CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 -Memo - beantwoording vragen omwonenden BON-locatie te Abcoude

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Ruimtelijk Kader BON-gronden7.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Aan:

Gemeenteraad

Van:

College van B&W

Datum: Onderwerp:

Toezending beantwoording vragen omwonenden BON-locatie

Kenmerk:

Vanuit direct omwonenden van de BON-locatie in Abcoude hebben wij vragen ontvangen over de ontwikkeling van de locatie en het Ruimtelijk Kader. Via deze memo informeren wij u hierover. Hieronder treft u de betreffende vragen en de beantwoording daarop aan. 1. Beleidsbasis en planologische koerswijziging Woningbouw op de BON-gronden is in het verleden meerdere malen onderzocht, onder meer in varianten rond circa 180 woningen, maar destijds niet doorgezet wegens ruimtelijke, landschappelijke, verkeerskundige en maatschappelijke bezwaren. Dit wijst op een consistente planologische terughoudendheid. Vraag Op basis van welk nieuw formeel vastgesteld beleidskader acht het college deze ontwikkeling thans wél aanvaardbaar, en waar is deze beleidswijziging controleerbaar vastgelegd? Antwoord In het verleden was er nog geen overeenstemming bereikt tussen de ontwikkelaar en de gemeente over de ontwikkeling van de BON-gronden. Dat was de reden dat er een langere tijd geen voortgang geboekt kon worden. Inmiddels zijn partijen wel tot overeenstemming gekomen over de uitgangspunten. Om die reden is het mogelijk om dit Ruimtelijk Kader voor te leggen aan de gemeenteraad. In het Ruimtelijk Kader wordt verwezen naar de diverse beleidsstukken die van toepassing zijn (hoofdstuk 6) en op welke wijze hier invulling aan is gegeven binnen dit Kader.

Het Ruimtelijk Kader zelf vormt het stuk waarop een akkoord door de gemeenteraad wordt gevraagd. Dit is het vertrekpunt voor de verdere benodigde planologische wijziging. 2.Provinciale instemming, contouren en erfgoed De BON-gronden liggen deels buiten de rode contour en binnen de invloedssfeer van het UNESCO-wereiderfgoed Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam). In publieke uitingen wordt verwezen naar een "provinciaal akkoord" inzake opschaling van het programma. Niet inzichtelijk is: wat dit akkoord exact omvat; of erfgoed- en landschappelijke waarden expliciet zijn beoordeeld; of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed formeel betrokken is; of een volwaardige Heritage Impact Assessment (HIA) is uitgevoerd. Vragen

Memo

MEMO 1. Waaruit bestaat dit provinciale akkoord concreet (document, datum, inhoud, status)? 2. Is een HIA opgesteld, door wie, met welke conclusies en bestuurlijke status? 3. Hoe is geborgd dat openheid, zichtlijnen en landschappelijke samenhang van het werelderfgoed behouden blijven? Antwoord 1 Het akkoord vanuit de provincie is opgenomen in provinciaal beleid, het zogenaamde PPWW2025. Dat is online in te zien. Programma Provinciaal Programma Wonen en Werken 2025 provincie Utrecht - Regels op de kaart - Omgevingsloket De BON-locatie is opgenomen in tabel 10. Antwoord 2 Er is een HIA opgesteld. Deze treft u als bijlage aan bij het Ruimtelijk Kader. Antwoord 3 In het Ruimtelijk Kader wordt ingegaan op de HIA en de vertaling daarvan in het Ruimtelijk Kader. Hiervoor verwijzen wij u graag naar hoofdstuk 6.4 Milieu uit het Ruimtelijk Kader. De HIA zelf is opgenomen als bijlage 5. 3.Bouwhoogte en schaal Het plan maakt bouwhoogtes tot circa 19 meter mogelijk. Dit vormt een duidelijke schaalbreuk met de bestaande bebouwing en het omliggende landschap. Hierdoor ontstaat de indruk dat financiële optimalisatie leidend is geweest bij de massaopbouw. Vraag Welke objectieve ruimtelijke criteria rechtvaardigen deze bouwhoogtes in relatie tot schaal, karakter en identiteit van Abcoude? Antwoord De woningdichtheid van de BON-gronden is hoger dan gemiddeld het geval is in Abcoude.

Dat is een bewuste keuze vanuit ons college vanwege de grote behoefte aan (betaalbare) woningbouw. De stedenbouwkundige opzet houdt rekening met de bestaande bebouwing door juist daar het grondgebonden programma op te nemen met een maximale bouwhoogte van 12 meter. Dit heeft qua opzet en dichtheid de kenmerken van het dorpse karakter. Meer richting het zuiden van het plan neemt de hoogte en daarmee ook de dichtheid toe. In Abcoude komt hoogbouw vaker voor, bijvoorbeeld bij de Plus supermarkt. Daar is ook een accent met 5 bouwlagen gerealiseerd. 4.Schaalsprong en dorpsstructuur Met circa 3000 woningen betekent toevoeging van 270-300 woningen een groei van ongeveer 10% in één fase. Dit betreft geen organische uitbreiding maar een structurele schaalsprong.

Vraag

Informatienota - documentnummer: - pagina 2

MEMO Waaruit blijkt dat deze ontwikkeling het dorpse karakter, de menselijke maat en ruimtelijke samenhang niet onevenredig aantast, en welke alternatieven of faseringen zijn aantoonbaar onderzocht? Antwoord Zie het voorgaande antwoord onder punt 3 Bouwhoogte en schaal. 5.Geluid en gezondheid (A2) Tijdens de raadsvergadering is door u aangegeven dat de geluidsnormen momenteel reeds worden overschreden, dat nader onderzoek noodzakelijk is en dat onduidelijk is hoe aan de normen kan worden voldaan en wie de kosten van eventuele maatregelen zal dragen. Zolang niet is aangetoond dat aan wettelijke normen kan worden voldaan en hoe dit juridisch en financieel wordt geborgd, ontbreekt een essentiële randvoorwaarde voor besluitvorming. Vraag Hoe kan besluitvorming plaatsvinden terwijl vaststaat dat normen worden overschreden en oplossingen, verantwoordelijkheden en financiering nog niet zijn uitgewerkt? Antwoord: Het Ruimtelijk Kader is de voorloper op de planologische wijziging. Een actualisatie van de onderzoeken moet aantonen wat de daadwerkelijke belasting op de woningen is. Indien er sprake is van een overschrijding van de normen, dan zijn er maatregelen te treffen om alsnog aan de normen te voldoen of kan besloten worden daar gemotiveerd van af te wijken (een hogere waarde toe te kennen). Dat is niet ongebruikelijk bij de realisatie van nieuwbouwwoningen.

