CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 - Bijlage 3 toelichting - Ecologische quickscan Wet natuurbescherming

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan De Hoef Oostzijde 67a te De Hoef10.760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 3 Ecologische quickscan Wet natuurbescherming

Mees Ruimte & Milieu | De Hoef Oostzijde 67a te De Hoef

Pagina | 129

Oostzijde 67A te De Hoef

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Oostzijde 67A te De Hoef Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

R. Zimmerman

2022

Opdrachtgever Mees Ruimte & Milieu

G&G-advies QS2022-24

Datum Versie

24 februari 2022 V2

Gecontroleerd door: W. Peters De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Oostzijde 67A te De Hoef

3

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 6

1.3

Het plangebied......................................................................................................... 6

1.4

Werkzaamheden...................................................................................................... 7

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 7

Methode

9

2.1

Soorten .................................................................................................................... 9

2.2

Gebieden................................................................................................................ 10

Beschermde soorten Wnb

11

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 11

3.2

Beschermde soorten.............................................................................................. 14 3.2.1 Planten ....................................................................................................................14 3.2.2 Vissen ......................................................................................................................14 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................14 3.2.4 Vogels ......................................................................................................................16 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................18 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................19 3.2.7 Overige fauna ..........................................................................................................21

3.3

4

5

Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 22

Effectbeoordeling en maatregelen

23

4.1

Vogels..................................................................................................................... 23

4.2

Vleermuizen........................................................................................................... 24

4.3

Conclusie effectbeoordeling.................................................................................. 26

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

28

5.1

Natura 2000 ........................................................................................................... 28

5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 28

5.3

Weidevogelgebieden ............................................................................................. 29

5.4

Houtopstanden ...................................................................................................... 29

5.5

Overige relevante wetgeving................................................................................. 29

5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ........................... 30

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

4

6

Conclusies

31

6.1

Beschermde soorten Wnb .....................................................................................31

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................32

6.3

Zorgplicht ...............................................................................................................32

6.4

Aanbevelingen ter bevordering van natuur...........................................................33

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

35

8

Bijlagen

37

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een locatie aan de Oostzijde 67A te De Hoef her in te richten. De Hoef ligt in de gemeente De Ronde Venen in de provincie Utrecht. De bestaande bedrijfswoning zal omgezet worden tot burgerwoning. De overige bebouwing binnen het plangebied wordt gesloopt en er komt nieuwbouw voor in de plaats. De overige ruimte wordt ingericht als natuurterrein. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. In opdracht van Mees Ruimte & Milieu heeft Ecologisch Onderzoeksen Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.

De ligging van het plangebied (rood omlijnd).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

6

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

1.3

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied bestaat uit het ontsluitingspad (toegangsweg), een bedrijfsgebouw, bedrijfswoning, kassen en een voormalige kwekerij. Het plangebied ligt in de landelijke omgeving van De Hoef. Ten westen van het plangebied stroomt de rivier de Kromme Mijdrecht. Langs de rivier bevindt zich De Hoef Oostzijde met lintbebouwing aan het water en achterliggende bebouwing. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de dorpskern van De Hoef. Ten oosten van het plangebied bevinden zich weilanden. Ten zuidwesten van het plangebied ligt Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.

Voormalige kwekerij

Kassen

Bedrijfsgebouw

Bedrijfswoning Ontsluitingspad

Overzicht van het plangebied. Hierin wordt een onderscheid gemaakt tussen het deel waar gebouwd zal worden (rood) en het deel dat ingericht zal worden als natuur (blauw).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

