Inspraak UPLG provinciale staten 06-01-2026
Tekst van het document
Inspraakreactie Praten met de Staten UPLG door
, Abcoude
6-1-2026 Mijn naam is
en ik ben melkveehoudster in de polder
Waardassacker in Abcoude, het meest noordwestelijk stukje Utrecht. Onze polder ligt viakbij Natura2000 gebied de Botshol. Op 28 mei 2024 heb ik ook ingesproken over het UPLG. Ik heb u toen verteld dat het onmogelijk is om als landbouw doelen te halen waar we maar zeer beperkt invioed op hebben. Ik heb u toen gevraagd om niet top-down maar bottum-up via gebiedsprocessen integraal, met oog voor alle aspecten van het landbouwbedrijf invulling te geven aan doelen. Ik heb u uitgenodigd voor een gesprek in het gebied zelf....Er is niet geluisterd, er is niets mee gedaan....er ligt nu een UPLG waar zoveel mis mee is, dat ik dat onmogelijk in een paar minuten aan kan geven. Maar meer tijd is me niet gegund. Mw. Sterk wil met dit UPLG twee doelen bereiken: de vergunningverlening vlot trekken en de natuur herstellen. Deze doelen denkt ze te halen door de landbouw allerlei doelen en beperkingen op te leggen. Het blijft mij verbazen dat iedereen in dit provinciehuis, maar ook in Den Haag steeds maar weer denkt dat de landbouw deze problemen kan en moet oplossen. Waarom zijn boeren verantwoordelijk gemaakt voor het natuurherstel of de vergunningverlening?
Dat is een fundamenteel foute denkwijze.
De TBO’s zijn verantwoordelijk voor het natuurbeheer en daarmee het eventueel benodigde herstel en de overheid is oorzaak van en verantwoordelijk voor de al jaren falende vergunningverlening. Toch kijkt iedereen alleen naar de landbouw om de oplossingen te leveren. Waarom? Omdat we de uitvoering van de Vogel en Habitatrichtlijn hebben ingevuld door stikstof als maatstaf te nemen voor natuurkwaliteit en een daling van stikstofdepositie beschouwen als natuurherstel. Omdat in de vergunningverlening middels Aerius de stikstof uit de landbouw via ammoniakemissie als de schuldige hebben aangewezen voor het zogezegd “omvallen van de natuur” en het falen van de vergunningverlening. We hebben een oorzaak - gevolg relatie ingebouwd die er grotendeels niet is. We weten allang dat stikstof geen sturingsknop is voor natuurkwaliteit, maar houden daar qua beleid hardnekkig aanvast. We weten inmiddels allang dat Aerius op lokaal niveau eigenlijk niks kan en dus nietszeggend is. We weten dat stikstof vooral een juridisch probleem is en lang niet overal een ecologisch issue. Het probleem zit m in de wet Stikstof en Natuur waarin gesteld wordt dat in 2035 in 74% van de Natura2000 gebieden de depositie van stikstof lager moet zijn dan de
Kritische Depositiewaarde. Pas dan kunnen weer vergunningen verstrekt worden voor activiteiten die stikstof uitstoten. Duidelijk is dat dat een onhaalbaar doel is. Al vegen we alle economische activiteiten Nederland uit, dan nog wordt dat doel niet gehaald. Maar de wet is de wet, of deze haalbaar is of niet. En de rechter toetst aan de wet en zolang die wet in stand blijft zal er geen enkele vergunning meer stand houden. Immers, de rechter heeft uitgesproken dat alle vrijkomende stikstof toegerekend moet worden aan de natuur. En dus zal elke verstrekte vergunning sneuvelen, zolang deze wet in stand blijft. Dat zien we nu al bij bedrijven die meedoen aan de LBV regelingen: ze leveren de stikstofruimte van hun bedrijf in maar krijgen geen vergunning voor andere activiteiten waarvoor bijv. maar 15% van de oorspronkelijke emissie nodig is. De vergunningen kunnen niet verstrekt worden. Ik kan u verzekeren, zolang we in het stikstofkringetje blijven ronddraaien zal de vergunningverlening niet op gang komen. We weten dat natuurherstel niet alleen
afhangt van stikstof, maar dat er
nog vele andere drukfactoren zijn, zoals droogte, waterkwaliteit, predatoren etc.
