CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 09 Bijlage 1 en 2 Beleid voorwaarden zonnevelden en windm..

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Inspraakreactie Veenergie met bijlagen3.937 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorwaarden voor zonnevelden en windmolens "ELEIDSNOTA

Voorwaarden voor zonnevelden en windmolens

Inhoud Inleiding....................................................................................................... 2

1. Begrippenlijst.......................................................................................... 3 2. Wat zijn windmolens en zonnevelden?.................................................. 4 3. Voorwaarden procesparticipatie............................................................. 5 4. Voorwaarden financiële participatie........................................................ 7 5. Voorwaarden voor zowel zonnevelden als windmolens......................... 9 6. Specifieke voorwaarden zonnevelden................................................... 11 7. Specifieke voorwaarden windmolens................................................... 13 8. Stappenplan participatie........................................................................ 14



Inleiding Gemeente klimaatneutraal in 2040 De Ronde Venen zet zich in om vanaf 2040 een klimaatneutrale gemeente te zijn. Een gemeente waarin wijzelf en onze kinderen met plezier kunnen blijven wonen. Daarom willen we de komende jaren evenveel energie gaan opwekken als we gebruiken. Dat doen we niet langer met aardgas, maar met schone energie, verkregen uit zon, wind of bijvoorbeeld aardwarmte. De energieopgave voor de gemeente is beschreven in het ‘Spoorboekje naar een klimaatneutrale gemeente in 2040’. In het Transitieontwerp Elektriciteit is dit uitgewerkt voor elektriciteit. In onze gemeente gaat het om 1251 TeraJoule (TJ).Dat is onze energiebehoefte als wij 35% energie besparen. We kunnen 15-19% van de benodigde energie opwekken door zonnepanelen op daken te plaatsen. Daarnaast verwachten we 20-30% op te wekken dankzij nieuwe of verbeterde technieken. De resterende elektriciteit kunnen we opwekken met zonnevelden en windmolens. Voorwaarden voor zonnevelden en windmolens Aan de realisatie van zonnevelden en windmolens zijn wet- en regelgeving verbonden. Aanvullend op wet en regelgeving van het rijk en de provincie stelt de gemeente randvoorwaarden op. Dit zijn voorwaarden over overleg met de omgeving, ruimtelijke inpassing en financiële participatie. Deze voorwaarden zijn het eerste deel van het toetsingskader voor de raad, waaraan zij initiatieven toetsen.

Voorwaarden en zoekgebieden vormen het toetsingskader Na het vaststellen van de voorwaarden bepalen we de zoekgebieden in onze gemeente. Zoekgebieden zijn gebieden waar wij de ontwikkeling van zonnevelden en windmolens toestaan. Voorwaarden en zoekgebieden vormen samen het kader waaraan wij initiatieven gaan toetsen. Een initiatief voor een zonneveld of windpark zal de gebruikelijke procedure voor ruimtelijke initiatieven (Wabo) volgen. Omdat op dit moment geen enkel bestemmingsplan zonnevelden of (grote) windmolens toestaat moet de uitgebreide procedure onder de huidige Wabo worden gevolgd. De besluitvorming vindt plaats in de gemeenteraad. Vanaf 2022 geldt de Omgevingswet. Dan hebben initiatieven een ‘Vergunning in afwijking’ nodig of dient een nieuw Omgevingsplan te worden vastgesteld. Leeswijzer We beginnen met een begrippenlijst en korte beschrijving van zonnevelden en windmolens. Daarna volgen de voorwaarden. De voorwaarden zijn onderverdeeld in 5 categorieën: 1. Voorwaarden procesparticipatie 2. Voorwaarden financiële participatie 3. Voorwaarden voor zowel windmolens als zonnevelden 4. Specifieke voorwaarden windmolens 5. Specifieke voorwaarden zonnevelden Bij iedere categorie staan de belangrijkste wettelijke vereisten in een kader, deze zijn niet uitputtend.



