Bijlage B - Ontwerpbegroting VRU 2026 en geactualiseerde begroting VRU 2025 (versie 15-4-2025)
Tekst van het document
Ontwerpbegroting Kadernota VRU 2026 VRU 2026
Kaders begroting 2026 & & geactualiseerde begroting 2025 geactualiseerde begroting 2025 Algemeen bestuur (versie 15 april 2025) Algemeen bestuur (versie DB)
V R U punt N L
1
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2
Leeswijzer Opbouw begroting Proces begroting 1.2.1 Kadernota VRU 2026 1.2.2 Zienswijzen kadernota VRU 2026
5 5 5 5 6
2 2.1 2.2 2.3
Hoofdlijnen Begroting in één oogopslag Ontwikkelingen Financiële kaders 2.3.1 Bijstelling verdelingsgrondslag gemeentefonds 2.3.2 Loonaanpassing 2.3.3 Prijsaanpassing 2.3.4 FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid 2.3.5 Brede doeluitkering rampenbestrijding 2.3.6 Ontwikkel- en egalisatiereserve 2.3.7 Samenvatting effect mutaties financieel kader 2.3.8 Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket 2.3.9 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket
7 7 8 9 9 10 11 12 13 14 15 16 17
3 3.1
Programmaplan Brandweer- Toekomstbestendige brandweerzorg 3.1.1 Waar gaan we voor? 3.1.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.1.3 Waar sturen we op? Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving 3.2.1 Waar gaan we voor? 3.2.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.2.3 Waar sturen we op? Crisisbeheersing & GHOR - Versterking crisisbeheersing 3.3.1 Waar gaan we voor? 3.3.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.3.3 Waar sturen we op? Meldkamer Midden-Nederland Veiligheidsregio's 3.4.1 Waar gaan we voor? 3.4.2 Wat gaan we doen om daar te komen?
18 18 18 18 19 20 20 20 22 22 22 22 24 25 25 25
3.2
3.3
3.4
2
3.5
4 4.1
4.2 4.3
4.4
4.5
4.6
5 5.1
3.4.3 Waar sturen we op? Ondersteuning 3.5.1 Great place to work 3.5.2 Informatieknooppunt 3.5.3 Overhead 3.5.4 Onvoorzien
25 26 26 26 26 27
Paragrafen Bedrijfsvoering 4.1.1 Personeel en organisatie 4.1.2 Digitale veiligheid 4.1.3 Interne beheersing en rechtmatigheid Openbaarheidsparagraaf Verbonden en overige partijen 4.3.1 De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) 4.3.2 Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Onderhoud kapitaalgoederen 4.4.1 Kapitaalgoederen 4.4.2 Onderhoud gebouwen en installaties 4.4.3 Onderhoud materieel Financiering 4.5.1 Financieringsportefeuille 4.5.2 Risicobeheer 4.5.3 Verloop reserves Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.6.1 Omgevingswet 4.6.2 Vrijwilligheid brandweerpersoneel 4.6.3 Overeenkomst van opdracht voor eigen personeel (OVO’s) 4.6.4 Rijksbijdrage (BDuR) 4.6.5 CAO Regeling voor vervroegd uittreden (RVU) 4.6.6 Overige onvoorziene exploitatierisico’s 4.6.7 Kengetallen
28 28 28 32 33 35 36 36
Financiën Baten en lasten 2025 & 2026 () 5.1.1 Baten en lasten per programma 5.1.2 Baten en lasten per categorie
53 53 53 54
36 37 37 38 38 38 38 40 41 46 47 47 49 49 50 51 51
3
5.2
5.3
5.4
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8
5.1.3 Incidentele baten en Lasten Meerjarenraming 2026-2029 5.2.1 Meerjarenraming 2026-2029 5.2.2 Raming meerjarig verloop reserves Gemeentelijke bijdrage 2025-2029 5.3.1 Mutaties gemeentelijke bijdrage 2025-2029 5.3.2 Gemeentelijke bijdrage 2025-2029 per gemeente 5.3.3 Gemeentelijke bijdrage en vergoedingen 2025-2029 per gemeente Uiteenzetting financiële positie 5.4.1 Geprognosticeerde balans 5.4.2 EMU-saldo
55 56 56 57 58 58 58 59 60 60 61
Bijlagen Overzicht bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) Baten en lasten per taakveld Tarieventabel 2025 en 2026 Vergoedingentabel 2025 en 2026 Compensatiebedragen 2025 en 2026 Verdelingsgrondslag gemeentefonds gemeentelijke bijdrage GBTP 2025 en 2026 Investeringen 2025 en 2026 Begrippen en afkortingen
62 62 64 65 66 67 68 69 70
4
1 Leeswijzer 1.1
Opbouw begroting
Figuur 1 Opbouw begroting nleiding ees i zer oofdli nen
eleidsbegro ng rogrammaplan aragrafen
inanci le begro ng inancieel egro ng emeenteli ke bi drage vergoeding iteenze ng nanci le posi e
Deze begroting is als volgt opgebouwd: ▪ Eerst worden de hoofdlijnen (H2) weergegeven met daarin de begroting in één oogopslag, de actuele ontwikkelingen en de financiële kaders op basis van de kadernota VRU 2026; ▪ Daarna volgt de beleidsbegroting waarin het programmaplan (H3) en de paragrafen (H4) inzicht bieden in de uitvoering van de bestuursagenda en waarin ook de beheersmatige aspecten zijn opgenomen; ▪ Tenslotte volgt de financiële begroting (H5) met daarin de baten en lasten specifiek voor de jaren 2025 en 2026, gevolgd door de meerjarenraming voor de jaren 2026 t/m 2029 en een uiteenzetting van de financiële positie. Tevens bevat de financiële begroting een aantal (deels verplichte) bijlagen.
1.2
Proces begroting
Hieronder volgt een beschrijving van het proces van de totstandkoming van de begroting VRU 2026 en geactualiseerde begroting 2025, vanaf de kadernota VRU 2026 met daarin opgenomen de kaders begroting 2026 & geactualiseerde begroting 2025 tot de voorliggende begroting. 1.2.1 Kadernota VRU 2026 In de kadernota VRU 2026 zijn de (financiële) kaders voor de begroting 2026 & geactualiseerde begroting 2025 weergegeven. Een concept van de kadernota VRU 2026 is in het najaar van 2024 besproken met de gemeentelijke ambtenaren en in oktober 2024 voorgelegd aan de adviescommissie gemeentesecretarissen veiligheid (AGV) en de bestuurlijke adviescommissie (BAC) bedrijfsvoering en financiën. Het dagelijks bestuur heeft vervolgens ingestemd met de kadernota VRU 2026. Op 2 december 2024 is de kadernota VRU 2026 besproken en vastgesteld in het algemeen bestuur van de VRU, waarna het stuk op 12 december 2024 voor zienswijze is aangeboden aan de gemeenteraden.
5
1.2.2 Zienswijzen kadernota VRU 2026 Van alle gemeenten is een zienswijze ontvangen op de kadernota VRU 2026. De meerderheid stemt in met de voorgestelde kaders, maar plaatst daarbij kanttekeningen bij de financiële impact en de toekomstige kostenontwikkeling. Aangezien nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden over investeringen of besparingsopties uit de toekomstscenario’s, blijft de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket voor 2026 in relatie tot de toekomstscenario’s vooralsnog ongewijzigd ten opzichte van de vastgestelde kaders. Na vaststelling van de kadernota VRU 2026 is de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket vanaf 2026 wel structureel verlaagd als gevolg van een technische correctie van de prijsaanpassing. In de zienswijzen op de kadernota VRU 2026 hebben enkele gemeenten gevraagd om (een gesprek over) het aanpassen van de systematiek voor de prijsindexering. Op advies van de bestuurlijke adviescommissie bedrijfsvoering en financiën heeft het dagelijks bestuur opdracht gegeven om een gezamenlijke verkenning te starten naar een werkbare afstemming tussen de prijsaanpassingssystematiek van de VRU en de (recent gewijzigde) indexeringssystematiek van het gemeentefonds.
