CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8b Aanvullend onderzoek ecologie 2022 Ter Aase Zuwe 3d te Vinkeveen

Politieke commissie 10 april 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Ter Aase Zuwe 3c/d & 5, Vinkeveen4.196 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend onderzoek ecologie Ter Aase Zuwe 3d te Vinkeveen Aanvullend onderzoek naar huismus, kerkuil en steenuil in het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon Status:

Definitief

Project:

2022-0153

Datum:

20 juli 2022

Samensteller:

ir. L. Davids

Collegiale toets:

ing. D.F. Knoops

Opdrachtgever:

Buro SRO B.V.

Contactpersoon:

F. Polderman

Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.

Inhoud 1 Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doel

4

1.3

Beschrijving plangebied

5

1.4

Voorgenomen werkzaamheden

5

1.5

Mogelijk aanwezige soorten

6

1.6

Kader Wet natuurbescherming

6

2 Methode onderzoek

7

2.1

Theoretisch kader

7

2.2

Praktische uitvoering

7

2.3

Veldbezoeken

9

2.4

Specifieke omstandigheden

9

3 Resultaten

10

3.1

Huismus

10

3.2

Kerkuil en steenuil

11

3.3

Overige soorten

12

4 Conclusie

14

4.1

Huismus

14

4.2

Kerkuil en steenuil

14

4.3

Overige soorten

14

4.4

Samenvatting

14

4.5

Vervolgstappen

15

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Aan de Ter Aase Zuwe 3d te Vinkeveen is een voormalige veestal gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande veestal te slopen ten behoeve van de realisatie van een vrijstaande woning (figuur 1.1).

Figuur 1.1

Het plangebied is gelegen te Vinkeveen.

Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) is een quickscan Wnb uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (Davids, 2022). Op basis van de quickscan Wnb kon de aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels (huismus, kerkuil en steenuil) niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Buro SRO B.V. heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.

1.2

Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn huismus, kerkuil en steenuil aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken vorengenoemde soorten gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied jaarrond beschermde nestlocaties, rustplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde nestlocaties, rustplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied? Is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?

4

1.3

Beschrijving plangebied Het plangebied betreft een voormalige veestal te Vinkeveen (figuur 1.1). De veestal is gedeeltelijk opgetrokken uit gemetselde muren en gedeeltelijk uit damwandplaten met een golfplaten dak (figuur 1.2). Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Wnb (Davids, 2022).

Figuur 1.2 De voormalige veestal zal gesloopt worden t.b.v. de realisatie van een vrijstaande woning.

1.4

Voorgenomen werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om de voormalige veestal in het plangebied te slopen ten behoeve van de realisatie van een woning. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • slopen van veestal: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • kappen van bomen en rooien van struiken: kapwerkzaamheden en afvoer hout; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.

5

1.5

Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Wnb (Davids, 2022) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties aanwezig zijn (tabel 1.1). Tabel 1.1

Overzicht van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten (Davids, 2022). Onderzoek nodig

Bescherming Wnb

Mogelijke functie plangebied

Huismus

Ja

Art. 3.1

Nestlocaties en leefgebied

Kerkuil

Ja

Art. 3.1

Nestlocaties en rustplaats

Steenuil

Ja

Art. 3.1

Nestlocaties en rustplaats

Soortgroep Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën, reptielen en vissen Insecten en ongewervelden Vogels (Cat. 1 t/m 4)

Vogels (Algemeen en cat. 5)

1.6

Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de huismus, kerkuil en steenuil valt onder de Vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art. 3.1 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Voorliggend onderzoek en rapportage zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Per 2023 zal de Omgevingswet in werking treden. Binnen de Omgevingswet blijft de Vogelrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats.

Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.

6

2 Methode onderzoek 2.1

Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus, kerkuil en steenuil zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). Voor de steenuil wordt hierin verwezen naar de Soorteninventarisatieprotocollen (NGB, 2017). De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform de relevante Kennisdocumenten. Tabel 2.1

Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in de relevante Kennisdocumenten.

