Bijlage 9 - Bijlage 4 toelichting - Aerius-berekening
Tekst van het document
Bijlage 4
Aerius-berekening
Mees Ruimte & Milieu | De Hoef Oostzijde 67a te De Hoef
Pagina | 180
Oostzijde 67A te De Hoef Stikstofberekening in het kader van de Wet natuurbescherming
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Oostzijde 67A te De Hoef Stikstofberekening in het kader van de Wet natuurbescherming
W. Peters
2022
Opdrachtgever Mees Ruimte & Milieu
G&G-advies AE2022-019
Datum Versie
23 februari 2022 V1
11 december 2023 V2
Gecontroleerd door: S.C. Wytema
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Oostzijde 67A te De Hoef
3
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1
2
4
5
Werkwijze en werkzaamheden ............................................................................... 5
Methode 2.1
3
4 6
Berekening en uitgangspunten................................................................................ 6
Aanlegfase
7
3.1
Inzet mobiele werktuigen........................................................................................ 7
3.2
Verkeersaantrekking................................................................................................ 8
3.3
Berekening Aanlegfase ............................................................................................ 9
Gebruikfase
10
4.1
Gebruik bebouwing ............................................................................................... 10
4.2
Verkeersaantrekking.............................................................................................. 11
4.3
Berekening Gebruikfase ........................................................................................ 11
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
12
5.1
Soortbescherming.................................................................................................. 12
5.2
Natura 2000 ........................................................................................................... 12
5.3
Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 12
5.4
Weidevogelgebieden ............................................................................................. 13
5.5
Overige relevante wetgeving................................................................................. 13
5.6
Conclusie soort-, gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving................ 14
6
Conclusie effectbeoordeling stikstof
15
7
Literatuur
16
8
Bijlagen
17
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
4
1
Inleiding Er bestaan plannen aan de Oostzijde 67A te De hoef een terrein te herontwikkelen, zie Figuur 1 voor de ligging van het plangebied. Het is hiervoor nodig een berekening uit te voeren om de gegenereerde stikstofuitstoot/depositie van dit project te bepalen. De te realiseren bebouwing wordt zonder gasaansluiting aangelegd, maar er is wel sprake van extra verkeer en de inzet van mobiele werktuigen door de herinrichting. De gasaansluiting in de bestaande bedrijfswoning blijft behouden. Op deze locatie is eerder een quickscan uitgevoerd (ZIMMERMAN, 2022). Alle verbrandingsprocessen waarbij fossiele brandstoffen en hitte zijn betrokken, leveren door oxidatie van vrije stikstof uit de lucht de gebonden stikstofoxiden nitriet (NO2) en/of nitraat (NO3). Tevens komt soms ammoniak (NH3) vrij. De gebonden stikstofmoleculen worden na verbranding luchtzijdig verspreid en slaan na verloop van tijd neer. De gebonden moleculen werken na het neerslaan vervolgens bodemverrijkend en/of verzurend. Nederland heeft zich door ondertekening van de Europese Habitatrichtlijn verplicht bepaalde vegetaties te beschermen binnen het gebiedennetwerk van de Natura 2000-gebieden.
Deze vegetaties zijn in een aantal gevallen gevoelig voor bodemverrijking en/of verzuring en de neerslag van de gebonden stikstofmoleculen kunnen een bedreiging zijn voor het voortbestaan van deze vegetaties, zeker als de kritische (=maximale) depositiewaarde (KDW) op deze vegetaties reeds is bereikt.
De ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
1.1
5
Werkwijze en werkzaamheden De bestaande bedrijfswoning zal worden omgebouwd tot burgerwoning. De overige bebouwing binnen het plangebied zal worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw; één vrijstaande koopwoning en zes betaalbare koopwoningen voor starters en/of senioren. Voorafgaand aan de bouw zal de huidige bebouwing (behalve de bedrijfswoning) worden gesloopt, zal het puin worden afgevoerd en zal het bouwterrein verder bouwrijp worden gemaakt door dit te ontdoen van vegetatie, het te vlakken en het benodigde graafwerk uit te voeren voor kabels, leidingen en fundamenten. Tijdens het werk zullen prefab betondelen, kozijnen en wanden worden ingehesen, een betonvloer worden gestort en zullen heipalen worden geslagen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
6
2
Methode Om depositie van het project te berekenen wordt de meest recente AERIUS 2021) gebruikt. Vanwege een uitspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 kan niet meer gebruik gemaakt worden van automatische vergunningverlening op grond van de voorheen geldende drempelwaardes. Aangetoond moet worden dat geen significant negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden. In de berekening wordt de projectbijdrage door Aerius Calculator op concrete rekenpunten exact berekend, waarbij ook habitattypen, vegetaties of Natura 2000-gebieden op meer dan 3 km afstand betrokken worden. De depositie op de meest nabijgelegen doorgerekend om te onderzoeken of deze hoger is dan 0,00. Als de projectbijdrage hoger is dan een berekende 0,00 mol/ha/jaar zijn mogelijk gevolgen te verwachten. Het rekenresultaat van 0,00 mol/ha/jaar betekent een maximale stikstofdepositie op het meest dichtbij gelegen stikstofgevoelige habitattype in Natura 2000gebieden die lager is dan 0,005 mol/ha/jaar. Dit komt omdat Aerius vanaf 0,005 mol/ha/jaar de depositie naar boven afrondt tot een projectbijdrage van 0,01 mol/ha/jaar.
2.1
Berekening en uitgangspunten Bij de berekening van stikstofemissie zijn twee fases te onderscheiden, de aanlegfase (sloop & bouw) en de gebruikfase (gebruik ontwikkelde gebied na afloop van de aanlegfase inclusief aantrekking verkeer e.d.). Aanleg en gebruik komen niet naast elkaar voor. In deze rapportage wordt alleen de gebruikfase berekend, deze is bepalend voor de te verwachten gevolgen op Natura 2000gebieden. Van de aanlegfase is alleen een omschrijving gegeven van de werkzaamheden, tijdelijke effecten van stikstofdepositie zijn vaak gemakkelijker op te vangen door de natuur. Voor de berekening zijn de effecten ingeschat op de meest dichtbij zijnde stikstofgevoelige habitattypen. Het betreft diverse aangewezen (en in rekentool Aerius aangegeven) habitattypen in Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
3
7
Aanlegfase De stikstofemissies tijdens de aanlegfase (sloop en bouw) zijn toe te wijzen aan twee bronnen. Het betreft gebruik van mobiele werktuigen op de bouwplaats en de verkeersaantrekkende werking tijdens de werkzaamheden. De aanlegfase zal ongeveer één jaar in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen niet bekend is, is gedeeltelijk De verwachting is dat het grootste deel van de aanleg in 2024 plaats zal vinden. Daarom is 2024 als rekenjaar voor de aanlegfase gekozen.
3.1
Inzet mobiele werktuigen De belangrijkste werkzaamheden waarbij stikstof vrijkomt betreffen sloopwerk en afvoer van puin, vlakken van de vrijgekomen grond, graven van sleuven voor ondergrondse infrastructuur, productie en/of aanvoer van beton op locatie ten behoeve van vloeren en fundering, heiwerkzaamheden en hijswerk van prefab constructiedelen. Voor het gebruik van mobiele werktuigen zijn de machines en draaiuren genomen die zijn vermeld in Tabel 1. Er wordt (indien beschikbaar) uitgegaan van de inzet van materieel van stageklasse IV of hoger. De mobiele emissiebronnen zijn in Aerius apart ingevoerd. Niet te factoren zoals aangegeven in Tabel 1. De materiële inzet is zo accuraat mogelijk ingeschat door de initiatiefnemer. Er is een extra bron met vermogen van 100 kW (vergelijkbaar met een grote graafmachine) opgenomen voor onvoorziene werkzaamheden en voor divers overig klein materieel, welke 16 uren onafgebroken draait. De totale bijdrage van het gasgebruik in de gebruikfase is hierdoor 19,8 kg NOx/jaar en 0,8 kg NH3/jaar.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
8
Geschatte materiaalinzet en geproduceerde stikstof in de aanlegfase op basis van directe invoer van bouwjaar in Aerius of met stageklasse (LIGTERINK ET AL, 2021).