De werkgroep met daarin zowel vertegenwoordigers van de gemeenten als de VRU moet een advies voorbereiden, zodat het bestuur uiteindelijk weloverwogen een besluit kan nemen over het al dan niet aanpassen van de indexeringssystematiek en mogelijke beheersmaatregelen om eventuele risico’s op te kunnen vangen. Bij de verkenning zal ook de verbinding worden gezocht met de eerder verstrekte opdracht om de kansen te onderzoeken van een andere financieringssystematiek, gekoppeld aan de groei van het aantal inwoners van de regio. Op 2 december 2024 heeft het algemeen bestuur besloten meer tijd te nemen voor de bespreking en onderbouwing van de opgestelde toekomstscenario’s. Daarnaast heeft het bestuur opdracht gegeven om een aanvullend scenario te ontwikkelen dat zich richt op een beperktere stijging van de gemeentelijke bijdrage, met als doel de nullijn de komende jaren zoveel mogelijk te handhaven. Naar aanleiding van een aantal ingediende zienswijzen op de kadernota VRU 2026 heeft het algemeen bestuur op 24 maart 2025 opdracht gegeven om naast de andere scenario’s ook de consequenties in beeld te brengen van bezuiniging van 3% op de gemeentelijke bijdrage.
In de zienswijzen is door meerdere gemeenteraden gevraagd om de besluitvorming over de toekomstscenario’s synchroon te laten lopen met het dekkingsplan en de scenario’s voor het beheer van de huisvesting, zodat de financiële consequenties integraal kunnen worden afgewogen. Hierin wordt voorzien door de bestuurlijke keuzes / principebesluiten ten aanzien van de toekomstscenario’s te agenderen voor het algemeen bestuur van 7 uli , geli kti dig met de uitgangspunten voor het nieuwe dekkingsplan en een beeldvormende bespreking van de uitge erkte scenario’s voor het beheer van de huisvesting. Vervolgens vindt de formele besluitvorming plaats in het algemeen bestuur van 1 december 2025. Gemeenten en andere relevante partners worden de komende periode actief betrokken bij dit proces. Gemeenteraden krijgen bovendien de gelegenheid om hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken via de reguliere zienswijzeprocedures.
6
2 Hoofdlijnen 2.1
Begroting in één oogopslag
7
2.2
Ontwikkelingen
In de Bestuursagenda VRU 2024-2027 is het beleid vastgelegd ten aanzien van de taken van de VR . De thema’s van de bestuursagenda VR -2027 zijn herkenbaar opgenomen in de het programmaplan en de paragrafen. De voorliggende begroting heeft betrekking op het tweede en derde jaar van de huidige beleidsperiode 2024-2027. Deze begroting bevat naast de reguliere bijstelling van het financiële kader (§ 2.3) onder andere een overzicht van geactualiseerde risico’s (§ 4.6). In afwachting van de verdere bespreking van de toekomstscenario’s is in deze begroting geen mutatie van de gemeenteli ke bi drage opgenomen op basis van deze scenario’s. De gemeenten staan financieel onder druk door een verwachte daling van de inkomsten uit het gemeentefonds. Dit dwingt veel gemeenten tot bezuinigingen. Verschillende gemeenten hebben dan ook in hun zienswijze gevraagd om rekening te houden met de financiële situatie van de gemeenten door de stijging van de gemeentelijke bijdrage te beperken of om besparingsopties in kaart te brengen. Tegelijkertijd wordt onze organisatie steeds vaker langdurig ingezet, met name bij crises, terwijl wettelijke verplichtingen en veiligheidseisen toenemen.
Daarnaast staan we voor grote uitdagingen door technologische en maatschappelijke veranderingen, krapte op de arbeidsmarkt, hoge inflatie, lange leverti den voor materieel en nieu e risico’s zoals netcongestie, klimaatverandering, verduurzaming en geopolitieke spanningen. Om onze taken te blijven uitvoeren en te anticiperen op nieuwe uitdagingen, zijn daarom ook investeringen noodzakelijk. In de afgelopen periode zijn daarom toekomstscenario’s ontwikkeld om investeringen en besparingsopties in kaart te brengen. In de komende periode worden de volgende onderzoeken uitgevoerd op verzoek van het algemeen bestuur (AB 2 december 2024): 1. 2. 3. 4. 5.
Onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de waterongevallenbestrijding. Analyse naar de maatschappelijke en financiële kosten en baten van de AED-taak. Verkenning doorbelasten dienstverlening ambulancezorg. Verkenning doorbelasten dienstverlening liftopsluitingen. Verkennen samenwerkingsmogelijkheden.
Het algemeen bestuur heeft op 2 december 2024 derhalve besloten meer tijd te nemen voor de bespreking en onderbou ing van de toekomstscenario’s. Daarnaast heeft het bestuur opdracht gegeven een aanvullend scenario te ontwikkelen dat zich richt op een beperktere stijging van de gemeentelijke bijdrage, met als doel de nullijn de komende jaren zoveel mogelijk te handhaven. Op 10 maart 2025 heeft het dagelijks bestuur, naar aanleiding van een aantal ingediende zienswijzen, geadviseerd om een aanvullend krimpscenario van -3% in beeld te brengen. Aangezien investeringen door externe factoren onvermi deli k zi n, zullen deze t ee scenario’s ingrijpende voorstellen bevatten die impact hebben op de primaire taken van de VRU. In dit kader is het onvermijdelijk om het sluiten van kazernes te berekenen en taken op het gebied van risicobeheersing te heroverwegen. Voor de bespreking van de bestuurlijk richtinggevende keuzes uit de toekomstscenario’s is een planning opgesteld voor 2025. Hierin worden ook de uitkomsten van de bestuurlijke opdrachten meegenomen, net als de bespreking van het nieuwe dekkingsplan en de scenario’s voor het beheer van de huisvesting.
8
2.3
Financiële kaders
2.3.1 Bijstelling verdelingsgrondslag gemeentefonds De ontwikkeling van het gemeentefonds is van invloed op de begroting van de VRU. De voorliggende begroting is gebaseerd op de septembercirculaire 2024 van het gemeentefonds. Conform artikel 4.2 A van de Gemeenschappelijke Regeling vormen de ijkpuntscores van het Gemeentefonds voor het onderdeel ‘Crisisbeheersing en brandweer’ de grondslag voor het relatieve aandeel van de gemeenten in de totale bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (hierna GBTP). De ijkpuntscores leiden niet tot een verandering van de totale bijdrage voor het GBTP. De ijkpuntscores worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Op totaalniveau is de bijstelling van de ijkpuntscores dus per saldo neutraal. Per gemeente kunnen wel verschuivingen plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de ijkpuntscores in relatie tot de gemiddelde trend van alle VRU-gemeenten gezamenlijk. In tabel 1 zijn de percentages voor de begroting 2026 & geactualiseerde begroting 2025 opgenomen op basis van de septembercirculaire 2024 van het gemeentefonds. Ter vergelijking zijn ook de percentages uit de begroting VRU 2025 vermeld, die is vastgesteld op 8 juli 2024. Tabel 1 Verdelingsgrondslag (relatief aandeel ijkpuntscores) bijdrage GBTP Verdelingsgrondslag bijdrage GBTP Gemeente Begroting 2025
Mutatie (q) maatstaven
Begroting 2025a en 2026
Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort U Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist
11,41% 1,85% 1,07% 1,29% 3,06% 3,01% 0,64% 3,17% 2,17% 2,00% 0,86% 0,88% 4,43% 0,66% 0,36% 1,33% 3,16% 4,43% 31,89% 3,49% 4,56% 3,67% 1,60% 3,51% 0,83% 4,67%
-0,002% -0,002% -0,006% 0,002% -0,026% -0,002% 0,011% -0,014% -0,024% -0,019% -0,008% -0,009% 0,002% 0,000% -0,005% -0,090% -0,010% -0,023% 0,127% 0,020% 0,037% 0,060% -0,016% 0,011% 0,008% -0,024%
11,41% 1,85% 1,07% 1,30% 3,04% 3,00% 0,65% 3,15% 2,15% 1,98% 0,85% 0,87% 4,44% 0,66% 0,36% 1,24% 3,15% 4,40% 32,02% 3,51% 4,60% 3,73% 1,59% 3,52% 0,83% 4,65%
TOTAAL
100,00%
0,000%
100,00%
9
2.3.2 Loonaanpassing De gemeentelijk bijdrage wordt geïndexeerd op basis van artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling(1). In tabel 2 is de stelpost voor loonontwikkeling weergegeven en in tabel 3 is het financiële effect van de loonontwikkeling op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen. Tabel 2 Stelpost loonontwikkeling Loonbijstelling 2025 Jaar Begroting Begroting Bijstelling 2025 2025a 2025a
Loonontwikkeling 2026 Begroting Begroting Bijstelling MJR 2025 2026 2026
2025 structureel 2025 incidenteel Subtotaal 2025
5,4% 5,4%
4,8% -2,8% 2,0%
-0,6% -2,8% -3,4%
5,4% 5,4%
4,8% 4,8%
-0,6% 0,0% -0,6%
2026 structureel Subtotaal 2026
-
-
0,0% 0,0%
-
3,4% 3,4%
3,4% 3,4%
5,4%
2,0%
-3,4%
5,4%
8,2%
2,8%
Totaal
In de begroting is voor 2025 en 2026 een stelpost voor loonontwikkeling opgenomen die is gebaseerd op de indexcijfers uit de septembercirculaire 2024 van het Rijk. Voor 2025 is de stelpost voor de loonontwikkeling incidenteel verlaagd van 5,4 naar 2,0%, omdat de huidige CAO tot 1 augustus 2025 van toepassing is. De stelpost voor 2025 is nu geraamd voor de periode vanaf 1 augustus 2025. Voor 2026 bedraagt de stelpost voor loonontwikkeling 3,4%. We werken met een stelpost, omdat we de precieze omvang voor de periode na de einddatum van het huidige CAO-akkoord nog niet weten. De stelpost is gebaseerd op de loonontwikkeling zoals deze is berekend door het Centraal Planbureau (CPB). De werkelijke loon- en premieontwikkeling wordt na vaststelling van de cao en premiebijdragen verrekend met de stelpost. Vervolgens wordt een eventueel positief of negatief effect verrekend met de gemeentelijke bijdrage zodat uiteindelijk de werkelijke loon- en premieontwikkeling wordt betaald.