1. Begrippenlijst Initiatief: Een project voor de realisatie van zonnevelden en/of windmolens in de gemeente De Ronde Venen. Initiatiefnemer: De organisatie die de aanvraag voor een vergunning doet voor een zonneveld of windmolen. Dit kan bijvoorbeeld een commerciële ontwikkelaar, coöperatie of grondeigenaar zijn. De initiatiefnemer is de trekker van het initiatief. Ontwikkelaar: De organisatie die een windmolen of zonneveld ontwikkelt. Vaak is dit een commerciële ontwikkelaar, ontwikkelaa maar dat hoeft niet. De ontwikkelaar is vaak de initiatiefnemer. Grondeigenaar: Een persoon of organisatie die grond in eigendom heeft. Biodiversiteit: De verschillende planten en dieren in een gebied vormen samen de biodiversiteit. Het wordt ook wel ‘soortenrijkdom’ genoemdt. ß ßßßß



2. Wat zijn windmolens en zonnevelden? Windmolens De windmolens, waarmee we in het Transitieplan Elektriciteit rekenen, zijn 125 meter hoog (ashoogte). Ze hebben een tip van ongeveer 175 meter (hoogste punt als een blad boven staat) en een vermogen van 3 megawatt (MW). Ze brengen 27 TJ per jaar op. Er bestaan ook grotere windmolens die meer opwekken. Vanwege regelgeving rondom Schiphol kunnen hogere molens mogelijk niet geplaatst worden. Met kleinere windmolens (in het transitieplan buurtmolens genoemd) bedoelen we molens met een ashoogte van 60 meter (tiphoogte ongeveer 90 meter). Zij brengen 8 TJ per jaar op. De voorwaarden in dit document zijn van toepassing op alle molens groter dan 20 meter (ashoogte). De voorwaarden gelden niet voor kleine molens van maximaal 20 meter ashoogte gezien hun veel kleinere landschappelijke impact. Deze molens zijn veelal voor de eigen energiebehoefte. Voorwaarden voor deze molens zijn al uitgewerkt in de bestemmingsplannen. Zonnevelden De voorwaarden gelden voor grootschalige zonnevelden zowel op land als op water. wate Bij grootschalige zonnevelden gaat het om grotere percelen waarbij energieproductie de belangrijkste activiteit is. Als ondergrens hanteren we 500 m2. Voor kleinere zonnevelden is er apart beleid. De ervaring van andere gemeenten leert dat het in praktijk gaat om initiatieven van 5 tot 50 hectare.

De panelen kunnen daarbij op verschillende manieren worden geplaatst. Bijvoorbeeld op de grond, hoger op een installatie of meerdere panelen op een paal. ß ßßßß



3. Voorwaarden procesparticipatie Opwek van duurzame energie heeft impact op het landschap, het gebruik en de beleving daarvan. Windmolens zijn van grote afstand zichtbaar. Afhankelijk van de inrichting en plaatsing, kunnen zonnevelden dat ook zijn. Het is van belang dat de omgeving voldoende betrokken wordt bij de totstandkoming van een initiatief. Hoe meer omwonenden betrokken worden bij keuzes en zij de keuzes kunnen beïnvloeden, hoe groter het draagvlak voor een initiatief. Een groter draagvlak voor een initiatief verkleint de weerstand en vergroot de haalbaarheid van een initiatief. Bovendien maken de ideeën van omwonenden en andere belanghebbenden de plannen nog beter en passender bij de omgeving. Daarom stellen we voorwaarden aan procesparticipatie; de betrokkenheid van de omgeving bij de planvorming van het initiatief. Wij stellen de volgende voorwaarden: 1. De gemeente voert de regie over een goed participatieproces binnen een zoekgebied. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor een goed participatieproces bij het initiatief. De gemeente borgt of organiseert goede en zorgvuldige participatie binnen een heel zoekgebied. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de participatie voor zijn initiatief. Hij is hiervoor het eerste aanspreekpunt. Wij volgen hiermee de Omgevingswet.