Rupskraan 25 ton
2015
IV
100
75-560
35
15,76
0,06
48
756
Dumper
2015
IV
Laadschop
2015
IV
Betonstorter
2015
Heftruck
70
56-75
35
6,26
0,06
16
100
6
75
75-560
35
8,53
0,06
60
512
31
IV
200
75-560
35
19,62
0,06
40
785
47
2015
IV
65
56-75
35
6,26
0,06
60
376
23
Mobiele kraan
2015
IV
160
75-560
35
12,95
0,06
40
518
31
Heistelling
2015
IV
240
75-560
35
20,5
0,06
12
246
15
Divers/onvoorzien
2015
IV
100
75-560
35
10,08
0,06
16
161
10
3.2
45
Verkeersaantrekking Het verkeer is gemodelleerd tot de eerste aansluiting op de doorgaande weg, in met 200 meter extra voor optrekken en afremmen. Deze modellering is in lijn met een algemeen criterium voor verkeer aantrekkende werking van wegverkeer. De gevolgen voor het milieu van dit verkeer kunnen niet meer aan het nieuwe project worden toegerekend wanneer geacht kan worden dat dit verkeer is opgenomen in het omdat het verkeer zich in snelheid en rijen stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. De verkeersaantrekkende werking is zo accuraat mogelijk ingeschat. Bij de berekening wordt rekening gehouden met een (generiek) filepercentage van 8%. Dit resulteert in: Transport personeel: 5 ritten met licht verkeer per dag, gedurende een jaar wordt gemodelleerd als 10 ritten per dag, gedurende een jaar omdat zowel aankomst als vertrek wordt meegerekend. Aanvoer bouwmaterieel en bouwmaterialen: 0,5 ritten met zwaar verkeer per dag, gedurende een jaar, wordt gemodelleerd als 1 ritten per dag, gedurende een jaar omdat zowel aankomst als vertrek wordt meegerekend. De bijdrage van het verkeer tijdens de aanlegfase is hierdoor 1,0 kg NOx/jaar en 24 g NH3/jaar.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
3.3
9
Berekening Aanlegfase De totale bijdrage van de aanlegfase (inzet mobiele werktuigen en verkeersaantrekking) komt uit op 20,7 kg NOx/jaar en 0,9 kg NH3/jaar. De uitkomst van de berekeningen (rekenscherm) is opgenomen in Bijlage 1. Separaat worden PDF bestanden opgeleverd als onderlegging van de berekening. Uit de berekeningen blijkt dat de projectbijdrage van de aanlegfase van het initiatief op Natura 2000-gebieden 0,00 mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
10
4
Gebruikfase De stikstofemissies tijdens de gebruikfase zijn toe te wijzen aan twee bronnen. Het betreft gasverbruik van de te behouden woning en de verkeersaantrekkende werking. Omdat de precieze uitvoer van de plannen niet bekend is, is De verwachting is dat de bebouwing in 2025 volledig in gebruik is. Daarom is 2025 als rekenjaar voor de gebruikfase gekozen Er wordt bij de berekening met betrekking tot gebruik van uitgegaan van 7 nieuwbouwwoningen en de bestaande bedrijfswoning. De nieuwbouw wordt gasloos en zonder andere stookinstallaties aangelegd, zodat hier van emissie geen sprake.