1 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en mutaties in de premieplichtigen van de
werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling.
10
Tabel 3 Financieel effect loonbijstelling op bijdrage GBTP dr x € 1.000 Loonbijstelling 2025 Jaar Begroting Begroting Bijstelling 2025 2025a 2025a
2025 structureel 2025 incidenteel Subtotaal 2025
4.078 4.078
3.625
2026 structureel Subtotaal 2026 Totaal
Loonontwikkeling 2026 Begroting Begroting Bijstelling MJR 2025 2026 2026
3.625
-453 -2.309 -2.762
4.078 4.078
3.625 3.625
-453 -453
-
-
-
-
2.810 2.810
2.810 2.810
4.078
3.625
-2.762
4.078
6.435
2.357
2.3.3 Prijsaanpassing Voor de prijsbijstelling van de prijsgevoelige budgetten hanteert de VRU de procentuele mutatie van het indexci fer ‘ ri s bruto binnenlands product’ (pbbp) zoals het CPB heeft berekend(2). Dit staat beschreven in artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. In aansluiting op de gegeven indices die het Rijk heeft opgenomen in de septembercirculaire voor het gemeentefonds, hebben wij de indexatie van specifiek de investeringsbudgetten gebaseerd op het (lagere) CPB indexcijfer ‘prijs bruto overheidsinvesteringen’ (iboi)(3). Jaarlijks vindt een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren ten opzichte van de begroting. Zo indexeren we nooit te veel of te weinig. De ontwikkeling van de prijsindexcijfers (pbbp en iboi) en de relatie met de vastgestelde begroting 2025 is weergeven in respectievelijk tabel 4 en 5. Tabel 4: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs bruto binnenlands product (pbbp)' Prijsbijstelling algemene prijsgevoelige budgetten Jaar Begroting Begroting Begroting Bijstelling 2025 2025a 2026 2023 2024 2025 Subtotaal 2025
6,2% 3,3% 2,8% 12,3%
7,7% 4,0% 2,7% 14,4%
7,7% 4,0% 2,7% 14,4%
1,5% 0,7% -0,1% 2,1%
2026 Subtotaal 2026
-
-
2,6% 2,6%
2,6% 2,6%
12,3%
14,4%
17,0%
4,7%
Totaal
2 Prijsindexen CPB MEV 2025 (m.b.t. 2025) en CEP 2024 (m.b.t. 2023,2024,2026). 3 Voor het eerst gepubliceerd in tabel 4.2.2 van de septembercirculaire 2023 en 2024.
11
Voor 2025 bedraagt de prijsbijstelling voor de algemene prijsgevoelige budgetten 2,1% en voor 2026 is de prijsontwikkeling op 2,6% geraamd. De cumulatieve prijsbijstelling voor de algemene prijsgevoelige budgetten komt vanaf 2026 daarmee op 4,7%. Tabel 5: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi)' Prijsbijstelling investeringsbudgetten Jaar Begroting Begroting Begroting Bijstelling 2025 2025a 2026 2024 2025 Subtotaal 2025
3,0% 1,9% 4,9%
3,0% 2,3% 5,3%
3,0% 2,3% 5,3%
0,0% 0,4% 0,4%
2026 Subtotaal 2026
-
-
2,2% 2,2%
2,2% 2,2%
4,9%
5,3%
7,5%
2,6%
Totaal
Voor 2025 bedraagt de prijsbijstelling voor de investeringsbudgetten 0,4% en voor 2026 is de prijsontwikkeling op 2,2% geraamd. De cumulatieve prijsbijstelling voor de investeringsbudgetten komt vanaf 2026 daarmee op 2,6%. De ge ogen pri sbi stelling voor alle pri sgevoelige budgetten komt daarmee op € ,6% voor en 2,5% voor 2026. In tabel 6 is het financiële effect van de prijsaanpassing voor de prijsgevoelige budgetten en opgenomen. Tabel 6: Financieel effect prijsontwikkeling op gemeentelijke bijdrage GBTP dr x € 1.000 Prijsbijstelling algemeen Jaar Bijstelling Begroting Begroting Bijstelling (gewogen) 2025a 2026 2023 2024 2025 Subtotaal 2025
1,0% 0,5% 0,1% 1,6%
408 191 -27 572
408 191 -27 572
408 191 -27 572
2026 Subtotaal 2026
2,5% 2,5%
-
924 924
924 924
Totaal
4,0%
572
1.496
1.496
2.3.4 FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid Het financiële kader van de lasten FLO-overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve ‘ asten O-overgangsrecht’. De actualisatie van de meest recente kostenprognose is verwerkt in de meerjarenraming van de begroting 2026 en de geactualiseerde
12
begroting van 2025. Op basis van de huidige inzichten en cao-afspraken over het FLOovergangsrecht zien we geen aanleiding het huidig meerjarig financiële kader bij te stellen. Dit betekent dat we de budgetten voor het FLO-overgangsrecht bij het opstellen van de begroting 2026 en geactualiseerde begroting 2025 nu alleen verhogen met de reguliere loon- en prijsaanpassing. In tabel 7 is de geactualiseerde meerjarenraming voor het FLO-overgangsrecht weergegeven. Tabel 8 geeft een actueel inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) voor het jaar 2025 en 2026. Tabel 7: meerjarenraming FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan 2025-2029 dr
x € 1.000
Meerjarenraming FLO overgangsrecht en tweede loopbaan
2025
2026
2027
2028
2029
Begroting 2025 Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan Storting/ onttrekking reserves FLO Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2025
3.010 241 3.250
3.010 241 3.250
3.010 241 3.250
3.010 241 3.250
3.010 241 3.250
Begroting 2025a en 2026 Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan Storting/ onttrekking reserves FLO Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2025a en 2026
3.167 -11 3.156
3.346 pm 3.346
3.346 pm 3.346
3.346 pm 3.346
3.346 pm 3.346
Mutatie structurele lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan
-95
95
95
95
95
De actualisatie van de meerjarenraming leidt niet tot een mutatie van de gemeentelijke bijdrage. In april 2025 wordt de kostenprognose voor de FLO nog geactualiseerd en als incidentele mutatie budgetneutraal verwerkt in de geactualiseerde begroting 2025 en begroting 2026. Tabel 8: Financieel effect mutatie lasten FLO-overgangsrecht dr
x € 1.000
FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan
FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2025 FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan kaders 2025a en 2026
Financieel effect 2025a en 2026 Begroting 2025
Begroting 2025a
Begroting 2026
3.250
3.250
3.250
-
3.156
3.346
Mutatie lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan
-
-95
95
Correctie loon- en prijsaanpassing *
-
95
-95
Totaal effect
-
-
-
*De loon- en prijsaanpassing met betrekking tot de FLO-lasten is onderdeel van de totale loon- en prijsaanpassing (zie § 2.3.2 en 2.3.3). Om dubbeltelling te voorkomen is een correctie toegepast.
