CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Extra informatie - Beleidsnota Zoekgebieden zon en wind

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Realisatie grootschalige en kleinschalige zonnevelden in De Ronde Venen13.418 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsnota zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens

1

Beleidsnota zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens

Inhoud Samenvatting 5 1 Proces 9 1.1 Opdracht van de raad 9 1.2 Eerder vastgesteld beleid 9 1.3 Voorwaarden voor zonnevelden en windmolens 10 1.4 Participatie 11 Harde beperkingen en af te wegen factoren 15 2.1 Participatie 15 2.1.1 Zon en Windkaart 2.1.2 Petities 2.2 Landschappelijke kwaliteit 19 2.2.1 Landschapskwaliteiten 2.2.2 Cultuurhistorische hoofdstructuur 2.3 Mogelijke ontwikkelingen 23 2.4 Zachte beperkingen 25 2.4.1 Weidevogelkerngebieden 2.4.2 Natuurnetwerk Nederland 2.4.3 Groene contour 2.4.4 Stelling van Amsterdam 2.4.5 Laagvliegroute en radar Schiphol 2.5 Technische (on)mogelijkheden 29 2.6 Harde beperkingen 31 2.6.1 Natura 2000 2.6.2 Stedelijk gebied 2.6.3 Veiligheidseisen 2.6.4 Geluidsnormen 2

1 ha = 1 hectare = 10.000 m2 = 0,74 GWh = 2,67 TJ = huidig stroomverbruik van ca. 250 huishoudens

1 windmolen 175m = 227 boerderijmolens 21 m = 10 ha zonneveld = 7,5 GWh = 27 TJ = huidig stroomverbruik van ca. 2000 huishoudens

3.

Per gebied: afwegingen 35 3.1 Polders bij Abcoude en Baambrugge 37 3.2 Botshol 47 3.3 Vinkeveense Plassen 49 3.4 Polder Groot Wilnis Vinkeveen 51 3.5 Wilnisse Bovenlanden 55 3.6 Polders nabij de grens met Nieuwkoop 57 3.7 Droogmakerij nabij Mijdrecht, Wilnis, Waverveen en De Hoef 59 3.8 Polder Groot Mijdrecht-Oost 63

4.

Conclusies 65 4.1 Zoekgebieden 65 4.2 Volgorde 66 4.3 Potentieberekening 68

2

3

Samenvatting Wij hebben een uitgebreid afwegingproces doorlopen om te komen tot de zoekgebieden die wij met deze beleidsnota voorstellen aan de gemeenteraad. Het maken van dit voorstel was geen gemakkelijke klus. In een gemeente met een schakering aan diverse landschappen en vitale functies, is inpassing van grootschalige duurzame opwek complex. De grond in de gemeente wordt gebruikt voor allerlei functies en er zijn veel verschillende belangen, zoals agrarisch gebruik, recreatie en leefbaarheid. Bovendien is De Ronde Venen een gemeente met veel waardevolle natuur en historische landschappen. Dit betekent dat er altijd nadelen zullen zijn aan het realiseren van duurzame energie. Daar staat tegenover dat het van groot maatschappelijk belang is dat er duurzame energie wordt opgewekt en de gemeente wil hier haar verantwoordelijkheid in nemen. De strategie is gericht op maximale besparing en zoveel mogelijk zonnepanelen op daken. Bovendien verwacht de gemeente veel elektriciteit op te kunnen wekken met innovatieve, nog verder te ontwikkelen technieken. Maar ook dan blijft er een hoeveelheid elektriciteit over die we via zonnevelden en windmolens op moeten wekken, zodat we klimaatneutraal zijn in 2040.

Afwegingen voor de zoekgebieden We hebben dit vraagstuk benaderd vanuit het perspectief van het landschap omdat we streven naar een zo goed mogelijke inpassing van zonnevelden en windmolens. Op basis van de in de gemeente bestaande landschapstypes is een gebiedsindeling gemaakt. Daarna hebben wij die gebieden opgeknipt in deelgebieden op grond van specifieke landschapstypen, in het landschap zichtbare begrenzingen of natuurbescherming. Alle deelgebieden zijn op hun geschiktheid beoordeeld. Dit hebben wij gedaan door te kijken naar de inbreng van inwoners en belangengroepen, landschappelijke kwaliteiten, mogelijke ontwikkelingen in het gebied, zachte en harde beperkingen. Zachte beperkingen zijn bijvoorbeeld beleid ter bescherming van natuur en cultuurhistorisch landschap. Harde beperkingen zijn bijvoorbeeld geluidsnormen voor windmolens. De aansluitmogelijkheden op het netwerk hebben geen rol gespeeld in de keuze voor gebieden, maar wel in de volgorde van de gebieden. De gemaakte keuzes doen recht aan de ambitie voor duurzame opwek, en houden zoveel mogelijk rekening met het landschap, cultuurhistorie, natuur en de voorkeuren van inwoners.

Legenda: n Geschikt n Beperkt geschikt n Niet geschikt

De zoekgebieden Acht gebieden zijn geschikt om grootschalig duurzame energie op te wekken. Vaak betreft dit niet het gehele gebied. Met name voor wind gelden vaak beperkingen, vanwege veiligheid en geluidhinder. Deze acht gebieden stellen we voor als zoekgebied. Nog eens vijf gebieden zijn beperkt geschikt. Hier zijn weliswaar mogelijkheden, maar ook relatief veel beperkingen en bezwaren. Vijf gebieden zijn ongeschikt.

A Waardassackerpolder B Geingebied zuid C Geingebied noord D Angstel oost E Angstel west F Abcoudermeer e.o. G Natuurgebied Botshol H Polders Botshol en Nellestein I Vinkeveense Plassen J Polder Groot Wilnis Vinkeveen oost K Polder Groot Wilnis Vinkeveen west L Wilnisse Bovenlanden M Polder Blokland N Bovenlanden Amstel en Kromme Mijdrecht O Polder Groot Mijdrecht west P Polders Eerste en Tweede Bedijking Q Polders Derde Bedijking en Veldzijde R Polder Groot Mijdrecht oost

Op de overzichtskaart zijn de geschikte gebieden donkergroen gemarkeerd, beperkt geschikte gebieden lichtgroen en gebieden die ongeschikt zijn grijs. Volgorde van openstelling zoekgebieden We stellen voor om vier van de acht zoekgebieden als eerste, en achtereenvolgens, open te stellen voor de ontwikkeling van zonnevelden en/of windmolens. Zo houden we ruimte om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen. Deze gebieden zijn de Waardassackerpolder (A), Angstel west (E), de Polders Eerste en Tweede Bedijking (P) en Polder Groot Mijdrecht west (O). Potentiële opwek in de gebieden Van alle geschikte gebieden hebben we berekend hoeveel er opgewekt dient te worden om de doelstelling van 636 TJ opwek met zonnevelden en/of windmolens te halen. Op basis hiervan doen we een voorstel voor de minimale opwek per zoekgebied. Uiteraard kan er meer worden gerealiseerd in een zoekgebied, zolang dat in samenspraak is met de belanghebbenden en de gemeente. 4

5

Proces in de zoekgebieden Met het vaststellen van dit document legt de gemeenteraad vast waar ontwikkelingen mogelijk worden en waar ze uitgesloten zijn. Op grond daarvan kan de gemeente een gebiedsproces starten, waarin omwonenden, grondeigenaren, ontwikkelaars en belangengroepen samen kijken hoe de inpassing het beste kan plaatsvinden. Keuzes over locaties maken we pas in deze volgende fase. Leeswijzer Deze nota beschrijft eerst het proces dat voorafging aan het opstellen ervan. Daarna beschrijven we wat we hebben meegewogen om te komen tot een voorstel voor zoekgebieden (hoofdstuk 2). Vervolgens lopen we de acht gebieden langs die ieder hun eigen landschap hebben (hoofdstuk 3). In deze gebieden zijn deelgebieden gedefinieerd op grond van landschapskernmerken of in het landschap zichtbare grenzen. In deze deelgebieden bekijken we de specifieke kenmerken en de resultaten uit de participatie. Zo komen we in hoofdstuk 4 tot conclusies.

