CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 - MER aanmeldingdingsnotitie Recreatieterrein De Wilgenborgh v1.0

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Proostdijerdwarsweg 12 (Akkoordstuk)5.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Recreatieterrein De Wilgenborgh

m.e.r.-aanmeldingsnotitie

Opdrachtgever: Provincie Utrecht

November 2023

Titel: Subtitel: Versie: Projectnummer: Datum uitgave:

Recreatieterrein De Wilgenborg m.e.r. aanmeldingsnotitie 1.0 107-20_BWZ 15 november 2023

Naam en adres opdrachtgever:

Provincie Utrecht Contactpersoon: dhr. M. Wilborts Archimedeslaan 6, postbus 80300 3508 TH Utrecht

Samensteller:

ing. J. ten Ham

Projectleider:

ing. H. Zwart MSc.

Kantoorboerderij Rustenburg Lekdijk 15 | 4121 KG Everdingen www.bwz-ingenieurs.nl

Ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Tiel onder nr. 30232690

Inhoud 1

2

3

Inleiding ............................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding ............................................................................................................. 1 1.2 Doel van deze aanmeldingsnotitie ....................................................................... 2 1.3 Toetsingskader...................................................................................................... 3 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................. 4 Kenmerken van het project ................................................................................... 5 2.1 Omvang van het project ....................................................................................... 5 2.2 Cumulatie met andere projecten of activiteiten .................................................. 5 2.3 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen .................................................................. 6 2.4 Productie van afvalstoffen.................................................................................... 6 2.5 Verontreiniging en hinder ....................................................................................

6 2.6 Risico van ongevallen............................................................................................ 7 Plaats van het project ........................................................................................... 8 3.1 Bestaand grondgebruik ........................................................................................ 8 3.2 Rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied ...................................................................................................................... 8 3.3 Opnamevermogen van het natuurlijk milieu ....................................................... 9 3.3.1 Water en watersysteem .......................................................................... 9 3.3.2 Bodem ................................................................................................... 10 3.3.3 Natuur ................................................................................................... 10 3.3.4 Archeologie en cultuurhistorie.............................................................. 12 3.3.5 Kabels en leidingen................................................................................ 14 3.3.6 Verkeer en parkeren .............................................................................

14 3.3.7 Lucht en geluid ...................................................................................... 14 3.3.8 Externe veiligheid .................................................................................. 15

4 5

Kenmerken van de potentiële effecten ................................................................ 16 Conclusie ............................................................................................................ 18

iii

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In 2012 is door middel van het plan ‘Versoberde Veenribbenvariant’ en het ‘Pact van Poldertrots Groot Mijdrecht Noord’ besloten drie moerasblokken in te richten in de polder Groot-Mijdrecht Noord-Oost. Het plan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, de gemeente De Ronde Venen en een bewonersdelegatie. Het ontwerp bestaat uit de aanleg van drie moerasblokken omgeven door een kade en omzoomd door bloemrijk grasland. De moerasblokken moeten ervoor zorgen dat de brakke kweldruk in het gebied afneemt en daarmee ruimte bieden voor natte natuurontwikkeling en waterberging. Met de aanleg van moerasblok 1 wil de provincie een aaneengesloten leefgebied voor moerasvogels realiseren, dit in aansluiting op de eerder gerealiseerde moerasblokken en het bestaande natuurgebied Waverhoek. Daarnaast zal de ontwikkeling van dit gebied meerwaarde geven voor de diversiteit aan overige flora en fauna in de polder. Moerasblok 2 en 3, direct ten zuiden van Recreatieterrein De Wilgenborgh, zijn reeds ingericht. De planvorming voor Moerasblok 1 is momenteel in volle gang (Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). De moerasblokken zijn niet onderling met elkaar verbonden, maar bieden elk de mogelijkheid voor moerasvogels om er te rusten en te foerageren.