Wettelijk Op basis van de Omgevingswet moet initiatiefnemer een goed participatieproces organiseren.

2. Initiatiefnemer maakt een participatieplan De initiatiefnemer schrijft een plan voor participatie, met inachtneming van het “Stappenplan procesparticipatie voor initiatiefnemers van windmolens en zonnevelden in een zoekgebied” (bijlage 1), en stemt dit af met de gemeente. Tijdens het traject houden de initiatiefnemer en gemeente contact om ervoor te zorgen dat het participatieplan voldoende wordt uitgevoerd. Zo kan de gemeente sturen op de kwaliteit van de participatie en is maatwerk per initiatief mogelijk. Bovendien kunnen de initiatiefnemer en gemeente hun inspanningen voor participatie afstemmen. Uitgangspunt is dat we inwoners en belangengroepen zo vroeg mogelijk betrekken en dat participatie kan leiden tot aanpassing van plannen. In het participatieplan staat: - Hoe de initiatiefnemer inwoners betrekt bij de totstandkoming van een windmolen of zonneveld. - Hoe de initiatiefnemer belangengroepen betrekt bij de totstandkoming van een windmolen of zonneveld. - Hoe de initiatiefnemer komt tot eigendoms- en financiële participatie (zie hieronder zie voorwaarden 4 en 5). - Hoe de initiatiefnemer grondeigenaren- en gebruikers in het omliggende gebied betrekt. Denk aan het onderzoeken van grondruil en/of sociale grondvergoedingen (zie voorwaarden 9 en 10). 3.

Verslag participatietraject De gemeente toetst of er participatie heeft plaatsgevonden zoals vastgelegd in het participatieplan. Bij het indienen van de vergunningaanvraag levert de initiatiefnemer een verslag in van het participatietraject. In dat verslag staat: - Hoe het participatietraject is verlopen: wie is wanneer betrokken geweest en op welke manier - Welke inbreng hebben betrokkenen gegeven - Tot welke aanpassingen de participatie heeft geleid en welke afspraken zijn gemaakt. Daar waar de participatie niet heeft geleid tot aanpassing,wordt toegelicht waarom.



ß6OORWAARDENßPROCESPARTICIPATIE - Voor welke vorm van financiële participatie is gekozen en waarom. - Welk samenwerkingsverband van inwoners en omwonenden voor ten minste 50% mede-eigenaar is van het initiatief. - Eventuele afspraken over grondruil. - Eventueel gemaakte afspraken over sociale grondvergoedingen. - Beschrijving van het maatschappelijk draagvlak voor het initiatief.

ß



ß6OORWAARDENßFINANCIpLEßPARTICIPATIE Zonnevelden en windmolens hebben een impact op de leefomgeving. Het is daarom belangrijk dat de omgeving ook de voordelen ervaart van zonnevelden en windmolens. Dit kan door de gemeenschap te laten delen in de opbrengst en zeggenschap te geven over het initiatief. Dit heet financiële participatie. Onder financiële participatie verstaan wij dat de omgeving mee-investeert en financieel meeprofiteert van een initiatief. In sommige gevallen gaat het ook om het meedelen in de risico’s risico en hebben investeerders zeggenschap over het initiatief. We stellen de volgende voorwaarden aan financiële participatie: 4. Initiatiefnemer streeft ernaar voor ten minste 50% lokaal eigendom te organiseren Een groot lokaal eigendom creëert meer draagvlak onder de inwoners en het stimuleert daarmee verduurzaming. De initiatiefnemer streeft naar ten minste 50% lokaal eigendom. We sluiten daarbij aan op het landelijk Klimaatakkoord waarin 50% lokaal eigendom wordt nagestreefd. Onder lokaal eigendom verstaan wij dat inwoners van gemeente De Ronde Venen en/of omwonenden van andere gemeenten die op maximaal 5 km van het initiatief wonen mede-eigenaar zijn. Wettelijk: Er zijn geen wettelijke bepalingen over financiële participatie.