1.4

7

Werkzaamheden De bestaande bedrijfswoning zal omgezet worden tot burgerwoning. Hierbij gaan geen werkzaamheden plaatsvinden. Het betreft alleen een bestemmingswijziging. De overige bebouwing binnen het plangebied (bedrijfsgebouw en kassen) wordt gesloopt en er komt nieuwbouw voor in de plaats. De overige ruimte (ontsluitingspad en de voormalige kwekerij) wordt ingericht als natuur. De bomen binnen het plangebied zullen behouden blijven. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit renovatie en sloop van gebouwen met benodigd hak- breek- en zaagwerk, het verwijderen van de vegetatie-toplaag, het vergraven van de bodem of de oevers en/of het opbrengen van grond. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, verandering van microklimaat, licht of de belemmerende werking van steigers, verstoring optreden van (beschermde) soorten.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

8

Het plangebied met rechts de bedrijfswoning, links de kassen en op de achtergrond de voormalige kwekerij (het weiland). Op de plaats van de kassen wordt woningbouw gerealiseerd.

De beschoeide oevers met op de achtergrond de zuidoostkant van de bedrijfswoning.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

2

9

Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.

2.1

Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2011-2021). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning en de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met vogels die geen jaarrond beschermd nest hebben moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook §).

Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Voor deze soorten geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de zorgplicht welke wordt besproken in de conclusies en de bijlage m.b.t. de wetgeving. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

10

Potentiebeoordeling Het plangebied is op 27 januari 2022 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.

https://www.nvwa.nl/ onderwerpen/invasieveexoten/unielijstinvasieve-exoten

Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkom Voedsel- en Warenautoriteit ( NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (§0) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten, wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.

2.2

Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van (Europees) beschermde gebieden (Natura 2000), zie: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: Utrecht: https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/ Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

3

11

Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van het NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen Bebouwing De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit de bedrijfswoning, het bedrijfsgebouw en de kassen. De vrijstaande bedrijfswoning stamt uit 1989, bestaat uit twee bouwlagen en heeft een wolfsdak bedekt met dakpannen. Onder de onderste rij met dakpannen en de randpannen zijn openingen met achterliggende ruimtes waargenomen. De gevels bestaan uit dubbele muren met open stootvoegen aan alle zijdes. De uitbouw bestaat uit één bouwlaag en heeft een plat dak. Hier zijn geen openingen waargenomen. Het bedrijfsgebouw stamt uit 1980 en heeft een zadeldak met golfplaten. In de muren zijn geen spouwgaten waargenomen. Aan de kopse kanten zijn onder de nok ruime openingen (met een diameter van ongeveer 10cm) waargenomen in de muur. Boven de dakgoten zitten ruime openingen onder de golfplaten die toegang bieden tot achterliggende ruimtes. Het bedrijfsgebouw heeft door het gebruik van golfplaten daken, het ontbreken van een spouwmuur en de grote openingen in de muur zeer beperkte buffering. Van de kassen betreft het alleen nog de geraamtes. Hierin zijn geen holtes aanwezig. Bosschages Langs het ontsluitingspad (toegangsweg) staan meerdere Zwarte elzen en berken. De Zwarte elzen bevatten veel takgaten. In enkele Zwarte elzen zijn holtes waargenomen. In twee berken zijn holtes waargenomen.

Naast het bedrijfspand is aan het water een Schietwilg waargenomen met een spechtengat. Ten noordoosten van de bedrijfswoning staan bosschages. In deze bomen zijn geen holtes en spleten waargenomen. In het plangebied en de nabije omgeving zijn geen (grote) nesten waargenomen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

12

Graslanden, akkers Het weiland van de voormalige kwekerij heeft een kruidenarme agrarische gazonvegetatie. Op deze eutrofe bodem groeit voornamelijk Engels raaigras met enkele Paarse dovennetels. Wateren en oevers De watergangen aan de grenzen van het plangebied zijn diep. De oevers bevatten beschoeiing of het zijn oevers waar de beschoeiing verdwenen is. Aan de noordoostkant van het plangebied is een smalle watergang met natuurlijke oevers. Deze smalle watergang is dichtgegroeid met Riet en Gele lis.

De natuurlijke oevers aan de noordoostkant van het plangebied. Op de achtergrond een voorbeeld van oevers waarbij de beschoeiing verdwenen is.

