CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij motivering 6 Onderzoek stikstofdepositie

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplan GMNO bloemrijk grasland (Akkoordstuk)1.764 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek stikstofdepositie Inrichting Bloemrijk Grasland, Groot Mijdrecht Noordoost

Patrick van Manen| MBH Consult B.V. 13 december 2024

Onderzoek stikstofdepositie

Onderzoek stikstofdepositie Groot Mijdrecht Noordoost

Opdrachtgever

Provincie Utrecht

Opsteller

P. van Manen, BEc MBH Consult B.V. Ottostraat 11 6716 BG Ede 0318-202045 patrick@mbhconsult.nl

1

Onderzoek stikstofdepositie

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1.

Toetsingskader................................................................................................................................ 5

2.

Uitgangspunten .............................................................................................................................. 6

3.

2.1

Project .................................................................................................................................... 6

2.2

Referentiesituatie .................................................................................................................. 8

2.3

Aanleg .................................................................................................................................. 10

Berekeningsresultaten .................................................................................................................. 13 3.1

Aanlegfase vs. referentiesituatie ......................................................................................... 13

3.2

Conclusie .............................................................................................................................. 13

2

Onderzoek stikstofdepositie

Inleiding Provincie Utrecht heeft MBH Consult opdracht gegeven voor een onderzoek stikstofdepositie ten behoeve van de inrichting van Bloemrijk Grasland op voormalige agrarische gronden te Groot Mijdrecht Noordoost. In figuur 1.1 is een globale situering van het plan weergegeven.

Figuur 1.1

Situering plangebied

Aanvullend wordt opgemerkt dat perceel 3262 voor de volledigheid is meegenomen in deze AERIUSberekening, in het kader van het TAM-omgevingsplan dat voor vijf kadastrale percelen wordt opgesteld. Het TAM-omgevingsplan is conserverend van aard. Op perceel 3262 is moeras beoogd, dat planologisch al is toegestaan. Op het perceel zullen vooralsnog geen werkzaamheden plaatsvinden.

3

Onderzoek stikstofdepositie De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Er is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden (OwN2000-methode). Het meest nabij gelegen (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied volgens de AERIUS Calculator is:

-

Botshol (0 km)

Voorgaand is zichtbaar in figuur 1.2 Figuur 1.2

Omliggende Natura 2000-gebieden

4

Onderzoek stikstofdepositie

1. Toetsingskader De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Een project dat significante gevolgen kan hebben, heeft een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig. Ter beoordeling daarvan is onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het projecteffect van het plan op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige natuur dient bepaald te worden. De berekening zal worden verricht met behulp van de AERIUS Calculator, zoals voorgeschreven in de Omgevingswet. Het projecteffect wordt inzichtelijk gemaakt op twee decimalen nauwkeurig.

5

Onderzoek stikstofdepositie

2. Uitgangspunten 2.1 Project Met het project wordt ca. 50 hectare aan landbouwgrond omgevormd tot Bloemrijk grasland. De werkzaamheden bestaan uit: -

Her-profileren oevers en watergangen Realiseren dammen en beschoeiing Zaaien Realiseren landbouwbrug

Aanlegfase Relevante emissies tijdens de aanlegfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan. De invoergegevens worden bepaald op basis van de uit te voeren activiteiten, gebaseerd op aanbestedingsstukken. De benodigde inzet wordt als totaal berekend. Hierna wordt deze inzet verdeel naar de drie te realiseren deelgebieden binnen dit plan. Gebruiksfase Er is in de beoogde situatie geen relevante gebruiksfase. Ontsluiting verkeer Het verkeer dient te worden ontsloten tot op het punt waar het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Conform de AERIUS Invoerinstructie is dit het geval op het punt, waarop het verkeer zich qua snelheid, optrek en stopgedrag niet meer onderscheidt ten opzichte van het overige verkeer, aanwezig op de betrokken weg. Volgens de instructie weegt hierin ook mee dat het verkeer moet zijn verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Voor dit plan wordt ontsloten aan de Hoofdweg (CIMLK 2.310 mv/etm, 0% file). Op deze ontsluitingsweg wordt verondersteld dat de verkeersaantrekkende werking opgaat in het heersend verkeersbeeld. Het verkeer wordt ingegeven als verkeer op buitenwegen. Het verkeer wordt gemodelleerd tot en vanaf een centraal punt, waarvan het benodigde materieel de percelen zal betreden.