Wel wordt in het nationaal Klimaatakkoord 50% lokaal eigendom van initiatieven nagestreefd In het begin van een initiatief hoeft het lokaal eigenaarschap nog niet geregeld te zijn. Inwoners hebben immers tijd nodig zich te informeren en organiseren. Wel geldt dat hoe eerder dit geregeld is hoe beter. In ieder geval bij vergunningverlening moet het lokaal eigendom geregeld zijn. De gemeente stuurt hier op aan via het participatieplan. Lokaal eigendom kan overigens vervolgens ook in fases worden uitgebreid. Bijvoorbeeld 50% bij vergunningverlening en nog eens 25% bij oplevering van het initiatief (totaal 75% lokaal). Er zijn verschillende rechtsvormen om het lokaal eigendom te organiseren (coöperatie, stichting, vereniging, nv, bv enzovoort). De rechtsvorm is niet leidend. Van belang is dat de rechtsvorm toestaat dat ieder die dat wil toe kan treden. Daarnaast is van belang dat de gemeenschap zeggenschap heeft over het initiatief en kan delen in de opbrengsten. Doel is het direct of indirect stimuleren van verduurzaming en investeringen in de fysieke leefomgeving. Men kan als richtlijn voor de organisatie van lokaal eigendom hanteren dat het bestaat uit minimaal 25 inwoners/omwonenden waarin zij allen evenveel zeggenschap hebben, onafhankelijk van hoeveel zij geïnvesteerd hebben.

Financiële deelneming (bijvoorbeeld obligaties), waarbij het element van zeggenschap ontbreekt, tellen niet mee voor het percentage lokaal eigenaarschap. Schijnconstructies waarbij het lokaal eigendom in werkelijkheid bestaat uit een verband van commerciële ontwikkelaars, grondeigenaren en/of ondernemingen zijn ook niet toegestaan. 5. Omwonenden en inwoners delen in de winst Naast lokaal eigendom vragen wij ook de winst lokaal in te zetten. Dit kun je in verschillende vormen organiseren, passend bij het initiatief. Tijdens de procesparticipatie kan men gezamenlijk zoeken naar een passende vorm (zie voorwaarde 2). Denk bijvoorbeeld aan: - Een omgevingsfonds: een stichting beheert een fonds voor een vooraf bepaald doel. Dit kan bijvoorbeeld de verduurzaming van een dorp zijn. Het fonds wordt jaarlijks aangevuld met een deel van de opbrengst van het initiatief.



ß6OORWAARDENßFINANCIpLEßPARTICIPATIE - Omwonendenregeling: een regeling waarbij omwonenden jaarlijks een bedrag krijgen uitgekeerd of andere voordelen ervaren, zoals gratis isolatie van de woning of korting op de energierekening. 6. De kosten van de planontwikkeling van een zonneveld of windmolenlocatie zijn voor de initiatiefnemer De planontwikkeling en exploitatie van een zonneveld of windmolenlocatie is voor rekening en risico van de initiatiefnemer. initiatiefneme De gemeentelijke kosten voor de planvoorbereiding en de eventuele afwikkeling van planschadeclaims tegen een zonneveld of windmolenlocatie zijn voor de initiatiefnemer. Dit verhaalt de gemeente op hem via een anterieure overeenkomst. Het afsluiten van zo’n overeenkomst is een voorwaarde voor het verlenen van de ruimtelijke medewerking. 7. Bij de bouw van een windmolen of zonneveld stimuleert de gemeente samenwerking met lokale bedrijven De gemeente wil graag de investeringen zoveel mogelijk ten goede laten komen aan de lokale gemeenschap. Daarom is het wenselijk dat er met bedrijven uit de gemeente wordt samengewerkt.