6

7

1 Proces

1.1 Opdracht van de raad In 2013 heeft Nederland in het energieakkoord afgesproken dat de gebouwde omgeving in heel Nederland in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Daarna is in 2015 het klimaatakkoord gesloten in Parijs, waarin afgesproken is dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet meer dan 2°C mag stijgen en er naar 1,5°C gestreefd moet worden. De gemeente De Ronde Venen neemt ook haar verantwoordelijkheid in het tegengaan van klimaatverandering, zodat inwoners en hun kinderen met plezier in de omgeving kunnen blijven wonen. Daarom heeft de gemeenteraad van De Ronde Venen in 2016 de motie ‘klimaatneutraal 2040’ unaniem aangenomen. Klimaatneutraal wordt in de motie als volgt gedefinieerd: “dat alle activiteiten en processen op het gemeentelijk grondgebied geen bijdrage meer leveren aan klimaatverandering in de vorm van CO2-uitstoot”.

1.2 Eerder vastgesteld beleid Spoorboekje naar een klimaatneutrale gemeente in 2040 Om deze doelstelling te behalen stelde De Ronde Venen in 2017 het “Spoorboekje naar een klimaatneutrale gemeente in 2040” op. Dit spoorboekje biedt een overzicht van waar De Ronde Venen staat in de energietransitie en welke stappen de gemeente tussen 2017 en 2040 moet nemen om de doelstelling klimaatneutraal te behalen. Het spoorboekje geeft aan dat in 2017 de totale energievraag in De Ronde Venen 4052 Terajoule (TJ) is, waarvan 2,9% (117TJ) duurzaam wordt opgewekt. We stimuleren inwoners en bedrijven maximaal om energie te besparen. De energie die we besparen, hoeven we niet op te wekken. Toch verwachten we dat de vraag naar elektriciteit verdubbelt in de toekomst, namelijk naar 1250 Terajoule (TJ) in 2040. Dit komt onder andere door de opkomst van elektrisch vervoer en het gebruik van warmtepompen. Transitieontwerp elektriciteit In het Transitieontwerp Elektriciteit dat in januari 2018 is vastgesteld, is berekend hoe we aan deze vraag kunnen voldoen. Een deel van de vraag naar elektriciteit kunnen we opwekken met zonnepanelen op daken (20%). Nog eens 30% verwachten we op te wekken met innovatieve technieken. Voor de resterende 50% van onze elektriciteitsbehoefte (636 TJ) hebben we zonnevelden en windmolens nodig. Omgerekend is dat 238 hectare zonnevelden of 24 windmolens van 175 m hoog.

Zonnevelden en windmolens zijn bewezen technieken die de komende jaren op grote schaal toepasbaar zijn. De elektriciteitsbehoefte kan natuurlijk ook uit een mix van zon- en windenergie komen. Er zijn verschillende manieren om uiteindelijk tot het gewenste resultaat te komen, met meer zonnevelden en minder windmolens, of met meer windmolens en minder zonnevelden. Wel wordt aangeraden om in te zetten op én windmolens én zonnevelden omdat dit naast een efficiënter landgebruik ook zorgt voor het meest stabiele aanbod van elektriciteit. Wanneer er geen zon schijnt is er vaak wel wind en andersom. Het Transitieontwerp Elektriciteit heeft de basis gelegd onder het beschreven proces voor de realisatie van zoekgebieden voor de opwek van duurzame energie.

8

9

1.3 Voorwaarden voor zonnevelden en windmolens

1.4 Participatie

De realisatie van zonnevelden en windmolens is aan wet- en regelgeving gebonden, waarvan een deel aan bod komt in hoofdstuk 2. Aanvullend op de wet- en regelgeving van het rijk en de provincie heeft de gemeenteraad in juli 2020 voorwaarden vastgesteld. Deze voorwaarden zijn opgesteld op basis van inbreng van inwoners, belangengroepen en agrariërs (waarover in de volgende paragraaf meer). Hieronder staan de voorwaarden kort weergegeven.

De gemeente streeft naar een goede participatie van inwoners in het proces. Net als in andere gemeenten is er ook in De Ronde Venen onrust over de verduurzamingsplannen. Bewoners hebben veel vragen, die goed voorstelbaar zijn. Mede als gevolg daarvan wordt veel waarde gehecht aan een zorgvuldige stap-voor-stap benadering. Daarom is besloten om voorwaarden vast te leggen in samenspraak met verschillende actoren. We deden dit voorafgaand aan het overwegen van zoekgebieden. We omschrijven hierna in 1.4.1 eerst het participatieproces dat heeft plaatsgevonden om de voorwaarden vast te stellen. Daarna beschrijven wij in 1.4.2 hoe er samen met de inwoners is gezocht naar de gebieden waar de opwek gerealiseerd kan worden.

Gemeentelijke voorwaarden voor zowel zonnevelden als windmolens • Alleen binnen de zoekgebieden zijn initiatieven voor grootschalige zonnevelden en windmolens mogelijk. • Bij voorkeur worden sociale grondvergoedingen vastgesteld zodat een zonneveld of windmolen op de maatschappelijk meest wenselijke plek komt te staan. • Pachters worden financieel of op een andere wijze tegemoetgekomen als hun bedrijf anders niet meer levensvatbaar is. • Als natuur verloren gaat op een plek door het plaatsen van een windmolen of zonneveld, moet die op een andere plek in de gemeente worden gecompenseerd. • Windmolens en zonnevelden worden na ontmanteling volledig opgeruimd, daarvoor worden middelen gereserveerd. • Bestemming van agrarische grond blijft agrarisch. Voorwaarden specifiek voor zonnevelden • Zonnevelden worden optimaal ingepast in de omgeving. Om dit te bewerkstelligen is de afstand tot huizen minstens 40 meter, mag er zo min mogelijk last ervaren worden van de schittering op een zonneveld, is de maximale hoogte van transformatorhuisjes 3 meter, kunnen dijken, groene afscheidingen of hekken voor het zicht geplaatst worden waar nodig en wordt multifunctioneel gebruik aangemoedigd. • Zonnevelden mogen de biodiversiteit niet benadelen. Als er wel natuur verloren gaat moet de aantasting worden gecompenseerd op een andere plek.

Bij plaatsing van zonnevelden moet de initiatiefnemer in samenwerking met natuurorganisaties een aanleg- en beheerplan ontwikkelen voor de natuurwaarden, zullen er specifieke natuurelementen aan het gebied toegevoegd worden, moet klein wild het park in kunnen, stuurt het vegetatiebeheer aan op inheemse, kruidenrijke vegetaties die zo laat en weinig mogelijk gemaaid worden en mogen er op het park geen pesticiden, herbiciden en chemische schoonmaakmiddelen worden gebruikt. • Een zonneveld tast de bodem zo min mogelijk aan en minimaal 25% van de oppervlakte van een zonneveld is onbedekt. • Bij gebruik van agrarische grond onderzoekt initiatiefnemer de mogelijkheden voor ruil van kavels. Wettelijke voorwaarde: • Bij de aanleg van een zonneveld is ecologisch onderzoek nodig. Als er een mogelijk negatief effect is op beschermde soorten of gebieden, dan moeten er mitigerende maatregelen worden genomen. Voorwaarden specifiek voor windmolens • Windmolens moeten tijdelijk worden stilgezet als vogels langs trekken of als vleermuizen hoog vliegen.

1.4.1 Voorwaarden zoekgebieden 1.4.1.1 Belangengroepen In het proces om voorwaarden te formuleren waaraan opwekprojecten moeten voldoen, zijn belangengroepen intensief betrokken. Bijeenkomsten belangengroepen De gemeente heeft in maart en april 2019 twee bijeenkomsten gehouden met de dorpsraden en wijkvertegenwoordigers over de zoektocht naar duurzame energie. We bespraken de nog te bepalen randvoorwaarden en stelden de vraag hoe de bewoners zelf, naast de vertegenwoordigers, meer betrokken konden raken. De resultaten hiervan hebben we geïmplementeerd in het proces met de bewoners. Op 23 april 2019 heeft de gemeente een bijeenkomst georganiseerd voor alle toen bekende belangengroepen, waar we spraken over de inpassing van zonnevelden en windmolens en de financiële participatie voor zonnevelden en windmolens. Op 18 juli 2019 heeft de gemeente een bijeenkomst voor belangengroepen georganiseerd die specifiek ging over het thema weidevogelkerngebieden en de invloed die dit heeft op de mogelijke ontwikkeling van zonnevelden en windmolens. Bij de bijeenkomst waren De Groene Venen, de Agrarische Natuurvereniging en Stichting de Bovenlanden aanwezig. Individuele gesprekken belangengroepen Daarnaast heeft de gemeente individuele gesprekken gehouden met veel verschillende belangengroepen, overheden en instellingen1.