Soort

Type

Periode

Omschrijving

Huismus

Nest en leefgebied

1 april t/m 15 mei

2 veldbezoeken, idealiter in de ochtend. Inventariseren van baltsende mannetjes, nestbezoeken en het gebruik van leefgebied.

Kerkuil

Nest

1 februari t/m 15 oktober

3 veldbezoeken verspreid in de periode februari t/m 15 oktober na zonsondergang.

Steenuil

Nest

1 februari t/m 30 april

3 veldbezoeken met tussen het 1e en 3e bezoek minimaal 1 maand.

Cat. 5 vogels Algemene broedvogels

Nest

De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.

2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het onderzoeksgebied (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd.

7

Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Tijdens het aanvullend onderzoek huismus wordt met name gebruik gemaakt van strategische looproutes waarbij alle potentiële nesten gedurende het veldbezoek visueel (met behulp van een verrekijker) gecontroleerd worden. Hierbij wordt specifiek gelet op de aanwezigheid van baltsende mannetjes, het gebruik van het leefgebied en het in/uit vliegen bij de nestlocaties. Voor huismus geldt dat strategische punten veelal liggen nabij geschikt leefgebied. Tijdens een territoriumkartering van de steenuil worden het aantal roepende mannetjes in kaart gebracht. Onder de aanname dat elk roepend mannetje een broedpaar vertegenwoordigd wordt zo een beeld van het aantal territoria verkregen. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is een smartphone en bluetooth JBL Clip 3 speaker, waardoor de roep wordt afgespeeld.

Een steenuil beschermt zijn territorium door te antwoorden met een (balts)roep. Daarnaast geven zichtwaarnemingen inzicht in de mogelijke aanwezigheid van een broedpaar. Tevens wordt er aanvullend gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (type Pulsar Helion XP28 of type AGM ASP TM-384) om bewegingen van steenuilen te lokaliseren en te volgen. De uilen worden hierbij niet verstoord wat wel zou gebeuren wanneer men met zaklampen werkt. Als laatste wordt er (bij daglicht, voor start van een onderzoeksronde) gelet op verse braakballen, (rui)veren en krijtsporen binnen de stallen en eventuele paaltjes van hekwerk, indien aanwezig. Deze sporen geven een indicatie dat een steenuil(paar) vaak naar deze locatie terugkomt. Wanneer er sporen worden aangetroffen, worden deze weggehaald zodat er bij de volgende onderzoekronde vastgesteld kan worden of het verse sporen betrof, en of er nieuwe sporen bij zijn gekomen. De kerkuil reageert, in tegenstelling tot de steenuil, niet op roep van soortgenoten. Gezien kerkuilen voornamelijk nachtjagers zijn en vanaf een uur na zonsondergang de kerkuil zijn roestplaats verlaat om te jagen, dienen de veldbezoeken rond dit tijdstip plaats te vinden. Voor het vaststellen van een vaste rust- en rustplaats geldt derhalve zichtwaarnemingen, alsmede het aantreffen van verse braakballen, (rui)veren en krijtsporen.

De kerkuil jaagt laagvliegend via vaste routes en vanaf zitplekken zoals hekpalen of kilometerpaaltjes langs wegen. Bij braakballen en/of krijtsporen naast dergelijke plekken, kan ervan uit worden gegaan dat het een foerageergebied (c.q. territorium) betreft. Derhalve dient tenminste één van de bezoeken ook voor zonsondergang plaats te vinden. Tevens wordt er aanvullend gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (type Pulsar Helion XP28 of type AGM ASP TM-384) om bewegingen van kerkuilen te lokaliseren en te volgen. De uilen worden hierbij niet verstoord wat wel zou gebeuren wanneer men met zaklampen werkt. Voor alle onderzoeken geldt dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en andere omstandigheden. Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route zijn niet of nauwelijks definieerbaar. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten, dus per datum, per loopronde en per moment.

Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment.

8

2.3 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). Tabel 2.2

Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.