ß ßßßß



ß6OORWAARDENßVOORßZOWELßZONNEVELDENßALSßWINDMOLENS Zonnevelden en windmolens hebben zowel positieve gevolgen als negatieve. De positieve kanten willen we zoveel mogelijk benutten. Dan doen we bijvoorbeeld door voorwaarden te stellen aan verdeling van de financiële opbrengst. Negatieve gevolgen willen we zoveel mogelijk beperken. En als het kan voorkomen. Wij stellen de volgende voorwaarden: 8. Alleen binnen de zoekgebieden zijn initiatieven voor grootschalige zonnevelden en windmolens mogelijk Windmolens en zonnevelden zijn alleen mogelijk binnen daarvoor aangewezen zoekgebieden. We betrekken inwoners en belangengroepen bij het bepalen van die zoekgebieden. Buiten de zoekgebieden mag geen grootschalige opwek van elektriciteit plaatsvinden. Kleinschalige opwek voor eigen gebruik is veelal wel toegestaan. Zonnepanelen op dak zijn in veel gevallen vergunningsvrij. Voor zonnevelden tot 500m2 nabij eigen bebouwing wordt parallel beleid ontwikkeld en kleine windmolens tot ca 22 meter hoog zijn in het buitengebied vaak al mogelijk op basis van het bestemmingsplan. 9.

Bij voorkeur worden sociale grondvergoedingen vastgesteld zodat een zonneveld of windmolen op de beste plek komt te staan Wij willen voorkomen dat een initiatiefnemer een initiatief opzet met als startpunt zijn/haar eigendomspositie of grondcontract en daarbij niet meer onderzoekt wat de beste locatie van een zonneveld of windmolen is. Het is namelijk mogelijk dat het land van de buren een betere locatie is voor een windmolen. Om te voorkomen dat initiatieven worden ontwikkeld op niet optimale locaties, hebben wij de voorkeur dat vooraf afspraken worden gemaakt over het socialiseren van grondvergoedingen. Dit betekent dat nog voordat bekend is wat de exacte locatie van het initiatief wordt, de grondeigenaren afspraken maken over verdeling van de opbrengst. In dat geval kan objectief bekeken worden wat de beste locatie is voor een zonneveld of windmolen. Dit speelt met name bij de ontwikkeling van windmolens. Sociale grondvergoedingen dragen ook bij aan het draagvlak van een initiatief. 10. Pachters worden financieel of op een andere wijze tegemoetgekomen als hun bedrijf anders niet meer levensvatbaar is We willen voorkomen dat een pachter wordt gedwongen zijn bedrijf te beëindigen, omdat de grondeigenaar op de gepachte gronden zonnevelden of windmolens ontwikkelt.

Als het agrarisch bedrijf van de pachter daardoor niet meer levensvatbaar is, zorgt de initiatiefnemer ervoor dat de pachter vervangende grond kan pachten of op een andere manier compensatie krijgt. 11. Als natuur verloren gaat op een plek door het plaatsen van een windmolen of zonneveld moet die op een andere plek in de gemeente worden gecompenseerd In de wettelijk verplichte natuurtoets kan blijken dat er weliswaar schade is aan natuur, natuu maar dat deze met een ontheffing wet Natuurbescherming kan worden geaccepteerd. In dat geval is de populatie van kwetsbare soorten niet bedreigd. Toch moet alle schade aan de natuur door het plaatsen van zonnevelden en windmolens elders in de gemeente worden gecompenseerd. De vorm en locatie van de compensatie is afhankelijk van de situatie en is maatwerk. ßß