Het ontsluitingspad (toegangsweg) met Zwarte elzen en berken.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

13

De voormalige kwekerij aan de oostkant van het plangebied dat wordt ingericht als natuur.

Het bedrijfsgebouw dat gesloopt wordt. Hier komt woningbouw voor in de plaats.

De bedrijfswoning die wordt omgezet tot een burgerwoning.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

14

3.2

Beschermde soorten

3.2.1

Planten Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2012-2022). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Het plangebied wordt te intensief beheerd en is te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten. Tevens is de bodem te veel gestoord en gewoeld.

3.2.2

Vissen Omdat in het plangebied zelf geen water aanwezig is, kunnen hier geen (beschermde) vissoorten voorkomen. Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 20122022). Potentie plangebied In en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissoorten aanwezig.

3.2.3

Amfibieën Aangetroffen soorten De Heikikker is bekend van de omgeving van het plangebied, de soort werd op 1,2 kilometer afstand van het plangebied vastgesteld (NDFF 2012-2022). De sloten op 1,2 meter afstand ten zuidwesten van het plangebied bieden geschikt voortplantingswater. De Rugstreeppad is bekend van de omgeving van het plangebied, de soort werd op 2,2 kilometer afstand van het plangebied vastgesteld (NDFF 2012-2022). De sloten op 2,2 kilometer afstand ten noordoosten van het plangebied bieden geschikt voortplantingswater. De Heikikker en Rugstreeppad zijn een beschermde soort die wordt genoemd als soort beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Potentie plangebied Het plangebied levert geschikt voortplantingswater voor enkele algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander, Bruine kikker of Groene kikker (bastaardkikker en/of Meerkikker). Al deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Utrecht ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

15

In het plangebied is tevens geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën. -Heikikker Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Heikikker, ondanks dat de soort in het verleden in de omgeving werd aangetroffen. De Heikikker kent drie typen verblijfplaatsen: voortplantingswateren, landbiotoop voor de actieve periode en een landbiotoop voor de overwintering. In veel gevallen zijn de leefgebieden ruimtelijk verweven en is het noodzakelijk dat zij zich kunnen verplaatsen van bijvoorbeeld de winterverblijfplaatsen naar de voortplantingsplekken en andersom. In het plangebied is geen ondiep, met zon beschenen, voedselarm en vaak relatief zuur voortplantingswater met veel vochtige bosjes en grienden dat door de dieren kan worden gebruikt voor voortplanting. Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van geschikt voortplantingswater en ligt bovendien geïsoleerd door brede watergangen en wegen. In het plangebied is ook geen geschikt landbiotoop aanwezig dat tijdens de actieve periode buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze soort. In het plangebied ontbreken vochtige plekken in schraal, ietwat ruig gebied als heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijk grasland. Het is niet te verwachten dat Heikikkers het plangebied kunnen intrekken voor de overwintering.

In theorie biedt het plangebied potentieel geschikt landbiotoop voor de overwintering. In laag Nederland overwintert de Heikikker namelijk vooral langs sloten met afgetrapte slootkanten (niet ín het weiland) en in bosjes. De landbiotoop voor overwintering bevindt zich echter niet in de nabije omgeving van het voortplantingswater, tot op een afstand van 300 meter. Afhankelijk van het type landschap kan deze afstand tussen de verschillende biotopen oplopen tot 1,2 kilometer. Het plangebied is te veel geïsoleerd door brede watergangen (met name rivier de Kromme Mijdrecht) en wegen. De soort moet daarom te veel ongunstig biotoop passeren om het plangebied te bereiken. -Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad. In het plangebied ligt geen onbeschaduwd, geïsoleerd, ondiep water met lage omliggende vegetatie dat door de dieren kan worden gebruikt voor voortplanting. Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van geschikt voortplantingswater, ligt geïsoleerd door wegen en brede wateren. Tevens is er geen geschikte vorstvrije, droge en vergraafbare zanderige bodem aanwezig die buiten de voortplantingsperiode als landbiotoop kan worden benut door deze soort.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

16

Als in het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden of zand wordt opgebracht, is het niet te verwachten dat Rugstreeppadden het gebied kunnen intrekken. Het plangebied is te veel geïsoleerd door dichte brede watergangen en wegen en de soort moet daarom te veel ongunstig biotoop passeren om het plangebied te bereiken.