Op het moment van de vergunningaanvraag/ BOPA (de planologische wijziging) zal getoetst worden of het plan voldoet aan de wet- en regelgeving. Een vergunning wordt alleen afgegeven als dat in orde is. De kosten voor de eventueel te treffen maatregelen komen voor rekening van de ontwikkelaar. 6.Verkeer, veiligheid en infrastructuur De Piet van Wijngaerdtlaan is reeds een intensief belaste route. Omwonenden ervaren trillingen door zwaar verkeer. De toevoeging van woningen en een school zal de verkeersbelasting aantoonbaar vergroten, met piekdrukte tijdens breng- en haaltijden. Specifieke aandachtspunten: structureel touringcarverkeer voor schoolvervoer; blokkering van zichtlijnen; extra manoeuvres; cumulatieve verkeersbelasting; parkeeroverlast en mogelijk ongewenst gebruik van kiss-and-ride-plaatsen buiten schooltijden; bereikbaarheid voor hulpdiensten. Vragen 1. Zijn actuele nulmetingen uitgevoerd van verkeersintensiteiten en trillingen? 2. Zijn cumulatieve verkeers- en veiligheidseffecten integraal onderzocht? 3. Is vastgesteld dat politie-, brandweer- en ambulancecapaciteit toereikend blijft? 4. Kunnen de onderliggende rapporten worden verstrekt? Zonder dergelijke gegevens is geen sprake van een zorgvuldig voorbereid besluit als bedoeld in artikel 3:2 Awb. Antwoord 1

Informatienota - documentnummer: - pagina 3

MEMO Er is voor de inschatting van de toekomstige verkeersintensiteit van de Piet van Wijngaerdtlaan gebruik gemaakt van gegevens uit het gemeentelijk verkeersmodel. Er zal in het kader van de ruimtelijke procedure nader en gedetailleerd onderzoek worden gedaan naar de verkeersintensiteit van de omliggende wegen van de Bon-locatie en een nadere toetsing aan de capaciteit van deze wegen. Het uitvoeren van nulmetingen van trillingen als gevolg van verkeer is geen standaard onderdeel van een Ruimtelijk Kader. Er geldt een vrachtwagenverbod voor de Piet van Wijngaerdtlaan. Er is geen sprake van doorgaand vrachtverkeer. Het aanwezige vrachtverkeer heeft de bestemming in de omliggende straten. Met de komst van de Bon-locatie is er geen sprake van een (significante) toename van het vrachtverkeer. Antwoord 2 Zie het antwoord op vraag 1: er is een inschatting gemaakt van de toekomstige verkeersintensiteit. Deze intensiteit is vergeleken met de grenswaarde van de capaciteit van de weg. Antwoord 3 De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) is en wordt betrokken bij de planvorming. Bij de verdere uitwerking zal nadere afstemming plaatsvinden. De VRU toetst ook de BOPA-stukken. Verder is geen uitbreiding van politie, ambulance of brandweer noodzakelijk in verband met deze ontwikkeling.

Antwoord 4 Zie het antwoord op vraag 1: er vindt nog nader en gedetailleerd onderzoek plaats in het kader van de ruimtelijke procedure. 7.Geluid, cumulatie en leefklimaat Naast verkeersgeluid veroorzaakt een school piekgeluid. In combinatie met bestaande geluidsbronnen ontstaat mogelijk een cumulatieve belasting. Verzoek Wij ontvangen graag het integrale akoestisch onderzoek inclusief cumulatie-analyse en toetsing aan toepasselijke normen. Antwoord Bij de vergunningaanvraag (BOPA) wordt het geactualiseerde onderzoek door de ontwikkelaar aangeleverd en zullen wij deze toetsen. Bij het verlenen van de vergunning wordt dit bekend gemaakt en gepubliceerd. Op dat moment kunt u de stukken ook inzien. 8.Natuur en soortenbescherming Bekend is dat in de omgeving beschermde soorten voorkomen, waaronder vleermuizen. Omwonenden hebben eerder correspondentie van de gemeente ontvangen waarin bouwbeperkingen zijn opgelegd vanwege hun aanwezigheid. Daarmee is het bestaan van beschermde soorten ter plaatse feitelijk erkend.

Informatienota - documentnummer: - pagina 4

MEMO Vragen 1. Zijn actuele ecologische onderzoeken uitgevoerd, inclusief seizoensonderzoek? 2. Is specifiek onderzoek verricht naar verblijfplaatsen en vliegroutes? Welke mitigerende maatregelen zijn voorzien? Antwoord 1 en 2 In de onderzoeken die hebben plaatsgevonden is het niet waargenomen. Er wordt aanvullend onderzoek verricht. Mocht blijken dat er maatregelen getroffen moeten worden, dan zal hiervoor een werkprotocol worden opgesteld. 9.Stikstof, water en natuurgebied Botshol Wij verzoeken inzage in alle relevante onderzoeken, waaronder: stikstofberekeningen (AERIUS) inclusief cumulatie en bouw- en gebruiksfase; ecologische onderzoeken; hydrologische onderzoeken; adviezen van provincie, waterschap en RCE. Graag vernemen wij tevens welke onderzoeken afgerond zijn en welke nog ontbreken. Antwoord Hiervoor verwijzen wij naar het Ruimtelijk Kader. Alle relevante onderzoeken waar wij over beschikken zijn als bijlage opgenomen bij het Ruimtelijk Kader. Voor de vergunningaanvraag (BOPA) zullen de benodigde aanvullende onderzoeken worden aangeleverd. Op het moment dat de vergunning wordt verleend, zal deze ook gepubliceerd worden. 10.Financiële onderbouwing Voor zover bekend is de bouw van voorzieningen binnen dit plan niet afzonderlijk zichtbaar in de vastgestelde begroting. Vragen 1. Uit welke middelen worden voorzieningen gefinancierd? 2.

Is een afzonderlijk investeringsbesluit genomen? 3. Wat zijn structurele financiële gevolgen? 4. Op basis van welke objectieve criteria vindt prioritering plaats? Antwoord 1 De ontwikkeling van de woningen komt volledig voor rekening en risico van de ontwikkelaar. De gemeente heeft daarin een faciliterende rol. De gemeente zal wel de benodigde investering doen ten behoeve van de nieuwbouw van de basisschool. Hier wordt in het raadvoorstel behorend bij het Ruimtelijk Kader uitvoerig op ingegaan. Daarnaast is er naar aanleiding van vragen vanuit de gemeenteraad nog een aanvullende notitie toegestuurd. Deze treft u tussen de stukken die zijn geagendeerd voor 5 maart aanstaande. Antwoord 2 Het benodigde investeringsbesluit ten behoeve van de nieuwbouw van de basisschool maakt onderdeel uit van het raadsvoorstel dat hoort bij het Ruimtelijk Kader. De gemeenteraad wordt gevraagd hiermee akkoord te gaan.