2.3.5 Brede doeluitkering rampenbestrijding De hoogte van de ri ksbi drage ‘ rede Doeluitkering Rampenbestri ding’ ( DuR) bedraagt voor € K meer dan opgenomen in de vastgestelde begroting . Dit betreft met name de doorwerking van de indexering voor loon- en prijsontwikkelingen van de rijksbijdrage BDuR voor
13
ten opzichte van de stelpost van € K die i hiervoor in de begroting hadden opgenomen. Deze extra inkomst wordt in mindering gebracht op de bijdrage van de gemeenten voor het GBTP voor 2025. De indexering van de BDuR 2025 en 2026 is nog niet bekend en hebben we daarom via een stelpost ingeschat. De stelpost voor 2025 blijft gelijk ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 (225K). Voor 2026 is eveneens een stelpost opgenomen voor een bedrag van 225K. De stelposten worden verrekend met de toekenning van de loon- en prijsbijstelling BDuR 2025 en BDuR 2026 die we respectievelijk in juni 2025 en juni 2026 van het Rijk verwachten. In tabel 9 is de bijstelling van de BDuR voor 2025 en 2026 en het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket weergegeven. Tabel 9: financieel effect mutatie BDuR dr x € 1.000 Bijstelling BDuR 2025 Jaar Begroting Begroting Bijstelling 2025 2025a 2025a
Bijstelling BDuR 2026 Begroting Begroting Bijstelling MJR 2025 2026 2026
2025 structureel 2025 incidenteel Subtotaal 2025
-225 -225
-225 -402 -627
-402 -402
-225 -225
-225 -225
-
2026 structureel Subtotaal 2026
-
-
-
-
-225 -225
-225 -225
-225
-627
-402
-225
-450
-225
Totaal effect
De voordelige bi stelling voor (€ , mil oen) is incidenteel ver erkt, omdat door de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord een nieuw risico is ontstaan dat mogelijk nadelige gevolgen heeft voor de omvang van de BDuR met ingang van 2026. Dit risico is beschreven in hoofdstuk 4 (§ 4.6.4). 2.3.6 Ontwikkel- en egalisatiereserve Het algemeen bestuur heeft bij aanvang van de vorige beleidsperiode een besluit genomen om een ontwikkel- en egalisatiereserve in te stellen die gevoed kan worden met positieve rekeningresultaten. De ontwikkel- en egalisatiereserve heeft tot doel om fluctuaties en (incidentele) verhogingen van de gemeentelijke bijdragen zoveel als mogelijk te voorkomen (egalisatiefunctie). Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en in de bijdrage van de gemeenten. De middelen uit de reserve zijn bestemd voor incidentele/projectmatige (beleids-)activiteiten en voor het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren. Bij het instellen van de reserve zijn spelregels vastgesteld over de besteding en verantwoording van de middelen. Een van de spelregels betreft de omvang van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De reserve is gemaximeerd op € ,8 mil oen. Door lagere onttrekkingen dan begroot in 2024 heeft de reserve op 31 december 2024 een omvang van € , 78 mil oen. Het surplus ten opzichte van
14
de maximumomvang wordt per balansdatum 1-1-2025 afgeroomd en vloeit terug naar gemeenten door middel van een incidentele verlaging van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket in 2025 (€ 78K). 2.3.7
Samenvatting effect mutaties financieel kader
Tabel 10 Effect mutaties financieel kader op bijdrage GBTP dr
x € 1.000
Samenvatting mutaties financieel kader
Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2025 2026
Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds* Loonaanpassing Prijsaanpassing Lasten FLO-overgangsrecht Brede doeluitkering Rampenbestrijding Ontwikkel- en egalisatiereserve
-2.762 572 -402 -178
2.357 1.496 -225 -
Totaal mutatie bijdrage GBTP
-2.770
3.628
*De bijstelling van de ijkpuntscores leidt alleen tot onderlinge verschuivingen tussen de bijdragen van gemeenten.
De gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) wordt op basis van bijstelling van het financieel kader voor het jaar 2025 verlaagd met 2,8 miljoen en voor 2026 structureel verhoogd met € 3,6 miljoen.
15
2.3.8 Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket In tabel 11 staan de nummers van de paragrafen weergegeven waarin de inhoudelijke onderbouwing van de financiële mutaties is opgenomen.
Tabel 11 Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) 2025 en 2026 per gemeente Gemeente
Bijdrage GBTP begroting VRU 2025
Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds
Loonbijstelling 2025a
Incidentele loonbijstelling 2025a
Prijsbijstelling 2025a
Incidentele bijstelling BDuR
Incidentele afroming O&E-reserve
(§ 2.3.1)
(§ 2.3.2)
(§ 2.3.2)
(§ 2.3.3)
(§ 2.3.5)
(§ 2.3.6)
Bijdrage GBTP begroting VRU 2025a
Incidentele bijstelling 2025a
Stelpost loonontwikkeling 2026
Prijsbijstelling 2026
Stelpost loon-/ prijsbijstelling BDuR
(§ 2.3.2)
(§ 2.3.2)
(§ 2.3.3)
(§ 2.3.5)
Bijdrage GBTP begroting VRU 2026
Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist
12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955
-22 -6 -8 -1 -35 -9 11 -20 -11 -23 -10 -12 -6 -2 -6 -97 -16 -34 76 13 31 54 -21 5 7 -34
-52 -8 -5 -6 -14 -14 -3 -14 -10 -9 -4 -4 -20 -3 -2 -6 -14 -20 -145 -16 -21 -17 -7 -16 -4 -21
-263 -43 -25 -30 -70 -69 -15 -73 -50 -46 -20 -20 -102 -15 -8 -29 -73 -102 -739 -81 -106 -86 -37 -81 -19 -107
65 11 6 7 17 17 4 18 12 11 5 5 25 4 2 7 18 25 183 20 26 21 9 20 5 27
-46 -7 -4 -5 -12 -12 -3 -13 -9 -8 -3 -3 -18 -3 -1 -5 -13 -18 -129 -14 -18 -15 -6 -14 -3 -19
-20 -3 -2 -2 -5 -5 -1 -6 -4 -4 -2 -2 -8 -1 -1 -2 -6 -8 -57 -6 -8 -7 -3 -6 -1 -8
11.690 1.924 1.128 1.349 3.236 3.191 693 2.888 2.061 2.027 931 937 4.434 707 391 1.292 3.272 4.710 32.799 3.799 3.909 4.031 1.711 3.645 887 4.801
330 53 31 37 88 87 19 91 62 57 25 25 128 19 10 36 91 127 925 101 133 108 46 102 24 134
321 52 30 36 85 84 18 89 60 56 24 24 125 19 10 35 88 124 900 99 129 105 45 99 23 131
105 17 10 12 28 28 6 29 20 18 8 8 41 6 3 11 29 41 296 32 42 34 15 33 8 43
-26 -4 -2 -3 -7 -7 -1 -7 -5 -4 -2 -2 -10 -1 -1 -3 -7 -10 -72 -8 -10 -8 -4 -8 -2 -10
12.420 2.042 1.196 1.432 3.431 3.383 735 3.090 2.198 2.154 986 992 4.718 749 414 1.371 3.474 4.992 34.847 4.024 4.203 4.269 1.812 3.871 940 5.099
Totaal
105.214
-
-453
-2.309
572
-402
-178
102.444
2.889
2.810
924
-225
108.842
16
2.3.9
Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket
Tabel 12 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) 2025 en 2026 4 dr
x € 1.000
Gemeente Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist * Totaal
Vergoeding IGPP Mutatie TUO Vergoeding IGPP Mutatie TUO Vergoeding IGPP begroting VRU incl. loon- & prijskaders VRU incl. loon- & prijs- kadernota VRU 2025 aanpassing 2025 2025a aanpassing 2026 2026 466 32 24 20 57 18 116 23 66 195 567 98 70 167 11 220 366
7 0 -1 0 0 0 2 0 -1 3 7 -0 -1 -16 -0 3 6
474 33 23 20 57 18 118 24 65 198 574 97 69 151 11 224 371
13 1 1 1 -5 0 3 1 3 5 17 -5 3 0 1 6 10
487 34 24 21 52 19 121 24 68 203 591 93 73 151 11 230 382
2.517
10
2.526
57
2.585
4 De vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) 2025 en 2026 kunnen in aanloop naar de definitieve begroting nog
wijzigen als gevolg van de meest recente TUO-afspraken en het toe te rekenen percentage overhead (conform BBV).
17
3 Programmaplan 3.1
Brandweer- Toekomstbestendige brandweerzorg
3.1.1 Waar gaan we voor? Binnen de Veiligheidsregio Utrecht hebben we een fijnmazig netwerk van brandweerposten. Die kazernedichtheid koesteren we en hebben we nodig om de brandweerzorg te leveren. Maar de omgeving verandert. Nieuwe technologieën en maatschappelijke ontwikkelingen brengen zowel nieu e risico’s als nieu e mogeli kheden voor de brand eer. Onder andere door de geopolitieke situatie en de gevolgen van klimaatverandering wordt een grotere rol van de brandweer verwacht in het kader van veerkracht en weerbaarheid. De uitdaging is om de samenleving veilig en veerkrachtig te houden, met een brandweerorganisatie die paraat, vakbekwaam en toekomstbestendig is. 3.1.2
Wat gaan we doen om daar te komen?