die met een eenzijdig stikstofbeleid niet verbeterd
worden. We weten dat generieke maatregelen geen enkele zin hebben voor natuurherstel. We weten dat ammoniak uit de veehouderij met name rondom de stal en op eigen grond neer komt. We weten dat in ieder geval in Noord-West Utrecht de veedichtheid laag is. En dat daar het aantal auto’s, vliegtuigen en de hoeveelheid industrie juist hoog is. En we weten dat de vergunningverlening vast zit door wetten uit Den Haag, dat los je niet op door in Utrecht de boeren verantwoordelijk te maken voor de oplossing van de vergunningverlening. Dat gaat nooit werken, omdat uiteindelijk de fout in de landelijke wetgeving zit en die blijft met dit beleid bestaan. En ondanks dat we dat allemaal weten zegt de provincie in het UPLG: landbouw, jullie zijn de schuldige en jullie moeten de problemen ten aanzien van natuurherstel en vergunningverlening oplossen. Het is veelzeggend dat het woord stikstofoxiden of NOX, u weet wel, die worden uitgestoten door auto’s, vliegtuigen, industrie in het UPLG niet voorkomt. Gekmakend vind ik dit. Dus de belangrijkste vraag is: gaan we de doelen, vergunningen verlenen en natuur herstel, realiseren met dit UPLG? Want als dat niet het geval is
dan is dit beleid zinloos. Ik zeg u, dat gaat niet gebeuren. Je kunt geen problemen oplossen als je de verkeerde oorzaak aanwijst. De provincie is er zelf ook niet zo van overtuigd.
De vraagbaak van de provincie antwoord mij: Wij denken dat we begin 2027 weer vergunningen kunnen gaan verlenen. We hebben de rechterlijke uitspraken goed bekeken en we denken hiermee te voldoen. Wel hebben we de afgelopen jaren uitspraken steeds strenger zien worden; dus een garantie kunnen we niet afgeven.. Lekker overtuigend, vind u niet? Er is geen enkele zekerheid dat met dit beleid de vergunningverlening weer op gang komt. En of deze verleende vergunningen stand houden. De provincie denkt van wel, maar daar hebben we natuurlijk helemaal niets aan. In het verleden is er keer op keer gedacht dat de vergunningverlening weer op gang kon komen. Met stikstofbanken, intern salderen, extern salderen, het is niet gelukt. De provincie denkt dat als de landbouw maar 46% stikstof reduceert, we wat boeren hun bestaansrecht ontzeggen en wat stikstofzones instellen dat dat overtuigend genoeg is voor de rechter. En hoe mooi, we zitten als boeren zelf aan het stuur, aldus de provincie. Als we het ureum in de melk maar genoeg verlagen en het aantal weide uren verhogen volgens de tabel van Frank Verhoeven, dan reduceren we voldoende emissie en treedt de stok achter de deur, 40 kg NH3/ha, niet in werking. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) heeft echter flinke kritiek geuit op de tabel van Verhoeven.
Ze vinden dat de tabellen “onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd zijn om ze als beleidstool te gebruiken”, 0.a. vanwege onduidelijkheid over de herkomst van emissiefactoren en rekenregels. Verhoeven zelf erkent dat de tabel mogelijk niet nauwkeurig is voor individuele bedrijven en dat er geen een-op-een relatie tussen ureum en ammoniakemissie is. De emissie is van veel meer factoren afhankelijk dan alleen het ureum in de melk en het aantal weide uren zoals temperatuur en pH van de mest, ventilatie, vloeroppervlak. De werkelijkheid is dus veel gecompliceerder dan de tabel van Verhoeven. Toch baseert de provincie Utrecht een belangrijk deel van haar beleid om vergunningen te kunnen verlenen op deze wankele tabel. Nou, what could possibly go wrong.... Denkt u dat de rechter dat overtuigend beleid vindt? Overigens zitten er tegenstrijdigheden in het UPLG. Zo leidt veel weidegang, vooral in het najaar op veengrond, vaak tot hogere ureumgehalten. Ook leidt vernatting tot minder weidegang door een latere start in het voorjaar en eerder opstallen in het najaar. En het eenzijdig sturen op 2 getallen, ureum en weide-uren doet geen recht aan de complexiteit waar een boerenbedrijf mee te maken heeft. Een boerenbedrijf is een integraal geheel. Ureum is het resultaat van heel veel factoren op hun bedrijf die niet altijd even goed beinvloedbaar zijn.