Informatienota - documentnummer: - pagina 5

MEMO Antwoord 3 Hiervoor verwijzen wij u graag naar de stukken zoals benoemd bij antwoord 1 onder punt 10 Financiële onderbouwing. Antwoord 4 De woningbouwontwikkeling is voor rekening en risico van de ontwikkelaar. 11.Participatie en informatievoorziening Beperkte participatie-momenten, zoals enkele inloopavonden, kunnen niet zonder meer worden aangemerkt als volwaardige participatie. Omwonenden geven aan onvoldoende te zijn geïnformeerd en betrokken. Vraag Op welke wijze acht het college de participatie zorgvuidig en representatief uitgevoerd, en welke aanvullende participatiestappen zijn overwogen? Antwoord Er heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden, waarbij ook sprake was van getrapte besluitvorming met het oog op meer nieuwbouw binnen de gemeente. Dit is gestart met de vaststelling van ons doel om 4800 nieuwbouwwoningen te realiseren binnen De Ronde Venen. Bij dit traject heeft participatie plaatsgevonden en was inspraak mogelijk. In 2023 is de woondeal Regio Utrecht gesloten. De U10 gemeente (waaronder De Ronde Venen) hebben hierin afspraken gemaakt met het Rijk, de provincie en woningbouwcorporaties over de manier waarop met elkaar wordt gekomen tot het versnellen van de woningbouw. Ook in de afgelopen twee coalitieakkoorden wordt ingezet op meer woningbouw en het streven naar de 4800 woningen tot 2040.

Recent is ook de Omgevingsvisie voor De Ronde Venen vastgesteld. Hierin zijn de locaties aangewezen waar ontwikkelingen plaatsvinden en waar ook in de toekomst nieuwbouw kan plaatsvinden. De Omgevingsvisie is in de verschillende kernen – waaronder Abcoude – toegelicht tijdens inloopavonden. Voor het Ruimtelijk Kader, specifiek gericht op de Bon-locatie zijn in totaal twee brede inloopavonden georganiseerd. Tijdens deze avonden hebben mensen informatie kunnen ontvangen over de planvorming, waren zij in de gelegenheid om vragen te stellen en hebben zij een reactie kunnen achterlaten. Op bepaalde punten is het Ruimtelijk Kader gewijzigd naar aanleiding van de ontvangen reacties. De informatiepanelen zijn digitaal beschikbaar gesteld via de website van de gemeente. Op het moment dat er nog onduidelijkheden zijn, is er de mogelijkheid om verder in gesprek te gaan met zowel de gemeente als de ontwikkelaar. Dat heeft ook plaatsgevonden. Na de vaststelling van het Ruimtelijk Kader – richting en tijdens de BOPA-procedure - blijft de mogelijkheid uiteraard aanwezig om in gesprek te gaan met de gemeente en/ of de ontwikkelaar. 12.Visualisatie en strijdigheid met gepresenteerde uitgangspunten

Informatienota - documentnummer: - pagina 6

MEMO Tijdens de recente toelichting heeft u aangegeven dat de maximale bouwhoogte van circa 19 meter stedenbouwkundig zou aflopen naar lagere bebouwing van circa twee lagen richting de bestaande omgeving. In de op de projectwebsite door de projectontwikkelaar gepubliceerde situatietekening is een dergelijke hoogte-afbouw echter niet waarneembaar. Integendeel, de visualisatie toont een aaneengesloten bouwmassa zonder zichtbare overgang, hetgeen feitelijk neerkomt op een gesloten bouwfront van maximale hoogte. Dit roept de vraag op of de gepresenteerde verbeelding een realistische en juridisch juiste weergave vormt van de beoogde planologische situatie. Indien de visualisatie niet overeenkomt met de werkelijke maximale planologische mogelijkheden, kan sprake zijn van onvolledige of misleidende informatievoorziening richting raad en belanghebbenden, hetgeen raakt aan het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel (artikelen 3:2 en 3:46 Awb). Verzoek Wij verzoeken u daarom expliciet te bevestigen: wat de juridisch toegestane maximale bouwhoogtes per bouwvlak zijn; waar en hoe een hoogte-afbouw planologisch bindend is vastgelegd; en of de getoonde visualisatie een waarheidsgetrouwe representatie vormt van het maximaal toegestane bouwvolume. Zonder deze verduidelijking kan niet worden vastgesteld dat de ruimteiijke effecten correct en volledig zijn beoordeeld.

Antwoord Het Ruimtelijk Kader, zoals deze wordt vastgesteld door de gemeenteraad, is leidend. De ontwikkelaar zal zich aan de uitgangspunten/ bouwhoogtes uit het Kader dienen te houden bij de verdere uitwerking van het plan. 13. Sociale verdeling, gezondheid en evenwichtige toedeling van functies Uit de stedenbouwkundige opzet blijkt dat een aanzienlijk deel van de sociale woningbouw is voorzien aan de zijde van de A2, waar sprake is van de hoogste geluids- en milieubelasting. Tegelijkertijd worden duurdere woningen verder van deze bron gesitueerd, in aantoonbaar gunstiger leefomstandigheden. Tevens valt op dat sociale woningen op deze locatie in relatief hoge bouwvolumes en dichtheden worden gerealiseerd. Deze ruimtelijke verdeling roept fundamentele vragen op over de verenigbaarheid met het beginsel van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zoals vereist onder de Omgevingswet, alsmede met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Indien bekend is dat milieunormen reeds onder druk staan of worden overschreden, dient extra zorgvuldig te worden gemotiveerd waarom juist de meest kwetsbare woningcategorie op deze locatie wordt geconcentreerd. Vragen 1.

Welke objectieve ruimtelijke, gezondheidskundige en volkshuisvestelijke criteria liggen ten grondslag aan deze verdeling van woningcategorieën binnen het plan? 2. Op welke wijze is beoordeeld dat ook voor toekomstige bewoners van sociale woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat?

Informatienota - documentnummer: - pagina 7

MEMO 3. Is onderzocht of een evenwichtiger spreiding van woningtypen mogelijk is, en zo ja, wat de uitkomsten daarvan zijn? 4. Zonder een expliciete, draagkrachtige motivering kan niet worden vastgesteld dat het plan voldoet aan eisen van evenredigheid, ruimtelijke rechtvaardigheid en zorgvuldige belangenafweging. Antwoord 1 Hiervoor verwijzen wij u graag naar het antwoord onder punt 3 Bouwhoogte en schaal. Antwoord 2 Bij de vergunningaanvraag (BOPA procedure) zal het plan moeten voldoen aan de op dat moment geldende wet- en regelgeving. Dat geldt voor alle delen in het gebied en dus ook de (sociale huur) appartementen. Antwoord 3 Een spreiding is vanuit stedenbouwkundig oogpunt – mede vanwege de bestaande woningbouw in de directe nabijheid van de Bon-gronden – niet wenselijk. Er is bewust gekozen voor een opbouw waarbij de hoogte zich concentreert aan de zuidzijde van het plan en richting het noorden en oosten de hoogte afneemt. Antwoord 4 Deze afweging wordt gemaakt bij de toetsing die plaatsvindt bij de BOPA-procedure.