De afzonderlijke moerasblokken zijn optimaal ingericht als rustplaats en voedselbron. Doordat de moerasblokken relatief dicht bij elkaar liggen zorgen deze vlakdekkend voor een optimalisatie van het leefgebied voor moerasvogels, die nu al in nabijgelegen grotere moerasgebieden voorkomen. Deze moerasvogels vliegen straks van gebied naar gebied, waarmee de moerasblokken “stepping stones” vormen tussen de grotere moerasnatuurgebieden in de omgeving, zoals het nabijgelegen Botshol en de Nieuwkoopse Plassen. Geïsoleerde populaties van bijvoorbeeld roerdomp en purperreiger raken hierdoor minder afgezonderd en kunnen uitbreiden en met elkaar in contact komen. De moerasblokken zijn in de toekomst omgeven door bloemrijke graslanden (zoals ook opgenomen in de Versoberde Veenribbenvariant). Dit betekent dat de hier gelegen agrarische percelen en hun slootkanten door minder extensief gebruik een hogere natuurwaarde krijgen. Ook verbeteren de omstandigheden voor de natuur, maar de grootste meerwaarde voor moerasnatuur wordt bereikt in de moerasblokken. Het bloemrijke grasland vormt wel een schakel in de overgang tussen de onderlinge moerasblokken, voor overgang van verschillende soorten. Niet alleen voor de moerasvogels, maar ook voor diverse plant- en diersoorten (amfibieën, libellen, vlinders, etc.). Extensief beheerde slootkanten bieden ruimte om langs te verplaatsen.

1

Waverhoek

Hoofdtocht

Fase 1

Fase 2

Moerasblok 1

Proostdijerdwarstocht

De Wilgenborgh

Moerasblok 2

Figuur 1-1 Ligging plangebied binnen de Moerasblokken in polder Groot Mijdrecht Noord-Oost

Het noordelijke deel van recreatieterrein De Wilgenborgh ligt binnen de contouren van het beoogde gebied van Moerasblok 1 (Figuur 1-1). Er is een herinrichtingsplan uitgewerkt, waarbij deze noordelijke helft van het recreatieterrein wordt ‘omgeklapt’ naar een tweetal percelen aan weerszijden van het zuidelijke deel van het terrein (Figuur 1-2).

Figuur 1-2 Omklappen noordelijke helft De Wilgenborgh

1.2

Doel van deze aanmeldingsnotitie De in te richten gronden zijn momenteel bestemd voor agrarische doeleinden. De gewenste ontwikkeling naar recreatieterrein past niet binnen de bestemmingen van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied-West (Gemeente De Ronde Venen, vastgesteld 2019-02-21). In dit kader wordt een nieuw (postzegel)bestemmingsplan uitgewerkt.

2

Deze aanmeldnotitie is opgesteld om vooruitlopend op de onderzoekslast die bij het bestemmingsplan hoort, een besluit te nemen over de noodzaak voor het opstellen en procedureel doorlopen van een milieueffectrapportage. In deze aanmeldingsnotitie is op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is, op basis van de criteria uit Bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling.

1.3

Toetsingskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijk plan plan-m.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), project-m.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, die aanleiding geven om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Daarbij moet worden gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: • • •

de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten.

In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie D10 de aanleg, wijziging of uitbreiding van een jachthaven en permanente kampeer- en caravanterreinen opgenomen. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r. ligt op: • • • •

250.000 bezoekers of meer per jaar; een oppervlakte van 25 hectare of meer; 100 ligplaatsen of meer of; een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied.

De ruimtelijke ontwikkeling ten behoeve van het omklappen van recreatieterrein De Wilgenborgh ligt ruimschoots onder de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. en is daarmee niet rechtstreeks plan-m.e.r.-, project-m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan, ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft, mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een “vormvrije” m.e.r.-beoordeling. Uit recente jurisprudentie (9 juni 2019) is echter gebleken dat alleen een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet voldoende is, maar dat er een expliciet m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen moet worden. In dit kader is voorliggende m.e.r.-aanmeldingsnotitie opgesteld.

3

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de kenmerken van het project beschreven en uitgewerkt op basis van de criteria van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling. In hoofdstuk 3 is de plaats van het project beschreven en uitgewerkt op basis van de criteria van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling. In hoofdstuk 4 zijn de potentiële effecten van het project beschreven en uitgewerkt op basis van de criteria van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling. In hoofdstuk 5 tenslotte is de samenvattende conclusie van deze aanmeldingsnotitie beschreven.

4

2

Kenmerken van het project In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de kenmerken van het project en de criteria die hierover zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling.