Veldbezoek

Functie

Huismus 1

Nest + leefgebied

Huismus 2 Kerkuil 1 Steenuil 1 Kerkuil 2 Steenuil 2 Kerkuil 3 Steenuil 3 Kerkuil 4 Steenuil 4

Aantal

Datum

Zon

Tijd

Weersomstandigheden

1

20-04-2022

06:33

07.00-09.00

0/8, droog, 1-2 Bft, 8˚C

Nest + leefgebied

1

06-05-2022

06:00

06.30-08.30

8/8, droog, 2-3 Bft, 8˚C

Nest

1

28-02-2022

18:19

18.20-20.50

0/8, droog, 1-2 Bft, 2˚C

Nest

1

23-03-2022

18:58

19.00-21.30

0/8, droog, 1-2 Bft, 15˚C

Nest

1

29-04-2022

21:01

21.00-23.30

3/8, droog, 2-3 Bft, 10˚C

Nest

1

04-07-2022

22.03

22.00-00.30

2/8, droog, 0-1 Bft, 16˚C

pers.

2.4 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.

9

3 Resultaten 3.1

Huismus Gedurende het huismusonderzoek zijn circa 10-15 huismussen waargenomen. De huismussen zijn waargenomen nabij de naastgelegen woning ten oosten. Binnen het plangebied zijn alleen rustende of foeragerende huismussen waargenomen nabij de groenstructuren rondom de veestal. Gezien het aantal waarnemingen van huismussen is er sprake van een kleine tot gemiddelde populatie binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied (klein < 10 paar, gemiddeld 10-25 paar, groot > 25 paar). Gedurende het onderzoek zijn drie nesten van de huismus vastgesteld. Deze nesten bevonden zich buiten het plangebied. De exacte vindplaats van de huismusnesten zijn weergeven in tabel 3.1. In figuur 3.1 worden de aangetroffen nestlocaties weergeven. Ten gevolge van de beoogde ingreep worden de nestlocaties niet aangetast. Het waargenomen functionele leefgebied van huismussen is geconcentreerd in de groenstructuren aan de oostzijde van de veestal. Op deze plaats zijn een afwisseling van inheems groen en enkele bomen, struiken en planten, water en voedsel aanwezig. In figuur 3.1 wordt weergeven welke delen van het onderzoeksgebied veelvuldig door huismussen worden gebruikt om te rusten, foerageren en als dekking tegen predatoren.

De beoogde ruimtelijke ingreep leidt tot zeer beperkte aantasting van groene delen en er zijn voldoende groenstructuren aanwezig in de omgeving van de woning waar de huismus nestlocaties zijn aangetroffen. Derhalve is er geen sprake van essentieel leefgebied op de planlocatie. Tabel 3.1

Locaties van de aangetroffen huismusnesten.

Woonblok Ter Aase Zuwe 5d

Aantal nesten 3

Plangebied

Omschrijving

Buiten

Via dakvoet aan voorzijde en achterzijde

Figuur 3.1 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties en leefgebied van huismussen binnen het onderzoeksgebied. 10

3.2 Kerkuil en steenuil Tijdens het onderzoek is de steenuil niet waargenomen en/of gehoord. Ook zijn er geen sporen zoals veren, braakballen etc. van de steenuil aangetroffen. De aanwezigheid van een rust- en/of nestlocatie van steenuil op de planlocatie kan derhalve uitgesloten worden. Ten tijde van het veldbezoek van de quickscan waren er reeds veelvoudig sporen (braakballen, krijtsporen en veren) gevonden. Gedurende het aanvullende onderzoek zijn meermaals verse krijtsporen, ruiveren en braakballen aangetroffen. De kerkuil is tijdens twee veldbezoeken waargenomen. Tijdens het eerste veldbezoek is in het weiland ten noorden van het perceel een jagende kerkuil waargenomen. Ook is tijdens hetzelfde veldbezoek in de schuur een rustende kerkuil waargenomen (figuur 3.2). Tijdens het vierde veldbezoek zijn twee kerkuilen waargenomen en is er minimaal één een krijsend kuiken gehoord. Een rustplaats is toen vastgesteld in een ruimte in de zuidoostelijke hoek van de schuur (figuur 3.3). De kerkuil is ook waargenomen terwijl die uit deze ruimte vloog. Terwijl de twee kerkuilen waren uitgevlogen, klonk er gekrijs. Dit moet (minimaal één) een kuiken zijn geweest. Derhalve is er ook sprake van een nestlocatie. Op basis van het geluid is het nest vermoedelijk aan de noordzijde van de schuur gelegen.