Informatienota - documentnummer: - pagina 8

MEMO Verkeer Vraag 1: Is de parkeerbalans in de avonduren niet te riskant krap berekend? Uit de parkeerbalans blijkt dat het overschot aan parkeercapaciteit op een doordeweekse avond slechts 1 parkeerplaats bedraagt (163 plaatsen aanbod tegenover een vraag van 162). Is deze marge niet te klein om eventuele onvoorziene pieken of een hogere autobezit graad dan de norm op te vangen, en hoe wordt voorkomen dat bezoekers of bewoners alsnog in de omliggende wijken gaan parkeren (waterbedeffect)? Antwoord: Nee, er is bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen rekening gehouden met de parkeernormen en bezettingsgraden die daarvoor gelden. Er is ook meerdere keren geteld en de hoogste waarde is genomen. Verder is er enige marge bij de grootte van de uitbreiding van de carpoolplaats genomen, namelijk 60 tot 64 parkeerplaatsen. Bij 64 parkeerplaatsen is er een overschot van 5 parkeerplaatsen. De gehanteerde parkeernormen zijn voldoende om de parkeerbehoefte vanuit de nieuwbouwwijk in de eigen wijk op te vangen. Vraag 2: Is de loopafstand naar de carpoolplaats voor bewoners van de sociale huurwoningen realistisch? Voor de bewoners van het sociale appartementenblok is de parkeerplaats gesitueerd op de (uitbreiding van de) carpoolplaats.

Hoewel er bruggen worden aangelegd om de loopafstand te verkorten van circa 200 meter naar 70 meter, blijft dit een afstand die 's avonds en 's nachts als onprettig kan worden ervaren. Gaat de gemeente handhaven om te voorkomen dat deze bewoners hun auto toch in de (dichterbij gelegen) openbare vakken van de wijk of de Piet van Wijngaerdtlaan parkeren? Antwoord: Ja, de afstand is conform de normen die hiervoor staan. Er is het Ruimtelijk Kader opgenomen dat een aantrekkelijke inrichting van de uitgebreide carpoolplaats een belangrijke ontwerpopgave is. Wij zullen er bij de inrichting van het gebied op toezien dat het op alle momenten van de dag een aantrekkelijke plek wordt om te parkeren en het eenvoudig bereikbaar is vanuit de wijk. Vraag 3: Hoe wordt de sociale veiligheid op de carpoolplaats daadwerkelijk gegarandeerd? De bronnen geven aan dat de carpoolplaats in de huidige situatie 's avonds en 's nachts nauwelijks bezet is en dat sociale veiligheid essentieel is voor het slagen van het dubbelgebruik. Is enkel "meer verlichting" en het "uitzicht vanuit de nieuwe appartementen" voldoende om bewoners, met name kwetsbare groepen, een veilig gevoel te geven wanneer zij in het donker van hun auto naar huis moeten lopen? Antwoord: Zie het voorgaande antwoord. We zullen hier bij de herinrichting nadrukkelijk aandacht voor hebben.

Vraag 4: Kan de Piet van Wijngaerdtlaan de extra verkeersdruk van de school wel aan? Omwonenden maken zich grote zorgen over de verkeersveiligheid op de Piet van Wijngaerdtlaan, die nu al als druk wordt ervaren. Het plan voegt hier een nieuwe ontsluiting toe én creëert een "Kiss & Ride"-zone voor de nieuwe schoollocatie. Hoe wordt gegarandeerd dat de mix van doorgaand verkeer, haal- en brengverkeer en overstekende kinderen niet leidt tot onveilige

Informatienota - documentnummer: - pagina 9

MEMO situaties, zeker gezien het feit dat haakse parkeervakken hier ongewenst zijn vanwege slecht zicht? En is er rekening gehouden met de touringcars die de kinderen naar de gym brengen? Antwoord: Het uitgangspunt is om de verkeers- en parkeerdruk (van de school) te verspreiden. Er komen daarom kiss and ride-voorzieningen niet alleen aan de Piet van Wijngaerdtlaan, maar ook in de wijk. De ligging van de school aan de oostkant van de wijk zorgt ervoor dat de Piet van Wijngaerdtlaan een logische plek is voor ouders om kinderen te brengen en te halen, ook op weg naar het werk. Dit is ook niet te voorkomen. Er komen extra parkeerplaatsen langs de straat. Er zijn al parkeerplaatsen beschikbaar, maar er zijn er extra nodig om halen en brengen op de weg te voorkomen. De parkeerplaatsen worden niet haaks, maar langs. Haakse vakken zijn ongewenst, aangezien het zicht op fietsers minder is. De huidige bushalte aan de Piet van Wijngaerdtlaan wordt hierbij betrokken. In het kader van de nadere uitwerking wordt exact berekend hoeveel parkeerplaatsen er moeten worden gerealiseerd. Vraag 5: Is de externe veiligheid m.b.t. gevaarlijke stoffen voldoende onderzocht? De locatie ligt dicht bij de A2, een transportroute voor gevaarlijke stoffen. In de stukken wordt aangegeven dat externe veiligheid "mogelijk een aandachtspunt" is en dat nader onderzoek noodzakelijk is in het kader van de BOPA.

Waarom is dit onderzoek nog niet afgerond voordat het Ruimtelijk Kader wordt vastgesteld, gezien de potentiële risico's voor de geplande woningen en de school? Antwoord: Voor het Ruimtelijk Kader is het nog niet noodzakelijk om alle onderzoeken te verrichten. Door het vaststellen van het Ruimtelijk Kader verkrijgt de ontwikkelaar duidelijkheid over de toekomstige mogelijkheden. Vervolgens zal de ontwikkelaar de verdere onderzoeken laten uitvoeren die nodig zijn om ook daadwerkelijk een vergunning te verkrijgen. Vraag 6: Hoe wordt voorkomen dat schoolverkeer de wijk inrijdt? Er komen "Kiss & Ride"voorzieningen in de wijk zelf. Hoewel het uitgangspunt is om ouders en kinderen te stimuleren lopend of fietsend te komen, is de praktijk vaak weerbarstig. Hoe voorkomt de gemeente dat de autoluwe opzet van de wijk teniet wordt gedaan door ouders die tijdens de spitsuren door de wijk rijden en parkeren op plekken die daar niet voor bedoeld zijn? Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 4. Er zijn diverse ontwerpuitgangspunten in het Ruimtelijk Kader opgenomen om het haal- en brengverkeer in de wijk in goede banen te leiden en het fietsen wandelen van en naar school te stimuleren. Zoals ook bij scholen op andere plekken het geval is, blijft een goede verkeerssituatie rond de school een samenspel tussen school/ onderwijs en ouders/ weggebruikers.