Doorontwikkelen paraatheid Activiteiten die wij in het kader van paraatheid in 2025 en 2026 uitvoeren zijn onder andere: - Opstellen dekkingsplan - Implementeren efficiënt roosteren - Afronden inzetbepaling brandweereenheden - Uitvoeren onderzoek paraatheidsmodellen, inclusief VRU-flexpool - Vervanging randapparatuur - Implementeren RIS (repressief informatie systeem) Versterken vakbekwaamheid Activiteiten die wij in het kader van Vakbekwaamheid in 2025 en 2026 uitvoeren zijn onder andere: - Verder inrichten vakbekwaamheidsorganisatie naar aanleiding van onderzoek naar benodigde capaciteit en middelen - Implementeren nieuwe elektronische leeromgeving - Start onderzoek opleidingslocatie brandweeropleidingen - Aanbesteding vakbekwaamheidsmanagementsysteem Innovatie toepassen t.b.v. arbeidsveiligheid Voor het vergroten van de arbeidsveiligheid door middel van innovatie werken wij in 2025 en 2026 onder andere aan de volgende activiteiten: - Uitvoeren project 360 graden verkenning - Ervaring opdoen met onderwaterdrones (ROV) - Opzetten project blusrobot
18
Verstevigen natuurbrandbeheersing Wij leveren in 2025 en 2026 een bijdrage aan de uitvoering van het programma natuurbrandbeheersing Onze brandweermensen (vinden, boeien, binden) Activiteiten die wij binnen dit kader in 2025 en 2026 uitvoeren zijn onder andere: - Realiseren toekomstbestendige aansturing van Repressie van MT tot aan de lokale post - Organiseren van eigenheid en identiteit van de posten - Inventariseren en implementeren passende werkzaamheden bij beroeps 3.1.3 Nr.
Waar sturen we op? Indicator
Realisatie
Begroting
2024
2025 & 2026
Productie-indicatoren Toekomstbestendige Brandweerzorg Incidenten bestrijden 1
Het totaal aantal incidenten
7.239
8.700
2
Het totaal aantal incidenten voor brandbestrijding
3.309
4.200
2a. Het aantal incidenten voor gebouwbranden
685
850
2b. Het aantal incidenten voor overige branden
1.776
2.100
848
1.250
2c. Het aantal incidenten voor (on)echte of (on)terechte OMS-meldingen 3
Het aantal incidenten voor hulpverlening
3.106
3.700
3a. Het aantal incidenten voor technische hulpverlening
56
100
3b. Het aantal incidenten voor hulpverleningen m.b.t. dieren
257
350
1.960
2.350
3d. Het aantal incidenten voor AED-inzet
833
650
Het aantal incidenten voor basishandelingen bij de bestrijding van
655
650 150
3c. Het aantal incidenten voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 4
ongevallen met gevaarlijke stoffen 5
Het aantal incidenten voor ondersteuning bij waterongevallen
169
6
Het aantal geredde slachtoffers
51
et aantal inzetten voor en in buurregio’s
315
300
Aantal cursisten dat de opleiding Manschap A heeft afgerond
90
96
Aantal cursisten dat de opleiding Bevelvoerder heeft afgerond
29
18
7
Vakbekwaamheid
Meldkamer 1
Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen
23.687
24.000
2
Verwerkingstijd meldingen
57 sec.
60 sec.
81%
80%
Prestatie-indicatoren Toekomstbestendige Brandweerzorg Paraatheid & Vakbekwaamheid 10
De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden)
19
Nr.
Indicator
11
De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het
Realisatie
Begroting
2024
2025 & 2026 Ja
Ja
16%
15%
dekkingsplan gegarandeerd Jeugdbrandweer 12
Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd
3.2
Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving
3.2.1 Waar gaan we voor? De VRU zet zich in voor een veilige en gezonde leefomgeving. Wij werken risicogericht, dat wil zeggen dat e ons zoveel mogeli k richten op het beperken van die risico’s, aarbi e de meeste veiligheidswinst kunnen boeken. Samen met andere partijen zoeken we naar de kwetsbaarheden, risico’s en kansen in onze regio en waar nodig op landelijk niveau. Hiervoor bouwen wij aan een robuust netwerk waarin plaats is voor onze huidige partners, maar waarbij we ook op zoek gaan naar nieuwe partijen en lokale initiatieven. Met als doel om samen tot lokale en regionale oplossingen te komen. Wij zetten in op onze rol van kennis- en netwerkmakelaar, waarbij we de deskundigheid van diverse partners bundelen. Er zijn steeds meer gegevens over de fysieke en sociale leefomgeving digitaal beschikbaar. Deze gegevens vormen voor ons een belangrijke bron aarmee e inzicht kri gen in de risico’s die spelen in onze regio. nformatie-uitwisseling is voor ons van belang om onze partners in een vroeg stadium te kunnen adviseren over veiligheidsaspecten. Doordat wij beschikken over een actueel risicobeeld en informatie- en datagestuurd willen werken, houden wij zicht op de veiligheid in ons verzorgingsgebied.
Daarbij is een breed gezamenlijk netwerk met partners die bijdragen aan veiligheid voor ons noodzakelijk; niet alleen tijdens een incident of crisis maar ook in de fase voorafgaand. De VRU wil zich samen met gemeenten en andere publieke en private partners, maatschappelijke organisaties en inwoners zo goed mogelijk voorbereiden en toerusten om crises te voorzien, te voorkomen en zo nodig te beheersen. De (zelf)redzaamheid van inwoners, bedrijven en instellingen vormt een cruciaal onderdeel van de veerkracht van een samenleving. Door het versterken van de veerkracht en weerbaarheid van de totale samenleving in de regio Utrecht, in samenwerking met de gemeenten, het rijk, (vitale) partners, het bedrijfsleven en inwoners van de regio willen we maatschappelijke ontwrichting voorkomen. 3.2.2 Wat gaan we doen om daar te komen? We gaan in 2025 en 2026 de volgende activiteiten uitvoeren: Bijdragen aan een veilige leefomgeving Risicogericht werken: - Ontwikkelen van een voorstel voor een ‘knoppenmodel’ risicogericht toezicht Voorbereiden op nieu e risico’s: orgen van kennis en implementeren van maatregelen op nieu e risico’s met relevante partners
20
- Geven van uitvoering aan programma natuurbrandbeheersing - Geven van uitvoering aan project klimaatadaptatie Nieuwe voorlichtingsactiviteiten: - Aanbieden van lessen aan het basisonderwijs, te weten ‘basisles brandveiligheid’, ‘veilig laden’ en ‘natuurbrand’ - Publiceren van een digitale brandveiligheidszelfscan voor ondernemers op www.vru.nl - Doen van een verkenning naar breder gebruik van de Whatsapp service voor burgervragen als onderdeel van het pro ect ‘externe dienstverlening’ - Publiceren een nieuwe brandveiligheids-informatiepagina op www.vru.nl gericht op verenigingen van eigenaren Versterken veerkrachtige en redzame samenleving We starten een programma veerkracht waarin we gaan werken aan 7 pijlers: 1. Versterken van onze risicocommunicatie door gerichte handelingsperspectieven te bieden aan inwoners t.b.v. de (samen)redzaamheid 2. Zorgen voor eenduidige en goed vindbare informatie en basisvoorzieningen voor inwoners, ter voorbereiding op, maar ook ten tijde van een crisis. 3. Ondersteunen de gemeenten met het voorbereiden op grootschalige evacuatie en opvang van inwoners- en vluchtelingenstromen 4. Werken aan nieuwe samenwerkingsrelaties met bedrijven en maatschappelijke organisaties als aanvulling op onze crisisorganisatie 5. Ondersteunen de gemeenten in het inventariseren en activeren van lokale maatschappelijke netwerken t.b.v.
de (samen)redzaamheid en het vergroten van de slagkracht als totale samenleving. Hiervoor werken we o.a. aan een veerkrachtprofiel. 6. Werken aan het voorkomen van incidenten door proactief te adviseren over mogelijke aanpassingen van de leefomgeving 7. Werken oplossingen uit voor het scenario langdurige blackout. Intensiveren van de contacten met de netwerkpartners We onderhouden en vergroten een breed gezamenlijk netwerk met partners die bijdragen aan veiligheid tijdens incidenten of crises, maar ook in de fase voorafgaand.
