Bijlage 9 – Toelichting – Bijlage 3. Rapportage berekening stikstofdepositie Donkereind 24-24a Vinkeveen 31-03-2025
Tekst van het document
Berekening stikstofdepositie Donkereind 24-24a Vinkeveen
Colofon Gegevens over het project: Plannaam:
Donkereind 24-24a Vinkeveen
Datum:
31 maart 2025
Projectnummer Buro SRO:
SR230010 (FP)
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
Architectenbureau H.W. Van der Laan
Gegevens Buro SRO: Bezoekadres:
’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht
Telefoon:
030-2679198
E-mail:
utrecht@burosro.nl
Internet:
www.buro-sro.nl
pagina 2 van 14
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Projectbeschrijving
4
1.3
Wettelijk kader
5
1.4
Leeswijzer
5
Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten
6
2.1
Ruimtelijke gegevens
6
2.2
Aanlegfase
6
2.3
Gebruiksfase
9
Berekeningen en resultaten
11
3.1
Aanlegfase
11
3.2
Gebruiksfase
12
Samenvatting en conclusies
pagina 3 van 14
13
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens op een perceel aan het Donkereind 24-24a in Vinkeveen een paardenhouderij voor in eerste instantie 6 paarden op te richten. Het voorgenomen plan brengt stikstofuitstoot met zich mee tijdens de aanleg- als gebruiksfase. Daarom is het noodzakelijk om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000-gebieden te onderzoeken. In deze rapportage worden de potentiële effecten in kaart gebracht. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich meerdere relevante stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’, gelegen op een afstand van ongeveer 5,0 km ten zuidwesten van de planlocatie.
1.2
Projectbeschrijving
De initiatiefnemer heeft het voornemen om een kleinschalige paardenhouderij met bijbehorende voorzieningen op het terrein te realiseren. Het betreft een grondgebonden agrarische activiteit, passend in het aanwezige agrarische landschap. Het doel is om ter plaatse in eerste instantie maximaal 6 paarden te houden. De paarden worden veelal in Spanje ingekocht, op deze locatie verder getraind en daarna weer doorverkocht. Op onderstaande afbeelding uit het Beeldkwaliteitsplan is de beoogde situatie weergegeven.
Landschappelijk inrichtingsschets beoogde situatie (bron: Beeldkwaliteitsplan, Buro SRO d.d. 31 maart 2025)
pagina 4 van 14
In de nieuwe opzet wordt de noordelijke kavel benut voor de bebouwing en voorzieningen behorende bij de beoogde paardenhouderij. Er worden twee aan elkaar geschakelde gebouwen als hoofdgebouw voorzien. Het voorste gebouw omvat 6 paardenboxen en diverse bijbehorende ruimten, zoals hooi- en stroopslag, kantine en zadelkamer. In het achterste gebouw is een rijbak voorzien. Aan de straatzijde wordt een nieuwe bedrijfswoning (Donkereind 24) gerealiseerd, waarvoor een separaat omgevingsvergunningentraject wordt doorlopen. Verder maakt de bestaande woning Donkereind 24a deel uit van het plangebied van het bestemmingsplan.
1.3
Wettelijk kader
Voorgeschreven is dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een vergunning vereist is. Verzuring en vermesting is één van die mogelijk negatieve effecten. Voor ieder habitattype binnen een Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS wordt de stikstofdepositie berekend als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. Het rekeninstrument AERIUS was één van de pijlers van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het PAS maakt onderdeel uit van de Crisis- en herstelwet (Chw). Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State uitspraak gedaan omtrent het PAS. Het PAS mag niet meer gebruikt worden als basis voor toestemming voor ‘activiteiten’. Hiermee is het PAS buiten werking gesteld. Het systeem van het PAS was erop gebaseerd dat vooruitlopend op toekomstige positieve ontwikkelingen voor beschermde natuurgebieden toestemming gegeven kan worden voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden door stikstofuitstoot.
