CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Woningbehoefte onderzoek gemeente De Ronde Venen

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Woonvisie De Ronde Venen 2025-20304.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Woningbehoefteonderzoek Aan: Van: Onderwerp: Datum:

Gemeente De Ronde Venen RIGO Woningbehoefteonderzoek gemeente De Ronde Venen 3 december 2024

Inleiding Dit woningbehoefteonderzoek is gebaseerd op gegevens uit het WoON-onderzoek 2021. De gegevens zijn representatief gemaakt voor alle huishoudens in De Ronde Venen. Verder maken we een inschatting van de demografische ontwikkeling in de gemeente en de hieruit voortvloeiende vraag naar woningen. Voor wat betreft de huishoudens leggen we in deze rapportage vooral de focus op huishoudenssamenstelling en leeftijdsklassen. De gemeente vergrijst namelijk sterk. Dit zorgt (naar verwachting) ook voor een andere huisvestingsopgave. Verder maken we zo nu en dan uitsplitsingen naar inkomen om een beeld te vormen van scheefheid in de bewoning. We gaan in Deel I in op de huidige bewoning in De Gemeente Ronde Venen. Wie woont in segment en woningtype? In Deel II bespreken we vraag en aanbod, en in welke mate daarin discrepantie bestaat. Wie zijn verhuisgeneigden? Waar wil men wonen? En waar komen ze vandaan? Deel III is een korte beschrijving van de verwachte ontwikkelingen in de toekomst, zoals vergrijzing.

Over woningbehoefteonderzoek De woningbehoefte ramen we op hoe bevolkingsprognoses: hoe de bevolking zich in omvang en samenstelling naar verwachting ontwikkelt door geboorte, overlijden, vestiging en vertrek. In De Ronde Venen is een groei van 2.100 huishoudens tot 2040 geraamd. Dat betekent echter niet automatisch dat er 2.100 woningen bij moeten komen. De woningbehoefte in De Ronde Venen staat niet immers op zichzelf, maar maakt deel van de regionale woningmarkt. In regionaal (U10) verband is besloten dat er 61.000 woningen gebouwd moeten worden tussen 2023 tot en met 2030. De Ronde Venen draagt daaraan door deze periode 2.950 woningen te bouwen. Dat is meer dan de demografische prognose voor De Ronde Venen zelf, maar dat is niet vreemd. De woningbehoefte is regionaal en de bevolkingsontwikkeling beweegt mee met waar er gebouwd wordt. Als de ‘optelsom’ van alle gemeenten maar klopt en dat is in regionaal verband afgesproken. Na 2030 zien we ook nog een behoefte en de gemeenteraad heeft in 2020 besloten om bovenop de 2.950 woningen tot en met 2030 nog 1.800 woningen toe te voegen in de periode tot 2040: in totaal ca. 4.800 woningen. In 2020 was dat met name bedoeld om te bouwen voor gezinnen

van buiten de gemeente – nu willen we dat vooral doen om Ronde Veners de kans te bieden om door te stromen of te starten. Overigens: van bevolkingsprognoses weten we dat ze in omvang nooit precies uitkomen en steeds bijgesteld moeten worden. Voor de woningbouwontwikkeling maakt dat eigenlijk niet zoveel uit. Voorlopig weten we dat we sowieso snel en veel moeten bouwen. Wat we wel vrij zeker weten is dat de bevolking gaat bestaan uit kleinere en oudere huishoudens. Dat maakt vooral de vraag belangrijk wat voor soort woningen we bouwen. Dit woningbehoefteonderzoek levert dus expliciet niet ‘automatisch het nieuwbouwprogramma op’. Het laat zien wat er nu en de komende jaren gebeurt en is daarmee bedoeld als de start van de discussie, niet het eind.