Meer weiden zou tot minder ammoniak kunnen leiden, maar kan ook leiden tot een lagere melkproductie en daardoor weer hoger ureum, meer infecties
met leverbot en maagdarmwormen, meer arbeid, meer stikstofuitspoeling, problemen met mestafvoer (er is te weinig mest in de put beschikbaar). Bovendien is elk bedrijf anders. Sommigen hebben een kleine huiskavel. Anderen werken met een robot. Het aantal uren weidegang is voor elke boer anders en van veel factoren afhankelijk. Maar komen mijn collega’s en ik niet binnen het groene kadertje van de Verhoeven tabel, dan treedt de 40 kg NH3/ha in werking in de omgevingsverordening, aan te tonen middels de kringloopwijzer. De vraagbaak geeft aan: de regels in de verordening kunnen verder beperkend zijn dan de NBwet vergunning. Dan gelden die meest beperkende regels. Als je dus nu een Nbwetvergunning hebt dan wordt die straks feitelijk vervangen door een doelschriftvergunning van 40 kg NH3/ha, aan te tonen met de kringloopwijzer. En haal je dit doel niet? Dan volgt uiteindelijk handhaving. Wat uiteindelijk kan leiden tot sluiting van je bedrijf. De kringloopwijzer is een managementinstrument voor de boer welke de provincie wil opwaarderen tot beleidsinstrument, ja zelfs tot vergunningsinstrument. Hier is de kringloopwijzer nooit voor bedoeld en ook niet voor geschikt. Het is een instrument wat gebaseerd is op o.a. modellen, waarbij de rekenregels jaarlijks kunnen worden aangepast. Goh, waar hebben we dat meer gehoord.... En is die 40 kg NH3/ha haalbaar? We weten het niet.
We weten wel dat nu bijna niemand het haalt. En als je het zou halen, maar je raakt bijv. grond kwijt wat je pachtte, dan haal je het daarna niet meer, ondanks dat je emissie niet toeneemt. Of de rekenregels in de Kringloopwijzer veranderen. De provincie is van mening dat ze hiermee onzekerheid ten aanzien van de huidige vergunningen inwisselt voor meer zekerheid. Ik denk dat het omgekeerde het geval is. ledereen die nu nog een harde Nbwetvergunning heeft raakt zekerheid kwijt. En iedereen die nu geen geldige vergunning heeft zit dan even goed in onzekerheid. We wisselen de ene vorm van vergunningverlening in voor een andere vorm die minstens zo onzeker is en gebaseerd is op ander een model, dat wederom niet voor dit doel, zijnde vergunningverlening is gemaakt. En nog even een feitje: de De vraagbaak zegt: we doen met het UPLG onze proportionele bijdrage aan natuurherstel tot 2035. Gaan we dat met dit UPLG het 2° doel, de natuur herstellen, voor elkaar krijgen? Wij wonen vlak bij de Botshol. Een groot deel van de problemen daar is hydrologisch van aard en heeft betrekking op waterkwantiteit en
waterkwaliteit. Daarnaast zijn in de Botshol veel invasieve soorten aanwezig: brasems, rivierkreeften, ganzen. Het water van de Botshol staat niet in verbinding met de sloten van de boerengrond er omheen in de polders Nellestein en Botshol. De Botshol is voor zijn water afhankelijk van regenwater en inlaatwater uit het riviertje de Waver. Het apparaat dat de fosfaat uit het inlaatwater haalt heeft een aantal jaren niet goed gefunctioneerd. De Botshol ligt verder onder de NOx uistotende opstijgende vliegtuigen van Schiphol, naast de NOx uistotende drukste snelweg van Nederland, de A2 en in het NOx verspreidingsgebied van de havens van Rotterdam. Ook de A9 en de A4 liggen in de buurt. De melkvee houdende boeren ten zuidwesten van de Botshol zijn allemaal al vertrokken en de gronden zijn ingericht met vakjesnatuur. De melkvee houdende boeren ten Noordwesten van de Botshol liggen in Noord Holland en doen aan de Utrechtse plannen helemaal niet mee. Ten Noordoosten van de Botshol zitten nog een paar veehouders met wat koeien, al generaties lang. Ook toen de Botshol nog geen problemen had en de ammoniakemissie uit de landbouw nog niet 70% was gereduceerd. Wie houden jullie nu voor de gek? Denken jullie werkelijk dat dit maatregelenpakket de natuur in de Botshol gaat verbeteren? Het is modeldenken ten top.
Want het model Aerius geeft een aanzienlijk berekende bijdrage vanuit de landbouw aan
en dan zal dat wel waar zijn.
Jullie zijn allemaal helemaal van het padje af. Wat draagt een NH3 van 40 kg N/ha bij aan het natuurherstel van de
Botshol? Hoe bestaat het dan toch dat de boeren rondom de Botshol met enorme beperkingen in hun bedrijfsvoering worden geconfronteerd? Maar laten we vooral de NH3 van de boeren als schuldige aanwijzen.... Samengevat: ik ben er van overtuigd dat beide doelen met dit UPLG niet gehaald gaan worden. We offeren agrarische bedrijven op, leggen andere bedrijven enorme beperkingen en storten ze in onzekerheid zonder enige zekerheid dat de vergunningverlening nu wel stand houdt.
Wist u dit niet? Dan stel ik voor dat u zich beter inleest in de materie en vervolgens tegen dit UPLG stemt