Uit deze gesprekken en bijeenkomsten kwamen een aantal voorwaarden, zoals natuurcompensatie en het stilzetten van windmolens op momenten dat vogels en vleermuizen onevenredige risico’s lopen. Reacties belangengroepen op de gemeentelijke voorwaarden De opgestelde voorwaarden zijn in december 2019 opgestuurd naar belangengroepen, ontwikkelaars en agrariërs om hun meningen op te halen met betrekking tot het document. Er kwam een groot aantal reacties binnen. De gemeente heeft op alle respondenten gereageerd met een antwoord of verduidelijking.

Wettelijke voorwaarden: • Een windmolen veroorzaakt geen overmatige hinder in de vorm van geluid of slagschaduw. • Een windmolen moet een logische relatie hebben met het landschap. • Een windmolen levert geen veiligheidsrisico voor de omgeving op. • Een windmolen heeft geen negatief effect op flora en fauna tenzij deze worden beperkt of weggenomen.

1 Provincie Utrecht; Waternet; Stedin; Agrarische Natuurvereniging (ANV); LTO Noord -West; Vechtplassen commissie; Natuur- en milieuorganisatie IVN; Natuur- en Milieuvereniging De Groene Venen; Stichting de Bovenlanden; Spaar het Gein; Staatsbosbeheer; Natuurmonumenten; Recreatieschap; Vereniging Industriële Belangengemeenschap (VIB); Dorpsraad Wilnis; Dorpsraad Baambrugge; Wijkcomités Mijdrecht, Abcoude, De Hoef; Jongeren Advies Commissie; Gemeente Stichtse Vecht; Gemeente Woerden; Platform Energieke Rondeveners; Kerngroep duurzaamheidpartners; Energiecoöperatie Veenwind; Zon op De Ronde Venen; Initiatiefnemers voor zonnevelden en windmolens

10

11

1.4.2.2 Inwoners

1.4.1.2 Agrariërs Bijeenkomsten Agrariërs zijn ook actief betrokken bij het proces. Er zijn over de voorwaarden twee bijeenkomsten (in augustus 2019 en in januari 2020) gehouden, waar meer dan 80 agrariërs naartoe zijn gekomen. Tijdens deze bijeenkomsten legden we de stand van zaken voor, kwam het proces rondom het opstellen van de voorwaarden aan de orde en lag de focus vooral op vragen vanuit de agrariërs. Individuele gesprekken Daarnaast voerden we twintig gesprekken bij agrariërs aan de keukentafel. Doel was te onderzoeken wat de behoeften, zorgen en wensen zijn voor agrarische ondernemers rondom windmolens en zonnevelden. Uit de gesprekken kwam naar voren dat sommige agrariërs interesse hebben in de ontwikkeling van zonnevelden of windmolens op hun land, mits de grondbestemmingen agrarisch blijven en er sprake is van een compensatie voor pachters. Deze overwegingen hebben we verwerkt en meegenomen in de voorwaarden. Enquête Ook hebben we in november 2019 onder de agrariërs een enquête uitgezet. Doel was om hun meningen en voorkeuren op te halen over de opwek van duurzame energie. Hieruit bleek dat veel agrariërs een voorkeur hebben voor windmolens en openstaan voor de opwek van duurzame energie op hun grond. 1.4.1.3 Inwoners We nodigden het inwonerpanel uit om een enquête over de randvoorwaarden Zon en Wind in te vullen.

Daarnaast is de enquête gedeeld via de nieuwsbrief Duurzaamheid, op de gemeentepagina in het Witte Weekblad, op de gemeentelijke website en via sociale mediakanalen. Vervolgens hielden we een inwonersavond op 4 juli 2019 om de resultaten van de enquête te bespreken en alle vragen van inwoners te beantwoorden. De gemeente heeft ook informatie gedeeld over de randvoorwaarden op sociale media om ook hier het gesprek aan te gaan met inwoners. 1.4.2 Zoekgebieden 1.4.2.1 Belangengroepen Op 18 januari 2021 organiseerden we een online sessie voor belangengroepen met als doel het ophalen van gebiedskennis vanuit de belangengroepen. Tijdens de sessie gingen verschillende vertegenwoordigers met elkaar in gesprek. Ongeveer 100 inwoners keken mee, die via een online tool ook inbreng konden leveren. In totaal waren negentien belangengroepen aanwezig2. Belangrijke punten die vanuit de belangengroepen naar voren kwamen, zijn: vergeet de kernkwaliteit recreatie voor veel gebieden niet, houdt de historische zichtlijnen in acht, zonnepanelen nemen te veel agrarische grond in beslag en denk aan het belang van de weidevogels. De gehele sessie is opgenomen en kan online worden teruggekeken.

2 De Groene Venen, Vechtplassencommissie, IVN De Ronde Venen en Uithoorn, Stichting De Bovenlanden, Heemschut provinciale commissie, Energieke Rondeveners, Energiek Baambrugge, LTO, gebiedscoöperatie Groot Wilnis-Vinkeveen & gebiedscommissie Utrecht-West, Rijn Vecht & Venen, Veenergie.nu, Zon op de Ronde Venen, Veenwind, Spaar ’t Gein, Stichting Stop Windturbines in het Gein, Stichting Red het Angstellandschap, Groenwest, VIB, Duurzaamheidspartners, Stedin.

12

Invullen voorkeuren zoekgebieden Na vaststelling van de randvoorwaarden zijn we het proces begonnen om tot zoekgebieden te komen. Ook in deze fase hebben we de inwoners weer actief betrokken. Tussen 21 september en 12 oktober 2020 hebben inwoners een digitale Zon en Windkaart in kunnen vullen, met gebieden die ze wel en juist niet geschikt vinden voor zonnevelden en windmolens. De oproep om de kaart in te vullen deelden we via een brief aan huis, via artikelen op sociale media, in de Groene Venen, op posters en op de gemeentesite. De gemeente bood ondersteuning voor het invullen van de kaart. Dat deden we tijdens inloopspreekuren, op de markt, via een online chat, telefonisch en via de mail. Resultaten voorkeuren zoekgebieden Ruim 1500 inwoners hebben de kaart ingevuld. Dat heeft geresulteerd in ‘vlekkenkaarten’ die duidelijk maken voor welke gebieden de inwoners een voorkeur hebben als het gaat windmolens respectievelijk zonnevelden; of welke gebieden ze juist graag uitsluiten voor grootschalige opwek. Ook is aan de inwoners uit buurgemeenten gevraagd de Zon en Windkaart in te vullen. Het aantal dat hierop heeft gereageerd is klein en levert geen representatief beeld op. De resultaten zijn besproken tijdens een online bijeenkomst op 7 december 2020. De Zon en Windkaart hebben we meegenomen in de afweging voor zoekgebieden.

Tot slot konden inwoners op een online formulier3 vanaf 7 december aangeven of zij nog aanvullende vragen of opmerkingen hadden over de zoektocht naar geschikte gebieden voor zonnevelden en windmolens. Tot medio februari 2021 vulden elf inwoners het formulier in. Veel vragen en opmerkingen gingen over het proces, bijvoorbeeld over de inbreng van inwoners door middel van de Zon en Windkaart. Welke rol speelt de inbreng van inwoners en belangengroepen in het proces? Waarom al klimaatneutraal in 2040? Ook maken inwoners zich zorgen om het landschap in de gemeente en om mogelijke (indirecte) gezondheidseffecten van windmolens. Andere opmerkingen gingen voornamelijk over de nut en noodzaak van de energietransitie en zonnevelden en windmolens; kan het niet beter landelijk of internationaal opgelost worden? 1.4.2.3 Jongerenproject Jongeren hebben we specifiek betrokken bij het proces. Tussen 14 september 2020 en 4 oktober 2020 vroegen we jongeren tussen de 12 en 26 een online vragenlijst in te vullen. De vragenlijst ‘Swipocratie’ is een interactieve vragenlijst waarmee jongeren al swipend hun mening over duurzaamheid konden geven. 210 jongeren deden dit. Naar aanleiding van deze antwoorden hebben we een infographic gemaakt over de resultaten. Jongeren hebben tijdens een online bijeenkomst nagedacht over hoe de gemeente het beste een klimaatneutraal De Ronde Venen kan realiseren.