Deel I Woonsituatie en kenmerken huishoudens In dit onderdeel staan we vooral stil bij de woonsituatie naar leeftijdsklassen. Dit sluit ook aan op de typische kenmerken van De Ronde Venen. Een flink vergrijzende gemeente, waar veel van deze oudere huishoudens in een eengezins(koop)woning wonen. Het overzicht van de woonsituatie naar inkomensgroep toont een verband met inkomen en eigendom (Figuur 1). Huishoudens vanaf 2 keer modaal wonen vooral in de koopsector, terwijl de laagste inkomens grotendeels in de huursector wonen. Figuur 1 Woonsituatie huishoudens naar inkomensklassen. Bron: WoON-onderzoek 2021, bewerking: RIGO.

Bewoning van woningtypen en eigendom Figuur 2 toont de woonsituatie naar leeftijdsklassen. Waar de leeftijdsverdeling bij meergezinshuurwoningen bijna gelijk verdeeld is, is dat bij de andere woonsituaties niet het geval. Jongeren maken een klein deel van de bevolking van eengezinswoningen uit, zowel huur als koop. De oudste bevolkingsgroep maakt een relatief groot deel uit van de bewoning van meergezinswoningen. In Figuur 3 zien we dat minder dan de helft van de eengezinskoopwoningen wordt bewoond door gezinnen. De rest zijn voornamelijk paren zonder kinderen en alleenstaanden. Daarvan zal een groot deel 55-plus emptynesters zijn.

1

Figuur 2 Eigendom en woningtype van bewoning huishoudens naar leeftijd. Bron: WoOn 2021, bewerking: RIGO.

Figuur 3 Eigendom en woningtype van bewoning huishoudens naar huishoudenssamenstelling. Bron: WoOn 2021, bewerking: RIGO.

Bewoning van prijssegmenten De woningvoorraad in de Ronde Venen wordt gekenmerkt door een groot deel aan koopwoningen van meer dan de betaalbaarheidsgrens van €355.000 – de NHG-grens toen het WoON 2021 werd gepubliceerd in 2022. De sociale huurvoorraad vormt hierna het grootste deel van de woningvoorraad. Woningen voor het middensegment zijn er beduidend minder, met name in de vrije huursector is het aandeel klein. Wanneer een combinatie wordt gemaakt met de leeftijdsverdeling dan valt op dat 40% van de huishoudens tot 35 jaar oud in een sociale huurwoning woont. Huishoudens van 35 tot 54 jaar wonen al beduidend vaker in een koopwoning van meer dan €355.000 (55%) en bijna de helft minder vaak (23%) in de sociale huur. Ook jongeren die starten in de vrije huursector stromen wanneer ze ouder worden door naar de koopsector. De groep 55 tot 74-jarigen woont nagenoeg hetzelfde als huishoudens van 35 tot 54 jaar en 75-plussers wonen weer vaker in een sociale huurwoning (34%).

2

Figuur 4 Bewoning prijssegmenten huishoudens naar leeftijd. Bron: WoOn 2021, bewerking: RIGO.

Alleenstaanden wonen in meer dan de helft van de gevallen (53%) in de sociale huur. Paren en huishoudens met kinderen wonen over het algemeen in de duurdere koopwoningen. Deze twee groepen zijn over het algemeen niet heel anders. Huishoudens met kinderen wonen iets vaker in een koopwoning dan paren. Figuur 5 Bewoningen prijssegmenten huishoudens naar samenstelling. Bron: WoOn 2021, bewerking: RIGO.

In onderstaande figuur zijn de prijssegmenten verdeeld naar vier inkomensgroepen. Ondanks de inkomensgrenzen wordt 6% van de sociale huurwoningen bewoond door huishoudens met een inkomen vanaf 2x modaal. Nog 4% van deze huishoudens woont in de vrije huursector maar de resterende 92% woont in een koopwoning, waarvan het overgrote deel in een koopwoning van minstens €355.000. De doelgroep passend toewijzen woont in 68% van de gevallen in de sociale huursector. 27% van deze doelgroep woont in een koopwoning, waarvan ongeveer evenveel in een ‘dure’ als in een goedkope koopwoning. De prijssegmenten waarin de twee middelste inkomensgroepen wonen, liggen in lijn met bovenstaande bevindingen. Huishoudens met een inkomen tot aan de DAEB-grens wonen met 47% vaker in de sociale huur dan huishoudens met een inkomen tot 2x modaal met 23%, maar minder vaak dan de 68% van de doelgroep passend toewijzen. Andersom gaat dit principe ook op in de duurdere koopklasse.

