Bijllage 5 22 054 rv Agrarisch advies Bovendijk nabij nr. 22 te Wilnis
Tekst van het document
Stichting Abc Postbus 357 3440 AJ WOERDEN 06- 427 417 90 info@abcommissie.nl www.abcommissie.nl
uw email van: 10 mei 2022 uw kenmerk: 5604217 ons kenmerk: 22 054 rv betreft: ophoging landbouwpercelen aanvrager: VOF Tijsseling locatie: Bovendijk nabij nr. 22 te Wilnis adviesaanvraag ontvangen: 10 mei 2022
Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen
Woerden, 8 juli 2022
Geacht college,
Aanvraag Uw adviesaanvraag betreft de ophoging van landbouwgronden op de locatie als hierboven is vermeld. U verzoekt, kort samengevat, ons advies over de noodzaak van de ophoging, de minimale hoogte ervan en de noodzaak tot het eerst afgraven van de bestaande toplaag. Leden van de Agrarische beoordelingscommissie hebben voornoemd bedrijf bezocht op 15 juni 2022 en met de heer G. Tijsseling en de heer T. Witjes van SentOne, vergezeld van een collega, de aanvraag en situatie besproken. Bestemmingsplan De percelen landbouwgrond waar de ophoging is voorzien zijn gelegen in het plangebied van bestemmingsplan ‘Buitengebied-West’. De percelen zijn gelegen op gronden met de bestemming ‘Agrarisch’. Gronden met genoemde bestemming zijn, onder meer, bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven. Volgens het bepaalde in artikel 3.6 is het, onder meer, verboden op of in de gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gronden te vergraven, af te graven, te egaliseren of op te hogen (artikel 3.6.1, lid d.).
Artikel 1 ‘Begripsbepalingen’ vermeldt, onder meer, de volgende voor dit advies agrarisch relevante begrippen: 1.6 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren, waaronder tevens wordt verstaan een paardenhouderij en paardenfokkerij en waaronder niet wordt verstaan een manege; K.v.K. Woerden: nr. 41170098
BTW-id: NL806251165B01
Bankrekening: IBAN NL49 INGB 0006 3199 49
1.52 grondgebonden agrarisch bedrijf: agrarische bedrijven waarvan de bedrijfsvoering grotendeels afhankelijk is (weidegang, voedervoorziening, mestafzet e.d.) van het voortbrengend vermogen van de grond die tot dat bedrijf behoort. 1.53 grondgebonden veehouderij: een grondgebonden agrarisch bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het houden van dieren, waaronder tevens wordt verstaan een paardenhouderij en paardenfokkerij en waaronder niet wordt verstaan een manege. Huidige situatie De heer G. Tijsseling exploiteert in firmaverband een melkveebedrijf met bijna 700 melkkoeien en ruim 500 stuks jongvee, verspreid over meerdere locaties aan de Burgemeester Padmosweg te Wilnis. De hoofdlocatie van het bedrijf is gelegen aan de Burgemeester Padmosweg 90A. Op het bedrijf werken 6 mensen fulltime en 3 mensen parttime. Volgens de Gecombineerde Opgave (GO1) beschikt het bedrijf in 2022 over netto ruim 429 hectare, waarvan 30 hectare in gebruik is voor snijmais en bijna 400 hectare als grasland. De koeien worden in de zomer geweid. Reden van de aanvraag / plan / nieuwe situatie Het plangebied waar de grondophoging is voorzien, ligt, gezien vanaf de Burgemeester Padmosweg 90A, achter in het land. In deze polder heeft de Firma Tijsseling circa 220 hectare in gebruik.
De betreffende polder is in een ver verleden ontveend, waarna een vrij slappe kleigrond overbleef met daarop een teeltlaag met een dikte van circa 30 cm. Dat betreft grotendeels resterend veen, hier en daar vermengd met klei en inmiddels vele decennia agrarisch in gebruik. Het land wordt ontwaterd door middel van sloten en de rondlegging van percelen. Op brede percelen worden ook greppels toegepast, zodat akkers ontstaan die elk voor zich rond liggen. Het gedeelte tussen de tocht en de Bovendijk, dus vanaf de boerderij gezien het achterste land, ligt het laagst en hier treedt ook kwel op door de waterdruk vanuit de veel hoger liggende ringvaart achter de Bovendijk. Dit deel van het land is in het voorjaar het laatst droog en in het najaar het eerst nat. Daardoor heeft het effectief gezien een korter groei- en weideseizoen. Door de slappe kleigrond treedt er door de jaren heen vervorming van het land op, zoals verzakkingen, hetgeen tezamen met de kwelplekken ertoe leidt dat de oorspronkelijke rondlegging niet in stand blijft. Gevolg hiervan is dat er natte plekken ontstaan die voor het huidige landbouwverkeer (tractoren met machines zoals opraapwagens en mesttanks) niet meer goed toegankelijk zijn. Percelen dienen daarom door de jaren heen wel eens opnieuw rondgelegd te worden, waarbij een deel van de bovenlaag van de randen van een perceel naar het midden wordt geschoven.
Dit kan maar beperkt: als er op de randen onvoldoende teeltlaag overblijft gaat dit opnieuw rondleggen ten koste van de draagkracht en de groei van die randen.