Vraag 7: Is de parkeerdruk en veiligheid rondom de school realistisch ingeschat gezien de mix van gebruikers? Er wordt gerekend op 240 leerlingen voor de nieuwe school en een kinderdagverblijf. De verkeersgeneratie wordt geschat op 712 bewegingen per etmaal voor de school/BSO alleen al. Kunnen de voorzieningen in het dorp de druk van deze nieuwe stroom ouders en kinderen bolwerken, zeker gezien de zorgen over de veiligheid op de Piet van Wijngaerdtlaan en de vraag of er wel voldoende BSO-plekken zijn voor de nieuwe aanwas?

Informatienota - documentnummer: - pagina 10

MEMO Antwoord: Ja, de groei van het verkeer op de Piet van Wijngaerdtlaan is op een veilige manier inpasbaar, ook rekening houdend met de ontwerpuitgangspunten, zoals opgenomen in het Ruimtelijk Kader. De huidige intensiteit bedraagt circa 4.200 motorvoertuigen per etmaal. De maximale verkeersintensiteit van een dergelijke weg is 5.000 tot 6.000. De toename door het gebruik van bewoners, bezoekers en school bedraagt niet meer dan 800 motorvoertuigen. De verkeersgeneratie voor de school van 712 is te hoog ingeschat. Vraag 8: Het onderzoek is uitgevoerd in juli 2022. De gebruikte verkeersgegevens zijn aangeleverd door de Omgevingsdienst. • Vraag: Zijn de verkeersintensiteiten die in het model van 2022 zijn gebruikt, gebaseerd op tellingen uit de coronaperiode (2020-2021) of op prognoses van vóór de pandemie? Als er gerekend is met tellingen uit de ‘thuiswerk-periode’, is de geluidsbelasting dan niet ernstig onderschat nu de files op de A2 en de drukte in het dorp weer op het oude niveau (of hoger) liggen? • Vraag: Het Raadsvoorstel stelt dat het rapport geactualiseerd wordt bij de BOPA-aanvraag.

Kan de raad de garantie krijgen dat in die actualisatie gerekend wordt met actuele tellingen van na 2024, waarin het effect van 'volledig naar kantoor' weer zichtbaar is, in plaats van slechts een theoretische ophoging van oude cijfers? Antwoord: Het geluidsonderzoek is onderdeel van de BOPA. Op het moment dat de BOPA wordt aangevraagd, zullen de gegevens - die op dat beschikbaar zijn - hiervoor worden gebruikt.

Wonen Vraag 1: Wat is de netto toename van het aantal inwoners en de impact op nietonderwijs gebonden voorzieningen? Het plan voorziet in 297 woningen, variërend van appartementen tot vrijstaande woningen. Hoewel er vragen zijn gesteld over hoeveel bewoners dit totaal betreft, is het onduidelijk hoe groot de netto toename van inwoners voor Abcoude is versus interne doorstroming. Is er specifiek onderzoek gedaan naar de capaciteit van huisartsen, de tandarts en sportverenigingen, aangezien bewoners nu al aangeven dat er een tekort is aan faciliteiten zoals sportplekken? Antwoord: Landelijk gezien is het gemiddeld aantal bewoners per woning 2,1 per huishouden. In dat geval gaat het bij de toevoeging van 297 woningen om circa 620 bewoners. De groei van Abcoude is meegenomen bij het opstellen van de Omgevingsvisie. Het toevoegen van woningen is nodig om de voorzieningen in stand te houden. Zonder extra woningen neemt het netto aantal inwoners langzaam af omdat er in Nederland en ook in Abcoude nog steeds sprake is van gezinsverdunning. Sociaal Domein Vraag 1: Wordt er rekening gehouden met de specifieke zorgvraag van senioren? Een aanzienlijk deel van het programma is gericht op doorstroming van senioren (bijv.CPO 'Dik voor elkaar'). Is er

Informatienota - documentnummer: - pagina 11

MEMO in de planvorming rekening gehouden met de mogelijke toename van de zorgvraag in de wijk en zijn de lokale thuiszorgorganisaties en huisartsen hierop voorbereid? Antwoord: De opstallen moeten nog verder uitgewerkt worden. In het gehele progamma wordt wel rekening gehouden met de doelgroep senioren. Vanuit de corporatie is aangegeven dat de woningen levensloopbestendig worden gemaakt. Deze woningen kunnen met een relatief eenvoudige ingreep rolstoeltoegankelijk worden gemaakt. Er kan dus ingespeeld worden op de behoefte aan zorg.

Milieu Vraag 1: Is de aanname van 66% elektrisch materieel tijdens de bouw realistisch en handhaafbaar? De stikstofberekening die uitkomt op een depositie van 0,01 mol/ha/j leunt zwaar op de aanname dat in de latere bouwfases (rond 2034) 66% van het materieel en het wagenpark elektrisch is. Wat gebeurt er als de aannemer dit percentage niet haalt? Wordt dit contractueel vastgelegd en gehandhaafd, en wat zijn de gevolgen voor de vergunning als dit niet haalbaar blijkt? Antwoord: Ten tijde van de vergunningaanvraag zal naar de, op dat moment geldende wet- en regelgeving, gekeken moeten worden. De vergunning wordt afgegeven als aangetoond wordt dat voldaan wordt aan de wet- en regelgeving. We kunnen daar nu nog niet op vooruitlopen. Vraag 2: Hoe robuust is de juridische basis voor intern salderen met de agrarische functie? De stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Botshol (dat overbelast is) wordt gecompenseerd door het wegvallen van de huidige agrarische emissies (intern salderen),. Echter, de provincie moet beoordelen of deze stikstofruimte niet nodig is voor natuurherstel ('additioneel'). Gezien het feit dat vergunningverlening tot februari 2026 stilligt, hoe groot is het risico dat de provincie deze saldering afkeurt en het project vertraging oploopt? Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 1.

Vraag 3: Is er rekening gehouden met de cumulatie van stikstof door andere projecten in de regio? In de Quickscan wordt gefocust op de project specifieke emissies. Is er gekeken naar de cumulatie met andere bouwprojecten in de regio U10, en kan dit leiden tot een overschrijding van de kritische depositiewaarde op het toch al overbelaste Botshol? Antwoord: Op basis van de stikstofberekening moet een natuurvergunning worden aangevraagd bij de provincie Utrecht. De provincie beoordeelt de ingediende stukken en de aangegeven interne saldering met de stikstofuitstoot van de bestaande agrarische functie. Vraag 4: In het oorspronkelijke plan (en dus het geluidsonderzoek van 2022) was de verkeersgeneratie van de school wellicht anders ingeschat of nog niet zo concreet als nu (712 bewegingen voor school/BSO + 1.723 voor woningen = 2.435 totaal).