3

Wat verder opvalt is dat 11% van de huishoudens met een inkomen tot 2x modaal in een vrije huursectorwoning woont, terwijl dit voor de andere inkomensgroepen slechts 3% à 4% is. Figuur 6 Bewoning prijssegmenten huishoudens naar inkomensdoelgroep. Bron: WoOn 2021, bewerking: RIGO.

Bewoning van woningen naar aantal kamers Huishoudens met kinderen wonen bijna uitsluitend (95%) in eengezinswoningen. Ook de huishoudens zonder kinderen van 55-plus – die grotendeels uit emptynesters bestaat – woont voor het grootste gedeelte (74%) in deze eengezinswoningen. De jongere huishoudens zonder kinderen zijn verdeeld over alle woningtypen en kamertallen. Een kwart woont in de kleinere appartementen, een kwart in de eengezinswoningen tot en met 4 kamers en een kwart in de grotere eengezinswoningen. Appartementen met 4 of meer kamers vormt voor slechts 6% van de jongere huishoudens zonder kinderen de woonvorm, maar van dit type woning zijn er net als de kleine appartementen een stuk minder in de woningvoorraad.

Figuur 7 Bewoning naar woningtype en aantal kamers naar verschillende soorten huishoudens, alle huishoudens. Bron: WoOn 2021, bewerking: RIGO.

Wanneer enkel naar de koopsector wordt gekeken dan valt allereerst op dat de voorraad aan appartementen vrij klein is. 82% van de huishoudens met kinderen met een koopwoning woont

4

in een eengezinswoning met minstens 5 kamers. Voor de huishoudens van 55-plus zonder kind is dit 61% en dit aandeel neemt iets af tot 48% en 46% voor respectievelijk de huishoudens van 35 tot en met 54 jaar en tot 35 jaar zonder kinderen. In de overige woningtypen in de koopsector zijn geen grote verschillen waar te nemen, behalve dat jongere huishoudens zonder kinderen met 9% vaker in grotere appartementen (4+) wonen dan de overige groepen.

Figuur 8 Bewoning naar woningtype en aantal kamers naar verschillende soorten huishoudens, huishoudens in een koopwoning. Bron: WoOn 2021, bewerking: RIGO.

In de huurvoorraad is een gevarieerder beeld te zien. Nog steeds woont de overgrote meerderheid (82%) van de huishoudens met kinderen in een eengezinswoning, maar de kinderloze huishoudens zijn verspreid over alle woningtype en kamertallen. Jonge huishoudens zonder kinderen wonen het vaakst in appartementen van 1 of 2 kamers (44%). Voor huishoudens van 35 tot en met 54 jaar is dit 26%. Deze groep woont vaker in een eengezinswoning met max 4 kamers (34%). De oudste groep kinderloze huishoudens woont nog vaker in een eengezinswoning (40% in max 4 kamers en 14% in 5+ kamers). Het aandeel dat in een klein appartement woont is slechts 12%. Figuur 9 Bewoning naar woningtype en aantal kamers naar verschillende soorten huishoudens, huishoudens in een sociale huurwoning. Bron: WoOn 2021, bewerking: RIGO.

5

Deel II Vraag en aanbod Verhuisgeneigdheid en verhuiswensen Figuur 10 en Figuur 11 geven een overzicht van de verhuisgeneigdheid naar leeftijdsklassen. Hieruit blijkt dat de animo om te verhuizen vanuit een koopwoning beperkt is. Daarnaast blijkt er ook een relatie met leeftijd. Vooral jongere huishoudens in huurappartementen zijn sterk verhuisgeneigd. Bewoners, zowel huur als koop, in de hoogste leeftijdsklasse zijn weinig verhuisgeneigd. Figuur 10 Verhuisgeneigdheid huurders naar leeftijdsklassen De Ronde Venen. Bron: WoON 2021, bewerking: RIGO.