Naar aanleiding van deze sessie hebben we samen met negen jongeren een infographic gemaakt.

3

www.derondevenen.nl/zonenwind

13

2. Harde beperkingen en af te wegen factoren In dit hoofdstuk worden de harde beperkingen en de af te wegen factoren besproken. Na de participatie beschrijven we het landschap, factoren die worden meegewogen, de technische aspecten en de harde beperkingen.

2.1 Participatie 2.1.1 Zon en Windkaart

Voorkeuren van inwoners voor zonnevelden

De participatie kwam al aan de orde in 1.4. De inbreng van inwoners heeft bijgedragen aan het opstellen van voorwaarden voor zonnevelden en windmolens. Daarnaast is aan de inwoners gevraagd gebieden aan te wijzen op de Zon en Windkaart; zowel gebieden waar zij voorkeur voor hebben als waar zij liever geen zon of wind zien (pagina 16). Deze kaarten reflecteren de denkrichtingen van de inwoners. Rood en geel betekent vaak aangewezen, groen werd regelmatig aangewezen en blauw werd soms aangewezen. Gebieden die weinig werden aangewezen hebben geen kleur. Voorkeuren van inwoners voor zonnevelden In de Zon en Windkaart geven inwoners aan dat zij mogelijkheden zien voor zonnevelden langs de A2, tussen Baambrugge en Abcoude, bij bedrijventerrein Mijdrecht, in polders, dicht bij de kernen Mijdrecht en Wilnis, en in mindere mate aan de grenzen van de gemeente en langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Voorkeuren van inwoners voor windmolens In de Zon en Windkaart geven inwoners aan dat zij mogelijkheden zien voor windmolens van 175 meter hoog langs de A2 en langs het Amsterdam-Rijnkanaal, en in mindere mate in polders, langs de N201 en aan de grenzen van de gemeente.

Voorkeuren van inwoners voor windmolens

14

15

Voorkeuren voor uit te sluiten gebieden In de Zon en Windkaart hebben inwoners ook gebieden aangewezen waar ze liever geen zonnevelden en windmolens zien. Inwoners geven aan dat zij liever geen zonnevelden en windmolens zien in het Gein, het gebied tussen Baambrugge en Abcoude, een deel van de Vinkeveense Plassen, de legakkers tussen de Korte Dwarstocht en Achterbos, en dichtbij de kernen. 2.1.2 Petities Naar aanleiding van de resultaten van de vlekkenkaart ontstonden er bij sommige inwoners zorgen over de resultaten. De inwoners van het Angstelgebied hebben grote twijfels bij de omgeving van de Angstel als zoekgebied, met name vanwege de cultuurhistorische waarde die het gebied heeft. Deze inwoners hebben een stichting opgericht: ‘Stichting Red het Angstellandschap’. Deze stichting startte een petitie, ‘Géén windturbines en zonnevelden in het Angstellandschap’. Deze was in februari 2021 1.859 keer ondertekend. De petitie vraagt de gemeente om het Angstelgebied, gedefinieerd als een zone van 2 kilometer om de Angstel heen, uit te sluiten als zoekgebied voor de plaatsing van windmolens en zonnevelden1.

Voorkeuren voor uit te sluiten gebieden

In het Angstelgebied loopt ook een andere petitie tegen zonnevelden. Deze petitie is tegen zonnevelden in het gebied tussen Baambruge en Abcoude. De petitie ‘Geen zonnevelden in Baambrugge’ is 113 keer ondertekend. Deze petitie is inmiddels gesloten. In het Gein loopt ook een petitie. De petitie ‘Géén megawindturbines in het Geingebied’ is 4.717 keer ondertekend (tussenstand op 10-02-2021). Voor zover wij weten lopen er nu geen andere petities tegen zonnevelden of windmolens in de gemeente. De gemeente streeft naar zo veel mogelijk draagvlak onder inwoners en petities zoals deze zijn daarom van belang in de afweging.

1

16

https://petities.nl/petitions/geen-windturbines-en-zonnevelden-in-het-angstellandschap

17

2.2 Landschappelijke kwaliteit 2.2.1 Landschapskwaliteiten Omdat landschappelijke kwaliteiten per gebied verschillen, is het belangrijk om te kijken wat deze verschillende kwaliteiten zijn en hoe de inpassing van windmolens en zonnevelden invloed zou hebben op deze kwaliteiten. Hiernaast is een landschapsbeleidskaart uit het Gebiedskatern het Groene Hart van provincie Utrecht weergegeven die de verschillende soorten grond aangeeft in De Ronde Venen. “De zavelige gronden (groen) rond de rivieren tekenen zich duidelijk af tegen de aangrenzende kleigronden (zwart) en de veengronden (paars en blauw) van de polders en droogmakerijen,” schrijft het Gebiedskatern. “De (veen)weidegebieden in het Groene Hart zijn het meest kenmerkend voor dit nationaal Landschap. Ze bestaan al duizend jaar en zijn ontstaan op basis van menselijke ingrepen in de fysieke ondergrond en waterhuishouding. Karakteristiek voor de (veen)weidegebieden zijn de verschillende verkavelingspatronen met smalle kavels en veel sloten en de aanwezigheid van kaden, dijkjes, lintdorpen, oude dorpskernen, kronkelende veenriviertjes, openheid, vee, (weide)vogels, rietlanden en moerassige delen1.” Het landschap in De Ronde Venen is erg divers, dankzij contrasten tussen open-dicht, rust-drukte, grootklein, droog-nat, bebouwd-onbebouwd en hoog-laag.

Kleinschalige elementen en structuren (sloten, dijken, molens) en grootschalige structuren (waterlinies, bebouwingslinten, droogmakerijen etc.) versterken deze diversiteit. Belangrijke kenmerken zijn evenzeer de grote openheid, het ontbreken van bos en het gebruik; overwegend grasland. De kavelgrenzen worden bepaald door sloten waarin het water vaak hoog staat. Door de vele zaken die invloed hebben op hoe open een landschap is, wordt die openheid gezien als een kwetsbare kernkwaliteit. Uit het Gebiedskatern: “De veenweidegebieden zijn, ook op Europees niveau, de best bewaarde cultuurlandschappen die ingericht zijn voor de landbouw. Vanuit de rivieren werden de uitgestrekte moerasgebieden ontgonnen en omgezet in vruchtbare landbouwgrond. Deze grootschalige omvorming begon in de middeleeuwen en werd in relatief korte tijd geklaard. Daarna is dit landschap, op enkele verbeteringen voor de landbouw na, niet veel meer veranderd.” Veel gebieden behoren dankzij hun middeleeuwse verkaveling tot de Nederlandse cultuur, schrijft ook de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed: “Veenweide-ontginningen vormen unieke middeleeuwse landschappen die gerekend kunnen worden onder karakteristiek Nederlands erfgoed”2. De plaatsing van windmolens heeft een direct effect op het zicht en daarmee de beleving van openheid. Ook zonnevelden zijn zichtbaar.

Het realiseren van opwek heeft impact op de beleving van het landschap. Goede landschapsarchitectuur kan dit effect deels beperken. Vanzelfsprekend zal van ontwikkelaars verwacht worden het maximale te doen om de beste inpassing te realiseren, en daarbij omwonenden te betrekken. Ieder gebied bezit landschappelijke kwaliteiten en biedt andere mogelijkheden voor de inpassing van zonnevelden en windmolens. Daarom bekijken we per initiatief hoe deze het beste ingepast kan worden in het landschap. De plaatsing van alleenstaande windmolens vinden we vanuit landschappelijk oogpunt onwenselijk.

1 2

18

Bron: Gebiedskatern Groene Hart van Provincie Utrecht Bron: https://erfgoedenruimte.nl/de-waarde-van-veenweide

19

Ook voor agrarische ondernemingen heeft plaatsing van zonnevelden en windmolens gevolgen. Grootschalige opwek met zon in het veld gaat ten koste van landbouwgrond. In bodemdalingsgebied is dat minder bezwaarlijk dan in andere gebieden, maar grootschalige zon toepassen op veengrond werpt wel weer specifieke vragen op; wanneer zonnepanelen te dicht op elkaar geplaatst worden komt er te weinig regenwater op de bodem. Met als gevolg verdroging van de bodem, wat weer leidt tot oxidatie. Oxidatie versterkt het broeikaseffect. Tegelijkertijd kunnen zonnevelden en windmolens een aanvullende inkomstenbron zijn voor agrariërs, waardoor zij kunnen blijven boeren. Het huidige gebruik van de gebieden wordt afgewisseld tussen landbouw en natuur. Landbouw en natuur zijn beide belangrijke functies van het landschap waarmee rekening gehouden moet worden bij het kiezen van zoekgebieden. Bepaalde natuur, omgevingen of watergebieden zijn erg aantrekkelijk voor recreanten en ontvangen dan ook vaak bezoekers van binnen- en buiten De Ronde Venen. Voor de inpassing van zonnevelden en windmolens houden we rekening met de gevolgen voor recreatie. PARK advies De Provinciaal Adviseurs Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) hebben een advies geschreven over de mogelijkheden voor de opwek van duurzame energie in het Groene Hart, het PARK advies.