2.1

Omvang van het project De Wilgenborgh is een vijf hectare groot terrein dat ligt in de polder Groot-Mijdrecht in de provincie Utrecht, gemeente De Ronde Venen. Het terrein wordt aan zowel de oostelijke als aan de westelijke zijde begrensd door weidegebied. Het oostelijke perceel is in bezit van Natuurmonumenten, het westelijke perceel is van de provincie Utrecht. Aan de noordzijde wordt het terrein begrensd door de Proostdijer Dwarstocht, een primaire watergang. Aan de zuidzijde begrenst de Proostdijerdwarsweg het terrein (Figuur 2-1). Het noordelijke deel van De Wilgenborgh (circa 2,5 hectare) ligt binnen de contouren van het beoogde terrein van Moerasblok 1. Er is een herinrichtingsplan uitgewerkt, waarbij deze noordelijke helft van het recreatieterrein wordt ‘omgeklapt’ naar een tweetal percelen (twee maal 1,25 hectare) aan weerszijden van het zuidelijke deel van het terrein ( Figuur 2-2).

Figuur 2-1 Ligging plangebied

2.2

Figuur 2-2 Nieuwe situatie 'Omklapvariant'

Cumulatie met andere projecten of activiteiten Het voorgenomen omklappen van recreatieterrein De Wilgenborgh is in het belang van de ontwikkeling van Moerasblok 1 binnen Groot Mijdrecht Noord-Oost. Met de aanleg van moerasblok 1 wil de provincie een aaneengesloten leefgebied voor moerasvogels realiseren, in aansluiting op de eerder gerealiseerde moerasblokken en het bestaande natuurgebied Waverhoek. Daarnaast zal de ontwikkeling van dit gebied meerwaarde geven voor de diversiteit aan overige flora en fauna in de polder. Moerasblok 2 en 3, direct ten zuiden van recreatieterrein De Wilgenborgh, zijn reeds ingericht. De planvorming voor Moerasblok 1 is momenteel in volle gang.

5

2.3

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de aanleg van de nieuwe kampeerplekken (‘landjes’), parkeerplaatsen en sanitair gebouwen worden geen relevante natuurlijke hulpbronnen gebruikt. Er worden bouwmaterialen gebruikt, zoals hout en steenachtige materialen, maar dit betreft een eenmalige gebruikelijke verrichting en deze materialen zijn niet bijzonder schaars.

2.4

Productie van afvalstoffen Naast het reguliere afval van de bestaande en toekomstige functies is er geen sprake van de productie van andere afvalstoffen.

2.5

Verontreiniging en hinder Aanlegfase In april 2021 is door bodemonderzoeksbureau Grondslag een vooronderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek is op een aantal locaties verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (juli 2021, bijlage 3 en april 2022, bijlage 4). Deze onderzoeken tonen aan dat de bodem ter plaatse van twee te verwijderen dammen verontreinigd is. Voor het verwijderen van de dammen wordt in overleg met het bevoegd gezag een saneringsplan opgesteld dan wel een BUS-melding gedaan. Daarnaast is er op het oostelijke perceel een puinpad aanwezig, waarbij sprake is van een Asbestweg zoals bedoeld in de regeling Asbestwegen Wm. Voor het saneren van deze locatie wordt een BRL 7000 gecertificeerde aannemer ingeschakeld. De sanering wordt begeleid door een BRL 6000 gecertificeerde milieukundige. Daarnaast staat op het oostelijke perceel een schuur met asbest dak. Deze zone wordt voordat met uitvoering wordt gestart nog nader onderzocht. Indien nodig wordt ook hiervoor een saneringsplan opgesteld. De onderzoeksresultaten van de overige deellocaties vormen geen belemmeringen. Het grondverzet vindt plaats onder de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Het sloopen overige afval wordt overeenkomstig de geldende regelgeving afgevoerd.

Tijdens de aanlegfase kan er enige hinder zijn door de ontgravingsactiviteiten (geluid) en/of grondtransport (geluid en verkeershinder). Deze hinder is van tijdelijke aard. Gebruiksfase Hinder voor omwonenden tijdens de gebruiksfase is zoveel mogelijk geminimaliseerd door hier bij de ontwerpkeuzes rekening mee te houden. Activiteiten waardoor (geluids)hinder kan ontstaan zijn zoveel mogelijk naar het meest westelijke perceel verplaatst. ▪