Figuur 11 Verhuisgeneigdheid kopers naar leeftijdsklassen De Ronde Venen. Bron: WoON, bewerking: RIGO.

Eengezins

Meergezins

75 en ouder

6%

6%

55 tot 75

9%

12%

35 tot 55

12%

20%

tot 35

17%

28%

Van de ‘serieus verhuisgeneigde’ huishoudens wenst 66% een woning met vier kamers of meer. Het overgrote deel van de verhuisgeneigden wenst ook een koopwoning (73%). Wens en werkelijkheid sluiten echter niet altijd op elkaar aan. Dit wordt duidelijk bij de vraag- en aanbodverhoudingen. Uit het WoON-onderzoek blijkt een relatie tussen de huisshoudenssamenstelling en leeftijd enerzijds en woonwensen (van verhuisgeneigden) anderzijds. Vooral de wat oudere, kleinere huishoudens opteren relatief vaker voor een koop- of huurappartement. Deze potentiële vraag naar appartenmenten is iets om rekening mee te houden met het oog op de komende vergrijzingsgolf in De Ronde Venen.

6

Appartementen Figuur 12 Vraag uitgesplitst gewenst aantal kamers, voor eengezinswoningen en appartementen. Bron: WoON, bewerking RIGO.

Vraag en aanbod Dit onderdeel geeft kort de inschatting van de huidige stand van zaken voor wat betreft de bestaande voorraad, vraag en recent betrokken woningen op de woningmarkt van De Ronde Venen. Ook deze uitkomsten zijn gebaseerd op onze WoON-analyse. Zo krijgen we inzichtelijk hoe de verhuiswens zich verhoudt tot de daadwerkelijk gerealiseerde verhuizingen in de gemeente. Daarbij is belangrijk om te weten dat: •

‘Vraag’ wordt gedefinieerd op basis van de woonwensen van verhuisgeneigde huishoudens. Specifiek gaat het om een verhuiswens in de komende twee jaar. Dat kan dus verschillen van de daadwerkelijke behoefte en de praktijk, onder andere vanwege huishoudens die niet verhuisgeneigd waren maar toch moeten verhuizen (en vice versa), vestigers van buiten en verhuiswensen die niet realistisch zijn.

•

Betrokken woningen zijn de daadwerkelijk gerealiseerde verhuizingen in de afgelopen twee jaar.

De belangrijkste bevinding (Figuur 13) is dat de vraag voor een relatief groot deel bestaat naar koopwoningen tot de betaalbaarheidsgrens. Dit beslaat bijna een derde van de vraag. Verder zien we dat 37 procent een koopwoning boven de betaalbaarheidsgrens zoekt. Bijna een kwart geeft aan een sociale huurwoning te zoeken. De resterende 7 procent wil een huurwoning in de vrije huursector. De vraagpatronen verschillen enigszins van de bestaande voorraad – voornamelijk in de koopsector. Daarin zien we dat het aandeel dure koopwoningen de helft van de woningvoorraad omvat. Tegelijkertijd beslaat de koopvoorraad in het betaalbare prijssegment slechts 17 procent. Als we inzoomen op de verschillen tussen de vraag en de recent betrokken woningen, zien we ook opvallende verschillen. Zo is bijvoorbeeld te zien dat vrijesectorhuur meer dan twee keer zo vaak worden betrokken dan dat er vraag naar is. Dit zien we tegenwoordig vaker. Huishoudens willen een koopwoning, maar door de schaarste en hoge koopprijzen lukt het ze niet om een geschikte en betaalbare koopwoning te vinden. Tegelijkertijd komen ze niet in aanmerking voor

