CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

De Ronde Venen aanvullende motivering weigering VVGB

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanvullende motivering weigering VVGB Lange Coupure2.546 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postbus 717, 3000 AS Rotterdam Bezoekadres: Millenniumtoren, Weena 690, Rotterdam

NOTITIE

Pp

datum

:

7 maart 2025

aan t.a.v.

: :

Raad van De Ronde Venen

van

:

onze ref.

:

mr.drs. M.C. de Smidt, advocaat Mobiel: +31 (0)6 53 28 90 74 E-mail: marinda.desmidt@straatmankoster.nl 09-1216/DMS09-1396252812-154

betreft

:

De Ronde Venen / advies VVGB – motivering weigering VVGB

I

Inleiding 1. Zoals afgesproken tijdens de bijeenkomst van 20 februari jl. heb ik een concept motivering gemaakt om de VVGB voor het bouwplan van Snoek Tuinen V.O.F. opnieuw te weigeren. 2. We bespreken deze motivering in een teams meeting op 6 maart a.s. 3. De onderstaande motivering vervangt integraal de eerdere motivering van de weigering van de VVGB d.d. 28 maart 2024.

II

Tekst aanvullende motivering weigering VVGB 4. Het tekstvoorstel voor de aanvullende motivering luidt als volgt: Inleiding 5. De raad heeft op 28 maart 2024 de verklaring van geen bedenkingen (“VVGB”) geweigerd voor het afwijken van het bestemmingsplan ‘Herziening Abcoude Buitengebied’ (“bestemmingsplan”) voor het bouwplan van Snoek Tuinen V.O.F. (“Snoek”). In de tussenuitspraak van 6 december 2024 heeft de rechtbank MiddenNederland geoordeeld dat de onderbouwing van de weigering van de VVGB op een aantal punten niet voldoende is gemotiveerd. De raad besluit hierbij opnieuw tot weigering van de VVGB op basis van de onderstaande motivering. De eerdere motivering tot weigering van de VVGB wordt integraal vervangen door de onderstaande motivering. 6. De raad heeft haar eerdere motivering aan de hand van de tussenuitspraak opnieuw bekeken en zij is tot de conclusie gekomen dat voor haar het centrale argument voor

Straatman Koster Advocaten is de handelsnaam van Straatman Koster Advocaten B.V., statutair gevestigd te Rotterdam (KvK Rotterdam nr. 24389790). Straatman Koster Advocaten is een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. De algemene voorwaarden van Straatman Koster Advocaten, waarin een beperking van de aansprakelijkheid is bedongen, zijn op alle opdrachten van toepassing. De algemene voorwaarden worden op verzoek toegezonden en zijn eveneens te vinden op www.straatmankoster.nl. De algemene voorwaarden zijn gedeponeerd bij de rechtbank te Rotterdam.

het niet verlenen van de VVGB is gelegen in de omvang van het aangevraagde bouwplan. De raad heeft dit aspect nader geanalyseerd alsmede bekeken en gewogen in het kader van de belangenafweging en komt tot de conclusie dat dit een voor haar negatief aspect is, zodanig dat het bouwplan vanwege de omvang niet een goede ruimtelijke ordening inhoudt. De raad legt hierna nader uit waarom zij dit zo ziet. De raad gaat in dit verband ook de belangenafweging die zij heeft verricht en waarin zij het bedrijfseconomische belang van Snoek bij de gewenste nieuwbouw alsmede de ruimtelijke kwaliteit van het bouwplan bespreekt. 7. De raad heeft geconstateerd dat het bezwaarlijke aspect van het bouwplan (al) is gelegen in de forse overschrijding van het bebouwingspercentage dat geldt voor de bestemming Bedrijf (waarover hierna meer). Dat argument staat in haar visie los van de bestemming Waarde-Schootsvelden zoals die ligt op het perceel van Snoek. Anders gezegd: stel dat dat de bestemming Waarde-Schootsvelden niet zou gelden, dan zou dat de overwegingen van de raad over het bouwplan en de goede ruimtelijke ordening niet veranderen. 8. De raad is daar eerder welllicht niet zo duidelijk over geweest nu zij in de eerdere weigering kort is ingegaan op een paar cultuurhistorische argumenten zoals aangedragen door Snoek en MooiSticht.