Informatienota - documentnummer: - pagina 12

MEMO • Vraag: Is in de geluidsberekening voor de bestaande woningen (bijv. aan de Piet van Wijngaerdtlaan en Nellestein) en de nieuwe woningen al rekening gehouden met de geluidspiek in de ochtendspits door de 700+ extra verkeersbewegingen van de school en BSO? Dit verkeer trekt op en remt af (piekgeluiden), wat meer hinder geeft dan doorstromend verkeer. • Vraag: Het onderzoek stelt dat maatregelen aan de bron (zoals stiller asfalt) op de Burgemeester des Tombeweg niet mogelijk zijn vanwege wringend verkeer op kruispunten,. Betekent de toevoeging van de school en de extra in/uitrit dat de geluidsoverlast door remmend en optrekkend verkeer (optrektoeslag) op nog meer plekken zal toenemen dan in 2022 berekend? Antwoord: Zie de antwoorden onder het kopje Verkeer. De actualisatie van het akoestisch onderzoek zal aantonen wat de verwachtte resultaten zijn. Vraag 5: Uit het onderzoek blijkt dat de maximale ontheffingswaarde van 53 dB (A2) en soms 63 dB (Burg. des Tombeweg) wordt overschreden, waardoor 'dove gevels' nodig zijn,. • Vraag: Nu thuiswerken minder de norm is, maar mensen nog steeds deels thuiswerken, wordt een gezonde werkplek thuis belangrijker.

Is een woning met een 'dove gevel' (ramen die niet open kunnen aan de straatkant) wel geschikt als thuiswerkplek, en hoe wordt voorkomen dat bewoners in de zomer moeten kiezen tussen hitte (ramen dicht) of herrie (ramen open aan de niet-dove zijde, waar het geluid alsnog omheen kan draaien)? • Vraag: Het rapport stelt dat geluidsschermen "stedenbouwkundig ongewenst" zijn en "verkeersgevaarlijk" vanwege zichtlijnen. Is deze afweging niet te makkelijk gemaakt ten gunste van esthetiek en ten koste van de gezondheid van bewoners, zeker nu blijkt dat de A2-belasting mogelijk hoger uitvalt door toegenomen verkeer? Antwoord: In het plan worden de woningen zo optimaal mogelijk neergezet en deze moeten voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving. Op basis van de actuele onderzoeken zal uiteindelijk bekeken worden welke maatregelen getroffen moeten worden. Vraag 6: De gemeente legt het GGD-advies (geen woningbouw binnen 150m van de snelweg) naast zich neer met het argument dat auto's schoner worden (elektrisch). • Vraag: U stelt dat de luchtkwaliteit verbetert door elektrische auto's, maar voor geluid boven de 50 km/u is het banden-wegdek-geluid dominant, niet de motor. Elektrische auto's zijn zwaarder en produceren minstens zoveel bandengeluid.

Is de aanname dat de "trend van minder uitstoot" ook de geluidsoverlast zal verminderen, wel correct, en zo nee, waarom wordt dan toch binnen die 150 meter gebouwd? Antwoord: Dat is een afweging die wordt gemaakt om te kunnen voorzien in de behoefte aan nieuwbouwwoningen in Abcoude. Het plan zal voldoen aan de wettelijke normen. Vraag 7: Er zijn meerdere geluidsbronnen: de A2, de provinciale weg, de brandweerkazerne en de tennisbaan. • Vraag: In het onderzoek van 2022 zijn deze bronnen afzonderlijk getoetst. Is er ook gekeken naar de gecumuleerde geluidsbelasting? Als een bewoner 's zomers in de tuin zit, hoort hij én de A2

Informatienota - documentnummer: - pagina 13

MEMO (continu geruis), én de optrekkende auto's voor de school, én de tennisballen. Overschrijdt de totale geluidsdruk niet de norm voor een 'goed woon- en leefklimaat', zeker nu het verkeer op de A2 weer op volle sterkte is? Antwoord: Er wordt een nieuw akoestisch onderzoek uitgevoerd afgestemd op het defintieve plan. Hierin worden alle relevante geluidsbronnen meegenomen en ook gecumuleerd beoordeeld. Vraag 8: Waarom wordt afgeweken van het GGD-advies over de afstand tot de snelweg? De Academische Werkplaats Gezonde Leefomgeving (waaronder de GGD) adviseert om geen gevoelige bestemmingen (zoals woningen en scholen) te realiseren binnen 150 meter van een snelweg vanwege luchtkwaliteit en gezondheidsrisico's. Een deel van de woningen in dit plan valt binnen deze zone. Waarom kiest het college ervoor dit zwaarwegende gezondheidsadvies naast zich neer te leggen, enkel gebaseerd op de verwachting dat het wagenpark schoner wordt? Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 6. Vraag 9: Komt de leefbaarheid niet in het geding door de noodzaak van 'dove gevels'? Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting op de gevels kan oplopen tot 58 dB, wat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en de maximale ontheffingswaarde van 53 dB overschrijdt. Hierdoor zijn "dove gevels" of nietgeluidgevoelige gevels noodzakelijk.

Betekent dit dat toekomstige bewoners aan de west- en zuidkant hun ramen niet kunnen openen zonder ernstige geluidshinder, en hoe verhoudt dit zich tot de ambitie van een "gezonde leefomgeving"? Antwoord: Op basis van de actuele onderzoeken zal uiteindelijk bekeken worden welke maatregelen getroffen moeten worden. Vraag 10: Hoe wordt omgegaan met de wens voor buitenruimtes aan de geluid belaste zijde? De CPO-groep 'Dik voor elkaar' heeft aangegeven een buitenruimte te willen realiseren aan de geluid belaste zijde, in afwijking van het gemeentelijk geluidbeleid. Schept de gemeente hiermee een precedent en wie is er aansprakelijk als bewoners later toch klagen over geluidsoverlast op hun balkon? Antwoord: Er zijn meerdere maatregelen mogelijk om de buitenruimte aan de geluidbelaste zijde te realiseren, in overeenstemming met het gemeentelijk geluidbeleid. Zoals een tweede buitenruimte aan de niet geluidbelaste zijde of een geheel af te sluiten buitenruimte aan de geluidbelaste zijde.