7

een sociale huurwoning. Ze vallen tussen wal en schip, en hoewel ze eigenlijk niet willen, besluiten ze te huren in de vrije sector. Opvallend is ook dat de vraag naar sociale huurwoningen hier lager uitvalt dan dat er betrokken is. Dit valt wellicht niet te rijmen met de druk in de sociale huursector. Voor een deel komt dat omdat de vraag hier onderschat wordt. De vraag is gebaseerd op de verhuiswens die huishoudens zelf hebben aangegeven. Maar de sociale huursector is ook een segment waar mensen terecht komen door onvoorziene omstandigheden. Denk aan gescheiden ouders, of mensen uit opvang/instellingen. Daarbovenop wordt de vraag naar sociale huur onderschat doordat de norm toch nog steeds is om een huis te kopen. Zo zullen mensen wel willen wonen in een (betaalbare) koopwoning, maar is dat tegenwoordig niet meer een mogelijkheid. Er zijn dus knelpunten, fricties op de woningmarkt. Figuur 13 toont een paar knelpunten op basis van eigendom en prijsklassen: •

Koop tot de betaalbaarheidsgrens wordt (veel) meer gevraagd dan betrokken. Tevens is dit segment in de voorraad relatief klein.

•

Dure koop wordt minder gevraagd dan betrokken. Een deel van de vragers naar een betaalbare koopwoning wijkt uit naar het dure segment.

•

In de voorraad en de vraag is vrijesectorhuur een klein aandeel, maar het aandeel dat betrokken wordt is een stuk groter.

Daarmee valt te stellen dat er te weinig betaalbare koopwoningen zijn en vrijkomen in De Ronde Venen. Dit tekort wordt voor een deel in de vrije huursector opgevangen, in de sociale huur en in de dure koop. Of mensen blijven noodgedwongen zitten waar ze zitten, of vertrekken naar een andere gemeente. Dit patroon zien we in vele delen in het land. Figuur 13 Voorraad, vraag en aantal betrokken woningen naar eigendom en prijssegment. Bron: WoOn 2021, bewerking: RIGO.

Herkomst recent verhuisden Naast verhuizingen die binnen de gemeente De Ronde Venen plaatsvinden, zijn er uiteraard ook verhuisbewegingen tussen De Ronde Venen en buurgemeenten. En vaak wordt verhuisd van en naar Amsterdam en Utrecht. Hoewel we hierover geen specifieke cijfers hebben, kunnen we aannemen dat er relatief veel (alleenstaande) jongeren richting Amsterdam/Utrecht trekken terwijl jongere stellen/gezinnen op zoek naar een eengezinswoning juist weer vanuit

8

Amsterdam/Utrecht naar de omliggende gebieden uitwijken: een patroon wat we vaker zien in grootstedelijke regio’s. In 2022 zijn er volgens het CBS circa 1.480 personen verhuisd binnen de gemeente De Ronde Venen. Ook kwamen er 1.614 personen van buiten de gemeente zich vestigen. Voor het grootste deel kwamen deze uit Amsterdam, en in mindere mate gevolgd door Utrecht en Amstelveen. Van de vertrekkers zien we ook dat het grootste aantal naar Amsterdam en Utrecht trekt. Figuur 14 Vestigers en vertrekkers top 10 gemeenten in 2022 (personen). Bron: CBS, bewerking: RIGO.

Vestigers vanuit: Amsterdam Utrecht (gemeente) Amstelveen Uithoorn Stichtse Vecht Haarlemmermeer Woerden Zeist Aalsmeer Almere

Aantal 605 168 159 92 77 51 50 49 45 37

Vertrekkers naar: Amsterdam Utrecht (gemeente) Stichtse Vecht Amstelveen Nieuwkoop Woerden Uithoorn Aalsmeer Haarlem Almere