Die toestemming ‘vooraf’, zoals het PAS mogelijk maakte, mag niet meer, aldus de RvS. Projecten en of activiteiten dienen, in afwachting van een nieuwe PAS, zelfstandig beoordeeld te worden.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de ruimtelijke gegevens beschreven. Hierin wordt ook ingegaan op de uitgangspunten voor de aanlegfase en de gebruiksfase. De uitgevoerde berekening en resultaten worden beschreven in hoofdstuk 3. Ten slotte wordt in hoofdstuk 4 de conclusie getrokken.
pagina 5 van 14
2
Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten
2.1
Ruimtelijke gegevens
Bij een stikstofdepositieberekening wordt rekening gehouden met de Natura 2000-gebieden binnen een straal die relevant is voor de omvang van het plan. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen Natura 2000-gebieden. Binnen een straal van 10 km bevinden zich meerdere stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Relevant voor de stikstofberekening zijn de Natura 2000-gebieden ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’, ‘Botshol’ en ‘Oostelijke Vechtplassen’. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de
5,1 km
zojuist genoemde Natura 2000-gebied en de afstand tot de planlocatie weergegeven.
Ligging plangebied ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden, plangebied rood omcirkeld (bron: AERIUS Calculator)
2.2
Aanlegfase
Tijdens de aanleg zullen tijdelijk voertuigen en mobiele werktuigen op de bouwplaats aanwezig zijn, wat gepaard gaat met verkeer van werklieden en het vervoer van materialen van en naar de locatie. Daarnaast zal zwaar vrachtverkeer dat stationair draait ook bijdragen aan de stikstofuitstoot. De voertuigen en mobiele werktuigen die door verbrandingsmotoren worden aangedreven veroorzaken een tijdelijke toename van stikstofemissies. De hoeveelheid emissies hangt af van de emissienormen (stageklassen) die gelden voor de specifieke werktuigen. Voor de berekening van de NOx-emissies van de mobiele werktuigen moet het brandstofverbruik per stageklasse worden opgegeven, evenals het aantal draaiuren en, indien van toepassing, het verbruik van AdBlue (bij aanwezigheid van een SCR-systeem).
pagina 6 van 14
Het dieselverbruik is berekend op basis van het TNO-rapport R12305, waarin rekening wordt gehouden met factoren zoals de aandrijfconfiguratie (vaste as, transmissie, hydrauliek), de stand-by tijd bij de soort inzet (wisselend en constant) en de verliezen. Voor werktuigen met wisselende inzet wordt uitgegaan van een gemiddelde ‘typische motorlast’ van 35%, zoals aangegeven in de bijbehorende tabel.
Voor werktuigen met een constante inzet is 35% een onderschatting en wordt uitgegaan van een gemiddelde motorbelasting van (37,0+45,6+47,3)/3= 43,3%. Het brandstofverbruik kan berekend worden met behulp van de formule afkomstig uit Ligterink et al 2021. Met behulp van de navolgende formule is het mogelijk het brandstofverbruik per uur te berekenen: B =0.095* Pmax +0.54. Hier is B het brandstofgebruik per uur en Pmax het maximale vermogen van het werktuig [kW]. Inzet mobiele werktuigen Voor het berekenen van de uitstoot van de te gebruiken mobiele werktuigen is uitgegaan van ouder materieel (Stage IV, bouwjaar 2015). Voor Stage IV en V werktuigen, waarmee gerekend is, kan worden uitgegaan van het normale AdBlue-verbruik dat door TNO is gegeven. Dit is 6% van het brandstofverbruik (Ligterink et al 2021). Er wordt daarnaast ook een elektrische bouwkraan ingezet. In de navolgende tabel is een overzicht weergegeven van de door brandstof aangedreven mobiele werktuigen die ingezet worden bij de aanlegfase.