De beoogde sloop van de schuur leidt derhalve tot het wegnemen van een rust- en nestlocatie van de kerkuil.

Figuur 3.2 Kerkuil vastgelegd met een warmtebeeldcamera in de voormalige veestal.

Figuur 3.3 In een ruimte in de zuidoostelijke hoek van de schuur is een rustplaats van kerkuil vastgesteld.

11

3.3 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. Ten tijde van de veldbezoeken zijn enkele foeragerende vleermuizen waargenomen. De vleermuizen hadden geen binding met de schuur en zijn er geen uitvliegende individuen waargenomen. Deze bevindingen onderschrijven de beoordeling van de quickscan (Davids, 2022). De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: blauwe reiger, fazant, grauwe gans, kauw, kievit, kolgans, rietzanger, scholekster, smient, spreeuw en wilde eend. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. In enkele gevallen zijn nesten of verblijfplaatsen van deze soorten waargenomen. De vindplaats van deze nestlocaties wordt weergegeven in figuur 3.4. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. In het plangebied is sprake van nesten van cat. 5 vogels die worden weggenomen, namelijk twee spreeuwnesten. De Staat van Instandhouding van spreeuw heeft een matig ongunstige oordeel.

Echter geldt voor de broedpopulatie van de spreeuw dat er geen significante aantalsveranderingen (0) is vastgesteld in de laatste 12 jaar (SOVON, 2022). Daarnaast is de spreeuw een veel voorkomende soort in de wijde omgeving van het plangebied, met meerdere lokaal zeer hoge broedvogel dichtheden (figuur 3.5). Gezien er sprake is van een laag aantal nesten en de staat van de lokale spreeuwbroedpopulatie gunstig is, is er geen sprake van ecologisch zwaarwegende redenen van cat 5. vogels. Daarnaast is de spreeuw flexibel en is er voldoende aanbod aan alternatieve nestlocaties.

Figuur 3.4 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van algemene broedvogels en vogels die vallen onder cat. 5.

12

Figuur 3.5 Verspreiding van spreeuw als broedvogel in Utrecht (SOVON, 2013-2015).

13

4 Conclusie 4.1

Huismus In de periode april-mei 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in het plangebied aan de Ter Aase Zuwe 3d te Vinkeveen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek zijn geen nestlocaties van huismus vastgesteld op de planlocatie. Het plangebied maakt onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is derhalve niet noodzakelijk.

4.2 Kerkuil en steenuil In de periode februari - juli 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen van kerkuil en steenuil. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument Kerkuil en Steenuil (BIJ12, 2017). Door de afwezigheid van sporen en waarnemingen is de aanwezigheid van steenuil uitgesloten. Tijdens het onderzoek is een rustplaats én een nestlocatie van kerkuil vastgesteld. Het slopen van de schuur leidt derhalve tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art 3.1, lid 2. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is daardoor noodzakelijk.

4.3 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot huismus, kerkuil en steenuil. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Ten tijde van de veldbezoeken zijn enkele foeragerende vleermuizen waargenomen. De vleermuizen hadden geen binding met de schuur en zijn er geen uitvliegende individuen waargenomen. Deze bevindingen onderschrijven de beoordeling van de quickscan (Davids, 2022). Er zijn in totaal twee nesten van spreeuw en twee nesten van kauw aangetroffen binnen het plangebied. Er is voor cat. 5 vogelsoorten geen sprake van ecologische zwaarwegende redenen en derhalve ook geen ontheffing Wnb noodzakelijk. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.

4.4 Samenvatting Tabel 4.1

Samenvatting van de aangetroffen nestlocaties en/of rustplaatsen in het onderzoeksgebied.

