Inspraakreactie dhr. Koks
Tekst van het document
Volgens het energieakkoord is de landelijke doelstelling voor duurzame elektriciteitsopwekking tenminste 35 TWh/jr grootschalig hernieuwbaar op land in 2030. NL heeft een bruto ( inc water ) oppervlak van 34065 km2. Per km2 komt dit neer op 1,03 GWh/jr. Zonder daarbij zon op dak, innovatie of onbewezen technieken als opbrengst mee te tellen. DRV heeft een bruto oppervlakte van 117 km2 . Daarbij hoort een opgave van 117 maal 1,03 = 120 GWh/jr = 432 TJ/jr. Naar onze mening is er geen enkele reden om vrijwillig een hogere verplichting t.o.v. de RES aan te gaan. DRV is niet gebonden aan het U16 bod. Dit bod is overigens te hoog in verhouding met de oppervlak van U16 in NL. Net zo als de DRV ambitie te hoog is in verhouding met de oppervlak van de DRV in de U16. Idem dito voor de drie Utrechtse Ressen tesamen. 432 TJ/jr dus in 2030 als we eerlijk uitsmeren over Nederland. Vervolgens zijn er nog 7 goede redenen om daarvan naar beneden toe af te wijken. Aan de gemeenteraad om daarin een afweging te maken. 1. Schiphol winstgevende exploitatie van windturbines. De rekening hiervoor, bijvoorbeeld in de vorm van levering van groene stroom, hoort bij Schiphol te liggen. 2. De Stelling van Amsterdam maakt een groot deel van ons oppervlak ongeschikt voor windturbines.(zie link ) 3. Het Groene Hart moet als landschap behouden blijven. Zuid-Holland sluit het Groene Hart uit voor windenergie.
(zie link1 en link2 ) 4. De gemeente kent veel NNN en vogelweidegebieden. 5. Het landschap in de gemeente heeft toeristische waarde en heeft een functie als uitwaaigebied voor en buffer tegen Amsterdam. 6. Overal zonnepanelen belemmert de melkproductie in de gemeente, die wordt ook niet over het hele land uitgesmeerd. 7. DRV zou zich kunnen vastleggen op veel extra zon op daken. Naar onze mening is angst voor eenzijdige aanwijzing vanuit de provincie ongegrond om de volgende redenen. • De provincie zal op grond van bestuurlijke zorgvuldigheid eerst het bestuurlijk overleg aangaan als ze het aanbod van DRV ontoereikend acht. • De RES heeft geen juridische basis. DRV is tot nu toe nergens toe verplicht. Hiermee dreigen is bluf van bovenaf. ( zie link1, link2 en link3 ) • DRV is gehouden aan het voorzorgsbeginsel. Daartoe moet het veilige afstanden hanteren tussen turbines en woningen. Provincie en Rijk kunnen niet de afstandsnormen in DRV dicteren als de gemeenteraad een veiliger norm nodig acht. ( zie links ) Elders worden er veiliger normen voor windturbines dan die van de provincie Utrecht gehanteerd of geadviseerd. Noord-Holland hanteert een afstandsnorm 600 m. De WHO adviseert een geluidsnorm van 45dB Lden aan de gevel in plaats van de Utrechtse/landelijke norm van 47dB Lden. Dat is 60% minder lawaai.
In verschillende Duitse deelstaten wordt een norm van 10 maal de tiphoogte aangehouden. DRV heeft dus voldoende redenen om vanuit het voorzorgsbeginsel strengere normen vast te leggen. Provincie of Rijk zullen die moeilijk kunnen overrulen; de gemeente heeft hierin een eigen voorzorgsplicht. Uit de rapportage vanuit de gemeente is ons gebleken dat potentiële windexploitanten bezwaren hebben tegen het verplicht moeten reserveren van gelden die afbraak en recycling garanderen. Wij vinden dat de gemeente daaraan moet vasthouden. Wij pleiten voor een clausule in de vergunning geïnspireerd op deze link mocht de gemeente onverhoopt toch tot windturbines besluiten. Arthur Koks, secretaris stichting Stop Windturbines Geingebied