Als gemeente werken wij al volgens een aantal uitgangspunten die in dat advies genoemd worden. Sommige van de adviezen heeft de gemeente zelf ook al als voorwaarden gesteld en sommige worden meegenomen als aanvulling in de afwegingen. Een paar van de belangrijkste adviezen zijn: • Investeer in ruimtelijke kwaliteit en maak een rangorde in gebieden. • Verbind de energieopgave aan andere grote opgaves om tot integrale gebiedsperspectieven te komen. • Ga voor zo efficiënt mogelijk, ook qua netwerk. Bewaak de stedelijke kernen, want woningbouw en recreatie worden steeds belangrijker. Als gemeente staan wij, net als andere gemeenten, voor een lokale opgave: het opwekken van onze eigen elektriciteit binnen de gemeentegrenzen. Wij stemmen hierover af met andere gemeenten in de regio om kansen voor een goede inpassing van zon en wind zo veel mogelijk te benutten.

20

21

2.2.2 Cultuurhistorische hoofdstructuur Een deel van het gebied ten oosten van de A2 behoort tot de historische buitenplaatszone. Een belangrijk cultuurhistorisch aspect in De Ronde Venen is de rivier de Angstel. Deze staat op de kaarten bij de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie aangemerkt als historische infrastructuur. Ook heeft de provincie vier historische molens gemarkeerd. Deze zijn gevoelig voor ‘dwarfing’; ze kunnen hun landschapsbepalende functie verliezen als er te nabij windturbines geplaatst zouden worden. Voor al dit soort cultuurhistorische aspecten is het van belang dat ze worden meegenomen in het bepalen van de zoekgebieden.

n Historische buitenplaatszone

Ook de Stelling van Amsterdam heeft grote cultuurhistorische waarde (zie 2.4.4) . Een studie heeft aangetoond dat het door de hoge cultuurhistorische waarde lastig is om een rendabele business case te creëren en tegelijkertijd de cultuurhistorische waarde in stand te houden voor zonnevelden in de Stelling van Amsterdam. Hoewel de Stelling van Amsterdam niet uitgesloten is als zoekgebied voor zonnevelden (met uitzondering van de schootsvelden), heeft het gebied niet de voorkeur. Een aanzienlijk deel van de gemeente wordt gerekend tot agrarisch cultuurlandschap. Dit gebied heeft cultuurhistorische waarde, bijvoorbeeld omdat de ontwikkelingsgeschiedenis af te lezen is in het landschap.

2.3 Mogelijke ontwikkelingen De inpassing van windmolens en zonnevelden vraagt om onbebouwde grond. Daarom is het belangrijk om ook te kijken naar mogelijke toekomstige locaties voor woningbouw en mogelijke toekomstige locaties voor bedrijventerrein. Door deze mogelijkheden nu al mee te nemen in de zoektocht verkleinen we de kans dat er in de toekomst een conflict ontstaat over het gebruik van de grond.

n Agrarisch cultuurlandschap

22

23

2.4 Zachte beperkingen n Weidevogelkerngebied

2.4.1 Weidevogelkerngebieden Weidevogels zijn alle vogels die in uitgestrekte graslanden broeden. De weidevogels staan onder druk door de intensivering van de landbouw, de vermindering van het open gebied en een hoge predatiedruk. De aanwezigheid van een hoger object in zo’n open gebied verstoort de populatie; ze gaan niet broeden. Compensatie is lastig, want weidevogelpopulaties verplaatsen zich niet gemakkelijk. Om deze redenen zijn er weidevogelkerngebieden aangewezen. Deze gebieden worden beschermd tegen veranderingen die te veel invloed hebben. In De Ronde Venen zijn er veel gebieden aangewezen als weidevogelkerngebied. Bij het bepalen van zoekgebieden voor windmolens en zonnevelden wordt de aanwezigheid van weidevogelkerngebied meegewogen bij het bepalen van de geschiktheid van een gebied voor de plaatsing van zonnevelden en/ of windmolens. 2.4.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Hoewel in dit gebied het plaatsen van windmolens en zonnevelden niet uitgesloten is, zoals in het Natura 2000 gebied, is de doelstelling wel dat dit zo veel mogelijk blijft bestaan en in de toekomst een aaneengesloten netwerk vormt van natuurgebieden. Zo moet er een ecologische hoofstructuur in Nederland ontstaan die ervoor zorgt dat de biodiversiteit ten minste stabiliseert in Nederland.

De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van het beleid Natuurnetwerk Nederland ligt bij de provincies. Daarom is het belangrijk dat tijdens de inpassing van zonnevelden en windmolens goed gecommuniceerd wordt met de Provincie Utrecht over hun plannen voor het Natuurnetwerk Nederland.

n Natuurnetwerk Nederland

24

25

2.4.3 Groene Contour Binnen de groene contour vallen gebieden die van belang worden geacht voor het functioneren van Natuurnetwerk Nederland, maar die niet onder het netwerk zelf vallen. Sinds het voorjaar van 2019 werken de Natuur en Milieufederatie Utrecht, Natuurmonumenten, Utrechts Particulier Grondbezit en LTO Noord met elkaar samen om ontwikkelingsscenario’s op te stellen in Groene Contour-gebieden. Ook met deze gebieden wordt voor het bepalen van zoekgebieden zo veel mogelijk rekening gehouden. n Groene contour

2.4.4 Stelling van Amsterdam Windmolens zijn uitgesloten in de Stelling van Amsterdam door een motie van de gemeenteraad, genaamd ‘Zoekgebieden en bescherming UNESCO werelderfgoed gebieden De Ronde Venen’. De motie is aangenomen op 2 juli 2020. Dit was een verdedigingslinie die is aangelegd van 1880 tot 1920. De Stelling is 135 km lang, bevat 46 forten en een grote hoeveelheid aan dijken en sluizen. De Stelling diende als ‘Nationaal Reduit’, waarachter het leger zich kon verschansen. Het is een uniek monument en heeft een grote cultuurhistorische waarde. De Stelling van Amsterdam staat dan ook sinds 1996 op de UNESCO Werelderfgoedlijst. De forten zijn vroeger zo gelokaliseerd dat ze vrij uitzicht hadden. Daarom is het van belang dit vrije uitzicht te behouden. De gemeenteraad heeft een motie aangenomen om windmolens in de Stelling van Amsterdam uit te sluiten. Zonnevelden zijn wel mogelijk in de Stelling van Amsterdam. Dit is complex vanwege de grote cultuurhistorische waarde van het gebied en daarmee de strenge regelgeving.