4.1
Gebruik bebouwing Op basis van het Activiteitenbesluit geldt dat het rookgas van een ketelinstallatie met een nominaal vermogen van 1 Megawatt of meer (geen grote stookinstallatie) aan de emissiegrenswaarde van 70 mg/Nm3 moet voldoen. Op basis van deze gestelde eis wordt er van uit gegaan dat de emissie per kubieke meter aardgas maximaal deze grenswaarde betreft. 1 m3 aardgas (Groningen kwaliteit) gebruikt op basis van de samenstelling 8,43 Nm3 lucht (stoichiometrisch). Dit geeft een stoichiometrisch rookgasvolume van 7,7 Nm3 (droog). Bij een zuurstof overmaat van 3% wordt dit getal gecorrigeerd met 21/(21-3) = 1,16667. De concentratie NOx bedraagt 70 mg/Nm3 (droog rookgas bij 3% zuurstof). Met bovenstaande gegevens kan de jaaremissie NOx van de stookinstallatie worden berekend: aantal m3 gasverbruik * 7,7 * 1,16667 * 70/1.000.000 (= m3 gasverbruik * 0,000629) = aantal kg emissie NOx/jr. Omgerekend betekent dit dat 1.590 m3 gasverbruik ongeveer 1 kg/jr NOx uitstoot. Op basis van standaard-emissie wordt uitgegaan van 3,59 kg NOx/jaar en 0,47 kg NH3/jaar voor de bestaande, vrijstaande woning (AERIUS 2018). De nieuwbouwwoningen worden gasloos. De totale bijdrage van het gasgebruik in de gebruikfase is hierdoor 3,6 kg NOx/jaar en 0,5 kg NH3/jaar.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
4.2
11
Verkeersaantrekking Bij de bepaling van het aantal verkeersbewegingen per woning per dag is bij het project uitgegaan van koop, appartement, goedkoop , Voor de nieuwbouwwoningen resulteert dit in 7 * 6,0 = 42 vervoersbewegingen per dag (CROW 2018). Voor de bedrijfswoning geldt 1 * 8,6 = 8,6 vervoersbewegingen per dag (CROW 2018). Het totaal komt dan uit op. 42 + 8,6 = 50,6 vervoersbewegingen. Het betreft zowel heen- als terugreizend verkeer. Gezien het gebruik van de woningen wordt dit . Bij de berekening wordt tevens rekening gehouden met een (generiek) filepercentage van 8% en 0,02 verkeersbewegingen zwaar verkeer per woning per dag. Het verkeer is gemodelleerd tot de eerste aansluiting op de doorgaande weg, in met 200 meter extra voor optrekken en afremmen. Deze modellering is in lijn met een algemeen criterium voor verkeer aantrekkende werking van wegverkeer. De gevolgen voor het milieu van dit verkeer kunnen niet meer aan het nieuwe project worden toegerekend wanneer geacht kan worden dat dit verkeer is opgenomen in het omdat het verkeer zich in snelheid en rijen stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. De totale bijdrage van het verkeer is hierdoor 1,9 kg NO2/jaar en 0,63,1 g NH3/jaar.
4.3
Berekening Gebruikfase De totale bijdrage van de gebruikfase (gebruik bebouwing en verkeersaantrekking) betreft 5,5 kg NO2/jaar en 0,5 kg NH3/jaar. De uitkomst van de berekeningen is opgenomen in Bijlage 2. Separaat worden PDF bestanden opgeleverd als onderlegging van de berekening. Uit de berekeningen blijkt dat op alle natuurgebieden de projectbijdrage van het initiatief 0,00 mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
12
5
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving Wanneer er geen vergunningplicht is voor stikstof, kan er nog wel een vergunningplicht zijn voor overige effecten zoals trillingen, grondwateronttrekkingen, geluid, versnippering of licht. Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het
Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.
5.1
Soortbescherming In het plangebied is geen sprake van potentie voor soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) (ZIMMERMAN, 2022). Bij (tijdelijke) werkzaamheden in de aanlegfase of in de gebruikfase wordt geen verstoring van bij wet beschermde soorten verwacht.
5.2
Natura 2000 Het plangebied ligt op meer dan 2,9 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (zie Figuur 2). Gezien de grote afstand, afscherming (groengebied) en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Er is een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000gebieden. Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorend.pdf-bestanden.
5.3
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 2). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk. De bescherming van gebieden als NNN-gebied is een planologische bescherming die alleen geldt voor ingrepen binnen de
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
13
beste is voor deze bestemming (ook met het oog op natuurwaarden) en of de gevolgen van het plan het nabijgelegen NNN-gebied niet in betekenende mate aantasten. In het geval van het beschreven project wordt op grond van locatie, aard van het werk en afscherming geen belangrijke invloed verwacht op NNN-gebieden.
5.4
Weidevogelgebieden Het gebied is niet begrensd als een bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied (zie Figuur 2). Er is geen negatief effect mogelijk op Weidevogelleefgebieden, een nadere toetsing is niet nodig.
5.5
Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.
Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebied, beschermde Weidevogelleefgebieden, natuurverbindingen en het NNN.
Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
14
5.6
Conclusie soort-, gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten eventuele indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat beschermde soorten en beschermde gebieden onder de Wnb of andere (provinciaal) beschermde dieren of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
6
15
Conclusie effectbeoordeling stikstof De maximale projectbijdrage van zowel de aanlegfase als de gebruikfase is 0,00 mol/ha/jaar op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Bij de berekening van de aanlegfase is rekening gehouden met een specifieke inzet van mobiele werktuigen en bijbehorende draaiuren. Indien hier (significant) van wordt afgeweken is de berekening niet meer representatief voor het te verwachten effect op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De AERIUS-berekening ten tijde van het toetsingsmoment is bepalend. Het toetsingsmoment in AERIUS voor een bedrijfswijziging is het moment van realisatie van de bedrijfswijziging. Effecten van een latere wijziging in AERIUS hebben hier geen effect op. Voor bedrijven is het van belang om de AERIUS-berekening te bewaren.
Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Wnb of andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen. Er is geen sprake van soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
16
7
Literatuur AERIUS CALCULATOR, 2021. https://calculator.aerius.nl/calculator/ AERIUS, 2018. Emissiewaarden_aerius_def_versie_5_juli_2018. https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannenemissiefactoren/05-07-2018 BIJ12, 2022. Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021, Versie 3. https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2022/01/ Instructie-gegevensinvoer-voor-AERIUS-Calculator-2021.pdf BIJ12, 2022. Handboek: Werken met Aerius Calculator 2021 V1. https://www.aerius.nl/files/media/handleiding/calculator_2021 /syllabus_werken_met_aerius_calculator.pdf BIJ12, 2021. Handreiking Voortoets Stikstof. https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2021/03/BIJ12Handreiking-Voortoets-Stikstof-%E2%80%93-Februari-2021.pdf, COMPENDIUM VOOR DE LEEFOMGEVING. Vermestende depositie, 19902016. https://www.clo.nl/indicatoren/nl018916-vermestendedepositie CROW, 2018. Toekomstigbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen.CROW, Ede KADASTER, 2022. Basisregistratie adressen & gebouwen. https://bagviewer.kadaster.nl RAAD VAN STATE, 2021. Zaaknummer 201907146/1/R2. Intern salderen niet vergunnningplichtig. https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL: RVS:2021:71 RIJKSOVERHEID, 2019. Beleidsregels stikstofaanpak 10 december 2019: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/12/04 RIJKSOVERHEID, 2021.
Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-140.html SIPMA, J., M.D.A. RIETBEEK, 2016. Ontwikkeling energiekengetallen utiliteitsgebouwen. ECN-E--15-068, ECN, Putten. VAN DOBBEN, H.F., R. BOBBINK, D. BAL EN A. VAN HINSBERG, 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra rapport 2397, Alterra, Wageningen ZIMMERMAN, 2022. Oostzijde 67A te De Hoef. G&G-rapport QS2022024. Van der Goes en Groot, Alkmaar.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
17
8
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Berekening aanlegfase Berekening gebruiksfase Huidige natuurwetgeving
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
Bijlage 1 Berekening aanlegfase
Bijlage 2 Berekening gebruiksfase
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
Bijlage 3 Huidige natuurwetgeving Bijlage 3.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 3.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen,
Bijlage 3.2 Soortbescherming Bijlage 3.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 3.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10. Bijlage 3.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatricht(Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Bijlage 3.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 3.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 3.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode.
¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet. Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 3.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig: in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig: ter bescherming van flora en fauna. in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig: ter bescherming van flora en fauna.
in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in categorie 5. *Andere beschermingsstatus in provincies Limburg en/of Overijssel. **Geldt alleen in provincies Limburg en/of Overijssel De Grutto en Ringmus behoren bij categorie 5 in Overijssel, maar horen bij categorie 4 in Limburg. zie ook kader op voorgaande pagina.
Blauwe reiger* Boerenzwaluw* Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil* Brilduiker Draaihals* Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grutto*/** Hop Huiszwaluw* IJsvogel* Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger
Koolmees Kortsnavelboomkruiper Middelste bonte specht** Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf* Ringmus*/** Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk* Tureluur** Veldleeuwerik** Wulp** Zeearend* Zomertortel** Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht*
Bijlage 3.2.5 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van LNV goedgekeurde gedragscode, hoeft bij werkzaamheden in het kader van natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld.