Aantal 291 94 86 75 55 52 49 29 26 24

9

Deel III Trendscenario: wat als we bijbouwen zoals nu gewoond wordt? Aan de hand van de Primos huishoudensprognose voor 2040 voor De Ronde Venen en de huidige bevolkingsverdeling in De Ronde Venen is ook een prognose gemaakt naar het soort huishouden. Het aantal huishoudens zal volgens de prognose tot 2040 stijgen met ruim 2.100 huishoudens. Deze groei is echter niet gelijk verdeeld, maar verschilt naar leeftijd en huishoudenssamenstelling. Zo is in Figuur 15 te zien dat met name de oudere huishoudens fors toenemen in aantal. Door de vergrijzingsgolf neemt met name het aantal alleenstaande ouderen flink toe. Hetzelfde geldt voor de 75-plus-paren en in mindere mate ook de oudste twee groepen met kinderen. De groep 55 tot en met 64 jaar neemt tot en met 2040 af voor alle soorten huishoudens, terwijl voor de groep 35 tot en met 44-jarigen het tegenovergestelde geldt. Figuur 15 Huishoudensprognose 2040 naar soort huishouden. Bron: Primos, bewerking RIGO

In onderstaande tabel is het aandeel 65-plus-huishoudens weergeven op dorpsniveau en voor De Ronde Venen als geheel. Voor De Ronde Venen als geheel blijft de vergrijzing toenemen tot en met tenminste 2040. In 2040 is 43% van de huishoudens in De Ronde Venen 65 jaar of ouder. Op dorpsniveau valt op dat er in geen enkel dorp een afname te zien is. Enkel in Mijdrecht blijft het aandeel 65-plushuishoudens gelijk tussen 2035 en 2040. De Hoef is het dorp met het grootste aandeel ouderen. Zowel nu als in 2040. Tabel 1: Aandeel 65-plushuishoudens in 2023, 2030, 2035 en 2040 op dorpsniveau

Dorp Mijdrecht Vinkeveen Abcoude Wilnis Baambrugge Amstelhoek De Hoef Waverveen

2023 36% 32% 33% 30% 35% 34% 41% 35%

2030 39% 39% 36% 37% 42% 37% 46% 44%

2035 41% 43% 39% 42% 47% 39% 54% 48%

2040 41% 45% 40% 44% 50% 42% 59% 52%

De Ronde Venen

34%

39%

41%

43%

10

Trendscenario Op basis van de demografische groei, kunnen we de ontwikkelingen in de behoefte naar prijssegment en woningtype berekenen. We gaan daarbij ervan uit dat huidige woonpatronen ook in de toekomst gelden. Dat wil zeggen: we nemen aan dat hoe huishoudens nu wonen, ze ook in de toekomst zullen wonen. Op basis hiervan berekenen we de bijkomende behoefte aan woningen, per prijssegment, woningtype en eigendom. Dit scenario noemen we het trendscenario. We noemen dit in dit scenario ‘de behoefte’, maar het is belangrijk te zeggen dat dit zeker niet gezien moet worden als ‘dé objectief bepaalde woningbehoefte’. Eerder is het een referentiescenario: ‘wat als we bijbouwen zoals er nu gewoond wordt’? In Figuur 16 is de behoefte weergeven naar vijf prijssegmenten. Door de bevolkingsgroei is er meer behoefte aan woningen in alle segmenten. De behoefte aan koopwoningen neemt tussen nu en 2024 met 1.630 woningen toe. Wanneer er naar specifieke prijssegmenten wordt gekeken dan neemt de behoefte naar het duurste koopsegment het hardst toe met 1.290 woningen – een toename van 14 procent. De behoefte aan koopwoningen onder de betaalbaarheidsgrens van €355.000 neemt toe met 340 woningen. Ook in de huursector zijn er meer woningen nodig volgens het trendscenario. De behoefte aan sociale huurwoningen neemt toe met 410 woningen – een stijging van 8 procent.

De groei in de vrije huursector is klein: het gaat hier om een toename van 80 woningen. Figuur 16 Behoefte naar prijssegment, 2023, 2032 en 2040. Bron: Primos, WoON, bewerking RIGO.