Informatienota - documentnummer: - pagina 14

MEMO Duurzaamheid Vraag 1: Zijn er harde garanties van Stedin voor de tijdige aansluiting van 297 gasloze woningen? Het plan gaat uit van "netbewust bouwen" en gesprekken met Stedin, en de woningen worden volledig gasloos (all-electric). Gezien de huidige netcongestieproblematiek: is er een harde toezegging van de netbeheerder dat er voldoende capaciteit is op het moment van oplevering (vanaf 2029), of lopen toekomstige bewoners het risico op een vertraagde aansluiting? Antwoord: Netcongestie speelt hier ook zeker een rol en op dit moment kan er nog geen garantie worden afgegeven. Vraag 2: Hoe wordt 'netbewust bouwen' concreet ingevuld om pieken te voorkomen? Er wordt gesproken over warmte-koudeopslag (WKO) en zonwering om koeling te beperken. Zijn er verplichtingen voor slimme aansturing van laadpalen en warmtepompen om het net te ontlasten tijdens piekuren, en wie draagt de kosten voor deze eventuele extra technische voorzieningen? Antwoord: Concreet is dat nu nog niet bekend. In de nadere uitwerking zal dit duidelijk worden. De kosten voor deze voorzieningen zijn voor rekening van de ontwikkelaar.

BOR Vraag 1: Is de noodzaak en inpassing van een rioolgemaal al uitgesloten? Het Wateren Rioleringsplan stelt dat nog onderzocht moet worden of het vuilwaterriool kan lozen op de bestaande vrijvervalleiding in de Piet van Wijngaerdtlaan. Als dit niet mogelijk is, moet er ruimte gereserveerd worden voor een rioolgemaal dat bereikbaar is voor vrachtwagens. • Vraag: Zijn de kosten en de ruimtelijke inpassing (inclusief mogelijke geur- en geluidshinder) van een eventueel rioolgemaal al meegenomen in de plannen, of vormt dit een financieel en ruimtelijk risico voor de verdere uitwerking? Antwoord: De noodzaak van een rioolgemaal is nog niet uitgesloten. Eerst moet blijken of aansluiting op de bestaande vrijvervalleiding mogelijk is. De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor een passende aansluiting op het riool. Als een rioolgemaal nodig blijkt, moet de ontwikkelaar ook de kosten en de ruimtelijke inpassing meenemen. Voor de gemeente vormt dit geen financieel risico. Vraag 2: Is het gescheiden rioolstelsel voldoende toekomstbestendig? Er wordt een gescheiden stelsel geëist waarbij hemelwater rechtstreeks naar oppervlaktewater gaat en vuilwater naar het riool.

• Vraag: Hoe wordt gegarandeerd dat vervuild run-off water van parkeerplaatsen en wegen (met olie/bandenslijpsel) niet direct het oppervlaktewater vervuilt, zeker gezien de ambitie voor ecologische oevers en biodiversiteit? Antwoord: Het gevraagde gescheiden rioolstelsel betekent dat hemelwater niet in dezelfde leiding mag worden afgevoerd als het vuilwater. Het hemelwater moet dus via een aparte route worden verwerkt, veelal met een bodempassage, bijvoorbeeld via een wadi. Dit voorkomt dat schoon

Informatienota - documentnummer: - pagina 15

MEMO regenwater onnodig wordt vermengd met vuilwater en waarborgt een duurzame, toekomstbestendige afvoer. Daarbij wordt het rioleringsplan altijd in samenwerking met het waterschap AGV uitgewerkt. Vraag 3: Wat zijn de gevolgen van het nog onbepaalde maaiveldniveau? De uiteindelijke hoogte van het nieuwe maaiveld is nog niet bepaald en is afhankelijk van grondwater, drooglegging en bodemgesteldheid (veen). • Vraag: Hoe wordt voorkomen dat het ophogen van het terrein voor de nieuwe woningen leidt tot vernatting of grondwaterproblemen in de tuinen van de bestaande woningen (bijv. Piet van Wijngaerdtlaan), die mogelijk lager liggen? Antwoord: Bij de verdere uitwerking wordt in overleg met het waterschap AGV (en in afstemming met de gemeente) naar de waterhuishouding gekeken. Dit moet op een goede manier uitgewerkt en uitgevoerd worden zodat het plan zelf maar uiteraard ook de omgeving geen problemen ondervindt. . Vraag 4: Is infiltratie via wadi's realistisch in veenweidegebied? Het plan zet in op wadi’s en infiltratie om water vast te houden. De locatie is echter een typisch veenweidegebied.

• Vraag: Werken wadi's wel effectief op een veenbodem die van nature al een hoge grondwaterstand heeft en slecht infiltreert? Bestaat het risico dat deze wadi's permanent drassig blijven, wat gevolgen kan hebben voor het gebruik als speelgroen en muggenoverlast? Antwoord: Wadi’s kunnen in een veenweidegebied werken, maar alleen als de ondergrond hiervoor geschikt wordt gemaakt. Bij de planuitwerking wordt daarom gekeken naar maatregelen zoals ophogen en het verbeteren van de bodemopbouw. Ook wordt beoordeeld of de wadi’s voldoende snel leeglopen om blijvend drassige omstandigheden en muggenoverlast te voorkomen. Vraag 5: Is de 18% watercompensatie voldoende bij extreme hoosbuien? De berekening toont aan dat er circa 18% watercompensatie is ten opzichte van de verharding (boven de eis van 10%). • Vraag: Is deze berekening gebaseerd op de huidige klimaatnormen of is er al gerekend met de extremere scenario's van het KNMI voor de toekomst? Is er voldoende bergingscapaciteit in het watersysteem als de wadi's en de bodem al verzadigd zijn na een lange natte periode? Antwoord: De 18% watercompensatie voldoet aan de norm van waterschap AGV. Daarbij rekent het waterschap zelf ook met de KNMI-scenario’s. Belangrijk is wel dat het gebied zo wordt ingericht dat er geen wateroverlast kan ontstaan, ook niet wanneer de bodem verzadigd is.

Water moet daarom zoveel mogelijk worden vastgehouden op de plek waar het valt. Hiermee blijft het systeem ook bij extreme buien toekomstbestendig. Vraag 6: Hoe wordt de kwaliteit van de 'natte natuur' gewaarborgd? Er wordt gesproken over het terugbrengen van historische elementen zoals het inundatieveld door middel van "natte natuur". • Vraag: Wie wordt verantwoordelijk voor het beheer van deze natte zones en natuurvriendelijke oevers? Als dit bij de gemeente komt te liggen, zijn de hogere beheerkosten voor dit type groen/water opgenomen in de begroting?