ß6OORWAARDENßVOORßZOWELßZONNEVELDENßALSßWINDMOLENS



ßß3PECIFIEKEßVOORWAARDENßZONNEVELDEN De gemeente poogt de positieve impact van zonnevelden te waarborgen en mogelijke negatieve effecten van zonnevelden te voorkomen of beperken. Dit doen wij door onderstaande voorwaarden aan zonnevelden te stellen: 15. Zonnevelden worden optimaal in de omgeving ingepast Het is wenselijk dat zonnevelden zo min mogelijk opvallen. Het verschilt per landschapstype en locatie hoe dat het best kan worden gerealiseerd. In het algemeen geldt hoe minder zichtbaar, hoe beter. bete Dit kan bijvoorbeeld door beplanting, rietranden, gebiedseigen structuren of elementen zoals dijkjes. Voor de positionering van de panelen is niet de optimale ligging ten opzichte van de zon leidend maar kan worden aangesloten bij de verkavelingsstructuur en andere lijnen in het landschap. We willen voorkomen dat grote beplantingsranden in het landschap verschijnen om de zonnevelden aan het oog te onttrekken. Sloten kunnen met een brede berm worden geaccentueerd in de landschapsstructuur. Verder stellen wij als voorwaarden: - De afstand tot woningen/tuinen is ten minste 40 meter. - Omwonenden en verkeer mogen geen/ zo min mogelijk last hebben van de schittering van een zonneveld. - Transformatorhuisjes (nodig om de elektriciteit om te zetten) gaan zoveel mogelijk op in het veld. De maximale hoogte is 3 meter.

- Bij een sloot of watergang als afscheiding kan een dijkje wenselijk zijn om de zonnepanelen aan het oog te onttrekken. Wanneer een hek een betere oplossing is, moet worden bekeken hoe dit hek aan het oog kan worden onttrokken. 16. Zonnevelden mogen de biodiversiteit niet benadelen. Als er wel natuur verloren gaat moet de aantasting worden gecompenseerd op een andere plek De biodiversiteit staat in Nederland onder druk. Wij willen de biodiversiteit zoveel mogelijk behouden. Daarom is het van belang dat we daarvoor maatregelen treffen. Op de locatie waar het zonneveld komt, mag de biodiversiteit niet afnemen. Als het kan, willen we deze zelfs versterken. Bij verlies moet biodiversiteit elders in de gemeente versterkt worden. - De initiatiefnemer zorgt in samenwerking met natuurorganisaties voor de ontwikkeling van een aanleg- en beheerplan voor de natuurwaarden. - Standaard zullen er specifieke natuurelementen aan het gebied toegevoegd worden. De keuze is maatwerk. - Klein wild moet het park in kunnen. - Vegetatiebeheer stuurt op inheemse, kruidenrijke vegetaties die zo laat en weinig mogelijk worden gemaaid. - Er mogen op het park geen pesticiden, herbiciden en chemische schoonmaakmiddelen worden gebruikt. 17. Een zonneveld tast de bodem zo min mogelijk aan Een goede bodem is belangrijk voor de natuur en de soorten planten en dieren die er kunnen leven.

Bij agrarische- en natuurgrond worden zonnepanelen daarom zo ver uit elkaar en boven de grond geplaatst dat de bodemkwaliteit zo veel mogelijk behouden blijft. Minimaal 25% van de oppervlakte van een zonneveld is onbedekt. Om verdroging tegen te gaan wordt hemelwater niet



ßß3PECIFIEKEßVOORWAARDENßZONNEVELDEN afgevoerd. Dit is ook van belang mocht de grond na het einde van de levensduur van het zonneveld weer de oude functie krijgen (zie voorwaarde 14). 18. Bij gebruik van agrarische grond onderzoekt initiatiefnemer de mogelijkheden voor ruil van kavels Ruilen van kavels kan voorkomen dat zonnevelden onnodig op goede agrarische grond komen te staan, waar ook gronden van een lagere agrarische waarde gebruikt kunnen worden. Ook kunnen misschien huiskavels worden gevormd dankzij ruil van kavels. Door kavels te ruilen worden omliggende agrariërs minimaal verstoord in hun (toekomstige) bedrijfsvoering. Binnen de zoekgebieden ondersteunt de gemeente het gesprek hierover Wettelijk

ßßßß

Ecologisch onderzoek Bij de aanleg van een zonneweide is ecologisch onderzoek nodig. In dit onderzoek wordt in beeld gebracht: of er beschermde soorten (planten, dieren) aanwezig zijn; of er beschermde natuurgebieden of ecologische zones in de omgeving zijn; en of er sprake is van een toename van stikstof. Zijn er soorten of gebieden in of bij de locatie? Dan bevat het onderzoek een beoordeling of de ontwikkeling een negatief effect heeft op deze soorten en natuurgebieden. Als er een mogelijk negatief effect is op beschermde soorten of gebieden, dan moeten er maatregelen worden genomen. Soms is er een ontheffing nodig van de Wet natuurbescherming.