AERIUS 2024 houdt standaard rekening met stops als gevolg van het oprijden van wegen, kruispunten en verkeerslichten. Derhalve wordt geen additionele stagnatie meegenomen. Voor langzaam rijden / manoeuvreren op het terrein worden een lijnbron gemodelleerd met een stagnatiepercentage van 100%.

6

Onderzoek stikstofdepositie Koude start wegverkeer Voor de koude start van wegverkeer worden de volgende stelregels gehanteerd: 1. Wegverkeer gebruiksfase woningen Conform de Handreiking Koude Start (BIJ12, 20241) is de volgende stelregel voor licht verkeer bij woningen aan de orde: -

Aantal woningen x 2 Aantal parkeerplaatsen x 1 Voorgenoemd bij elkaar opgeteld = aantal koude starts per dag

Zwaar vrachtverkeer als gevolg van woningen wordt niet ingegeven, omdat de verwachting is dat deze niet langer dan twee uur met uitgeschakelde motor ter plaatse zal zijn (pakketdiensten, afvalledigingen). 2. Wegverkeer gebruiksfase werkfuncties Tenzij anders aangegeven wordt voor werkfuncties uitgegaan van één koude start per retourbeweging licht verkeer voor wat betreft verkeersaantrekkende werking conform CROW. Voor werkfuncties waarbij ook zwaar verkeer aan de orde is (bijv. logistieke centra) zal onderbouwd worden afgeweken, omdat hier veelal van een laad- en los, c.q. omkoppelsituatie aan de orde zal zijn, welke binnen twee uur kan plaats vinden. 3. Verkeersaantrekkende werking bouwfase De verkeersaantrekkende werking van de bouwfase komt onderbouwd tot stand. Voor al het lichte verkeer wordt dezelfde stelregel gehanteerd als bij de gebruiksfase van werkfuncties gehanteerd wordt. Dit, omdat de het lichte verkeer verondersteld wordt langer dan twee uur op locatie aanwezig te zijn, waarmee een koude start ontstaat. Voor zwaar verkeer wordt geen koude start aangehouden. Zwaar verkeer op de bouwplaats zal doorgaans binnen twee uur de bouwplaats verlaten waardoor er geen koude start aan de orde is. Tevens worden hiervoor emissies als gevolg van stationair draaien en langzaam rijden en manoeuvreren meegenomen. 4.

Modelleren bron De emissies voor koude start van het wegverkeer worden ingegeven als vlakbron op de betreffende locatie. Rekenjaar De aanleg zal vermoedelijk 12 weken in beslag nemen. Hiervoor wordt rekenjaar 2025 aangehouden. AERIUS 2024 Onderhavig onderzoek is uitgevoerd met de meest recente versie van de AERIUS Calculator.

1

https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2024/09/Handreiking_koude_start_CONCEPT_oktober_2024.pdf

7

Onderzoek stikstofdepositie

2.2 Referentiesituatie Juridische voorwaarden In onderhavige situatie is sprake van een ‘planspoor’. Voor intern salderen moet in dit geval worden uitgegaan van de planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan. Dit betekent dat intern salderen met bemeste gronden mogelijk is, indien deze gronden feitelijk worden gebruikt voor bemesting én dit planologisch ook is toegestaan. Of het bemesten ook al plaats vond op de referentiedatum is irrelevant. Of voor het bemesten een natuurvergunning nodig is, maakt ook niet uit. Voorgenoemd is gebaseerd op de uitspraak ABRS van 14 oktober 20202. Huidige bestemming Enkele van de te wijzigen gronden zijn in gebruik als permanent agrarisch grasland, waarmee gesaldeerd zal worden zijn in de huidige situatie bestemd als Agrarisch. Specifiek wordt perceel WVV00B3263 uitgewerkt. Huidig gebruik Uit de informatie van Boer&Bunder blijkt (https://boerenbunder.nl/report/51.82152,5.23450) dat er sprake is van blijvend grasland op veengrond met een oppervlak van 9,2 ha. Het perceel wordt bemest ten behoeve van het grasland.