▪ ▪

6

Het parkeerterrein wordt op het meest westelijke perceel gerealiseerd, waardoor de afstand tot het dichtstbijzijnde woonhuis maximaal is (circa 250 meter). Omwonenden hebben hierdoor geen last van in- en uitrijdend autoverkeer of geluidsoverlast door parkerende auto’s. Het volleybalveld wordt eveneens verplaatst naar het meest westelijke perceel. De watergang aan de oostzijde van het terrein wordt voorzien van natuurvriendelijke over met rietkraag van circa 1,5 meter. Daarnaast komt er een beplantingsbuffer van 8 meter om het terrein en is er in het ontwerp gekozen voor een ‘stillere functie’ van het terrein aan de oostzijde voor opslag beheer en onderhoud groen (takkenrillen van

snoeihout). Daarnaast zijn er tussen het centrale terrein van de Wilgenborgh en de buitenkering nog twee groenkeringen van circa 4 meter breed. Dit komt neer op een totaal aan 17,5 meter groenkering als geluidsdemper. Hinder voor de omgeving tijdens de gebruiksfase neemt niet toe ten opzichte van het huidige gebruik. Het aantal kampeerplaatsen neemt niet significant toe.

2.6

Risico van ongevallen Bij de uitvoeringswerkzaamheden zijn geen bijzondere risico’s op ongevallen te verwachten. Ook tijdens de gebruiksfase zijn er geen bijzondere risico’s te verwachten. Het betreft het verplaatsen van activiteiten, er is geen sprake van een nieuwe risicobron.

7

3

Plaats van het project In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ‘plaats van het project’ en de criteria die hierover zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling.

3.1

Bestaand grondgebruik Het bestaande grondgebruik van het terrein van De Wilgenborgh is recreatief. Er zijn circa 75 kampeerplaatsen met bijbehorende sanitaire voorzieningen en faciliteiten zoals een zwembad, volleybalveld en speeltuin. De percelen oostelijk en westelijk grenzend aan het recreatieterrein maken deel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op dit moment in gebruik als weidegebied. In Figuur 3-1 is het huidige grondgebruik van de percelen weergegeven.

Huidig gebruik = agrarisch

Huidig gebruik = recreatief

Figuur 3-1 Huidig grondgebruik plangebied

3.2

Rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het plangebied kent, naast eventueel vrijkomende grond, geen andere natuurlijke hulpbronnen.

8

3.3

Opnamevermogen van het natuurlijk milieu

3.3.1

Water en watersysteem Oppervlaktewater De herinrichting van het recreatieterrein komt voort uit de ontwikkelingen binnen het project Moerasblok I. Het plangebied ligt in peilvak 37-8 van het watergebiedsplan voor o.a. de polder Groot-Mijdrecht binnen het beheergebied van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De verdeling aan open water binnen de eigendomsgrenzen van De Wilgenborgh veranderen door de nieuwe eigendomssituatie. Doordat aan weerszijden van het huidige recreatieterrein de percelen bij het terrein worden betrokken, wordt het interne watersysteem van De Wilgenborgh uitgebreid. De hoeveelheid aan open water binnen het peilgebied neemt met 1.040 vierkante meter toe. In Figuur 3-2 is de inrichting van het watersysteem in de nieuwe situatie weergegeven.

Figuur 3-2 Inrichting watersysteem nieuwe situatie

9

Hemelwaterafvoer Het recreatieterrein is voornamelijk onverhard met paden van halfverharding. Hemelwater dat op de paden valt, infiltreert in de halfverharding of vloeit af naar het naastgelegen onverharde gedeelte en infiltreert in de bodem. Hemelwater dat op daken van gebouwen en sanitaire voorzieningen valt wordt afgevoerd naar de nabije omgeving en infiltreert in de bodem. Het recreatieterrein voert geen water af door middel van een hemelwaterafvoer. Riolering Sanitaire voorzieningen op het recreatieterrein voeren in de huidige situatie grijswater af van douche- en toiletvoorzieningen op het gemeentelijke rioleringsstelsel. Door het plaatsen van twee kleine (extra) douche- en toiletunits, neemt de belasting op het grijswaterriool slechts beperkt toe. Hiervoor hoeven geen extra voorzieningen getroffen te worden. 3.3.2