De raad deed dat in een poging uit te leggen dat deze cultuurhistorische argumenten de raad niet kunnen overtuigen omdat nu eenmaal het bezwaarlijke aspect de grootte van het bouwplan is. Aangezien de forse overschrijding van het bebouwingspercentage die geldt voor de bestemming Bedrijf hét zelfstandige pijnpunt is, komt de raad komt hierna niet toe aan een beschouwing van het bouwplan in relatie tot de (on)mogelijkheden van de bestemming WaardeSchootsvelden. Dit brengt mee dat de raad niet ingaat op de desbetreffende argumentatie van Snoek (onder meer in par. 4.1 van de ruimtelijke onderbouwing van BügelHajema, het advies van MooiSticht van 26 oktober 2023 en de brief van de provincie Utrecht (maart 2024)). De weigering van de VVGB is echter uitsluitend gebaseerd op de te grote omvang van het bouwplan. Het bouwplan is te groot – de raad hecht aan vasthouden aan het beperkte bebouwingspercentage van het bestemmingsplan 9. Het bouwplan van Snoek voorziet in de nieuwbouw van één houten schuur van 440 m² (29,36 meter bij 15,01 meter). Momenteel zijn op het perceel twee stenen schuren aanwezig met een totale oppervlakte van circa 110 m². 10. Het bestemmingsplan staat ter plaatse toe dat 15% van het bouwvlak wordt bebouwd. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van ca. 1075 m² en daarmee mag er maximaal 161 m² worden gebouwd.

Dat kan na een binnenplanse afwijking – een DMS09-1396252812-154/v 0.54

2/7

bevoegdheid die het college van B&W toekomt – maximaal worden vergroot naar 185,5 m². 11. Het beoogde bouwplan is derhalve meer dan 2,5 keer groter dan rechtstreeks op grond van het bestemmingsplan is toegestaan en meer dan 2,3 keer zo groot als met een binnenplanse afwijking is toegestaan. Die forse mate van bebouwing en daarmee verstedelijking in het buitengebied acht de raad onwenselijk. 12. De raad realiseert zich dat men ook naar de situatie kan kijken alsof er best nog fysieke ruimte is voor grootschaliger nieuwbouw in een groot open gebied. De raad begrijpt dit wel, maar zo ziet zij het niet. Het is juist nadrukkelijk in het bestemmingsplan vastgelegd dat het bouwvlak extensief (15%) mag worden bebouwd. Dat past ook bij de directe omgeving in feitelijk opzicht: veel openheid en lage bebouwingsdichtheden (zie luchtfoto – bijlage 1). Maar het past volgens de raad ook bij de directe omgeving in juridisch opzicht: op grond van het bestemmingsplan Abcoude Buitengebied is de bestemming van de directe omgeving Agrarisch (en Waarde-Schootsvelden) met beperkte bebouwingsmogelijkheden voor gebouwen en bedrijfswoningen voor de agrarische bedrijven. 13. De raad vindt dat aan het bestemmingsplan en het daarin opgenomen maximale bebouwingspercentage een groot gewicht toekomt bij de beoordeling of sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Het bestemmingsplan is leidend en er dient niet lichtvaardig te worden besloten tot een afwijking. Dat betekent echter niet dat de raad niet verder heeft willen kijken dan de regeling van het bestemmingsplan of een cirkelredenering toepast. Belangenafweging 14. Zoals hiervoor aangegeven heeft de raad grote moeite met de omvang van het bouwplan. De raad heeft de grootte van het bouwplan meegenomen in de belangenafweging waarin zij de andere elementen van het bouwplan weegt en de andere betrokken ruimtelijk relevante belangen om uiteindelijk de vraag te beantwoorden of het bouwplan een goede ruimtelijke ordening inhoudt. De raad heeft in dat opzicht beleidsruimte, dat wil zeggen zij mag vaststellen wat een goede ruimtelijke ordening volgens haar inhoudt, maar zij zal dit wel kenbaar en deugdelijk moeten motiveren (zie ook r.ov. 17 en 18 van de tussenuitspraak). 15. De raad bespreekt in het kader van de belangenafweging het door Snoek aangedragen bedrijfseconomische belang en vervolgens de ruimtelijke kwaliteit van het bouwplan.