In Figuur 17 is deze behoefte ook weergeven naar woningtype. Door de bevolkingsgroei neemt de behoefte ook voor elk woonsegment toe. Wel zijn er aanzienlijke verschillen in deze toename tussen de verschillende woonsegmenten. De behoefte naar eengezinshuurwoningen neemt tot 2040 met 180 woningen het minst hard toe. Tegelijkertijd is er een extra behoefte van 1.360 eengezinskoopwoningen. Ook zien we een relatief harde stijging in de behoefte aan koopappartementen. Van dit type is er een extra behoefte van 270 woningen – een toename van bijna 30 procent. Deze stijging is voor een groot deel te verklaren door de vergrijzingstrend. Het aantal oudere stellen en alleenstaanden zal toenemen – en dat zijn de voornaamste bewoners van koopappartementen (Figuur 2).

11

Figuur 17 Behoefte naar segment en woningtype, 2023, 2030 en 2040. Bron: Primos, WoON, bewerking RIGO.

In Figuur 18 is net als in Figuur 1 weergeven in welke prijssegmenten de verschillende inkomensgroepen wonen. Ditmaal is ook het beeld geschetst voor 2040. We laten 2030 hier buiten beschouwing, omdat verschillen in bewoning tussen nu en 2030 redelijk klein zijn. Door de situatie van nu te vergelijken met 2040, kunnen we beter de ontwikkelingen in bewoning bestuderen. Door de bevolkingsgroei nemen alle inkomensgroepen in aantallen toe. Wel verschilt de mate van groei. Zo zien we dat de groep hoogste inkomens met bijna 900 huishoudens zal toenemen, terwijl de inkomensgroep tot DAEB-grens met 360 huishoudens toeneemt. Het aantal huishoudens dat in een sociale huurwoning woont zal in de twee laagste inkomensgroepen stijgen, maar in relatieve zin afnemen. Van deze groepen zal een groter aandeel in een koopwoning wonen. Ook dit is een gevolg van de vergrijzing. Ouderen zijn op dit moment voor het grootste deel woningbezitters (Figuur 2). Trekken we deze patronen door in de toekomst, dan zal de behoefte aan koopwoningen ook toenemen.

Figuur 18 Inkomensgroepen naar bewoning prijssegment, 2023 en 2040. Bron: Primos, WoON, bewerking RIGO.

12

In Figuur 19 is weergegeven hoe bewoning van woningtype en eigendom zich ontwikkelt, uitgesplitst naar leeftijd. Hier kunnen we de vergrijzing ook waarnemen. Het aantal 75-plus huishoudens neemt fors toe met een extra 70 procent. De groei in deze leeftijdscategorie is de voornaamste reden van de forse extra behoefte aan woningen (van elk type) in 2040. In de groep 75-plus huishoudens neemt de behoefte aan eengezinskoopwoningen toe met ruim 1.000 woningen – en de behoefte aan huurappartementen met bijna 420 woningen. Tegelijkertijd zal de groep 55 tot 64-jarigen fors in grootte afnemen, van 4.000 huishoudens naar 3.000 in 2040. Opmerkelijk is de stijging in het aandeel huishoudens dat in een eengezinskoopwoning zal wonen in 2040. Op dit moment is dat 56,7 procent – in 2040 groeit dat naar 57,6 procent. Vooral de twee jongste groepen huishoudens zullen relatief meer in eengezinskoopwoningen wonen in de toekomst dan nu. Bovendien zullen meer huishoudens in koopappartementen wonen: van 4,8 procent nu, naar 5,6 procent in 2040. Het zijn voornamelijk de oudere huishoudens die meer in koopappartementen zullen wonen. Figuur 19 Leeftijdsgroepen naar bewoning segment en woningtype, 2023 en 2040. Bron: Primos, WoON, bewerking RIGO.

