moeten we voorkomen dat de druk op de Utrechtse Ring toeneemt. Het IRP stelt dat daarom verstedelijking alleen kan plaatsvinden op locaties met hoogwaardig openbaar vervoer (spoor) en een goede bereikbaarheid met de fiets (o.a. een korte afstand naar de stad). De reden hiervan is dat andere locaties leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen op de Utrechtse Ring (en een aantasting van het draaischijfprincipe). Als dit verstedelijkingsprincipe wordt toegepast op onze gemeente, dan is het niet mogelijk om alle 4.800 woningen te bouwen.

Onze gemeente stelt dat de invloed van woningbouw in onze gemeente met bijbehorende mobiliteit op de Utrechtse Ring zeer beperkt is, omdat onze gemeente voor een zeer belangrijk deel gericht is op de Amsterdamse regio met bijbehorende verkeersbewegingen naar deze regio.

Vraag 17 Verder wordt in de voorgestelde zienswijze gesteld dat verkeersveiligheid opgenomen moet worden. Hoe verhoudt ruimtelijke inrichting op de schaal van het IRP zich tot verkeersveiligheid? Gaat het dan om vrijwillige wandel- en fietsroutes of moet ergens anders aan gedacht worden? Antwoord 17 Naast bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid is het verbeteren van de verkeersveiligheid een belangrijke opgave op verkeersgebied. Er vinden nog steeds veel dodelijke en letselongevallen plaats. Om het aantal slachtoffers te verminderen zijn (ingrijpende) maatregelen nodig. Daarom moet dit onderwerp ons inziens ook in het kader van het IRP worden bekeken. Het stimuleren van openbaar vervoer en fiets kan een bijdrage leveren aan het vergroten van de verkeersveiligheid (minder autobewegingen). Een ander voorbeeld is het blijven investeren in de auto-infrastructuur, zoals het nemen van verkeersveiligheidsmaatregelen op bestaande wegen of juist de aanleg van nieuwe wegen om bestaande (onveilige) wegen te ontlasten. De N201 is in dit kader een goed voorbeeld. Ook vrijliggende wandel- en fietspaden behoren tot de mogelijke maatregelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10317547/1