21
3.2.3 Nr.
Waar sturen we op? Indicator
Realisatie
Begroting
2024 *
2025 & 2026
Productie-indicatoren Veilige en gezonde leefomgeving Advisering ter voorkoming van onveiligheid 1
Het aantal verstrekte adviezen/vooroverleggen t.b.v. omgevingsvisie, -
490
500
3.200
4.000
456
600
plannen, -tafels 2
Het aantal verstrekte adviezen Omgevingswet
3
Het aantal verstrekte adviezen voor B&C Evenementen Risicogericht toezicht
4
Toezicht tijdens bouw op verzoek van gemeente
*
100%
5
Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Milieu
58
75
6
Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Bestaande Bouw (brandveilig
4.518
5.000
17%
20%
307
500
*
430
Ja
Ja
gebruik) 7
Het percentage hercontroles Bestaande bouw (complementair met het naleefgedrag)
8
Het aantal uitgevoerde controles bij Evenementen Vergroten veiligheidsbewustzijn
9
Het aantal gegeven voorlichtingen (open dagen /veiligheidsdagen, op verzoek van de samenleving, bij kwetsbare inwoners/zorg, bij ondernemers) en bassischolen waar een gastles is gegeven
10
Twee maal per jaar is met de gemeenten het risicobeeld en de kwaliteit en voortgang van de advisering en het toezicht besproken
11
Twee maal per jaar rapporteren we aan de gemeenten de BVL activiteiten
*
Ja
12
Op acute en bijzondere onveilige situaties is aantoonbaar succesvol ingezet
Ja
Ja
(samen met het bevoegd gezag)
* Enkele indicatoren zijn gewijzigd/ samengevoegd ten opzichte van 2024.
3.3
Crisisbeheersing & GHOR - Versterking crisisbeheersing
3.3.1 Waar gaan we voor? We voorkomen, voorzien en minimaliseren de effecten van crises en versterken de weerbaarheid van de samenleving. We investeren in een veerkrachtige en schaalbare crisisorganisatie die, al naar gelang de aard en omvang van de crisis, samen met de betrokken partijen wordt ingericht. Wij kiezen ervoor om als VRU in positie te komen als er sprake is van (dreigende) crisis of maatschappelijke ontwrichting. Wij focussen ons hierbij op onze kerntaken en richten ons op de coördinatie en regie. Het doel is om zo snel mogelijk terug te kunnen keren naar een stabiele situatie en de taak weer over te dragen aan de partij die hier primair voor is toegerust. 3.3.2 Wat gaan we doen om daar te komen? We gaan in 2025 en 2026 de volgende activiteiten uitvoeren:
22
Crisismanagement Uitvoeren van programma Versterking crisisbeheersing - Het versterken van proces: risicomonitoring, preparatie, respons, herstel en nafase. - Het versterken van mens en organisatie: werving & selectie OKT permanent, gefaseerd opbouwen naar 3 a 4 teams. Inclusief een vakbekwaamheidsprogramma i.s.m. de afdeling vakbekwaamheid crisisorganisatie. - Coördinatie op formatieve uitbreiding in de reguliere organisatie uitbreiding vanuit BDUR financiering . - Het versterken van techniek: realiseren van 24/7 veiligheidsbeeld. - Afstemmen met andere programma’s, pro ecten en li n. nzicht in afbakening en afhankelijkheden. Waaronder ook VIC MNL. - Opzetten en toepassen van scenariodenken en -methodieken. - Inrichten OKT-p frontoffice voor partners. - Opstellen werkwijzen (denk aan voorzienbare inzetten, langdurige crises, sluimerende en/of dreigende gebeurtenis).
- Blijvend evalueren van ontwikkeling van het OKT-p Upgraden planvorming crisisbeheersing - Upgraden planvorming discontinuïteit stroom, militaire dreiging (nieuw), hoogwater, natuurbrand met de weerbaarheidsaspecten zoals die in het programma weerbaarheid worden ontwikkeld Optimaliseren van de lerende organisatie – basis op orde vakbekwaamheid - Duidelijke processen die vorm kunnen worden gegeven passende systemen met als doel een volledige leercyclus en een optimaal lerende crisisorganisatie Uitvoeren Bevolkingszorg 3.0 - Per 2 januari is de formele doorontwikkeling BZ 3.0 voltooid en gaan we werken in de nieuwe structuur. In de praktijk zullen daarna nog veel zaken moeten worden voltooid, zoals het uitwerken en detail van de governance, financiering Consolideren en versterken Vakbekwaamheid in de keten - Vertalen van de gezamenlijke missie en visie van netwerk coördinatie en vakbekwaamheid naar een strategie en concrete activiteiten in de keten Versterken ketenpreparatie zorgketen - Versterken van de ketenpreparatie binnen de zorgketen door uitvoering te geven aan de aanbevelingen die voortkomen uit de analyse van alle crisisplannen van de acute zorgaanbieders en de hieruit voortvloeiende ketenrapportage. Netwerkmanagement Intensiveren van de contacten met de netwerkpartners - We onderhouden ons eigen netwerk en dragen bij aan een VRU breed netwerk
23
Informatiemanagement Inrichten van een VIC (Veiligheidsinformatiecentrum)MNL in gezamenlijkheid met VRFGV GHOR Borgen (Implementeren en positioneren) zorgrisicoprofiel - Borgen aanbevelingen n.a.v. analyse crisisplannen
3.3.3 Nr.
Waar sturen we op? Indicator
Realisatie
Begroting
2024
2025 & 2026
Productie-indicatoren Versterking crisisbeheersing Planvorming 1a
Incidentbestrijdingsplannen (elke 4 jaar)
90%
100%
1b
Rampbestrijdingsplannen (elke 3 jaar)
100%
100%
Bezetting piketgroepen 2a
Hoofdstructuur (norm: ≥ 5)
95%
100%
2b
Bevolkingszorg (norm: ≥ 5)
*
100%
2c
GHOR (norm: ≥ 5)
95%
100%
Vakbekwaamheid 3a
Initiële opleiding is afgesloten met een examen (multi)
100%
100%
3b
Initiële opleiding is afgesloten met een examen (GHOR)
100%
100%
90%
90%
**
90%
90%
90%
Verplichte trainingen daadwerkelijk gevolgd 4a
Hoofdstructuur
4b
Bevolkingszorg
4c
GHOR Inzicht in aantal (multidisciplinaire) inzetten*
5a
GRIP (aantal)
10
5b
Kortdurend, < 1 week (aantal)
10
5c
Langdurend, > 1 week (aantal)
1
1
5d
Inzetten OvDG (aantal)
1.271
1.000
5e
Inzetten HINGZ (aantal)
22
24
5f
Inzetten ACGZ (aantal)
27
24
13
11
10
Inzicht in aantal evaluaties Aantal evaluaties: 6 Het aantal platform overleggen met crisispartners * Met ingang van januari 2025 wordt uitvoering gegeven aan bevolkingszorg 3.0
24
3.4
Meldkamer Midden-Nederland Veiligheidsregio's
3.4.1 Waar gaan we voor? Vanaf 3 juni 2025 is er één meldkamer Midden-Nederland (MK MNL) in Hilversum waarin de meldkamerfuncties brandweer, politie, ambulancedienst en de calamiteitencoördinator (caco) samenwerken. Deze (verplichte) ont ikkeling volgt uit de Wet veiligheidsregio’s en de Wi zigings et meldkamers. Dit betekent dat de meldkamers van de veiligheidsregio’s trecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland worden samengevoegd. Het bestuur is de afgelopen jaren meegenomen in deze ontwikkeling.
3.4.2 Wat gaan we doen om daar te komen? De VRU bereidt samen met de andere t ee veiligheidsregio’s de organisatorische samenvoeging voor. In 2024 zijn er afspraken gemaakt over de organisatorische plek van de medewerkers, de inrichting en de ondersteuning en in 2025 wordt er verder gewerkt aan overeenkomsten voor de samenwerking en harmonisering van werkprocessen. We gaan in 2025 en 2026 onder meer de volgende activiteiten uitvoeren: -
Verder harmoniseren van meldkamerprocessen tussen de Veiligheidsregio's Flevoland, Gooi en Vechtstreek en Utrecht. Oprichten van staf Meldkamer Midden Nederland Veiligheidsregio's Voorbereiden en uitvoeren van de Livegang van de Meldkamer Midden-Nederland op 3 juni 2025 Oprichten en implementeren van opschaling meldkamer voor 0900 – 0904 tijdens grote drukte. Oprichten en implementeren van Multidisciplinair Meldkamer overleg
-
3.4.3 Nr.
Waar sturen we op? Indicator
Realisatie
Begroting
2024
2025 & 2026
Indicatoren Meldkamer Midden-Nederland Veiligheidsregio's Meldkamer 1
Het aantal meldingen dat bij de Meldkamer Midden Nederland is
n.b.
*
n.b.