Daarnaast verzoekt de gemeenteraad met eerdergenoemde motie het college om ‘in het traject van de aanwijzing van zoekgebieden sterk rekening te houden met de landschappelijke inbedding en het eeuwenoude cultuurhistorische gebied van de Stelling van Amsterdam en met name die van het Geingebied.’ Dit alles maakt dat de Stelling van Amsterdam een zwaardere beleidsbeperking is voor zonnevelden dan de andere beperkingen.

n Stelling van Amsterdam

26

27

2.4.5 Laagvliegroute en radar Schiphol In Nederland is de ruimte zowel op de grond als in de lucht schaars en dat vraagt om een integrale afweging wie van welk deel van het luchtruim gebruik mag maken. Zo kunnen windturbines en hoogbouw van invloed zijn op de vorm en omvang van het gebied waarin luchtvaart veilig mogelijk is, onder andere doordat ze radarverstoringen creëren. Om hier veilig mee om te gaan zijn er meerdere toetszones in Nederland, zoals laagvliegroutes en radarverstoringsgebieden. In deze toetszones gelden beperkingen voor de plaatsing van windmolens. In een groot deel van De Ronde Venen kunnen zonder voorafgaande verklaring van geen bezwaar van het ministerie, geen windmolens hoger dan 146m gerealiseerd worden. Binnen de zone met toetsing voor radar is het onmogelijk windmolens te realiseren zonder een positief advies van de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport. Dit laatste geldt voor het overgrote deel van de gemeente. Beide beperkingen betekenen niet dat windmolens c.q. hogere windmolens ondenkbaar zijn, maar wel dat er getoetst moet worden voor windmolens vanaf 146 meter.

n Hoogtebeperking 146m n Strengere hoogtebeperking

2.5 Technische (on)mogelijkheden Duurzame opwek met zonnepanelen en windmolens is weersafhankelijk. Dat is een nadeel ten opzichte van centrales op brandstof of bijvoorbeeld geothermie. Op een grauwe koude winterdag met weinig wind, is er veel vraag en weinig aanbod. Vraag en aanbod moeten in balans blijven, anders valt de stroom uit. Een ander probleem is congestie: transport biedt uitkomst als vraag en aanbod niet in evenwicht zijn, maar dat moeten de leidingen wel aankunnen. Met import, opslag, vraagsturing en reservecapaciteit zijn problemen met netbalans en congestie te overkomen. Voor het netwerk is het beter als Nederland zou kiezen voor een groot aandeel windmolens en een kleiner aandeel zonnevelden. Windenergie is een constantere en goedkopere bron van energie dan zonne-energie. Een voorkeur voor zonnevelden maakt de energiemix duurder. Een oost-west opstelling van zonnepanelen in het veld is beter voor een gelijkmatige belasting van het netwerk en past bij de vraag. Maar vanuit het oogpunt van biodiversiteit heeft een zuid-opstelling de voorkeur omdat er dan meer licht onder de panelen komt. Het netwerk kan altijd uitgebreid of aangepast worden, waardoor het geen harde beperking is voor de zoekgebieden windmolens en zonnevelden. Het uitbreiden van het netwerk kost wel tijd en geld.

Het is medebepalend voor hoe snel initiatieven aangesloten kunnen worden op het netwerk. De Ronde Venen kiest ervoor om het netwerk niet mee te wegen in de keuze voor zoekgebieden. Wel is het netwerk een factor bij de volgorde van de aan te wijzen zoekgebieden. Zonnevelden zijn minder rendabel en moeten daardoor dichterbij stations liggen. Als er wind en zon wordt gerealiseerd kunnen de kosten omgeslagen worden.

n Radar toetszone

28

29

2.6 Harde beperkingen 2.6.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De biodiversiteit in Nederland staat onder druk; planten en dieren verdwijnen. Daarom is het belangrijk om de flora en fauna te beschermen. Op grond van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn wijzen landen Natura 2000 gebieden aan. Deze worden beschermd en men werkt aan het herstellen van de biodiversiteit1. Deze bescherming is verankerd in de Wet natuurbescherming. In De Ronde Venen is natuurgebied de Botshol benoemd tot Natura 2000 gebied. We sluiten dit dus uit voor de plaatsing van zonnevelden en windmolens.

n Natura 2000

2.6.2 Stedelijk gebied De rode contour bepaalt de grenzen van stedelijke bebouwing in een gebied. Binnen de stedelijke bebouwing is het niet mogelijk om zonnevelden en windmolens te plaatsen, door ruimtegebrek en door wet- en regelgeving. Windmolens produceren teveel geluid om in stedelijk gebied een plek te vinden. Binnen stedelijk gebied lenen vooral daken zich goed voor opwek met zonnepanelen. In deze nota gaat het niet over zon op daken. 2.6.3 Veiligheidseisen Bij de plaatsing van windmolens staat veiligheid van de omgeving voorop. Daarom gelden er strenge veiligheidseisen voor windmolens. Windmolens moeten bepaalde afstanden houden tot kwetsbare objecten. Hieronder vallen: 1. bebouwing 2. wegen 3. vaarwegen 4. spoorwegen 5. industrie 6. buisleidingen 7. hoogspanningsinfrastructuur 8. dijklichamen en waterkeringen.

o

Voor elk van deze objecten zijn er vaste veiligheidsberekeningen voor de benodigde afstand. Dit zijn vaak harde eisen, maar vanwege de geringe afstanden zijn ze vooral van belang als in de zoekgebieden specifieke ontwikkellocaties onderzocht worden.

Rode contour

2.6.4 Geluidsnormen Over geluidsnormen bij windmolens bestaat in brede kring onduidelijkheid. Er bestaat geen minimale afstand die windmolens tot woningen moeten houden. Wel is er een wettelijke geluidsnorm waar windmolens aan moeten voldoen. Nederland volgt de Europese instructie om daarvoor de maat dB Lden te gebruiken. Lden staat voor Level day / evening / night. In deze maat krijgt geluid in de avond en ’s nachts extra decibellen opgeteld, omdat hetzelfde geluid dan meer opvalt. De Nederlandse norm kan niet eenvoudig vergeleken worden met landen waar de dB Lden norm niet gebruikt wordt, omdat daar geen ‘strafdecibellen’ meetellen voor geluid ’s avonds en ’s nachts. De norm van 47 dB overdag en 41 dB ’s nachts is landelijk tot stand gekomen op basis van al bestaande normen voor het geluid van weg- en luchtverkeer. Bij de wettelijke norm waar de wegbeheerder aan moet voldoen, ervaart 8% van de omwonenden binnenshuis hinder. Dit is als uitgangspunt overgenomen voor windmolens. Van een windmolen mag daarom ook niet meer dan 8% van de omwonenden hinder ervaren. 1

30

Bron: www.natura2000.nl

31

Toch ligt de geluidsnorm voor windmolens een stuk lager dan is toegestaan voor wegen, omdat het geluid van wegen gelijkmatig is terwijl windmolens een minder regelmatig geluid produceren. Dit wordt al bij lagere geluidniveaus als storend ervaren. Daarom is de geluidsnorm voor windmolens strenger. Op welke afstand een windmolen van een woning moet staan om aan de wettelijke geluidnorm te voldoen, hangt af van een aantal factoren en wordt bij de daadwerkelijke inpassing altijd vooraf onderzocht. Of een windmolen kan voldoen aan de geluidsnormen wordt gemeten door het geluid op de gevel te meten. De wettelijke geluidsnormen vertalen zich naar ongeveer 400 meter. Dit is een indicatie die breed wordt toegepast. Windmolens dichter dan 300 meter van woningen komen niet voor. Voor het bepalen van de zoekgebieden, is daarom een indicatieve afstand gebruikt van 400 meter tot woningen. Er wordt onderzoek gedaan naar gezondheidseffecten van laagfrequent geluid (diepe bassen); tot nu toe concludeert het RIVM dat er geen hard bewijs is voor negatieve effecten van specifiek dit type geluid. Laagfrequent geluid wordt gemeten in de dB-meting, net als alle andere frequenties. Het RIVM volgt wetenschappelijk onderzoek hiernaar op de voet.

n Indicatie geluidsnormen

Recent onderzoek toont aan dat de ervaren overlast nauw samenhangt met betrokkenheid van omwonenden bij de windmolen(s). Dit onderzocht het RIVM op verzoek van de Zwitserse overheid. Een belangrijke conclusie uit het rapport1: als bewoners mee hebben kunnen denken over de inpassing wordt het geluid als minder hinderlijk ervaren. En als ze in financiële zin van de windmolen profiteren daalt de ervaren hinder nog meer.

1

32

https://www.rivm.nl/publicaties/health-effects-related-to-wind-turbine-sound-update

33

3. Per gebied: afwegingen In dit hoofdstuk bespreken we welke gebieden in De Ronde Venen geschikt kunnen zijn voor zonnevelden en windmolens. Op het kaartje staan acht verschillende gebieden ingedeeld op basis van grondsoort en landschapstypen. Deze indeling is vastgesteld door de gemeenteraad in de landschapsnota De Ronde Venen 2030. Per gebied onderscheiden we weer specifieke deelgebieden. De deelgebieden definieerden we op grond van specifieke landschapstypen, in het landschap zichtbare begrenzingen of natuurbescherming. De Stelling van Amsterdam is in de gebieden gearceerd aangegeven omdat windmolens daar niet gerealiseerd kunnen worden omdat de gemeenteraad hierover een motie heeft aangenomen. De lijnen met de 146m hoogtebeperking van Schiphol zijn op deze kaarten ook zichtbaar. We benoemen in tekst de kanttekeningen en afwegingen waarna er geconcludeerd wordt of dat gebied geschikt (donkergroen), beperkt geschikt (lichtgroen) of niet geschikt is (grijs) voor zonnevelden en windmolens. Omdat sommige gebieden te kampen hebben met onvoldoende aansluitmogelijkheden op het elektriciteitsnetwerk, hebben we steeds na de conclusie informatie over de aansluiting weergegeven. In de toekomst zal het netwerk steeds robuuster worden en wordt aansluiting op meer plaatsen goed mogelijk.