3.2.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de categorie 5Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Aalscholver, Ekster (cat. 5), Merel, Kauw, Houtduif, Turkse tortel, Zwarte kraai (cat. 5), Grauwe gans, Buizerd (cat. 4), Grote bonte specht (cat. 5), Blauwe reiger (cat. 5), Grote zilverreiger, Torenvalk (cat. 5), Vink, Koolmees (cat. 5), Pimpelmees (cat. 5), Spreeuw (cat. 5), Wilde eend en Meerkoet. Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Houtduif, Winterkoning of Heggenmus. In het water langs het plangebied broeden mogelijk water- en moerasvogels zoals Meerkoet en Wilde eend. Het is mogelijk dat in de bebouwing en de bomen categorie 5soorten broeden als Spreeuw, Kool- of Pimpelmees of Grote bonte specht. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden ongeveer twintig Huismussen (cat. 2) waargenomen op (en nabij) voor Huismus geschikte bebouwing ten westen van het plangebied. Deze bebouwing bevindt zich op enkele tientallen meters van het plangebied.

Tijdens het veldbezoek werd een Buizerd (cat. 4) binnen het plangebied rustend waargenomen. Later tijdens het veldbezoek werd dezelfde Buizerd op 100 meter van het plangebied rustend waargenomen. In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Huismus (cat. 2) en Gierzwaluw (cat. 2) vastgesteld. De Huismus broedt in de nabije bebouwing op enkele tientallen meters van het plangebied (NDFF 2012-2022). Verder zijn broedplaatsen van Buizerd (cat. 4) en Kerkuil (cat. 3) nabij het plangebied bekend. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast in het verleden Grote gele kwikstaart (cat. 3), Ooievaar (cat. 3), Slechtvalk (cat. 3),

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

17

Boomvalk (cat. 4), Havik (cat. 4), Ransuil (cat. 4), Sperwer (cat. 4), Wespendief (cat. 4) en Steenuil (cat. 1) vastgesteld. Deze soorten hebben echter geen aantoonbare binding met het plangebied. De meeste bekende waarnemingen betreffen overvliegende (trek)vogels of deze soorten hebben gebroed in andere biotopen zoals bebouwing en bos in de omgeving (NDFF 2012-2022). De soorten broeden niet in de directe omgeving van het plangebied. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Het is mogelijk dat in de bebouwing Huismus broedt. Deze soort kan toegang verkrijgen tot geschikte holtes vanwege de waargenomen gaten en spleten. De potentiele nestplaatsen voor de Huismus bevinden zich alleen onder de dakpannen aan de noordkant noordwest en zuidoostzijde van de bedrijfswoning. Er is geen broedbiotoop (en geschikt leefgebied) voor roofvogels en uilen aanwezig, zoals hoge bomen of schuren. In de aanwezige begroeiing werden geen grote nesten gezien. De Gierzwaluw wordt in het open bebouwde gebied rond het plangebied niet verwacht. De Gierzwaluw wordt vaak aangetroffen op dakranden met overhangende dakpannen op kopse kanten boven open metselwerk. Ze vliegen in door de gaten tussen de pannen. Een gladde maakt dergelijke invliegmogelijkheid ongeschikt.

De openingen onder de dakpannen (rode pijlen) aan de zuidoost en noordwestzijde van de bebouwing geven mogelijk toegang tot voor Huismussen geschikte achterliggende ruimtes.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

18

Op dit kaartje van het plangebied zijn de aangetroffen potentieel voor de Huismus geschikte onderdelen van de bedrijfswoning aangegeven met blauwe lijnen.

Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Sperwer of Buizerd. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten.

3.2.5

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde zoogdieren waargenomen (NDFF 2012-2022). In het plangebied zijn molshopen aangetroffen. Deze soort is niet beschermd onder de Wnb. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel), Egel, Haas en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Utrecht inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

3.2.6

19

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied is één soort vleermuizen vastgesteld (NDFF 2012-2022). Het betreft Gewone dwergvleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Er zijn geen relevante waarnemingen (zoals bijvoorbeeld verblijven, kolonies, foerageergebieden of vliegroutes) bekend van vleermuizen in het plangebied zelf of in de directe omgeving ervan (NDFF 20122022). Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen. De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken. Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten.

De waargenomen spleten in de muren en daken van de bedrijfswoning geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte holtes. Te denken valt aan gebouwbewonende soorten zoals Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. Andere gebouwbewonende soorten zoals Kleine dwergvleermuis, Meervleermuis, Tweekleurige vleermuis, etc. zijn zeldzaam en worden op voorhand niet verwacht in de onderzochte bebouwing. Deze soorten dienen tijdens vervolgonderzoek (zie §4.3) wel te worden onderzocht en als tijdens vleermuisonderzoek indicatieve waarnemingen worden gedaan van deze soorten, moeten bezoekrondes en bezoektijden worden aangepast conform het geldende onderzoeksprotocol, zodat het eventuele voorkomen van deze soorten volledig in beeld wordt gebracht. Gezien de aard van de bebouwing is tijdelijk verblijf in de zomer en in de paarperiode het meest waarschijnlijk. Er worden gezien de beperkte buffering van de aanwezige holtes geen (massa)winterverblijven verwacht. Laat in het najaar aanwezige vleermuisverblijven zouden in warme periodes in de winter wél

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

20

gebruikt kunnen worden door actieve vleermuizen die nog niet in (diepe) winterrust zijn. De spleten en gaten in de bedrijfswoning bevinden zich in de spouwmuur, in de schoorsteen en onder dakpannen. De potentie bevindt zich rondom de bedrijfswoning. De aangetroffen gaten in de bomen zouden geschikt kunnen zijn als (tijdelijke) verblijfplaats voor in bomen verblijvende soorten zoals Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis, Gewone grootoorvleermuis of Rosse vleermuis.

De openingen in de spouwmuur (rode pijlen) rondom de bedrijfswoning geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte achterliggende ruimtes.

De aangetroffen gaten in bomen (rode pijl) geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte achterliggende ruimtes. Openingen zijn aangetroffen in twee berken en in twee Zwarte elsen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

21

Schietwilg met het spechtengat.

De openingen in de spouwmuren en schoorsteen van de Bedrijfswoning bevinden zich aan de aan de zuidwest, zuidoost, noordoost en noordwestkant.

Berk met twee gaten. Berk met één gat. Zwarte els met één gat.

Zwarte els met één gat.

Op dit kaartje van het plangebied zijn de aangetroffen potentieel voor vleermuizen geschikte onderdelen van de bebouwing aangegeven met blauwe lijnen. De boom met gaten is met een rode cirkel aangegeven.

Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De schaars aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied en het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen, doorlopende watergangen of brede rietkragen kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.