*
aangenomen 2
Verwerkingstijd meldingen
3 Multidisciplinair beeld is binnen 5 minuten beschikbaar 100% 100% * Vanwege samenvoeging Meldkamer worden indicatoren en streefwaarden nog nader bepaald in samenwerking met de Veiligheidsregio's Gooi en Vechtstreek en Flevoland.
25
3.5
Ondersteuning
We zien dat onze omgeving verandert en we daarvoor wendbaar moeten zijn. Het werken in programma`s helpt daarbij, naast ons reguliere werk, als sturingsinstrument om onze doelen en ambities te behalen. Een programma ondersteunt een strategische beweging, verandering of ontwikkeling en gaat over grenzen binnen een organisatie (organisatieonderdelen) of tussen organisaties (hele organisaties ook buiten de VRU of afdelingen van verschillende organisaties) heen. Het vraagt betrokkenheid van verschillende organisatieonderdelen. Binnen het organisatieonderdeel ‘Ondersteuning’ werken we aan de volgende programma`s: • Great place to work • Organisatieontwikkeling • Informatieknooppunt
3.5.1 Great place to work De VRU wil op de steeds krapper wordende arbeidsmarkt een aantrekkelijke organisatie zijn waar talent graag wil werken. We zijn maatschappelijk gedreven met een breed werkterrein en we bieden volop ontwikkelkansen. We willen daarbij een warme omgeving bieden waar iedereen welkom is. Onze leidinggevenden worden toegerust om hun mensen richting en ruimte te geven door (dienend) leiderschap te tonen, met ruimte voor ieders ontwikkeling en persoonlijk leiderschap. We willen daarbij graag een diverse en inclusieve organisatie zijn. Niet alleen maken we zo meer gebruik van het talent op de arbeidsmarkt, het helpt ons ook om vraagstukken vanuit meerdere gezichtspunten te benaderen en zo ons werk beter te doen. 3.5.2 Informatieknooppunt Het doel van het informatieknooppunt is het via gerichte informatie nog beter ondersteunen van de activiteiten bij het bestrijden, voorzien en voorkomen van incidenten/crises. We versterken hiermee de crisisbeheersing, en dragen bij aan toekomstbestendige brandweerzorg en een veiligere en gezondere leefomgeving. Hiermee vergroten wij de weerbaarheid in de regio. Wij stimuleren innovatie en andere manieren van werken door het initiëren van informatieoplossingen via innovatieve technieken zoals artificiële intelligentie (AI) en het verder ontwikkelen van informatiegestuurd werken.
3.5.3 Overhead De definitie van overhead uit artikel 1 van het BBV wordt in de meest actuele notitie van de commissie BBV nader geduid als: ‘h t h v fu ct s r cht op d stur o d rst u van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante st d d z fu ct s o d rst u .’ Onderstaand overzicht is opgesteld aan de hand van de geactualiseerde notitie Overhead van de commissie BBV. Deze geactualiseerde notitie geeft een overzicht van de regelgeving inzake de overhead en geeft op een aantal punten een nadere toelichting. Deze notitie is voor de gemeenschappelijke regelingen van toepassing vanaf het (begrotingsjaar) 2026, maar eerder mag
26
ook. De VRU heeft ervoor gekozen om de herziene wijze van toerekening van de overhead al in de geactualiseerde begroting 2025 op te nemen, zodat we hiermee gelijk oplopen met gemeenten. Dit betekent dat de aanpassingen uit deze notitie zijn verwerkt in de voorliggende begroting. De aanpassingen hebben betrekking op een aantal begrotingsonderdelen die niet meer worden aangemerkt als overhead maar op overige taakvelden moeten worden begroot en verantwoord. Meer specifiek betreft dit de formatieve en formatie-gerelateerde lasten voor leidinggevenden en directe softwarelasten/applicaties voor de programmaonderdelen Brandweer, Risicobeheersing Crisisbeheersing & GHOR. Dit heeft tot gevolg dat we nu meer kosten toerekenen aan het primaire proces waardoor het percentage overhead is gedaald. Op basis van de geactualiseerde uitgangspunten is het overzicht van de kosten van overhead voor 2025 en 2026 als volgt: Tabel 13 Overzicht overhead (5) dr
x € 1.000
Overhead
Rekening 2024
Begroting 2025
Actualisatie 2025
Begroting 2026
Personeelskosten Gebouwkosten Kantoorkosten Overige kosten Overige baten Mutaties in reserve
23.315 1.474 3.524 768 -295 -251
22.256 1.747 3.655 437 194
18.674 1.711 3.688 1.344 -297 -356
17.573 1.895 4.116 1.266 -129 -115
Totaal overhead: % overhead
28.535 19,5%
28.289 23,0%
24.762 17,4%
24.606 18,9%
3.5.4 Onvoorzien De begroting van de VRU bevat geen post voor onvoorzien. Eventuele onvoorziene situaties met de daaruit volgende kosten, dienen op dat moment van dekking te worden voorzien. In de risicoparagraaf, die gekoppeld is aan de weerstandscapaciteit, is het risico van onvoorziene uitgaven opgenomen.
5 Overheadlasten- en baten inclusief mutaties reserves ten opzichte van begrotingstotaal inclusief mutaties reserves
27
4 Paragrafen 4.1 4.1.1
Bedrijfsvoering Personeel en organisatie
Organisatie VRU Bij Veiligheidsregio Utrecht werken mensen met een passie. Een passie om levens te redden, om incidenten te voorkomen en te bestrijden en om samen met burgers en partners de veiligheid en zelfredzaamheid in onze samenleving te vergroten. Onze organisatie is gericht op onze drie hoofdtaken: Brandweer, Risicobeheersing en Crisisbeheersing. Deze onderdelen werken niet alleen onderling nauw samen, maar dat doen we ook met onze partners. Zo zetten we ons met bi na . betrokken collega’s iedere dag in voor de veiligheid van alle 1,4 miljoen inwoners van de 26 gemeenten in onze regio. Samen dragen wij bij aan de veiligheid. Elke dag weer, steeds beter. De hoofdstructuur van onze organisatie ziet er als volgt uit:
Samen zijn we één organisatie. Het organisatieonderdeel ‘Ondersteuning’ is ondersteunend aan de drie hoofdtaken. Samen bouwen wij aan een organisatie waar iedereen zich gezien en gewaardeerd voelt en de ruimte en ondersteuning krijgt om het beste uit zichzelf én elkaar te halen. Met z'n allen zorgen we voor een ‘ reat place to work’. De directie van de VRU bestaat uit de algemeen directeur en drie leden die samen verantwoordelijk zijn voor de hele organisatie. Binnen het directieteam wordt gewerkt met een
28
portefeuilleverdeling. De Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) staat onder leiding van de directeur publieke gezondheid (DPG), die op agendabasis deelneemt aan de vergaderingen van het directieteam. Organisatieontwikkeling De wereld en ons werk verandert. De rol van de Veiligheidsregio verbreedt en de uitdagingen waar we voor staan veranderen. In onze ontwikkelkoers en besturingsfilosofie hebben we met elkaar bepaald hoe we met deze veranderingen omgaan. Om die uitdagingen van onze huidige tijd aan te gaan en om de ambities uit onze bestuursagenda waar te maken, zien we dat we steviger moeten inzetten op onderlinge samenwerking. Dit vraagt van ons een flexibele en wendbare houding. De afgelopen jaren hebben we de slag gemaakt naar een meer dienende en passende organisatiestructuur met kortere lijnen en minder gelaagdheid. Deze ontwikkeling zetten we door naar één VRU waarbij we ruimte bieden aan talenten en aan de lokale en menselijke maat. Onze kern aarden staan hierbi centraal: vanuit vertrouwen erken e samen en nemen e eigenaarschap. Formatie en bezetting De formatie voor de beroepsbrandweer en overig personeel bestaat in totaal per 1-1-2025 uit 719 fte. De bezetting bedraagt 687 fte. Het verschil tussen formatie en bezetting betreft een momentopname. Een deel van de vacatures is moeilijk in te vullen door onder andere de krapte op de arbeidsmarkt.
De formatie (in fte) per organisatieonderdeel is als volgt: Formatie in fte Hoofdtaak
Formatie 1-1-2025
Bra ndweer Ri s i cobeheers i ng Cri s i s beheers i ng & GHOR Onders teuni ng
398,2 112,8 55,1 153,3
Totaal
719,4
Vrijwilligers Per 1-1-2025 zijn 1.667 vrijwilligers in dienst van de VRU. Op basis van het materieel- en personeelsbeheer en –spreidingsplan is de streefsterkte 1.673 vrijwilligers. Voor de werving van nieuwe vrijwilligers organiseert de VRU aanstellingsdagen. Vanuit de hele regio worden potentiële vrijwilligers op de ademluchtwerkplaats in Houten op één dag gekeurd. Ook wordt met behulp van een assessment dan beoordeeld of zij geschikt zijn voor het vrijwilligerswerk .Jeugdbrandweer Per 1 januari 2025 hebben we 256 jeugdleden en 21 posten met een Jeugdbrandweer. Dit is inclusief de samenvoeging van de Jeugdbrandweer Zeist-Bunnik. Brandweer Soest is aan het kijken naar een eventuele opstart van de Jeugdbrandweer.