Soort

Type

Aantal wegnemen

Aantal behouden

Bescherming Wnb

Ontheffing nodig

Huismus

Nest

0

3

Art. 3.1

Nee

Kerkuil

Nest

1

0

Art. 3.1

Ja

Steenuil

Nest

0

0

Art 3.1

Nee

Nesten broedvogels en cat. 5 vogels

Kauw

2

0

Spreeuw

2

0

Art. 3.1

Nee

14

4.5 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (tabel 4.1). Conform de relevante wetteksten en Kennisdocumenten wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1. De activiteit is nodig met een wettelijk belang (Wnb, art. 3.3, lid 4b); 2. Voor de activiteit is geen alternatieve bevredigende oplossing (Wnb, art. 3.3, lid 4a); 3. De staat van instandhouding van de soort blijft gewaarborgd (Wnb, art. 3.3, lid 4c); 4. Bepaal compensatie en mitigatie (Wnb, art. 3.3, lid 4c). Een ontheffingsaanvraag Wnb is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de ingreep geen wettelijk belang kent of indien de staat van instandhouding van de aanwezige soorten in het geding komt kan een ontheffing Wnb mogelijk geweigerd worden. Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om een ontheffingsaanvraag Wnb te beoordelen. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden.

Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van nesten of verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige nesten of verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen en betreft indicatief een aantal maanden en/of een specifiek seizoen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundig ecoloog.

15

Bronvermelding Davids, L., 2022. Quickscan Wnb aan de Ter Aase Zuwe 3d en 5 te Vinkeveen. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. NGB, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie januari 2021).

Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) Kennisdocument Kerkuil (Tyto alba) Kennisdocument Steenuil (Athene noctua)

16

Bijlage 1

Kerkuil

De kerkuil is een erg opvallende uil door zijn hartvormige gezicht. De onderkant van zijn vleugels is licht gekleurd. De rug is roestkleurig, met grijze vlekken en stipjes. De kleur van de buik is variabel van wit tot lichtbruin en bevat meestal veel stippen. Kerkuilen zijn standvogels. Als de soort eenmaal is gevestigd, blijven kerkuilen meestal hun hele leven in hetzelfde gebied. De kerkuil is een soort die voorkomt in cultuurlandschappen met grasen bouwlanden die begrensd worden door kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen of bosjes. Het overgrote deel van de kerkuilen in Nederland broedt in nestkasten. Vrije broedsels komen voor in de hoge, donkere en tochtvrije delen van boerenschuren, kerken, kastelen en torens. Soms wordt er ook in de ruimte tussen dak en dakbeschot gebroed in modernere veestallen. De broedperiode loopt van februari t/m augustus (BIJ12 Kennisdocument Kerkuil, 2017). Een tweede legsel is niet ongewoon. Heel soms volgt er zelfs een derde legsel. De soort laat tijdens de vlucht en op het nest een spookachtige krijs horen. In het nest worden er ook blaasgeluiden gemaakt.

Figuur 1

De kerkuil (bron: vogelbescherming.nl).

17

Bijlage 2

Steenuil

De steenuil is een kleine uilensoort met een lichaamsgrote van niet meer dan 23 cm en een spanwijdte van 54 tot 58 cm. Steenuilen hebben een bruin gevlekt verenkleed en een opvallende gele iris. Steenuilen zijn standvogels en sterk gebonden aan kleinschalige landschappen, waarin ze een territorium hebben waar ze het hele jaar verblijven. Het leefgebied bestaat uit een afwisselend landschap met halfopen weilanden, korte en verruigde vegetatiestroken, boomgaarden, moestuinen en andere structuren met voldoende voedselaanbod. De soort maakt gebruik van holen in bomen en oude schuren en stallen als nest- en rustplaats. Ook wordt er in nestkasten gebroed wanneer natuurlijke holtes afwezig zijn. De soort maakt een laag fluitende baltsroep en een miauwende contactroep. De broedperiode gaat begin februari van start met een baltsperiode, waarbij in sommige gevallen de jongen pas in het najaar het territorium van hun ouders verlaten. De meest optimale periode om aanwezigheid aan te tonen is medio februari t/m april. Normaliter produceert de soort één legsel per jaar (BIJ12, 2017).

Figuur 2 De steenuil (bron: Blom Ecologie B.V.).

18

Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288

blomecologie.nl 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13946587/1