3.2.7

Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van andere beschermde soorten in of rond het plangebied (NDFF 2012-2022). Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten ook niet waargenomen. Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor overige beschermde diersoorten in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

22

3.3

Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk (incidentele) aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals bijvoorbeeld vaste verblijfplaatsen). In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde soorten binnen het plangebied (kolom 4). *=alleen incidenteel voorkomend verwacht

Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Aangetroffen nabij het plangebied (literatuur en veldbezoek)

Mogelijk (incidenteel*) aanwezig in plangebied

Mogelijk essentieel leefgebied binnen het plangebied aanwezig

Planten

nee

nee

nee

Vissen

nee

nee

nee

Amfibieën

ja

nee

nee

Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten

ja

ja

ja

Broedvogels met jaarrond beschermde nesten

ja

ja

ja

Grondgebonden zoogdieren

nee

ja

nee

Vleermuizen: verblijfplaats

nee

ja

ja

Vleermuizen: foerageergebied

ja

ja

nee

Vleermuizen: vliegroute

?

nee

nee

Overige beschermde fauna

nee

nee

nee

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

4

23

Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

4.1

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen, het slopen of renoveren van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatie-toplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt! -soorten Gezien de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied zullen de (mogelijk) aanwezige vogelsoorten die genoemd worden als categorie -soort (Spreeuw, Kool- of Pimpelmees of Grote bonte specht), kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied. Er gelden geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarrond beschermde status van nesten van deze soorten rechtvaardigen.

Overigens geldt ook voor deze soorten dat

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

24

activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats moeten vinden. Soorten met jaarrond beschermde nesten Als de bedrijfswoning gerenoveerd wordt zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van de Huismus beschadigd of vernield kunnen worden. De nesten van deze soort zijn jaarrond beschermd. Het is in dat geval noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soort. Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn dient alternatieve nestgelegenheid of vervangend leefgebied te worden aangeboden. Er dient een ontheffing te worden aangevraagd waarbij in een op te stellen Activiteitenplan . Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Sperwer en Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken.

4.2

Vleermuizen Verblijfplaatsen Als de bedrijfswoning gerenoveerd wordt zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen beschadigd of vernield kunnen worden. Het is in dat geval noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Als bomen met diepe holtes of spleten moeten worden gekapt kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen worden beschadigd of vernield van boombewonende vleermuizen. Het is in dat geval noodzakelijk om aanvullend vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Onderzoek naar boombewonende vleermuizen zal dan samen met het onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen plaatsvinden. Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat verblijvende vleermuizen aanwezig zijn dienen vervangende en geschikte verblijfplaatsen te worden aangeboden. Er is tijdelijke compensatie en permanente compensatie noodzakelijk. Er dient een ontheffing te worden Activiteitenplan maatregelen worden uitgewerkt.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

25

Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Na realisatie van de plannen zal vanwege de ontwikkelde begroeiing en gerealiseerde bebouwing de beschutting toenemen en zal het terrein geschikt blijven voor foeragerende vleermuizen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

26

4.3

Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten op beschermde soorten (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten wanneer werkzaamheden aan de bedrijfswoning plaatsvinden en als bomen met diepe holtes en spleten worden gekapt. Het gaat dan om Huismus en gebouwbewonende vleermuizen (Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger) en boombewonende vleermuizen soorten (Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis, Gewone grootoorvleermuis of Rosse vleermuis). Als de bedrijfswoning gerenoveerd wordt zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van de Huismus beschadigd of vernield kunnen worden. De nesten van deze soort zijn jaarrond beschermd. Het is in dat geval noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soort. Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden. Als de bedrijfswoning gerenoveerd wordt zouden vaste rust- of verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen beschadigd of vernield kunnen worden. Het is in dat geval noodzakelijk om vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden.

Als bomen met diepe holtes of spleten moeten worden gekapt kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen worden beschadigd of vernield van boombewonende vleermuizen soorten (Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis, Gewone grootoorvleermuis of Rosse vleermuis). Het is in dat geval noodzakelijk om aanvullend vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Onderzoek naar boombewonende vleermuizen kan in dat geval gelijktijdig met het onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen plaatsvinden. Er is in deze gevallen vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. In Tabel 2 staan de perioden aangegeven wanneer dit onderzoek kan worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld. Er zullen geen werkzaamheden gaan plaatsvinden aan de bedrijfswoning en de bomen. Daarom geldt dat met het in achtnemen van besproken aanbevelingen, beperkingen en restricties in §4.1 t/m §4.2 worden geen belangrijke negatieve effecten verwacht voor beschermde soorten bij uitvoer van de plannen. Er dient altijd rekening te worden gehouden met de zorgplicht (zie §6.3).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

Optimale periode voor uit te voeren vervolgonderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied. *=Te combineren met andere bezoeken.