Omdat dit geen onderdeel is van de afweging maar wel een rol speelt bij de volgorde van openstelling van de gebieden, is dit steeds apart opgenomen.

34

35

3.1 Polders bij Abcoude en bij Baambrugge De polders bij Abcoude en Baambrugge zijn een open polderlandschap van veen en klei. De grond bestaat uit een kleilaag bovenop het veen. Dit gebied is ontgonnen vanaf de oevers van de riviertjes, de Angstel en ‘t Gein. Hier liggen de wegen en staat de bebouwing met de beplanting. Het landschap van het gebied kenmerkt zich door een grote open ruimte die gebruikt wordt als weiland. Dit is over het algemeen goede agrarische grond. De verkaveling vindt zijn oorsprong in de middeleeuwen en is goed zichtbaar in het landschap door de vele sloten. Sloten met hoge waterstanden geven richting aan het gebied, dat bestaat uit onregelmatige strokenverkaveling, soms taps toelopend naar het midden. De randen van de open ruimte worden scherp begrensd door de rivierlinten. Het gebruik van de weilanden gebeurt vanaf die linten. Door dit gebied lopen weinig wegen, je beleeft het open landschap vanaf de hoger gelegen wegen die langs de randen van het gebied lopen. In het gebied staat weinig hoge beplanting. Een groot deel behoort tot de historische buitenplaatszone. Het gebied wordt doorsneden door de A2 en de spoorlijn. Daarnaast grenst het aan het Amsterdam-Rijnkanaal, wat tevens de grens is van de gemeente. 3.1.1 Waardassackerpolder Het gebied Waardassackerpolder ligt ten westen van de A2 bij Abcoude (zie kaartje).

De aanwezigheid van de A2 biedt mogelijkheden voor landschappelijke inpassing van zonnevelden en windmolens. In tegenstelling tot de andere polders bij Baambrugge en Abcoude, behoort dit gebied tot het agrarisch cultuurlandschap. Het gebied is tijdens het participatietraject door de deelnemende inwoners weinig tot soms uitgesloten. Daarnaast hebben deze inwoners het gebied soms tot regelmatig aangewezen als gebied voor zon en soms aangewezen als gebied voor wind. Dit gebied is in zijn geheel weidevogelkerngebied. Een klein deel aan de westgrens ligt in Natuurnetwerk Nederland. De provincie onderzoekt de mogelijkheid van integrale gebiedsontwikkeling. De opwek van duurzame energie kan hier een onderdeel van zijn. Amsterdam en Ouder-Amstel onderzoeken de mogelijkheden om windmolens te plaatsen rondom het knooppunt A2/A9. Als dit doorgaat dan lijkt het landschappelijk gezien voor de hand liggend om ook windmolens aan onze kant van de grens neer te zetten. Dit gebied valt onder de laagvliegroute van Schiphol, en vanwege de korte afstand tot Schiphol gelden in dit gebied de bijbehorende regels naar verwachting relatief zwaar. Het zuidelijke deel van het gebied Waardassackerpolder ligt in de Stelling van Amsterdam. De ligging in de Stelling van Amsterdam maakt wind daar onmogelijk.

Een motie van de raad draagt ook voor zon op om sterk rekening te houden met de landschappelijke inbedding en het eeuwenoude cultuurhistorische gebied van de Stelling van Amsterdam. Binnen het schootsveld van het fort dat in de Waardassackerpolder ligt, kunnen geen zonnevelden geplaatst worden. Rijkswaterstaat heeft interesse in het plaatsen van zonnepanelen op de middenberm van de A2. Conclusie Waardassackerpolder Gezien het beperkte aantal beleidsbeperkingen is een behoorlijk deel van de Waardassackerpolder geschikt voor zon. Voor wind is het noordelijke deel van het gebied ook geschikt. Bovendien biedt de A2 kansen voor de inpassing van zonnevelden en windmolens in dit gebied. Wel moet er rekening worden gehouden met geluidsnormen, weidevogels, de waarde van het landschap en de nabijheid van Schiphol. Aansluiting We verwachten dat zonnevelden van 1 tot 10 hectare eenvoudig aangesloten kunnen worden op het netwerk. Voor grotere zonnevelden is dat lastiger omdat er geen grotere stations in de buurt zijn. Grotere zonnevelden zouden wel naast windmolens geplaatst kunnen worden en zo meeliften op aansluitingen van windmolens (zoals we hiervoor al aangaven is wind op dit moment rendabeler, waardoor binnen de business case grotere afstanden naar een tussenspanningsstation mogelijk worden). 36

37

3.1.2 Geingebied zuid Net als de Waardassackerpolder is de grond hier opgebouwd uit klei op veen. Het deel langs de rivier het Gein behoort tot de historische buitenplaatszone. Er is veel openheid in het gebied. De verkaveling is middeleeuws. Door dit gebied loopt het Amsterdam-Rijnkanaal. Naast het kanaal zou een lijnvormige rij van zonnevelden en/of windmolens passend kunnen zijn, net als langs het spoor. Inwoners hebben dit gebied vaak uitgesloten op de Zon en Windkaart en soms tot regelmatig aangewezen. Er loopt een petitie tegen windmolens in het gebied. De gemeenteraad heeft opgeroepen de petities mee te laten wegen in het bepalen van zoekgebieden. Er ligt hier een heel klein gebied dat hoort tot Natuurnetwerk Nederland en er zijn geen ontwikkelingen gepland voor natuur, woningbouw of bedrijventerrein. De gemeente Weesp heeft haar zoekgebied bij de Aetsveldsepolder (aan de overkant van het kanaal) laten vervallen. Een deel van dit gebied valt onder de hoogtebeperking van Schiphol voor windmolens. Het noordelijke stuk van Geingebied zuid ligt in de Stelling van Amsterdam. Daar geldt de motie van de gemeenteraad om sterk rekening te houden met de landschappelijke inbedding en het eeuwenoude cultuurhistorische gebied van de Stelling van Amsterdam en met name het Geingebied.

Conclusie Geingebied zuid Dit gebied is geschikt voor zowel zonnevelden als windmolens vanwege de mogelijkheden voor landschappelijke inpassing langs het Amsterdam-Rijnkanaal; dit geldt echter niet voor het deel dat in de Stelling van Amsterdam ligt. Daar kunnen geen windmolens, en is het voor zonnevelden ook complexer. In de rest van het gebied gelden vrijwel geen beleidsbeperkingen. Aansluiting We verwachten dat zonnevelden lastig aangesloten kunnen worden op het netwerk omdat er geen grotere stations in de buurt zijn. Zonnevelden zouden wel naast windmolens geplaatst kunnen worden en zo meeliften op aansluitingen van windmolens. 3.1.3 Geingebied noord Dit gebied ligt ten noorden van de rivier het Gein. Het ligt geheel in de historische buitenplaatszone, wat de cultuurhistorische waarde van het gebied onderschrijft. De inwoners in het participatietraject hebben het Geingebied noord gebied soms uitgesloten voor zon of wind. Voor zonnevelden is het gebied soms tot regelmatig aangewezen; voor windmolens is het gebied soms aangewezen. De petitie tegen windmolens betreft ook dit gebied en wegen we daarom ook mee. Door het Geingebied noord loopt de Stelling van Amsterdam. Daar geldt de motie van de gemeenteraad om sterk rekening te houden met de landschappelijke inbedding en het eeuwenoude cultuurhistorische gebied van de Stelling van Amsterdam en met name het Geingebied.