Werktuig
STAGEklasse
Bouwjaar
Vermogen
Brandstofverbruik
(KW)
totaal
Draaiuren/j
AdBlue verbruik (l/j)
Graafmachine
Stage-IV
2014
100
611
60
37
Shovel
Stage-IV
2015
200
589
30
35
Heistelling
Stage-V
2019
230
865
40
52
Bouwkraan
Stage-V
2019
200
1887
100
113
Betonpomp
Stage-V
2019
150
571
40
34
Graafmachine
Stage-IV
2014
100
407
40
24
Stage-V
2019
n.v.t.
n.v.t.
100
n.v.t.
Elektrische bouwkraan
In de berekening is rekening gehouden met het rekenjaar 2026. In het geval dat de ontwikkeling een periode van meer dan een jaar in beslag neemt, wordt dit als een positief aspect beschouwd in vergelijking met de stikstofdepositie. Dit komt doordat de jaarlijkse uitstoot dan afneemt, wat gunstig is voor de totale stikstofdepositie. Deze berekening kan derhalve gezien worden als een worstcasescenario.
pagina 7 van 14
In de voorliggende berekening wordt uitgegaan van een wisselende inzet van de mobiele werktuigen en daarmee van een typische motorlast van 35%. Het is namelijk niet te verwachten dat deze werktuigen continu onder hoge belasting worden ingezet. Verkeersgeneratie Voor de berekening van verkeersgeneratie is een inschatting gemaakt van het aantal voertuigbewegingen dat tijdens de aanleg plaatsvindt. De navolgende tabel tonen de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling voor het rekenjaar 2025.
Vervoer personeel en materiaal Licht verkeer
750
per jaar
Zwaar vrachtverkeer
150
per jaar
Bij de invoer in AERIUS is uitgegaan twee routes. Deze routes lopen vanaf de planlocatie via de Donkereind richting het noorden of het zuiden. Er is uitgegaan van een 50% verdeling per rijroute. De verwachting is dat het verkeer in het zuiden bij de Korenmolenweg en het noorden bij de kruising met de Uitweg, Demmerik en de Ter Aase Zuwe overgaat in het heersende verkeersbeeld. Volgens het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) beschikt de Korenmolenweg over een verkeersintensiteit van ongeveer 8.400 voertuigbewegingen. Bij de kruising met de Uitweg, Demmerik en de Ter Aase Zuwe is sprake van een verkeersintensiteit van maximaal 1.300 voertuigbewegingen per etmaal. Gesteld kan worden dat het verkeer hier over gaat in het heersende verkeersbeeld. Volgens het CIMLK is ter plaatse van de route geen sprake van filecongestie. Koude starts verkeer Als de motor van een voertuig 2 uur of langer niet heeft gedraaid, is de motor afgekoeld en is er sprake van extra emissies door deze koude start. In de AERIUS Calculator moet de emissie van voertuigen met een koude start als een aparte bron worden gemodelleerd. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen hoeveel koude starts er per uur, etmaal, maand of jaar plaatsvinden. Bij deze berekening wordt aangenomen dat al het licht verkeer in de aanlegfase met een koude start wegrijdt.
Dit komt overeen met de helft van de totale verkeersgeneratie. Dit kan worden beschouwd als een worst-case benadering, aangezien het voor de hand ligt dat niet al het verkeer met een koude motor (> 2 uur niet-draaiende motor) zal starten of een deel van het verkeer (vrijwel) direct wegrijdt. De onderstaande tabel toont het aantal koude starts per jaar. Aantal koude starts Licht verkeer
375
per jaar
Stationair draaien Met betrekking tot het laden en lossen zal er op de planlocatie zwaar vrachtverkeer aanwezig zijn dat stationair draait. Gedurende de periode dat het zwaar vrachtverkeer op de planlocatie aanwezig is zal er sprake zijn van stikstofuitstoot. De uitstoot die ontstaat tijdens het stationair draaien kan berekend worden met de kencijfers beschreven in bijlage 1 van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024.1’. In de bijlage zijn kencijfers opgenomen voor de NOx en NH3 uitstoot. De uitstoot dient handmatig in AERIUS ingevoerd te worden.