Bodem De bodemkwaliteit in het plangebied is onderzocht door bodemkwaliteitsbureau Grondslag (Vooronderzoek Proostdijerdwarsweg 12 te Waverveen, april 2021). De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn hieronder samengevat. Op basis van het historische en huidige gebruik van de locatie kunnen op het perceel geen voor bodemverontreiniging verdachte (deel)locaties worden aangewezen, met uitzondering van twee dammen en een schuur met asbest dak en een puinpad op het oostelijke perceel. Voor dit puinpad is sprake van een Asbestweg zoals bedoeld in de regeling Asbestwegen Wm. De verontreinigde locaties worden voor uitvoering gesaneerd. De sanering wordt uitgevoerd door een BRL 7000 gecertificeerde aannemer en begeleid door een BRL 6000 gecertificeerde milieukundige. De sanering van de asbestweg wordt gemeld bij ILenT. Er wordt te allen tijde gewerkt volgens de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Het sloop- en overige afval wordt overeenkomstig de milieuhygiënische regelgeving afgevoerd. Er zijn daarom geen nadelige milieugevolgen te verwachten.

3.3.3

Natuur Door Ecoresult is in april 2021 een quickscan uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming en Interim Omgevingsverordening Utrecht 2020. De resultaten en conclusies zijn hieronder beschreven. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zoals vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening Utrecht 2020. De ontwikkelingen binnen het plangebied zijn onderdeel van het grotere geheel ten gunste van prioritaire doelstellingen uit het natuurbeheerplan voortvloeiend uit het Moerasblok 1. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden zijn door de ontwikkelingen uitgesloten. Wet Natuurbescherming De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op de Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Botshol.

10

Bescherming van gebieden Stikstofdepositie De Botshol heeft diverse stikstofgevoelige habitats. Omdat negatief effect door emissies (stikstof) als gevolg van de werkzaamheden en de korte afstand tot stikstofgevoelige habitats op voorhand niet valt uit te sluiten, is een Aerius berekening uitgevoerd (november 2023, Ecoresult). Met de Aerius berekening is onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een bijdrage aan stikstofdepositie (>0,00 mol N/ha/jr) in Natura 2000-gebieden. De berekening toont aan dat significant negatieve effecten van stikstofdepositie als gevolg van de realisatie- en gebruiksfase op stikstofgevoelige habitats in het Botshol op voorhand kunnen worden uitgesloten. Bescherming van soorten Soorten Vogelrichtlijn Jaarrond beschermde nesten: Het plangebied is geschikt voor huismus en ransuil Negatieve effecten zijn op voorhand uitgesloten. De bebouwing en omringende beplantingen blijven behouden en de voor ransuil geschikte bomen worden niet aangetast. Nader onderzoek is niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming is niet nodig. Overige Vogelrichtlijnsoorten met jaarrond beschermde nesten worden niet verwacht.

Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten: Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Gedurende de uitvoering van het werk dient rekening gehouden te worden met mogelijke vestiging van oeverzwaluw. Soorten Habitatrichtlijn Vleermuizen: Op het recreatieterrein is een oude schuur aanwezig waar de ruige dwergvleermuis is aangetroffen. In het kader van de Wet natuurbescherming is hierover reeds contact geweest met de provincie Utrecht (registratienummer Z-WNB-RI-REG2021-1348). Provincie Utrecht heeft aangegeven dat een ontheffing Wnb niet noodzakelijk is. De redenen die hieraan ten grondslag liggen zijn onder andere de extreem vervallen staat van de deur waarachter de vleermuis is aangetroffen en de datum waarop de vleermuis is gevonden (hoogstwaarschijnlijk doortocht).

Daarnaast zijn reeds mitigerende maatregelen genomen door het plaatsen van vier vleermuiskasten in de directe nabijheid van de schuur. Hiermee is voor vleermuizen op doortocht een gunstigere situatie gerealiseerd dan voorheen, omdat de huidige plaats hoe dan ook was komen te vervallen. Omdat niet uitgesloten kan worden dat er tijdens de uitvoering vleermuizen worden aangetroffen, wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld waarin beschreven wordt welke acties genomen moeten worden indien er tijdens de werkzaamheden een vleermuis wordt aangetroffen.