1
GO: Gecombineerde Opgave voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Advies Abc 22 054 rv d.d. 8 juli 2022
2
Het plan is het ophogen van negen kadastrale percelen grasland nabij Bovendijk 22, gelegen tussen de Bovendijk en de tocht die evenwijdig ligt tussen de Bovendijk en de Burgermeester Padmosweg. De oppervlakte van de op te hogen percelen beslaat circa 40 hectare. Het betreft hier het achterste deel van de huiskavel. Dit deel is bereikbaar via de Bovendijk, alwaar ook een uitrit is gelegen nabij nr. 22. Het transport van de grond gaat niet door het dorp en het verstoort relatief weinig van de eigen bedrijfsvoering. Doel van de ophoging is een betere ontwatering te realiseren door middel van een goede rondlegging en een stijging van het land t.o.v. het slootpeil en de grondwaterstand. Bedoeling is betere gebruiksmogelijkheden te realiseren voor de komende decennia. De bestaande sloten blijven intact en daarmee ook de bestaande verkavelingspatronen. De werkzaamheden worden perceel voor perceel uitgevoerd en dit kan zich over meerdere jaren uitstrekken. De duur van de ophoging is afhankelijk van het aanbod van kleigrond vanuit de bouwwereld en ook van de capaciteit van verwerking. De verwerking van de grond en de afwerking van de percelen gebeurt namelijk in eigen beheer met gebruikmaking van eigen materieel en mensen.
Gegevens De gegevens in dit advies zijn gebaseerd op het door de gemeente De Ronde Venen aangeleverde dossier, de informatie verkregen tijdens het bedrijfsbezoek en de nadien aangeleverde Gecombineerde Opgave 2022. Adviesvraag / beoordeling Uw college verzoekt onze commissie advies over de volgende vragen. 1. Is het gelet op het huidige agrarische gebruik van de percelen, gelegen binnen het plangebied van de aanvraag, nodig om deze percelen op te hogen? Waarom wel/niet? 2. Zo ja, wat zou de minimale hoogte (t.o.v. NAP) dan moeten zijn uitgaande van een doelmatige ophoging? 3.Is het daarbij nodig om het bestaande maaiveld eerst tot 0,3 m af te graven. Zo ja, met welk doel? Zo nee, wat zijn de alternatieven om hetzelfde doel te bereiken? Ad 1. Onze commissie is van mening dat om de landbouwkundige gebruiksmogelijkheden te vergroten en in de toekomst in stand te houden het nodig is de percelen op te hogen. Dit geeft de mogelijkheid om de ontwatering structureel te verbeteren. Dat geeft een verlenging van het groei- en weideseizoen. Op nattere percelen blijft in het voorjaar de grond langer koud en daardoor komt de grasgroei later en trager op gang. Ook zijn natte percelen in het voorjaar op een later moment in het voorjaar draagkrachtig genoeg om te weiden en in het najaar is het weiden eerder afgelopen.
Door een betere ontwatering neemt de effectieve benutting van het land dus ook toe. Verder draagt een goede ontwatering van het land bij aan een goede draagkracht van de grond. Dat heeft tot gevolg dat werkzaamheden op het gebied van bemesting en oogsten van gras bij gunstige weersomstandigheden zoveel mogelijk op het juiste moment kunnen worden uitgevoerd. Zeker bij extremere weersbeelden, zoals forse regenval in het groeiseizoen, is het essentieel dat de grond weer snel berijdbaar is. Immers, als een te
Advies Abc 22 054 rv d.d. 8 juli 2022
3
oogsten gewas moet wachten op voldoende draagkracht van de grond gaat dit ten koste van de kwaliteit.
In het verleden bood peilverlaging door het waterschap deze mogelijkheden, maar dat is doorgaans niet meer aan de orde. Dan resteert verhoging van de landerijen als oplossing. Ad 2. De Stichting Agrarische Beoordelingscommissie is geen landmeetkundig bureau die de hoogte van percelen inmeet en uitdrukt t.o.v. NAP. Dat is ook voor een veehouder niet de maatstaf waar hij naar kijkt. Agrarisch gezien is het slootpeil en de grondwaterstand van belang. Daarbij is een gegeven dat de grondwaterstand binnen een perceel in de winter bol staat tussen de sloten. Bij te brede percelen worden daarom ook greppels toegepast, om te voorkomen dat de grondwaterstand in het midden van het perceel te hoog wordt danwel gelijk wordt aan het maaiveld (dan treedt namelijk plasvorming op). Een doorkruising van alle theorie hieromtrent is kwel, oftewel waterdruk van onderaf, als gevolg van nabij gelegen hoger water. Een andere factor is het werk rondom het ophogen van land: dat is voor de boer een grote kostenfactor. Vandaar dat landophoging van 10 of 20 of 30 cm niet aan de orde is in de praktijk. Dan staat het effect niet in verhouding tot de kosten. De beoogde ophoging van 80 cm geeft na bezakken en inklinken een uiteindelijk verhoging van het land van globaal 50 cm, waarbij er voldoende ruimte is om percelen rond te leggen.
Aldoende is het aannemelijk dat het land dan voor de komende 50 jaar weer goed ligt. Ad 3. De afgraving van de bovenste 30 cm betreft de teeltlaag. Deze wordt eerst ontgraven en na ophoging weer teruggezet. Aldoende blijft de teeltlaag behouden, dit is immers de vruchtbare laag waar de gewassen op groeien. Conclusie / advies Gelet op het bovenstaande concludeert onze commissie dat het uit een oogpunt van gebruik van landbouwgronden en goed (grond-)watermanagement doelmatig is de betreffende percelen op te hogen en rond te leggen. Van de voorgenomen ophoging van 80 cm resteert uiteindelijk, na bezakken en inklinken, 50 cm. Onze commissie adviseert uw college mee te werken aan de plannen. Hoogachtend, Stichting Agrarische Beoordelingscommissie Namens deze,
ing. T.J.M. Broers, secretaris
Advies Abc 22 054 rv d.d. 8 juli 2022
4