pagina 8 van 14
De gemiddelde laad/lostijd per vracht is ingeschat op circa 15 minuten. Uitgaande van 75 vrachten is er in totaal sprake van 19 stationaire draaiuren. De onderstaande tabel toont de totale uitstoot van het stationair draaien voor NOx en NH3. Type
Aantal draaiuren
NOx uitstoot kg/j
NH3 uitstoot kg/j
Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers 2025
19
1,73
0,02
2.3
Gebruiksfase
Verkeersgeneratie Het gebruik van het plangebied neemt in de gebruiksfase verkeersbewegingen met zich mee. Voor de berekening van verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering’. De planlocatie beschikt over twee bestaande woningen. Hierbij wordt uitgegaan van de categorie 'koop, huis, vrijstaand'. Conform het gemeentelijk parkeerbeleid wordt aangesloten op de categorieën 'buitengebied' en 'matig stedelijk'. In het voorgenomen plan wordt een nieuwe grondgebonden paardenhouderij gerealiseerd. Aangezien niet goed kan worden aangesloten bij een van de categorieën uit de CROW publicatie, is door de initiatiefnemer een reële inschatting gemaakt van de verkeersgeneratie van de nieuwe onderneming. Op basis van de berekening beschikt de planlocatie in de beoogde situatie over de navolgende verkeersgeneratie.
Verkeersbewegingen Licht verkeer
16,4 per etmaal
Middelzwaar verkeer
16
per jaar
Zwaar vrachtverkeer
22
per jaar
Bij de invoer in AERIUS is uitgegaan twee routes. Deze routes lopen vanaf de planlocatie via de Donkereind richting het noorden of het zuiden. Er is uitgegaan van een 50% verdeling per rijroute. De verwachting is dat het verkeer in het zuiden bij de Korenmolenweg en het noorden bij de kruising met de Uitweg, Demmerik en de Ter Aase Zuwe overgaat in het heersende verkeersbeeld. Volgens het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) beschikt de Korenmolenweg over een verkeersintensiteit van ongeveer 8.400 voertuigbewegingen. Bij de kruising met de Uitweg, Demmerik en de Ter Aase Zuwe is sprake van een verkeersintensiteit van maximaal 1.300 voertuigbewegingen per etmaal. In beide gevallen bedraagt het verkeer minder dan 1% van de totale verkeersintensiteit. Gesteld kan worden dat het verkeer hier over gaat in het heersende verkeersbeeld. Volgens het CIMLK is ter plaatse van de route geen sprake van filecongestie. Koude starts verkeer Ook tijdens de gebruiksfase moet de emissie van voertuigen met een koude motor als een aparte bron worden gemodelleerd. AERIUS maakt onderscheid tussen ‘Koude start: parkeergarage’ en ‘Koude start: overig’. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen hoeveel koude starts er per uur, etmaal, maand of jaar plaatsvinden. Bij deze berekening wordt aangenomen dat al het verkeer met een koude start wegrijdt.
Dit betreft de helft van de totale verkeersgeneratie. Dit kan worden beschouwd als een worst-case benadering, aangezien het voor de hand ligt dat niet al het verkeer met een koude motor wegrijdt. Tijdens de gebruiksfase zal het vrachtverkeer doorgaans af- en aanrijden met een warme motor, omdat zij de woonlocatie slechts kort bezoeken.
pagina 9 van 14
De onderstaande tabel toont het aantal koude starts per etmaal. Aantal koude starts Licht verkeer
8
per etmaal
Paardenhouderij In de beoogde situatie beschikt de paardenhouderij over zes paarden. In de AERIUS calculator is uitgegaan van het ‘huisvestingssysteem’ HL2.100. Per paard geldt een uitstoot van 2,1 kg/j in NH3 per jaar. In totaal voorziet de paardenhouderij daarmee in een uitstoot van 12,6 kg/j NH3 per jaar.
pagina 10 van 14
3
Berekeningen en resultaten
De berekeningen zijn verricht met het web-based programma AERIUS versie 2024.1 op 26 maart 2025. Onderstaand zijn de berekeningen weergegeven waarbij de beoogde situatie (gebruiksfase) en de aanlegfase zijn berekend. In navolgende paragrafen zijn de uitkomsten van de berekening weergegeven.