29
Wet banenafspraak Het realiseren van duurzame werkgelegenheid voor de doelgroep uit de Wet banenafspraak (WBA) is voor de VRU een maatschappelijke opdracht. De VRU heeft inmiddels het quotum van 15 garantiebanen behaald door 15,53 garantiebanen te realiseren wat gelijk is aan 11,0 fte6. Doelstelling is het aantal WBA functies in 2025 te behouden met een evenwichtige verdeling in de gehele organisatie. Deze WBA-banen worden gerealiseerd binnen de formatieve kaders zodat een aanvullende bijdrage vanuit de gemeenten niet nodig is. Het project ‘Sociale veiligheid, diversiteit en Inclusie’ (zie hieronder) helpt om dit onderwerp in de organisatie onder de aandacht te houden. Sociale veiligheid, Inclusie en Diversiteit De VRU staat midden in de maatschappij; daarom vinden we het belangrijk dat ons personeelsbestand een afspiegeling is van die maatschappij. We hebben ons als organisatie gecommitteerd aan een aantal afspraken om te werken aan een diverse en inclusieve organisatie: - We nemen meer mensen aan met een afstand tot de arbeidsmarkt (Wet Banenafspraak); - We dragen in onze organisatie uit dat jezelf zijn werkt. Je mag er zijn, wie je ook bent; - We spreken met onze vacatures een brede(re) doelgroep aan en we sluiten geen mensen uit; - We dragen ons steentje bij aan het vergroten van meer kansengelijkheid voor jongeren.
Mentaal welzijn Het mentaal welzijn van onze medewerkers vinden we erg belangrijk. Ons werk kan veel impact hebben. We willen onze medewerkers daarin zo goed mogelijk ondersteunen. Via ons Team Opvang en Nazorg zetten wij stevig in op ondersteuning na incidenten. Er is een Steunpunt Brandweer ingericht bij het Veteraneninstituut in Doorn, waar wij als VRU lid van zijn. Daarnaast bieden we via ons uitgebreide bedrijfszorgpakket ook langdurige, psychosociale ondersteuning voor mentale klachten zoals PTSS en traumaverwerking. Hiervoor hebben we ook een geestelijk verzorger in dienst die hier een zeer waardevolle bijdrage aan levert door individuele en groepsgesprekken. Ook de bedrijfsarts, vertrouwenspersonen en medewerkers van personeelsbeleid dragen actief aan bij aan het creëren van bewustwording en het eerder herkennen van signalen. Hiervoor bieden we verschillende workshops aan op het gebied van mentale weerbaarheid. De sessies gaan over het doorbreken van een cultuur waar het niet normaal is om te praten over gevoelens, maar zijn ook gericht op kennis over en omgang met stressvolle situaties. Onveilige Situaties en (bijna)Ongevallen (OSIO) Het melden van incidenten (onveilige situaties en(bijna)ongevallen) is bedoeld om te leren van de situatie en de kwaliteit van de zorg te verbeteren.
OSIO-meldingen geven inzicht in de risico’s voor de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de VRU medewerkers. Door de meldingen te analyseren kan er worden geleerd en kunnen maatregelen worden genomen om soortgelijke incidenten en situaties in de toekomst te voorkomen. Door bovendien te kijken naar de meer fundamentele oorzaken (de oorzaak achter de oorzaak) kan de veiligheids- of arbozorg binnen de VRU naar een hoger niveau worden getild waardoor andersoortige ongevallen, die dezelfde basisoorzaken hebben, kunnen worden voorkomen.
6 Stand januari 2025
30
Verzuim Voor de medewerkers van de Veiligheidsregio Utrecht is een verzuimprotocol vastgesteld. De insteek van dit protocol is niet de ziekte van de medewerker, maar zijn mogelijkheden om werkzaamheden te verrichten ondanks beperkingen. Doel is een handvat te bieden aan leidinggevenden om zo het ziekteverzuim binnen de organisatie zoveel als mogelijk te beperken. Deze regels zijn gebaseerd op de Wet verbetering poortwachter. Het streven is een verzuimpercentage van 5 %. Inhuur Het uitgangspunt voor de VRU is dat we werken met vaste formatie met daarop medewerkers met vaste aanstellingen, maar om de continuïteit van de werkzaamheden te kunnen waarborgen is inhuur soms onvermijdelijk. Daarnaast is inhuur soms wenselijk om als organisatie wendbaar en flexibel te kunnen zijn, bijvoorbeeld bij grote crises. Als er sprake is van tijdelijke formatie (bijvoorbeeld voor een project), dan heeft een tijdelijke aanstelling de voorkeur (bijvoorbeeld voor de duur van het project). In sommige gevallen kan het nodig zijn om tijdelijk een externe in te huren. Bijvoorbeeld als de vaste medewerker langdurig afwezig is, of als een tijdelijke aanstelling niet haalbaar is. Ook kan het nodig zijn om een externe in te huren voor additionele (project)werkzaamheden waarbij een specialistische expertise wordt gevraagd. Bij inhuur volgt de VRU de inkoopregels waar wij als overheid ons aan moeten houden.
Beleidsindicatoren conform BBV-regelgeving7 De veiligheidsregio is op basis van wettelijke regelgeving (BBV) verplicht om de volgende beleidsindicatoren in de begroting en jaarrekening op te nemen.
Nr. Productie-indicator
Eenheid
Realisatie Actualisatie 2024 2025
Begroting 2026
1 2 3 4 5 6
Fte per 1000 inwoners Fte per 1000 inwoners Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom Totale kosten inhuur externen % van de totale lasten
0,52 0,49 € , 29% 14,9 mln 21%
0,51 0,49 € , 3% 2,1 mln 19%
Formatie Bezetting Apparaatskosten*) Externe inhuur** Externe inhuur**) Overhead***)
0,51 0,49 € 8, 16% 21,7 mln 18%
Op basis van CBS-prognose is uitgegaan van 1.414.663 inwoners voor de provincie Utrecht op peildatum 1-1-2025. * Apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de ambtelijke organisatie. Dit zijn in feite de totale lasten van de VRU minus de jaarlijkse bijdrage aan het NIPV. ** De reguliere inhuur betreft voornamelijk inhuur van instructeurs voor opleiden, trainen en oefenen en inhuur voor ziektevervanging en vacatures. Voor 2024 en 2025 is/ wordt specifiek ingehuurd voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne en crisisnoodopvang (€ 9,1 miljoen). Deze specifieke inhuurkosten worden volledig gedekt uit een specifieke rijksbijdragen en vergoeding van het COA. *** Voor de berekening van de overhead inclusief baten verwijzen we naar § 3.5.3.
7 Rekeningcijfers 2024 zijn onder voorbehoud van goedkeuring door de accountant volgend uit de accountantscontrole Jaarstukken VRU 2024.
31
Duurzame bedrijfsvoering In onze samenleving ligt een grote uitdaging op het gebied van duurzaamheid. Als overheidsorganisatie committeren we ons uiteraard aan de landelijke afspraken op het gebied van duurzaamheid. Dit doen we niet omdat het moet, maar omdat wij ons realiseren dat de klimaatverandering ook een directe impact heeft op de veiligheid in onze regio. We maken werk van de CO2-reductie en vermindering van het klimaatgebruik door ons wagenpark te verduurzamen, duurzaamheidseisen te stellen aan onze leveranciers en zelf ons materiaalgebruik te beperken. Samen met de gemeenten, als eigenaren van de brandweerposten, zetten we waar mogelijk stapjes naar klimaatneutrale huisvesting. Huisvesting Huisvesting heeft directe invloed op alle vier de thema's van de bestuursagenda. Huisvesting in brede zin is meer dan een gebouw. Huisvesting in brede zin betreft faciliteiten die zorgen dat individuele medewerkers van de VRU optimaal kunnen presteren. Een plek om samen te komen na een emotionele heftige uitruk. Een huisvesting die faciliterend is aan de werkstijlen van de individuele medewerkers van de VRU en die zorgt voor een Great place to work en optimale ondersteuning van de werkprocessen. Daarmee draagt huisvesting bij aan een gezonde en veilige werkomgeving.