Informatienota - documentnummer: - pagina 16

MEMO Antwoord: De gemeente zal de openbare ruimte onderhouden. De nadere uitwerking van het openbaar gebied wordt ook binnen de gemeente afgstemd met de afdeling beheer zodat het in de praktijk ook goed te onderhouden is. Vraag 7: Wat is de definitieve breedte van het water tussen oud en nieuw? Bewoners van de Van Voorthuijsenhof maken zich zorgen over hun uitzicht en de breedte van de watergang tussen hun achtertuinen en de nieuwe woningen. • Vraag: Kan er een harde garantie worden gegeven over de minimale breedte van de gehele watergang en de afstand tot de nieuwe bebouwing om de privacy van bestaande bewoners te borgen, en hoe wordt de oeverafwerking (beschoeiing vs. natuurlijke oever) aan hun zijde vormgegeven? Antwoord: In het Ruimtelijk Kader is een doorsnede opgenomen ("Indicatieve doorsnede F", bladzijde 19). Hierop is de breedte van 11 - 16 meter zichtbaar. Het betreffen natuurlijke oevers. Vraag 8: Hoe wordt omgegaan met trillingen en grondwater tijdens de bouw? Omwonenden vrezen schade door trillingen en zwaar bouwverkeer. • Vraag: Gezien de slappe veenbodem, welke specifieke maatregelen worden er genomen (bijvoorbeeld bij het bouwrijp maken en heien) om verzakkingen of veranderingen in de grondwaterstand bij omliggende woningen te voorkomen? Antwoord: Het is gebruikelijk dat voorafgaand aan bouwwerkzaamheden een 0-meting wordt verricht.

Op die manier wordt gemonitord of er schade is ontstaan vanwege de bouwwerkzaamheden. Vraag 9: Is de capaciteit van het rioolstelsel toereikend voor de nieuwe wijk? Het Water- en Rioleringsplan stelt dat onderzocht moet worden of het vuilwaterriool kan lozen op de bestaande leiding in de Piet van Wijngaerdtlaan. Als dit niet mogelijk is, moet er een rioolgemaal komen. Is dit onderzoek al afgerond en is er in de begroting rekening gehouden met de kosten en ruimtelijke inpassing van een eventueel noodzakelijk gemaal? Antwoord: Zie het antwoord bij vraag 1.

Ecologie Vraag 1: Is het veldonderzoek wel dekkend geweest voor seizoensgebonden dieren zoals trekgansen? De QuickScan stelt dat er geen beschermde soorten zijn gevonden. Echter, het gebied is een open grasland/weiland, een typisch habitat voor overwinterende trekgansen en hazen welke al jaren zijn gezien door de omwonende. • Kritische vraag: In welk seizoen heeft het veldwerk in 2025 plaatsgevonden? Als dit buiten het winterseizoen was, is de aanwezigheid van beschermde trekgansen (als foerageergebied) dan wel adequaat beoordeeld, en wordt het verlies van dit foerageergebied gecompenseerd?

Informatienota - documentnummer: - pagina 17

MEMO Antwoord: Dit betreft de QuickScan. Het veldwerk heeft in het najaar van 2025 plaatsgevonden. Er wordt aanvullend onderzoek verricht vanaf begin 2026. Vraag 2: Hoe verhoudt de conclusie "geen beschermde soorten" zich tot waarnemingen van omwonenden? Tijdens de participatie hebben bewoners expliciet aangegeven: "Denken jullie aan de vleermuizen, die leven daar namelijk, die zien wij 's avonds". Ook is het gebied nu een open polderlandschap dat doorgaans rijk is aan hazen. • Kritische vraag: Waarom stelt de QuickScan dat er geen sporen zijn, terwijl omwonenden deze dieren wel waarnemen? Wordt er in het vervolgonderzoek in 2026 specifiek gezocht naar de vliegroutes van vleermuizen en de leefomgeving van hazen, en hoe wordt voorkomen dat de nieuwe verlichting en bebouwing hun habitat verstoort? Antwoord: In de onderzoeken die hebben plaatsgevonden is het niet waargenomen. Er wordt aanvullend onderzoek verricht. Mogelijk levert dat nog andere resultaten op. Indien bepaalde soorten worden aangetroffen, dan zullen hier ook de benodigde maatregelen voor worden getroffen. Vraag 3: Wat is de impact van de bouwfase op de dieren die er nu leven? De bouw duurt naar verwachting vijf jaar.

• Kritische vraag: Waar moeten de dieren die nu op het 7,6 hectare grote terrein leven heen tijdens de bouw? Is er een ecologisch werkprotocol opgesteld om te voorkomen dat dieren (zoals hazen in hun leger of broedende vogels) tijdens het bouwrijp maken worden gedood of verjaagd? Antwoord: Er wordt een vervolgonderzoek uitgevoerd. Mocht blijken dat er maatregelen getroffen moeten worden, dan zal hiervoor een werkprotocol worden opgesteld.

Landschap Vraag 1: Hoeveel van het "bestaande bosje" verdwijnt definitief? De bronnen vermelden dat ten zuiden van de woningen de carpoolplaats en een "bestaand bosje" liggen,. Er wordt gesteld dat dit gebied "opnieuw wordt ingericht" voor de uitbreiding en wandelpaden. • Kritische vraag: Betekent de "herinrichting" en uitbreiding van de carpoolplaats dat het bestaande bosje (grotendeels) gekapt moet worden? Hoeveel vierkante meter bestaand, volwassen groen moet hier exact wijken voor asfalt en parkeervakken? Antwoord: Hier moet nog een ontwerp voor gemaakt worden. Het idee is wel om dit stuk groen opnieuw in te richten en meer toegankelijk te maken. Daarbij zullen we nagaan welk groen behouden kan blijven. Vraag 2: Wordt "sociale veiligheid" gebruikt als argument om groen te verwijderen? Het Ruimtelijk Kader stelt dat sociale veiligheid op de carpoolplaats essentieel is en dat dit vraagt om "zichtbaarheid, verlichting en overzicht",. • Kritische vraag: Betekent de eis voor zichtbaarheid en sociale veiligheid dat de bestaande bosschages worden gerooid om zichtlijnen te creëren voor de nieuwe bewoners en gebruikers?

Informatienota - documentnummer: - pagina 18

MEMO Verandert het karakter hierdoor van een groene zoom in een verharde vlakte met slechts enkele bomen? Antwoord: Sociale veiligheid vinden wij uiteraard van belang. Dit kan inderdaad betekenen dat groen (deels) verwijderd moet worden ten behoeve van een mooiere en ook veiligere inrichting van het gebied. Vraag 3: Is de compensatie van het groenverlies bij de carpoolplaats wel gelijkwaardig? Er wordt gesproken over het toevoegen van bomen en wandelpaden om de recreatieve waarde te verhogen. • Kritische vraag: Wordt het verwijderde volwassen groen bij de carpoolplaats gecompenseerd met jonge aanplant die pas over tientallen jaren dezelfde ecologische waarde en afscherming biedt, of wordt er gelijkwaardig volwassen groen teruggeplaatst? Antwoord: Er zal eerst een ontwerp gemaakt moeten worden. Op dat moment wordt duidelijk wat dit voor de herinrichting en het type groen zal betekenen.

-----

Informatienota - documentnummer: - pagina 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16628593/2