27

Soort/Soortgroep

Optimale periode

Aantal bezoeken

april half mei

2

Vogels Huismus

Gebiedsfunctie

Periode

Aantal bezoeken

Kraamkolonies en zomerverblijven (3 bezoeken)

Paarverblijven en zwermgedrag (2 bezoeken)

5

Gewone dwergvleermuis

half mei - half juli

augustus-oktober

Ruige dwergvleermuis

half mei - half juli

augustus - oktober

Laatvlieger

half mei - half juli

augustus - oktober

Gewone grootoorvleermuis*

juni - half juli

april - half mei & half augustus oktober

Rosse vleermuis*

juni - half juli

half juni - half juli

Watervleermuis*

juni - half juli

augustus - oktober

Vleermuizen

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

28

5

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het uctuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.

5.1

Natura 2000 Het plangebied ligt op meer dan 2,9 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (zie Figuur 2). Gezien de grote afstand, afscherming (groengebied) en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Er is een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000gebieden. Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorend .pdf-bestanden.

5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 2). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk. De bescherming van gebieden als NNN-gebied is een planologische bescherming die alleen geldt voor ingrepen binnen de eft niet getoetst te worden. beste is voor deze bestemming (ook met het oog op natuurwaarden) en of de gevolgen van het plan het nabijgelegen NNN-gebied niet in

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

29

betekenende mate aantasten. In het geval van het beschreven project wordt op grond van locatie, aard van het werk en afscherming geen belangrijke invloed verwacht op NNN-gebieden.

5.3

Weidevogelgebieden Het gebied is niet begrensd als een bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied (zie Figuur 2). Er is geen negatief effect mogelijk op Weidevogelleefgebieden, een nadere toetsing is niet nodig.

5.4

Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, Er worden derhalve geen onder de Wnb genoemde beplantingen gekapt. Er is voor de kap van de bomen waarschijnlijk wel een gemeentelijke kapvergunning noodzakelijk.

5.5

Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.

Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebied, beschermde Weidevogelleefgebieden, natuurverbindingen en het NNN.

Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

30

5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten eventuele indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Wnb of andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Er is een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000gebieden. Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorend .pdf-bestanden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

6

31

Conclusies 6.1

Beschermde soorten Wnb Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën en grondgebonden verblijvend aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. In het plangebied kunnen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voorkomen, namelijk die van Huismus. Er zullen geen werkzaamheden gaan plaatsvinden aan de bedrijfswoning. Onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze vogelsoort is niet noodzakelijk. Indien er wel werkzaamheden aan de bedrijfswoning plaatsvinden zijn negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten. In dat geval is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze vogelsoort noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2).

Worden tijdens vervolgonderzoek volgens geldende richtlijnen dergelijke verblijfplaatsen gevonden, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (Sperwer en Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. In het plangebied kunnen verblijvende vleermuizen voorkomen. Er zullen geen werkzaamheden gaan plaatsvinden aan de bedrijfswoning. Onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen is dan niet noodzakelijk. Indien er wel werkzaamheden aan de bedrijfswoning plaatsvinden zijn negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten. In dat geval is vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

32

noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2). Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of Kennisdocumenten één of meer soorten vleermuizen met verblijfplaatsen aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven. Er zullen geen bomen met diepe holtes of spleten worden gekapt. Onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van boombewonende vleermuizen is dan niet noodzakelijk. Indien wel bomen met diepe holtes of spleten moeten worden gekapt kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen worden beschadigd of vernield van boombewonende vleermuizen. Het is dan noodzakelijk om aanvullend vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soorten. Onderzoek naar boombewonende vleermuizen zal dan samen met het onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen plaatsvinden. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken.