ßß3PECIFIEKEßVOORWAARDENßWINDMOLENS De gemeente tracht de positieve impact van windmolens te waarborgen en mogelijke negatieve effecten te voorkomen of beperken. De belangrijkste specifieke negatieve effecten worden in de wetgeving al voldoende opgevangen. Daarnaast stellen we onderstaande voorwaarde: 19. Windmolens moeten tijdelijk worden stilgezet als vogels langs trekken of als vleermuizen hoog vliegen Het beschermen van biodiversiteit is een prioriteit van de gemeente. Ook inwoners geven aan dit belangrijk te vinden. Bij windmolens gaat het hier om vogels, vleermuizen en bijzondere insecten, welke soorten dit precies zijn blijkt uit het flora en faunaonderzoek (lees hierover meer in het wettelijk kader). Door windmolens op specifieke momenten stil te zetten, kan veel schade worden voorkomen. We volgen hierbij de huidige wetgeving over dit onderwerp. Wettelijk - Een windmolen veroorzaakt geen overmatige hinder in de vorm van geluid of slagschaduw. Het effect van een windmolen op de omgeving bestaat onder meer uit slagschaduw en het geluid van de (ronddraaiende) wieken. De landelijke milieuregelgeving bevat hiervoor normeringen. Ter voorkoming van (onacceptabele) geluids- en schaduwhinder zijn deze milieuregels leidend. - Een windmolen moet een logische relatie hebben met het landschap ßßßß Er wordt gestreefd naar een zo goed mogelijke inpassing in het landschap.

Dit kan bijvoorbeeld door zoveel mogelijk de structuur van het landschap te volgen, bijvoorbeeld de verkavelingsstructuur, watergangen, bomenrijen, en wegen. Cultuurhistorische elementen moeten zo min mogelijk worden aangetast.Initiatiefnemer moet aantonen hoe hij de landschappelijke impact van de windmolen zo goed mogelijk beperkt. - Een windmolen levert geen veiligheidsrisico voor de omgeving op Mogelijke risico's rond windmolens zijn mastbreuk, het afbreken van de gondel of van een blad. Ter beperking van deze risico’s mag een windmolen niet te dicht bij kwetsbare objecten (woningen en andere gebouwen waar mensen verblijven), (spoor)wegen, waterkeringen en vaarroutes en nutsvoorzieningen (o.a. buisleidingen, hoogspanningsinfrastructuur) worden geplaatst. Er wordt in ieder geval voldaan aan de hiervoor landelijk geldende wet- en regelgeving en op nationaal niveau gemaakte afspraken tussen overheidsorganisaties. - Een windmolen heeft geen negatief effect op flora en fauna Het beschermen van biodiversiteit is een prioriteit van de gemeente en ook inwoners geven aan dit belangrijk te vinden. Bij windmolens gaat het hier voornamelijk om dieren die in contact kunnen komen met de wieken. De Wet natuurbescherming bevat regels voor de bescherming van natuurgebieden (de Natura 2000-gebieden) en de bescherming van planten diersoorten.

Wanneer een windmolen mogelijk een negatief effect heeft op de bescherming van Natura 2000-gebieden en beschermde plant- en diersoorten, dan moeten de effecten e in kaart worden gebracht en maatregelen getroffen die de effecten beperken of wegnemen. Voor plaatsing dient duidelijk te zijn dat de regels van de Wet natuurbescherming geen onoverkomelijke belemmering opleveren. .



