Raadsvoorstel 02, bijlage 3 Verslag gesprek met initiatiefnemers vereveningsfonds
Tekst van het document
Verslag gesprek met initiatiefnemers vereveningsfonds sociale woningbouw Donderdag 4 november 2021, gemeentehuis Mijdrecht Aanwezigen: --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ---1. Maatwerkoplossingen voor lopende projecten De initiatiefnemers zijn een voorstander van het zelfstandig exploiteren van de verplichte sociale huurwoningen. Hierbij geldt een instandhoudingstermijn van 10 jaar. Zij willen, wanneer mogelijk, de sociale huurwoningen verhuren via Woningnet. Over betaalbare koop (tot €200.000,-) zijn de initiatiefnemers enthousiast bij kleinere projecten mits deze een hogere prijsgrens kent. Hun voorstel zou dan zijn om betaalbare koop te koppelen aan een percentage van de NHG-grens (€355.000, 2022) en daarnaast een zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding op te leggen. Wanneer woning verkocht wordt binnen de gestelde termijnen kan de meeropbrengst naar het fonds vloeien. Tot slot het definiëren van een lopend project, dit blijkt niet eenvoudig. Het voorstel is om hierbij onderscheid te maken in projecten waarbij een vooroverleg of ruimtelijke verkenning heeft plaatsgevonden.
Waarbij het uitgangspunt is dat het plan hierbij een bepaalde mate van continuïteit in de planvorming kent. Wijzigingen in het project die het gevolg zijn van een vooroverleg of ruimtelijke verkenning mogen hierin worden meegenomen. 2. Belemmeringen vereveningsfonds De initiatiefnemers vinden dat GoenWest als corporatie een te prominente rol krijgt in het vereveningsfonds. Zij zien het als een probleem dat de grond eerst aan hen moet worden aangeboden. Ze ervaren dat GroenWest erg weinig bereid is te betalen voor de grond. Zij zijn voorstander van het opnemen van de optie om het verplichte aantal sociale huurwoningen zelfstandig te exploiteren of te verkopen aan een belegger voor tenminste een periode van 10 jaar. Daarnaast vinden ze het oneerlijk dat enkel een corporatie aanspraak kan maken op de afdrachten die in het vereveningsfonds worden gestort. Graag zien ze dat ook marktpartijen aanspraak kunnen maken op het fonds om sociale woningbouw te ontwikkelen. Bij het berekenen van de afdracht is volgens de initiatiefnemers geen rekening gehouden met het feit dat er over de V.O.N.-prijs ook belasting wordt geheven. Zij vinden de afdracht te hoog en de berekening te ingewikkeld. Liever zien ze dat er wordt gekozen voor één vast bedrag als afdracht voor de gehele gemeente. Ook de betaaltermijn wordt als onrealistisch ervaren, dit kan pas na de verkoop van de woningen.
Anders moet het voorgefinancierd worden en dat is niet realistisch. Ook is de V.O.N.-prijs nog niet bekend in een eerder stadium. Tot slot benadrukken de aanwezigen dat (binnenstedelijke) woningbouwontwikkelingen nu al erg complex en kostbaar zijn. Het vereveningsfonds zal hierbij niet leiden tot meer sociale
huurwoningen en is onwerkbaar in de huidige vorm. Ook het strenge parkeerbeleid van de gemeente zien een aantal van hen als een bottleneck om goedkope en kleine woningen te bouwen. En het lijkt hen een mooi gebaar als de gemeente als eerste een bedrag in het vereveningsfonds stort. 3. Conclusies - Particuliere sociale huur als maatwerkoplossing voor lopende projecten; - Betaalbare koop als maatwerkoplossing met een hogere prijsgrens; - Om een lopend project te definiëren kan het vooroverleg als nulpunt dienen; - Particuliere sociale huur als optie voor het aandeel sociaal in de Verordening; - Particuliere verhuurders moeten ook aanspraak kunnen maken op het vereveningsfonds; - Eén vast bedrag als afdracht voor sociale huur; - Betaaltermijn na de verkoop van de woningen om voorfinanciering te voorkomen; - Vereveningsfonds zoals het voorligt is onwerkbaar en leidt niet tot meer sociale woningen; - Het zou de gemeente sieren wanneer zij als eerste storten in het vereveningsfonds.