Bijlage 3.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de Wnb (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschappelijke- of natuurwaarden. Bijlage 3.3.1 Natura 2000 Nederland en andere EU-landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef Natura 2000-gebieden. Een overzicht van Natura 2000-gebieden is te vinden op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx ?subj=n2k&groep=0 Habitattoets Wanneer plannen bestaan uit een project en ook voor zogenaamde in of rond een Natura 2000-gebied, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag passende beoordeling Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen. Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend. Als een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings- en verstoringstoets. Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten.
Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000-gebieden is de 2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Aangetoond moet worden dat geen negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden.
Bijlage 3.4 Overige gebiedsbescherming Bijlage 3.4.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN), in de wet: Ecologische Hoofdstructuur EHS Via de Wet Ruimtelijke Ordening wordt het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) planologisch beschermd. Op grond van artikel 2.10.4 Barro geldt er een algemeen beschermingsregime voor EHS-gebieden. Dit algemene Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef regime bestaat eruit dat er geen toestemming mag worden verleend aan activiteiten die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden. Toestemming voor dergelijke activiteiten kan wel worden gekregen indien er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. In de provinciale verordening -regime zo worden vastgelegd dat hieraan in alle bestemmingsplannen en/of omgevingsvergunningen voor het afwijken van bestemmingsplannen wordt voldaan. Bijlage 3.4.2 Overige natuurwetgeving Naast de behandelde wetgeving zijn soms andere gebied beschermende bepalingen van kracht. Dit kunnen regionale of provinciale plannen of visies zijn die gebieden of soorten (extra) Landschapp -Holland. Per plangebied zal op maat moeten worden nagegaan of dergelijke bepalingen aan de orde zijn. Bijlage 3.4.3 Houtopstanden
Stappenplan procedure ecologisch onderzoek en ontheffing
Houtopstanden groter dan 10 are of bomenrijen bestaand uit meer dan 20 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom, zijn beschermd. Men dient vergunning of ontheffing te verkrijgen indien dergelijke houtopstanden moeten worden gekapt of gerooid. In sommige gevallen is een herplantplicht aan de orde.
Bijlage 3.5 Procedure
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef
Zie hiervoor, Bijlage 3.2.1 Geen ontheffing nodig
Zie hiervoor, Bijlage 3.2.2 Geen ontheffing nodig
Zie hiervoor, Bijlage 3.2.3
Zie hiervoor, Bijlage 3.2.3 Geen ontheffing mogelijk
Ontheffing onder voorwaarden mogelijk
Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig en dient het stroomschema uit Figuur 3 te worden gevolgd. Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat negatieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aangetroffen worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Oostzijde 67A te De Hoef Bijlage 3.5.1 Ontheffingsaanvraag Wnb Als stap 4a uit het stroomschema negatief is omdat een project of plan locatie gebonden is en er geen alternatieven zijn, is een ontheffingsaanvraag waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van: Een activiteitenplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatievenstudie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven. Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied (ongeveer 3-5 jaar geldig). De aanvraag kan voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning plaatsvinden. De aanvraag wordt gedaan bij de provincie waarin het plangebied is gelegen.
Men dient op het digitale aanvraagformulier van het omgevingsloket activiteitenplan en inventarisatie bijgevoegd te worden. De gemeente waarbij de aanvraag is ingediend stuurt de informatie omtrent beschermde flora en fauna naar de provincie die een onderdeel van de omgevingsvergunning. De provincie handhaaft bepalingen uit eventuele ontheffingen en vergunningen en de eventuele werking van de Wnb bij projecten waar geen ontheffing is aangevraagd. Ook het volgen van gedragscodes wordt gehandhaafd door de provincie. Mogelijke sancties zijn geldelijke boetes, strafrechtelijke vervolging of het stilleggen van werkzaamheden
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
AE2022-019
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Hazenkoog 35A Bovendijk 35-G 1822 BS Alkmaar 2295 RV Kwintsheul www.vandergoesengroot.nl