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is buiten indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving dan die beschreven in hoofdstuk 3 en 4 aan de orde is bij uitvoering van de plannen. Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Er is een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Deze analyse wordt separaat aangeleverd, inclusief de bijbehorend .pdf-bestanden.

6.3

Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren: Alle aanwezige bebouwing, vegetatie of bodemmateriaal kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

33 Ontzie groen en groenvoorzieningen zoveel als mogelijk tijdens de werkzaamheden en bij het (tijdelijk) opslaan van machines en materialen. Gebruik zo klein mogelijke werkbreedtes en gebruik eventuele bouwwegen zowel voor aanvoer als afvoer. Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten. Het verwijderen van groen kan zoveel mogelijk beperkt worden of na de werkzaamheden kan nieuw groen aangeplant worden op dezelfde locaties als waar groen verwijderd wordt. Houdt bij werkzaamheden rondom groenvoorzieningen een zo smal mogelijke werkbreedte aan. Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zoveel mogelijk van bestaande paden gebruik gemaakt worden, of kunnen nieuw gecreëerde paden herhaaldelijk worden gebruikt om insporing en potentiele verstoring te beperken. Bij de sloop- en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden

6.4

https://www.checklist groenbouwen.nl/

Aanbevelingen ter bevordering van natuur Met behulp van enkele eenvoudige maatregelen kan de natuur in het plangebied versterkt worden en krijgen planten en dieren ook in nieuwe ontwikkelingslocaties de ruimte. Er zijn veel goede websites beschikbaar met tips en informatie over groen bouwen en het natuurlijk inrichten van tuinen. Als aanvulling worden voor dit plan de volgende aanbevelingen gedaan: Het verbreden van wateren rondom planpercelen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Het plaatsen van vleermuiskasten of geschikt maken of openhouden van spouwmuren van nieuwbouw voor vleermuizen. Plaatsen van voorzieningen voor Huismussen, Spreeuwen en Gierzwaluwen d.m.v. speciale dakpannen, vogelvides of inmetselstenen. aan de muren van de bebouwing, in tuinen of in bestaande of aan te planten groenstructuren. Beplanten en aanleggen van groenstructuren met inheemse soorten zoals meidoorn, Wilde liguster, Klimop en Sleedoorn die insecten, vogels en vlinders kunnen aantrekken. Beplanting kan het beste aaneengesloten worden aangelegd omdat daarmee routes ontstaan voor soorten als Egel, muizen en vleermuizen. Indien bij de inrichting van het plangebied ook gemetselde muren gerealiseerd worden kunnen hierbij speciale materialen toegepast

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

34

worden die veel sneller dan gebruikelijk een groeiplaats bieden voor muurplanten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

7

35

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocument Heikikker Rana arvalis versie 1.0. Utrecht. BIJLSMA, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., O VON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HERDER, J.E., J. KRANENBERG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER (RED), 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zoogdier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding.

Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey Nederland, Leiden. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist. UCHELEN, E. VAN, 2021. Bunzing, Hermelijn en Wezel Kleine Roofdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

36

VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

37

8

Bijlagen

Bijlage 1

Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef

Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voor-

Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 3.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2022-24

Oostzijde 67A te De Hoef Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. DR

FL

FR

GL

GR

L

NB

NH

OV

UT

ZH

ZL

+ + + + +

+ +

+ + + + +

+ +

+ + + + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + + + +

+ +

+ +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + + + + + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ +

+ + + + +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ +

+ + + + +

+ + + + + + + + +

+ + + +

+ + +

+ + + +

+ + +

+ + + +

+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +

+ + +

+ + +

+ + +

+ + + +

+ + + +

+

+

+

+

+

+

+ +

+ + + +

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ + +3 + +4 + +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

+ +

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker

Van der Goes en Groot

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13616531/1