Figuur 2.1

2

Blijvend grasland te salderen perceel (Boer&Bunder, 5-11-2024)

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2020:2439

8

Onderzoek stikstofdepositie Intern salderen Uit voorgenoemde zaken blijkt dat de referentiesituatie bepaald wordt door de huidige feitelijke aanwezige en planologische legale situatie. De stikstofnorm drijfmest voor grasland met volledig maaien in 20243 bedraagt 385 Kg N per jaar, waarbij een maximale gebruiksnorm geldt van 170 Kg per ha. per jaar. Uit onderzoek van de Wageningen Universiteit blijkt dat er voor drijfmest gerekend dient te worden met een TAN-gehalte van 60%4 en een Emissiefactor voor sleufkouterbemesting van 22,5%5. Voorgenoemd leidt tot het volgende overzicht:

Tabel 0.1

NH3 Referentiesituatie

In de referentiesituatie is sprake van 211,14 Kg NH3 per jaar, welke ter saldering kan worden ingezet.

3

https://www.rvo.nl/sites/default/files/2023-12/Tabel-2-Stikstof-landbouwgrond-2024.pdf Emissies naar lucht uit de landbouw in 2017, Wageningen Universiteit & Research, augustus 2019, bijlage 1, tabel B1.1 5 Ruimtelijke allocatie van mesttoediening en ammoniakemissies, Wageningen Universiteit & Research, april 2019, tabel 24 4

9

Onderzoek stikstofdepositie

2.3 Aanleg Relevante emissies tijdens de aanlegfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan. De invoergegevens worden bepaald op basis van de uit te voeren activiteiten, gebaseerd op aanbestedingsstukken. De benodigde inzet wordt als totaal berekend. Hierna wordt deze inzet verdeel naar de drie te realiseren deelgebieden binnen dit plan. Aggregaten zijn niet aan de orde, omdat gebruik gemaakt kan worden van de lokale / een bouwstroomaansluiting. Het verbruik is bepaald o.b.v. TNO Rapport R123056 . Bij een aangenomen gemiddelde motorbelasting van 35%, volgt hieruit de volgende formule om het dieselverbruik per uur te berekenen: Liter/uur = 0.095 * Pmax(kW) + 0.54 Voorgenoemde zaken tezamen leiden tot het volgende totaaloverzicht:

Tabel 1.1

-

Inzet mobiele werktuigen

Conform de AERIUS invoerinstructie is er bij Stage IV motoren sprake van 6% AdBlue verbruik t.o.v. het dieselverbruik

Verdeling per deelgebied in AERIUS Het totaal betreft 47,94 hectare. Per deelgebied in AERIUS geschaald, leidt dit tot de volgende inzet: Deelgebied 1: 6,52 ha.

Deelgebied 2: 1,26 ha.

6

https://publications.tno.nl/publication/34638924/7T4USy/TNO-2021-R12305.pdf

10

Onderzoek stikstofdepositie Deelgebied 3: 31,11 ha.

Deelgebied 4: 9,05 ha.

Vervoersbewegingen Gebaseerd op de omvang van de werkzaamheden en de verwachte tijdsduur zijn de volgende retourbewegingen aan de orde:

Tabel 1.2

• • •

Retourbewegingen bouwfase

Licht verkeer is berekend op basis van 12 werkbare werkweken, 5 werkdagen per week en 4 retourbewegingen per werkdag (gemiddeld) Voor zwaar verkeer is rekening gehouden met gemiddeld 10 retourbewegingen voor 24 weken Vervoer van bestelbusjes tot en met 1-assige vrachtwagens vallen, conform de definitie uit de AERIUS invoerinstructie, onder licht verkeer

11

Onderzoek stikstofdepositie Stationair draaien In de bouwfase is mogelijk sprake van emissie vanwege stationair draaien. Op de projectlocatie is een vlakbron ingegeven ten behoeve van de emissies van stationaire draai van het vrachtverkeer. De emissies zijn berekend op basis van een opgave door de opdrachtgever en gebaseerd op de door BIJ12 opgestelde rekeninstructie. Dit leidt tot het volgende overzicht:

Tabel 1.3

•

Emissies stationair vrachtverkeer

Het aantal jaarlijkse bewegingen is door 2 gedeeld. Dit is gedaan, omdat de verkeersgeneratie retourbewegingen zijn. De stationaire draai vindt slechts plaats op het moment tussen aan- en afrijden

12

Onderzoek stikstofdepositie

3. Berekeningsresultaten 3.1 Aanlegfase vs. referentiesituatie De berekening van het projecteffect is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. De rekenbestanden worden als separate bijlagen bij de vergunningsaanvraag gevoegd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,006 mol/ha/jaar binnen omliggende Natura 2000-gebieden.

3.2 Conclusie Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het berekende projecteffect leidt tot de conclusie dat er geen nader onderzoek noodzakelijk is en/of een vergunning voor een Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15570822/1