"IJLAGEß 3TAPPENPLANßPROCESPARTICIPATIEßVOORßINITIATIEFNEMERS VANßWINDMOLENSßENßZONNEVELDENßINßEENßZOEKGEBIED

Met procesparticipatie bedoelen we het betrekken van inwoners en partijen voorafgaand aan een formeel besluitvormingsproces over een windmolen of zonneveld. Het doel is dat: - de belangen in beeld zijn en voldoende worden meegewogen - het plan beter wordt (kwaliteit) - het draagvlak voor het plan wordt vergroot Bij het beoordeling van initiatieven voor windmolens en zonnevelden beoordeelt de gemeente de participatie. Daarbij kijkt zij in ieder geval naar de volgende onderdelen: a) Is er voldoende inzet geweest op participatie? b) Zijn alle belangen goed in beeld gebracht? c) Hebben inwoners en andere belanghebbenden het gevoel voldoende te zijn gehoord? d) Is het participatieresultaat voldoende meegewogen in de plannen. Anders gezegd: zijn de plannen aangepast naar aanleiding van de participatie? e) Is eigendoms- en financiële participatie voor inwoners vormgegeven? f) Zijn grondeigenaren- en gebruikers in het omliggend gebied betrokken en zijn sociale grondvergoedingen en grondruil onderzocht? g) Is er wel, beperkt, of geen draagvlak voor het initiatief? Hieronder is een stappenplan voor initiatiefnemers opgenomen. Indien de stappen goed worden doorlopen zal de participatie in principe voldoende zijn. 1. Initiatief Initiatiefnemer meldt het initiatief bij de gemeente, de gemeente geeft informatie over welke eisen zij stelt aan procesparticipatie 2.

Omgevingsanalyse De initiatiefnemer brengt de verschillende belangen rondom een initiatief in beeld en maakt een inschatting van een mogelijke botsing van belangen. 3. Participatie-advies De gemeente adviseert de initiatiefnemer over de participatie en de samenhang met de gebiedsparticipatie die de gemeente organiseert. 4. Participatieplan De initiatiefnemer stelt een participatieplan op. In het participatieplan staat : - Hoe de initiatiefnemer inwoners betrekt - Hoe de initiatiefnemer belangengroepen betrekt - Hoe de initiatiefnemer komt tot eigendoms- en financiële participatie (zie voorwaarden 4 en 5) - Hoe de initiatiefnemer grondeigenaren- en gebruikers in het omliggende gebied betrekt. Denk aan het onderzoeken van grondruil en/of sociale grondvergoedingen (zie voorwaarden 9 en 10) De gemeente toetst het participatieplan aan haar eerder gegeven advies. 5. Uitvoering participatieplan De initiatiefnemer voert het participatieplan uit.



6. Verslag De initiatiefnemer legt de resultaten van de participatie vast in een verslag. In dat verslag staat: - Hoe het participatietraject is verlopen: wie is wanneer betrokken geweest en op welke manier - Welke inbreng hebben betrokkenen gegeven - Tot welke aanpassingen de participatie heeft geleid en welke afspraken zijn gemaakt. Daar waar de participatie niet heeft geleid tot aanpassing, wordt toegelicht waarom. - Voor welke vorm van financiële participatie is gekozen en waarom. - Welk samenwerkingsverband van inwoners en omwonenden voor ten minste 50% mede-eigenaar is van het initiatief. - Eventuele afspraken over grondruil. - Eventueel gemaakte afspraken over sociale grondvergoedingen. - Beschrijving van het maatschappelijk draagvlak voor het initiatief. 7. Evaluatie De participatie eindigt met een evaluatie van het participatietraject met alle partijen die hebben deelgenomen. Een verslag van de evaluatie wordt bij het participatieverslag en toegevoegd aan de stukken voor de ruimtelijke procedure.

ßßßß



De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10332476/1