11

Rugstreeppad: Aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van rugstreeppad is binnen het plangebied, in de huidige situatie, uitgesloten. Vestiging tijdens de werkzaamheden kan worden uitgesloten door de werkzaamheden uit te voeren in de periode 1 november- 1 april of door het treffen van maatregelen betreffende het uitrasteren van het plangebied om migratie naar het werkgebied onmogelijk te maken. Nationaal beschermde soorten Ringslang: Het plangebied is geschikt als voortplantingsplaats, overwinteringsplaats en functioneel leefgebied van ringslang. Negatieve effecten zijn echter uitgesloten. Het habitat van ringslang binnen het plangebied blijft behouden. Nader onderzoek is niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming is niet nodig. Overig Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde faunasoorten die vrijgesteld zijn van een ontheffing in de provincie Utrecht. Voor deze soorten is er geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

Invasieve exoten Binnen het terrein van de Wilgenborgh zijn skeletten aangetroffen van Japanse duizendknoop, op een composthoop in het oostelijk deel van het terrein. Andere invasieve exoten zijn binnen het plan niet aangetroffen. De percelen behorende tot het huidig terrein van de Wilgenborgh blijven behouden, op enkele kleinschalige aanpassingen na. De percelen die toegevoegd worden bestaan enkel uit een grasvegetatie. Nader onderzoek naar de exacte aanwezigheid van invasieve exoten wordt binnen het plangebied om deze reden niet noodzakelijk geacht. Bescherming van houtopstanden De houtopstanden binnen het plangebied vallen onder “houtopstanden op erven of in tuinen”. Dergelijke houtopstanden zijn vrijgesteld van melding en compensatieplicht. In dit geval wordt de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet overtreden. Zorgplicht Voor uitvoering van de werkzaamheden geldt te allen tijde de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. Door mitigerende maatregelen uit te werken en vast te leggen in een ecologisch werkprotocol kunnen negatieve effecten worden voorkomen. 3.3.4

Archeologie en cultuurhistorie Het plangebied ligt in bestemmingsplan Buitengebied West dat is vastgesteld in 2019. In het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologisch waardevol 12

verwachtingsgebied landbodem categorie 5 (Figuur 3-3). Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 2.000 m2 waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.

Figuur 3-3 Archeologische beleidskaart gemeente De Ronde Venen

In maart 2021 is door Bureau voor Archeologie een archeologisch bureauonderzoek en een cultuurhistorische quickscan uitgevoerd. In juli 2021 heeft inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen plaatsgevonden. De conclusies hieruit zijn hieronder weergegeven. ▪ Uit het veldonderzoek blijkt dat de kans op aantreffen van archeologische resten klein is. ▪ Door de beoogde ingreep kan de regelmatige strokenpercelering die kenmerkend is voor het landschap (plaatselijk) verloren gaan. Het inundatiegebied blijft als zodanig herkenbaar en daarop is geen nadelig effect. De strokenpercelering is geen beschermd cultuurhistorisch element. Rondom het plangebied in de polder Mijdrecht blijft een groot vlak van dit landschapstype aanwezig. Maatregelen om dit element te behouden zijn daarom niet nodig. ▪ Binnen het plangebied zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig, cultuurhistorische waarden worden niet aangetast. Op basis van Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Dit artikel stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij

13

weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'. 3.3.5

Kabels en leidingen In maart 2021 is een KLIC-melding uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen hoogspanningsleiding en buisleidingen die vallen onder het Bevb aanwezig zijn binnen het projectgebied. Wel geldt er voor de uitvoering van de werkzaamheden een Eis Voorzorgsmaatregel (E.V.) in verband met de aanwezigheid van datatransportkabels van grote waarde (Verizon). Voor aanvang van de werkzaamheden is overleg met de netbeheerder noodzakelijk. Daarnaast geldt er een E.V. vanuit Waternet vanwege werkzaamheden in de nabijheid van een waterkering. Waternet werkt namens Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en is verantwoordelijk voor de waterkeringen. Voor de uitvoering van de werkzaamheden dient een watervergunning te worden aangevraagd.

3.3.6

Verkeer en parkeren In de nieuwe situatie worden 76 kampeerplaatsen en 8 camperplekken gerealiseerd. Op het meest westelijke perceel wordt een parkeerterrein aangelegd dat ruimte biedt aan 81 auto’s. Indien nodig, bijvoorbeeld bij topdrukte, kunnen één of twee camperplaatsen tijdelijk worden ingericht als parkeerterrein. Per camperplaats kunnen circa acht extra (tijdelijke) parkeerplaatsen gecreëerd worden. Hiermee is gegarandeerd dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig is en kan worden voldaan aan de gemeentelijke norm van 90 parkeerplaatsen. Ook een significante toename van verkeershinder als gevolg van een toename in bestemmingsverkeer is niet te verwachten, aangezien de ingreep het verplaatsen van een deel van het recreatieterrein naar de belendende percelen betreft en niet een uitbreiding hiervan.