DMS09-1396252812-154/v 0.54

3/7

Het bedrijfseconomische belang van Snoek 16. Snoek heeft gewezen op de ‘Onderbouwing economische noodzaak voor (her)inrichting van bedrijfslocatie Lange Coupure 1A te Abcoude’ d.d. 23 oktober 2018. Kort gezegd blijkt uit die onderbouwing volgens Snoek dat zonder investeringen in de bedrijfslocatie zoals voorzien in het bouwplan, Snoek in de periode 2019 – 2027 steeds minder concurrerend wordt door (onder meer) kosten die gerelateerd zijn aan de inefficiency van de locatie en het gebrek aan representativiteit en mogelijkheden om administratieve taken op locatie uit te voeren. 17. De raad overweegt dat de onderbouwing uitsluitend gaat over de individuele bedrijfseconomische situatie bij Snoek. De raad meent dat het behouden en herstellen van een vanuit ruimtelijk oogpunt goed ondernemersklimaat een ruimtelijk relevant belang is. Hier gaat het echter niet om het ondernemersklimaat/vestigingsklimaat, maar om een individuele onderneming die meent dat haar locatie niet past bij de groei die ze ambieert. 18. Daarbij merkt de raad nog op dat haar opvalt dat de onderbouwing in hoge mate subjectief en speculatief is qua inschattingen van het (forse) verlies van omzet versus de kansen op groei (een werknemer per jaar erbij) ingeval van realisatie van de beoogde nieuwbouw. De raad gaat niet in de detail in op haar kritiek op deze onderbouwing om de hierna volgende redenen. 19.

De raad begrijpt de ambities van Snoek, maar vindt dat het aan Snoek is om als onderneming een locatie te kiezen die past bij haar groeiambities. Snoek kent de locatie al jaren en is eigenaar sinds 2008. Toen het bestemmingsplan in 2014 werd vastgesteld met het maximale bebouwingspercentage, heeft Snoek daar niet tegen geageerd. 20. De constatering van Snoek dat de locatie ongeschikt is (of wordt) gelet op haar ambities zou mogelijk kunnen betekenen dat het bedrijf op enig moment naar een andere locatie wordt verplaatst als Snoek dat beter acht voor de toekomst van het bedrijf. In die zin is een steeds verslechterend bedrijfsresultaat – waar de onderbouwing (te) gemakkelijk vanuit gaat – niet een noodzaak voor de gemeente(raad) om mee te werken aan een noodzakelijke afwijking om de continuïteit te borgen van een individuele onderneming, maar een noodzaak voor de desbetreffende ondernemers om tijdig te bekijken hoe zij de continuïteit kunnen borgen. Daarbij telt voor de raad mee – ook voor haar overweging dat er geen sprake is van een ruimtelijk relevant belang – dat de aard van het bedrijf van Snoek niet meebrengt dat ze specifiek gebonden is aan de Lange Coupure 1A. Vergelijk bijvoorbeeld situaties waar een bedrijf kadegebonden is of agrarisch grondgebonden.

DMS09-1396252812-154/v 0.54

4/7

In de onderbouwing staat kort aangegeven dat locaties op een industrieterrein te duur zouden zijn voor Snoek, maar dat is niet onderbouwd. 21. Kortom, de raad begrijpt dat het vervelend is dat Snoek meent dat ze niet goed kunnen groeien op hun locatie zoals gewenst, maar de raad ziet niet dat dit louter bedrijfseconomische belang bij optimalisatie van de door hen zelf gekozen bedrijfslocatie met de uit het oude en vigerende bestemmingsplan voortvloeiende bebouwingsbeperkingen een (i) ruimtelijk relevant belang is en (ii) dat dat belang zwaar moet wegen, althans zwaarder dan de onwenselijk grote omvang van het bouwplan. Ruimtelijke kwaliteit 22. De raad heeft verder gekeken naar het element van de ruimtelijke kwaliteit. De raad neemt in dit verband mee dat de bestaande bouw zou worden vervangen door nieuwbouw (in hout). Ook het feit dat de huidige twee gebouwen worden vervangen door één gebouw (met een andere plaatsing) is een relevant gegeven om te betrekken in de afweging net als de landschappelijke inpassing. Verder beziet de raad ook het aspect van buitenopslag in de oude versus de beoogde nieuwe situatie. 23.