3.1
Aanlegfase
Met behulp van de AERIUS-calculator is de uitstoot op de Natura-2000 gebieden van de aanlegfase berekend. De aanleg vindt naar verwachting plaats in 2025. Derhalve is bij de stikstofberekening uitgegaan van het rekenjaar 2025. De navolgende afbeelding toont de ingevoerde bronnen.
Ingevoerde bronnen (bron: AERIUS Calculator)
De totale stikstofemissie is berekend aan de hand van de stikstof die plaatsvindt als gevolg van de te gebruiken mobiele werktuigen, de uitstoot als gevolg van de verkeersgeneratie van het plangebied en de uitstoot als gevolg van het stationair draaien van het zwaar vrachtverkeer op het terrein. Resultaten Uit de berekening volgt dat er in totaal sprake is van een uitstoot van 30,9 kg/j voor NOx en 1,2 kg/j voor NH3. Uit de berekening van de AERIUS Calculator blijkt dat er in de aanlegfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn op Natura 2000-gebieden. Voor nadere informatie over de invoer en de rekenresultaten wordt verwezen naar de pdf-uitvoer van de AERIUS Calculator; deze is als separate bijlage beschikbaar.
pagina 11 van 14
3.2
Gebruiksfase
Met behulp van de AERIUS-calculator is de uitstoot op de Natura-2000 gebieden van de gebruiksfase berekend. Er is uitgegaan van het rekenjaar 2026, aangezien de verwachting is dat de woningen in dit jaar in gebruik wordt genomen. De navolgende afbeelding toont de verschillende bronnen waarmee gerekend is.
Ingevoerde bronnen (bron: AERIUS Calculator)
In de gebruiksfase is enkel sprake van de uitstoot als gevolg van de verkeersgeneratie van het plangebied.
Resultaten Uit de berekening volgt dat de totale uitstoot voor NOx 1,9 kg/j en voor NH3 12,8 kg/j bedraagt. Uit de berekening van de AERIUS Calculator blijkt dat er in dit geval geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn op omliggende Natura 2000-gebieden. Voor nadere informatie over de invoer en de rekenresultaten wordt verwezen naar de pdf-uitvoer van de AERIUS Calculator; deze is als separate bijlage beschikbaar.
pagina 12 van 14
4
Samenvatting en conclusies
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een paardenhouderij voor maximaal 6 paarden gerealiseerd. Voor de beoogde ontwikkeling is een AERIUS-berekening voor de aanleg- en gebruiksfase uitgevoerd. Voor de stikstofemissie van de aanlegfase is gerekend met de uitstoot die ontstaat als gevolg van de te gebruiken mobiele werktuigen, de voertuigbewegingen van personeel en materialen van en naar de bouwplaats en het stationair draaien van het vrachtverkeer op het terrein. Uit de berekening voor deze aanlegfase volgt dat er geen resultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j voor de Natura 2000-gebieden zijn. Bij het berekenen van de stikstofemissie van de gebruiksfase is gerekend met de emissie die ontstaat als gevolg van de verkeersgeneratie van het plangebied en de uitstoot die ontstaat bij het houden van de paarden. Uit de berekening voor de gebruiksfase volgt dat er geen resultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j voor de omliggende Natura 2000-gebieden zijn. Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden. Het plan is uitvoerbaar wat betreft stikstofdepositie.
pagina 13 van 14
pagina 14 van 14