Geluidsbeperkingen, Schiphol en hoogspanningsleidingen beperken de mogelijkheden voor wind nog verder. Conclusie Geingebied noord Geingebied noord is geschikt voor zon en voor wind. Voor wind geldt wel dat een deel in de Stelling van Amsterdam ligt, en er rekening moet worden gehouden met hoogspanningsleidingen en geluidsnormen. Er zijn relatief weinig beleidsbeperkingen. Aansluiting We verwachten dat zonnevelden tot 10 hectare eenvoudig aangesloten kunnen worden op het netwerk. Voor grotere zonnevelden is dat lastig omdat er geen grotere stations in de buurt zijn. Zonnevelden zouden wel naast windmolens geplaatst kunnen worden en zo meeliften op aansluitingen van windmolens. 38

39

3.1.4 Angstel oost Het Angstelgebied bestaat uit klei- en veengrond. Ook dit gebied behoort tot de historische buitenplaatszone, wat de cultuurhistorische waarde van het gebied aantoont. Daarnaast loopt hier de rivier de Angstel. Dit is historische infrastructuur. Inwoners hebben dit gebied weinig tot soms uitgesloten voor zon en wind, maar ook weinig tot soms aangewezen voor zon en niet tot weinig voor wind. Er loopt een petitie tegen zonnevelden en windmolens in het Angstelgebied. De Stelling van Amsterdam loopt daarnaast door het noorden van dit gebied. Er is lintbebouwing langs de rivier met bedrijvigheid en woningen. Dit belemmert de realisatie van windmolens. Conclusie Angstel oost Het gebied is op zichzelf geschikt voor zon, maar moet toch afvallen. Het gebied is niet breed en met zonnevelden kom je al snel dicht in de buurt van historische infrastructuur en woningen. Er zijn geen mogelijkheden voor wind in verband met de geluidsnormen. 3.1.5 Angstel west Ook de westzijde van de Angstel is klei- en veengrond. De historische buitenplaatszone en de historische infrastructuur die door dit gebied loopt, laten de cultuurhistorische waarde van het gebied zien. Er moet daarom er extra aandacht besteed worden aan de landschappelijke inpassing van zonnevelden en windmolens in dit gebied.

Langs de snelweg zou een lijnvormige strook van zonnevelden en/of windmolens passend kunnen zijn. Inwoners hebben het gebied vaak aangewezen op de Zon en Windkaart, maar ook soms tot vaak uitgesloten op de Zon- en Windkaart. Er loopt een petitie tegen zonnevelden en windmolens in het Angstelgebied, en een andere tegen zonnevelden tussen Abcoude en Baambrugge. Een deel van dit gebied behoort tot weidevogelkerngebied en ten noorden van dit weidevogelkerngebied ligt de Stelling van Amsterdam. Rijkswaterstaat heeft interesse in het plaatsen van zonnepanelen op de middenberm van de A2. Conclusie Angstel west Er zijn inwoners die moeite zullen hebben met opwek, maar vanwege de mogelijkheden voor landschappelijke inpassing parallel aan de snelweg, is het gebied Angstel west geschikt voor zowel zon als wind. Aansluiting We verwachten dat zonnevelden tot 10 hectare eenvoudig in het zuidelijk deel van het gebied aangesloten kunnen worden op het netwerk. Meer in het noorden en voor grotere zonnevelden is dat lastig omdat er geen grotere stations in de buurt zijn. Zonnevelden zouden wel naast windmolens geplaatst kunnen worden en zo kunnen meeliften op aansluitingen van windmolens.

40

41

3.1.6 Abcoudermeer e.o. Aan beide zijden van het Abcoudermeer liggen graslanden. Het gebied ligt aan de A2. Inwoners hebben dit gebied soms aangewezen voor zon en wind, maar vaak uitgesloten op de Zon en Windkaart. Daarnaast ligt het gebied dicht tegen Amsterdam aan en is het belangrijk gemeente Amsterdam en haar inwoners te betrekken bij beslissingen over dit gebied. Dit gebied is van beperkte omvang, ligt in Natuurnetwerk Nederland en heeft een hoge natuur- en recreatiewaarde door het meer. Ook het gebied De Hoge Dijk biedt hier natuurwaarde. Conclusie Abcoudermeer e.o. Dit gebied is niet geschikt voor zon vanwege de beperkte schaal en het recreatief gebruik van het Abcoudermeer. Voor wind is het gebied ook ongeschikt, omdat het niet mogelijk is aan de geluidsnormen te voldoen.

42

43

3.1.7 Overzicht zoekgebieden in Polders bij Abcoude en in Baambrugge Behalve Angstel oost en het Abcoudemeer e.o. zijn alle deelgebieden geschikt als zoekgebied voor inpassing van zon en/of wind. Geschikte gebieden zijn donkergroen op de kaart. De twee ongeschikte gebieden zijn grijs op de kaart. Het deel dat behoort tot de Stelling van Amsterdam is ongeschikt voor wind.

44

45

3.2 Botshol Botshol delen we op in het natuurgebied Botshol en twee polders: de Polder Botshol en Polder Nellestein. Oorspronkelijk had het hele gebied een middeleeuws verkavelingspatroon in onregelmatige blokken en regelmatige stroken. In polder Nellestein is dit nog aanwezig. In het zuidelijke deel is door ontginning, vervening en plasvorming de verkaveling aan het einde van de 18e eeuw volledig verdwenen. Het is een oud laagveenverlandingsgebied, waar door de vele plassen, sloten, vochtige weilanden en oude rietlandjes, planten goed kunnen gedijen. Het water in Botshol is ook belangrijk areaal waar watervogels van profiteren. Het gebied is onder meer belangrijk voor het habitat-type galigaanmoerassen. Na maatregelen hebben ook kranswierwateren zich goed hersteld en hierdoor is het een van de belangrijkste groeiplaatsen van kranswiervegetatie. 3.2.1 Natuurgebied Botshol Het gehele gebied is aangemerkt als Natura 2000 gebied. Daarnaast ligt het gebied in de Stelling van Amsterdam. Conclusie Natuurgebied Botshol Natuurgebied Botshol is zowel voor zon als voor wind uitgesloten omdat het Natura 2000 gebied is. 3.2.2 Polders Botshol en Nellestein Dit deelgebied bestaat uit twee delen. Enerzijds de noordelijke polder Nellestein, een weidegebied waar het grasland de openheid garandeert. En het deel van de Polder Botshol dat niet beschermd is als Natura 2000 gebied.

Het deelgebied valt binnen de groene contour en is weidevogelkerngebied. Daarnaast ligt dit gebied in de Stelling van Amsterdam. Conclusie Polders Botshol en Nellestein Dit gebied is uitgesloten voor windmolens, vanwege de Stelling van Amsterdam. Het is beperkt geschikt voor zonnevelden, vanwege de verschillende beleidsbeperkingen. Zonnevelden kunnen wel gerealiseerd worden mits de inpassing zorgvuldig plaatsvindt. Aansluiting Niet alleen grote, maar ook kleinere zonnevelden (tot 10 hectare) kunnen worden aangesloten. 3.2.3 Overzicht zoekgebieden in Botshol De polders Botshol en Nellestein zijn beperkt geschikt voor zon. Beperkt geschikte gebieden zijn lichtgroen.

46

47

3.3 Vinkeveense Plassen De Vinkeveense Plassen hebben een hoge recreatieve waarde en bestaan uit een noordelijke en zuidelijke plas, gescheiden door de Baambrugse Zuwe. Naast de vele recreatiemogelijkheden (zwemmen, varen, duiken, etc.) heeft het gebied een hoge cultuurhistorische waarde. Ontginning door mensen hebben de plassen gevormd tot de huidige staat. In tegenstelling tot de droogmakerijken zijn de Vinkeveense plassen niet droog gepompt en dus bewaard gebleven. Uiteindelijk is besloten om deze plassen niet droog te malen omdat ze inmiddels een belangrijke recreatieve functie hadden. In alle delen zijn legakkers en petgaten aanwezig. Deze zorgen voor een deels open en deels meer gesloten gebied. De legakkers en petgaten zijn resten van het middeleeuwse verkavelingspatroon. Door turfwinning zijn de percelen steeds verder afgegraven, totdat slechts smalle stroken land overbleven om de gewonnen turf op te drogen. De plassen zijn ook vanuit natuurbescherming waardevol en behoren tot Natuurnetwerk Nederland. Inwoners hebben dit gebied niet tot soms aangewezen voor zon en wind en niet tot vaak uitgesloten. Conclusie Vinkeveense Plassen Dit gebied is ongeschikt voor zon en wind, wegens de grote cultuurhistorische, recreatieve en natuurwaarde. Omdat het hele gebied niet geschikt is voor zon of wind, is het grijs op de overzichtskaart.

48

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12588657/2