De raad komt dan tot de volgende beschouwingen: hoewel nieuwbouw in hout van één gebouw op zich qua uiterlijk een fraaier beeld zal opleveren dan de huidige situatie, is de grootte van het bouwplan zoals hiervoor door de raad besproken een factor die deze ‘winst’ voor de raad geheel wegneemt. Dat geldt ook voor het feit dat er niet langer sprake is van twee gebouwen die haaks op elkaar staan maar van één gebouw. Het beoogde gebouw is simpelweg te groot om te kunnen spreken van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. 24. Ook de beoogde landschappelijke inpassing helpt in dat opzicht niet. Het gaat de raad erom dat zoveel mogelijk het open landschap behouden blijft en het inpassen van grotere bebouwing met een groene planten/bomenrij neemt het effect van de grotere bebouwing in het landschap niet weg. De beplanting werkt juist de compartimentering van het landschap verder in de hand. 25. Een andere factor betreft de buitenopslag. Op dit moment wordt feitelijk materiaal buiten opgeslagen op de betonplaat achter het bouwvlak zoals Snoek ook zelf aangeeft. De buitenopslag ligt daarmee in het plangebied van het bestemmingsplan Abcoude Buitengebied.

Los van de vraag of de vrijstelling die in 2008 is verleend (bijlage 15 procesdossier gemeente) dit gebruik nog dekt aangezien inmiddels het bestemmingsplan Abcoude Buitengebied daarna is vastgesteld dat dit gebruik niet mogelijk maakt, gaat het de raad om het volgende. Het feitelijke ruimtebeslag van de vervanging van de twee bestaande schuren door de nieuwe schuur is (inderdaad) DMS09-1396252812-154/v 0.54

5/7

voor de raad van primair belang. Maar de raad kijkt ook naar het gebruik van het verharde oppervlak voor buitenopslag. En daarvan stelt Snoek dat de buitenopslag zal verdwijnen in de nieuwe situatie, maar dat is niet wat de raad leest in de ruimtelijke onderbouwing (p.12). Daar staat dat het erf achter het nieuwe gebouw wordt gebruikt voor het parkeren van auto’s, manoeuvreren van verkeer, laden en lossen en voor het stallen van materiaal en materieel. Dat is kennelijk nodig voor het functioneren van het bedrijf. Ook al zou dat stallen steeds tijdelijk zijn (totdat het materiaal naar binnen wordt gebracht zoals Snoek stelt in de inspraaknotitie) dan nog komt het er voor de raad op neer dat de functie van de buitenopslag de facto zal blijven bestaan én tegelijk de bebouwing flink wordt uitgebreid. Snoek merkt ook immers zelf op dat deze situatie regelmatig zal voorkomen. Een verwant punt van zorg voor de raad is dat in de huidige situatie er bovendien materialen buiten worden opgeslagen die zich niet lenen voor opslag binnen, denk aan tuinafval/compost. De raad meent dat het in de praktijk erop neer zal komen dat dit soort materialen steeds buiten zullen worden opgeslagen.

Kortom, los van de vaststelling van de raad dat de grootte van de nieuwe schuur op zichzelf al een issue is voor de raad, is het argument van de buitenopslag daarom geen doorslaggevend positief argument voor de raad. Grootte van het bouwplan 26. Tot slot is in het kader van de belangenafweging de grootte van het bouwplan betrokken waarvan de raad hiervoor gemotiveerd heeft aangegeven dat zij de grootte qua ruimtelijke ordening gezien niet vindt passen. Conclusie belangenafweging 27. De raad meent dat het bedrijfseconomische belang van Snoek geen ruimtelijk relevant belang is en dat de ruimtelijke kwaliteit van het bouwplan niet zodanig is dat het bezwaar van de raad tegen de grootte van het bouwplan voldoende wordt weggenomen. De raad concludeert dan ook dat het huidige bestemmingsplan met het bebouwingspercentage van 15% (en de mogelijkheid voor een binnenplanse afwijking) voldoet aan een goede ruimtelijke ordening die past bij de locatie van Snoek en de omgeving zoals hiervoor omschreven. De raad besluit daarom de VVGB te weigeren. Handreiking voor een nieuwe aanvraag 28. Gelet op het bovenstaande is er wat de raad betreft geen ruimte voor een afwijking van het bestemmingsplan die uitgaat boven het bebouwingspercentage van 15% van het bouwvlak.

Het college van B&W is mogelijk bereid mee te werken aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor het vergroten van het DMS09-1396252812-154/v 0.54

6/7

bebouwingspercentage tot 15% van het maximale bebouwingspercentage, maar daar gaat de raad niet over. Kortom, de raad geeft Snoek mee om een aanvraag te doen voor een bouwplan dat ofwel past binnen het bestemmingsplan (gebonden beschikking) of met het college van B&W te verkennen of er een omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijking kan worden verleend op grond van artikel 4.3a van het bestemmingsplan.

DMS09-1396252812-154/v 0.54

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15298365/3