3.3.7

Lucht en geluid Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de grenswaarden op het gebied van luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Indien het project valt binnen de categorieën van gevallen die omschreven zijn in de ‘Regeling Niet in betekenende mate (NIBM)’, dan is toetsing aan de grenswaarden niet nodig. In de bijlagen bij de NIBM is gespecificeerd welke projecten zijn vrijgesteld van toetsing. Dit zijn onder andere: Bijlage 3A.1 – Kantoorlocaties indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 omvat; Bijlage 3A.2 – Woningbouwlocaties indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvat. Aangenomen kan worden dat de herinrichting van het recreatieterrein geen (dreigende) overschrijding van de grenswaarden veroorzaakt en ruim onder de grenswaarden voor toetsing valt op basis van de NIBM. Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit tijdens de gebruiksfase.

14

Tijdens de realisatiefase zal er een lichte toename in emissie zijn door het in te zetten materieel. Deze emissies zijn echter tijdelijk van aard en leiden niet tot blijvend nadelige milieueffecten. Geluid Gelet op de zeer bescheiden verkeersintensiteit op de Proostdijerdwarsweg en de relatief beperkte omvang van het initiatief (herinrichting en geen uitbreiding van het recreatieterrein) zijn er geen nadelige milieu effecten te verwachten. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een stiltegebied. 3.3.8

Externe veiligheid Kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden zijn binnen het Bevi aangemerkt als een beperkt kwetsbaar object. Nieuwe (beperkt) kwetsbare bestemmingen mogen niet voorkomen op plaatsen waar het plaatsgebonden risico groter is dan 10-6 per jaar. De normen voor het plaatsgebonden risico zijn bedoeld als grenswaarden volgens de Wet milieubeheer. Volgens de risicokaart (Risicokaart.nl) is er in de directe omgeving van het plangebied geen inrichting die een bedreiging kan vormen voor de planontwikkeling. In de onmiddellijke omgeving van het plangebied vindt geen voor de externe veiligheid relevant transport van gevaarlijke stoffen over de weg plaats. Ook zijn er geen buileidingen aanwezig die vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Vanuit het aspect externe veiligheid kan geconcludeerd worden dat er geen potentiële risicovolle effecten te verwachten zijn.

15

4

Kenmerken van de potentiële effecten In dit hoofdstuk worden de kenmerken van de potentiële effecten beschreven. In Tabel 1 zijn de aspecten die hierbij van belang zijn, samengevat. Hierbij zijn de criteria gehanteerd uit Bijlage III van de Europese Richtlijn. Tabel 1 Kenmerken potentiële effecten Criteria Beschrijving Orde van grootte en ruimtelijk bereik effect

De herinrichting van het recreatieterrein heeft vooral effect op het terrein zelf, op de directe omgeving en op de aan- en afvoerroutes voor materiaal en materieel. De uitvoeringseffecten zijn tijdelijk van aard. Hinder in de gebruiksfase neemt niet toe ten opzichte van het huidige gebruik, het aantal kampeerplaatsen neemt niet significant toe. Het parkeerterrein en het volleybalveld worden gerealiseerd op het westelijke perceel waardoor de afstand tot het dichtstbijzijnde woonhuis maximaal is.

Aard van het effect

Er is geen sprake grensoverschrijdende effecten. De uitvoeringswerkzaamheden worden uitgevoerd conform de vigerende wet- en regelgeving en significant negatieve effecten worden niet verwacht.

Grensoverschrijdende karakter van het effect

De omvang van de effecten is beperkt en betreft in het bijzonder de milieuaspecten geluid en verkeer tijdens de uitvoeringsfase.

Intensiteit en complexiteit van het effect

De effecten van de herinrichting zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten te verwachten).

Waarschijnlijkheid van het effect

Herinrichting van het recreatieterrein kan tijdelijk enige overlast en/of hinder tot gevolg hebben ter plekke van de uitvoering en in de directe omgeving. Dit is een waarschijnlijk effect, dat door voorzorgsmaatregelen zoveel mogelijk zal worden beperkt.

Verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect

De verwachting is dat de start van de herinrichting zal plaatsvinden in 2024. Dit is met name afhankelijk van de procedure omtrent de bestemmingsplanwijziging. Verwachte duur: ca. 3 maanden Frequentie: deze beoordeling betreft éénmalig de beschreven activiteiten Omkeerbaarheid: de werkzaamheden hebben een veranderde inrichting tot gevolg. Recreatie wordt natuur, natuur wordt recreatie. Dit leidt deels tot onomkeerbare effecten, zoals vergraving van de ondergrond. De mogelijke effecten tijdens de uitvoering zijn van tijdelijke aard, zoals geluidemissie tijdens de werkzaamheden. Cumulatie van effecten De herinrichting van het recreatieterrein is in het belang van de met de effecten van ontwikkeling van Moerasblok 1 binnen Groot-Mijdrecht Noord-Oost. andere projecten Als de werkzaamheden rondom Moerasblok 1 gelijktijdig met de herinrichting worden uitgevoerd zou sprake kunnen zijn van cumulatie van effecten, bijvoorbeeld hinder als gevolg van werkverkeer. Door zorgvuldige afstemming kan dit worden voorkomen. Mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen Water en Oppervlaktewater: oppervlaktewater neemt toe met 1040 m2. watersysteem Hemelwaterafvoer: infiltreert in de bodem

16

Bodem

Riolering: beperkte toename in belasting grijswaterriool, geen negatieve effecten te verwachten. Er zijn aantal voor bodemverontreiniging verdachte locaties aanwezig. Een van de verdachte deellocaties betreft een puinpad, waarbij sprake is van een Asbestweg zoals bedoeld in de regeling Asbestwegen Wm. De verdachte deellocaties worden voorafgaand aan de werkzaamheden gesaneerd, zodanig dat de bodemkwaliteit geen probleem vormt voor het beoogde gebruik. De sanering wordt uitgevoerd door een BRL 7000 gecertificeerde aannemer en begeleid door een BRL 6000 gecertificeerde milieukundige. De sanering van de asbestweg wordt gemeld bij ILenT.

Natuur

Het plangebied maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden zijn echter niet te verwachten doordat herinrichting van het terrein ten gunste komt van de ontwikkelingen van Moerasblok I. Negatieve effecten van stikstofdepositie in de Botshol zijn uitgesloten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten voor beschermde soorten en beschermde houtopstanden, ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig. Het opstellen van een ecologisch werkprotocol borgt dat er gewerkt wordt volgens de zorgplicht.

Archeologie en cultuurhistorie

Uit inventariserend archeologisch booronderzoek (juli 2021) blijkt dat de kans op aantreffen van archeologische resten klein is. Binnen het plangebied zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig.

Kabels & Leidingen

Er zijn geen k&l aanwezig binnen het plangebied die vallen onder het Bevb, wel gelden er Eis Voorzorgsmaatregelen voor de uitvoering. Voor uitvoering vindt afstemming plaats met de betreffende kabel- en leidingbeheerders.

Verkeer en parkeren

Er is voldoende ruimte voor parkeren op eigen terrein. Omdat het een herinrichting betreft is er geen significante toename in verkeers/parkeerhinder.

Lucht en geluid

Herinrichting van het recreatieterrein leidt niet tot toename in wegverkeer of bezettingsgraad van het kampeerterrein. Nadelige effecten op het milieu, zowel voor wat betreft luchtkwaliteit als geluid, zijn derhalve niet te verwachten.

Externe veiligheid

Op basis van de Risicokaart zijn er geen potentiële risicovolle effecten te verwachten.

17

5

Conclusie In voorliggende rapportage is een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd voor de herinrichting van recreatieterrein De Wilgenborgh te Waverveen. Uit deze beoordeling conform artikel 7.17, lid 3, van de Wet milieubeheer en de in bijlage III van richtlijn 85/337/EEG (de m.e.r.richtlijn) aangegeven criteria (kenmerken, plaats en effect van activiteit) blijkt dat de voorgenomen herinrichting volgens de bestaande regelgeving wordt uitgevoerd en niet zal leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een milieueffectrapportage is niet noodzakelijk.

18

Gebiedsinrichting

Water & Veiligheid

Infrastructuur

het uitwerken van o.a. inrichtingsvisies in ontwerpen, bestekken of andere contractvormen en uitvoeringsbegeleiding

onderzoek, advies en beleidsondersteuning waarna ontwerp, bestek (of andere contractvorm) en uitvoeringsbegeleiding van maatregelen kunnen volgen

het uitwerken van technische ontwerpen, bestekken en 19 uitvoeringsbegeleiding voor civiele constructies zoals wegen, bruggen en pleinen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13985768/1