Vervolgens is in Figuur 20 gekeken naar in welk woningtype verschillende huishoudenstypen wonen. Wat als eerste opvalt is dat het aantal appartementen met 16% harder is toegenomen dan de 11% toename van het aantal eengezinswoningen. Op het aandeel appartementen van de totale woningvoorraad heeft dit verschil echter geen grote gevolgen. Verder valt op dat alleenstaanden in 2040 iets vaker in een eengezinswoning wonen. Een verklaring hiervoor is wederom de vergrijzing. Het aantal alleenstaande 65-plussers hard toe. Een groot deel van deze huishoudens zal in hun eengezinswoning blijven wonen, terwijl het aantal jongere alleenstaanden dat in een meergezinswoning woont niet zo hard toeneemt. Huishoudens met kinderen wonen in 95% van de gevallen in een eengezinswoning en zullen dit ook in 2040 blijven doen. Paren wonen over het algemeen ook in eengezinswoningen. Dit zullen ze in de toekomst ook blijven doen al neemt het aandeel hiervan licht af met 1,3 procentpunt.

13

Figuur 20 Huishoudenssamenstellingen naar bewoning woningtype, 2023 en 2040. Bron: Primos, WoON, bewerking RIGO.

Deel IV Bouwen volgens de Woondeal In het vorige deel keken we naar de behoefte in De Ronde Venen als we de huidige woonpatronen zouden doortrekken. Daaruit bleek onder meer een grote behoefte aan eengezinswoningen (Figuur 17). We kunnen ons echter sterk afvragen hoe realistisch en haalbaar dit is. Ook is al gezegd dat we met het trendscenario de kwaliteitsnormen uit het verleden en de mismatches (krap en ruim) doortrekken naar de toekomst. Terwijl je met nieuwbouw juist die mismatches wilt helpen oplossen. Tot slot zijn er bestaande regionale woningbehoefteraming of regionale afspraken over nieuwbouw, waarbinnen ook gemeente De Ronde Venen de nieuwbouw wil realiseren. Daarom ontwerpen we twee alternatieve scenario’s. Beide zijn gericht op het aansluiten op bestaande afspraken en beleid. Daarbij gaan we uit van regionale en nationale afspraken. De Woondeal Utrecht 2022-2030 gaat uit van twee derde van de nieuwbouw in het betaalbare segment: sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. In de landelijke Regiewet wordt deze inzet op betaalbare nieuwbouw ook benoemd. Zoals benoemd verwacht men dat het aantal huishoudens woonachtig in De Ronde Venen met ruim 2.100 huishoudens zal toenemen tot 2040. Als we ervan uitgaan dat het aantal onzelfstandig wonenden gelijk blijft, betekent dit dat er ook grofweg 2.100 woningen moeten worden bijgebouwd.

Van deze 2.100 wordt conform de Woondeal 30% in de sociale huur gebouwd, en 37% in het middensegment (huur of koop). We schetsen hieronder twee scenario’s hoe dat eruit zou kunnen zien. In het ene scenario wordt 37 procent middensegment gerealiseerd in de middenhuur, in de andere in de betaalbare koop. De rest van de betaalbare nieuwbouw wordt gerealiseerd in de sociale huursector. In

14

Tabel 2Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. zijn de nieuwbouwprogramma’s te zien.

15

Tabel 2 Woningvoorraad en nieuwbouw naar prijssegment voor 2023, en twee alternatieve bouwscenario’s. Bron: Gemeente De Ronde Venen, WoON, Primos; berekening RIGO.

2023

sociale huur middenhuur dure huur betaalbare koop dure koop aant. woningen onzelfstandig aant. huishoudens

aantal 4.930 660 420 3.030 9.150 18.190 1.560 19.750

2040 betaalbare koop 2040 betaalbare huur percentage percentage aantal nieuwbouw nieuwbouw aantal nieuwbouw nieuwbouw 5.570 + 640 30% 5.570 + 640 30% 1.450 + 790 37% 660 +0 0% 630 + 210 10% 630 + 210 10% 3.030 +0 0% 3.820 + 790 37% 9.640 + 490 23% 9.640 + 490 23% 20.320 + 2.130 20.320 + 2.130 1.560 +0 1.560 +0 21.880 + 2.130 21.880 + 2.130

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14902323/1